Kennis van auto’s

Mijn maatje is altijd een fan geweest van auto’s. Niet van bolides als Ferrari, die zijn alleen maar mooi om naar te kijken maar hebben nooit op het verlanglijstje gestaan. Zelfs niet als hij de Staatsloterij zou winnen. Nee, stoere, robuuste auto’s, dat was mooi. Door zijn werk was het ook zeker gerechtvaardigd een stevige auto te hebben. Tenslotte moesten er ladders op het dak en later een zware aanhanger meegenomen worden.

Maar naast onze ‘werkauto’ hadden we ook een auto nodig waar ik mee naar mijn werk kon, waar ik boodschappen etc. mee deed en waar we in het weekend mee op pad konden. We hebben veel verschillende merken gehad maar de laatste jaren, hoe opmerkelijk, waren het steeds Toyota’s. In soorten en maten.

Ik weet nog dat we een Toyota Avensis hadden besteld. Mijn maatje wilde liever niet standaard dus er werden wat opties toegevoegd. Waardoor de levering iets langer duurde dan gepland. En omdat we onze vorige auto al verkocht hadden, moest er iets komen ter overbrugging. Dat vond ik altijd sport, ik wilde graag iets wat echt oud was, waar ik niet zuinig op hoefde te zijn. De dealer die onze auto had gekocht, had precies staan wat ik wilde. En omdat het een sympathieke man was, mocht ik het autootje lenen, voor de maanden dat we moesten wachten. Uiteraard had hij dan onze auto ook eerder, maar ik vond het toch een mooi gebaar.

Het kleine rode autootje, een automaat ook nog, bracht ons overal naar toe. We reden naar zee, ik laadde al mijn boodschappen in de koffer, stiekem vond ik het een prima karretje. Mijn maatje peilde de olie, ik gooide er benzine in, niks aan de hand.

Tot die ochtend dat ik nietsvermoedend de snelweg opdraaide richting werk. Het was druk, het was ochtend dus ik sukkelde met een kalm gangetje achter mijn voorgangers aan. Met mijn gedachten al bij de dag die zou komen. Op een gegeven moment hoorde ik een bijzonder geluid. Ik keek om me heen, wat kon dat nou zijn. Het duurde even tot ik besefte dat mijn auto dat geluid maakte. En dat het steeds harder werd. Het leek wel of iemand met een hamer tegen de onderkant van de motorkap sloeg. Heel snel. Ik gaf gas om te kijken of het dan minder werd. Hmm. Helaas. Even later stond ik een beetje moedeloos op de vluchtstrook.

Lang verhaal kort, mijn maatje heeft samen met een collega de auto naar mijn werk gesleept. Daar werd hij aan een inspectie onderworpen en het bleek dat de olie die mijn maatje had toegevoegd niet precies op de juiste plaats terecht was gekomen.

Mijn collega sprak de legendarische woorden “het motortje is kapot, zet hem maar buiten”. Nader onderzoek wees uit dat ik niet helemaal onoplettend was geweest. Door een aantal, laten we maar zeggen, technische aanpassingen van de auto, was het lampje niet aangesloten. Het zou nooit zijn gaan branden. Maar toch, met lood in mijn schoenen ging ik de garagehouder bellen. Een behulpzame collega, nadat hij had kunnen stoppen met lachen, adviseerde me om brutaalweg een nieuwe auto te vragen. Tenslotte had hij me dit slechte exemplaar geleverd. Dat durfde ik niet, schoorvoetend vertelde ik wat er was gebeurd. De man reageerde heel laconiek, ik geloof dat de auto later zelfs aan mijn technische collega heeft verkocht.

De weken die volgenden, heeft mijn maatje mij gebracht en gehaald, overal waar ik naar toe moest. We waren allebei zielsblij dat onze nieuwe auto werd afgeleverd. Want hoe goed we het ook samen kunnen vinden, het is toch fijn om je eigen vrijheid te hebben.

Potten en pannen

Toen mijn maatje en ik net gingen samenwonen, was ik beslist geen keukenwonder. De maaltijden die ik dagelijks op tafel slingerde blonken niet uit. Op geen enkel gebied. Ik weet nog dat ik voor de eerste keer peultjes ging koken. Geen idee hoe lang dat moest of hoeveel water erbij moest. Gewoon in het pannetje en op het gas. Wel schoongemaakt, dat had ik bij mijn moeder wel gezien. Na een tijdje kwam er een bijzondere geur uit de keuken. Het pannetje was droog gekookt en de peultjes waren slechts nog met grote moeite van de bodem te krabben. Potje erwtjes van Hak van maar? Ik heb zelfs een keer een gekookt ei aan laten branden. En dan moet je toch van goeden huize komen.

Toch baalde ik daar wel van. Vooral als mijn schoonmoeder een bakje hutspot met hachee meebracht. “Want het eten van je moeder is toch altijd het lekkerste.” Ik kon wel lelijk kijken maar op dat moment kon ik het niet weerleggen. Ook de erwtensoep die we van mijn moeder kregen was ongeëvenaard. Het was niet anders.

Het omslagpunt kwam, vreemd genoeg, tijdens een kampeervakantie in de Elzas. Vlak bij de camping was een grote winkel van Staub. Nooit van gehoord maar er stond een afbeelding van pannen op het pand dus we gingen gewoon uit nieuwsgierigheid even kijken. Er ging een wereld voor me open. Ik had nooit verwacht dat er zoveel verschil was in pannen. En dat pannen zoveel verschil kunnen maken. Ik kocht mijn eerste braadpan en vanaf dat moment ging het een stuk beter. Ik waagde me zelfs aan de wat moeilijkere gerechten.

Mijn maatje vindt het prima. Hij houdt wel van lekker eten. Ik kreeg er plezier in en durfde op een gegeven moment zelfs voor anderen dan alleen mijn maatje te koken. Nu geniet ik ervan als de tafel vol zit en iedereen geniet. Ik ga graag naar een restaurant maar thuis mensen uitnodigen en zorgen dat iedereen lekker eet, vind ik eigenlijk net zo leuk. En gelukkig vind ik ook altijd weer mensen die willen komen eten. Soms brengen ze zelfs bakjes mee. Net als mijn jongste zus, die eerst een maaltje stoofvlees voor zichzelf veiligstelde voordat ze aan tafel ging. “Je hebt vast genoeg gemaakt, heb ik morgen lekker ook nog eten.”

Dingen die ik voor de eerste keer maak, probeer ik nog wel uit op mijn maatje. Niet alleen vanwege het risico dat het mislukt maar ook omdat hij nog altijd een kritische fan is. De hete bliksem van zijn moeder is nog altijd lekkerder dan die ik maak. Maar dat is dan toch ook wel vrijwel het enige.

Oh, en er mislukt echt nog wel eens wat. Vaak de meest simpele gerechten. De schnitzels die ik laatst op tafel zette, waren iets te hard gegaan. Ik heb het zwarte paneermeel er maar afgekrabd. Ach, spinazie en gebakken aardappelen zijn ook lekker.

Brood mee

Na meer dan een jaar voor het grootste gedeelte thuis werken, komen er nu toch ook wat meer ‘kantoordagen’ in zicht. Vanwege afspraken die toch niet lekker werken, online. Of gewoon, omdat ik mijn BHV-plicht moet vervullen. Dat laatste klinkt zwaarder dan het is, gelukkig heb ik anders dan pleisters plakken nog niet veel hoeven doen. Laten we hopen dat dat zo blijft. Maar wel naar kantoor dus, als dat nodig is.

Het voelt nog steeds raar. Het is er leeg, vaak donker, koud. Er zijn een aantal koffie-automaten in werking en net niet die op onze afdeling. Een bakkie koffie is een hele wandeling. Het is niet erg, je komt onderweg nog eens iemand tegen en in het bedrijfsrestaurant kan ik dan een praatje maken met onze cateringmanager. Ook altijd gezellig. Volgens mij baalt zij nog het meest van het gebrek aan gezelligheid. Het restaurant is gesloten voor de lunch. We moeten dus onze eigen boterhammetjes meenemen.

Dat was voor mij een hele ervaring. Ik kan me niet meer heugen dat ik voor mezelf brood heb gesmeerd. Gelukkig heeft mijn maatje zijn oude broodtrommeltje bewaard. Tupperware, jawel, onverwoestbaar. Hij kwam er triomfantelijk mee, “kijk, als je nou heel voorzichtig doet, mag je mijn trommeltje gebruiken.” Het leek bijna jeugdsentiment. Zoveel jaren, dag in dag uit, op pad met zijn Tupperware-attachékoffer, zoals hij dat noemde. Twee broodjes met kaas en twee broodjes met pindakaas. Een hele enkele keer afgewisseld met leverpastei. Mijn maatje is geen broodeter.

Het voelt kaal hoor, zo’n trommeltje. Geen salade, geen soep, niet een lekkere ciabatta of een panini. Natuurlijk, het is ook luiheid van mezelf, ik kan er ook meer werk van maken. Maar daar heb ik dan weer geen zin in. Dus twee witte puntjes, een met oude kaas en een met snijvlees. Klaar.

Hopelijk brengen de versoepelingen ook meer lucht op dit gebied. En kunnen we straks weer met z’n allen eten in het bedrijfsrestaurant. Mopperen als de soep koud is, of de yoghurtjes uitverkocht. Heerlijk.

Oog voor detail

Helaas ben ik niet zo heel opmerkzaam. Oog voor details, nee, niet precies mijn fort. Anders dan mijn maatje. Die kan televisie kijken en dan verongelijkt zeggen “dat kan niet, net was die sigaret net aangestoken en nu is hij al driekwart op”. Hij ziet dingen die niet kloppen en heeft gelijk in de gaten wanneer ik iets veranderd heb. Ik niet. Ooit, lang geleden, had hij zijn snor afgeschoren. Dat was toen nog, mannen hadden snorren, zonder baard. Ik geloof dat ik het pas twee dagen later in de gaten had. Echt schandelijk.

Of die keer dat hij een nieuwe tuintafel had gekocht. We hadden het er al eerder over gehad. Om de metalen tafel te vervangen door een houten. Als verrassing had mijn maatje een tafel gehaald en hem in elkaar gezet. Stoelen eromheen, plant weer op zijn plaats. En ik zag niks. Als hij het niet had gezegd, had ik er waarschijnlijk pas een week later erg in gehad. Mijn maatje kan dat niet begrijpen, “zoiets zie je toch”. Ik niet. Helaas.

Ik doe wel mijn best hoor, ik neem me iedere keer weer voor om beter op te letten. Maar als ik naar een televisieserie kijk, wil ik gewoon vermaakt worden.

Gelukkig ben ik niet de enige die hier last van heeft. Laatst las ik een artikel over een jongeman die zijn vriendin ten huwelijk wilde vragen. Hij kocht een prachtige ring en liet het doosje quasi nonchalant slingeren. Tevergeefs, de dame in kwestie was er niet mee bezig en had niks in de gaten. Na weken van zich verkneukelen en foto’s maken als bewijsmateriaal, heeft hij haar toch maar op de ouderwetse wijze ten huwelijk gevraagd. Gewoon, op één knie. Uiteraard was ze blij verrast en heeft ze ja gezegd.

Het had mij ook kunnen overkomen. Niet dat mijn maatje mij op die manier ten huwelijk heeft gevraagd. Integendeel zelfs, nadat we samen vonden dat het wel leuk zou zijn om te trouwen, heb ik alles geregeld. Zonder dat hij het wist. Tot mijn schande moet ik bekennen dat mijn moeder eerder wist dat we gingen trouwen dan mijn maatje zelf. Omdat de trouwambtenaar een goede vriend van mijn ouders was en ik geen risico wilde lopen. ’s Avonds heb ik mijn maatje gezegd dat hij een snipperdag moest nemen. “Waarom?”, wilde hij weten. “Omdat we die dag gaan trouwen.”

Natuurlijk heeft hij zich later wel bemoeid met de details. Gelukkig. En is het een hele leuke dag geworden.

Films en seriesFilms en series

Oud in eer en deugd

Naarmate je ouder wordt, begint de zwaartekracht steeds meer invloed op je uit te oefenen. Het is niet alleen dat je ’s morgens voor de spiegel vaker zucht, het kost gewoon ook meer tijd om alles toonbaar te maken. En eerlijk is eerlijk, braaf zijn, niet drinken, op tijd naar bed, het helpt allemaal maar een beetje om de tand des tijds te weerstaan. Ik vind het jammer maar ik moet toch ondanks alles wel om mezelf lachen. Gelukkig is mijn relativeringsvermogen niet onderhevig aan verval. Integendeel zelfs, het lijkt wel of het steeds groter wordt. Maar misschien moet dat ook wel.

In de supermarkt is een enorme keuze als het gaat om tijdschriften die ons dames een spiegel met een roze bril voor houden. Zelfs tijdschriften die zich richten op mijn doelgroep maken reclame voor dure crèmes die naar mijn gevoel helemaal niet helpen. De enige die er beter van wordt, is de farmaceutische industrie. Nou, en die pakken al genoeg marge hoor, lijkt me. Nee, crèmes en smeerseltjes, dat is het allemaal echt niet.

Maar om dan direct maar naar plastisch chirurgie te grijpen. Hmm, dat lijkt me toch echt een brug te ver. Natuurlijk, als je echt vreemde kenmerken hebt, zoals enorme flaporen of een neus waar Julius Caesar jaloers op zou zijn, dan vind ik het iets anders. Maar je hoort zoveel horrorverhalen. Zo las ik laatst nog over een Chinese actrice die haar neus liet verkleinen, echt maar een heel klein beetje, en uiteindelijk achterbleef met een neus die aan het afsterven was. Het duurt een jaar voor ze opnieuw geopereerd kan worden. Wat zou zij denken? “Die mondmaskers zijn toch nog ergens goed voor.”

Af en toe zie je ook foto’s van Hollywoodsterren voorbijkomen waarvan je denkt, “ach nee, lieverd wat heb je toch gedaan”? Vroeger kon ik nog wel een keer extra kijken bij films met Mickey Rourke. Tegenwoordig kijk ik ook twee keer, maar dan meer om me te verbazen. Hoe kun je jezelf toch zo laten vernachelen. Die man lijkt helemaal niet meer op zichzelf, het is een karikatuur geworden, hij kan zo in de Muppets. Is het onzekerheid, is het ijdelheid? Ik weet het niet. Ik weet alleen dat het doodzonde is. Mooie vrouwen die krampachtig vast proberen te houden aan een jeugdig uiterlijk en daardoor een schaduw van zichzelf worden. Eeuwig zonde.

Dus lijkt het erop dat we ons er maar bij neer moeten leggen. En ons vasthouden aan de spreuk die ik ooit eens voor mijn verjaardag kreeg van een van mijn zussen; “ik word niet ouder, ik neem toe in waarde.

Mooi en gezondMooi en gezond

Natuurlijke vooruitgang

Tegenwoordig moet alles ‘natuurlijk’ gaan en zijn. Natuurlijk is het nieuwe toverwoord. Het lijkt vaak ook op een revival van wat vroeger gangbaar was. En begrijp me niet verkeerd, ik ben ook absoluut tegen pesticiden, verkeerde toevoegingen en chemische smaken. Maar, zoals met veel zaken, ben ik bang dat veel mensen weer doorslaan. Daarom was ik ook blij verrast toen ik het artikel van Thomas Oudman las. Hij schrijft over Alain Levinovitz en zijn boek Natural.

Daarin wordt het voorbeeld van de bij ons zo bekende banaan aangehaald. Een banaan is fruit, natuurlijk, gezond. Haribo-banaantjes, hoewel toch wel heel lekker, zijn dat niet. Toch zijn ze allebei helemaal uit levende organismen voortgekomen en zijn ze beide het resultaat van menselijke bewerking. Bananen zoals die in Nederland in de supermarkt liggen zijn veel groter dan wilde bananen, ze zijn zo gekweekt dat ze geen ‘pitjes’ hebben. Zonder die zaden zou de plant in de natuur niet kunnen overleven.

Ik hou van eerlijk eten. Groente uit het seizoen, het liefst recht van de boer. Dat is voor mij mogelijk omdat ik in een dorp woon, waar veel boeren een bord “te koop” bij hun erf hebben staan. In een klein dorpswinkeltje wordt alleen verkocht wat echt uit de streek komt. Ik eet ook nog steeds vlees. Wel minder dan vroeger, maar om het nu helemaal uit te bannen, dat gaat me echt te ver. Wel doe ik mijn best om zo verantwoord mogelijk te kopen.

Ik maak gebruik van de voordelen die de moderne tijd mij bieden. Ik neem ibuprofen als ik hoofdpijn heb. Mijn maatje probeert zijn clusterhoofdpijn onder controle te houden met de hulpmiddelen die hem worden geboden. Hij experimenteert niet met voeding, een neuroloog, gespecialiseerd op dit gebied, heeft hem bezworen dat dat geen zin heeft. Modern onderzoek heeft dat uitgewezen. En waarom zou je dat in twijfel trekken.

Natuurlijk, je moet kritisch blijven. Wat ‘iedereen’ doet, hoeft niet automatisch goed te zijn. Een hype is niet altijd vooruitgang.

Maar het is fijn om te lezen dat er mensen zijn die op een kritische manier vinden dat vooruitgang niet altijd verkeerd is. En dat je ook mag kiezen voor moderne technieken.  Oudman schrijft “Niet voor niets eindigt Levinovitz zijn boek met een ode aan de twijfel. Denk niet meteen dat iets goed is zodra je het woord ‘natuurlijk’ ziet. Maar verwerp ook niet alles waar het woord natuurlijk in voorkomt, want dan trap je in precies dezelfde val.”

Naar Buiten 2021Naar Buiten 2021

’s Lands wijs, ’s lands eer

De wereld wordt steeds kleiner. Mijn opa en oma hadden nog nooit gehoord van nasi, macaroni, bami. Laat staan van alle andere fancy gerechten die wij tegenwoordig op tafel zetten. Nee, daar stond stamppot op het menu, aardappelen, groente en een lapje vlees. Karbonade, speklappen, dat soort werk. Met kerst aten ze biefstuk. De grootouders van mijn maatje hadden een boerderij, opa was een fervent stroper. Dus zij aten haas en konijn. Maar dat was niet chique, dat was gewoon goedkoop eten.

Ook de huizen waren Oudhollands ingericht. Stoere meubels die een huwelijk lang mee konden. Een schilderij met Hollandse vergezichten en een grote sansevieria als versiering in de vensterbank. Saai misschien, maar wel duidelijk en overzichtelijk.

Tegenwoordig is dit niet meer genoeg. We hebben exotische planten in huis, onze meubelen gaan, gelukkig, geen honderd jaar meer mee. Behalve de spullen die we willen bewaren, maar die hebben een speciaal plaatsje. Van over de hele wereld halen we voorwerpen en gebruiksmaterialen. Het is een verrijking als je het mij vraagt, van andere culturen kun je alleen maar leren.

Toch schuilt er wel een gevaar in het klakkeloos in huis halen van spullen die je niet kent.  Ik las een verhaal dat Amazon een “traditionele Chinese fruitmand” aanbod in haar webwinkel, “een artikel uit de jaren ’60, leuk om als tafeldecoratie te gebruiken”. Veel mensen vonden het een aardig item. En aangezien Amazon ook niet de hoofdprijs vraagt voor haar artikelen, ging het redelijk goed over de toonbank. Op een gegeven moment werd het echter ook opgepikt door Chinese websurfers. Tenslotte wordt daar ook besteld op internet. Het begon te zoemen, er werd iets vreemds aangeboden. Er werden waarschuwingen geplaatst.

“Let op, dit is een draagbaar potje, meestal gebruikt voor kinderen.”

“Dit artikel wordt ook gebruikt als kwispedoor.”

“Het geeft niet als je het koopt, maar weet wat de achtergrond is.”

“Niet gebruiken in combinatie met etenswaren.”

Heerlijk, wat een blunder. Ook het prijsverschil kwam ter sprake. Het bleek dat Amazon toch wel een veelvoud vroeg van wat de prijs in China zelf is. Waarschijnlijk vanwege het verschil tussen eenvoudig gebruiksvoorwerp en exotische decoratie. Inmiddels is het artikel ook niet meer te bestellen. Wat ik me dan afvraag, is dit een vergissing of heeft iemand met veel humor verzuimd te vertellen waar het voorwerp in eerste instantie voor bedoeld was.

Een mens kan niet alles weten. Dat is maar goed ook. Ik heb ooit een collega gehad die een hele artistieke vaas in huis had staan. Mijn maatje en ik vroegen ons alleen serieus af of we haar moesten vertellen dat die normaal in het ziekenhuis gebruikt werden voor mannen die niet uit bed mochten om te plassen. Eerlijkheid gebiedt om te zeggen dat we dit niet gedaan hebben. Ze zal er waarschijnlijk later zelf wel achter zijn gekomen. Op televisie zie je ook de meest erge misverstanden voorbijkomen. Ach, en het aanschaffen van een pispotje of urinaal is nog niet zo heel erg. Kijk alleen uit bij het zetten van een tatoeage. Chinese tekens zijn heel populair. Ik zou ze alleen wel door een betrouwbaar iemand laten checken. Want diezelfde grapjas kan zomaar “babi pangang met ketjapsaus” op je bovenarm zetten.

Design en lifestyleDesign en lifestyle

Opvallende types

Ik ben matig geïnteresseerd in politiek. Genoeg om voor mezelf uit te maken op welke partij ik wil stemmen maar niet zo dat ik kan reproduceren wie er allemaal in de kamer zit en met welk gedachtengoed. Natuurlijk, de bekendste politici ken ik, de minister-president, de mensen die vaak in het nieuws komen of aanschuiven bij de talkshows. En tijdens een verkiezingsperiode zie je natuurlijk de lijsttrekkers voorbijkomen. Of afgebeeld op posters die her en der in het dorp zijn opgehangen. Nu moet ik zeggen, in ons dorp krijgen de voormannen van de christelijke partijen wel een wat prominentere plaats. Alhoewel, ook Geert Wilders kreeg een plaatsje.

Toch heb ik een van de meest spraakmakende politici niet vertegenwoordigd gezien. Er hing nergens een afbeelding van Thierry Baudet. Terwijl die man zichzelf wel enorm fotogeniek vindt. Althans, die indruk krijg ik toch. Nou deel ik zijn politieke denkbeelden niet dus echt missen deed ik hem niet.

Stemmen doe ik wel, tenslotte hebben meer dan honderd jaar geleden vrouwen gestreden voor ons stemrecht. En dan vind ik het niet meer dan normaal dat ik daar gebruik van maak.

Eens in de zoveel tijd staat er een politicus op die niet alleen opvalt door zijn ideeën maar ook door zijn uitspraken en gedrag. De politieke carrière van de socioloog Pim Fortuyn was kort maar hevig, ik was het niet altijd met hem eens maar ik had hem graag gezien als minister-president. Al was het alleen maar om een frisse wind te laten waaien. Het heeft niet zo mogen zijn.

Iemand die nog altijd tot de verbeelding spreekt is Boer (Hendrik) Koekoek. Hij wist 18 jaar het pluche in de Tweede Kamer te bezetten. Zijn Boerenpartij was een protestgroep die zich tegen het Landbouwschap richtte, de verplichte bedrijfsorganisatie van de boeren. Ik was nog erg jong in zijn glorietijd maar ik kan me nog wel herinneren dat mijn vader een van zijn uitspraken regelmatig herhaalde “ik weet niet waar het over gaat, maar ik ben tegen.” Met name op het moment wij, zijn dochters, dingen van plan waren die hij wat minder geschikt vond. Koekoek was een omstreden figuur. En als ik lees waarom, was dat zeker terecht. Het beschuldigen van collega’s, verwaarloosde dieren in je eigen achtertuin, als je in een glazen huisje woont, moet je niet met stenen gooien.

En dan hebben we nu weer een nieuwe ster aan het firmament, genaamd Baudet. Jong, niet onaantrekkelijk. Maar zo vol van zichzelf dat het bijna eng wordt. Er bestaat een term voor deze aandoening, narcisme. Ik weet niet of deze diagnose gesteld is maar als ik hem zo bekijk, en hoor hoe hij denkt over vrouwen in het algemeen, dan denk ik dat ik maar oversla. Ik kan mijn stem beter gebruiken.

StudieboekenStudieboeken

Het valt allemaal niet mee

Mensen konden toch wel echt moeilijk doen hoor. Hij hield wel veel van het vrouwtje, zeker. Net zo veel als van het baasje. Maar ze was wel erg streng als het ging om zijn eten. Boontjes en brokjes, maar wel erg weinig. Overdag kreeg hij ook helemaal geen snoepjes. Zeker niet, als hij gewoon lekker uitsliep. ’s Morgens was het toch nog een beetje donker. Als hij dan zijn bak had leeggegeten, kroop hij nog lekker even op zijn vachtjes op de bank.

Pas had hij er een ongelukje mee gehad. Hij had zonder het te merken buiten door de poep gelopen. Het baasje had het ook niet gezien. Maar die begon toch wel wat te ruiken. Hij had het hele huis doorgelopen met zijn vieze voeten. Het vrouwtje zag gelijk dat er wat mis was toen ze beneden kwam voor koffie. Het baasje had gedweild maar het rook nog steeds een beetje raar. Hij had nl. ook zijn vachtjes vol gesmeerd. Jakkie. Nou ja, dat vond het vrouwtje in ieder geval. Hij zelf had er niet zo’n last van. Maar goed, hij moest mee naar de keuken en daar werd zijn voet schoongemaakt. Het zat zelfs tussen zijn tenen, wel een beetje voor schut. En het vrouwtje deed gelijk zijn vachtjes in de was. Dat vond hij niet zo heel prettig, dan roken ze weer zo naar zeep. Maar ja, vrouwtje is baas.

Nu roken ze wel weer naar zijn eigen luchtje, gelukkig. Dus kon hij ’s morgens nog even lekker tukken. Wel even in de gaten houden wat het vrouwtje deed natuurlijk. Die pakt nl. ’s morgens altijd een bakje yoghurt. En dat lust hij ook wel. Hij ging toch al altijd even bij het vrouwtje op schoot zitten, tijdens de koffie, maar nu kon hij ook wel even een hapje van haar yoghurt nemen. Ze zat toch naar het nieuws te kijken op televisie. Het baasje had gezien wat hij deed en had hem verraden door heel hard te lachen. Het vrouwtje had hem gelijk van haar schoot geduwd. “Kleine stinkerd”, zei ze, “hij zit zo maar mijn yoghurt op eten, viezerik.” Hij snapte niet wat er nou weer mis was, yoghurt is toch gezond.

Niet dat hij altijd te klagen heeft hoor. Laatst hadden het vrouwtje en het baasje met hun vrienden fazant gegeten. En er was best nog wat over. Toen had de vriend van het baasje stukjes vlees in zijn bak gedaan. Zo, dat was lekker! Hij heeft ook altijd snoepjes bij zich als ze komen. Hij mag alleen niet meer mee naar hun huis. Sammy woont daar en als kat heeft die het niet zo op hem. Hij krijgt gelijk een haal over zijn neus als hij wil snuffelen. Of ze loopt hard weg. Een keer heeft hij een vaas omvergelopen toen hij haar probeerde te volgen. Hmm, daar was echt niemand heel blij mee.

Nee, het viel toch echt niet mee om het altijd goed te doen. Hij deed wel zijn best. Gelukkig vonden het baasje en het vrouwtje hem toch wel lief, ook al beschadigde hij het baasje regelmatig. Lomp, maar lief.

DierDier

Vertrouwen in de computer

Big data is hot op het moment. Alle data van over de hele wereld kan aan elkaar gekoppeld worden. Alles kan met elkaar vergeleken worden zodat de beste match tevoorschijn komt. En daar wordt dan een televisieprogramma van gemaakt. Je laat het Carlo Boszhard presenteren en het wordt geheid een kijkcijfer hit.

Waar heb ik het over? Over het programma Married at first Sight.

Ik kan me wel voorstellen waarom mensen ernaar kijken. Althans, dat denk ik. Volgens mij zijn er twee groepen, de mensen die kijken met plaatsvervangende schaamte en de mensen die kijken vanuit eerlijk leedvermaak. Ik zou zelf tot de laatste groep behoren. Alleen kan ik het geduld niet opbrengen om een uur naar dit gedoe te kijken.

Ik kan me alleen absoluut niet voorstellen dat je aan zo’n programma mee zou doen. Waarom doen mensen dat? Toch niet vanuit de echte veronderstelling dat je op deze manier je soulmate gaat vinden. Je stopt een hele riedel data in de computer, husselt er een beetje mee heen en weer en voilà, de perfecte match is geboren. Jongens, wat denk je zelf. Het is voor mensen al lastig genoeg om een relatie te onderhouden als je elkaar op een ‘normale’ manier hebt leren kennen. Zou het dan met iemand die je niet kent wel goed gaan? Ik hoor en lees natuurlijk hoe het de kandidaten zo’n beetje vergaat. En eerlijk is eerlijk, ik heb ook echt wel eens een aflevering gezien. Mensen die in eerste instantie verliefd over het strand lopen en de aflevering erna klagen over elkaar. Hij is saai, zij wil altijd haar zin hebben, hij houdt geen rekening met mijn gevoelens. Tja, het valt allemaal niet mee.

Natuurlijk smult het publiek van de grootste tegenstellingen. Daar zal in de montage ook echt wel rekening mee gehouden worden. Of ben ik nu een beetje te cynisch? En is het te achterdochtig om te denken dat de psychologen zeker hun best doen om twee gelijkgestemde mensen te koppelen maar dat de programmamakers toch hopen op wat meer vuurwerk van mensen die elkaar niet mogen? Want dat is toch wel beter voor de kijkcijfers.

Bij de versie van afgelopen seizoen heeft geen een huwelijk standgehouden. Jammer voor de mensen. misschien wel iets zeggend over de manier van data combineren. Niet alles kun je uit die trukendoos halen.

Want ik weet één ding zeker. De computer zou mij en mijn maatje nooit gematcht hebben. En toch zijn we volgend jaar al 35 jaar samen.

Juwelen en accessoires - BEJuwelen en accessoires - BE