Toetsenbordhelden

Ik heb het altijd gezien als een guilty pleasure, meelezen met de commentaren van anderen op allerlei posts op Social Media. Mensen, ongehinderd door enige kennis van zaken, gooien hun mening onder een post. Gewoonlijk in het meest verschrikkelijke Nederlands. En ze hebben vaak niet eens gelezen waar het over gaat waardoor ze ook nog eens de plank enorm misslaan. Ik kan er enorm van genieten. Maar wat me de laatste tijd opvalt, is dat er zoveel haatdragende commentaren worden gegeven. Als een minderjarige jongen omkomt bij een vuurwerkincident, is dat voor alle betrokkenen heel erg triest. En inderdaad, het is ook dom. Je moet niet rommelen met vuurwerk, je moet een veiligheidsbril op en gehoorbescherming. Maar wees eerlijk, wie doet dat nu. Ik denk dat tachtig procent van de mensen die vuurwerk afsteken daar helemaal nog nooit aan gedacht hebben. En het zal je kind maar zijn.

Of de reacties op Kjeld Nuis. Zeker, zijn reactie zelf was ook niet heel sympathiek. Maar waarschijnlijk was zijn teleurstelling zo groot dat hij zichzelf even vergat. Moet je hem dan allerlei enge ziektes toewensen? Volgens mij niet. Zijn collega’s reageren nog genuanceerder dan de toetsenbordhelden. Die waarschijnlijk nog nooit een prestatie van belang hebben geleverd.

En dan de mensen die een ongeluk krijgen door de sneeuwval. Die hebben natuurlijk allemaal veel te hard gereden. En niet uitgekeken. Gewoon dom, een gevalletje eigen schuld dikke bult. Maar ik geef eerlijk toe dat ik ook wel eens geschrokken ben als ik moest remmen en ik ineens het ABS-systeem voelde ingrijpen. En ik denk dat ik echt geen scheurneus ben. Maar we hebben toch allemaal wel eens gedacht ‘poeh, dat bracht ik er af.’

Dus ik ben gestopt met het lezen van commentaren op nieuwsberichten. Natuurlijk, je mist er ook helemaal niks aan maar het was af en toe wel komisch. Want de spelfouten die er in die teksten gemaakt worden, die verzin je niet. De verleden tijd van slapen is volgens mij nog altijd ‘sliep’ en niet ‘slaapte’ zoals ik laatst ergens las. Maar de glimlach om een dergelijke fout haalt het niet bij de verbazing over het niveau van sommige mensen. En hun drang dat niveau te etaleren voor de rest van de wereld. Ik vind het heel bijzonder.

Een nieuw jaar

Een nieuw jaar. Wat gaan we allemaal meemaken. In ieder geval is mijn huis verkocht en eind januari komen er andere mensen in wonen. Dat is een heel raar idee. Toch wel. Vooral ook omdat ik altijd gedacht had dat ik dat huis samen met mijn maatje zou verkopen. Wat zouden de nieuwe mensen ervan gaan maken? Ze gaan flink verbouwen, heb ik begrepen. Dat vind ik niet erg. Dat zou ik zelf ook doen. Sommige mensen hebben daar problemen mee, ‘mijn mooie badkamer, mijn mooie keuken.’ Maar ja, je hebt het verkocht en dus moet je er afstand van doen.

Maar dit jaar gaan we ook verhuizen naar ons nieuwe huis. Helemaal ingericht naar onze eigen wensen waar we hopelijk nog lang plezier van mogen hebben. Helemaal omdat ik in de voorbereidingen al een paar keer ‘op karakter’ dingen heb gesjouwd die eigenlijk net iets te zwaar voor me waren. Althans, dat heeft mijn rug me laten weten. ‘Niks gewend hè,’ zou mijn maatje zeggen.

Maar voor het zover is, gaat er nog iets veel spannenders gebeuren. Op 27 februari komt mijn eerste boek uit. Mijn eerste eigen boek. Het was heel gaaf om mee te mogen werken aan verhalenbundels maar hoe tof is het om een eigen boek uit te mogen brengen. En wat gaan andere mensen ervan vinden. Dan moet ik het loslaten, oei. Toch kan ik bijna niet wachten.

Natuurlijk zijn er voor volgend jaar ook onzekerheden. Hoe gaat het met Stef, mijn allergrootste vriend. Mag hij dit jaar veertien kaarsjes uitblazen. Ik hoop het met heel mijn hart. Maar laten we daar nog maar niet te veel bij stilstaan. Voorlopig ligt de kleine stinkerd nog heel tevreden te snurken op de bank.

Het jaar 2025 was weer een bewogen jaar. Met veel verstrekkende beslissingen. Maar het voelt goed. Ik heb vertrouwen in 2026. We gaan er iets moois van maken.

Gelukkig nieuwjaar

Een nieuw jaar. Wat gaat het ons weer brengen? Ik hoop heel veel goeds, heel veel liefde en verdraagzaamheid. Dat laatste is misschien een utopie maar ik blijf stug volhouden. Ik wens iedereen alle goeds voor het komende jaar. Blijf elkaar vasthouden.

Last van december

Het is weer december, de feestmaand. De mooiste maand van het jaar. Nou, niet in mijn optiek. Het klinkt narrig maar ik heb echt een hekel aan december. De enige mooie dag in december is de 21ste. De dag dat de dagen weer gaan lengen. Oké, je ziet er nog helemaal niks van, het is nog altijd alsof je een mol bent als je de hele dag hebt gewerkt, maar het gaat om het idee.

December, de maand waarin heel Nederland volgens de reclames intiem knus bij elkaar zit, niemand ruzie heeft over gourmetpannetjes en iedereen plotseling kerngezond en dolgelukkig is. Tenminste, als je de suikerzoete televisiewereld moet geloven. Gezinnen die zo perfect zijn dat je je bijna afvraagt of ze in een ander universum wonen. Iedereen lacht, niemand mist iemand, er is nergens ruzie. De enige die een traan laat, is iemand die ontroerd is omdat de buurvrouw een schaal koekjes bracht. Ondertussen zit jij op de bank te denken, fijn hoor, dat iedereen zo gelukkig is.

Terwijl de wereld zich opmaakt voor “de gezelligste tijd van het jaar”, voelt het voor veel mensen als een maand vol herinneringen die net even iets te hard binnenkomen. Die lege stoel aan tafel blijft leeg, hoe vaak de supermarkten er in de reclame ook iemand naast zetten. Al dan niet op het laatste moment.

En begrijp me niet verkeerd. Ik ben weer een gelukkig mens. Ik heb een lieve man, lieve familie en vrienden, mensen om me heen die me steunen en er voor me zijn. Ik heb heel veel mooie vooruitzichten. Een nieuw huis. Op 27 februari verschijnt mijn eerste echte boek. Heel veel om heel blij om te zijn. Maar toch, in deze tijd van het jaar knaagt het. Het verlies is weer tastbaar en het gemis enorm. En het gekke is, dat wordt niet minder. Mijn maatje zit nog steeds vol in mijn hart.

Daarom zal ik blij zijn als het allemaal weer voorbij is en we weer over gaan tot de orde van de dag. Op naar de lente.

Functionele Neurologische Stoornis

Sommige gebeurtenissen komen zo onverwacht dat je pas achteraf weer eens beseft hoe wankel het dagelijks leven eigenlijk is. Zo’n moment beleefde ik toen een goede vriend werd getroffen door een Functionele Neurologische Stoornis (FNS). Een diagnose waar je vaak pas van hoort als het te dichtbij komt. En dat deed het, zomaar ineens en zonder waarschuwing.

FNS veranderde in één klap zijn lichaam en zijn vertrouwen daarin. Bewegingen die ooit automatisch gingen, kosten nu enorme inspanning. Communicatie, concentratie, energie, alles lijkt een onzekere factor geworden in een leven dat altijd zo vanzelfsprekend en zeker was. Hij is dezelfde persoon, maar zijn lichaam werkt niet langer op de manier waarop hij dat altijd gekend heeft. Wat mij raakt, is niet alleen de fysieke worsteling, maar vooral de psychische impact. Het voortdurend moeten onderhandelen met een lijf dat zich niet aan de afspraken houdt.

Voor zijn partner is het leven al even drastisch veranderd. Hij werd ongemerkt mantelzorger, planner, begeleider, aanpasser. En hoeveel je ook van elkaar houdt, je moet soms ook zelf even je rust zoeken. Samen maken zij dagelijks het beste van een situatie die niemand heeft gekozen. Hun toekomstperspectief verschoof van vanzelfsprekend naar onzeker, van plannen maken naar per dag bekijken wat haalbaar is.

Toch zie ik in hun verhaal ook iets anders, namelijk veerkracht. Ze leren nieuwe routes kennen, nieuwe gewoontes ontwikkelen, nieuwe manieren vinden om gelukkig te zijn. Ze vieren kleine overwinningen, een goede dag, een geslaagde wandeling, alles wordt een mijlpaal. Je leert anders naar dingen kijken.

Helaas is de buitenwereld vaak nog niet zo ver. FNS is niet zichtbaar. En als een ziekte niet zichtbaar is, wordt het al snel gebagatelliseerd.

FNS verdient meer bekendheid, meer begrip en minder oordeel. Het zit niet tussen de oren. Het is een complexe neurologische aandoening die je leven volledig kan ontwrichten. Door erover te praten, hoop ik bij te dragen aan dat begrip. Want achter elke diagnose schuilt een mens, en achter elke mens schuilt een verhaal dat gezien en gehoord mag worden.

Uitgeversdag

Een uitgever vinden voor je boek is geen eenvoudige taak. Er worden per dag 70 boeken gepubliceerd. Dat zijn ook 70 verschillende schrijvers. Dat is heel veel per jaar. Er zijn misschien schrijvers die per jaar meerdere boeken afleveren maar de meesten houden het bij een boek per jaar. En zie daar dan nog maar eens tussen te komen, als eenvoudige beginner. Want hoe goed je verhaal ook is, er zijn altijd betere. Spannendere. Of bekendere. Want als je een BN-er bent en je wilt een boek over je leven laten schrijven, zijn daar altijd meer geïnteresseerden voor dan voor het verhaal van Truus uit de polder. Sorry Truus.

Ook de nu bekende schrijvers hebben eindeloos moeten leuren met hun eerste manuscript.

Maar er is een lichtpuntje. Marelle Boersma, van de Online Schrijfschool, organiseert eenmaal per jaar een evenement waar het voor aankomende schrijvers mogelijk is om aan tafel te schuiven met uitgevers. En hun boek te pitchen. De dag begint met een uitleg over wat je wel en niet moet doen, hoe een bookproposal er uit ziet en hoe je dat eigenlijk doet, dat pitchen.

Dit jaar was ik er voor de tweede keer bij. Vorig jaar heb ik daar de uitgever ontmoet waar ik mijn eerste boek mee mag uitgeven, Arno van den Kieboom van KeyTree. Dus dit jaar ging ik horen hoe uitgevers van kinderboeken in de wedstrijd staan. Want dat is ook wel een droom van mij, een keer een kinderboek schrijven. Ik heb al wel begrepen dat dat nog niet zo eenvoudig is. Want met welke illustrator ga je werken? De uitgever bepaalt dat voor een heel groot deel. Dat kinderboek komt er nog wel een keer, eerst ga ik me maar eens helemaal focussen op de projecten die wat dichterbij liggen.

Toch was het weer een heel inspirerende bijeenkomst. Goed om te horen wat de verschillende uitgevers aan aandachtspunten meegeven. En ook leuk om te horen wat collega-beginners vinden en vragen. De term ‘groot dromen’ werd door sommigen wel heel erg letterlijk genomen. Als je eerste boek nog niet uit is, is je druk maken over een vertaling naar het Chinees of het eigendom van de filmrechten misschien nog een beetje overdreven. Ach, ik weet het natuurlijk ook niet, misschien hebben zij wel een absolute bestseller geschreven. Wie zal het zeggen. Maar ik denk dat ik het voorlopig maar wat dichter bij huis hou. Want dromen kan ook op een bescheidener vlak.

Echo

Afgelopen vrijdag was het vier jaar geleden dat je moest gaan. Dat je mij zomaar ineens alleen achter liet. Wat lijkt het al lang geleden. En wat lijkt het alsof het gisteren was. Ik ben dankbaar voor alles wat we samen hebben meegemaakt. Ik zal je nooit vergeten.

Mantelzorg

Op 10 november was het de dag van de mantelzorger. Fijn dat die even in het zonnetje gezet worden. Want er wordt steeds meer een beroep op hen gedaan. En ik heb niet te klagen hoor, ik heb drie zussen en wij kunnen de zorg die we hebben voor mijn moeder prima verdelen. Maar je zult maar enig kind zijn. Of door omstandigheden de enige zijn die in de buurt woont. Dan ben je mooi de sigaar. Want ik snap het wel, maar de zorg voor zieken en ouderen wordt steeds verder uitgekleed. Verzekeringsmaatschappijen draaien de kraan steeds verder dicht en mensen moeten steeds meer zelf blijven doen. Dat laatste is wel iets dat ik toejuich. Wat je zelf kunt, moet je ook zelf doen. Maar ja, je hebt ook hele eigenwijze mensen, mijn moeder is er daar één van, die zichzelf schromelijk overschatten en denken dat ze nog heel veel kunnen. En dat kan soms wel heel erg mis gaan.

Het is vaak ook wel heel grappig hoor. Dan duiken we in de kast om koffiebekers te pakken en dan staat er nog maar één. Mijn ‘boodschappenzus’ grijnst en zet op het lijstje van Appie; koffiemokken. Eens in de zoveel tijd ruimt ze ook de koelkast uit en gooit alles weg wat over de datum is. En dat is vaak best veel.

Onlangs kreeg ik een bakje met blokjes kaas mee. Voor de hondjes. Heel lief bedoeld maar ik denk niet dat mijn moeder had gezien dat de helft van de blokjes vol blauwe schimmel zat. Nog een geluk dat ze het zelf niet heeft opgegeten.

En toch maken wij ons ook wel zorgen. Want wat als mama valt. Zo’n oud mens valt pardoes in stukjes. En dan kan je koppie nog wel helemaal in orde zijn maar dan beland je toch nog in een verzorgingstehuis. Dus zeuren wij tot vervelens toe dat ze haar rollator moet gebruiken.

‘Dat doe ik hoor, ik gebruik hem altijd.’

‘Oh, en waarom staat hij dan in de keuken terwijl jij in de voorkamer zit?’

Tja, stilte.

Vanmorgen was het mijn beurt om mama te bellen met de vraag hoe ze geslapen had. Door hectiek op mijn werk was het er even bij ingeschoten. Dus belde mama zelf.

‘Was jij mij vergeten?’

‘Hoi mam.’

Mijn collega’s lagen in een deuk. Zij weten dat mijn zussen en ik om de beurt mijn moeder bellen. En dat mijn moeder daar ook streng toezicht op houdt. En ze geven haar groot gelijk. Want mantelzorg is niet iets waar je licht over mag denken.

Opruimen

Je staat er niet dagelijks bij stil, maar in de loop der jaren verzamelt een mens ongelofelijk veel spullen. Kastjes vol herinneringen, dozen met “misschien ooit nog handig”, stapels papieren, boeken, kleding, servies, decoratie… Het sluipt erin. Elk object heeft ooit een reden gehad om te blijven. Maar dan komt dat moment: je gaat verhuizen. En in mijn geval, zelfs twee keer. Eerst verlaat ik mijn eigen huis en dan gaan we samen naar ons nieuwe huis.

En verhuizen is niet alleen dozen inpakken en adressen wijzigen. Het is ook afscheid nemen. Niet alleen van een plek, maar van een deel van je leven. En dat maakt opruimen toch ook best emotioneel. Elk voorwerp dat je in je handen houdt, roept iets op. Al het gereedschap, gekoesterd en verzorgd. Alle spullen die ‘ooit nog wel eens van pas kunnen komen’. Maar ook mijn eigen dingen, kleding die ik al lang niet meer draag, schoenen die al jaren liggen te verstoffen, achter in de kast. Het is een reis door de geschiedenis van mijn leven.

Toch is het nodig. Want verhuizen betekent ook voor een deel opnieuw beginnen. En dat lukt beter met minder ballast. Door bewust te kiezen wat mee mag en wat achterblijft, creëer je ruimte. Niet alleen in dozen, maar ook in je hoofd. Het is alsof je letterlijk en figuurlijk opruimt. Je maakt plaats voor nieuwe herinneringen, nieuwe routines, een frisse start.

Het is niet altijd makkelijk. Soms moet ik mezelf toestemming geven om los te laten. Om te erkennen dat iets zijn tijd heeft gehad. Maar ik merk dat dat me ook oplucht. Dat het lichter wordt. Dat ik niet alleen een huis opnieuw ga inrichten, maar dat ik ook zelf een nieuwe weg in sla. En dat is best emotioneel. Maar aan de andere kant ook weer mooi. Ik sluit een heel mooi leven af. En begin aan een nieuw. Geen idee wat dat gaat worden. Ik heb er in ieder geval alle vertrouwen in. En dat opruimen gaat daar zeker aan bijdragen.