
Het is weer zover. De straten kleuren oranje, vlaggetjes verschijnen uit het niets aan gevels en auto’s rijden rond alsof ze per ongeluk in een pot oranje verf zijn gevallen. Op televisie staat het bol met voorbeschouwingen, nabeschouwingen, analyses en deskundigen die met ernstige gezichten bespreken waarom een linksback net iets verder naar voren had moeten staan.
En ik? Ik snap er niet zo veel van.
Begrijp me niet verkeerd. Ik gun iedereen zijn hobby. Sommige mensen verzamelen postzegels, anderen lopen marathons en weer anderen kijken negentig minuten naar tweeëntwintig mannen die achter een bal aanrennen. Prima. Maar de collectieve hysterie die losbarst zodra er een belangrijk toernooi begint, blijft voor mij een raadsel.
Ineens veranderen normale mensen in voetbalanalisten. De buurman, die vorige week nog niet wist hoe hij zijn grasmaaier moest starten, blijkt opeens alles te weten over tactieken, buitenspelregels en de mentale gesteldheid van de bondscoach. Op kantoor wordt een voetbalpool georganiseerd. Superleuk, daar niet van, maar hoe kan ik dat nou invullen, ik weet van toeten noch blazen.
Het mooiste vind ik nog de emoties. Wanneer Nederland wint, spreken we in koor over “wij”. Wij hebben gewonnen! Alsof we persoonlijk een doelpunt hebben gemaakt. Verliest het elftal, dan wordt er gesproken over “ze”. Ze hebben het verprutst. Wonderlijk hoe dat werkt.
Tijdens een wedstrijd probeer ik soms mee te kijken. Echt waar. Ik geef het een kans. Maar na tien minuten ben ik afgeleid door een interessante vlieg op het raam, een verdwaalde stofpluis op het tapijt of de vraag waarom de scheidsrechter eigenlijk nooit een regenjas draagt. Tegen de tijd dat er een doelpunt valt, ben ik meestal al vergeten tegen wie er gespeeld wordt.
Toch heeft voetbalgekte ook iets moois. Het brengt mensen samen. Vrienden kijken gezamenlijk wedstrijden, onbekenden vieren feest op straat en heel even lijkt iedereen dezelfde taal te spreken. Supporters van rivaliserende clubs staan gebroederlijk naast elkaar met een biertje in hun hand en juichen voor hetzelfde team. En ik vraag me af, waarom kan het nu wel?
Voetbal, het blijft een bijzonder fenomeen.









