Vereniging van eigenaren

Jaren geleden heeft mijn maatje, destijds samen met zijn beste vriend, een bedrijfshalletje gekocht. Op een bedrijventerreintje. Voor mijn maatje als opslag voor zijn materialen, zijn aanhanger en zijn spullen. En natuurlijk stonden er ook twee caravans en de Spitfire van zijn vriend. Waar ze samen, niet gehinderd door enige kennis van zaken, vele zaterdagen aan klusten. De auto heeft nooit de concoursstaat bereikt, maar dat mocht de pret niet drukken.

Helaas zijn beide mannen ons veel te vroeg ontvallen en dus erfde ik het pandje. Waar inmiddels een huurder in zat omdat mijn maatje al was gestopt. En hoe gaat dat, met dat soort pandjes, het blijft niet zo netjes als het was. Het onkruid, dat eerst gezamenlijk werd bestreden, groeit en groeit. Iemand zet er als eerste een zeecontainer neer, en de rest volgt gewillig. Lelijke stalen hokken in soorten en maten, ieder in zijn eigen onmogelijke kleur. Er worden spullen neergezet. En nog meer spullen. Auto’s worden geparkeerd waar eigenlijk geen auto zou moeten staan, want plaats is er nauwelijks.

Dus, ergernis alom.

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat mijn huurder het ook niet zo nauw neemt met de parkeerplaats van anderen. Niet uit kwaad wil, hij ziet het gewoon niet. Zijn klanten komen bij hem binnen en hij vraagt niet waar ze hun auto hebben gedropt. Ik heb hem erop aangesproken, en hij doet zijn best. Maar ja, zijn best bleek niet genoeg in deze miniatuurversie van een gemeentehuis.

En dus werd er een vergadering belegd. Op dat moment moest ik eigenlijk al lachen. Ik had namelijk voorgesteld om even ergens af te spreken waar we ook een kopje koffie konden drinken, maar dat voorstel werd uiteraard afgeschoten. Te duur. Dus stelde iemand zijn hal ter beschikking. Heel sympathiek hoor. Daar zaten we dan op plastic stoeltjes, met een bekertje koffie dat eigenlijk meer op warm water leek. Helemaal prima. Totdat de organisator het woord nam.

Hij vond namelijk dat we een Vereniging van Eigenaren moesten oprichten. Ik keek de kring rond en zag een verzameling aardige, hardwerkende mensen die er zo te zien al hoofdpijn van kregen bij het idee dat ze ooit een notaris zouden moeten binnenstappen. Het voorstel kreeg dus ook nauwelijks bijval. Iedereen werd een beetje lacherig. Wat ons natuurlijk niet in dank werd afgenomen.

Vanaf dat moment werd het een narrige vergadering. Ik zag iemand die zichzelf zó serieus nam dat het bijna aandoenlijk werd. Bijna, want hij werd vooral bozer en bozer, alsof wij persoonlijk zijn levenswerk saboteerden. We hebben uiteindelijk afspraken gemaakt en ik hoop maar dat mijn huurder zich eraan gaat houden.

Want ik speel al veel te lang voor scheidsrechter in een wedstrijd waar niemand zich aan de spelregels houdt.

Verbouwing

Het blijft een uitdaging, verbouwen. We zijn nu een paar weken onderweg en als we eerlijk zijn, het verloopt best goed. Zelfs de gaten in de muren die zijn achtergebleven na het vertrek van de slopers zijn inmiddels gerepareerd. Natuurlijk zitten er nu weer nieuwe gaten. Maar die zitten in de vloer.

In ons nieuwe huis hebben we voor en achter in de woonkamer ramen tot aan de vloer. Dat is mooi en het geeft veel licht binnen. Maar ons nieuwe huis was ook voorzien van hele lelijke convectorradiatoren. En die stonden pontificaal voor de ramen. Nee, dat moest anders. Gelukkig zijn er ook op dat gebied kundige mensen die precies weten hoe je die radiatoren kunt vervangen. Natuurlijk krijg je dan allemaal moeilijke vragen. Zoals, wat wil je precies? Waar moet dat dan komen? Hoeveel capaciteit heb je nodig. Op die momenten verschuil ik mij achter mijn geliefde uitspraak, ‘ik ben een zwakke weerloze vrouw, bovendien ben ik blond.’ Ik weet daar echt helemaal niks van en laat die beslissingen graag aan anderen over.

Uiteindelijk werd er besloten en kwamen er mensen sleuven maken in de muren en in de vloer om leidingen te verleggen. Alweer. Ik heb echt medelijden met onze nieuwe buren. Die arme mensen zijn al weken heel vroeg wakker.

Ik ga dan ’s avonds mee kijken. Als het stof weer een beetje is neergedaald.

‘Hee, de thermostaat van de verwarming geeft storing.’

Nu was er op de verwarmingsketel een sticker geplakt met een hele rits codes en daarachter wat het betekende. En bij onze code stond: ketel moet bijgevuld worden. Ik kreeg gelijk weer visioenen van mijn eigen oude ketel. En dat ik dan in mijn badjas stond te mopperen omdat ik weer eens geen warm water kreeg als ik onder de douche stond. Gelukkig was het nu makkelijker. Gewoon even de slang aansluiten en bijvullen. En ontluchten.

Natuurlijk liep het weer helemaal anders. De slang schoot los en mijn vriendje kreeg de volle laag. Ontluchten ging niet want er was nergens een sleuteltje te vinden. Verwarmingsketels, het zijn altijd krengen.

Dan maar een installatiebureau gebeld. Zij stuurden een vriendelijke monteur die de ketel met een vakkundig oog bekeek en de gaskraan opendraaide. Die zijn behulpzame collega’s eerder die dag bij het verleggen van leidingen hadden dicht gedraaid. Tja, kleinigheidjes hou je altijd.

Planning

Als je gaat verbouwen, heb je een gedegen planning nodig. Gelukkig hebben wij iemand in onze naaste omgeving die precies weet hoe je die maakt en wat er bij een verbouwing allemaal komt kijken. Want echt, als je niet goed uitkijkt, staat de schilder in huis voor dat de stukadoor is geweest. En dat is slordig. Dus, onze planning zit waterdicht in elkaar. Denken we.

Half januari zou de tuin achter betegeld worden en de tuin voor ingericht met grind. De materialen waren besteld, de leveringsdatum afgesproken en de tuinman geregeld. En toen ging het sneeuwen. Heel hard sneeuwen. Brabant verdween onder een laag van dertig centimeter sneeuw. ’s Nachts vorst, de grond hard. We keken met lede ogen naar het weerbericht. En zeiden tegen elkaar, ‘dat gaat hem niet worden.’ Het allereerste onderwerp van de planning en nu ging het al fout. Maar, wonder boven wonder, de sneeuw smolt en de grond was weer toegankelijk. En onze voor- en achtertuin zien er gelikt uit. Prima planning.

Wie niet zo goed konden plannen, waren de mannen die de badkamer en toilet kwamen slopen. Zij hadden de klus aangenomen dus wij bemoeiden ons er niet mee. Ik zou ook een dag werken in het huis terwijl zij bezig waren. Ik nam mijn oordoppen mee en dacht er maar het beste van te gaan maken. Ik was er vroeg maar de slopers waren eerder. En ik werd begroet met de vraag, ‘is er geen dixie?’

‘Nee, we hebben geen dixie.’

‘En hoe moet dat dan?’

Tja, dat wist ik natuurlijk ook niet. Wij hadden in eerste instantie drie toiletten in ons nieuwe huis en zij hadden die er alle drie heel enthousiast uit gesloopt. Op de eerste dag. Prima planning toch. Gelukkig kon ik bij vrienden terecht die even verderop wonen maar voor de heren slopers had ik geen oplossing. Ik was na een dagje vreselijk veel lawaai en, eerlijk is eerlijk, nogal wat ergernis, wel klaar met die mannen. Het gemak waarmee ze voorbijgingen aan het gat in de muur wat ze veroorzaakt hadden, ik vond het bijzonder.

Ik was blij dat dat deel van de planning in ieder geval achter de rug was. Op naar het volgende.

Ik mag het delen!

Ik mag het delen, de cover van mijn eerste eigen boek. Op 27 februari a.s. ziet mijn roman het levenslicht. Ik ben er nu al apetrots op. Maar ik hou jullie natuurlijk in aanloop daar naar toe op de hoogte.

Mijn boek komt in de vorm van paperback en e-book. En je kunt de paperback al bestellen, https://www.uitgeverijkeytree.nl/webshop.html.

Toetsenbordhelden

Ik heb het altijd gezien als een guilty pleasure, meelezen met de commentaren van anderen op allerlei posts op Social Media. Mensen, ongehinderd door enige kennis van zaken, gooien hun mening onder een post. Gewoonlijk in het meest verschrikkelijke Nederlands. En ze hebben vaak niet eens gelezen waar het over gaat waardoor ze ook nog eens de plank enorm misslaan. Ik kan er enorm van genieten. Maar wat me de laatste tijd opvalt, is dat er zoveel haatdragende commentaren worden gegeven. Als een minderjarige jongen omkomt bij een vuurwerkincident, is dat voor alle betrokkenen heel erg triest. En inderdaad, het is ook dom. Je moet niet rommelen met vuurwerk, je moet een veiligheidsbril op en gehoorbescherming. Maar wees eerlijk, wie doet dat nu. Ik denk dat tachtig procent van de mensen die vuurwerk afsteken daar helemaal nog nooit aan gedacht hebben. En het zal je kind maar zijn.

Of de reacties op Kjeld Nuis. Zeker, zijn reactie zelf was ook niet heel sympathiek. Maar waarschijnlijk was zijn teleurstelling zo groot dat hij zichzelf even vergat. Moet je hem dan allerlei enge ziektes toewensen? Volgens mij niet. Zijn collega’s reageren nog genuanceerder dan de toetsenbordhelden. Die waarschijnlijk nog nooit een prestatie van belang hebben geleverd.

En dan de mensen die een ongeluk krijgen door de sneeuwval. Die hebben natuurlijk allemaal veel te hard gereden. En niet uitgekeken. Gewoon dom, een gevalletje eigen schuld dikke bult. Maar ik geef eerlijk toe dat ik ook wel eens geschrokken ben als ik moest remmen en ik ineens het ABS-systeem voelde ingrijpen. En ik denk dat ik echt geen scheurneus ben. Maar we hebben toch allemaal wel eens gedacht ‘poeh, dat bracht ik er af.’

Dus ik ben gestopt met het lezen van commentaren op nieuwsberichten. Natuurlijk, je mist er ook helemaal niks aan maar het was af en toe wel komisch. Want de spelfouten die er in die teksten gemaakt worden, die verzin je niet. De verleden tijd van slapen is volgens mij nog altijd ‘sliep’ en niet ‘slaapte’ zoals ik laatst ergens las. Maar de glimlach om een dergelijke fout haalt het niet bij de verbazing over het niveau van sommige mensen. En hun drang dat niveau te etaleren voor de rest van de wereld. Ik vind het heel bijzonder.

Een nieuw jaar

Een nieuw jaar. Wat gaan we allemaal meemaken. In ieder geval is mijn huis verkocht en eind januari komen er andere mensen in wonen. Dat is een heel raar idee. Toch wel. Vooral ook omdat ik altijd gedacht had dat ik dat huis samen met mijn maatje zou verkopen. Wat zouden de nieuwe mensen ervan gaan maken? Ze gaan flink verbouwen, heb ik begrepen. Dat vind ik niet erg. Dat zou ik zelf ook doen. Sommige mensen hebben daar problemen mee, ‘mijn mooie badkamer, mijn mooie keuken.’ Maar ja, je hebt het verkocht en dus moet je er afstand van doen.

Maar dit jaar gaan we ook verhuizen naar ons nieuwe huis. Helemaal ingericht naar onze eigen wensen waar we hopelijk nog lang plezier van mogen hebben. Helemaal omdat ik in de voorbereidingen al een paar keer ‘op karakter’ dingen heb gesjouwd die eigenlijk net iets te zwaar voor me waren. Althans, dat heeft mijn rug me laten weten. ‘Niks gewend hè,’ zou mijn maatje zeggen.

Maar voor het zover is, gaat er nog iets veel spannenders gebeuren. Op 27 februari komt mijn eerste boek uit. Mijn eerste eigen boek. Het was heel gaaf om mee te mogen werken aan verhalenbundels maar hoe tof is het om een eigen boek uit te mogen brengen. En wat gaan andere mensen ervan vinden. Dan moet ik het loslaten, oei. Toch kan ik bijna niet wachten.

Natuurlijk zijn er voor volgend jaar ook onzekerheden. Hoe gaat het met Stef, mijn allergrootste vriend. Mag hij dit jaar veertien kaarsjes uitblazen. Ik hoop het met heel mijn hart. Maar laten we daar nog maar niet te veel bij stilstaan. Voorlopig ligt de kleine stinkerd nog heel tevreden te snurken op de bank.

Het jaar 2025 was weer een bewogen jaar. Met veel verstrekkende beslissingen. Maar het voelt goed. Ik heb vertrouwen in 2026. We gaan er iets moois van maken.

Gelukkig nieuwjaar

Een nieuw jaar. Wat gaat het ons weer brengen? Ik hoop heel veel goeds, heel veel liefde en verdraagzaamheid. Dat laatste is misschien een utopie maar ik blijf stug volhouden. Ik wens iedereen alle goeds voor het komende jaar. Blijf elkaar vasthouden.

Last van december

Het is weer december, de feestmaand. De mooiste maand van het jaar. Nou, niet in mijn optiek. Het klinkt narrig maar ik heb echt een hekel aan december. De enige mooie dag in december is de 21ste. De dag dat de dagen weer gaan lengen. Oké, je ziet er nog helemaal niks van, het is nog altijd alsof je een mol bent als je de hele dag hebt gewerkt, maar het gaat om het idee.

December, de maand waarin heel Nederland volgens de reclames intiem knus bij elkaar zit, niemand ruzie heeft over gourmetpannetjes en iedereen plotseling kerngezond en dolgelukkig is. Tenminste, als je de suikerzoete televisiewereld moet geloven. Gezinnen die zo perfect zijn dat je je bijna afvraagt of ze in een ander universum wonen. Iedereen lacht, niemand mist iemand, er is nergens ruzie. De enige die een traan laat, is iemand die ontroerd is omdat de buurvrouw een schaal koekjes bracht. Ondertussen zit jij op de bank te denken, fijn hoor, dat iedereen zo gelukkig is.

Terwijl de wereld zich opmaakt voor “de gezelligste tijd van het jaar”, voelt het voor veel mensen als een maand vol herinneringen die net even iets te hard binnenkomen. Die lege stoel aan tafel blijft leeg, hoe vaak de supermarkten er in de reclame ook iemand naast zetten. Al dan niet op het laatste moment.

En begrijp me niet verkeerd. Ik ben weer een gelukkig mens. Ik heb een lieve man, lieve familie en vrienden, mensen om me heen die me steunen en er voor me zijn. Ik heb heel veel mooie vooruitzichten. Een nieuw huis. Op 27 februari verschijnt mijn eerste echte boek. Heel veel om heel blij om te zijn. Maar toch, in deze tijd van het jaar knaagt het. Het verlies is weer tastbaar en het gemis enorm. En het gekke is, dat wordt niet minder. Mijn maatje zit nog steeds vol in mijn hart.

Daarom zal ik blij zijn als het allemaal weer voorbij is en we weer over gaan tot de orde van de dag. Op naar de lente.

Functionele Neurologische Stoornis

Sommige gebeurtenissen komen zo onverwacht dat je pas achteraf weer eens beseft hoe wankel het dagelijks leven eigenlijk is. Zo’n moment beleefde ik toen een goede vriend werd getroffen door een Functionele Neurologische Stoornis (FNS). Een diagnose waar je vaak pas van hoort als het te dichtbij komt. En dat deed het, zomaar ineens en zonder waarschuwing.

FNS veranderde in één klap zijn lichaam en zijn vertrouwen daarin. Bewegingen die ooit automatisch gingen, kosten nu enorme inspanning. Communicatie, concentratie, energie, alles lijkt een onzekere factor geworden in een leven dat altijd zo vanzelfsprekend en zeker was. Hij is dezelfde persoon, maar zijn lichaam werkt niet langer op de manier waarop hij dat altijd gekend heeft. Wat mij raakt, is niet alleen de fysieke worsteling, maar vooral de psychische impact. Het voortdurend moeten onderhandelen met een lijf dat zich niet aan de afspraken houdt.

Voor zijn partner is het leven al even drastisch veranderd. Hij werd ongemerkt mantelzorger, planner, begeleider, aanpasser. En hoeveel je ook van elkaar houdt, je moet soms ook zelf even je rust zoeken. Samen maken zij dagelijks het beste van een situatie die niemand heeft gekozen. Hun toekomstperspectief verschoof van vanzelfsprekend naar onzeker, van plannen maken naar per dag bekijken wat haalbaar is.

Toch zie ik in hun verhaal ook iets anders, namelijk veerkracht. Ze leren nieuwe routes kennen, nieuwe gewoontes ontwikkelen, nieuwe manieren vinden om gelukkig te zijn. Ze vieren kleine overwinningen, een goede dag, een geslaagde wandeling, alles wordt een mijlpaal. Je leert anders naar dingen kijken.

Helaas is de buitenwereld vaak nog niet zo ver. FNS is niet zichtbaar. En als een ziekte niet zichtbaar is, wordt het al snel gebagatelliseerd.

FNS verdient meer bekendheid, meer begrip en minder oordeel. Het zit niet tussen de oren. Het is een complexe neurologische aandoening die je leven volledig kan ontwrichten. Door erover te praten, hoop ik bij te dragen aan dat begrip. Want achter elke diagnose schuilt een mens, en achter elke mens schuilt een verhaal dat gezien en gehoord mag worden.