Geur van herinneringen

gold-shrub-1328562_1280

Het is echt een cadeautje, prachtige herfstdagen met hoge temperaturen. Lekker buiten, schoppen door de afgevallen bladeren maar nog geen dikke jas aan. Heerlijk. ‘s Ochtends is het fris, soms zelfs mistig. Maar dat geeft niet, het enige nadeel van de hoge temperaturen is namelijk dat het niet ruikt naar herfst. Het is te droog in de natuur. Dat komt vast nog wel, dus daar zal ik niet over klagen.

Ik hou zo van die geur. Ik weet wel, het is eigenlijk gewoon maar rottend blad, maar ik blijf maar snuiven. Geuren kunnen zo snel herinneringen oproepen. Het brengt me in een oogwenk terug naar mijn jeugd.

Mijn ouderlijk huis had een ouderwetse parketvloer. Mijn moeder boende die, op haar knieën, met een grote zachte lap en ouderwetse boenwas. Door het jaar heen werden de stukken bijgehouden waar veel gelopen werd maar eens in het jaar, in het voorjaar, werd de hele vloer onder handen genomen. Het hele huis rook dan naar boenwas. Als mijn moeder klaar was, kocht ze een grote bos forsythia. Ik zie de ouderwetse vaas nog zo voor me. De combinatie van boenwas en die mooie gele bloesem betekent voor mij nog altijd lente.

En datzelfde heb ik met het najaar. Dat begon voor mijn gevoel eigenlijk al eerder, aan het einde van de zomervakantie. Die duurde voor ons kinderen voor het gevoel een eeuwigheid, Aan het einde van die vakantie mochten we met mijn vader mee naar school. Als onderwijzer ging hij altijd zijn klaslokaal in orde maken voordat het weer overspoeld werd door lawaaierige kinderen. Wij mochten dan op ieder tafeltje een schriftje, pennen, potloden en gummetjes neerleggen. Ook die materialen hadden hun eigen specifieke geur. Wat later, toen ik op de middelbare school zat, rook ik datzelfde als we schoolinkopen gingen doen. Ik kan het niet omschrijven, het is de geur van een nieuw schrift wat nog helemaal onbeschreven is. Sommige leerlingen schreven verder in hun schrift van vorig jaar. Dat was voor mij ondenkbaar, ik moest een nieuw jaar beginnen in een nieuw schrift. Voeg daarbij de geur van de herfst tijdens de fietstocht naar school en mijn melancholie is compleet,

Zo zijn er in de loop van de tijd veel geuren bij gekomen. IJkpunten in mijn eigen eenvoudige geschiedenis. De geur van desinfectiemiddel in het ziekenhuis, de geur van houtvuur op een zomeravond, het zijn allemaal herinneringen. Mooie en minder mooie. Ik hoop er nog veel te kunnen maken.

 

Los op elkaar

 

Ik blijf me verbazen. Mijn maatje is altijd op zoek naar nieuwe informatie over hoofdpijn dus hij is ook lid van een Facebook-groep met dit onderwerp. Het brengt hem heel veel nuttige informatie, zeker. Daarom blijft hij ook regelmatig kijken. Maar ook in deze groep van zogenaamde lotgenoten gaan sommige mensen volledig los in hun commentaar op elkaar. Ik lees mee en vermaak me.

Niet iedereen is hetzelfde en niet iedereen gaat hetzelfde om met hoofdpijn. Er zijn mensen die niet meer functioneren en dus ook niet meer kunnen werken. Maar er zijn ook mensen die doorbikkelen en zichzelf hebben voorgenomen zich niet te laten kennen. Geen van tweeën doen het goed of fout. Althans, in mijn ogen. Het is maar net hoe je zelf met zaken om kunt gaan en hoe heftig je aandoening zich manifesteert. Maar dat is maar een mening. En sommigen zijn toch echt een andere toegedaan.

Laatst nog. Een groepslid vroeg in het algemeen hoe medeleden omgaan met een bepaalde aandoening. Een levendige discussie ontspon zich. Maar iedereen was het er wel over eens dat je hier serieus mee om moet gaan, of het nu een gevolg is van de je aandoening of je “gewoon” overkomt.  Therapieën werden aangeraden, levenswijzen werden voorgesteld. Tot er iemand was die het nodig vond dit in het belachelijke te trekken. Hij was blijkbaar wel een ervaringsdeskundige maar er van overtuigd dat alleen zijn zienswijze de juiste was. Dat in combinatie met een neerbuigende toon was voldoende om een stroom aan commentaren uit te lokken. De beledigingen, al dan niet gespeld in behoorlijk Nederlands, vlogen in het rond.

Gelukkig heeft de groep een verantwoordelijke beheerder en deze greep direct in. Voor de zoveelste keer wees zij er op dat de groep bestaat uit lotgenoten die alleen verbonden zijn door hun aandoening dus niet allemaal hetzelfde zijn. En dat we met respect met elkaar om gaan. De aanstichter van de discussie vond het blijkbaar genoeg en verliet de groep. Waarschijnlijk hebben meerdere mensen een zucht van verlichting geslaakt.

Ik was het helemaal eens met de handelswijze van de beheerders. Maar het is toch wel een ‘guilty pleasure’ van me om eens door zo’n discussie heen te scrollen. Wat mensen toch verzinnen om elkaar te beledigen, ik vind het onvoorstelbaar. En die mensen kennen elkaar niet eens, hebben elkaar nog nooit ontmoet en in de ogen gekeken. Toch zijn ze er van overtuigd dat de ander echt van de pot gerukt is en vooral zijn of haar gore bek moet houden. Dit zijn citaten, ik heb het niet zelf verzonnen.

De veroorzaker van deze discussie neemt niet meer deel aan de groep. Gelukkig zijn er op andere plaatsen voldoende andere heethoofden die van zich doen horen. Facebook, Twitter, je kunt er je hart ophalen. Ik geef nooit commentaar, ook niet als mijn handen jeuken. Maar ik lees graag mee.

 

Napoleon

napoleon-33073_1280

Napoleoncomplex is een informele term uit de psychologie. Het is een vorm van minderwaardigheidscomplex. Alfred Adler was de eerste die de term gebruikte, waarmee hij doelde op een overgecompenseerd gevoel van minderwaardigheid.

De naam is ontleend aan Napoleon Bonaparte. Adler zag hem als voorbeeld van iemand die extreem ambitieus gedrag vertoonde om minderwaardigheidsgevoelens over zijn geringe lengte te compenseren. Zo zei Napoleon ooit tegen maarschalk Ney: “U bent dan wel langer, maar ik ben groter”.

Napoleon was met ongeveer 1,67 m overigens niet kleiner dan de meeste Europeanen van zijn tijd. De wijdverbreide opvatting over zijn geringe lengte valt vooral terug te voeren op Engelse spotprenten uit het begin van de negentiende eeuw. Bovendien leek hij relatief klein omdat hij zich omringde met lijfwachten die allemaal flink langer dan gemiddeld waren.

(Bron: Wikipedia)

Mijn eerste baas was zo’n Napoleon. Een klein mannetje met een ego dat ver boven hem uit steeg. Natuurlijk had hij zijn kwaliteiten maar die lagen voornamelijk in het verleden. Automatisering hield zijn geheim streng voor hem verborgen. Mijn collega’s en ik maakten daar dankbaar misbruik van. Hij wilde namelijk ook niet toegeven dat hij er weinig van begreep. De nieuwste apparatuur was ook altijd voor hem. Als een collega een nieuwe laptop nodig had, kreeg hij die van de manager en werd voor hem een nieuwe besteld. “Hij krijgt weer een nieuwe bureaulamp”, was steevast het commentaar van een nuchtere collega. Deze gaf hem ook altijd een blanco diskette als er een update kwam van het rekenprogramma dat wij altijd gebruikten. De arme man heeft het nooit geweten. We hebben het hem ook nooit verteld.

De mooiste anekdote vond ik die keer dat diezelfde collega stiekem op de laptop van onze manager een wachtwoord had ingesteld. “Eens zien hoe lang het duurt tot hij er achter komt.” Er gingen weken voorbij maar er gebeurde niks. Blijkbaar had hij nog niet geprobeerd in te loggen. Alle collega’s kenden het wachtwoord, qwerty, wat door onze automatiseringsafdeling standaard werd gebruikt. Het mocht natuurlijk niet teveel opvallen, we moesten wel allemaal dezelfde smoes kunnen gebruiken.

De laptop stond eenzaam op zijn bureau. Niemand keek er verder naar om. Tot het moment dat een collega, het hoofd van onze administratie, een laptop nodig had om thuis wat zaken af te maken. En zich wendde tot onze manager. “Zeg, kan ik jouw laptop vanavond lenen, ik kom anders echt in tijdnood.” De arme man durfde geen nee te zeggen. Die avond ging om negen uur mijn telefoon. “Uh, ik heb iets heel doms, ik ben mijn wachtwoord vergeten en nu kan Gerard niet inloggen”. Ik had veel moeite mijn lach te houden, inwendig schudde ik en viel bijna van de bank. “Oh, ik weet het niet, ik denk dat het gewoon ‘qwerty’ is, dat gebruikt automatisering toch altijd.” Een zucht van verlichting klonk aan de andere kant. “Ach ja, dat zal het zijn.”

De dag erna schoof hij schichtig binnen. Ik vertelde het verhaal in geuren en kleuren aan mijn collega’s. Wat hebben we gelachen. Wat moet die man zich ongelukkig hebben gevoeld. Maar goed, uiteindelijk veroorzaakte hij het zelf. En eerlijk is eerlijk, veel heeft hij er niet van geleerd. Tot aan zijn pensioen is hij een zeer belangrijk man geweest. In zijn eigen ogen.

 

 

 

 

 

 

Afspraak is afspraak

money-1302835_1920.jpg

Ondanks alles zijn wij Nederlanders een principieel volkje. We gaan nog altijd uit van het standpunt “afspraak is afspraak”. En natuurlijk, er kan altijd iets tussenkomen, maar dan laat je het weten. Mensen die hier de hand mee lichten, kunnen meestal rekenen op behoorlijk wat commentaar.

Zoals te verwachten is dit in een Afrikaans land heel anders. Alle afspraken, of het nu vergaderingen zijn of sociale afspraken, zijn altijd ondergeschikt aan eigenbelang. Een uur te laat komen, of helemaal niet verschijnen, wordt door de meeste mensen als heel normaal geaccepteerd. Ook als je niet eens de moeite hebt genomen om even te laten weten waarom je verhinderd bent. Zelfs de stichtingen die vrijwilligers leveren worden hiermee geconfronteerd. Hoezo dankbaar zijn, het is toch Allah die heeft gezorgd dat deze vrijwilligers doen wat zij doen.

Natuurlijk moet je dit als buitenstaander tot op zekere hoogte accepteren. Binnen de hekken van een Nederlandse compound gelden echter andere regels. Er zijn vastgestelde werktijden en je pakt niet iets dat van een ander is. Simpel, zouden wij zeggen. Het blijkt echter niet zo heel eenvoudig als het lijkt. Als iets er al een tijdje ligt zonder gebruikt te worden, dan kun je het toch net zo goed meenemen? Of niet dan?

Het grootste probleem is echter het liegen. En dan wel om de simpelste dingen. Een bepaalde stichting in Gambia sponsort meisjes zodat zij naar school kunnen. Een regel daarbij is wel; er wordt niet gestolen en er wordt niet gelogen. Gebeurt dat wel, dan stopt de sponsoring direct. Dat klinkt misschien hard, maar het is de enige manier. Als er gelogen wordt over kleine dingen, wordt er zeker gelogen over grote zaken.

Een schrijnend voorbeeld hiervan is een meisje dat een kwitantie wilde inleveren ter waarde van één euro. Het papiertje was echter gekopieerd en er was een gedeelte wit gelakt. Daar was iets anders overheen geschreven. “Nee, nee, ik heb dit echt zo van school gekregen.” Argwanend door ervaring werd er contact opgenomen met de schooladministratie. Er valt altijd te controleren wat bepaalde zaken kosten. De administrateur stond perplex, de kwitantie was overduidelijk vervalst. Voor de stichting was maar één reactie mogelijk, hoe verdrietig ook. De sponsoring werd gestopt, het meisje kon niet meer naar school.

De dag erna meldde het meisje in kwestie zich. Voor ze zelf van wal kon steken, werd haar gevraagd waarom ze gelogen had en de kwitantie had veranderd. Waarom voor één euro. Het meisje bleef stug volhouden dat ze de kwitantie zo had gekregen. Helaas voor haar werd de administratie van school eerder geloofd. Even later kwam haar moeder, zij maakte het verhaal nog erger. “Nee, het was voor een pasfoto en het was niet de administrateur maar een leraar die de kwitantie had veranderd.” De vrijwilliger had moeite niet in woede te ontsteken. “Laat die leraar dan maar komen om het uit te leggen.” Weinig kans, die man komt echt niet, die heeft er nl. helemaal niks mee te maken.

Dus heeft dit meisje haar toekomst op het spel gezet voor één euro. Ze was de beste van haar klas maar kan nu niet meer verder. Omdat ze niet wil toegeven dat ze heeft gelogen. De principes van de stichting zijn strak, de sponsoring stopt. Dit klinkt wellicht hard maar toegeven betekent dat het hek van de dam is. Het is heel jammer maar de voorwaarden zijn vooraf uitgebreid toegelicht. En toen is er instemmend geknikt. Helaas is het daar voor deze mensen bij gebleven.

Het valt niet mee om ter plekke te blijven helpen. Hoeveel makkelijker is het om, zoals de meesten van ons dat doen, een klein bedrag te storten en te denken “veel succes er mee”. Wij lopen niet tegen die cultuurverschillen aan. Wij oordelen van een afstandje, lekker makkelijk. Gelukkig blijven er mensen zijn die zich daar te plekke inzetten. En daar heb ik veel respect voor.

 

Heerlijk herfst

stoofpeertjes.jpg

Als wij in september op vakantie gaan, is het altijd maar de vraag of het mooi weer is. We blijven in de buurt, in de Belgische Ardennen, dus we kunnen niet uitgaan van warm weer of zelfs droog weer. Deze onzekerheid weegt voor mij alleen niet op tegen de geur van de herfst. In de ochtend kun je het al ruiken, ietwat vochtig, ietwat rottend blad. Mijn maatje deelt maar ten dele mijn voorliefde voor de geur van rottende natuur, voor hem is het een voorbode van de winter. Voor mij ook, maar ik kan toch wel genieten van dat laatste knallen van de natuur. Nog even uitpakken in de meest mooie kleuren.

Op de camping waar wij geregeld komen, staan een paar perenbomen op het terras. Hier wordt niet veel mee gedaan. De meeste peren komen al rottend aan hun eind, honden worden er van af getrokken en eventueel passerende ratten hebben een feestmaal. Dit jaar zagen echter de peren er zo mooi uit dat ik ze niet kon weerstaan. Ik maak stoofperen namelijk op een heel moderne manier. Mijn moeder kookte ze in water, met rode suiker. De pan stond een paar uur te pruttelen en het resultaat waren lichtroze peertjes die, met excuus aan mijn moeder, smaakten naar het water waar ze in gekookt waren. Ik vond er niet veel aan. Tot ik tegen een recept aan liep dat er heel anders uit zag. Met zwarte peper, kaneel, maar vooral ook veel rode wijn en een flinke scheut port. Volledig geschikt voor de magnetron. De alcohol vervliegt, dus dat is geen probleem, maar de smaak blijft. Pittig, gepeperd en prachtig rood.

Ik klom op een stoel en trok wat peren van de boom. Natuurlijk kreeg ik direct hulp en samen met een dame van de camping plukte ik een grote doos met peren. Bij de plaatselijke supermarkt werden de benodigde ingrediënten ingeslagen, kaneel, steranijs, port, wijn. Niet direct de meest gangbare zaken die je in je vakantie koopt maar wel grappig om ook een keer in je karretje te hebben.

Op de camping trof ik de voorbereidingen. Mijn maatje was zo lief geweest om ondertussen alle peren al te schillen. Geen makkelijke klus, stoofperen zijn vreselijk hard. De wijn, suiker en peper ging in een schaal en in de magnetron. Ons plekje begon te ruiken als een regelrechte whisky-stokerij. Daarna de peren en verdere toebehoren in de magnetron. Het ruikt naar de kroeg maar het smaakt voortreffelijk.

Natuurlijk heb je altijd te veel. Het voordeel daarvan is dat je kunt uitdelen. De hele camping ging aan de stoofperen. Heerlijk, wat is de herfst toch een prachtig seizoen.

 

Vrij weekend

beach-1661720_1920

Verschillen in culturen uiten zich soms in de kleinste zaken. Zo is het in Gambia helemaal niet gewoon om een tuin te hebben. Iets waar wij in Nederland al heel wat jaren aan gewend zijn. Dus het wieden van onkruid, voor ons de normaalste zaak van de wereld, is daar een eeuwigdurende strijd tussen tuineigenaar en tuinman. Bovendien stelt de laatste, is het veel handiger een plant uit te trekken die al wat groter is, ook al is het onkruid. Dus waarom op je knieën die kleine plantjes verwijderen. Je kunt veel beter wachten tot ze wat groter zijn. Scheelt werk. Dat dat niet de essentie is van een tuin, ontgaat hem volkomen.

Hetzelfde gebeurt bij het verzoek om het gras te maaien. “Hoezo, dat is toch nog helemaal niet hoog.” De geduldige uitleg; “de bedoeling van een gazon is dat het kort is, en dat is ook makkelijker met maaien”, komt niet helemaal aan. Rare jongens, die Europeanen.

Niet dat de mensen niet behulpzaam zijn, of van goede wil, dat is niet het probleem. Helemaal niet. Ook niet als het gaat om hulp in de huishouding. Maar stoffen boven ooghoogte, dat is toch echt overbodig werk. Dat zie je niet eens. En wie gaat er nu op zijn knieën zitten om de plinten te inspecteren? Zonde van je tijd om daar aandacht aan te besteden.

Nee, dan is het heerlijk om een keer alles achter te laten en een weekend naar zee te gaan. Als je om 07.00 uur ’s morgens opstaat, kom je alleen de dorpsvrouwen tegen die naar hun tuinen gaan. Zij verbouwen groenten en bewateren deze de hele dag. Ze hebben een paar lokale putten waar zij met een emmertje aan een touw water uit kunnen halen. Van de vroege ochtend tot de late middag zijn ze hier mee bezig. Dan lopen ze naar huis, wat vaak ook nog een uur gaan is. Je kunt gerust bewondering hebben voor deze vrouwen, AH.nl komt hier niet voorrijden met een krat vol boodschappen.

Het strand is leeg, er is niets dat het uitzicht bederft. Geen bar, geen restaurant, geen moderne lounge-club waar je voor veel te veel geld wazige dingen eet en drinkt. Geen schreeuwerige borden die je er op wijzen dat dit ‘the place to be’ is. Nee, een strand zoals een strand bedoeld is. Zand, water, zon. Het echte vakantiegevoel. Even geen zorgen, even geen oplossingen hoeven bedenken. Alleen maar stilte en rust. De geluiden van de natuur. Het enige dat je dan kunt doen, is stil zijn.

Morgen vangt het gewone leven weer aan. Ook in Gambia is het soms nodig even er tussenuit te gaan en gewoon te genieten. Waarschijnlijk is dit een overeenkomst tussen alle culturen.

 

 

Tante nonnetje

klooster

Heel af en toe kom je er nog een tegen. Een non. Meestal gekleed in een zwarte of grijze jurk, degelijke kousen en stevige schoenen. En een kap, natuurlijk. Alle haren zorgvuldig weggestoken onder een sluier.

Als kind hadden wij ook een tante nonnetje. De zus van mijn opa was ingetreden in een Frans klooster. Haar ouders hadden niet voldoende geld voor de bruidsschat die zij moest meenemen naar een Nederlands klooster, dus vertrok zij naar het buitenland. Natuurlijk moest ze daar wel hard werken, zij werd operatiezuster. Het klooster was verbonden aan een ziekenhuis, de moeder-overste van het klooster was tevens directeur van het ziekenhuis. Dat kon toen nog.

Regelmatig was zij een paar dagen op bezoek bij mijn opa en oma. Wij vonden dat wel interessant. Ze bracht ook vaak snoepjes voor ons mee, vaak gekonfijte amandelpitten. In Nederland niet bekend maar in Frankrijk geschikt voor iedere gelegenheid. Ik weet nog dat zij, toen mijn jongste zus werd geboren, voor iedereen een klein zakje roze exemplaren bij zich had.

De Franse taal is niet makkelijk. Het viel me op de middelbare school niet altijd mee. Vooral de boeken die we moesten lezen voor de boekenlijst waren best een opgave. De Kleine Prins werd door mijn leraar niet geaccepteerd. Het verhaal was dan misschien ook wel geschikt voor volwassenen, de taal was niet precies wat hij bedoelde met literatuur. Dus begon ik een briefwisseling met mijn oudtante, in het Frans. Natuurlijk over koetjes en kalfjes, tenslotte lagen haar en mijn wereld mijlenver uit elkaar.

Maar het hielp wel. Het vervoegen werd makkelijker en ik leerde meer woorden kennen. Een paar jaar schreef ik regelmatig. En zij schreef terug. Later werd het minder maar toch stuurde ik haar met kerst een volgekriebelde kaart. En ik kreeg er een terug. Haar handschrift werd wel wat bibberiger maar het bleef toch prima te lezen.

Ik werd ouder, leerde mijn maatje kennen en ging met hem samenwonen. Plotseling stopten de kerstkaarten. Ik, in mijn naïviteit, zocht er in eerste instantie niets achter. Misschien had ze mijn nieuwe adres niet, misschien was ze het vergeten, tenslotte werd ze ook een dagje ouder. Ik maakte er een keer een opmerking over tegen mijn moeder. Ze mompelde wat en nam een ontwijkende houding aan. Het wakkerde mijn nieuwsgierigheid aan en ik wilde weten wat er aan de hand was. Na lang zeuren was mijn moeder eindelijk bereid de waarheid te vertellen.

Tante nonnetje bleek niet zo ruimdenkend te zijn, het “behandel uw naaste gelijk uzelf” was toch lastig in praktijk te brengen. Vooral ten opzichte van iemand die niet wettelijk gehuwd is. Mijn moeder schaamde zich. Ik heb er hartelijk om gelachen.

Ik heb mijn tante nooit meer gesproken. Ze heeft een hoge leeftijd bereikt en is rustig ingeslapen. Waarschijnlijk in de veronderstelling dat het gelijk aan haar zijde was. Ach, iedereen heeft recht op zijn eigen mening.