Eerste Hulp bij Ongelukken

Als gecertificeerd onhandige ben ik gespecialiseerd in kleine ongelukjes. Ik laat dingen vallen, stoot dingen om, het is geen kwestie van onwil, het gebeurt gewoon. Grote hilariteit in mijn familie dus toen ik aankondigde een EHBO-cursus te gaan volgen. “Jij…!? Ach die arme slachtoffers.” De meest vreselijke scenario’s werden me voorgespiegeld, van het per ongeluk op een gebroken been gaan staan tot “oeps, nu is zijn nek echt gebroken.” Ik hoorde het goedmoedig gelaten aan, tenslotte heb ik meer vertrouwen in mezelf dan mijn zusters dat hebben.

Met een clubje van 11 startten we die eerste dag met koffie. Na kennis gemaakt te hebben met de instructeurs kon de les zijn aanvang nemen. Een beetje onwennig stapten we het klaslokaal binnen. De cursus werd gegeven in het gebouw van een middelbare school dus we namen, sinds jaren weer, plaats op de ongemakkelijke stoeltjes.

Ik leerde het verschil tussen soorten verband. Hoe ik een mitella moest aanleggen en wat een brede das was. De Lotusslachtoffers leerden ons dat je een slachtoffer nooit uit het oog mocht verliezen. Dat werd direct bestraft met een volleerd uitgevoerde flauwte. Natuurgetrouw gleden de dames van de stoel op de grond. Daar stond je dan met je goed gedrag, even op weg om een verband te halen en hup, daar gingen ze. De les was natuurlijk dat jij je om het slachtoffer bekommert terwijl je iemand anders vraagt, of liever nog opdraagt, om de spullen te gaan halen.

Wat een respect voor die dames. Het was dat de grijnzende medecursisten ernaast stonden, anders zou je toch echt geloven dat ze ladderzat uit de kroeg kwamen gehobbeld. Steekwonden, brandwonden, botbreuken, hyperventilatie, het kwam allemaal voorbij. We legden slachtoffers in de stabiele zijhouding, controleerden ademhalingen en leerden hoe we de Heimlichgreep moesten uitvoeren. Met veel geduld leerden de instructeurs ons dat je een slachtoffer echt niet vanachter moet benaderen, omdat hij anders bij het omkijken zijn toch al geblesseerde nek weleens helemaal zou kunnen breken.

Gelukkig was er ook veel ruimte voor hilariteit. Als een ongeoefende cursist bij een medecursist een hoofdverband aanlegt, leidt dit tot komische situaties die in The Mummy helemaal niet zouden misstaan.

De avond van het examen was zenuwslopend. Ik moest zelfs nadenken over wat links en wat rechts was. Met het gelach van mijn zussen in mijn achterhoofd deed ik mijn uiterste best. En het zal niet met vlag en wimpel zijn geweest, maar ik was in ieder geval geslaagd.

Het was een leerzame cursus. Ik hoop het geleerde niet te veel te hoeven gebruiken. Ondanks dat ik nu in ieder geval geleerd heb wat ik moet doen. Maar wat ik vooral geleerd heb, is dat je niet direct moet gaan rennen maar eerst de situatie moet doorgronden. Vaststellen wat er daadwerkelijk aan de hand is en welke actie daar bij past. En dat kan ik in mijn dagelijks werk ook prima gebruiken.

 

Zaterdagboodschappen

Mijn schoonvader wordt wat slechter ter been. Dat is eigenlijk een eufemisme, de arme man heeft door zijn reumatische aandoening een behoorlijke vergroeiing aan zijn voeten. Hij heeft aangepaste schoenen, een brace en een paar weken geleden is er een teen geamputeerd omdat die zo vreselijk vergroeide dat hij er alleen maar last van had. Hij draagt het blijmoedig, het loopt toch wel weer wat beter. En hij is zijn humor ook niet verloren, getuige het feit dat hij zijn pedicure om korting heeft gevraagd. Tenslotte hoeft ze nog maar negen tenen te verzorgen.

Met zijn scootmobiel maakt hij de hele stad onveilig. Met het apparaat standaard ingesteld op haasje, alsof alle ouderen trouwens seniel zijn, haasje en schilpadje, maar dat terzijde, op haasje dus, scheurt hij bijna op twee wielen door de bocht. Hij haalt bij de traiteur zijn maaltijden en bij de slijter zijn borreltjes. Tot dusver geen enkel probleem. Het enige waar hij tegenaan loopt, sinds hij zijn rijbewijs semi-vrijwillig heeft ingeleverd, zijn de wekelijkse boodschappen. Want een mens leeft niet alleen van warme maaltijden en een glaasje. Dus heb ik me opgeworpen om hem te helpen. Eens in de twee weken rijden we samen een rondje, supermarkt, slager, waar hij maar heen wil. Ik pas me aan.

Gewapend met boodschappenlijstje betreden we de supermarkt. Ik duw het karretje en volg braaf mijn schoonvader. Zijn lijstje is op route opgesteld dus we hoeven de winkel maar één keer door. Daar kan ik nog wat van leren, ik moet nog wel eens terug naar het begin omdat ik weer eens een artikel over het hoofd heb gezien. Mijn schoonvader niet, hij heeft zijn lijstje en stapt doelbewust door de gangen. Zelfs hij kan zich ergeren aan de huisvrouwen die hun sociale leven ontlenen aan de supermarkt. Terwijl hij toch tijd genoeg heeft, zou je denken. Nee hoor, gedecideerd duwt hij karretjes opzij terwijl hij “mag ik er even bij” moppert.

Hij is ook nog van de oude stempel, pinnen doet hij niet. Hij wil graag overzicht houden over zijn uitgaven. Het is een logica die ik niet helemaal volg, maar goed. Hij is de baas. Nadat de bon is gecheckt en keurig opgeborgen in de beurs, zet ik de boodschappen in de auto. En rijden we terug naar huis.

De eerste keer maakte ik me al zorgen hoe ik al die boodschappen bij mijn schoonvader thuis kon krijgen. Natuurlijk, er is een lift, maar het is toch een paar keer lopen. Mijn schoonvader dirigeerde me echter naar de achteringang van het gebouw en het bleek dat ik de inventiviteit van de senioren schromelijk had onderschat. “Wacht maar even”, hij liep een berging in en kwam terug met een winkelwagentje. “Gekocht voor een euro”, grijnsde hij breed, “we gebruiken het allemaal hier in huis.” Alle boodschappen werden ingeladen en ik duwde blijmoedig achter hem aan naar de lift. Ideaal. Op mijn weg terug zette ik het karretje weer keurig terug op zijn plaats. Klaar voor de volgende keer.

 In de auto terug naar huis glimlach ik bijna de hele weg in mezelf. Natuurlijk, af en toe kan ik wel zuchten omdat de boodschappenrit me niet altijd uitkomt, maar uiteindelijk zou ik de humor ervan niet willen missen.