Verjaardagen

18 jaar
Met een gemengd gevoel keek ik de kring rond. Het was wel een andere verjaardag dan we bij mijn klasgenoten het afgelopen jaar hadden meegemaakt. Mama vond het niet nodig om het huis te verbouwen voor een groepje kwebbelende pubers, zoals ze dat noemde. We konden het toch wel gezellig maken. Dus ik had de stoelen zo goed en kwaad als het ging in een kring gezet. Jammer dat ons huis zo’n kille sfeer had. Bij Margo thuis was het altijd veel gezelliger. Ik keek naar haar, ze had dat leuke topje aan waar ik zo jaloers op was. Ik had mama gevraagd of ik het ook mocht kopen maar ze vond het te duur. Margo kreeg kleedgeld maar mama vond dat niet nodig. Ik kreeg immers alles wat ik nodig had. Ik trok mijn zelfgebreide truitje recht. Jammer dat je zo goed kon zien dat het zelf gemaakt was. De wol was net de verkeerde kleur. Misschien had ik toch mijn witte blouse eerder in de was moeten doen, dan had ik hem nu aan kunnen doen. Mama waste niet op commando, zei ze altijd. Margo zat met Hans te praten, ik keek hoe ze samen lachten. Ik hoopte maar dat het niet om papa was, die in de bank zijn boek zat te lezen. Hij zat in de houding die hem zo kenmerkte, net zijn hand onder zijn kin en zijn wijsvinger langs zijn neus. Ik had gevraagd of papa en mama niet een avondje weg wilden gaan maar papa ging niet graag weg op zaterdagavond. Ik zag dat hij eigenlijk een hekel had aan al die vreemde drukte in zijn huis. Liefst had hij maar gewoon zijn gezin om zich heen.
Ik had voor mijn achttiende verjaardag al mijn klasgenoten uit mogen nodigen. Behalve Jolanda dan, want die bracht altijd haar vriend mee. ‘Dat kan ik toch niet maken mam, ze zit bij mij in de klas.’ Mama had nors naar me gekeken. ‘Dan zeg je maar dat ze alleen moet komen, ik ken die jongen, en zijn ouders, en ik wil hem niet in mijn huis.’ ‘Mam!’ Ze keek niet op van het stomme kleed dat ze aan het borduren was. ‘Bovendien vind ik een meisje van achttien veel te jong om een vaste vriend te hebben. Een meisje van achttien moet nog vrij zijn.’ Ik bedacht dat die leeftijd ieder jaar een jaar opschoof, al naar gelang mijn eigen leeftijd. Ik was benieuwd hoe lang ze het vol zou houden. Misschien was ik op mijn dertigste nog wel alleen.
‘Zeg, zou je je gasten niet eens voorzien van drinken?’ Mama kwam uit de keuken met een fles witte wijn. Graves Superieur, ze had de kurk er vast voor me uitgehaald. Ik nam de fles van haar over en liep rond om de glazen van de meisjes bij te vullen. Ik deed de glazen niet te vol, ik wist niet of mama genoeg in huis had gehaald. De jongens dronken bier en cola. Gelukkig zei niemand iets over het merk. Mama vond het niet nodig om Coca Cola te kopen. ‘Dat verschil proef je niet,’ zei ze altijd.
Ik was net klaar met mijn rondje toen de bel ging. Ik had geen idee wie het kon zijn, al mijn gasten waren aanwezig. Mama liep naar de hal om de deur open te doen. Na een minuut stond ze weer terug in de woonkamer. ‘Er is iemand voor je aan de deur.’ Haar gezicht voorspelde niet veel goeds. Ik zette mijn glas op het kleine tafeltje voor me en liep naar de hal. De voordeur stond op een kier en buiten stonden Jolanda en John. Even kreeg ik de aanvechting om de deur dicht te gooien, naar boven te lopen en met mijn hoofd diep onder de dekens te wachten tot deze avond voorbij was. ‘Hoi, gezellig dat jullie er zijn, kom binnen.’ Ik zwaaide de deur uitnodigend open. Jolanda en John stapten binnen en schoven aan in de kring. Ik zag dat ze al snel in een fel gesprek gewikkeld raakten met Michiel en Jasper. ‘Biertje, John?’ Hij knikte naar me en nam het flesje van me over. ‘Ik hoef geen glas hoor Mop, dat zit er om heen.’ Ik voelde mama’s stekende ogen in mijn rug. Ik wist wat ze dacht, ‘zo ordinair, drinken uit de fles.’
Met de moed der wanhoop bleef ik lachen, de hele avond. Als er stiltes vielen, probeerde ik ze vol te praten. Ik bleef maar druk. Ik leek wel een opgedraaide wekker, ik voelde het zelf. Zo zonde ook dat wij helemaal geen elpees met moderne muziek hadden. Ik schaamde me dat ik me schaamde voor mijn ouders en voor mijn huis. Maar ik kon er niks aan doen.
Ik verzamelde de lege glazen en de schaaltjes waar de pinda’s in hadden gezeten. Twaalf uur, ze waren vroeg weg. Ik hoorde Hans aan Margo vragen of ze meeging, even nog wat drinken. Margo hoefde nooit zo vroeg thuis te zijn. Mama vond het niet goed dat ik nog ’s avonds zo laat op straat was, nette meisjes deden dat niet. Ik had me nog nooit zo ongelukkig gevoeld.

Oranjegekte

Volwassen mannen die in oranje outfits elkaar vriendschappelijk een schouderblessure slaan. Gebroederlijk samen dronken worden van het Nederlandse succes. De wedstrijd analyseren alsof zij Johan Cruijff himself zijn. En daarna voldaan huiswaarts keren voor een korte maar zeer welverdiende nachtrust. Winst maakt Morpheus’ armen zacht.

Waarom kan de gewone competitie dit fenomeen niet teweeg brengen?

Moederdag

Het is niet dat ik het al die blije Libelle-moeders niet gun hoor, de verheerlijking van moederdag. Al weken van te voren worden de reclames gedomineerd door de meest verrukkelijke parfums en verzorgingsproducten. De plaatselijke bloemist besteedt extra zorg en omzet aan de boeketten, voor moeder is immers niks te duur. Uiteindelijk profiteert de middenstand nog het meest van moederdag maar dat is in deze tijd van crisis misschien niet eens zo erg.

Het is ook niet dat ik iets heb tegen al die wee-makende reclames op televisie, waarin moeders door hun kinderen in opperste aanbidding verwend worden met knutselwerkjes. Het glazuur spat spontaan van je tanden door alle zoetigheid. Modelkinderen, zonder vlekken in hun kleren, maken zonder ruzie te maken een ontbijt. Alles op een mooi opgemaakt dienblad, croissantjes, eitje, kopje thee. En moeder eet heerlijk zonder te knoeien in bed. Zij slaapt vanavond niet tussen de broodkruimels en eierschilletjes. Nee hoor, helemaal niet.

Het is niet dat ik simpel word van alle teksten in de Social Media “like if you have a mother”, de tenenkrommend slechte gedichten, al dan niet versierd met hartjes, sterretjes en bloemetjes. De wansmaak die de rest van het jaar ten strengste is verboden, wordt op deze dag met veel vertoon uit de kast getrokken.

Het is alleen dat ik er niks mee heb. Mijn moeder was geen Libelle-moeder, wij waren geen Libelle-gezin. Natuurlijk kweekten ook wij Afrikaantjes op de kleuterschool en maakten we grote tekeningen. Dat hoorde immers zo. Ik denk ook wel dat we ze gaven terwijl mama nog in bed lag. Het bevestigde voor haar het beeld dat zij de enige juiste invulling gaf aan moederschap en hoe je een gezin leidt. Of was het een gezinsleven lijdt.

Het is echt niet dat ik zuur wil doen en de dag wil verpesten hoor, maar de Cosby-show bestaat echt alleen maar op televisie.

Onhandig

Hoe onhandig kan een mens, en dan met name een vrouw, zich voelen.
Volgens mij kennen we het allemaal wel, netjes uitgedost, keurig in de kleren, hakken aan. Heerlijk zelfverzekerd lopen we met collega’s en gasten door de gang. Zakelijk, alles onder controle. En dan, een onbewaakt moment, even niet opletten, bons, daar lig je languit in de gang tussen de scherven van je ego. Elegant opkrabbelen is een uitdaging, zo niet onmogelijk. Als een krab met kramp scharrel je zijwaarts om jezelf op de been te krijgen.
Nee hoor, ik heb me echt niet zeer gedaan, niks aan de hand. Iedere vezel van je lijf schreeuwt dat je liegt. Het liefst wil je in een donker hoekje zitten en je wonden likken, aaauw.
Ik weet niet hoe het kwam, ik struikelde. Ook weer een leugen, je weet goed hoe het kwam, je lette niet op en tilde je voeten niet op. Waardoor je er over struikelde, over je eigen voeten.
Behulpzame collega’s snellen toe om je te helpen. Dat wil je eigenlijk niet, het bevestigt weer je onhandigheid, maar je kunt alleen maar vriendelijk zijn. Dat ben je verplicht. Inwendig grom en grauw je maar je perst er een benepen glimlachje uit. Je klopt het denkbeeldige stof van je kleren en recht je rug. Zo snel mogelijk vergeten en terug naar normaal. Nee, echt, ik heb me echt niet zeer gedaan, er is niks aan de hand.
’s Avonds thuis heb je eindelijk tijd om toe te geven aan je pijnlijke lijf. Armen en benen checken op blauwe plekken en met een zucht de befaamde ‘kneuzenzalf’, je aangeraden door een wel handige zuster, aanbrengen op de beurse plekken. Het zal wel weer even duren voor je er weer toonbaar uitziet.
Waarschijnlijk net zo lang als het duurt om je beschadigde ego weer te laten helen.

Paasontbijt in 55 woorden

Paasontbijt
Broodjes, eitjes, vaasje narcissen op tafel. Heerlijk alle tijd.
Gewoon samen, woorden zijn overbodig.
Pasen vorig jaar was bijna hetzelfde maar toch ook zo helemaal anders.
Een burnout legde een grauwsluier over ons hele leven.
Het duurde lang maar op een gegeven moment scheen toch weer de zon.
Geluk is helemaal niet zo hoogdravend.

Het zit tussen de oren

Het zit tussen de oren, zeggen ze. Je moet het zelf doen. Jij bent de enige die er voor kunt zorgen dat je weer beter wordt en dat je je weer goed gaat voelen. Ze hebben makkelijk praten. Denken ze nou echt dat ik dat niet weet. Iedere zondag neem ik het me voor. Sterker nog, dan ga ik echt aan het werk. Ik doe dat al meer dan twintig jaar met heel veel plezier. Ik ben een van de besten, al zeg ik het zelf. Ik heb klanten waar ik al twintig jaar kom, die bij de lunch een bord voor me op tafel zetten en weten hoe ik mijn koffie drink. Klanten die hun hele ellende aan me voorleggen, waar ik eerst een uur koffie drink voor ik aan het werk kan gaan. Klanten waar ik een weekendje mee weg ben geweest, naar zo’n huisje in een park. Ik heb het beste werk van de hele wereld. Op zondagavond weet ik dat. En ik weet dat het me gaat lukken, ik ga het gewoon doen. Lekker aan het werk. Het komt allemaal goed. Beloofd.

Maar dan loopt de wekker af en is het maandagochtend. De gordijnen van de slaapkamer zijn nog dicht, ze sluiten de wereld nog veilig buiten. Mijn vrouw staat op en gaat voor de koffie zorgen. Ik hoor de vertrouwde geluiden en sleep mezelf uit bed met het gevoel dat ik nog vermoeider ben dan toen ik gisterenavond naar bed ging. Hoe gaat het?, vraagt ze dan. En ik zeg dat het goed gaat, ik wil haar niet bezorgd maken. Zij moet ook werken. Maar ik voel me zo bedonderd. Zo uitgeput. Alsof ik gisteren zes flessen hele slechte wijn heb leeggedronken. Mijn maag zit tegen mijn keel aan te duwen. Maar ik doe alsof er niks aan de hand is. Daar word ik steeds kundiger in, moet ik zeggen. Ik heb het idee dat mijn vrouw echt met een gerust hart de deur uit gaat. Misschien is dat ook maar schijn, maar goed, ik doe mijn best. Tenslotte kan zij er niks aan doen.
Ik drink mijn koffie. Rustig, met kleine slokjes, anders komt hij gelijk weer terug. Stiekem kijk ik op de klok. Het gevoel van angst in mijn maag wordt steeds groter. Welke klant ligt ook weer boven op de stapel. Ik weet het niet. Het enige dat ik weet is dat ik de deur niet uit durf. Ik kan die mensen toch niet onder ogen komen. Wat moeten ze wel denken. En dan gaan ze vragen hoe het met me gaat, omdat ze me al zo lang niet meer hebben gezien. Ik weet niet wat ik dan moet zeggen. Moet ik ze vertellen dat ik zo’n watje ben dat niet naar buiten durft en bang is voor wat andere mensen van hem zeggen. Maar ik kan ze ook niet zomaar voorbij lopen. Ik ken die mensen immers al zo lang. Soms zou ik willen dat ik onzichtbaar kon zijn, gewoon mijn werk doen zonder dat ik met iemand hoef te praten. Het knijpende gevoel in mijn maag wordt steeds erger. Ik zit onrustig te schuiven op mijn stoel. Mijn vrouw stopt eindelijk haar spullen in haar tas en doet haar jas aan. Niet dat ik haar weg wil hebben, ik zou haar het liefste de hele dag bij me hebben. Ze kust me en wenst me succes vandaag. “Pas maar goed op jezelf,” zegt ze. Ik knik. Ik hoor de voordeur achter haar dichtvallen. Nog even wacht ik tot ik zeker weet dat ze weg is. Dan ren ik naar het toilet om over te geven.
Ik durf niet naar mijn werk te gaan. Het idee alleen al maakt me ziek. Ik blijf net zo lang op het toilet tot er niks meer in mijn maag zit en ik alleen nog maar die bittere gal proef. Wat gebeurt er toch steeds met me? Ik ben toch nog steeds dezelfde als vroeger. De huisarts zegt dat ik een depressie heb. Maar hoe komt dat dan toch? En waarom helpen die medicijnen niet? Ik begrijp er niks van. In het weekend, als ik samen ben met mijn vrouw en onze hond, voel ik me prima, zelfs vol goede moed om maandag weer aan de slag te gaan. Maar waarom hang ik dan op maandag weer kotsend boven de pot? Hoe lang kan ik dit nog volhouden? En hoe lang houdt mijn vrouw dit nog vol? Want zij is toch destijds met een hele andere vent getrouwd. Ik moet het veranderen, ik moet aan het werk. Nu.
Met een zucht haal ik mijn jas tevoorschijn en pak mijn spullen. Ik ga het doen, ik ga de deur uit. Wat denken ze allemaal wel! Ik ben een man en geen muis. Ik start mijn auto en rij de straat uit. Mijn maag draait zich bijna om. Nog voor ik de snelweg bereik, moet ik stoppen. Het lukt niet, het lukt echt niet. Trillend en zwetend draai ik om en rij naar huis. Ik parkeer mijn auto weer op de oprit. Hopelijk kom ik de buurvrouw niet tegen. Die ziet mijn auto weer een dag voor de deur staan. Met een enorm gevoel van verslagenheid zet ik mijn spullen in de keuken en loop naar boven. Ik kleed me uit en kruip in de veilige geborgenheid van mijn bed. Deze dag zal ook wel weer voorbij gaan. Morgen ga ik het weer proberen, misschien gaat het dan beter. Het zit tussen de oren, zeggen ze. Ik weet het niet, misschien wel. Maar waarom doet het dan zo’n pijn?

(Gepubliceerd in Schoon Schip, 21e jaargang, 2014, nummer 1)

Wat schuilt er achter een advertentietitel…..

Tussen de kleintjes in de krant:
Gratis af te halen: ruime villa in Brasschaat. Volledig gemeubileerd naar Engels voorbeeld. Tuin onder architectuur aangelegd. Vroeger achtergrond voor een gelukkig gezin waar kinderstemmen helder weerklonken in de zonnige vertrekken. Alle voorwaarden aanwezig voor een goede omgeving om op te groeien.
Soms slaat geluk een andere richting in.

 

More is less

Schrijverspunt.nl heeft een nieuwe categorie verhalen, schrijf in 55 woorden wat je wilt zeggen. Eerlijk is eerlijk, dat valt niet mee. Vandaar dat ik begin met een makkelijk onderwerp. Onze eeuwige bron van vermaak, Stef. Altijd vrolijk als hij je ziet, aanhankelijk en soms vreselijk stout. Zie je, het lukt wel in 55 woorden.

Heerlijk huisdier

Trouwhartig keken de ronde zwarte ogen me aan. Heb ik dat nu niet heel goed gedaan? Ik ben echt trots op mezelf, een superprestatie al zeg ik het zelf.
Gelaten bekeek ik de woonkamer, bezaaid met grote witte vlokken, omgetoverd in een winterwonderland. Morgen maar weer naar de dierenspeciaalzaak om een nieuw kussen te kopen.

Verjaardag

Vandaag is de verjaardag van mijn vader. Hij zou 81 jaar oud zijn geworden. Het was hem niet gegeven, hij is uiteindelijk maar 66 geworden. Zelf had hij ook nooit verwacht oud te worden, zelfs zijn vijfenzestigste verjaardag was al een verrassing voor hem. ‘Nu heb je jezelf overleefd pap, nu word je honderd’, ik hoor het mijn zus nog zeggen. Het mocht niet zo zijn.
We hebben elkaar nooit begrepen, mijn vader en ik. Ik was geen uitzondering, mijn zussen heeft hij ook nooit begrepen. Ik denk dat het zijn grootste frustratie was. Wij hebben er mee moeten leren leven.

Wij zijn opgegroeid in de nare jaren ’70, waarin het leek of iedereen modern en liberaal was. Helaas heerste achter de meeste doorzongevels nog altijd de invloed van een opvoeding in de jaren ’50. Bekrompenheid was dan misschien wel uit de mode, het was zeker nog niet uit de wereld. Het ‘wat zullen de mensen er van zeggen’ was nog altijd een belangrijke drijfveer. Ook in ons gezin, waar mijn moeder er enorm belang aan hechtte het beter te doen dan haar moeder en naar de buitenwereld een schijn van een gelukkig gezin op te houden.

Ik denk dat mijn vader kopje onder is gegaan. Hij zat teveel vast in het verleden om de moderne tijd te kunnen begrijpen. Ik weet niet of hij het heeft geprobeerd. Ik heb het hem nooit gevraagd. Ik heb hem eigenlijk nooit gevraagd wat zijn drijfveren waren. Helaas. Want nu is dat te laat. En zal ik nooit weten wat hem dreef.