
In de wachtkamer van het ziekenhuis zit een man geduldig op zijn afspraak te wachten. Hij heeft zijn jas nog aan, zijn handen keurig op zijn knieën en de blik van iemand die zich heeft voorgenomen dit bezoek waardig te ondergaan. Misschien moet hij een onderzoek ondergaan. Misschien wacht hij op een uitslag. Of wellicht heeft hij gewoon ergens pijn en wil hij daar over praten. Hij weet alleen nog niet dat zijn echte beproeving binnenkort naast hem komt zitten.
Ik zie een vrouw van middelbare leeftijd binnenkomen met haar hoogbejaarde moeder. De oudere vrouw duwt voorzichtig haar rollator naar een stoel en gaat krakerig zitten. De dochter neemt omzichtig plaats, met de daadkrachtige uitstraling van iemand die al jaren voor iedereen zorgt en daar graag uitgebreid verslag van doet.
Na enkele minuten wordt haar moeder binnengeroepen.
Zij blijft zitten.
En dan begint het.
Ze attaqueert de man naast haar en vertelt hem dat ze drie kinderen heeft. Haar telefoon met foto’s en filmpjes in de aanslag. Allemaal totaal verschillend opgevoed, want ieder kind vraagt nu eenmaal om een andere aanpak. De oudste was altijd al gevoelig. De middelste juist dwars. De jongste woont samen, maar volgens haar veel te vroeg. De man knikt voorzichtig. Ach, had hij dat maar niet gedaan.
Dat knikje wordt door de vrouw opgevat als een schriftelijke uitnodiging om haar complete levensverhaal voor te dragen. Na de kinderen volgt de mantelzorg. Haar moeder wil namelijk niets. Geen thuiszorg, geen rolstoel en al helemaal geen vreemden over de vloer. Dus komt alles op haar neer. Boodschappen, wassen, afspraken, medicijnen en natuurlijk het telefonische contact met instanties.
‘En daar word je niet vrolijk van, kan ik je vertellen.’
De man wordt er ook niet vrolijker van. Langzaam zakt hij dieper in zijn stoel. Zijn blik dwaalt naar de deur, de balie en zelfs naar het raam, hoewel de wachtkamer zich op de derde verdieping bevindt. Vluchten is duidelijk geen optie. Ik zit een paar stoelen verderop en bekijk het tafereel met het warme leedvermaak van iemand die zelf heel nauwgezet buiten schot blijft.
Dan wordt zijn naam geroepen. De man springt overeind alsof hij gratie heeft gekregen. Hij loopt niet naar de verpleegkundige, hij vlucht. Hij kijkt niet meer om. Je ziet hem denken, wegwezen! De vrouw kijkt hem na, ze is een beetje teleurgesteld. Daarna laat ze haar blik door de wachtkamer gaan, op zoek naar een nieuw luisterend oor. Plotseling heeft iedereen een buitengewoon interessant telefoonscherm. Zelfs de man zonder telefoon kijkt aandachtig naar zijn handen.









