Zeurseizoen

Met de komst van de langere nachten steekt in ons land ook een terugkerend fenomeen de kop op. Het Nederlandse zeuren. Wij Nederlanders zijn daar expert in. Gelukkig zijn er ook voldoende onderwerpen om over te zeuren, dat dan weer wel. Wat te denken van de Zwarte Pietendiscussie. Een aantal jaren geleden had niemand van het woord gehoord maar het zou me niet verbazen als het inmiddels met stip was binnengekomen in de Dikke Van Dale. Menig BN-er vindt het nodig zijn of haar mening te ventileren. Om door andere BN-ers van repliek gediend te worden. Het onderwerp houdt de gemoederen bezig.

Ook een dankbaar onderwerp is onze Koninklijke Familie. Wat verdienen zij, hoeveel belasting betalen zij. Amalia krijgt op haar 18e een royale vergoeding. Wat een schande. Ach, het arme kind, ze werd dit jaar 13 en nu al wordt er gediscussieerd over haar inkomen. Misschien, als je kijkt wat er van haar wordt verwacht, is de vergoeding wel aan de lage kant. Ik zou niet willen ruilen. En maar glimlachen, en maar vriendelijk blijven. En de coniferen van Soestdijk zijn er niet meer, daar kun je al die goedbedoelde prullaria die je van onnozele onderdanen krijgt echt niet meer achter verbergen.

Gelukkig hebben we ook nog de politiek. En komen de verkiezingen eraan. Want uiteindelijk deugen ze geen van allen “die daar in Den Haag”. Het zijn zakkenvullers, schoppers, leugenaars en ze denken alleen maar aan zichzelf. Dat de meeste van die mensen dag en nacht werken vanuit een eerlijke overtuiging, daar wordt voor het gemak maar aan voorbij gegaan.

Nee, niks in dit land deugt. Oh natuurlijk, er zijn heel veel dingen die best verbetering behoeven. Het zou fijn zijn als er in de gezondheidszorg niet naar geld gekeken hoefde te worden. Als er veel meer geld kwam voor de ouderenzorg. Zeker, er zijn heel schrijnende gevallen. Daar wil ik echt mijn ogen niet voor sluiten. Er zijn veel mensen in ons land die in de problemen zijn geraakt, zonder dat ze daar zelf iets aan kunnen doen. En dat is heel erg, die mensen moeten zeker geholpen worden. Maar zoals een oud-collega van me eens zei “als je in Nederland niks hebt, heb je altijd nog wel iets.” Zij woont inmiddels in Gambia, een land waar je echt niks hebt als je arm bent. Maar waar mensen toch samen er iets van proberen te maken.

Misschien moeten wij Nederlanders eens een voorbeeld nemen aan mensen die, volgens onze maatstaven, echt iets te klagen hebben. En onderhand eens stoppen met zeuren. Want tenslotte wonen wij in een prachtig land. En zolang we kunnen zeiken over het feit dat we niet gekwalificeerd waren voor het EK voetbal, en we dus voorbij gaan aan de echte problemen, hebben we weinig recht van spreken.

 

 

Druk

Het lijkt een modeverschijnsel, iedereen heeft het tegenwoordig druk. Druk, druk, druk. Vraag een willekeurige collega hoe het met hem gaat en je krijgt als antwoord “goed, maar wel heel druk”. Als je het niet druk hebt, hoor je er niet bij. We moeten een volle agenda hebben, niet voor ons zelf maar om aan anderen te kunnen bewijzen dat we belangrijk zijn. Men kan niet zonder ons. We gaan constant in looppas, de stress giert uit onze oren. We durven niet terug te schakelen, bang voor wat anderen hier wel van zullen zeggen. De 24-uurs maatschappij vraagt dat we altijd bereikbaar zijn, berichten en mails komen binnen op onze smartphone en laten ons zelfs in de late avond niet met rust.

Privé is het al niet anders, probeer maar eens een afspraak te plannen. Het is soms ondoenlijk met vrienden of kennissen iets op korte termijn af te spreken. Terwijl juist de spontane ontmoetingen het leukste zijn. Gewoon een avondje samen zijn, dat hoeft niet hoogdravend te zijn, het gaat niet om de randverschijnselen, het gaat om het contact. Soms besef je ineens dat je mensen waar je toch veel om geeft al maanden niet meer hebt gezien of gesproken. Je neemt je voor contact op te nemen maar een paar weken later kom je tot de ontdekking dat je dat nog steeds niet hebt gedaan.

Druk zijn zit ook in je hoofd. Iedereen kent het wel, het gevoel dat te veel mensen iets van je willen. Dat je wilt roepen “laat me met rust, het komt allemaal wel, je hoeft me niet te haasten, ik zorg er echt wel voor.” Al die bordjes die je in de lucht moet houden. Het lijkt een enorme berg waar je niet overheen kunt kijken. En als je denkt dat je het op de rit hebt, gebeurt er weer iets waardoor je zorgvuldige planning weer op losse schroeven komt te staan. Soms zou je heel hard weg willen lopen, gewoon, nergens heen. Maar dat lost niks op, dat weet je zelf ook wel. Je neemt immers jezelf en alle problemen gewoon met je mee.

We doen het onszelf en elkaar aan, daar ben ik van overtuigd. Iedereen rent mee alsof het een wedstrijd is. Ik vraag me alleen af wat je er mee kunt winnen. Niet heel veel, vrees ik, gezien het grote aantal mensen dat zichzelf voorbij loopt.

Soms moet je gewoon pas op de plaats maken en nadenken over waar je mee bezig bent. Gelukkig bestaat er een heel wijs gezegde dat luidt “Hoe eet je een olifant? Stukje voor stukje”. En daar houd ik me dan maar aan vast.