
Er hangt iets in de lucht. Je weet niet precies wat het is, maar je ruikt het zodra je ’s ochtends de deur opent. Geen zware winterlucht meer die in je jas blijft hangen, maar iets lichts. Iets fris. Het wordt weer lente.
In de bermen verschijnen ineens weer kleurvlekjes. Dappere krokussen die hun paarse en gele kopjes boven het gras uitsteken. Sneeuwklokjes die beter weer aankondigen, voorzichtig bungelend aan hun dunne steeltjes. Ze trekken zich niets aan van frisse nachten of een laatste hagel- en sneeuwbui. Ze zijn er ineens. Gisteren nog niet, vandaag in uitbundige bloei.
En dan gebeurt er bij de meeste mensen ook iets bijzonders. We komen langzaam uit onze winterslaap. De dikke truien mogen nog even blijven, maar de ramen gaan weer open. Frisse lucht naar binnen, wintergedachten naar buiten. De honden hebben twee keer zoveel tijd nodig bij het wandelen. Alles moet besnuffeld en bekeken worden. Alles is namelijk nieuw.
Heerlijk, we gaan weer plannen maken. De agenda wordt gepakt en we gaan kijken wat we kunnen gaan ondernemen. In ons geval natuurlijk erg afhankelijk van wat er in het huis moet gebeuren. Een beetje melancholiek kijk ik naar de tuin. Plannen daarvoor maken is nog altijd lastig. Deze tuin heeft geen zin meer, daar kan ik alleen nog maar in schoonmaken. En die andere tuin moet toch echt nog even wachten.
Het is alsof de wereld opnieuw wordt afgestoft. Licht valt anders door de ramen. Als ik ’s morgens wakker word, hoor ik de vogels in de haven al scharrelen. Het gaat niet meer zo lang duren voor ze weer beginnen aan hun nesten. Futen en meerkoeten strijden dan weer om het beste plekje.
Ik kan het niet goed benoemen, maar je voelt het wel, er komt iets nieuws aan. En dat alleen al maakt dat je net iets rechter loopt, net iets dieper ademhaalt.
De lente is onderweg. En ik kan niet wachten.









