(Gebrek aan) Respect

tea-lights-3612508_1920

Of er nu een aanslag wordt gepleegd, een vreselijke ramp gebeurt of door wat voor oorzaak dan ook mensen om het leven komen, het is een respectvol gebaar om dan het normale leven heel even op een lager pitje te zetten. Sommige zaken kunnen best even wachten, een concert kan uitgesteld worden, een staking kan ook volgende week. Ook de vlaggen halfstok hangen, al is het alleen bij overheidsgebouwen, is ook een mooi teken.

Toch lijkt het erop dat onze maatschappij dermate hard is geworden dat sommige mensen het nodig vinden om de noodzaak van stilstaan in twijfel te trekken. Natuurlijk, je kunt niet “voor elke mafkees de vlag halfstok hangen”. Maar een kleine blijk van medeleven voor de nabestaanden, hoe moeilijk is dat. Zijn wij dan zo vreselijk gewend geraakt aan aanslagen en het vallen van slachtoffers dat we onze schouders ophalen en gewoon doorgaan?

Ik mag toch hopen van niet.

En natuurlijk, ik hoor onze premier zijn blijk van medeleven uitspreken. Voor de zoveelste keer. Ik zie weer het bericht dat de koning laat publiceren. Dezelfde woorden die een verlies absoluut niet goed kunnen maken. Maar moet je dan maar niks doen? Is het voor de nabestaanden toch niet een klein beetje troost dat er mensen zijn die meeleven. Die in hun hart gelukkig zijn dat het niet hun geliefden betreft maar die er bij stilstaan dat dat zomaar wel had kunnen zijn. En dat zij dan de rouwenden waren.

Laten we daarom respect blijven tonen. Aan slachtoffers, nabestaanden, vrienden en bekenden. In de hoop dat zij dat ook voor ons doen als het ons overkomt.

 

 

 

Politiek

the-hague-993466_1920

Vroeger was politiek een ernstiger zaak dan tegenwoordig. Politiek werd bedreven door bezadigde oude mannen, in een driedelig kostuum. Zij droegen een lorgnet en een deftig horloge op hun buik. Uiteraard rookten zij ook gezamenlijk een sigaar. Zij bespraken wat goed was voor de mensen in het land (en voor zichzelf) en handelden daar naar. Den gewoone mensch hoefde zich hier niet mee te bemoeien, die hadden daar toch geen verstand van. Politiek speelde zich ook veelal af in besloten kring, ver van alle arbeiders die na een zware werkweek weinig puf hadden zich nog te verdiepen in complexe zaken. Tenslotte moesten zij op zondag al de preek van de pastoor c.q. dominee ondergaan. Dat was al complex genoeg.

Ik kijk graag naar die oude foto’s. Ik zou ook wel graag een keer daar vlieg hebben willen zijn. Zomaar even vanaf het plafond luisteren naar het zelfgenoegzame georeer van zichzelf teveel respecterende deftige mannen.

Gelukkig kwam er toch een ommekeer. Het viel niet mee maar mensen als de socialisten brachten een ander geluid. Je kunt het er mee eens zijn of niet, daar geef ik geen mening over, maar je kunt niet ontkennen dat er toch iets gebeurde.

Langzamerhand veranderde het politieke toneel in wat we nu kennen en zien. De politici bleken toch ook normale mensen van vlees en bloed te zijn. Met een gezin en alle problemen die normale mensen ook kennen. Politici laten zich ook graag voorstaan op het feit dat zij ‘gewoon’ zijn. Dat valt tegenwoordig goed bij de kiezer. Mensen willen zich kunnen identificeren met diegenen die hen vertegenwoordigen. De tijden van “hou jij ze dom dan hou ik ze arm” zijn gelukkig wel voorbij.

Natuurlijk vliegt de politiek ook wel eens uit de bocht. Want waarom houdt een man die zichzelf de redder vindt van de ‘gewone’ Nederlander en dit land voor de Nederlanders wil behouden, dan zijn eerste speech in de Kamer in het Latijn. Heeft hij heimwee naar de sigarenrook en zakhorloges?

En waarom worden er soms toch zoveel interessante woorden gebruikt. Het gebruik van moeilijke woorden is vaak een teken van onzekerheid. En dat zou toch niet moeten hoeven. Het zal toch geen poging zijn om toch een beetje boven de simpele mensheid uit te stijgen?

Misschien zouden mensen zich toch meer interesseren voor politiek als er meer gewone taal werd gesproken. Niet teveel oreren, gewoon benoemen hoe het heet. Natuurlijk mag dat vanuit de eigen overtuiging, daar is niets mis mee. Want één ding is toch wel hetzelfde gebleven. Ze zijn er nog steeds van overtuigd dat ze het het beste voor hebben met mensen van dit land.

Dialect

dictionary-390055_1920

Ik ben geboren in Tilburg, diep in het Brabantse land. Het land van de zachte g. Dat hoor je aan mij. En dat vind ik niet erg. Ergens vind ik het wel charmant, die zachte spraak. Maar het echte Tilburgs, dat vind ik een heel ander verhaal. En dan is er nog een groot verschil tussen het Tilburgs “van vroeger”, het dialect dat mijn vader zo graag met zijn broer sprak, en het Tilburgs “van nu”. Want daar loopt het kippenvel me van over de rug. Brrr.

Het oude dialect, daar kan ik van genieten. De Prent van de Week, die iedere week in het Nieuwsblad werd gepubliceerd. Met droge humor en het op scherp zetten van de verhoudingen onderling. Ik heb alle bundels van mijn moeder gekregen en ben er erg zuinig op. Dat dialect had nog een zweem van romantiek om zich heen. Een besloten gemeenschap van mensen de in de textielindustrie hun geld verdienden. Met mooie gezegden en uitdrukkingen. Veel woorden komen uit het Frans, souvenir uit de tijd van de Franse bezetting. Een verkèt is nog altijd een vrije vertaling van een fourchette.

Er zijn ook nog altijd mensen die geïnteresseerd zijn in die oude woorden. Zij organiseren een Tilburgs dictee, waarbij ieder naar hartenlust los kan gaan op ouderwetse uitdrukkingen. Al die mooie oude woorden, ik luister er graag naar. Het doet me ook altijd denken aan mijn vader die met zoveel humor die uitdrukkingen gebruikte. Hij sprak keurig ABN, als onderwijzer werd ook niet anders van hem verwacht, maar in zijn vrije tijd mocht hij graag anders uit de hoek komen.

Toch ben ik wel blij dat wij opgevoed zijn in het ABN. Hoewel het een beetje ver gaat om zelfs het woord ‘houdoe’ uit te bannen. Ik gebruik het nog steeds niet, ik vind het onecht klinken als ik het zeg. Mijn maatje heeft me er hartelijk om uitgelachen. Maar als ik nu ergens het moderne Tilburgs hoor, lopen de kriebels over mijn ruggengraat. En het gebeurt ook altijd zo onverwacht. Of nu Roy Donders failliet is gegaan en zijn comeback staat te promoten. Of dat de mensen die in aanraking zijn gekomen met Chrome6 op televisie vertellen dat zij het niet eens zijn met de geboden schadevergoeding. Met die laatste groep heb ik zeker compassie hoor, het zal je toch maar overkomen. Dat je bijna verplicht wordt iets te gaan doen om je uitkering te behouden, en dat dan later blijkt dat je daar toch wel ernstig ziek van kunt worden.

Ik begrijp dat mensen hun zegje willen doen. Maar moet dat dan in dat verschrikkelijke taaltje?

Lekker door de modder

stef in bad

Het baasje houdt niet van regen. Omdat het dan overal zo’n blubber wordt. Zelf houdt hij ook niet van regen maar dat is meer omdat je er zelf nat van wordt. Blubber is geen probleem. Hij sjeest het liefst door plassen. Vorige week nog is hij met het baasje en diens vriend heerlijk op pad geweest. Lekker rennen door de bossen.

Waar je wel voor uit moet kijken, zijn die mooie lichtgroene vlakken. Spiegelglad zijn ze. Tenminste, dat lijken ze. Hij weet nog goed dat hij eens heeft geprobeerd over dat vlak te lopen. Dat was een behoorlijke vergissing. Hij zakte er direct doorheen. En wat nog veel erger was, hij kon er niet meer uit. Er zat van die vreselijke plakmodder onder. Hij werd er helemaal ingezogen. Even dacht hij dat hij kopje onder zou gaan maar dat viel gelukkig mee. Als hij zijn kop goed omhoog hield, kon hij net boven de modder uitkijken. En nu maar hopen dat het baasje hem snel zou zien. Hij hoorde het vrouwtje al roepen

“Stef, waar ben je?” Even later zag hij het baasje en vrouwtje boven zich. Allebei een beetje geschrokken maar ook moeite hebben om niet in lachen uit te barsten. “Kijk nou toch,” zei het vrouwtje, “moet je die oogjes zien, alleen het wit valt nog op.” Hij dacht nog, “nou, haal me hier nou eerst eens uit.” Gelukkig pakte het baasje zijn tuig en trok hem naar boven. Pieuw, hij stonk echt! Wat een viezigheid, het zat tot in zijn oren. Het vrouwtje stond hem gewoon uit te lachen, fraai was dat. En ze waren ook nog niet thuis, dat duurde nog wel even. Ze liepen gewoon de ronde uit en de modder op zijn lijf ging uitdrogen. En breken. Maar goed dat ze geen bekenden tegenkwamen, hij zag er volgens hem niet uit. Straks thuis zou hij het wel op zijn gemak schoonmaken.

Helaas hadden het baasje en het vrouwtje andere plannen. Hij werd stevig vastgehouden en schoongespoeld met de tuinslang. Nog een geluk dat er warm water is in de garage. Wringen hielp niet, het baasje liet niet los. En toen hij schoon was, was het vrouwtje nog niet tevreden. “Hij stinkt nog steeds, hij komt zo niet binnen hoor.” En toen kwam het allerergste, hij moest in bad. Vreselijk. Een paar plekken in het huis moet je te allen tijde zien te mijden en de badkamer is er daar één van. Maar ook hier hielp geen moedertje lief aan. En wat nog het ergste was, het vrouwtje maakte nog een foto van hem ook. Er zou toch ook een vertrouwenspersoon voor honden moeten zijn.

Hij had er wel van geleerd. Lekker raggen door modder en plassen is prima. Als hij maar wegblijft van sloten. Die plekken zijn slecht voor je imago.

Selfie

Met de komst van de smartphone is ook een heel bijzonder fenomeen ontstaan. Een fenomeen waar het nut er van volledig aan mij voorbij gaat. De selfie. Mensen die zich in allerlei bochten wringen om een foto van zichzelf te maken met een bijzondere achtergrond. Omdat de armen van een mens maar een beperkte lengte hebben, zijn de portretten over het algemeen niet om aan te zien. Wallen, rimpels, onderkinnen, het komt allemaal prominent in beeld. De hoek van waaruit de meeste foto’s worden genomen is zo slecht dat als de foto door een ander was genomen, je desnoods een rechtszaak had aangespannen om publicatie te voorkomen.

Natuurlijk gaat het om de omgeving, de situatie. En daarvoor gaan we ver. Een zeehond die even ligt te rusten op het strand wordt onder het mom van “misschien mankeert hij wel wat” belaagd door wandelaars die hun kans schoon zien. “Leuk Piet, ga er eens naast staan.” Een meer heldhaftige wandelaar waagt het de arme zeehond aan te raken. Het dier raakt meer en meer gestrest en, jawel, haalt uit naar de fotograaf. En ik denk “goed van je”. Want niet de gebeten fotograaf is het slachtoffer, dat is de zeehond die er helemaal niks van snapt. De dierenbescherming kan waarschuwen wat ze wil, wij Nederlanders weten het toch altijd beter.

Natuurlijk is dit niet alleen een Nederlandse kwaal, het komt overal voor. Zo las ik dat in Tasmanië de bewoners van Maria Island een eed hebben afgelegd om wombats te beschermen. Toeristen belagen deze knaagdiertjes met hun zachte pels met hun selfiestick. En met welk doel? Ze bereiken er alleen maar mee dat de jongen van deze dieren door hun stress zichzelf verwonden of erger. En als er dan een keer een dier is dat zijn kans schoon ziet en zichzelf beschermt, dan is het huis te klein. Alles voor de social media.

Waar ik dan wel weer om kan lachen, is het nieuws over een vrouw die met een geladen vuurwapen poseert voor haar vriend en hem per ongeluk doodschiet. Ik weet het, het is heel tragisch, maar hoe dom kun je zijn. Uiteraard gebeurde dat in de Verenigde Staten, het land waar je in de supermarkt een geweer koopt en je revolver bewaart in het nachtkastje. Waarschijnlijk was het zijn wapen en vond zij het wel spannend om het ding vast te houden. Koel staal, gevaarlijk, dodelijk, supersexy. “Uitkijken hoor, hij is geladen, niet je vinger aan de trekker.” De vrouw in kwestie staat te stuntelen, want een wapen is zwaarder dan je in eerste instantie denkt. “Oeh, dat valt toch nog best tegen”, ze probeert zwoel te kijken en oeps, er klinkt een knal. Op zich ook raar, want ook de trekkerdruk is veel zwaarder dan je zou verwachten. Misschien was het een excuus, wie zal het zeggen.

Een selfie, het internet is er van vergeven. En dat geeft niet, dat moeten mensen vooral zelf weten. Maar jongens, neem jezelf toch alsjeblieft niet zo serieus. Zelfs de zelfportretten van Vincent van Gogh misten een onderdeel.

Samen boodschappen doen

Ik stond in de supermarkt in de rij voor de kassa. Vrijdagmiddag, mijn laatste adres dus ik had de tijd. Voor me stond een echtpaar waarvan de man waarschijnlijk niet goed had opgelet tijdens de lange tocht door de gangen met artikelen. Bij alles wat de vrouw uit het karretje haalde en op de band deponeerde, had hij commentaar. Hij pakte zelfs spullen in zijn hand om ze aan alle kanten te bekijken.

“Waarom moet je twee bosjes bloemen hebben?”

“Deze zijn in de reclame.”

De caissière voelde even de noodzaak om in te grijpen. “De tulpen zijn in de reclame mevrouw, niet deze rozen.”

De man sloeg zijn ogen te hemel en zuchtte. Even weifelde de vrouw maar dan legde ze de bloemen toch op de band. “Zo”, leek ze te denken. Ik keek en genoot.

De rij achter me groeide gestaag maar het kon mij niet schelen. Ik amuseerde me en keek verwachtingsvol naar de komende ontwikkelingen.

“Hebben wij altijd dit merk koffie?”

“Ja, en leg nou maar in het karretje.”

De vrouw leek toch een beetje ongelukkig te worden. Haar bewegingen werden langzamerhand vinniger. De caissière werkte door en de man moest aanpoten om alles bij te houden. En toen gebeurde het onvermijdelijke, de man liet wat vallen. Een doosje met 12 eieren kletste tegen de grond, tussen de wieltjes van het boodschappenkarretje en de stevige ouderwetse schoenen van de man. Het eigeel spatte alle kanten uit en veranderde de keurige broekspijpen van de geschrokken man tot een plakkerige smeerboel.

Even was het alsof de hele supermarkt zijn adem inhield. De caissière hield een doosje doodstil boven de scanner. De mensen achter me in de rij stopten even met ongeduldig zijn. De man keek naar zijn schoenen, naar zijn vrouw en weer naar zijn schoenen. De vrouw stond roerloos. Gelukkig kwam het praktische meisje achter de kassa toen direct in actie. “Schoonmaakploeg, kassa 5 alsjeblieft”.

Ik denk dat de man te overdonderd was om iets te zeggen. Of hij schaamde zich zo dat hij daarom zijn mond dicht hield. Toen de meeste troep was opgeruimd vertrok hij met zijn vrouw richting uitgang. Ik zag hen ruziën. Ik grijnsde maar eens naar de caissière, “ze hebben nog steeds ruzie.” “Ach”, zei het meisje, “dat is iedere week zo, ik ben er aan gewend.”

Als ik die vrouw was, ging ik volgende keer alleen. Of naar een supermarkt met een zelfscan-systeem.

Je zal het maar hebben

Soms komen er toch wel eens programma’s op televisie waarvan je denkt, ja, daar moet ik even naar kijken. Onlangs werden we attent gemaakt op het programma “Je zal het maar hebben”. Het aangekondigde onderwerp was Clusterhoofdpijn. Een bekend item, mijn maatje heeft hier al bijna 20 jaar last van. De timer van de televisie werd ingesteld, anders zouden we het toch weer vergeten waarschijnlijk.

Mijn maatje vond het wel spannend. Want een aanval ondergaan, is toch wat anders dan iemand zien die een aanval heeft. Maar, eerlijk is eerlijk, het werd integer in beeld gebracht. De patiënt in kwestie werd gelukkig niet gepresenteerd als een zielig hoopje mens maar als iemand die toch de kracht opbracht om iets van het leven te maken. Ondanks het feit dat ze iedere nacht geconfronteerd werd met haar hoofdpijn en ze gemiddeld maar vier uur sliep. Ze praatte zonder zelfmedelijden over dat ze als gevolg van haar aandoening het werk wat ze het liefste zou doen, op had moeten geven. Een clusterhoofdpijnpatiënt is niet in staat nachtdiensten te draaien. In een goede periode komen de aanvallen alleen ‘s nachts. In een hevige periode gaat het 24 uur door, werken is dan helemaal een uitdaging.

Het programma behandelt per aflevering twee ‘gevallen’. In de Clusterhoofdpijn-groep werd aandacht besteed aan het hoofdpijnonderwerp. Logisch, iedereen voelt zijn eigen pijn het meest. Maar ik was toch wel onder de indruk van de jongen die ook gevolgd werd. Selwin, een jongen van24 jaar met het syndroom van Nager. Ik had er nog nooit van gehoord maar Selwin heeft vergroeiingen, hij heeft hele korte armen, geen duimen, een vergroeide kaak. Maar wat Selwin ook heeft, is een grenzeloos optimisme. Hij heeft een baan, veel vrienden, een eigen auto waar hij supertrots op is. Een hij heeft dromen. En daar heb ik bewondering voor. Mensen die ondanks hun tegenslagen toch dromen houden. En zich niet laten kisten.

Mijn maatje heeft zich ook nooit laten tegenhouden door zijn clusterhoofdpijn. Natuurlijk, in de periodes van 15 aanvallen of meer per dag functioneert hij niet. En als dat lang duurt, moeten er drastischer maatregelen getroffen worden. Maar hij heeft een bloedhekel aan mensen die zielig in een hoekje gaan zitten. Het kan namelijk altijd erger. Ook hij keek met bewondering en ontroering naar het verhaal van Selwin. En besloot voor de zoveelste keer maar weer eens dat hij toch wel geluk had, met hetgeen hij heeft, want het kan altijd erger.

(https://programma.bnnvara.nl/jzhmh/media/582308?fbclid=IwAR2sKhT3_CcfSQ2I6EuCOJrzX98tsnkIzI3wMCOF44C2YXFNwzb7Ck-DPVo)