Gevarengeld voor influencers

Het blijkt dat het nog niet meevalt om als influencer staande te blijven. Gevaren liggen overal op de loer. En vaak nog uit onverwachte hoek. Laatst werd een Mexicaanse influencer per ongeluk doodgeschoten. Per ongeluk? Ja inderdaad, per ongeluk. Ze wilde met haar vrienden een ontvoering in scène zetten. De zogenaamde ontvoerder zette een vuurwapen tegen haar hoofd om het echt te laten lijken. Helaas is het allemaal niet als in de film en ging het pistool af. Mensen vergeten vaak dat er ook nog een patroon in de kamer kan zitten. Het twintigjarige meisje werd in haar hoofd geschoten en overleed ter plekke aan haar verwondingen. Zo zie je maar, Social Media is niet wat het lijkt.

Misschien moeten we een keer gevarengeld in het leven roepen.

Tenslotte gaat het leven van een influencer niet over rozen. Kijk maar naar Famke Louise. Het arme kind stak een keer haar nek uit en werd volledig afgemaakt. Haar medeondertekenaars hielden zich allemaal wijselijk stil. Als je geschoren wordt, moet je stil blijven zitten. En als er dan iemand bereid is om naar voren te treden, dan moet je dat beslist niet ontmoedigen. “Nee joh, ga jij lekker naar Jinek, jij kunt dat!” Om vervolgens in je hoekje opgelucht adem te halen. Een mening op Social Media hebben is één ding, hem verdedigen is heel iets anders.

Nou ligt het waarschijnlijk aan mijn leeftijd, maar ik snap niet veel van het hele verschijnsel. Natuurlijk, ik heb ook een Instagram-account, maar ik verdien er helemaal geen geld mee. Mijn fout, als ik het goed deed kon ik er misschien ook wel van leven. Tenslotte is mijn leven net zo interessant als dat van Kim Kardashian, toch? Althans, vanuit mijn oogpunt gezien dan. Ik heb wel respect voor hun commerciële inzicht hoor. Tenslotte zijn zij er miljonair mee geworden. En ik niet.

Maar het is allemaal zo nep. Al die jonge meiden die een filter over hun gezicht hangen om alles strak te trekken. En ze zijn nog zo strak. Als ik in de spiegel kijk, bekruipt me soms een gevoel van melancholie. Poeh, laten we er maar van uit gaan dat het karakter weergeeft, die lijnen. Maar om nou op Sylvie Meijs te gaan lijken, nee dank je wel. Trouwens, daar heb ik ook helemaal geen tijd voor. Ik heb een echt leven te leiden. Het lijkt me ook zo’n rare wereld. Alles wat je doet is zichtbaar voor je volgers. Het lijkt mij maar ongemakkelijk. Er zijn genoeg situaties die ik helemaal niet zou willen delen. Al was het alleen maar omdat een simpel filter dan niet volstaat.

Ik denk wel dat we er mee moeten leren dealen. Social Media is er en gaat nooit meer weg. Toen internet pas opkwam, in 1995, riepen heel veel mensen dat het een hype was. Dat het nooit iets zou worden. Nu, 25 jaar later, kunnen we niet meer zonder. Ik vrees dat Social Media ook zijn prominente plaats in de samenleving houdt. “Het open riool”, zoals ik het iemand wel eens heb horen noemen, is hier en blijft. Ik hoop alleen dat mensen kritisch blijven, niet alleen met Social Media maar met alles. Want een waar woord zegt “als het te mooi is om waar te zijn, is het waarschijnlijk niet waar”.

MobileMobile

MobileMobile

Terug in Nederland / het lot van een expat

Er was niet echt een vangnet voor mensen die als expat in het buitenland hadden gewerkt. Ze merkte het in alles aan haar vriendin. Ze hadden verwacht dat er meer voor hen geregeld zou zijn. Maar in Nederland zat niemand op hen te wachten. Iedereen was doorgegaan met zijn eigen leven, alle mooie banen waren ingevuld en voor andere jobs werden goedkopere krachten aangetrokken. Het voelde heel oneerlijk.

Het contract van haar man was beëindigd, de afkoopsom die hij had meegekregen was toereikend voor een jaar. Als ze tenminste zuinig leefden. De weekendjes Parijs en New York zaten er niet meer in. Althans, niet op de manier zoals ze gewend waren. Geen oesters, geen champagne. Het voelde heel oneerlijk, ze moesten overal zelf achter aan. Er was geen huis, geen vergoeding, eigenlijk waren ze paria’s, overgelaten aan hun eigen lot. Alsof de maatschappij thuis zei “jullie hebben lang genoeg geprofiteerd van de voordelen die jullie hadden”. Ze vergaten alleen dat het geen makkelijk leven was. Haar man constant aan het werk, zij voortdurend thuis, zonder werk, zonder eigenlijk een nuttige invulling van haar leven. Zeker na het vertrek van haar beste vriendin. De man van haar vriendin was al eerder vertrokken bij het bedrijf. Ze had het vreemd gevonden maar achteraf was het de beste beslissing die die twee ooit hadden kunnen nemen. Had haar man het ook maar gedaan.

Maar nee, die was er veel te lang van overtuigd geweest dat hij zijn leidinggevenden er wel van kon overtuigen dat het nieuwe afdelingshoofd geen knip voor zijn neus waard was. Onderschat nooit je tegenstanders, het was een motto dat hem te laat ter ore was gekomen. Hij had het wel gedaan. Met als gevolg dat ze nu, voor hun gevoel, met lege handen terug moesten naar Nederland. Zonder vrienden, zonder collega’s, eigenlijk gewoon zonder iets. Zelfs het huis waar ze in konden wonen, was niet van hen. Oh, wat had ze een heimwee naar het heerlijke huis in Portugal. Met het grote terras, het prachtige zwembad en de geur van oleanders iedere avond. Nu zat ze hier in Rotterdam, ook een prima stad, maar koud, regenachtig, in een rijtjeshuis. En dan nog mocht ze niet klagen, haar man had een prima regeling maar het was niet makkelijk om weer aan de slag te geraken. Eind veertig, veel ervaring maar niet in Nederland, behoorlijk wat salariseisen. Hij kwam vaker gedesillusioneerd terug dan niet.

Voor haar was het ook niet makkelijk. Voor ze met haar man was vertrokken, was ze directiesecretaresse geweest. Maar dat was lang geleden. Nog voor het faxapparaat in de mode was gekomen. Tegenwoordig zat er niemand meer te wachten op een secretaresse die kon telexen. Managers beheerden hun eigen agenda. E-mail had de brieven vervangen en het leek wel of niemand meer maalde om het juiste gebruik van de Nederlandse taal. Ze voelde zich soms gewoon een fossiel. Bij ieder sollicitatiegesprek werd ze van top tot teen bekeken. Oké, ze droeg een mantelpakje en een parelketting, maar wat was daar verkeerd aan. Een zichzelf respecterende vrouw droeg altijd kousen. Dus.

Design en lifestyleDesign en lifestyle

Het is ineens herfst

Man man man, wat een weer. Onvoorstelbaar, dat zo’n mooie zomer ineens zomaar voorbij is en het herfst is met alle windvlagen van dien. Af en toe moet het slaapkamerraam zelfs dicht omdat je anders uit je bed waait. De boten in het haventje voor onze deur dobberen fanatiek heen en weer. Overal klapperen touwen en andere attributen. Je zou er onrustig van worden. Gelukkig is er nog niks gezonken. Als het niet zo heel hard regent zie je nog wel eens een visser. Maar verder heeft niemand wat te zoeken in de haven.

De behendigheidsles van Stef is zelfs al een keer afgezegd. En ik snap het wel, het veld is zo zompig dat je tot je enkels in het water staat. Daar helpt geen drainage aan. Maar het is wel irritant, Stef is veroordeeld tot een leven binnenshuis. Niet dat hij zelf graag naar buiten gaat, hij steekt zijn neus om de deur en besluit dat hij best zijn pootje kan oplichten tegen de tuintafel. Die staat tenminste droog onder de overkapping. Ach, een keer schrobben met chloor en het is weer fris. Wel sneu voor die kleine man, hij gaat zo graag mee op pad.

De hele wereld ziet er troosteloos uit. Alles is nat, overal staan plassen. Bah. Wat een geluk dat we nog een heerlijke vakantieweek hebben gehad in september. Toen de temperatuur nog dik en dik boven de twintig graden was. Gelukkig hield mijn maatje zijn poot stijf. Ik wilde een week in oktober, omdat het dan vaak zo’n mooi weer kan zijn. We zouden van een koude kermis thuisgekomen zijn.

En als het nou alleen zou stormen, dan vond ik het nog wel prima. Dat is lekker, jas aan en tegen de wind in hangen. Maar het ene moment is er een felle zon en het andere moment probeert de natuur de droogte van afgelopen jaren in één minuut op te lossen. Onmogelijk om je op te kleden.

Wat ik me dan afvraag, zou dit nou iets te maken hebben met de klimaatverandering? Het zou toch zomaar kunnen. Er komen steeds meer mensen op deze aarde en dat heeft zijn invloed. Of we dat nou willen of niet. En ik weet wel, Nederland is maar een klein stipje in deze kosmos, wij hoeven niet het beste jongetje van de klas te zijn want zoveel verschil kunnen wij niet maken. Maar het is toch wel fijn als we ons eigen nest zo schoon mogelijk houden. Als het dan al verpest wordt, laat het dan in ieder geval niet aan ons liggen. Dan kunnen wij, als rechtgeaarde Nederlanders, tenminste met een terecht gevoel van rechtvaardigheid naar een ander wijzen.

ModeMode

Het zat er aan te komen…..

Het zat er aan te komen hè, we hadden het allemaal wel aan kunnen zien komen als we eerlijk waren. De tweede Corona-golf met de bijbehorende maatregelen. En ik ben niet heiliger dan de paus hoor, ik heb ook echt wel mijn oeps-momenten gehad, maar als ik zag hoe mensen weer hutjemutje op het strand lagen, of lekker met zijn allen bijeen dromden op de Tilburgse kermis. Er mag weer publiek bij voetbalwedstrijden en wat doen de supporters van Willem II? Die maken er een zootje van. Tja, dan wordt één en één toch weer twee.

Ik ga ook niet zeuren over Famke Louise, het arme kind had in ieder geval het lef om ondervraagd te willen worden. Willem Engel zie ik nog niet snel langskomen, die is wel wijzer. Ik wil wel mijn respect uitspreken voor Diederik Gommers. Wat een superoptreden van die man. Zo beheerst, zo rustig. Met alle begrip voor mensen die vragen stellen en ook graag antwoorden willen.

En nu loopt het aantal besmettingen weer op. En de ziekenhuisopnames. En het aantal patiënten op de IC. En het aantal mensen dat weer loopt te piepen en te zeuren omdat ze thuis moeten blijven. Omdat de kroegen om tien uur ’s avonds dicht gaan. Ach gussie. Natuurlijk, het is heel vervelend. Zeker voor de ondernemers die het betreft. Ik zou het ook niet leuk vinden als ik een kroeg had en ik mocht na negen uur geen gasten meer binnenlaten. Dan wordt het juist gezellig. Maar wat is het alternatief? Dat we weer in een volledige lockdown gaan omdat de ziekenhuizen overlopen en de zorgverleners moeten gaan kiezen wie ze wel of niet helpen? Jouw oma of mijn oma, kies maar.

Ik hoop, en ik denk, dat we van de eerste golf wel wat geleerd hebben. Ik hoor berichten over het toedienen van bepaalde medicijnen die het virus niet wegnemen maar de uitwerking ervan wel minder maken. Dat is toch al een vooruitgang, misschien worden er nu minder mensen heel erg ziek. Maar het doel moet toch zijn om het virus niet verder te verspreiden. Dus afstand houden. Het is lastig, maar het is best te doen. Als we elkaar er maar opmerkzaam op maken. Op een respectvolle manier, dat wel graag.

Nu wordt gevraagd een mondkapje te dragen in openbare binnenruimten. Het zal een beetje wennen zijn, maar ik ga me er in ieder geval aan houden. En ik hoop met mij meer mensen.

Want uiteindelijk zijn het alleen de mensen maar die het verschil kunnen maken. Wat zou het fijn zijn als wij onze Nederlandse kreun- en steun-mentaliteit eens even in lockdown konden zetten. En weer samen zouden optrekken om deze crisis te bezweren.

GezondheidGezondheid

We zijn toch te gast

Inmiddels is het vakantieseizoen alweer bijna voorbij. De enigen die je nu nog ziet komen, zijn over het algemeen mensen op leeftijd, al dan niet met een camper. Die camper kan variëren van lief en klein tot enorm en eigenlijk niet eens leuk meer. Dat klinkt afgunstig maar is het niet. Ik kan best genieten van campers die een badkamer hebben waar die van mij thuis karig bij afsteekt. Maar het is gewoon niet praktisch. Je kunt niet op iedere camping overblijven en je staat vaak op de meest kale plekjes. Die zijn nl. het grootst.

Wat me deze zomer in België is opgevallen, is dat veel Nederlanders boven de wet lijken te staan. Het is verplicht in winkels en op terrassen een mondkapje te dragen. In winkels wordt er goed gehoor aan gegeven. Dat is eenvoudig. Zonder kom je gewoon niet binnen. Er staan medewerkers om je karretje te ontsmetten en je kunt daar niet omheen. Maar op het terrasje waar wij geregeld neerstrijken, hebben mensen er soms toch moeite mee. Mensen die zonder bedekking het terras op komen en rondkijken met een blik van “zeg er maar eens iets van als je durft”. Vaak werd dat wel gedaan. Maar dan hadden ze altijd wel een smoes. Vergeten, ligt nog thuis, sorry, benauwd. Een enkeling durfde zijn statement vol te houden en zei “ik vind het onzin.”

Je mag ervan vinden wat je wilt. En ik ben het ook wel eens vergeten. Maar toen werd ik door mijn maatje teruggeroepen en heb ik direct het kapje voorgedaan. Het ziet er af en toe ook best komisch uit. Vooral als ze nog nieuw zijn en het nog iets te strakke elastiek de oren van mensen laat staan als die van een stripfiguur. Ach, we zitten er allemaal mee dus je hoeft je niet te schamen.

Het heeft ook iets waarschuwends. Als ik mensen zie met een mondkapje op, weet ik dat ik afstand moet houden. Zo’n virus is zo rond, het ene moment ga je vrolijk ergens heen en het volgende moment zit je met je gezin in quarantaine. Eigen schuld? Nee helemaal niet, maar misschien zijn wij in Nederland toch soms iets te makkelijk. En dat blijkt dan maar weer eens als je Nederlanders tegenkomt op hun vakantiebestemming.

Laatst hoorde ik iemand zeggen “we hebben ook ooit afgesproken in Nederland rechts te rijden, daar houden we ons ook aan.” Dat vond ik een hele verstandige uitspraak. We zijn in dit land te gast. Laten we ons dan ook houden aan de afspraken die hier gelden.

ReizenReizen

Gevleugelde uitspraken

Mijn schoonvader was van de gevleugelde uitspraken. Hij had daar zelf niet zo’n erg in maar wij moesten er stiekem altijd om lachen. Een uitspraak waar ik in deze tijd vaak aan moet denken is “Ge kunt het al goed zien aan de dagen.” Hij riep in januari altijd al dat je kon zien dat de dagen weer langer werden. Ik voelde me nog altijd een mol die ’s ochtends in het donker ging werken en ’s middags in het donker weer thuis kwam maar mijn schoonvader vond dat je het al goed kon merken. Ach, het bracht toch altijd wel een lach.

In september begon hij te mopperen. Je kon al goed zien dat de dagen weer korter werden. Voor hem lastig, zijn scootmobiel had wel verlichting maar het was toch niet hetzelfde als een auto. En wij vonden dat hij moest uitkijken. “Alleen op het fietspad, pa!” Ja, ja, hij zwaaide vrolijk als hij bij ons de straat uit reed.

Nu hij er niet meer is, denk ik toch nog vaak terug aan zijn gezegdes. Zeker in deze maand, als de dagen inderdaad korter worden en de herfst meer en meer terrein begint te winnen. ’s Ochtends is het fris, het ruikt naar mist en bladeren die beginnen te verkleuren.

Ik hoef niet meer met pa mee naar de supermarkt. Hij staat niet meer op de stoep op een moment dat het eigenlijk echt niet uitkomt. Hij verwacht niet meer van ons dat we direct in het gelid springen en naar hem toe komen omdat hij iets nodig heeft. In die zin is het allemaal wel wat rustiger geworden. Pa kon behoorlijk veeleisend zijn. Hij vond dat hij als ouder en oudere zijn rechten had. Ach, het waren vaak ook niet zulke enorme eisen en hij was altijd weer blij als het geregeld was. Pa was alleen altijd zo lekker sociaal onhandig.

Zijn as is verstrooid op een plekje dat voor ons belangrijk is. Daar is ook het steentje uit zijn urn begraven. Nu de bladeren geel en rood gaan verkleuren, loop ik daar met Stef graag naar toe. Stef rommelt wat rond en ik sta te kijken en te denken. Voor mij is september en de start van de herfst toch altijd weer een periode van terugkijken. En de herinnering aan mijn schoonvader hoort daar zeker bij.

TuinTuin

Een luchtballon

Het zijn altijd rare dingen, van die grote ballonnen met een mandje er onder waar dan mensen in zitten. Die roepen ook vaak dingen, hij snapt niet waarom want hij kent die mensen niet eens. En hij kan ze ook niet bereiken dus wat heeft het dan voor nut. Maar goed, ze vinden het leuk. Het baasje en het vrouwtje hebben ook wel eens gevlogen met zo’n ding. Gevaren, noemen ze dat dan. Het was één keer leuk en één keer minder, toen was een beetje misgegaan. Dus nu mag het vrouwtje niet meer van het baasje.

Thuis komen ze vaak over. Het maakt wel lawaai maar hij heeft er verder niet veel last van. Op de camping had hij ze nog nooit gezien. Hij stond ervan te kijken toen hij het geluid hoorde, een luchtballon, hier? Maar inderdaad, weer zo’n mal mandje met zwaaiende mensen. Tsss. Hij besloot er maar geen aandacht aan te schenken.

Wat hij niet had verwacht, was dat Dunja zo bang was. Dunja is een stevige dame waar je prima met kunt stoeien en zwemmen. Als het baasje van Dunja langskwam, ging hij meestal wel mee naar het bos. Nu kwam ze trillend als een rietje aangerend. Hij zag dat ze echt bang was. Waarschijnlijk wist ze niet wat het was en dat het geen kwaad kon. Hij ging naar haar toe en ze kwam stilletjes naast hem zitten. Ach, wat sneu. Hij zou maar even wachten tot het zakte voordat ze weer konden spelen. Het baasje had het ook al in de gaten. Hij bleef maar even bij haar.

Het duurde ook niet lang voor het baasje van Dunja aan kwam lopen. Die was toch wel opgelucht toen hij haar zag zitten, bij hem. Hij kon al niet veel verkeerd doen bij die meneer maar nu was hij toch wel erg blij. Dunja wilde alleen niet met hem mee naar huis. Hij probeerde haar gerust te stellen maar dat viel toch nog niet mee. Ze was echt erg geschrokken. Gelukkig had het baasje nog een reserve-riem en konden ze terug naar huis. Arme meid. Die zou nog wel even nodig hebben gehad om weer bij te komen.

Mensen snappen het ook niet hè, dat dieren niet altijd snappen wat er aan de hand is. Die maken maar lawaai en vinden het dan raar dat zij bang zijn. Eigenlijk zijn mensen best dom.

DierDier

In Portugal / het leven van een expat

Toch was het bijzonder, om weer brieven te krijgen uit Portugal. De jaren dat ze er gewoond hadden waren super geweest. Haar man een goede baan, door zijn salaris geld in overvloed, het levensonderhoud een stuk goedkoper dan in Nederland. Bovendien ontleenden ze ook een deel status aan de baan die haar man had. Ingenieur bij een grote oliemaatschappij, leidinggevende, behoorlijk hoog in de boom. Haar vriendin woonde er nog, in het dorpje waar zij ook hadden gewoond. Haar man werkte nog steeds bij datzelfde bedrijf. Maar de sfeer was wel veranderd. Wat was ze blij dat ze zelf al vertrokken waren.

Het leek wel of alle mensen ‘van de oude garde’ niet meer voldeden. Er kwamen steeds meer jonge managers. Dat was op zich geen probleem maar die jonge honden wilden niet luisteren naar de mensen die het bedrijf hadden opgebouwd. Die met hun jarenlange ervaring precies wisten hoe het werkte. Nee, het moest allemaal anders, het roer ging om. De gesprekken in het kleine groepje gingen ook nergens anders meer over. Eigenlijk maakten de mensen elkaar gek.

Ze was blij dat ze er niets meer mee te maken had. De brieven van haar vriendin riepen alleen maar een gevoel van onrust en teleurstelling op. Ze werd er naar van, het gevoel bleef vaak wel een dag hangen. Gelukkig nam haar vriendin haar niets kwalijk. Tenslotte waren ze inmiddels al een tijdje weg. Haar man had de ontwikkelingen eens aangezien en besloten dat hij er geen deel van uit wilde maken. “Ga je mee terug naar huis?”, had hij aan haar gevraagd. Ze had wel moeten slikken. Alles zomaar achterlaten. Haar vriendinnen, de vertrouwde omgeving. Maar ach, ze was altijd al een beetje een avonturier geweest. Het zou nu ook wel weer goed komen. “Dan kan ik weer gaan werken”, had ze tegen haar man gezegd. Hij had geglimlacht, als je maar niks doet wat je niet leuk vindt. Ach, dan kende hij haar nog niet, zij was de kat met negen levens, zij kwam altijd op haar pootjes terecht.

En achteraf was ze blij. Nu had hij weer een mooie baan en konden ze weer doen wat ze wilden. Voor de achterblijvers was het wel anders, die moesten maar zien hoe ze weer aan een baan kwamen. Het bedrijf waar ze jaren voor gewerkt hadden, dag en nacht, soms wel honderd uur per week, liet hen mooi stikken. Ze moesten het maar zelf uitzoeken. De nieuwe directie had weinig geduld met de werkwijze van de oudere ingenieurs. Als ze niet mee wilden met de moderne ontwikkelingen, dan moesten ze maar ergens anders gaan werken. Maar ja, in andere bedrijven zat men ook niet direct te wachten op iemand met veel ervaring in programma’s die niet meer werden gebruikt. Erg jammer van al die ervaring, nuchter nadenken was blijkbaar iets dat niet meer op prijs werd gesteld.

Hadden ze misschien toch te lang op het verkeerde paard gewed?

Sieraden en accessoires - NLSieraden en accessoires - NL

Daar gaan we weer

We zijn er vroeg bij dit jaar, de mussen vallen nog van het dak en het hele internet wordt al weer overspoeld met de zwarte pietendiscussie. Nou ja, met de discussie die wordt gevoerd met als excuus zwarte piet. Want daar gaat het al lang niet meer over. Partijen met de meest extreme denkbeelden gebruiken het kinderfeest om een platform te creëren waarop ze ongelimiteerd gal kunnen spuwen. En het gaat van links naar rechts. Als we elkaar maar kunnen ergeren, dan is het goed. Ik heb me ook voorgenomen om er op geen enkele manier aan deel te nemen.

Als kind vond ik Sinterklaas wel gezellig. Zeker toen we surprises voor elkaar gingen maken. Ik was redelijk bedreven in het schrijven van gedichten. Een surprise in elkaar knutselen ging me minder goed af. Het idee was er meestal wel maar om dat nou ook om te zetten in iets dat ergens op leek, nee, dat lukte niet zo goed. Maar ach, de bedoeling was goed. Het was een gezellige avond waarop we vaak eerst gingen gourmetten of fonduen. Verder zaten er helemaal geen bedoelingen achter. Sinterklaas en Zwarte Piet, dat waren twee fantasie-figuren. Net als de Kerstman en zijn rendieren. Nooit bij nagedacht dat mensen zich daardoor gekwetst konden voelen. En dat mag ook niet, dat kan nooit de bedoeling zijn van een kinderfeest.

Maar om het nu zo te misbruiken, dat is afschuwelijk. Op die manier is er ook geen normale discussie meer te voeren. Net als naar aanleiding van Black Lives Matter, of de discussie over de anderhalve meter maatschappij. Wat wordt de maatschappij toch intolerant. Wat is er toch gebeurd met het leven en laten leven.

Het lijkt wel of we op alle gebieden weer een hele stap terug hebben gedaan. Of het nu gaat om de kleur van je huid of je seksuele geaardheid, er zijn altijd mensen die er een probleem mee hebben. Zomaar. Niet dat ze je kennen, dat is ook helemaal niet nodig. “Je bent anders dan ik, dus ik ben tegen jou. En dat zet ik gewoon op internet.” Waarna anderen zich weer geroepen voelen om iets te bedenken waarop ze de schrijver kunnen aanvallen. En na een hele riedel scheldkanonnades weet niemand meer wat de aanleiding was. Gelukkig zijn we wel allemaal gekwetst, het doel is dus bereikt.

Bah. Mijn eerste reactie is “ik stop met social media” maar dat is niet de oplossing. Daarom blijf ik gewoon roepen dat we toleranter moeten zijn. En dat diversiteit de maatschappij juist mooi maakt. Ik denk dat het toverwoord ‘respect’ zou moeten zijn. Voor iedereen, ook mensen die anders zijn dan ik. Zou het ooit zo ver komen?

Bol.com AlgemeenBol.com Algemeen

Kampeermiddelen

Ieder jaar verwondert het me weer waar mensen mee op vakantie gaan. Je ziet de meest uiteenlopende tijdelijke huisjes voorbijkomen. Van klein tentje, zonder stoelen, naar pipowagen en super-de-luxe camper. Onze eerste kampeerervaring, samen, is in een tent. Mijn maatje wilde graag kamperen, ik had het nog nooit gedaan maar ach, als het niet beviel konden we het jaar erna toch gewoon weer in een appartement. Om het niet te moeilijk te maken, gingen we naar Zeeland. Naar een luxe camping met mooi sanitair en voldoende elektriciteits- en watervoorzieningen. Ik kan me nog goed herinneren hoe grappig ik het vond, die eerste nacht. Op het luchtbed, in de slaapzak. De geur van een splinternieuwe tent. Ik heb genoten. Natuurlijk was het ook mooi weer, dat heeft zeker meegespeeld, maar ik was gewonnen voor het kamperen.

In de jaren erna gingen we naar Duitsland en Frankrijk. Mijn maatje keek met een schuin oog naar kleine caravans maar dat ging me toch iets te ver. Kom zeg, zo oud waren we toch nog niet. En zeker, ik baalde als een stekker als na twee weken stralend weer op de avond voor ons vertrek een plensbui kregen. Dat alles nat in de auto moest en je de hele weg naar huis steeds van die muffe vlagen voorbij kreeg. Gelukkig hadden we thuis de ruimte om alles uit te hangen maar fijn was het niet. En die keer dat het begin september ’s nachts zo koud was dat ik mijn dikke sokken aanhield in bed.

Tot die keer dat we naar het Zwarte Woud gingen. Het was heerlijk weer, helemaal niks aan de hand. Een paar plaatsjes bij ons vandaan stonden mensen met en Eriba Puck. Mijn maatje was verliefd. “Kijk Mach, dat zou ik nou willen.” En inderdaad, het was een leuk caravannetje, als het dan moest, dan zou ik zoiets wel willen. Maar voorlopig hadden we nog steeds onze mooie tent.

Helaas ging er iets verkeerd. Het gebakken ei, dat ik niet helemaal goed genoeg gebakken had, bevatte een Salmonellabacterie en ik werd ziek. Brr, echt ziek. Ik heb wat rondgelopen ’s nachts, op weg naar het toiletgebouw. En dan weer in de tent, in de slaapzak, ik voelde me echt heel ongelukkig. Mijn maatje kon het niet aanzien en na een dag besloot hij dat we naar huis gingen. Hij zette me op een stoel en begon alles op te ruimen en af te breken. De buitentent ging het laatste. Halverwege keek hij me aan “toch maar naar een caravannetje gaan kijken?” Ik kon alleen maar knikken.

Het heeft nog best even geduurd voor ik me weer helemaal de oude voelde. Het jaar er na gingen we weer kamperen. Met onze eigen Eriba Puck L.

ReizenReizen

Reizen