Schone schijn

“Oh meid, wat een heerlijk water heb je toch altijd. Werkelijk, ik weet niet hoe je het doet maar het smaakt voortreffelijk. En dat blaadje munt, werkelijk subliem.” De buurvrouw graait met haar benige handen naar de kan water die op sidetable staat. Zij neemt graag nog een glaasje. De felrood gelakte nagels matchen perfect met de vuurrode kring lippenstift die zij achterlaat op het glas. Ik griezel en neem nog maar een slok van mijn wijn. Natuurlijk komt me dat te staan op een waarschuwende blik van de gastvrouw maar dat negeer ik. Ze moet me tolereren, ik hoor nu eenmaal bij de familie, al weet ik ook wel dat dat niet van harte is. Zij voelt heus wel dat ik zie dat zij haar sjieke waterkan staat te vullen onder de kraan in de keuken. Daar komt helemaal geen duur bronwater aan te pas. Het blaadje munt is om te verhullen dat er werkelijk geen enkele smaak aan is te bekennen.

Het uiterlijk vertoon van deze familie is werkelijk tergend. Goedkope wijn wordt in een dure karaf geschonken. De karaf is waarschijnlijk een erfstuk, zelf aanschaffen zit er helemaal niet in. Gelukkig zijn hun vrienden en kennissen ook zo, het toneelstuk wordt vakkundig in stand gehouden. En dan is het helemaal niet wenselijk dat er iemand zijn intrede doet dit al deze zaken spottend bekijkt. De wijn van de Aldi is prima te drinken, niets mis mee, maar het feit dat er net wordt gedaan of hij van een vooraanstaand wijnhuis is, maakt dat je er toch hoofdpijn van krijgt.

Wat ook een feest is, is om met de familie naar een restaurant te gaan. Bij voorkeur als er wordt betaald, dan kunnen de duurste gerechten van de kaart besteld worden. Met de air van een veldheer kijkt mijn schoonvader de tafel rond. Zijn baas betaalt de rekening dus eigenlijk krijgen wij het indirect van hem. Respect lijkt hem daarom wel op zijn plaats. Ik bekijk het tafereel en zucht inwendig.

Als we ’s avonds weer thuis zijn, in ons eigen simpele appartement en ik een fles wijn van de supermarkt opentrek, bedenk ik dat dat toch eigenlijk veel beter is. Lekker zijn wie je bent, zonder iedere dag weer die schijn te moeten ophouden. Het lijkt met dat je daar heel moe van wordt.

 

 

 

 

 

Games

Pokémon.jpgIk word oud, nu weet ik het zeker. Ik hou het niet meer bij. Laatst reden mijn echtgenoot en ik in de vroege avond onze straat uit en moesten uitwijken voor een jongen, ik schat hem een jaar of 10, 12, die in een bijzondere pose over zijn fiets gevouwen hing. Verwonderd vroeg ik “wat doet die jongen raar”. Het kwam mij op een licht verwijtende blik te staan. “Mach, die jongen speelt Pokémon Go!” Oh ja, da’s waar, dat nieuwe spel.

Nu ben ik al helemaal niet van het gamen, dat gaat me allemaal te snel en daar moet je handig voor zijn. Jaren geleden, toen we eens een weekendje weg waren met vrienden en hun twee zonen, hebben die eens een poging ondernomen het mij te leren. Ik hoorde hen vooraf al tegen elkaar zeggen “doe maar een makkelijke game, dat kan ze misschien wel.” Ik kan je zeggen, als een jongeman van 13 dat over je zegt, dan krijgt je zelfvertrouwen een heuse deuk. Helaas had hij gelijk, ook het makkelijke spel was aan mij niet besteed. Ik hing binnen de kortste keren met mijn aan flarden gereden autootje in de bomen. Met een zucht hebben de heren het opgegeven. En ben ik maar weer verder gegaan in mijn boek. Veel veiliger.

Het houdt de gemoederen wel bezig, dat op zich is al weer knap. De Russen vertrouwen het spel voor geen cent. In de media zijn de wildste verhalen verschenen over het spel: het zou een middel zijn van de CIA om hen in de gaten te houden. Anderen zien er een potentiële bedreiging in voor de nationale veiligheid. Spelers worden bedreigd, er verschijnen verbodsborden om speler te weren maar je kunt op internet ook accounts kopen van doorgewinterde gamers die die de helft van de Pokémon-populatie al opgespoord hebben. Persoonlijk vind ik dat vals spelen, maar goed.

Ik stel me zo voor dat de bedenker van al deze ongein zich thuis zit te verkneukelen om wat hij of zij (dat weet ik niet) heeft veroorzaakt. Iedere keer als het spel in het nieuws is, is dat een bevestiging van zijn talent. En daar heb ik toch wel veel bewondering voor.

Ik begrijp de hype niet, het ligt aan mij, ik weet het. Ik heb geen talent voor gamen. Ik ben blijven steken bij Wordfeud. Een app die inmiddels in het rijtje van Retro-games staat, naast Tetris. Ik zou alleen willen dat ik de creativiteit had om zo’n hype te veroorzaken.