Tevreden

animal-1853686_1920

Het is een discussie tussen hondenmensen en mensen die dat niet zijn. Mag de hond naar boven, naar de slaapkamer, en mag hij zelfs op bed slapen? Onze hond mag niet op bed slapen. En eigenlijk gewoon vanwege het feit dat hij zich in het begin heel bescheiden opstelt, maar naarmate de nacht vordert, steeds meer plaats nodig heeft. Op een gegeven moment lag hij met zijn dikke kop op het kussen van mijn maatje. En toen was daar de maat vol.

Dus Stef is verhuisd naar een comfortabel kussen met een vacht erop naast het bed. Want ik vind het wel gezellig, dat gesnurk in de slaapkamer. Hij houdt het zelf in de gaten, die kleine man. Als het wat later op de avond is, ligt hij heerlijk te tukken op de bank. Alleen het toverwoord ‘snoepje’ krijgt actie in die kleine pootjes. Maar mensen zijn gewoontedieren en wij hebben ook onze eigen rituelen. Aan het eind van de avond zet ik koffie klaar voor de dag er na en doet mijn maatje alle lichten uit. We zeggen niks maar Stef denkt ‘hé, even opletten’. Zodra de deur naar de gang open gaat, is hij geteleporteerd vanaf de bank en staat naast ons. Hij gaat mee naar boven.

Na even onze persoonlijke ruimte te hebben verkleind door geïnteresseerd te kijken hoe wij tanden poetsen, kruipt hij op zijn kussen. Een diepe zucht volgt en Stef valt in slaap. Hij snurkt als een oude zeeman en af en toe schrikt een van ons wakker doordat hij in zijn dromen achter vanalles aan zit. Er wordt geblaft, gemorreld en zijn pootjes maaien door de lucht alsof hij in volle galop door het bos rent. Ik vraag me even af wat er in dat kleine koppie om gaat. Het lijkt even heel druk en avontuurlijk, maar meestal snurkt hij na een paar minuten tevreden verder. “De buit is gevangen”, denk ik dan.

Ons huis is ons thuis, maar zoals bij de meeste huizen ligt er op de bovenverdieping een laminaatvloer. Lekker makkelijk, goed schoon te houden en toch leuk. Wij hebben tegelmotief. Hondenpootjes, en dan met name hondennagels, hebben echter de nare gewoonte een enorm geluid te veroorzaken op deze vloeren. Stef vormt hierop geen uitzondering. Mijn wekker loopt iedere dag om zeven uur af maar Stef is altijd een half uurtje vroeger. Hij gaat eens kijken of een van ons twee al wakker is. Het geluid van de nagels op het laminaat maakt dat ik denk “oh ja, kom hier Stef, laat het baasje slapen.”

En dan volgt voor Stef een van de hoogtepunten van zijn dag. Omdat ik niet wil dat hij mijn maatje wakker maakt met zijn getrippel, mag hij heel even op het bed liggen. Ik strijk de punt van het dekbed glad en klop op het bed. Stef kijkt en springt, begroet me even en draait dan om. Met een zelfvoldane zucht zakt hij door de pootjes en kruipt tegen mijn been. Je ziet hem denken “dit mag eigenlijk niet van het baasje, oeh, ik blijf gewoon heel stilletjes liggen, dan word ik er niet afgejaagd.” Heel af en toe zie je zijn staartje een beetje heen en weer gaan, hij kan zijn enthousiasme maar moeilijk beteugelen. Zijn geheimpje met het vrouwtje, lekker stiekem even op bed. Samen wachten we tot de wekker afloopt. De dag begint en daarmee weer de standaard rituelen. Koffie, eten, werken.

Ik pak mijn spullen om te gaan werken. Stef is inmiddels op de bank gekropen en kijkt onze verrichtingen een beetje meewarig aan. Ik geef hem een knuffel en even lijkt het of hij tegen me knipoogt. “Morgen weer?”

Blijven leren

sever-3100049_1920

Ik ben van nature een nieuwsgierig mens. Veel mensen, met name mannen, zullen zeggen dat dit een vrouwelijke eigenschap is. Ik weet het niet, misschien wel. Wat ik zeker weet, is dat ik graag op de hoogte blijf van nieuwe ontwikkelingen. Vooral op het gebied van gadgets. En dat is dan weer een heel mannelijke eigenschap.

Thuis ben ik ook degene die de smart-tv instelt en de nieuwe apps installeert. Ik kan ook helemaal blij worden van een digitale verwarmingsthermostaat. Toon is helemaal mijn ding. Mijn maatje lacht er om en laat me rustig mijn gang gaan. Hij vindt het wel handig dat hij zich niet hoeft te verdiepen in automatisering. Hij is wel handig, veel handiger dan ik, maar meer op het praktische vlak. Zo vullen we elkaar prima aan.

Als ik bedenk wat er allemaal veranderd is in de tijd dat ik aan het werk ben. Onvoorstelbaar. Ik heb nog net de telex meegemaakt. Wat een vreselijk apparaat. Die stomme bandjes braken steeds en dan moest je ze weer aan elkaar plakken. Opnieuw beginnen was veel makkelijker. Op een gegeven moment deed de fax zijn intrede. Wat een uitvinding, geweldig. Jammer wel dat het thermische papier zo vervaagde. Maar goed, een kopietje en ook dat leed was weer geleden.

De personal computer werd geïntroduceerd. Naast het gevreesde mainframe, waar de algemene administratie op draaide, kwamen er steeds meer pc’s op de werkplekken. WordPerfect, wie kent het nog. Rekenen deden we met Lotus Symphony. Wat is Excel dan toch veel gemakkelijker. Het maakt in ieder geval gebruik van een reservebestand. En als je iets wilt deleten, vraagt het systeem je wel tien keer “of je het zeker weet”. Ik weet nog dat ik in Symphony een hele rapportage had gemaakt. Ik was er geloof ik bijna een dag mee bezig geweest. Helaas zorgde een kleine stroomstoring voor een dip en kon ik gewoon weer opnieuw beginnen. Niks reservebestand, gewoon alles kwijt.

Binnenkort begin ik met een nieuwe opleiding, e-learning ontwerper. Weer een jaar naar school. Weer een nieuwe ontwikkeling. Zelfs het ‘ouderwetse onderwijs’ is aan vernieuwing onderhevig. Niet om de leraar of trainer te vervangen maar als aanvulling. Leren op het moment dat het jou uitkomt, gewoon thuis in je eigen vertrouwde omgeving. Op afstand.

Ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die het niks vinden, al die ontwikkelingen. Het gaat zo snel, het is bijna niet bij te houden. Maar je ontkomt er niet aan, het is niet te stoppen. En je hoeft ook niet overal aan mee te doen, het is meer een kwestie van kijken waar je interesse ligt. En die van mij is heel breed. Ik hou van nieuwe dingen.

Taalvoutjes

Heerlijk, een avondje luisteren naar Wim Daniëls. Ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die daar echt geen euro aan zouden willen spenderen. Of die zeggen, Wim wie? Maar toen een vriendin vroeg of ik mee wilde gaan naar zijn lezing in het theater, hoefde ik niet na te denken. Natuurlijk ging ik mee.

Ondanks het feit dat mijn vriendin en ik ook niet meer heel piep zijn, proberen wij dit niet uit te stralen. Het publiek dat samen met ons kwam luisteren, had daar duidelijk minder moeite mee. Heerlijk, pittig korte kapsels, verantwoord schoeisel, het kwam allemaal voorbij. Allemaal gewapend met een kaartje inclusief pauze-arrangement. Natuurlijk hadden wij dat ook.

Wim Daniëls vermaakte ons met een aantal mooie anekdotes maar leerde ons ook wat achtergronden waar we nog nooit over hadden nagedacht. Waar komt taal vandaan, waarom gaan alle dialecten verloren binnen nu en een jaar of veertig. Dingen waar ik nooit zo over nagedacht had. We begonnen bij de Australopithecus die geboren werd in Afrika en kwamen via via bij de Homo Sapiens, onze opa.

Ik leerde weer veel bij. Weetjes waar je op zich niks aan hebt, maar toch. Ik weet nu tenminste waar het woord ammehoela vandaan komt. En dat kan toch niet iedereen zeggen. Het interesseert natuurlijk ook niet iedereen maar voor mensen met mijn tic was het smullen.

De wervelwind Daniëls bleef aan het woord. De pauze schoot er bij in. Het drankje ook. Het was goed opletten om de draad niet kwijt te raken. Het ging van de Romeinen, de Grieken via de Kelten naar de Franken en de Germanen. En daarna naar het Brabants dialect. Heel herkenbaar. Gelukkig geeft Daniëls toe dat onze spelling eigenlijk het gevolg is van de voorkeur van een paar geleerden die zomaar wat regels hebben verzonnen. En dat het dus ook vaak niet precies te volgen is.

Toen we naar buiten liepen, duizelde het me. Ik wist dat ik even nodig zou hebben om alles te laten bezinken. Als mijn maatje zou vragen “hoe was het”, zou ik alleen maar kunnen zeggen “echt leuk”. Morgen zou alles terugkomen en zou ik in mezelf lachen. Nu nog niet.

Gelukkig hoorde ik ook nog een mooi voorbeeld van onze geliefde Nederlandse taal. We liepen de trap op en ik hoorde mensen achter me praten. “Gaan we nog wat drinken?”, de vrouw richtte zich duidelijk tot haar man. En die sprak de legendarische Nederlandse woorden “natuurlijk, het is toch gratis.”

Mooiste dag

raindrops-828954_1280

Brrr, koud. Ik heb mijn winterjas weer van de kapstok gehaald. Het is er weer voor. De voorruit van de auto is weer aangeslagen en ik weet dat het niet mag, maar ik rij de straat uit terwijl ik door een klein gaatje in de wasem kijk. Gelukkig zorgt de airco er voor dat de ruit snel schoon is.

Herfst, aan de ene kant een prachtig seizoen. De natuur pakt nog eenmaal uit met prachtige kleuren. Maar aan de andere kant ook weer gewoon naar weer, kou, regen en wind. Je ziet mensen weer weggedoken in hun kraag. Iedereen is op een holletje op weg naar zijn of haar bestemming.

De tijd komt weer dat ik me een mol voel. ‘s Morgens ga ik in het donker naar mijn werk en als ik ‘s avonds naar huis ga, is het weer donker. Het lijkt net of ik de hele dag niet buiten ben geweest.

Het is ook het weer voor rode port en haas. Dat is wel weer een voordeel. Ik ben een groot fan van herfst-eten. ‘s Ochtends vroeg opstaan om de grote gietijzeren pan te vullen met ingrediënten voor een heerlijke stoofpot. ‘s Avonds de kaarsen aan, de pan op tafel en heel lang samen zitten. Praten over vanalles en nog wat. Stef die om de zoveel tijd zijn snoet tussen je knieën stopt omdat hij vindt dat het wel weer tijd is voor een hondensnoepje. Om zich daarna weer op te krullen op zijn plekje bij de verwarming. Ook hij is geen liefhebber van de kou.

Soms trekken we onze regenjassen en laarzen aan en trotseren de storm. Heerlijk uitwaaien op het strand als er bijna niemand is.  Zo heeft ieder seizoen zijn mooie kanten.

Ach, je moet er zelf iets van maken. De herfst gaat over in de winter en daarna wordt het vanzelf weer voorjaar. Een paar maanden van bezinning en rust. Afspreken met vrienden en kennissen die we al lang niet meer hebben gezien, veel energie steken in relaties en contacten. Ook dat is heel waardevol.

En dan weer wachten op een van de mooiste dagen van het jaar, 21 december. De dag waarna de dagen weer langer worden.

 

Ontruimingsoefening

fire-detector-1502143_1920

Eens in de zoveel tijd is het weer zover. BHV ontruimingsoefening. Zelfs de BHV-ers, waar ik toe behoor, zijn niet precies op de hoogte van de datum en het tijdstip van de oefening. Dus zit ik nietsvermoedend te werken als het alarm iedereen doet opschrikken. Je kunt het niet missen, je eerste reactie is om je handen voor je oren te slaan. “Oh ja”, denk ik, “oefening, dat is waar ook.¨ Ik graai in mijn la naar mijn flatteuze geel fluorescerende vestje en loop de gang op. Waarom doen ze die oefening altijd als ik mijn torenhoge hakken aan heb. Inwendig grommend sjouw ik de hele gang door. Oh ja, de toiletten. Ik ken ze, ze verbergen er zo iemand die in het complot zit.

Gelukkig zijn mijn collega’s goed opgevoed en gaat iedereen gedwee mee naar buiten. De verzamelplek is bekend. Ook de sollicitant, die voor zijn tweede gesprek een workshop moest verzorgen, volgt breed grijzend de meute. Wat er voor af gaat, komt er achter niet meer bij, ik zie het hem denken.

Ik meld me bij onze receptie. Een collega heeft de leiding genomen en stuurt me met een andere collega een bepaalde afdeling in. Daar stuit ik op een recalcitrante collega. Ik kan het risico niet nemen, het kan zijn dat hij speciaal geïnstrueerd is. “Kom joh, mee naar buiten.” Hij moppert en bromt dat hij eerst zijn jas moet gaan halen. Ik twijfel even. “Ok, maar dan loop ik met je mee.” Want ik ken hem, als ik niet meeloop gaat hij rustig weer aan het werk. Hij knikt en schikt, braaf gaat hij mee.

Buiten staan alle collega’s te wachten tot we alle ruimtes hebben gecontroleerd. Gelukkig schijnt de zon en is het niet koud. Iedereen staat te keuvelen. Tenslotte hebben de meesten wel in de gaten dat het om een oefening gaat. En die oefening is geslaagd, binnen 10 minuten hebben we 250 mensen naar buiten gedirigeerd en alles gecontroleerd. Ook de ‘controleurs’ zijn tevreden, de oefening is goed verlopen. Natuurlijk zijn er altijd wel wat verbeterpunten maar we hebben geen grote steken laten vallen. Er is niemand achtergebleven, zelfs de clandestien verborgen verstekelingen zijn ontdekt en mee naar buiten gesleept.

De oefening wordt afgesloten, iedereen mag weer naar binnen. Veel haast wordt er niet gemaakt, daar is het te lekker weer voor. De BHV-ers blijven nog even achter voor de evaluatie. Ik wiebel nog even van de ene hak op de andere. Een collega komt naar me toe. “Ik wil wel verslag hoor”, lacht ze. Nou Annelies, bij deze.

 

As

cemetery-51550_1920

Volgend jaar is het twintig jaar geleden dat mijn vader overleed. Twintig jaar. Ik weet het nog als de dag van gisteren. Ik zie mezelf nog staan, naast mijn bureau. Ik kwam net op mijn werk, ik had net koffie gehaald. Mijn telefoon ging, het was mijn moeder. Ik weet nog dat ik dacht “waarom belt ze, we zijn gisterenavond nog geweest, heb ik misschien iets vergeten?” Ik had nooit gedacht dat het overlijden van mijn vader de boodschap zou zijn.

Mijn vader was ook niet ziek. Hij was 66 jaar oud en voor zijn leeftijd zo gezond als een vis. Hij ging ‘s avonds slapen en werd nooit meer wakker. Op zich een gezegende manier om te gaan. Aan de ene kant hard voor ons nabestaanden, aan de andere kant ook weer niet. We hebben nooit hoeven toekijken hoe hij ziek was, hij is tot het einde gewoon ons pap gebleven.

In het kleine dorpje waar hij zijn hele leven onderwijzer was geweest, is de urn met zijn as begraven in een klein graf. Een eenvoudige steen met wat planten er om heen. Mijn vader was nooit zo uitbundig. Veel kwam ik er niet, de herinnering aan mijn vader was er toch wel.

Maar nu, na bijna twintig jaar, moet er een beslissing genomen worden. Wat doen we met het graf. Kopen we voor veel geld voor de komende twintig jaar nieuwe grafrechten? Wie weet wat er in die periode allemaal kan gebeuren. Voor mijn moeder hoeft het niet, ook zij komt niet vaak op het kerkhof. Maar wat doen we dan?

Eigenlijk waren we het snel eens, mijn moeder, mijn zussen en ik. We gaan de as van mijn vader na twintig jaar alsnog uitstrooien. Dat mag. Voor de tweede keer in korte tijd zal ik dan weer met een urn in mijn handen staan. Weer de resten van een dierbare zo heel dichtbij. Het is niet dat ik er bovenmatig veel moeite mee heb maar het is toch iets dat je niet iedere dag doet. Het voert je toch weer terug in de tijd. Herinneringen aan vroeger, de beelden komen weer terug. Ach, wat is het lang geleden.

Het is nog niet zo ver, we moeten nog een afspraak maken om het graf te laten openen en de urn op te halen. En nog bedenken waar we hem precies gaan uitstrooien. Er zijn genoeg plaatsen die mijn vader dierbaar waren. We gaan een mooi plekje zoeken. Ter nagedachtenis.

 

Rentenieren

bench-1839735_1280

Het zat in de planning, al een hele tijd. Hij riep het eigenlijk al vanaf de tijd dat hij net goed en wel als zelfstandige was begonnen. “Op mijn 55e stop ik met werken!” De datum wist hij ook al, net als het jaartal. Het klonk als een grap en zo was het in de beginjaren ook bedoeld. Op je 55e, goh, dat duurt nog zo lang.

Maar de jaren gingen voorbij. Hij had veel plezier, werkte hard en liep zeker ook tegen problemen en verdriet aan. Net als ieder ander mens, helemaal niet bijzonder. Zijn 55e verjaardag kwam heel langzaam dichterbij gekropen. Hij lette er niet op, was er niet mee bezig. Hij merkte wel dat het werken hem steeds zwaarder viel, tenslotte had hij al jaren veel van zijn lichaam gevergd. Hij begon er over na te denken, stopte het weg, dacht er weer eens over en merkte toen tot zijn verbazing dat zijn maatje er ook mee bezig was. Ze kwam met het voorstel om het nu echt te doen, stoppen met werken.

Het klonk aanlokkelijk. Maar ook griezelig. Hij stopte het maar weer weg. Toch, steeds vaker, kroop  het naar boven in zijn gedachten. En hij ging er over praten. Want hoe moest dat dan?

Na veel samen praten werd de knoop werd doorgehakt. Hij verkocht alle spullen, zocht een goede collega die zijn klanten overnam en stopte. Het ging niet zonder slag of stoot, het verlies van zijn vader overschaduwde zeker de eerste maanden.

En stoppen met werken bleek helemaal niet zo makkelijk als hij dacht. Natuurlijk, hij hoefde niets meer, dat was fijn. Maar die haast, die zat nog altijd in zijn lijf. Ik moet dit, ik moet dat. Hij was gewend iedere minuut voor zichzelf te moeten verantwoorden. De planning die hij iedere week opstelde, moest wel gehaald worden. Hij bleef maar plannen. En eigenlijk hoefde hij niks meer. Vakantie was geweldig, maar dit was geen vakantie. Wat moest hij nu gaan doen. Het maakte hem onrustig.

Uiteindelijk merkte hij dat het moeten inderdaad alleen in zijn eigen hoofd zat. Dat gaf wel rust. Hij mocht zo lang denken als hij wilde, hij hoefde nu niet te beslissen. En er zou best wel iets op zijn pad komen. Wat dat was, wist hij nog niet. Maar dat gaf niet, dat zou vanzelf wel komen. En tot die tijd, ging hij lekker genieten van het “rentenieren”.