Hygiëne

 

IMAG0614

Ik kan met verbazing kijken naar Stef als hij bezig is met zijn dagelijkse hygiëne-ritueel. Met een lenigheid waar ik alleen maar jaloers op kan zijn, stopt hij zijn voet in zijn bek en begint grondig te poetsen. Het is alleen die lenigheid, overigens, waar ik jaloers op ben. Dat met die voet, dat sla ik toch maar liever over.

Nauwgezet wordt alles afgelikt. Oei, jeuk in het oor. Zijn hele lijf schudt heen en weer als hij met zijn poot zo diep mogelijk in zijn oor probeert te komen. Hè, dat voelt beter. Hij bekijkt even zijn tenen en hup, daar gaan ze weer in zijn bek. Verder met schoonmaken. Daar moet ik als mens toch helemaal niet aan denken.

En dan is Stef niet eens een lenige hond. Zijn gedrongen bouw beperkt hem toch ernstig in het aantal plaatsen dat hij kan bereiken. Soms is dat een voordeel. Toen hij nog wat jonger was, hebben wij hem laten castreren. We willen geen nakomelingen en Stef zou er rustiger van worden. Na de ingreep waarschuwde de dierenarts dat we moesten zorgen dat hij niet aan de wond kon likken. “Ach”, zei mijn maatje, “dat zal wel meevallen. Daar kan hij toch niet bij.” De dierenarts keek verbaasd, een hond die niet aan zijn eigen ballen kan likken, poeh. Niet dat hij niet zijn best doet, maar het lukt hem echt niet. Maar de delen die wel bereikbaar zijn, worden nauwkeurig gepoetst.

Nou zijn honden natuurlijk over het algemeen wel viespeuken. Katten zijn veel netter wat dat betreft. Het boeit Stef ook niet of hij door de viezigheid moet lopen. Plassen zijn anders, daar krijgt hij koude voeten van, maar modder, dat is je ware. Vooral bermen met hoog gras en veel vuiligheid zijn heerlijk om in te grasduinen. Dan zie je hem lopen met een gelukzalige blik en een hoop onbestemde rommel om zijn bek. En dan hebben wij nog geluk. Er zijn ook honden die het heerlijk vinden in een weiland een koeienvlaai op te zoeken en er door te rollen. Of die ergens een kadaver vinden en dat gebruiken als een vreemd soort deodorant. Je wilt zo’n dier eigenlijk helemaal niet meer mee naar huis nemen, hoeveel je er ook van houdt. Het valt niet mee de lucht uit die vacht te krijgen. De dag erna hangt de geur van verrotting nog heel subtiel in huis.

Het blijven bijzondere gewoontes maar ach, eigenlijk kun je er toch alleen maar jaloers op zijn. Het gestel van een hond is zoveel sterker dan dat van ons als mens. Als wij binnen zouden krijgen wat een hond soms opeet, dan waren we al lang met gillende sirenes en een darmkoliek naar het ziekenhuis gebracht. Dat is een ding dat zeker is.

 

Verbijsterd

sad-505857_1920

Soms kom je mensen tegen die alles tegen lijken te hebben. Wat er maar fout kan gaan, gaat ook fout. Als buitenstaander heb je dan het idee dat ze het zelf veroorzaken maar is dat wel zo? Want je wilt toch niet dat al je relaties de mist in gaan. Maar je verdiept je niet in haar problemen, je hebt het te druk met andere zaken. Je ziet elkaar ook niet zo heel vaak dus het raakt meer en meer op de achtergrond.

Ze krijgt een relatie, met een man die al een aantal kinderen heeft. De relatie gaat mis maar ze blijft moeder voor de kinderen. Samen met haar eigen kind probeert ze ze zo goed mogelijk op te voeden. Ze is alleen nog zo jong, zo onervaren. Fout op fout. Probleem op probleem.

Ze wil zelf ook leven. Genieten. Maar ze kent geen grenzen. Dat heeft ze nooit geleerd. Dus ook daar loopt ze tegen zaken aan die ze niet kan oplossen. Ze verwaarloost zichzelf. Drank, drugs, de maatschappij keert zich tegen haar. Haar gezondheid laat haar uiteindelijk ook in de steek.

Dan treft ze een goede man. Rustig, huisje, boompje, beestje. Ze krijgen samen een kind en even lijkt alles in rustiger vaarwater te komen. Maar het lukt niet, de onrust in haar lijf blijft haar achtervolgen. Ook die relatie loopt stuk. Het lukt haar weer niet.

Het zorgen voor haar zoon valt niet mee. Weer vervalt ze in de oude fouten. Haar omgeving spreekt er schande van. Hoe kun je je kind zo verwaarlozen? Het doet haar verdriet, ze doet haar best maar het lukt gewoon niet. Iedere keer weer die valkuilen, ze mag toch zelf ook wel genieten. Mensen noemen haar een slechte moeder. Ze zoekt troost.

Maar de mensen die zich haar vrienden noemen, bezorgen haar meer dan een slechte naam. Ze is niet meer welkom op de plaatsen waar ze eigenlijk rust zou moeten vinden. En het is niet eenvoudig andere vrienden te vinden. Ze zit vast in haar omgeving, zonder werk, zonder inkomen, zonder vooruitzichten op een betere toekomst. Ze berust en probeert op haar manier gelukkig te zijn.

En dan, dan is het ineens voorbij. Haar omgeving blijft verbijsterd achter. Wat is er gebeurd? Heeft ze het zelf opgegeven? Hadden we het kunnen voorkomen? Hadden we meer kunnen doen? Helaas, we zullen het nooit weten.

Gespreksonderwerp

sparrows-2759978_1920

We kennen het allemaal wel denk ik. Je zit samen met mensen en vallen er stiltes. Het valt niet mee om het gesprek gaande te houden en je denkt over allerlei mogelijke onderwerpen maar er komt niks. Er zijn zo weinig gezamenlijke gespreksonderwerpen dat je van armoe maar begint over het weer. “Jammer hè, van afgelopen weekend. Het was echt niks.” Er wordt instemmend geknikt en dat was het weer. Stilte.

Sommige mensen zijn ook gewoon heel saai. Daar moet je de woorden uit trekken. Of ze zijn zo dodelijk verlegen dat ze zich niet voor kunnen stellen dat iemand anders interesse heeft in wat zij te vertellen hebben. Ik weet nog dat wij een kleine verbouwing aan ons huis lieten uitvoeren. De mannen die het werk kwamen uitvoeren waren keurig netjes, als ze naar huis gingen lag er geen kruimeltje troep. Niet in ons huis en niet in de tuin, waar ze ook bezig waren. Maar och, wat duurden de dagen lang.

“Hoe laat drinken jullie koffie?”

“Om 10.00 uur, maar dat hebben wij zelf bij ons.”

“Lusten jullie tussen de middag soep?”

Gelukkig, dat lustten ze wel. Ik kon gerust adem halen. Om 12.00 uur zette ik de pan soep op tafel en de mannen schepten op. En aten zwijgend. Daarna kwamen de boterhammen op tafel. Zwijgend. De vragen die ik stelde werden beantwoord met ja of nee. Uiteindelijk heb ik het opgegeven.

Het kan ook heel anders. Pas geleden had ik eindelijk, na een paar jaar, een afspraak met een oud-collega. We hadden het al zo vaak geprobeerd maar iedere keer kwam er weer wat tussen. Soms serieuze zaken, soms deden we ook gewoon niet genoeg ons best. Maar, uiteindelijk, de datum werd vastgesteld en we beloofden elkaar dat er nu niks tussen zou komen.

En dat gebeurde ook niet. We troffen elkaar in zijn kantoor en na nog geen minuut was het weer als vanouds. We bespraken de oude vertrouwde onderwerpen. Geliefden, kennissen, werk. Alles kwam weer aan bod. Samen gingen we uit eten en veroorzaakten we overlast voor de naast ons gezeten restaurantgasten. Ach, die mensen kenden we toch niet, en als ze last hadden van ons gelach, waren het eigenlijk maar chagrijnen,

Het werd een gouden avond en aan het eind waren we weer helemaal bijgepraat. Wat stom dat we elkaar zo lang niet gezien hadden. We namen afscheid met een dikke zoen en de plechtige belofte nu zeker eerder af te spreken. Nu kan ik natuurlijk alleen voor mezelf spreken, maar ik denk echt dat we allebei die belofte gaan houden. En ik verheug me er al op.

 

Verhalen vertellen

auto-3290676_1920

Een collega-schrijver las mijn verhalen en vond dat er nog veel verhalen verteld moesten worden. Dat ik mijn vader wel beschreef maar hem geen recht deed. En eigenlijk had hij daarin gelijk. Ik heb nooit de beklemmende sfeer van de 70-er jaren beschreven. De tijd waarin de mensen zo modern waren. En tegelijk zo bekrompen. Vrije seks en macramé. Krakers en bruidjes van 17 jaar oud. Ik weet nog goed dat mijn vader mij naar een middelbare school stuurde die niet bekend stond vanwege het drugsgebruik van haar leerlingen. Maar dat betekende niet dat er geen drugs werd gebruikt. Integendeel.

Onlangs vertelde een collega dat hij in zijn jeugd samen met zijn vader een Simca 1000 had opgeknapt. Met de bedoeling rally’s te gaan rijden.  Ik was gelijk weer een heel eind terug in de tijd. Mijn vader bracht ons met zijn Simca 1000 naar de kleuterschool. HIj haalde er mijn oom mee op, die in een klooster woonde, om te komen logeren. Wij mochten dan mee. Op de achterbank, geen hoofdsteunen, geen gordels. Skai bekleding, lekker zweten in de zomer.

Daarna kocht mijn vader een Simca 1100. Ik weet nog dat ik dat als kind een hele grote auto vond. Als ik hem nu, sporadisch, nog eens tegenkom, denk ik, oei, wat een klein autootje. We reden ermee naar Frankrijk. Ik weet nog heel goed dat we op een gegeven moment vlakbij Lille stil vielen. Mijn vader stapte uit, deed de motorkap open en trok een technisch gezicht. Hij draaide aan wat zaken, klopte hier en daar eens op en sloot met een klik de kap. Zelfverzekerd stapte hij achter het stuur en draaide de sleutel om. Waarschijnlijk was de auto onder de indruk van deze houding want de motor sloeg aan. We konden weer verder.

Toen had ik ontzag voor mijn vader. Hij was de man die ons veilig naar Frankrijk bracht. Die ‘s avonds toch mijn spoken wegjoeg. Pas veel later ben ik er achter gekomen dat mijn vader gewoon ook een man was met angsten en onzekerheden.

Mijn vader was heel gelovig. Heel katholiek. Heel ouderwets, zelfs toen al. Hij had vier dochters en dat was ook een hele opgave. Want er kan heel wat gebeuren met vier dochters. Die kunnen tegen heel veel foute jongens aanlopen. Niet dat dat het geval was, welnee, maar mijn vader bekeek al onze vriendjes met argusogen. Ik heb wel eens gezegd “al was ik met iemand van koninklijke bloede thuis gekomen, mijn pa had er nog een vlekje aan kunnen vinden.” Achteraf vind ik het wel aandoenlijk. Toen niet, ik vond het mega irritant. En heb dat ook tegen hem verteld. De arme man.

Ik heb zelf geen kinderen. Ik weet niet hoe het voelt als ze gaan uitvliegen. Ik weet alleen dat ik nu pas snap dat mijn vader eigenlijk op dat gebied een getergd man was. Misschien kan ik, door dit verhaal te vertellen, enigszins recht doen aan zijn onzekerheden.

 

Peuterinfluencer

green-2558204_1920

Ik heb een nieuw begrip geleerd. Dat is op zich niet bijzonder, ik leer iedere dag bij. Maar dit is voor mij wel een openbaring. Ik wist nl. helemaal niet dat dit ooit zou kunnen bestaan. Waar heb ik het over, wel, over de peuterinfluencer. Wat zegt u, ja inderdaad, de peuterinfluencer.

Kinderen van een paar jaar oud, die helemaal niet bezig zijn met Social Media. Zelf ook meestal nog niet kunnen lezen of schrijven. Hun foto’s gaan de hele wereld over. Alle peuters willen zijn zoals zij. Huh? Welnee, het is gewoon een gewiekste moeder die haar peuter schaamteloos uitbuit. En daar vreselijk veel geld aan verdient. Want het zal die kinderen waarschijnlijk een zorg zijn. Als ze maar lekker kunnen spelen. Dat vergelijken met elkaar komt pas later. Dan wordt het pas belangrijk om de juiste kleren te dragen en de juiste mensen te kennen.

Ik vraag me wel af of de moeders hun commentaren eerst bepreken met die kleine eigenwijsjes. Hoe gaat dat gesprek dan aan de keukentafel. “Kijk, je hebt er weer 100 volgers bij.” En denkt zo’n kleintje dan “oh, maar dat is fijn, dan kan ik nog meer invloed uitoefenen op het modebewustzijn van de wereld.” Of komen de woorden eigenlijk niet eens binnen en wil de peuter het liefst gewoon lekker verder met spelen.

De moeders denken dan waarschijnlijk “yes, meer advertenties, meer inkomen”. En hijsen hun kind in een nieuwe outfit om op weg te gaan naar de volgende foto-shoot. “En denk er om, wel lachen hoor.” Eigenlijk is het gewoon zielig. Je kind wordt gewoon een attribuut.

Het is sowieso een vreemd fenomeen, influencers. Ik heb altijd geleerd dat je jezelf moet proberen te zijn. Uniek, tegendraads, je niet mee laten slepen door de massa. Of is dat allemaal pas later gekomen. Ik weet het niet meer.

Ach, misschien zie ik het allemaal veel te serieus. En moet ik volgers op Instagram met een korreltje zout nemen. Hoewel het toch wel een miljoenenindustrie is geworden. Maar ook dat houden we met z’n allen zelf in stand. Nee, dan zie ik toch liever de verrichtingen van Influenza. Ik denk dat Paul de Leeuw er net zo over denkt als ik.

 

 

 

 

Online shoppen

internet-1593378_1920

Foutjes zijn makkelijk gemaakt. In het pre-digitale tijdperk was een komma verkeerd zetten nog handwerk, maar tegenwoordig is het zo gebeurd. Niet dat het toen niet gebeurde, ik zie nog het gezicht van mijn schoonmoeder voor me toen ze zich realiseerde dat haar man niet 10 maar 1000 euro had overgemaakt naar de Hartstichting. Doneren en helpen is mooi maar dit was toch overdreven. Pa keek er schuldbewust bij, hij had zich echt gewoon vergist. Gelukkig is de Hartstichting een eerlijke organisatie en zagen zij ook wel dat de maandelijkse donatie ook deze maand een nette 10 euro moest bedragen. Op mijn vraag waarom pa niet gewoon automatisch liet incasseren antwoordde hij “Nee, ik wil de baas zijn over mijn eigen rekening.” Ik beet op mijn lip om geen bijdehante opmerking te maken. Ma was minder tactvol, “ja, dat zien we, sufferd.”

Tegenwoordig is alles met een muisklik te bestellen. Je zoekt een product, plaatst het in het winkelwagentje en klikt op bestellen. De radertjes gaan lopen en een paar dagen later staat de pakketdienst voor de deur. Dat gaat natuurlijk wel eens fout. Een gemeenteraadslid in Duitsland bestelde in plaats van 20 pakken 20 pallets toiletpapier voor het gemeentehuis. Gelukkig raakt dat niet over de datum, ze kunnen nog jaren vooruit.

Of wat te denken van die werkgever die per ongeluk iedere werknemer 30.000 euro teveel salaris uitbetaalde. Verstandige werknemers lieten het geld ongemoeid maar er zijn natuurlijk ook altijd feestnummers die een buitenkansje ruiken. Of mensen met loonbeslag, die zijn gelijk van een groot deel van hun schulden af. Althans, zo lijkt het. Het lijkt me voor de loonadministrateur een heel beroerd moment. Allereerst het moment dat hij beseft dat hij een enorme fout heeft gemaakt. Was dat een seconde nadat hij op ‘send’ had gedrukt? Of had iemand hem er fijntjes op attent gemaakt. Had hij een telefoontje gekregen van een dankbare collega? Ik kan me voorstellen dat hij het even heel warm heeft gekregen.

Ooit had ik een collega die door een fout  van de belastingdienst bijna een ton bijgeschreven kreeg. Hij besefte direct dat hij dat terug zou moeten betalen. Hij wist alleen niet wanneer. Dus opende hij een nieuwe spaarrekening, je kreeg toen nog rente, zette het geld apart en wachtte rustig af. Het duurde bijna een jaar voordat de belastingdienst de fout ontdekte. Van de rente is hij lekker met zijn vrouw uit eten gegaan.

Ik moet zeggen, ik heb zelf nog nooit een meervoud van spullen besteld. Ik moet het afkloppen want ik ben nogal ongeduldig en redelijk ‘klikkerig’. Als ik denk dat het niet goed gaat, klik ik vrolijk verder tot het wel lukt. Ik weet het, daar moet je mee uitkijken. Voor hetzelfde geld staat er binnenkort een koerier voor de deur met 20 dozen varkensoren. Terwijl ik maar 20 oren heb willen bestellen. Ach, ik weet dat er één kleine man in ons huishouden dan heel dankbaar gaat zijn. Dat dan weer wel.

 

 

Zo maken ze ze niet meer….

steampunk-1609396_1920

Mijn middelbare schooltijd speelde zich af eind jaren 70 en begin jaren 80. De tijd van punk, new wave maar ook van disco. Er was een duidelijke scheiding tussen de verschillende groepen. Hoewel, mijn klasgenoten en ik hingen verschillende stromingen aan. We gingen graag naar de disco maar echte adepten waren we niet. We zongen mee met Doe Maar en met Pat Benatar. Maar ook de meer alternatieve muziek kon onze waardering wegdragen. De punkbeweging had zo zijn bekoringen.

Vandaar dat ik een paar weken geleden toch weer van mijn stuk werd gebracht. Mark Hollis is overleden. Wie? Veel mensen zegt het niks. Maar Mark Hollis was de zanger van Talk Talk. Een van de helden uit mijn jeugd. Wat heb ik die elpee grijs gedraaid. Ik weet niet eens of ik hem zelf gekocht had of gekregen van iemand. Het was wel mijn favoriet. Het bracht me gelijk weer jaren terug. Boeh, middelbare school. Onzekerheid, niet weten wat je moest, wat je wilde. Nog denken dat je de wereld kon verbeteren. Ik wil niet cynisch klinken hoor, want dat ben ik helemaal niet, maar van dat idee zijn we op een gegeven moment toch maar afgestapt. Ach, het overkomt volgens mij iedereen. Daar moet je ook niet te zwaar aan tillen. Maar die muziek, die is voor mij toch altijd wel gebleven.

Zelfs mijn maatje werd enthousiast over mijn muziek. Die was van huis uit weer fan van heel andere muziek. Elvis, Roy Orbison, dat soort mannen. Ook mensen waar tegenwoordig de meesten hun neus ophalen. Ik leerde Elvis waarderen en hij werd fan van Alyson Moyet. Ook daar hoor je helaas niks meer van.

Maar misschien is dat maar goed ook. Laatst kwam ik nog informatie tegen over Kim Wilde. Dat was in mijn tienertijd toch wel een droom van heel veel jongens. Inmiddels is ze een groot fan van de Keukenhof. Heel spannend. En wat te denken van Blondie. Debby Harry was natuurlijk de definitie van sexy. Totdat je foto’s opzoekt en ziet wat een ravage botox kan aanrichten.

Nee, laten we de muziek uit de jaren 80 maar gewoon blijven koesteren. Helaas beginnen de helden van toen weg te vallen. Het heftige artiestenleven begint zijn tol te eisen. We horen het nieuws en zoeken de oude nummers nog eens op via Spotify. En dan kijken we elkaar aan, lachen om onze eigen oubolligheid, en zeggen “zo maken ze ze niet meer hè.”