Van slag

Wat er toch allemaal is gebeurd, hij kan het niet begrijpen. Eerst was het baasje ziek en mocht hij niet naar boven. Het vrouwtje zei dat het baasje moest slapen en als hij weer beter was, mocht hij weer spelen. Maar toen gingen ze samen weg. Nou gebeurt dat natuurlijk wel vaker, maar nu kwam het vrouwtje alleen terug. Dat was raar. Ze rook trouwens ook heel raar. Heel vies.

’s Avonds was het baasje nog niet thuis. Hij hield zich maar stilletjes want hij zag dat het vrouwtje best zenuwachtig was. De dag erna moest hij ’s middags op het huis passen. “Ik ga naar het baasje Stef.” Hij kroop op de bank. Saai. Het vrouwtje was best lang weg maar ze kwam weer alleen thuis. Waar zou het baasje toch zijn? Het vrouwtje rook wel een beetje naar hem. Maar ook had ze weer dat vieze luchtje bij zich.

Toen ze bijna naar bed ging, ging de telefoon. Hij snapte niet wat er gezegd was maar hij zag wel dat het vrouwtje vreselijk van slag was. Ze deed heel snel haar jas aan, pakte haar spullen bij elkaar en riep van afstand naar hem. “Dag Stef”. Dat deed ze nooit. Hij kreeg altijd nog een knuffel. Toen ze na een paar uur terugkwam ging ze aan tafel zitten en zei niks. Ze zat te bibberen. Hij ging maar eens even op schoot zitten. Dat helpt, dat weet hij uit ervaring.

Op zondag is er iets gebeurd wat hij niet precies kan plaatsen maar het is wel heel erg. Het vrouwtje is nog maar alleen, het baasje was heel ziek en nu is hij er niet meer zeggen ze. Maar waar is hij dan? Hij werd er zelf ook heel naar van. Hij wist niet precies wat hij moest doen. Er waren ook allemaal mensen in huis. Hij kende die mensen wel maar nu deden ze toch anders. Hij probeerde ze allemaal te troosten en daar werd hij toch wel heel moe van.

Een paar dagen later mocht hij mee. Ze gingen naar een heel raar en groot gebouw. Het rook er ook niet goed. In een klein kamertje stond een grote kist. En daar lag het baasje in. Hij keek en snoof en snoof. En toen wist hij het.

Het enige dat hij kan doen is het vrouwtje troosten. Lekker bij haar op schoot kruipen. Of tegen haar been aan gaan zitten. Hij merkt dat ze dat fijn vindt. En hij zelf ook. Want hij mist het baasje wel.

Forever Autumn

Je staat er niet bij stil maar je leven kan echt in een oogwenk 100 procent veranderen. Sinds vorig weekend staat mijn wereld volledig op zijn kop en is niks meer als het was. Mijn maatje is vorige week vrijdag opgenomen in het ziekenhuis en is op de zondag erna om tien over twaalf overleden. Zomaar, zonder waarschuwing. Nou ja, ik moet zeggen, heel veel respect voor de mensen in het ziekenhuis. Ze hebben echt alles uit de kast getrokken. Maar het mocht niet meer baten.

Ik bleef echt in vertwijfeling achter, mezelf afvragend wat er nu de afgelopen twee dagen precies was gebeurd. Ik kon het niet bevatten. Nog steeds niet trouwens. En met mij de mensen die om mij heen staan. Er heerste veel ongeloof. En nog. Stef loopt de hele dag te zoeken, hij blijft maar naar de deur kijken. Arm beest.

Ik ben mijn maatje kwijt. Mijn liefde en mijn alles. Ik weet dat het gaat lukken om mijn leven weer op te pakken. Maar dat wil ik helemaal niet alleen. Ik wil samen met mijn maatje honderd worden. Nog steeds. Mijn maatje was 58 jaar oud. Dat is helemaal geen leeftijd om te overlijden. Hij was ook nog helemaal niet klaar.

We hadden net de nieuwe caravan ingericht. Ik ben wel enorm blij dat hij daar nog zo van genoten heeft. Volgend jaar wilden we de voortent opzetten en dan zou het een beter seizoen worden dan dat van vorig jaar, met al die ellendige wateroverlast. Wie had kunnen denken dat het zo zou aflopen, het seizoen.

Honderd keer per dag denk ik “oh, dat moet ik even tegen Huub zeg…., oh nee”.

Ik denk nog maar niet aan wat er komen gaat. Ik onderga het maar. Iedereen doet het toch anders en op zijn eigen manier. Een ding weet ik nu al wel zeker. We zijn samen altijd heel gelukkig geweest. “Een klef stel”, zoals Huub het zelf altijd noemde. En daar was hij trots op.

Gefilterde schoonheid

Nieuwsgierig als ik ben, mag ik graag rondkijken op Social Media. Het is een echte guilty pleasure om te lezen wat mensen plaatsen en de commentaren die anderen daar dan weer bij zetten. Natuurlijk heb ik zelf ook accounts aangemaakt, het is niet netjes om alleen maar te gluren. Ik ben wel afgehaakt bij SnapChat en TikTok, daar snap ik dan weer niks van. Maar dat schijnt normaal te zijn, met mijn leeftijd behoor ik niet tot de doelgroep.

Het bijzonderste fenomeen blijf ik toch Instagram vinden. Als ik een foto plaats, doe ik dat altijd zonder filter. Maar dat schijnt heel dom te zijn. Want iedereen gebruikt filters. En dat verklaart voor mij dan weer waarom er tegenwoordig zoveel knappe mensen op de wereld zijn. Dat zag je vroeger toch veel minder. Tegenwoordig heeft niemand meer last van puistjes en vlekken, van haar dat geen kant uit wil of van het feestje van gisterenavond. Iedereen ziet er tiptop uit. Alleen, zo’n account is niet de werkelijkheid. Wat ziet zo iemand dan als hij of zij in de spiegel kijkt. Valt dat dan niet vreselijk tegen.

Maar hé, daar heb je dan weer plastisch chirurgie voor. Want dat is tegenwoordig ook helemaal hip. Je zoekt op Instagram naar je favoriete model en bestelt gewoon ook zo’n hoofd en zo’n kont. Liefst dan nog in Turkije, daar is het niet zo duur. Jonge meiden besteden hun hele spaargeld aan een kont waar je een zadel op kunt gooien en een gezicht dat zo weinig weg heeft van het origineel dat je het wel een karikatuur moet noemen. Het is een hele nieuwe bedrijfstak geworden. Waarin volgens mij ook heel veel geld wordt verdiend.

Ik kan daar toch wel heel opstandig van worden. Zeker, ik was ook super onzeker in mijn jeugd. Andere meisjes waren veel mooier, veel vlotter en veel populairder. En dat was dan nog wel zonder filter. Stel je voor, dan was ik misschien wel helemaal onder een steen gekropen. Maar ik heb nooit spijt gehad van het feit dat ik geen ‘verfraaiingen’ heb laten aanbrengen. Dan loop je ook niet het risico dat mensen zich een bult schrikken als ze me in het echt zien.

De bladblazer

Voor veel mensen is werken in de tuin een hobby. Je kunt er je energie en je creativiteit in kwijt. En als het goed gaat, heb je in de zomer veel eer van je werk. Er bestaat ook een heel regiment aan gereedschappen waar mee je je kunt uitleven. Maar een van de meest verfoeide tuingereedschappen is toch wel de bladblazer. Waar je vroeger nog mannen vol trots het apparaat ter hand zag nemen, hoor je nu enkel maar klachten. Het is tegenwoordig not done om op zaterdagmorgen als een echte hero de tuin in te trekken en meer dan 100 decibel te produceren. Je krijgt de hele goegemeente over je heen. En terecht natuurlijk ook wel, zaterdagmorgen is bij uitstek de ochtend om heerlijk langzaam wakker te worden met een croissantje en een bakje koffie. En daar hoort geen geloei bij.

Nu vind ik het gebruik van een bladblazer sowieso wel eens te ver gaan. In sommige tuinen lijkt wel geen sprake meer van seizoenen. Nergens ligt een blaadje. Ik kan me voorstellen dat je het blad van je gazon wilt hebben, dat geeft maar plekken, maar in de tuin verder mag het toch wel blijven liggen? Sommige mensen gaan de herfst te lijf met een energie waar je bang van wordt. Terwijl allerlei dieren heerlijk scharrelen door al dat dorre blad. Bovendien ruikt het ook lekker. Natuurlijk, naar rottend en afstervend blad, maar het is toch de geur van de herfst. En waarom zou je die wegblazen. Straks als het winter wordt, wordt het nog kaal genoeg.

Gelukkig komt er in de strijd tegen de bladblazer hulp uit onverwachte hoek. Er is nl. onderzoek gedaan in het kader van het milieu. En wat blijkt? Bladblazers blazen giftige stoffen als stikstofdioxiden en fijnstof de lucht in, schadelijk voor mens en klimaat. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat viertakt- en tweetakt-varianten van de bladblazer meer verontreinigende stoffen uitstoten dan een Ford F-150 SVT Raptor, een pick-up met een gewicht van bijna 3000 kilo. Oei, en die wil je niet op je rug hebben hangen.

Dus zit er volgens mij maar één ding op. Terug naar de ouderwetse bladhark. Ik zie mijn vader nog ijverig aan het werk. Al het blad op een grote hoop harken en dan in de (toen nog) vuilnisbak. Nu moet dat natuurlijk in de groencontainer of naar het depot, maar daar hadden ze al die jaren geleden nog niet van gehoord. Het maakte ook geluid, die hark, vooral als je over grind of tegels ging. Maar het maakte geen lawaai. En als hij even niet keek, banjerden wij vrolijk door de bladerenheuvel. Natuurlijk hielpen we naderhand wel met opruimen. Dat was niet meer dan eerlijk.

Eerste auto

Mijn eerste auto was een Renault 5. In de kleur groen. Wat was ik blij met dat autootje. Mijn allereerste eigen auto. Helemaal gelukkig. Natuurlijk, het was een oudje, mijn maatje en ik waren nog niet zo lang samen en hij was net voor zichzelf begonnen. Heel veel geld voor vervoermiddelen hadden we dus niet. Maar toch, het gevoel van vrijheid dat veroorzaakt wordt door een eigen auto, dat was onbetaalbaar. En dat het geen chique Mercedes was, dat deed helemaal niet ter zake.

Uiteindelijk heb ik altijd een zwak gehad (en gehouden) voor kleine auto’s. Misschien dat dat komt vanuit mijn kindertijd. Ik weet nog heel vaag dat mijn vader een Fiat 600 had, maar de beste ervaringen heb ik toch wel aan de Simca 1000’s die mijn vader reed. Hij had ze in soorten en maten. Ik weet nog dat hij een lichtblauwe had gekocht. Splinternieuw. Uiteindelijk heeft hij die na zes maanden teruggebracht naar de dealer omdat er toen al roestgaten in vielen. Heel erg betrouwbaar waren die kleine Fransmannen toen niet. En toch reed mijn vader overal heen. Hij ging zelfs met zijn broer op vakantie naar Frankrijk. Nu denk ik, dat hij dat durfde, met zo’n technisch wanproduct zo ver rijden. En mijn vader zelf had ook niet veel verstand van techniek. Verder dan de motorkap openen en aan wat palletjes draaien kwam hij niet. Toch bijzonder dat hij daar wel steeds mee weg kwam, ik kan me niet herinneren dat we ooit echt ergens gestrand zijn.

Ach, qua kwaliteit was mijn eigen Renault 5 niet veel beter. De techniek was toen nog zo mechanisch dat repareren niet veel om het lijf had. Wat mijn wagentje echt de das om deed, was de dag dat mijn maatje hem ging wassen. Daar ben ik dan weer niet zo’n ster in en hij had besloten dat het toch wel een keer tijd was. Nu is mijn maatje nogal van de secure tak dus als hij daar dan aan begint, wordt alles binnenste buiten gekeerd. Zo ook de matten van de arme Renault. Mijn maatje vond dat die ook wel een schoonmaakbeurt nodig hadden. Hij trok de, toen nog, kokosmatten bij de voorstoelen vandaan, keek, en keek nog eens een keer. Want dat hoorde toch niet, dat je door de auto heen de straat kon zien?

Ach, arm karretje, de bodem was niet meer in een heel goede staat. Zelfs een plaatje er op lassen, wat toen nog wel eens werd gedaan, was niet meer de moeite. Mijn maatje kocht een nieuwe auto voor me. Gelukkig ook een kleintje.

Heel af en toe kom je nog wel eens een Renaultje 5 tegen. Een Simca 1000 is tegenwoordig niet meer te betalen. Er kan toch niks op tegen nostalgie.

Ruim toch gewoon op, die rotzooi.

In de Amerikaanse staat Colorado is eindelijk een rendier gevangen dat al twee jaar rondliep met een zware autoband om zijn nek. Het verwijderen van de band moest onder narcose en zelfs het gewei van het rendier moest afgesneden worden. Het scheelt het arme dier 16 kilo meeslepen nu hij bevrijd is. En ik vraag me af, waarom gooi je zo’n band gewoon in de natuur. Denk je dan helemaal niet na over de consequenties daarvan?

Volgens natuurbeheerders is het niet voor het eerst dat een dier in menselijk afval verstrikt raakt. Zo zagen ze eerder al herten, elanden, beren en andere dieren verward in onder andere schommels, hangmatten, waslijnen, vakantieverlichting, meubels, wasmanden, voetbaldoelen en volleybalnetten.

Onvoorstelbaar, wat een troep er verdwijnt in de natuur. Ik las dat er ongeveer een vrachtwagen plastic per minuut in de oceaan verdwijnt. Op internet gaan opnames rond van rondzwevend plastic. En van zeehonden, schildpadden en andere dieren die verstrikt raken in deze ellende en alleen als ze geluk hebben gered worden.

Mijn zussen en ik leerden vroeger thuis dat je geen troep in de natuur mocht gooien. Als je het mee kon nemen op de heenweg, kon je het ook meedragen op de terugweg. Natuurlijk waren wij niet de enigen. En gelukkig zijn er ook tegenwoordig mensen die zo door hun ouders worden opgevoed.  Er is een jongeman, Boyan Slat, die niet gaat voor het grote geld dat hij met zijn intelligentie ongetwijfeld kan verdienen, maar die zichzelf ten doel heeft gesteld om de aarde een beetje schoner te maken. Met zijn bedrijf Ocean Cleanup heeft hij al bijna een miljoen kilo afval uit de zeeën en rivieren gehaald. Een miljoen kilo, dat is onvoorstelbaar veel. Wie gooit dat dan toch allemaal ìn de zee. Waar komt dat dan allemaal vandaan. Moeten we ons daar dan eens niet over buigen en kijken of we daar iets aan kunnen veranderen.

Misschien kunnen we starten met het verminderen van verpakkingen. Die blisterverpakkingen zijn toch al iedereen een doorn in het oog. Een normaal mens krijgt die al niet open, laat staan mensen die of niet handig zijn of last hebben van een verminderde handfunctie. Dat laatste is onderzocht, dat verzin ik niet. Dat eerste ook niet trouwens, dat is eigen ondervinding. Het is te hopen dat daar eindelijk eens aandacht voor komt.

En op die manier is een verbetering van het milieu ook gelijk een verbetering van het gebruiksgemak.

Modieuze recepten

De herfst is van oudsher de periode van de recepten uit grootmoeders tijd. Heerlijk, stoofpot, stamppot, wild. Ik hou ervan. Eerlijk eten met de ingrediënten die in dit jaargetijde voorhanden zijn. Jarenlang ben ik ervan overtuigd geweest dat het prima was om dergelijke gerechten op tafel te zetten. Mijn familie heb ik er eigenlijk ook nooit over horen klagen.

Maar toch, als ik zo naar alle reclames kijk, dan doe ik het toch helemaal verkeerd. Ik moet over op vegan. Trouwens, ik moet ook af van het Nederlandse eten. Dat is helemaal uit. Tegenwoordig eet je geen punt meer, maar een slice. En we eten voortaan uit een bucket. Nou klinkt dat wel prima, want eten uit een emmer lijkt dan weer helemaal niet smakelijk. Natuurlijk klinkt het ook allemaal veel hipper, een aardappel, wat is dat nou voor een burgerlijk geval. Nee, dan noemen we het potatoe, en dat moet dan natuurlijk wel crispy zijn. We laten ons eten bezorgen in een box, helemaal fresh en healthy. De kleuren zijn er ook helemaal op aangepast. Helder wit is uit, alles is verantwoord bruin.

Alleen, bruinbrood kan zelf niet meer hè, dat moet havermoutbrood zijn. Liefst dan nog met lijnzaad en pitten. Ook helemaal verantwoord. We drinken er een smoothie bij. Liefst in de kleur groen, dat ziet er ook helemaal te gek uit. Ik kan er niet aan wennen hoor. Groene drankjes, da’s niks voor mij. Net zomin als blauw eten, dan kan ook niet.

Nu heb ik ook wel het idee dat fabrikanten bepaalde producten ‘gezonder’ in de markt zetten dan ze eigenlijk zijn. Veel lightproducten zijn helemaal niet zo gezond. Maar we slaan in Nederland altijd zo door. Ineens mag er niks meer. En moet alles in het Engels. Want dat is hip. “And happening.” En veel duurder dan de eerlijke producten die je gewoon bij de groenteboer koopt.

En dan denk ik met weemoed terug aan de keer dat ik naar de serie Grijpstra en De Gier zat te kijken. Op zaterdagmorgen. Zij zaten in een cafeetje een broodje halfom te eten. Een wit broodje met lever en pekelvlees. Mijn maatje en ik keken elkaar aan, ik ben in de auto gesprongen en naar de bakker en de slager gereden. Heerlijk. En het zal best helemaal niet verantwoord zijn, ik geloof het zo maar. Alle zichzelf respecterende foodies halen nu waarschijnlijk griezelend hun neus op. Maar ik heb er heerlijk van genoten. Dat wel.

Wegwerkzaamheden

Heel lang hebben we in onze buurt geklaagd over de kruising. Het was ook heel krap, als er een vrachtwagen door moest, kon je rustig een eindje achteruit rijden. Ooit, maar dat is al jaren geleden, heeft er eens een boottransport klem gezeten. Een mooi jacht, het zou in ons haventje te water worden gelaten. Er was berekend dat het allemaal kon, de vrachtwagen zou de bocht kunnen maken. Maar helaas, waarschijnlijk waren de tekeningen niet helemaal accuraat, de combinatie kwam jammerlijk vast te zitten op de kruising. Het verkeer volledig blokkerend. Ach, het ongemak woog niet op tegen de hilariteit dus veel ergernis was er niet. En nadat er een betonnen muurtje was afgebroken, kon het transport gehavend en wel zijn weg vervolgen. En wij ook, stiekem nog na-lachend.

“Eigenlijk staat dat huis op de hoek ook vreselijk in de weg”, zeiden we tegen elkaar. Maar ja, om nou tegen iemand te zeggen dat hij zijn huis af moet breken, dat is ook weer zowat. Tot op een gegeven moment de bewoners van het bewuste huis waren overleden en de kinderen het huis verkochten, aan de gemeente. Het zou dus toch echt afgebroken worden. We kregen brieven, hadden inspraak, kregen het uiteindelijke plan waaruit de inspraak toch niet bleek en er werd een datum gepland.

De bewuste dag naderde maar er gebeurde niks. Wel werden er bijzondere palen geplaatst. “Weet jij wat dat is?” vroeg ik mijn maatje. Hij schudde zijn hoofd. We deden navraag. En wat bleek, in het huis dat zou worden afgebroken, woonden vleermuizen. En die zijn beschermd. Dus plaatste de gemeente vleermuizenpalen waar ze in konden wonen. Als ze dat ontdekt hadden en waren verhuisd, kon het huis tegen de vlakte. Ik vond het een bijzonder plan want waarom zouden die vleermuizen vrijwillig verhuizen als hun oude onderkomen er gewoon nog stond. Maar daar zouden vast hele knappe koppen over nagedacht hebben. Dacht ik.

Enfin, het duurde weer een paar maanden maar toen eindelijk begonnen de werkzaamheden. Het huis werd afgebroken. Inmiddels ligt ook de hele kruising open. Net als de rest van Brabant, geloof ik. Zelfs de 15 kilometer die ik naar mijn werk moet rijden, kosten me drie kwartier. Als het goed is, is alles eind van de week klaar. En hebben we een overzichtelijke verkeerssituatie. Wel fijn. Maar wel minder bron voor komische verhalen.

En laten we hopen dat het ook allemaal naar tevredenheid van de vleermuizen is.

Hij mag ook niks…..

Hij mag echt helemaal niks. Echt niet. Laatst stonden er drie mannen naast zijn plekje op de camping. Die hadden een soort mannenweekend. Althans, zo leek het. Ze hadden een hele rare zwevende barbecue bij zich en hout. Ze hadden hem vrolijk begroet. “Hé hondje”. Zo heet hij natuurlijk niet, hij heet Stef, maar goed. Hij was toch maar eens gaan kijken. Natuurlijk rende het vrouwtje gelijk weer achter hem aan. De mannen riepen hem toch zelf!

In de ochtend erna rook het echt heerlijk. Hij had zijn eigen brokjes op maar ach, een extra beetje eten, dan kan toch altijd wel. Hij liep zijn neus maar eens achterna. Gebakken eieren met spek, hmmm. Kijk, ze hadden het nog op de grond staan ook. Nu maar hopen dat het vrouwtje niet in de gaten had dat hij weg was.

Even later werd hij aan zijn halsband wat hardhandig meegetrokken. Hè nee hè, ze had het weer gezien. Soms zou hij willen dat ze niet zo alert was. De buurmannen moesten er om lachen, dat was nog het ergste. Hij nam zich voor om niet meer naar hen toe te gaan. Tenminste, als er geen eten was, dan.

Hij snapte het ook niet zo goed, hij deed toch geen kwaad. Het vrouwtje van Luna vond het ook leuk als hij kwam kijken. Ze zette wel altijd de etensbak van Luna zo dat hij er niet bij kon. Dat zou het vrouwtje wel weer bedisseld hebben, dat wist hij bijna zeker. Daar mocht hij dan wel naar toe, gelukkig. Maar verder. En hij wist prima de weg op de camping, daar lag het niet aan.

En neem nu die nieuwe caravan. Mooi, groot en een lekkere bank om op te slapen. Zover geen probleem. Alleen, het baasje en vrouwtje deden ’s nachts de deur naar de slaapkamer dicht zodat hij niet op bed kon kruipen. Op zich natuurlijk een beetje vervelend, hij lag graag warm. Maar nu had hij ontdekt dat als hij met zijn neus een zetje gaf tegen het ene deurtje en hij zijn pootje dan wiebelde tussen de spleet die dan ontstond bij het andere deurtje, hij alles opzij kon schuiven. En dan ging de deur open en kon hij lekker bij het vrouwtje kruipen. Maar wat denk je, dat mocht hij niet, ze had hem teruggestuurd en toen hij niet gelijk was gegaan, was ze nog uit bed gekomen ook. “Hup, terug op de bank.” De dag erna had ze er wel om gelachen en tegen het baasje gezegd dat hij voor Houdini studeerde. Geen idee wie dat is maar het zorgde er in ieder geval niet voor dat hij zijn zin kreeg.

Weet je, soms is het gewoon niet eerlijk. Mensen mogen veel meer dan hondjes.

Herfstherinnering

Ieder jaar, als de herfst zich aandient, moet ik weer denken aan de vrouw van een oud-collega. Zij had een hekel aan de zomer, ze werd pas weer blij als de herfst zich aandiende. Niet dat ze het niet graag warm had, ze hield alleen niet van al die blote lichaamsdelen die in de zomer schaamteloos voorbijschoven. Zelf was ze altijd op en top een dame. Mijn maatje en ik gingen geregeld met hen uit eten en ik voelde me echt altijd een kluns naast haar. Nu ben ik al niet van de handige tak, zoals ik wel eens vaker gemeld heb, maar naast haar kwam mijn onhandigheid pas echt goed tot zijn recht.

En niet omdat zij zich superieur gedroeg, oh nee verre van. Want waar ik altijd met mes en vork in de weer ben, pakte zij haar eten vrolijk met haar handen van haar bord. Perfect gemanicuurde handen, dat dan weer wel. Zij kon ook de hele avond eten en drinken zonder een spoortje van haar lippenstift te verliezen. Ik gebruik niet eens lippenstift, ik zou de boel maar onder smeren.

Ik weet nog wel dat we een keer in een sjiek Italiaans restaurant gegeten hadden. De ober kwam aan met onze jassen, ik had mijn tas, reikte naar mijn jas en zag toen dat de ober de vrouw van mijn collega een handkus gaf. Ach nee, dat ging mij natuurlijk ook gebeuren. Stond ik daar te klungelen om mijn jas aan te krijgen, één arm in een mouw, tas van de ene kant naar de andere kant, bijna te huppen. Ik dacht nog even mijn tas tussen mijn knieën te klemmen maar daar zag ik maar vanaf. Dat was echt helemaal niet charmant. De ober wachtte geduldig tot ik alles voor mekaar had en reikte toen naar mijn hand. Pffff. De vlammen sloegen me aan alle kanten uit. Niet door zijn gebaar maar wel door mijn eigen sukkeligheid.

Maar de herfst dus. Zij was zich er enorm van bewust wat een slechte uitwerking de zon heeft op je huid. Ze had ook vrijwel geen rimpeltje. Nou valt dat bij mij ook wel mee maar ik kom toch nog wel eens tot de ontdekking dat ik mijn zonnebril ben vergeten. En dat ik dus moet knijpen met mijn ogen om nog wat te zien. Dat zou haar niet overkomen, zij was altijd overal op voorbereid. En in de herfst, dan hoefde dat wat minder. Dan kon je naar buiten zonder het risico te lopen als een craquelé appeltje te eindigen. Ik kreeg rond die tijd ook altijd een tasje met verzorgingsproducten van haar. Lief bedoeld, echt, ik was er dankbaar voor, maar het is aan mij zo slecht besteed. Smeren doe ik wel maar net zo makkelijk met Nivea.

Inmiddels is zij niet meer bij ons, helaas. Maar de start van dit prachtige jaargetijde zal voor mij altijd de herinnering aan haar levend houden.