Suiker

pick-and-mix-171342_1920

Als kind kreeg ik van mijn moeder wel eens felgekleurde zuurtjes. Mijn zussen en ik deden een wedstrijdje wie de meest blauwe of rode tong had. De snoepjes op zich waren eigenlijk niet eens zo heel lekker. Het ging om de kleur. Waarschijnlijk zat er megaveel kleurstof in, ik weet het niet. Ik geloof ook niet dat mijn moeder zich er zoveel zorgen om maakte. We kregen ze niet iedere dag en ze werden ruim gecompenseerd door bruine boterhammen met kaas.

Tegenwoordig zijn dergelijke snoepjes zwaar verboden. Suiker is het nieuwe vergif. Van rode snoepjes word je agressief en blauwe snoepjes, laten we daar helemaal maar over zwijgen. Toch wel jammer voor de kinderen van nu. Als er toentertijd kinderen jarig waren, werd er in de klas getrakteerd op dropveters of spekken. Ik heb geen idee wat er tegenwoordig getrakteerd wordt. Volgens mij zitten zelfs in mandarijntjes te veel suikers. Op televisie zie ik dat het glazuur spontaan van mijn tanden springt als ik alleen nog maar kijk naar een banaan.

Wij gingen vroeger in de meimaand naar de Hasseltse kapel in Tilburg. Niet omdat we zo devoot waren, maar omdat er in die maand overal snoepkraampjes stonden om dat kleine kapelletje. Het was een waar walhalla voor ons kinderen. Je wist niet waar je moest kijken en wat je moest kiezen. Zuurballen, kaneelstokken, spekken, stroopsoldaatjes. Te veel om op te noemen. Ik weet dat het nog bestaat maar ik vind het al bijna een wonder dat het nog niet is verboden door de suikerpolitie. Waarschijnlijk worden de ouders die de kraampjes bezoeken verguisd door ouders die zich meer verantwoordelijk noemen.

Er waren in mijn kindertijd wel meer kinderen met een slecht gebit, dat wel. Maar ook dat heeft voor mijn gevoel meer te maken met het schoonheidsideaal van deze tijd. Tenslotte hoor je er als kind niet bij als je geen beugel hebt gehad.

Frisdrank had mijn moeder eigenlijk nooit in huis. We kregen thee, als we uit school kwamen. En gewone melk bij het eten. Maar misschien heeft iemand uitgevonden dat dat ook niet goed was. Je weet maar nooit. Waarmee ik nog altijd niet wil zeggen dat vroeger alles beter was, helemaal niet. Maar op sommige gebieden was het wel wat relaxter.

 

 

 

 

 

Roedel

Stef camping

Met een zucht keek hij naar het vrouwtje. Ze snapte er ook niks van. Hoe kon hij nou rustig gaan liggen als hij zo moest opletten. Op het plaatsje recht tegenover de caravan stonden die aardige meisjes met hun vader en schuin tegenover de caravan stond die vriend van het baasje. Eigenlijk was dat wel iets te ver uit elkaar. Zo kon hij niet goed overzien of er iets gebeurde. En daarom liep hij er steeds naar toe. Maar het vrouwtje snapte dat maar niet. Die riep hem steeds maar terug. Ze vond het ook veel te warm om teveel te lopen. Net of dat er iets toe deed.

Toen ze even iets moest doen, was hij toch maar weer overgestoken. Even kijken of alles in orde was. Hij hoorde aan haar stem dat ze er niet blij mee was. “Waar is Stef nòu weer?” Oei. “Waarom kan hij nou niet even rustig hier blijven, hij is de hele dag al op pad.”

Hij keek even om maar ze kwam met grote stappen op hem af. Aan zijn riem werd hij meegetrokken naar huis. Zijn voorpootjes raakten de grond niet eens. Hij ging maar gauw tussen de benen van het baasje liggen. Niet dat die hem dan hielp, die was het toch wel meestal eens met het vrouwtje. Hmm. Hij kon het ook niet goed uitleggen.

Die meisjes waren ook wel heel aardig. Als ze bij het kraantje stond riepen ze hem altijd. Dan ging hij ook even kijken. Dat mocht gewoon, het was op hun eigen plekje. Maar als hij dan naar hun camper liep, was dat weer niet goed.

Eigenlijk konden ze toch ook niet van hem verwachten dat hij nooit iets verkeerd deed. Mensen hadden zoveel regeltjes, onvoorstelbaar. En als je dan dacht dat je het door had, dan was het ineens weer anders. Het was toch niet te volgen. Mensen waren soms echt hele moeilijke wezens. Bij honden was het veel makkelijker. Je rook aan elkaar en soms snauwde je naar elkaar en dan wist je precies waar je aan toe was. Heel simpel. En zelfs dat vonden mensen vaak niet goed.

Gelukkig waren zijn baasjes niet zo heel moeilijk. Over het algemeen vonden ze wel veel dingen goed. Je moest er toch niet aan denken dat je de hele dag moest doen wat ze zeiden. Daarom probeerde hij zich wel te houden aan de regels. Alleen als de roedel dan uitgebreid werd, zoals deze week, dan was dat toch weer lastig.

Waarom konden ze niet gewoon bij elkaar blijven zitten. Met een zucht liet hij zich op zijn kussen zakken. Het was inmiddels donker en er was bijna geen geluid meer op de camping. Eindelijk rust.

Smartphone

iphone-410311_1280

Je ziet ze toch nog regelmatig voorbij komen. Bestuurders in hun auto met hun telefoon aan hun oor. En het zijn vaak echt niet de kleine “goedkope” autootjes, vaak zijn het de duurdere Mercedessen of Audi’s. Ik vraag me dan altijd af of die mensen hun laatste cent hebben uitgegeven aan die glanzende bolide en geen geld meer over hadden voor een simpele carkit. Zo duur hoeft dat toch niet te zijn. Of zou het stoer zijn,” kijk mij eens, ik kan best een bekeuring betalen.” Je merkt het ook altijd aan hun rijgedrag, ze verminderen ineens hun vaart en gaan achter een andere auto of vrachtwagen hangen. Of hebben ineens meer ruimte nodig dan alleen hun eigen rijstrook. Heel bijzonder. Ik ben niet zo belangrijk, ik word niet zo vaak gebeld, maar ik heb wel een handsfree carkit. Gewoon, omdat ik een boete zonde vind van mijn geld.

De smartphone lijkt toch steeds meer een onlosmakelijk geheel te vormen met de mens. Ik persoonlijk ken niemand die er geen bezit. Als je door de stad loopt, moet je slalommen om de op hun beeldscherm turende meute te ontwijken. Ik snap niet waarom je dan nog door de stad loopt. Eigenlijk kunnen die mensen beter thuis blijven, dan kunnen ze rustig zitten tijdens het appen en swipen. Het hele idee van shoppen gaat er toch aan op die manier.

Het meest bijzondere vind ik de stelletjes die gezellig samen op een terrasje zitten. Drankje, schaaltje olijven en smartphone. Ze praten niet met elkaar maar loeren constant naar hun schermpje. Zouden ze elkaar appjes sturen, vraag ik me dan af.

“Zeg schat, wil jij nog een drankje?”

“Ja lekker, doe maar.”

“Dan zal ik de ober even roepen.”

Het liefst zouden ze de bestelling ook nog telefonisch doorgeven. Ik denk dat er een moment komt waarop dat kan, ik weet het bijna zeker. Dan hoeven ze helemaal niet meer te praten.

Ik heb ook een smartphone. Ik gebruik hem vaak en inderdaad nog het minste om te bellen. Ik app, check Social Media, gebruik apps die het mogelijk maken van afstand de verwarming van mijn huis hoger of lager te zetten, ik ben echt wel een fan. Het ding zal alleen nooit een vervanging kunnen zijn van het plezier wat je kunt hebben met een groep vrienden op een terrasje in de zon. De onderwerpen hoeven helemaal niet hoogdravend te zijn, eigenlijk liever niet. Wat gaat er boven het lachen om gewone alledaagse dingen. Gelukkig is daar nog steeds geen app voor uitgevonden.

 

 

 

 

Quality time

InstagramCapture_c934307f-35fb-4fa3-bf40-12276a61a680

Hé, dat was vreemd. De campingspullen werden klaargezet maar het vrouwtje ging gewoon werken. Ze kwam hem net als altijd een knuffel geven en zei dat hij heel braaf moest zijn. Nou is hij dat altijd, dus dat is geen moeite. Maar toch gek dat ze gewoon op de normale tijd naar haar werk ging. Het baasje zat op zijn gemak aan de koffie, dat was ook niet anders dan anders. Hmm.

Even later kwam er toch leven in de brouwerij. Het baasje ging inderdaad de campingspullen in de auto zetten. Ook zijn dingen werden ingepakt. Nee, dan was het goed. Met een gerust hart ging hij weer liggen. Het baasje zou hem niet vergeten.

En inderdaad, even later was alles ingeladen en werd hij geroepen. “Kom joh, we gaan.” Ah, was dat het, gingen ze samen naar de camping? Enthousiast sprong hij van de bank. Want als hij alleen met het baasje ging, dan kreeg hij toch wel meer aandacht, eerlijk is eerlijk. Als hij dan zijn bal bij het baasje op schoot legde, ging die meestal toch wel de werpstok pakken. En als het vrouwtje er bij was, bleef hij nog wel eens zitten.

En, en dat was ook een groot voordeel, als het vrouwtje er niet bij was, kon hij lekker ’s nachts naast het baasje kruipen. Hij weet nog goed de eerste keer. Het baasje sliep en hij was heel stilletjes naar het bed gelopen. Normaal keek hij niet zo nauw maar nu had hij er voor gezorgd dat hij het baasje niet wakker maakte. Hij had zich lekker opgekruld en was gaan slapen. Het baasje had hem pas opgemerkt toen hij er ’s nachts even uit moest. Hij had het dekbed open geslagen en over zijn lijf heen gegooid. Daar was hij van geschrokken en had een beetje gebromd. Dat had het baasje gehoord. Hij moest vreselijk lachen en zei dat hij een kleine stinkerd was. Maar hij mocht toch blijven liggen. Lekker hoor. Toen na een paar dagen het vrouwtje kwam, moest hij wel weer naar de bank verhuizen. Dat lag ook lekker, maar naast het baasje was gezelliger.

’s Morgens moest hij wel wat langer op zijn eten wachten dan thuis. Het baasje ging altijd eerst koffie pakken. Thuis zorgde het vrouwtje eerst voor zijn eten. Het baasje wilde eerst even wakker worden. Ach, hij wist het inmiddels en hij vond het niet zo erg. De dag was nog lang genoeg.

Het vrouwtje bleef nooit zo lang weg, maar een paar daagjes. Hij merkte het wel aan het baasje als ze zou komen, die keek dan toch wel vaker op zijn horloge. En zette dan ook altijd een extra glaasje op tafel. Maar wat wel grappig was, hij had het toch altijd als eerste in de gaten als ze er aan kwam. Hij herkende het geluid van de auto veel beter dan het baasje. En hij was er ook altijd als eerste om het vrouwtje te begroeten. Want eerlijk is eerlijk, het was toch maar het beste om compleet te zijn.

 

 

 

 

 

 

Spanning

Glazenwasser

Het was een klein item in het nieuws. Twee glazenwassers hingen vast met hun bak langs de gevel van het Ministerie van Justitie. Een storing, de bak ging niet meer omhoog of omlaag. Hij moest direct denken aan die keer dat hij zelf met een collega vast hing met de glazenwassersbak. Bij dat bejaardentehuis. In die tijd had je nog regenpijpen. Hoe oud zou hij zijn geweest, tweeëntwintig, drieëntwintig? Hij was in ieder geval uit de bak geklommen en via de regenpijp naar beneden geklauterd. Zijn collega vond het maar niets, die beriep zich op het feit dat hij vrouw en kindjes had.

Oh, hij was ook wel eens gevallen. Hij ziet nog zo het wit vertrokken en ontdane gezicht van de burgemeester van Kaatsheuvel voor zich. Hij was precies langs het raam van diens kamer gevallen. Toen had hij wel veel geluk gehad. Het was een val van 7 meter en hij had maar een week mank gelopen. Verder had hij er eigenlijk niks aan over gehouden. Nou ja, pijnlijke knieën en enkels.

Wat hadden ze veel plezier gehad in die tijd. Jonge kerels, nergens bang voor. De veiligheidsmaatregelen waren ook nog niet zo strikt als tegenwoordig. Toen kon je nog ondersteboven voor een raam gaan hangen. En dan het liefste voor een kantoor waar voor het merendeel vrouwen zaten. Een kippenhok was er dan niks bij. Destijds mocht je ook nog met lange ladders werken. En met ladders die je aan de rand van het dak kon hangen. Dan klom je over de rand en als je omlaag keek, keek je zo in het luchtledige. Hij moest er toch eigenlijk niet meer aan denken. Ze hadden het er soms aardig afgebracht, met zijn allen.

Ze werkten ook nog met houten ladders. Lekker zwaar, waaiden tenminste niet om. Die nieuwe aluminium ladders schoven bij de minste of geringste windvlaag een heel eind verder. Ze waarschuwden ook niet, ze braken gewoon. Een houten ladder ging tenminste nog kraken als hij wat ouder werd. Dan wist je dat je uit moest kijken.

Nee, tegenwoordig zijn het allemaal hoogwerkers en osmose-apparaten. Hij heeft er ook wel mee gewerkt, zijn osmose-apparaat was destijds toch een rib uit zijn lijf. Maar de meeste klanten vonden het prachtig. Het zag er ook heel professioneel uit. En inderdaad, je hoefde niet met zware ladders te sjouwen. Alleen had niemand vooraf bedacht hoeveel last je van je nek kreeg, als je de hele dag boven je hoofd stond te werken. Vaak worden die dingen bedacht achter een bureau.

Hij kan terugkijken op een mooie carrière. Altijd eigen baas geweest en eigenlijk had hij de klanten voor het uitzoeken. Hoe mooi is het als je tegen een klant kunt zeggen “Sorry, hier scheiden onze wegen, ik adviseer u een andere glazenwasser te zoeken want ik kom niet meer.” De dame in kwestie stond met haar mond vol tanden. En dat valt niet mee, voor een operazangeres.

 

 

 

 

 

 

PHPD

wine-541922_1280

Af en toe kan ik er jaloers op zijn. Jonge mensen die de hele week werken en dan op vrijdagavond de kroeg in duiken. Daar lekker borrelen en dan op zaterdag weer fit opstaan om weekend te gaan vieren. We hebben dat ook jarenlang gedaan. Iedere vrijdagavond zagen we een groep mensen in de kroeg. We spraken niks af, het was niet verplicht, als je er was, was het gezellig. Soms gingen we om half twaalf naar huis maar er waren ook wel eens avonden dat we om twee uur eruit geveegd werden. Op zaterdagavond sliepen we een uurtje uit en deden dan onze klussen. Na verloop van tijd werd de groep toch kleiner. Het bleef gezellig, dat wel, maar de avonden tot twee uur kwamen steeds minder voor. Om een uur of elf keken we elkaar aan en vroegen om de rekening.

Inmiddels zijn deze vaste kroegavonden gestopt. Nu ben ik op vrijdag blij als ik thuis ben. Lekker samen met man en hond op de bank. We nemen een borreltje en om half elf begin ik te gapen. Tijd om naar bed te gaan.

Niet dat dat iedere vrijdag zo is. Gelukkig spreken we nog regelmatig af met vrienden. Maar de tijden van een nacht overslaan en dan de andere dag om half negen weer present zijn op het werk zijn toch echt voorbij. Als ik dat nu probeer, denk ik dat ik een week moet bijkomen.

Als ik om me heen kijk en luister, ben ik gelukkig niet de enige. Ik kan dan in mijn hoofd nog wel vijfendertig jaar oud zijn, de realiteit roept me soms wel eens tot de orde. Maar daar hebben meer mensen last van. Zoals de man die constateerde dat hij nu toch echt wel wat ouder werd. Hoe hij dat merkte? Hij begon geluid te maken bij het bewegen. Als hij iets van de grond moest oprapen en hij kwam weer omhoog, dan maakte hij een onbestemd geluid. Het hield het midden tussen kreunen en grommen. Zijn vrouw had hem er op attent gemaakt en toen hij er op ging letten, ontdekte hij dat ze gelijk had. Hij probeerde het niet meer te doen maar af en toe ontsnapte het hem toch.

En zo zijn er meer verhalen.

De mooiste omschrijving vond ik die van iemand die zei dat iedereen die wat ouder werd last kreeg van phpd. Op de vraag wat dat dan was, antwoordde hij “nou, heel gewoon, een pijntje hier en pijntje daar….”

 

Goede doelen

offerblok

In Nederland zijn heel veel goede doelen die onze aandacht vragen. Langlopende acties, kortlopende acties en de instanties die door middel van loterijen onze bijdrage vragen. Ik vind het prima. Mensen geven wat ze willen en het is mooi als je iemand kunt helpen.

Vroeger kwamen er dan ook regelmatig collectanten langs de deur met een collectebus. Veelal een groene. Waarom dat was weet ik niet, misschien de meest neutrale kleur. Je deed een euro in de bus en wenste de collectant veel succes. Tegenwoordig werkt het anders. Er staat een goedwillende student voor je neus met een iPad. Na dat ze je het hemd van het lijf hebben gevraagd en alles hebben ingevuld, kom je er achter dat het niet om een eenmalige donatie gaat maar om een maandelijkse machtiging. “Ja maar die kunt u volgende maand weer opzeggen, dan heeft u maar één maand gedoneerd.” Ja, dat klopt. Maar dan moet je het dus weer zelf in de gaten houden en zelf contact opnemen om er van af te komen. Maar goed, je hebt al een kwartier gestaan dus je vindt het ook lullig om nu te zeggen, ik wil niet.

In de agenda zetten dan maar. “Wat is de reden dat u de donatie stop wilt zetten?” Eigenlijk wil je dan zeggen, “omdat jullie zo irritant zijn om mij te laten denken dat ik eenmalig geef maar dat het dan om een machtiging gaat.” Maar je legt het netjes uit en de vriendelijke dame schrapt de donatie. En je neemt je heilig voor er niet meer in te trappen.

Of die sms-jes die je kunt sturen. Eenmalig een klein bedrag voor een goed doel. Dat klopt. Maar dat goede doel blijft je vervolgens weken telefonisch achtervolgen om te vragen of je toch niet maandelijks wilt gaan steunen. Want het is een heel belangrijk goed doel. Nee, dat wil ik niet! Anders had ik toch geen sms-je gestuurd, dan had ik wel op de website gekeken of ik donateur kon worden. Ook iets waarvan ik denk “nou nee, laat maar.”

Een andere ergernis is de grote hoeveelheid post die je krijgt van goede-doelen instellingen. Stapels post van de Postcodeloterij, de Hartstichting, het Rode Kruis. Enveloppen die linea recta verhuizen van de deurmat naar de oud papierdoos. Zou er iemand zijn die de moeite neemt die reclame te lezen? Natuurlijk moet je bij de Postcodeloterij uitkijken want het zou wel eens zo kunnen zijn dan je zomaar een pak stroopwafels bij het oud papier gooit. Nou ja, pech gehad. Die instanties weten ook dat mensen het irritant vinden. Maar ze kiezen er voor om het toch te blijven doen. Ik snap dat niet, steek het geld dat je uitgeeft aan dat papier en de postzegels in het goede doel. Dat scheelt toch weer.

Doneren vind ik mooi. Ik wil best op mijn manier een steentje bijdragen. Maar alsjeblieft, laat het me op mijn manier doen.