Corona-eetclub

corona eetclub

Vrienden zijn belangrijk, iedereen is daar wel van overtuigd. Je leert je echte vrienden ook pas kennen in tijden van crisis. We kennen allemaal wel de mensen die roepen “als ik je kan helpen, moet je het laten weten”. Maar o wee als je dan inderdaad een keer hulp nodig hebt, dan hebben ze heel dringende andere dingen te doen. “Ik wil je heel graag helpen maar het kan niet, dan snap je toch wel?” Jij knikt, je snapt dat die persoon toch geen echte vriend blijkt te zijn. Echte vrienden heb je maar heel weinig.

Nu wil het feit dat wij gezegend zijn met echte vrienden. Mensen waar we altijd terecht kunnen, die geen vragen stellen maar helpen en steunen. Andersom proberen wij dat ook te doen. Geen vragen stellen maar steun bieden. In de winterperiode gaan we, naast de andere keren dat we elkaar zien, eenmaal per maand samen uit eten. Iedere keer een ander restaurant. De ene keer gaan we heel sjiek, de andere keer naar een schnitzelparadijs, waar we ook heel veel plezier hebben. Het zijn hoogtepunten in de donkere maanden.

In januari en februari van dit jaar zijn we ook nog op pad geweest. In maart hadden we het laatste restaurantbezoek gepland. Traditioneel in een mooi restaurant waar we heerlijk zes gangen kunnen eten. Helaas, het liep anders. Een dom virus zorgde er voor dat de hele wereld op slot ging en iedereen aan huis gekluisterd werd. Wat nu?

Ik weet niet wie het idee opperde maar we besloten iedere zaterdag samen te eten. De ene week zijn we bij hen, de andere week komen zij naar ons. Een soort van Corona-eetclub. De ene week bestellen we bij een restaurant dat thuis bezorgt, de andere keer koken we zelf. Het menu is net zo verschillend als onze restaurant-keuze in de winter. We hebben pizza gegeten, heerlijke pilav, Limburgs zoervleis, geweldige huisgemaakte Chinese rijsttafel. Ach, eigenlijk zou een bruine boterham met kaas net zo goed gezorgd hebben voor een gezellige avond. We raken nooit uitgepraat en als we in herhaling vallen, lachen we elkaar gemoedelijk uit.

Er komt straks een tijd dat alles weer ‘normaal’ is. Dat we weer op pad kunnen, dat alle kroegen en restaurants weer geopend zijn. Dat mijn maatje en ik weer naar de camping in Aywaille kunnen. En dat is goed. Misschien zullen er wel dingen veranderen, maar daar wennen we wel aan. In ieder geval zal de noodzaak om thuis te blijven dan niet meer zo groot zijn. En hoezeer ik ook verlang naar die ‘normale’ situatie, ik zal onze zaterdagavonden gaan missen. Dat weet ik nu al. Natuurlijk blijven we vrienden en blijft onze geplande vakantie naar Engeland gewoon staan, maar toch, het gevoel van schuilen bij elkaar wordt minder. Maar je hebt geen crisis nodig om te weten wie echt je vrienden zijn.

KokenKoken

Wat een rare wereld

20190602_153708

Wat er nou precies aan de hand is, weet hij niet helemaal zeker. Het vrouwtje is de hele dag thuis maar zit wel achter dat rare kastje waar steeds andere dingen op verschijnen. En een paar keer per dag gaat ze naar haar kamertje boven, dan mag hij niet mee. “Overleg”, zegt ze dan tegen het baasje. Die knikt begrijpend. Hij snapt er niet veel van. Hij heeft eens meegekeken toen het vrouwtje “overleg” had met iemand, maar die moest alleen maar heel hard lachen. En wat er nou zo lachwekkend was aan het feit dat hij bij het vrouwtje op schoot zat, dat weet hij nog steeds niet.

Wat ook wel raar is, is dat ze met dit mooie weer niet naar de camping gaan. Hij heeft Yana en Luna al lang niet meer gezien. En wat te denken van Indy, die zal wel flink gegroeid zijn sinds vorig jaar. Toen was ze nog zo’n slungelige puberhond. Hij is benieuwd of ze een mooie dame is geworden. Ook zijn vriendjes Eggy en Monique heeft hij al lang niet meer kunnen knuffelen. Hij hoort het baasje en het vrouwtje er soms wel over praten maar ze gaan er nog steeds niet naar toe. Dat gekke woord, corona, wordt nog steeds genoemd als de oorzaak. Mensen zijn toch eigenlijk wel zwakke wezens hoor.

Het is toch wel te hopen dat ze deze zomer nog naar de camping gaan. Hij moet toch wel gaan kijken hoe het met iedereen is. En bovendien, het is ook gewoon gezellig. Lekker ’s morgens met het vrouwtje naar het bos, achter de bal aan rennen met het baasje en ’s avonds naar het vuur kijken dat het vrouwtje zo graag stookt.

En weet je wat ook zo raar is, als hij nu met het vrouwtje gaat wandelen, tussen de middag, dan komen ze ook helemaal niemand tegen. Ja, die gekke Husky, die altijd naar iedereen grauwt omdat zijn baasje hem al superkort houdt als er 100 meter verder op een andere hond aan komt. Arm beest, hij wordt bijna gewurgd. Dan zou hij zelf ook wel lelijk gaan doen tegen anderen. Maar verder bijna niemand, het is maar een enkele keer dat het vrouwtje een praatje kan maken.

Hij heeft gehoord dat de kinderen inmiddels weer naar school mogen. Dat schijnt voor veel vaders en moeders goed nieuws te zijn. Geen idee waarom, maar het zal wel. Hij vindt het alleen maar fijn als iedereen bij elkaar is. En met kinderen kun je vaak lekker spelen. Ook dat mist hij van de camping.

Nou ja, het voordeel is wel dat hij van het vrouwtje wat meer snoepjes krijgt. Maar als hij dat moet inleveren om weer “normaal” op pad te kunnen, dan doet hij dat graag. Zo is het ook allemaal maar saai.

 

Afscheid in deze tijd

Afscheid tante Sjaan

Eigenlijk paste er maar één woord bij, respect. Respect voor hoe ze haar hele leven alles gedaan had wat in haar vermogen lag om mensen zich welkom te laten voelen. Ze zorgde niet omdat het moest maar omdat het een deel van haar zelf was. Ze genoot van de kleinste dingen, gezelligheid, mensen om haar heen, maar ook haar gezin, of als de kleinkinderen kwamen, als mensen iets voor haar mee brachten, of gewoon, als ze even heerlijk in het zonnetje kon zitten. Ik kende haar nog niet mijn hele leven maar als ik aan haar denk komt direct die gulle lach weer in mijn gedachten. Met haar zus verhalen ophalen over vroeger, tranen van het lachen. Aan een lange tafel, vol met hapjes en drankjes, pas tevreden al niemand iets tekort kwam. Als je op zondagmiddag even aanging voor een kopje koffie ging je pas na het eten weer naar huis. Met het gevoel dat je in een echt warm nest was geweest.

Zelfs toen ze na een lang en hecht huwelijk haar man verloor, wist ze nog positief te blijven. Ze bleef achter in het zo vertrouwde huis, dankbaar voor alle hulp die ze kreeg. De omgeving die ze al zo lang kende, hielp haar in de dagelijkse gang van zaken. Tot ook voor haar het moment kwam om los te laten.

Wat volgde was de wens van de kinderen om hun moeder een waardig afscheid te geven. Respectvol. In de ‘Corona-tijd’ een hele uitdaging. Uiteindelijk konden er dertig personen afscheid nemen, dan zouden de regels in acht genomen kunnen worden. Dertig mensen, een handjevol. Het bleek echter niet makkelijk dit aantal gevuld te krijgen. Oude mensen waren bang voor zichzelf, jonge mensen waren bang de oude mensen te besmetten. Het leek erop dat alleen de kinderen bij de kist zouden staan. Ze begrepen het wel. Maar daardoor deed het niet minder zeer. Dit was niet hoe het zou moeten zijn.

Het was mooi weer, die dag. Stralende zon, prettige temperatuur. In het kleine zaaltje stonden de dertig stoelen klaar, op veilige afstand van elkaar. Met hun gezinnen hadden ze nog niet de helft van de stoelen nodig. Er waren wat gasten binnen gedruppeld, een handjevol. Zij hadden bescheiden de achterste rijen bezet. In afwachting van eventuele andere gasten. Het werd een sobere plechtigheid. Ze herdachten hun moeder met respect en met liefde. Het maakte op de gasten daardoor een verpletterende indruk. Afscheid van een vrouw die hare hele leven zo had klaar gestaan voor iedereen, waar gastvrijheid zo hoog in het vaandel had gestaan. En nu, nu waren er zo weinig mensen om afscheid te nemen. Het was schrijnend.

Mijn maatje en ik waren getuige van het afscheid. Ook wij waren diep onder de indruk. Er zullen zoveel mensen zijn die haar gaan missen. En dat die nu niet aanwezig konden of durfden te zijn bij haar afscheid, het voelde als heel oneerlijk. Dat wij er wel waren, gaf ons een goed gevoel. En ook wij zullen haar, haar gulle lach en haar warme hart gaan missen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Anderhalve meter dans

breiwerk

Het is bijna bizar, hoe mensen op dit moment om elkaar heen dansen om maar anderhalve meter afstand te houden. Bij de supermarkt staan de karretjes in de bekende rijen, normaal gesproken trek je een exemplaar naar je toe en groet je de man of vrouw naast je met een knik. Nu wacht je op een afstand tot de klant voor je zijn of haar karretje heeft gepakt of in ontvangst heeft genomen van de behulpzame winkelmedewerker die de handvatten heeft ontsmet.

In de supermarkt wachten mensen aan het begin van een gangpad tot een andere klant een andere kant uit gaat. Even wachten met het uitzoeken van een stuk kaas tot de andere klant is opgeschoven naar de vleeswaren. Een groot voordeel is dat je bij de kassa niet tegen je enkels wordt gereden door het winkelwagentje van een ongeduldige klant die niet kan wachten tot hij (en heel vaak zij) de spullen op de band kan gooien. Net of de hardwerkende kassière kan toveren.

Onlangs was ik in ons dorp bij de bakker op het dorpsplein. Een kleine winkel maar met heel veel lekkere en eerlijke producten. Normaal sta je hutjemutje in de winkel en erger je je aan die dame met haar handtas als een hutkoffer, waarmee ze in je ribben staat te porren. Nu is het anders, er zijn 3 klanten tegelijk in de winkel toegestaan en de anderen wachten buiten onder de overkapping. En, afhankelijk van het weer inderdaad, dat is best gezellig. Waar iedereen binnen staat te kijken wat we dit weekend bij het ontbijt gaan eten, komen nu de verhalen los. De meeste mensen ondergaan de maatregelen gelaten en vinden sommige dingen zelfs wel leuk. Ik vind het ook helemaal prima om gesprekken aan te knopen met onbekende mensen. Tenslotte zitten we allemaal in hetzelfde schuitje en moeten we allemaal wachten.

Het is mooi om te zien hoe creatief iedereen omgaat met deze nieuwe situatie.

Ook bij de apotheek moest ik buiten wachten. Voor me was een dame die me vertelde dat ze de medicijnen voor haar moeder kwam halen. Die durfde zelf niet meer naar buiten en was al weken afhankelijk van haar kinderen. Nog een geluk dat het mooi weer was en dat het dus niet erg was om boodschappen te doen. Natuurlijk voelde ik me direct schuldig omdat ik altijd in mijn auto stap en het weer mij dus niet zo veel deert.

Op weg naar huis belde ik gelijk naar mijn moeder. Hoe gaat het mam? Nou, het gaat op zich best goed. Natuurlijk vindt ze het saai, ze kan (en mag van ons) niet naar buiten en de meeste sociale contacten liggen stil. Dus heeft ze haar oude hobby weer opgepakt en is ze begonnen met het breien van een vest. Ik hoop van harte dat deze crisis snel voorbijgaat. Stel dat ze ook voor mij een vest wil breien. Ach, ik voel mijn oude jeugdtrauma alweer de kop opsteken.

Bol.com AlgemeenBol.com Algemeen

Gevleugelde uitspraken

book-3199610_1920

Je hoort het mensen deze dagen vaak zeggen “pas goed op jezelf, zorg goed voor jezelf”. Dat doet me toch altijd weer denken aan een uitspraak van mijn vader. Die zei “Wie zichzelf bewaart, bewaart geen rommel.” Mijn vader had meer van dat soort gezegdes. Als rechtgeaarde onderwijzer en liefhebber van de Nederlandse taal, verzamelde hij ook gedichtenbundels. Ik heb een aantal van deze boeken geërfd. Van “Ongerijmde rijmen” tot “De verzamelde werken van Bloem”. Gedichtenbundel kun je ook niet lezen op een e-reader, die moet je in je handen houden

Een van zijn meest geliefde gedichten ging over Madurodam, geschreven door C. Vaandrager,

“De kroketten in het restaurant

zijn aan de kleine kant”

Ik weet het, veel mensen zullen het heel flauw vinden, maar mijn vader lag dubbel bij dit soort teksten.

Het is ook het soort humor dat we deelden ten aanzien van het ouderwetse Tilburgse dialect. Het mooiste Tilburgse scheldwoord, een “gòllipaop”, een echte slome sufferd. Als je in de historie duikt vind je een Gallische paus uit de veertiende eeuw. Wat zullen de mensen een hekel aan die man gehad hebben. Er waren veel Franse invloeden uit Brabant, die namen we meepesaant maar even mee. En passant.

De mooiste groet komt in deze tijd eigenlijk ook uit het Brabants. Houdoe. Houd je (goed). Ondanks het feit dat ik het woord eigenlijk nooit gebruik, wil ik het wel iedereen wensen.  Het is een rare tijd, mensen worden teruggeworpen op zichzelf en hun gezin. Voor mij geen enkel probleem maar ik kan me voorstellen dat het hier en daar toch tot spanningen kan leiden. Tenslotte is het wennen voor iedereen. En het is nog niet voorbij, het zal best nog even duren voor alles weer normaal wordt. Laten we goed op elkaar letten en proberen te genieten van kleine dingen. Die grote dingen komen vanzelf wel weer.

Houdoe.

Bol.com AlgemeenBol.com Algemeen

Een leven lang leren

e-learning-3734521_1280

Anderhalf jaar geleden schreef ik dat ik gestart was met een opleiding e-learning developer. Dat ik voor mijn uitdaging stond. En hoe gaaf het was om weer in de schoolbanken plaats te nemen. Inmiddels is de uitdaging achter de rug en het felbegeerde papiertje binnen. Mijn maatje ging mee om naar mijn eindpresentatie te kijken en mijn collega’s zorgden voor een grote ballon de dag er na. Geslaagd.

Het geeft je een gevoel van zelfvertrouwen. Je hebt een achtergrond die je beter in staat stelt een goede sparringpartner te zijn voor collega’s. Maar het is ook gewoon leuk, nieuwe dingen ontdekken die je dan ook nog kunt toepassen.

Dus na een tijdje ging het weer kriebelen. De avonden op school, leren van medestudenten. Het maken van de opdrachten, informatie opzoeken en rondneuzen in allerlei artikelen. Alle nieuwe dingen die aan de orde kwamen. Maar vooral het jezelf ontwikkelen. Nieuwe dingen ervaren, nadenken over vraagstukken die eerder niet aan de orde kwamen. Omdat mijn werkgever volledig achter het volgen van (nuttige) studies staat, schreef ik me al snel in voor de opleiding Onderwijskunde. Lekker, weer naar school.

Het liep wat anders, zoals bij veel mensen. De avond voor mijn eerste schooldag kreeg ik een telefoontje van de docent. Ze voelde zich grieperig en vond het niet verantwoord de bijeenkomst door te laten gaan. Ze wist niet of ze het corona-virus te pakken had maar ze wilde geen enkel risico lopen. We zouden zo snel mogelijk een nieuwe datum plannen. Een week later ging het land gecontroleerd op slot. Ondanks het feit dat ik het volledig begrijp en me aan de regels houd, was de teleurstelling groot.

Maar net zoals wij onze klassikale cursussen omzetten naar online of virtual classroom, zo werd achter de schermen ook hard gewerkt om de opleiding waar ik me voor ingeschreven had door te kunnen laten gaan. We planden, overlegden en maakten een afspraak. Afgelopen vrijdag was de eerste dag, online. Het was niet hetzelfde, zelfs een beetje onwennig, en heel intensief zo’n hele dag, maar het was wel supergaaf. Natuurlijk, de klassikale bijeenkomsten komen wel weer en tot die tijd is dit een heel goed alternatief. We zijn in ieder geval weer van start!

 

Een huis als thuis

Thuishuis

Ik kan me voorstellen dat in deze tijd mensen toch anders naar hun huis gaan kijken. Tenslotte zijn we veel meer thuis dan anders. We werken aan de eettafel, naast de kinderen die hun schoollessen volgen op hun tablet. Mooi dat het allemaal kan maar het vergt wel wat aanpassingsvermogen. En dan is er nog het verschil in ruimte. Waar de een riant woont en een eigen kamer ter beschikking heeft om te werken, moeten anderen de woonkamer delen met zijn vieren. Gezellig, maar een kantoortuin heeft ook echt zijn nadelen.

Mijn eigen huis is ruim maar niet riant. Omdat we met zijn tweeën zijn is dit helemaal prima, ik zou niet anders willen. Onze eettafel is eigenlijk het hart van het huis, daar zitten we. Ik zeg wel eens lachend, wij hebben een hele dure hondenmand, want de enige die gebruik maakt van de bank is Stef. Natuurlijk kijk ik ook wel eens naar andere huizen, maar meer uit bewondering dan uit jaloezie.

Ik weet nog goed dat ik tijdens de motorritten die wij maakten, ik achterop, met mijn handigheid is het niet aan te raden zelf een rijbewijs te halen, door de mooiste streken van het land reden. Vooral de Lek- en Linge-route was prachtig. We reden daar bij voorkeur in de lente, als alle bomen in bloesem stonden en de huizen trots afstaken tegen een blauwe lucht. Ik kon er geen genoeg van krijgen. Wat een huizen, groot, mooi, geweldig. Dan woonden wij toch maar in een kippenkooi. Of de routes in Noord-Holland, weids, ruimte zover als je kon kijken. Toch wel anders dan bij ons.

Op één van die ritten kwamen we op de terugweg door een beruchte wijk in een grote stad. Waarschijnlijk waren we verkeerd gereden want de ANWB leidt je meestal door, met respect, de mooie stukken van Nederland. Links en rechts grauwe galerijflats. Graffiti, troep in de portieken. Grijs, grijs, grijs. Het was er stil op straat, op zich was dat niet verwonderlijk maar het gaf een vreemd gevoel. Er was een nergens een takje groen te bespeuren, geen bomen of perken alleen maar beton. Echt alles was grijs. Zo kun je ook wonen. We zochten de juiste weg en reden snel weg uit die droefenis. Na een uurtje snelweg namen we de afslag en ik zag ons huis, dat vertrouwde plekje dat ons thuis is. Het woord kippenkooi kwam echt niet in me op, kan ik je vertellen.

Bol.com AlgemeenBol.com Algemeen