Heerlijk herfst

stoofpeertjes.jpg

Als wij in september op vakantie gaan, is het altijd maar de vraag of het mooi weer is. We blijven in de buurt, in de Belgische Ardennen, dus we kunnen niet uitgaan van warm weer of zelfs droog weer. Deze onzekerheid weegt voor mij alleen niet op tegen de geur van de herfst. In de ochtend kun je het al ruiken, ietwat vochtig, ietwat rottend blad. Mijn maatje deelt maar ten dele mijn voorliefde voor de geur van rottende natuur, voor hem is het een voorbode van de winter. Voor mij ook, maar ik kan toch wel genieten van dat laatste knallen van de natuur. Nog even uitpakken in de meest mooie kleuren.

Op de camping waar wij geregeld komen, staan een paar perenbomen op het terras. Hier wordt niet veel mee gedaan. De meeste peren komen al rottend aan hun eind, honden worden er van af getrokken en eventueel passerende ratten hebben een feestmaal. Dit jaar zagen echter de peren er zo mooi uit dat ik ze niet kon weerstaan. Ik maak stoofperen namelijk op een heel moderne manier. Mijn moeder kookte ze in water, met rode suiker. De pan stond een paar uur te pruttelen en het resultaat waren lichtroze peertjes die, met excuus aan mijn moeder, smaakten naar het water waar ze in gekookt waren. Ik vond er niet veel aan. Tot ik tegen een recept aan liep dat er heel anders uit zag. Met zwarte peper, kaneel, maar vooral ook veel rode wijn en een flinke scheut port. Volledig geschikt voor de magnetron. De alcohol vervliegt, dus dat is geen probleem, maar de smaak blijft. Pittig, gepeperd en prachtig rood.

Ik klom op een stoel en trok wat peren van de boom. Natuurlijk kreeg ik direct hulp en samen met een dame van de camping plukte ik een grote doos met peren. Bij de plaatselijke supermarkt werden de benodigde ingrediënten ingeslagen, kaneel, steranijs, port, wijn. Niet direct de meest gangbare zaken die je in je vakantie koopt maar wel grappig om ook een keer in je karretje te hebben.

Op de camping trof ik de voorbereidingen. Mijn maatje was zo lief geweest om ondertussen alle peren al te schillen. Geen makkelijke klus, stoofperen zijn vreselijk hard. De wijn, suiker en peper ging in een schaal en in de magnetron. Ons plekje begon te ruiken als een regelrechte whisky-stokerij. Daarna de peren en verdere toebehoren in de magnetron. Het ruikt naar de kroeg maar het smaakt voortreffelijk.

Natuurlijk heb je altijd te veel. Het voordeel daarvan is dat je kunt uitdelen. De hele camping ging aan de stoofperen. Heerlijk, wat is de herfst toch een prachtig seizoen.

 

Vrij weekend

beach-1661720_1920

Verschillen in culturen uiten zich soms in de kleinste zaken. Zo is het in Gambia helemaal niet gewoon om een tuin te hebben. Iets waar wij in Nederland al heel wat jaren aan gewend zijn. Dus het wieden van onkruid, voor ons de normaalste zaak van de wereld, is daar een eeuwigdurende strijd tussen tuineigenaar en tuinman. Bovendien stelt de laatste, is het veel handiger een plant uit te trekken die al wat groter is, ook al is het onkruid. Dus waarom op je knieën die kleine plantjes verwijderen. Je kunt veel beter wachten tot ze wat groter zijn. Scheelt werk. Dat dat niet de essentie is van een tuin, ontgaat hem volkomen.

Hetzelfde gebeurt bij het verzoek om het gras te maaien. “Hoezo, dat is toch nog helemaal niet hoog.” De geduldige uitleg; “de bedoeling van een gazon is dat het kort is, en dat is ook makkelijker met maaien”, komt niet helemaal aan. Rare jongens, die Europeanen.

Niet dat de mensen niet behulpzaam zijn, of van goede wil, dat is niet het probleem. Helemaal niet. Ook niet als het gaat om hulp in de huishouding. Maar stoffen boven ooghoogte, dat is toch echt overbodig werk. Dat zie je niet eens. En wie gaat er nu op zijn knieën zitten om de plinten te inspecteren? Zonde van je tijd om daar aandacht aan te besteden.

Nee, dan is het heerlijk om een keer alles achter te laten en een weekend naar zee te gaan. Als je om 07.00 uur ’s morgens opstaat, kom je alleen de dorpsvrouwen tegen die naar hun tuinen gaan. Zij verbouwen groenten en bewateren deze de hele dag. Ze hebben een paar lokale putten waar zij met een emmertje aan een touw water uit kunnen halen. Van de vroege ochtend tot de late middag zijn ze hier mee bezig. Dan lopen ze naar huis, wat vaak ook nog een uur gaan is. Je kunt gerust bewondering hebben voor deze vrouwen, AH.nl komt hier niet voorrijden met een krat vol boodschappen.

Het strand is leeg, er is niets dat het uitzicht bederft. Geen bar, geen restaurant, geen moderne lounge-club waar je voor veel te veel geld wazige dingen eet en drinkt. Geen schreeuwerige borden die je er op wijzen dat dit ‘the place to be’ is. Nee, een strand zoals een strand bedoeld is. Zand, water, zon. Het echte vakantiegevoel. Even geen zorgen, even geen oplossingen hoeven bedenken. Alleen maar stilte en rust. De geluiden van de natuur. Het enige dat je dan kunt doen, is stil zijn.

Morgen vangt het gewone leven weer aan. Ook in Gambia is het soms nodig even er tussenuit te gaan en gewoon te genieten. Waarschijnlijk is dit een overeenkomst tussen alle culturen.

 

 

Tante nonnetje

klooster

Heel af en toe kom je er nog een tegen. Een non. Meestal gekleed in een zwarte of grijze jurk, degelijke kousen en stevige schoenen. En een kap, natuurlijk. Alle haren zorgvuldig weggestoken onder een sluier.

Als kind hadden wij ook een tante nonnetje. De zus van mijn opa was ingetreden in een Frans klooster. Haar ouders hadden niet voldoende geld voor de bruidsschat die zij moest meenemen naar een Nederlands klooster, dus vertrok zij naar het buitenland. Natuurlijk moest ze daar wel hard werken, zij werd operatiezuster. Het klooster was verbonden aan een ziekenhuis, de moeder-overste van het klooster was tevens directeur van het ziekenhuis. Dat kon toen nog.

Regelmatig was zij een paar dagen op bezoek bij mijn opa en oma. Wij vonden dat wel interessant. Ze bracht ook vaak snoepjes voor ons mee, vaak gekonfijte amandelpitten. In Nederland niet bekend maar in Frankrijk geschikt voor iedere gelegenheid. Ik weet nog dat zij, toen mijn jongste zus werd geboren, voor iedereen een klein zakje roze exemplaren bij zich had.

De Franse taal is niet makkelijk. Het viel me op de middelbare school niet altijd mee. Vooral de boeken die we moesten lezen voor de boekenlijst waren best een opgave. De Kleine Prins werd door mijn leraar niet geaccepteerd. Het verhaal was dan misschien ook wel geschikt voor volwassenen, de taal was niet precies wat hij bedoelde met literatuur. Dus begon ik een briefwisseling met mijn oudtante, in het Frans. Natuurlijk over koetjes en kalfjes, tenslotte lagen haar en mijn wereld mijlenver uit elkaar.

Maar het hielp wel. Het vervoegen werd makkelijker en ik leerde meer woorden kennen. Een paar jaar schreef ik regelmatig. En zij schreef terug. Later werd het minder maar toch stuurde ik haar met kerst een volgekriebelde kaart. En ik kreeg er een terug. Haar handschrift werd wel wat bibberiger maar het bleef toch prima te lezen.

Ik werd ouder, leerde mijn maatje kennen en ging met hem samenwonen. Plotseling stopten de kerstkaarten. Ik, in mijn naïviteit, zocht er in eerste instantie niets achter. Misschien had ze mijn nieuwe adres niet, misschien was ze het vergeten, tenslotte werd ze ook een dagje ouder. Ik maakte er een keer een opmerking over tegen mijn moeder. Ze mompelde wat en nam een ontwijkende houding aan. Het wakkerde mijn nieuwsgierigheid aan en ik wilde weten wat er aan de hand was. Na lang zeuren was mijn moeder eindelijk bereid de waarheid te vertellen.

Tante nonnetje bleek niet zo ruimdenkend te zijn, het “behandel uw naaste gelijk uzelf” was toch lastig in praktijk te brengen. Vooral ten opzichte van iemand die niet wettelijk gehuwd is. Mijn moeder schaamde zich. Ik heb er hartelijk om gelachen.

Ik heb mijn tante nooit meer gesproken. Ze heeft een hoge leeftijd bereikt en is rustig ingeslapen. Waarschijnlijk in de veronderstelling dat het gelijk aan haar zijde was. Ach, iedereen heeft recht op zijn eigen mening.

 

Bijzondere eigenschappen

 

storage-1209606_1920

 

Ieder mens heeft recht op een aantal bijzondere eigenschappen. Zo hou ik van sorteren. Dat klinkt redelijk dwangmatig maar ik kan er prima mee leven. Sorteren geeft me rust, vooral in mijn hoofd.

Ik weet nog dat we mijn schoonouders hielpen met verhuizen van een huis met schuur en garage naar een seniorenappartement. Dat op zich was al een klus, er moest van heel veel zaken afscheid genomen worden. Met name de inhoud van de schuur was een probleem. Al die potjes met spijkertjes en schroeven. Mijn schoonvader had alles gesorteerd en geclassificeerd onder de noemer “van alles wat”. En omdat mijn maatje nu eenmaal ook niet sterk is in weggooien, ging de meeste voorraad mee naar huis. En toen ging ik sorteren, heerlijk. Verstand op nul en schroefjes schuiven. Ik werd er helemaal rustig van.

Ik tel ook. Ik kan prima zien wat drie of vier suikerklontjes zijn maar toch tel ik ze af. Een, twee, drie, vier.

Toen ik op mijn arm de initialen van mijn maatje en mijzelf liet tatoeëren, was ik daar toch niet tevreden mee. Wel met de letters zelf, die waren precies zoals we wilden. Maar het gevoel dat er iets miste, bleef aan me knagen. Het duurde even voordat ik het begreep. En een afspraak maakte bij de verantwoordelijke voor die initialen. Hij zette op mijn andere arm een kleine afbeelding van mijn sterrebeeld. “Kijk” zei ik tevreden, “nu loop ik weer recht.” De tattoo-man keek me verwonderd aan, ik denk niet dat hij die reactie vaak kreeg.

Het wordt wel wat minder hoor. De neiging om alles recht te zetten kan ik tegenwoordig prima onderdrukken. En ik kan heel goed leven met het feit dat andere mensen geen last hebben van een gebrek aan symmetrie.

Ach, degene die er het meeste de draak mee steekt ben ik zelf. Ik zie mezelf de dingen recht zetten. Net als mijn vader vroeger als hij de tafel dekte voor het ontbijt. De botervloot kaarsrecht naast de broodschaal. Ik heb het denk ik van geen vreemde.

 

Kleinemannetjessyndroom

chihuahua-633962_1920

In de hondenwereld kent men zeker rangen en standen. Zo heb je de zelfstandige honden, de Basset van mijn zus is hier een goed voorbeeld van. Hele leuke hond, maar gruwelijk eigenwijs. Ook niet te straffen. Als hij weer eens eten heeft gepikt en hij daarvoor op zijn donder krijgt, gedraagt hij zich alsof hij ernstig wordt mishandeld. Hij jammert en moppert als een klein jongetje en kruipt als het zieligste wezen ter wereld in zijn mand. Waar hij zich vervolgens tevreden opkrult en in slaap sukkelt, tenslotte heeft hij toch maar mooi wat extra’s gegeten.

Ook heb je de slimme dames. Zij spannen de dominante mannen voor hun karretje. En gaan dan zelf van een afstandje staan kijken hoe die sufferds door hun baasjes terecht gewezen worden. Hele slimme meiden. Zij laten nadien ook genadiglijk toe dat het mannetje bij hen komt zitten. Niet te dicht, dat niet, hij moet wel zijn plaats weten.

De dominante mannen laten zich ook gewoon gebruiken. Zij komen elkaar tegen en schatten de ander in. Normaal gesproken komen ze tot een overeenkomst. Dan wordt er wederzijds geknikt en ze lopen verder. In een enkel geval moet er even wat machtsvertoon gebruikt worden. Gelukkig is het meestal maar show. Ook de dominante mannen weten dat zij een baas hebben. En die zorgt voor eten en drinken, een niet onbelangrijk iets.

En dan heb je nog de categorie irritante honden. Meestal van klein formaat maar met een enorm ego. Je kunt er langslopen met een Jack Russell of met een Bullmastiff, ze keffen zich altijd de longen uit hun lijf. Het maakt geen verschil En ze kunnen dat ook voor het gevoel uren volhouden. Het keffen beperkt zich niet alleen tot reageren op andere honden. Dat is iets te veel gevraagd. Alles en iedereen vormt een trigger. Een mus die het waagt in de buurt te komen, een kind dat alleen maar even zijn bal komt halen, overal moet tegen geblaft worden. Je vraagt je af of zo’n hond niet moe wordt van zichzelf. Tenslotte haalt het niks uit, de mus blijft gewoon zitten en het kind speelt een eindje verder vrolijk door. Het is ook niet dat ze niet bestraffend toegesproken worden, voor de eigenaar is het ook geen feest. Soms moet er zelfs een blafband aan te pas komen om te proberen het lawaai te stoppen.

Zoals het in de hondenwereld gaat, zo gaat het eigenlijk vaak ook met mensen. Types met kleinemannetjessyndroom zijn niet te stoppen. We kennen ze allemaal, ze worden meewarig bekeken maar hebben vaak een te dikke huid. Of een plaat voor hun hoofd. En blafbanden, dat is voor mensen niet toegestaan. Helaas.

 

Ochtend

foto van Andrea Stokkermans-Snijders.

In mijn vakantie toch wel mijn favoriete tijdstip van de dag, de ochtend. Lekker buiten, koffie er bij. En dan luisteren. Want het is nog stil, het enige dat je hoort zijn de vogels die al druk in de weer zijn en het water van de rivier die langs ons plekje stroomt. De andere campinggasten zijn of nog niet wakker of nog stil.

Op een warme dag als deze ligt Stef al vroeg op zijn kussen. Soms verhuist hij even naar een plekje in de zon maar na een paar minuten is hij weer terug. Onder de tafel, lekker in de schaduw. Hij snapt dat hij zich niet te druk moet maken, dat is niet goed met deze temperatuur.

Een hommel zoemt rond en roodborstjes hippen nieuwsgierig tussen de takken die Stef heeft verzameld bij onze stookton. Het is een hele berg want het is al weken onverantwoord om een vuur te maken. Stef heeft daar geen boodschap aan, hij vist de rivier leeg en brengt stokken mee die zo lang zijn dat hij er amper mee kan manoeuvreren.

Ik schenk nog een beker koffie in en hoor hoe mijn maatje uit bed stapt. Ook hij is in de ochtend niet van de lawaaierige. Samen drinken we koffie en kijken we hoe alles ontwaakt. Stef komt eens kijken en gaat tussen de benen van zijn baasje zitten. Hij kijkt mee. Langzaam begint de dag.

Alles lijkt een versnelling terug geschakeld te zijn. Dat moet wel, de zon brandt al vroeg. “Wil je nog koffie?”

Heerlijk als je ook samen stil kunt zijn.

 

 

Zomerkleding

flower-399409_1920

Een camping is doorgaans niet de plaats om er op zijn modieust uit te zien. In tegendeel, kleding moet comfortabel zijn, tegen een stootje kunnen en bij voorkeur moet je niet direct kunnen zien dat je net een hond met modderpoten op schoot hebt gehad. Een stevige spijkerbroek voldoet daarom eigenlijk het best. Natuurlijk zijn er temperaturen die rechtvaardigen dat je je steekt in een wat luchtiger omhulsel. Bij voorkeur de hele zomer, maar dat is vaak een ijdele wens. Hoewel, dit jaar hebben we toch zeker nog niks te klagen gehad.

Veel mensen, en de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dit dan toch ook vaak Nederlanders zijn, denken dat een hoge temperatuur een rechtvaardiging is voor het dragen van spullen waarvan een stylist waarschijnlijk denkt dat het regelrecht uit de zak van Max komt. Vrouwen dragen te korte rokken, te korte broeken en te strakke topjes. Mannen hullen zich in korte broeken met een streepje, gecombineerd met shirts met een schreeuwend, en dus vloekend, printje. En dan afgemaakt met opgetrokken sokken, soms zelfs gestoken in sandalen.

En het hoeft helemaal niet volgens de laatste mode. Mijn maatje is ook van het kaliber lekker makkelijk. Maar hij heeft toch wel het besef dat het “moet matchen”. Tenslotte is hij lang genoeg met zijn twee nichtjes op pad geweest. Iedere miskleun werd door de dames genadeloos afgestraft. Zelfs de door hem voor de gelegenheid aangeschafte Björn Borg short kon de goedkeuring niet direct wegdragen.  

Het ligt aan mij hoor. Ik ben niet meer van het type “iedere zichzelf respecterende vrouw draagt te allen tijde kousen”, maar een beetje aandacht voor hoe je eruit ziet, dat lijkt me toch wel het minste. Ik kan me niet voorstellen dat een linnen blouse zo warm is dat je die niet kunt velen op je blote huid.

Maar het gaat altijd zo van het ene uiterste naar het andere. Als het wat fris is, zijn de ANWB-echtparen, gehuld in eendere Human Nature-jassen en afritsbroeken niet van de lucht. En als het dan wat warmer wordt, zie je die zelfde echtparen paraderen in hun beige korte broek en dito hemd. Heel bijzonder.

Een kennis had om die reden een vreselijke hekel aan de zomer. Zij kon niet wachten tot het weer herfst werd. Zo erg ben ik niet, ik kan enorm genieten van de zomer met zijn heerlijke lange avonden. Alleen niet van het gebrek aan smaak wat daar vaak mee gepaard gaat.