Afscheid van mijn jeugdidolen

Een van mijn jeugdidolen is niet meer. Zoals iemand het heel mooi verwoordde “another hero has passed away”. Naarmate je ouder wordt, gebeurt het je steeds vaker. Mensen die me in mijn jeugd hebben begeleid naar volwassenheid blijken ineens ook stervelingen. Zijn ook vatbaar voor ziekten, waarschijnlijk voor een deel veroorzaakt door een ruig en heftig leven. En vallen weg.

 Het valt niet mee, om dat te accepteren. Dat is voornamelijk te wijten aan het feit dat je zelf niet ouder wordt. Althans, niet in je hoofd. In je hoofd blijf je altijd die recalcitrante puber, die het allemaal veel beter wist. Die wel eens zou bewijzen dat het anders kon. Dat het zelfs anders moest. Omdat je never zou stappen in de valkuilen van je ouders. Je ouders, die tegen je zeiden “wacht maar, tot je net zo oud bent als wij”. En nu, nu je die leeftijd hebt bereikt, en je eigenlijk nog steeds niet weet waar ze het in vredesnaam over hadden, nu is het moeilijk accepteren dat de mannen en vrouwen waar je vroeger tegenop keek, een voor een worden geveld. Acceptatie, bah, wat een vies woord.

 In memoriam, Joe Cocker, rust zacht.

Sabia Engizek en Rafael van der Vaart krijgen realityserie

Waarom willen wij zijn zoals een ander. Waarom is het interessant hoe andere mensen leven. Is het een soort modern voyeurisme. Of is geld dan zo sexy dat we al naar mensen met geld willen kijken, ook al kunnen ze niks. Wat heeft Sabia gepresteerd, waarom is haar leven interessant? Wat kan zij, wat is haar achtergrond? Waarom moet ik iedere dag haar leven volgen? Als je haar naam googled kom je alleen informatie over haar relaties met bekende c.q. rijke mensen tegen en over de teloorgang van haar vriendschap met Sylvia Meis. Zelf ook een golddigger, maar dan nog wel een die werkt voor de centjes.

Natuurlijk staat het fenomeen niet op zich. We hebben natuurlijk ook al de avonturen van Andy en Melisa achter de rug. De succesvolle voetballer met zijn al even geslaagde vrouw, wier enige memorabele wapenfeit is dat zij in de Playboy heeft gestaan. Natuurlijk is dat zeker een prestatie, gezien het feit dat lang niet iedere vrouw hier voor gevraagd wordt. Maar toch.

Het lijkt dan ook een trend te worden. Geef de hele natie een kijkje in je privéleven en je wordt vanzelf een mediapersoonlijkheid. Als het maar bizar is. Het leven van Barbie en haar Michael wordt breed uitgemeten, iedere zichzelf respecterende Tilburger zit met samengeknepen tenen op de bank als stadsgenoot Roy Donders zijn mening over zakendoen en de liefde uiteen zet.

Is ons eigen leven dan zo saai? Zijn wij voor ons geluk dan echt afhankelijk van het ons identificeren met bekende mensen? Massaal schuiven we aan voor RTL Boulevard waar Bekende Nederlanders laten zien hoeveel ellende er in Afrika is. Natuurlijk wel nadat zij eerst zorgvuldig gekapt en gekleed zijn door Leco van Zadelhoff. Stel je voor dat je zorgvuldig opgebouwde imago door de Afrikaanse zon een weinig uitloopt. Ellende is goed, het moet alleen niet op je eigen gezicht te zien zijn.

De zorgvuldig gecultiveerde carrières van de sterren van Nederland worden in beeld gebracht. Als we zo leven, dan zijn we gelukkig. Echt waar, Albert Verlinde zegt het zelf.

Gelukkig staan wij Nederlanders hierin niet alleen. Sterren als Kim Kardashian en Paris Hilton worden ook niet gewaardeerd vanwege hun hoogstaande oeuvre. Zij zijn bekend omdat ze van gekkigheid niet weten wat ze met hun geld moeten doen.

En zij hebben gelijk, zolang het publiek er naar wil kijken. Het is natuurlijk niet de gek die het er voor vraagt.

Jammer alleen dat er op deze manier zo voorbij gegaan wordt aan de problemen van mensen die bijvoorbeeld door ziekte rond moeten komen van een uitkering en tegen hun kinderen moeten zeggen dat zij dit jaar echt niet op vakantie kunnen. Dat de voetbalclub toch echt te duur wordt en dat sneakers van de Schoenenreus net zo goed zijn als die kekke All-Stars. De mensen die geen cent te makken hebben. Of is dat ook weer een televisieprogramma?

Rechtop….

Het is zondagochtend. Gelovigen komen gereden in hun keurige auto’s, met een dennenboompje aan de spiegel om de penetrante gereformeerde geur te verdrijven, parkeren keurig in het gelid en schuiven rechtop in de banken om zich te laten stichten door de dominee.

Ik respecteer die mensen die iedere zondagmorgen stipt op tijd aanschuiven in de kerkbanken. Zij zijn er van overtuigd dat zij de juiste weg bewandelen en met hen hun medekerkgangers. Iedere zondagochtend buigen zij zich over de Schrift en het Woord. Zij halen hieruit de richtlijnen voor een vruchtbaar leven. Ik kan soms een tikje afgunst voelen, zij hoeven niet te twijfelen, dominee weet wat goed voor hen is.

Ik op mijn beurt, geniet op zondagmorgen van een wandeling in de natuur. Met de hond struin ik door de velden en bossen. Dat alles is onderdeel van, volgens de mensen die in de kerk zitten, Gods schepping. De zon schijnt over het water, de wereld lijkt heel even weer nieuw. Vogels beginnen aan een nieuwe dag, zijn druk met alles wat vogels de hele dag doen. De hond rent zijn eigen pootjes voorbij, enthousiast alles onderzoekend wat er op zijn pad komt. Geen tak is te groot, hij laat zich alleen tegenhouden als de beoogde tak nog vast zit aan een boom. En dan nog onder protest.

Mensen kom ik hier normaal gesproken niet tegen. Dat is niet erg, mijn gedachten en ik hebben op dat moment genoeg aan elkaar. Na een uurtje lopen ben ik weer op het beginpunt en ga ik terug naar huis.

Nu wil het feit dat mijn thuis grenst aan een oude wijk in mijn dorp. Vlakbij gelegen is zo’n kerk en zo komen de kerkgangers en ik elkaar dan regelmatig tegen. Zij gaan, net als ik, naar huis. En wat me dan opvalt, is dat de meesten mij en mijn hond bekijken met een intense blik van afkeuring. Alsof ik een zonde heb begaan. Omdat ik niet ben net als zij.

En daar kan ik nog steeds niet over uit. Dat die mensen, die kerkgangers, in tegenstelling tot wat je van die keurige mensen zou verwachten, zo weinig respect voor mij hebben. Zij monsteren mij van boven tot onder, gewogen en te licht bevonden. Het maakt me ook kriegel. Tenslotte weten zij niks van mij, zij weten niet of ik een slecht mens ben, of juist iemand die probeert iedereen in zijn waarde te laten.

De bekrompen gemeenschap van een klein dorp biedt namelijk geen ruimte aan andersdenkenden. Het woord zegt het al, anders, niet als wij. En anders is niet goed. Want als anders ook goed kan zijn, dan moet je daar over nadenken. En dat strookt weer niet met wat dominee op zondag van de kansel preekt.

Wat ook bijzonder is aan dit geloof, is dat er op weekdagen ontheffing geldt, een soort dispensatie, ook al is dat weer van een ander geloof. Op weekdagen namelijk, kan het geloof van deze kerkgangers aan de kapstok worden gehangen en is het toegestaan eigen belang en eigen gewin voorop te zetten. Op weekdagen gelden andere regels. Dan hoeft er niet stilgestaan te worden bij respect en waarde, dan is het ieder voor zich en God voor ons allen. Tenslotte wordt op zondag alles weer goed gemaakt.

Een bijzonder fenomeen. Ik kan weinig sympathie opbrengen voor deze mensen die zes dagen in de week voorbij gaan aan alles wat voor anderen belangrijk is. Die in alle arrogantie proberen zichzelf te verrijken door hun medemens te belazeren. En die dan de zevende dag met opgeheven hoofd de dominee horen vertellen dat alleen zij de hemel zullen verdienen. Omdat zij tot de uitverkorenen behoren.

Nee, ik loop dit gebouw heel snel voorbij. Want zoals een wijs man mij eens vertelde, in deze kerk zitten de mensen rechtop, maar niet oprecht.

Onvoorstelbaar, al weer vijf jaar geleden

Het is al weer vijf jaar geleden dat je stierf. Vijf jaar geleden dat mijn zus mij belde. Dat ik haar vijf keer heb laten vertellen wat er aan de hand was. Omdat mijn oren weigerden te horen. Omdat mijn zintuigen er niet aan wilden.

Het staat in mijn geheugen gegrift, om die uitgemolken beeldspraak maar eens te gebruiken. De ambulancebroeders hadden je in bed gelegd, ik zie je zo weer liggen. Op je rug, je ogen dicht, je handen gevouwen op je borst. En mijn zus ontroostbaar naast je zittend. Ik denk dat ik nog nooit met iemand zoveel medelijden heb gehad.

Het was ook onwerkelijk, normaal gesproken gingen we op vrijdagavond altijd samen iets ondernemen. En nu niet, wij gingen uit eten en jij moest naar je moeder. Sommige tradities moet je ook niet doorbreken, daar komen ongelukken van.

Het werd de tijd van het verzamelen van herinneringen. Dat doen mensen, als ze een afscheid voorbereiden. Je had twee grote hobby’s, je huis verbouwen en sleutelen aan je oude auto. In geen van beiden was je een meester. Weet je nog, dat je bezig was met het bezetten van een wandje, toen we kwamen vragen of je meeging, een borreltje drinken. Je gooide truffel en spaan in de bak en gaf desgevraagd aan dat je de rest van het cement er komende week wel uit zou bikken. Je kon het afvoeren met de rest van het bezetsel, halverwege stoppen is namelijk geen optie, dan valt alles er weer af. Maar dat gaf niet, nu kon je weer een nieuw idee gaan uitproberen, dus eigenlijk was het een zegen.

En je huis was misschien niet op en top geschikt voor een artikel in de VT Wonen, de deur stond wel altijd wagenwijd open. Iedereen was welkom, wanneer je ook maar kwam.

Met je auto ging het al niet veel anders. Een echte kenner zou het waarschijnlijk heel anders hebben gedaan maar jij had er plezier in. En wij hadden er plezier mee, het autootje heeft je nooit laten staan. Anders dan de nagelnieuwe cabrio van vrienden die ook een keer mee gingen toeren en die toch niet geheel en al foolproof bleek te zijn. Maar ook hierdoor liet je je niet uit het veld slaan, goede gelegenheid om op een terrasje een trappistenbiertje te drinken. Tenslotte duurt wachten op de Wegenwacht altijd lang.

Samen gingen we op vakantie. Jij haalde ’s morgens de broodjes, door je slechte rug kon je toch niet uitslapen. We wandelden door de natuur, bekeken kerken en abdijen, liepen door kleine stadjes en sloten de avonden af met een borrel en een goed gesprek. Of met kletspraat, maar dat was ook altijd goed.

Wat hebben we veel van je geleerd. Dat het niet altijd volmaakt hoeft te zijn om er van te kunnen genieten. Dat scheef ook heel goed is en dat een kier bij een aanrecht heel geschikt is om broodkruimeltjes in te vegen. ‘Zo, dat is ook weer opgeruimd,’ zei je dan tevreden, ‘tijd om iets gezelligs te gaan doen.’

Je leerde ons dat een herfsttijloos echt iets heel anders is dan een krokus en dat dat een behoorlijk zeldzaam plantje is.

Maar je hebt ook veel van ons geleerd. Al was het maar dat bukken met een slechte rug zo lastig is dat je die herfsttijloos dan best mag plukken om er een foto van te maken. Tenslotte staat er om de hoek een heel veld van vol. Maar ook dat het helemaal niet erg is om te genieten van de meer burgerlijke dingen in het leven. Samen met je familie eten, of verjaardagen vieren, discussiëren tot in de late uurtjes, terwijl je het eigenlijk al lang met elkaar eens was.

Nog een keer waren we met je samen. Wat waren er veel mensen gekomen om afscheid van je te nemen. We keken naar de foto’s’ en luisterden naar jouw muziek. En we spraken over jouw leven. Je hebt ons geraakt en aangeraakt, al was het veel te kort.

Eigenlijk, als je er zo op terug kijkt, zijn we samen volwassen geworden. Jammer dat we niet samen oud mogen worden.

Orde en netheid

Wij Nederlanders, wij houden van orde. Twee aan twee in de bus, braaf achter de rug van de chauffeur, laten we ons rijden naar een plaats die we vooraf hebben uitgezocht volgens een route die vastligt. Gezamenlijk naar de huishoudbeurs of een ander stompzinnig evenement. Als het maar van te voren georganiseerd is. “Gezellig,” zeggen we tegen elkaar. We hebben de pepermunt en de broodjes met kaas in onze tas. ’s Ochtends hebben we gecheckt of we alles hebben, paspoort, portemonnee, zakdoekjes. Yep, we kunnen op pad. We hebben een reisverzekering afgesloten en overal rekening mee gehouden.

We plannen ons dagelijks leven met een nauwkeurigheid die de medewerkers van NASA niet zou misstaan. Regels en wetjes, daar zijn wij van. Daar houden wij van. Sterker nog, zonder dat gedegen fundament wordt het in Nederland een zootje, daar zijn wij collectief van overtuigd. Arrogant kijken wij naar andere landen. Zie daar toch eens, wat een rommel. Zij doen het natuurlijk helemaal verkeerd. We weten commentaar te leveren op alles wat onze medemens anders doet. Tenslotte doen wij het goed, zij niet.

Die orde, die verwachten we ook van de mensen in onze omgeving. Het is natuurlijk wel de bedoeling dat iedereen in het gareel loopt. Want oh, stel je voor dat er Nederlanders zijn die anders zijn en op een bepaald vlak de boot hebben gemist. Nee, daar moeten we beslist een televisieprogramma van maken, zodat we met de rest van Nederland ons collectief kunnen verbazen over hoe dat soort mensen vakkundig weer op de rails worden gezet. Voorbeelden te over. John Williams buigt zich als deskundige over de problemen en Anne-Marie van Gaal schreef er (als vroeger Professor Akkermans) een boekje over. Zij komt niet in de problemen, tenslotte koopt de Nederlander deze bijbel massaal, bang als zij zijn om in het verdomhoekje van de televisie terecht te komen. Wat zouden de buren er wel van zeggen.

Probleemgezinnen plaatsen we in aparte wijken, asielzoekers achter hekken in een speciaal centrum, mensen met een afwijking in een tehuis, probleem opgelost. Orde. Voor alles hebben we een plaats. Vroeger noemden we dat een gesticht maar dat mag niet meer, dat is niet maatschappelijk verantwoord. Het moet wel met de mantel der liefde bedekt worden, tenslotte hebben we het beste met iedereen voor.

Verzorgd van de wieg tot het graf. Onze ouders hebben er voor gevochten. Wat ze niet konden weten, is dat tegen de tijd dat het eigenlijk toch niet meer betaalbaar was, we er ook ongelofelijk in doorgeschoten zijn. Eigen initiatief wordt niet meer op prijs gesteld. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Mensen die anders willen leven dan de meute, worden voor gek versleten. Ze moeten bij voorkeur ook niet in de stad wonen, maar ergens achteraf op het platteland. Tenslotte wonen op het platteland voornamelijk domme mensen, niet hip, niet op de hoogte van de laatste trends, daar kun je wel een afwijking tussen plaatsen. Daar hebben ze toch geen erg in.

En als we alles dan zorgvuldig registeren, dan hebben we tenminste ook weer een batterij ambtenaren aan het werk. Voor alles bestaat een formulier en een stempel. Gelukkig.

Het leven wordt er een stuk overzichtelijker door voor ons Nederlanders. Al onze angsten zijn vakkundig in een hokje geplaatst. We hoeven niet meer na te denken, dat doen deskundigen voor ons. En dat is veel beter, tenslotte hebben zij er voor doorgeleerd.

Wat jammer toch, dat we zijn vergeten dat je van mensen met een andere overtuiging of levenswijze kunt leren. Dat je daar niet armer van wordt, zoals Geert Wilders ons wil doen geloven, maar rijker.

Zwarte Piet

Laat ik beginnen met het feit dat ik nooit in Zwarte Piet en Sinterklaas heb geloofd. Ook niet als klein kind. Mijn moeder vond dat onzin. Sinterklaas was een aangeklede dwaas, Zwarte Piet was een geschminkte slungel en de kadootjes, die kocht zij. Al die flauwekul. Dat was haar mening. Als kind was ik daar aan gewend. Natuurlijk waren we wel geinstrueerd, tenslotte zaten wij in de klas met kinderen die wel voor de gek gehouden werden door hun ouders en wij mochten dat geloof niet verpesten. Dus hielden we braaf onze mond als onze klasgenootjes in zalige verwachting waren van de Sint en zijn knecht. Dat mocht je toen nog zeggen, knecht. Daar bedoelden we ook niks mee, dat was gewoon zo. De Sint was een oude man en die had nu eenmaal hulp nodig. En dat die mannen zwart waren, dat was alleen maar grappig. Dat had niks te maken met de huidskleur van die andere kinderen. Dat waren gewoon speelkameraadjes die we eigenlijk veel te weinig zagen.

Op 6 december mochten we een van de kadootjes die we gekregen hadden mee naar school nemen. De meisjes hadden over het algemeen barbiepoppen bij zich terwijl de jongens trots hun pas verworven brandweer- en politie-auto’s met elkaar vergeleken. Ook hadden we allemaal gezelschapsspellen gekregen. Tenslotte was de kerstvakantie in zicht en hoe kon je de familie beter vermaken dan met een stevig robbertje Monopoly. Toen nog met het simpele bedrag van 200 gulden als je langs start kwam. De bank had gewoon briefgeld, niks geen nep-pinautomaat.

Niet dat het vroeger beter was, dat hoor je mij niet zeggen. In die valkuil van onze ouders wil ik niet stappen. Ik ben gelukkig met de tijd waarin ik leef. Ik zegen het internet waarop je alles kunt vinden, de e-mail die me in staat stelt regelmatig contact te hebben met mensen die in Oostenrijk en Noorwegen wonen. Dat zou mijn ouders niet gelukt zijn. Een brief schrijven had nu eenmaal veel meer voeten in aarde.

Waar ik me wel enorm over kan verbazen, is dat we tegenwoordig overal een mening over moeten hebben. Er zijn dingen waar ik niks vanaf weet en waar ik dus ook niks van vind. Maar dat schijnt in deze tijd niet meer te kunnen. Iedere zichzelf respecterende burger heeft, gevraagd maar vooral ongevraagd, een oordeel over alles. En als we die mening nu nog voor ons zouden houden, maar nee, de Social Media stellen ons in staat binnen vijf minuten de hele wereld deelgenoot te maken van hetgeen waar wij voor staan. Althans, vandaag. Morgen geven we onze mening graag weer voor een betere.

De zogenaamde Pietendiscussie bepaalt al tijden het nieuws. Er zijn actiegroepen opgericht door voor- en tegenstanders, de meest creatieve oplossingen passeren de revue. We hebben paarse pieten gezien, stroopwafelpieten, we wringen ons in allerlei bochten om de geit en de kool te sparen. Het poldermodel in optima forma. Misschien moeten we overgaan op oranje pieten. Tenslotte lijkt dat een kleur die de hele natie op gezette tijden weet te verbroederen. Of Louis ons nu naar een prachtige plaats leidt of Guus hen naar een redelijke afgang, oranje blijft onze kleur.

En als we dan die discussie achter de rug hebben, dan kunnen we ons misschien druk gaan maken over wat echt belangrijk is. En dat is dat alle kinderen een kadootje krijgen van Sinterklaas. Dat er geen kinderen zijn die aan hun ouders vragen of Sinterklaas hen misschien niet zo lief vindt, omdat hun klasgenootjes van de Sint een PlayStation hebben gekregen terwijl zij het moesten doen met een barbiepop of een brandweerauto. Leg dat maar eens uit als ouder. Dat lijkt me nu eens een uitdaging die het wel waard is om aan te gaan.

Zomeropdracht; roep een sfeer op…

I’m not afraid


So much to fear


Hey, I can see my house from here…

Ik ben eigenlijk een prinses. Dat weet niemand, dat is een geheim. Mijn vader is de koning, hij is een hele wijze koning. Hij wil alleen maar het allerbeste voor zijn onderdanen, zegt hij altijd. Jammer genoeg zijn er in het koninkrijk ook slechte mensen die alleen maar aan zichzelf denken. En die willen liever dat papa weg gaat. Ik heb het mama zelf horen zeggen.

Een paar weken geleden kwamen de slechte mannen ’s nachts naar mijn slaapkamer. Ik heb een heel mooi hemelbed, moet je weten. Ik schrok vreselijk toen ze zo maar voor mijn neus stonden maar ze hielden snel een doek voor mijn mond zodat ik niet om mijn mama kon roepen. Ik kon nog net Dribbel bij zijn pootje pakken anders was hij zomaar helemaal eenzaam achtergebleven. Ik weet dat het slechte mannen zijn want ik hoorde ze praten samen. Ze hadden het over papa en dat ze hem een lesje zouden leren. Ik denk dat ze zelf koning willen worden. Dat kan natuurlijk niet, want papa is al koning. Ik denk dat zijn soldaten al wel naar mij op zoek zijn.

Ik hoop wel dat ze me snel vinden. Ik krijg echt heel vies eten hier. Het is bijna koud en het smaakt bijna nergens naar. Ik mis wel de lekkere dingen die Betsie, onze lieve kok, voor ons klaar maakt. En ik denk dat wat die ene man ’s nachts doet ook helemaal niet mag van mama. Ze zegt altijd dat ik een braaf meisje moet zijn en dat ik niet bloot mag rondlopen.

En ik hoef helemaal niet bang te zijn, dat bedenk ik iedere dag. Ze zullen me heel snel vinden. Ik kan immers van hieraf mijn huis zien. Het ziet er gezellig uit, net als altijd in de zomer. Als ik op mijn tenen ga staan, kan ik een heel klein stukje zien van mijn schommel. Die zal me wel missen. Er is niks zo fijn als de wind die langs je gezicht gaat terwijl je probeert de wolken aan te raken.

Het duurt wel al heel lang, voor ze me komen halen. Soms denk ik wel eens, zouden ze me vergeten zijn. Als ik ze maar kon laten weten dat ik echt heel bang ben van die man, met zijn grote handen en zijn vieze adem.

Ik hoorde iets, toch? Zou het dan echt? “Snel, snel”, ik hoorde een stem, “hier is ze”. “We moeten een ambulance hebben, waar blijft die dokter, schiet toch op. Straks verliezen we haar.” Ik keek naar mijn benen, het leek wel of ze niet van mij waren. Wat een raar gevoel. En mijn handen, waren dat mijn handen? Ik voelde me ineens zo heel moe, zo moe, ik kon me helemaal niet bewegen. Iemand zei, “wat hebben ze toch met je gedaan.” Ik pakte Dribbel stevig vast en voelde hoe ik ging zweven.

Nawoord

“Wat doen we als Marieke 18 jaar wordt? We moeten wel iets bijzonders bedenken. Tenslotte word je maar een keer 18.” Ik klemde de hoorn van de telefoon tussen mijn oor en mijn schouder. Mama wist ook altijd op de meest onmogelijke momenten te bellen. Net als je het druk had. Maar goed, dat kon ze door de telefoon natuurlijk ook niet zien. “Ja mam, ik vind het prima, leuk idee. Wat wil je doen?” “Nou, ik had gedacht, als we nu eens gezellig met zijn allen uit eten gaan, en we geven Marieke dan op die avond haar kado. En dan moeten we natuurlijk ook wel iets speciaals geven, we moeten maar eens goed navragen wat ze graag wil hebben. Ze gaat beginnen aan een nieuwe opleiding dus ze kan best wel wat dingen gebruiken. Ik betaal het etentje, vind je dat een goed idee?”

Ik zuchtte onhoorbaar. Natuurlijk, ik gunde mijn nichtje alles in de hele wereld, meer steun dan ik ooit had gekregen. En het stak me dat het me stak, dat mama zich helemaal inleefde in de rol van gulle en moderne oma. Niks was teveel, Marieke moest krijgen wat ze nodig had. Ik dacht terug aan mijn eigen achttiende verjaardag. Wat had ze het een onzin gevonden, feesten voor die jonge kinderen. Ik weet niet eens meer wat mijn kadootje was. Waarschijnlijk iets wat ik nodig had en wat ze anders toch voor me had moeten kopen. Wat een geluk dat ik in juni jarig was, net voor het nieuwe schooljaar. Oh ja, en geld natuurlijk van oom Simon, waar ze zowel voor mij als voor mijn zus kleding van had gekocht. Omdat het helemaal niet nodig was om zo’n jong kind zoveel geld te geven.

Nu niet cynisch worden, het is allemaal al zo lang geleden. De pijn is al zo lang ingesleten, het is iets geworden dat bij me hoort, wat me heeft gemaakt tot wat ik ben. Een belrondje onder mijn zussen leverde toezeggingen op, we zouden gezamenlijk een kado kopen.

De avond van het etentje zelf was er een met gemengde gevoelens. Super dat Marieke blij was met haar kado. Mama zat te stralen als het middelpunt van het universum, zij had het toch maar allemaal mooi laten regelen. En ik, ik genoot van het gezicht van Marieke, van het idee dat zij wel alle steun en support krijgt die ze nodig heeft. Zij komt er wel. Net als ik, alleen misschien met minder littekens. Ik hoop het.

Het feit dat ik voor de zoveelste keer de bijdrage voor het kado van een van mijn zussen niet kreeg, kon aan mijn gevoel van tevredenheid niks veranderen. Laat maar, dat is mijn eer te na. Sommige dingen veranderen nooit.

De wereld ligt immers aan haar voeten. Proost nichtje, daar ga je! Het ga je goed, dat weet ik zeker.

Wie mooi wil zijn

Nu ben ik natuurlijk een simpel provinciaaltje, maar ik heb altijd geleerd dat wie mooi wil zijn pijn moet lijden. Dus pers ik iedere morgen mijn arme voeten in mijn pumps. Als niemand het ziet, strompel ik, als ik in gezelschap ben, loop ik fier rechtop. Alsof mijn tenen niet los in mijn schoenen liggen en mijn hielen niet in brand staan. Op hakken lopen doet pijn, punt.

Maar ik loop achter, het nieuws is inmiddels ook doorgedrongen tot het achterland. Je kunt je voeten laten botoxen, een half jaar gegarandeerd pijnvrij door drie kleine injecties. Drie kleine prikjes en je loopt Sarah Jessica Parker moeiteloos voorbij. Waarom heb ik dat niet eerder geweten. Het heeft nog een echt naam ook hoor, het heet een Loub Job.

Wat wordt het volgende? Een behandeling die er voor zorgt dat die prachtige skinny-jeans niet je bloedsomloop dermate afknelt dat je alleen al tien keer per dag gaat plassen om even van dat tintelende gevoel af te zijn. Om je daarna weer met een diepe zucht en wat heen en weer springen in die mooie maar veel te smalle pijpen te hijsen. Voor 5000 euro kun je je bovenarmen al laten liften zodat je ook weer fier in de korte mouwtjes durft, en dan nog naar iemand durft te zwaaien ook. Zou dat trouwens 5000 euro zijn voor allebei je armen? Toch eerst maar even vragen.

Oud worden in eer en deugd was iets voor onze grootouders, dat is een ding dat zeker is. Maar oud worden volgens het schoonheidsideaal dat nu in alle damesbladen staat is toch ook niet wat we moeten willen. Ik zie het gezicht van mijn man al als ik het hem voorstel. Een tussenweg dan maar?

Leed

Je kunt de televisie niet inschakelen om even naar het journaal te kijken of het komt je tegemoet. Leed, oorlog, ellende, mensen die elkaar naar het leven staan. Grote mannen met een vervaarlijke blik in hun ogen die voor de camera uit de doeken doen waarom hun zaak de enige juiste is. En waarom die andere grote mannen, met een al even vervaarlijke blik, aan de andere kant van die zelfbedachte lijn, er dus helemaal niks van snappen. Ga je de andere kant interviewen, dan krijg je ongeveer hetzelfde verhaal.

En of het nu in naam gaat van politiek of van religie, uiteindelijk draait het toch allemaal alleen maar om macht, om wie er boven op de apenrots mag staan. Zo gaat het al eeuwen, zo zal het waarschijnlijk ook nog wel eeuwen gaan.

Toch moeilijk te begrijpen dat die mannen vroeger kleine mannetjes zijn geweest. Kleine jongetjes die met een verlegen gezichtje en hun duim in hun mond zich verscholen achter de rokken van hun moeder. Zich veilig voelden bij hun moeder. Zouden ze daar nog wel eens aan denken, aan hun moeder? En aan hoe erg het leed van een moeder is, als zij haar kind verliest? Of dat kind nu 5 is of 50 jaar oud, dat maakt immers voor een moeder niks uit.
Ik ben geen moeder, die ervaring heb ik niet. Maar ik heb wel eens in de ogen gekeken van een moeder nadat ik haar had moeten vertellen dat haar zoon niet meer was. En die blik zal ik nooit vergeten.