Quality time

InstagramCapture_c934307f-35fb-4fa3-bf40-12276a61a680

Hé, dat was vreemd. De campingspullen werden klaargezet maar het vrouwtje ging gewoon werken. Ze kwam hem net als altijd een knuffel geven en zei dat hij heel braaf moest zijn. Nou is hij dat altijd, dus dat is geen moeite. Maar toch gek dat ze gewoon op de normale tijd naar haar werk ging. Het baasje zat op zijn gemak aan de koffie, dat was ook niet anders dan anders. Hmm.

Even later kwam er toch leven in de brouwerij. Het baasje ging inderdaad de campingspullen in de auto zetten. Ook zijn dingen werden ingepakt. Nee, dan was het goed. Met een gerust hart ging hij weer liggen. Het baasje zou hem niet vergeten.

En inderdaad, even later was alles ingeladen en werd hij geroepen. “Kom joh, we gaan.” Ah, was dat het, gingen ze samen naar de camping? Enthousiast sprong hij van de bank. Want als hij alleen met het baasje ging, dan kreeg hij toch wel meer aandacht, eerlijk is eerlijk. Als hij dan zijn bal bij het baasje op schoot legde, ging die meestal toch wel de werpstok pakken. En als het vrouwtje er bij was, bleef hij nog wel eens zitten.

En, en dat was ook een groot voordeel, als het vrouwtje er niet bij was, kon hij lekker ’s nachts naast het baasje kruipen. Hij weet nog goed de eerste keer. Het baasje sliep en hij was heel stilletjes naar het bed gelopen. Normaal keek hij niet zo nauw maar nu had hij er voor gezorgd dat hij het baasje niet wakker maakte. Hij had zich lekker opgekruld en was gaan slapen. Het baasje had hem pas opgemerkt toen hij er ’s nachts even uit moest. Hij had het dekbed open geslagen en over zijn lijf heen gegooid. Daar was hij van geschrokken en had een beetje gebromd. Dat had het baasje gehoord. Hij moest vreselijk lachen en zei dat hij een kleine stinkerd was. Maar hij mocht toch blijven liggen. Lekker hoor. Toen na een paar dagen het vrouwtje kwam, moest hij wel weer naar de bank verhuizen. Dat lag ook lekker, maar naast het baasje was gezelliger.

’s Morgens moest hij wel wat langer op zijn eten wachten dan thuis. Het baasje ging altijd eerst koffie pakken. Thuis zorgde het vrouwtje eerst voor zijn eten. Het baasje wilde eerst even wakker worden. Ach, hij wist het inmiddels en hij vond het niet zo erg. De dag was nog lang genoeg.

Het vrouwtje bleef nooit zo lang weg, maar een paar daagjes. Hij merkte het wel aan het baasje als ze zou komen, die keek dan toch wel vaker op zijn horloge. En zette dan ook altijd een extra glaasje op tafel. Maar wat wel grappig was, hij had het toch altijd als eerste in de gaten als ze er aan kwam. Hij herkende het geluid van de auto veel beter dan het baasje. En hij was er ook altijd als eerste om het vrouwtje te begroeten. Want eerlijk is eerlijk, het was toch maar het beste om compleet te zijn.

 

 

 

 

 

 

Spanning

Glazenwasser

Het was een klein item in het nieuws. Twee glazenwassers hingen vast met hun bak langs de gevel van het Ministerie van Justitie. Een storing, de bak ging niet meer omhoog of omlaag. Hij moest direct denken aan die keer dat hij zelf met een collega vast hing met de glazenwassersbak. Bij dat bejaardentehuis. In die tijd had je nog regenpijpen. Hoe oud zou hij zijn geweest, tweeëntwintig, drieëntwintig? Hij was in ieder geval uit de bak geklommen en via de regenpijp naar beneden geklauterd. Zijn collega vond het maar niets, die beriep zich op het feit dat hij vrouw en kindjes had.

Oh, hij was ook wel eens gevallen. Hij ziet nog zo het wit vertrokken en ontdane gezicht van de burgemeester van Kaatsheuvel voor zich. Hij was precies langs het raam van diens kamer gevallen. Toen had hij wel veel geluk gehad. Het was een val van 7 meter en hij had maar een week mank gelopen. Verder had hij er eigenlijk niks aan over gehouden. Nou ja, pijnlijke knieën en enkels.

Wat hadden ze veel plezier gehad in die tijd. Jonge kerels, nergens bang voor. De veiligheidsmaatregelen waren ook nog niet zo strikt als tegenwoordig. Toen kon je nog ondersteboven voor een raam gaan hangen. En dan het liefste voor een kantoor waar voor het merendeel vrouwen zaten. Een kippenhok was er dan niks bij. Destijds mocht je ook nog met lange ladders werken. En met ladders die je aan de rand van het dak kon hangen. Dan klom je over de rand en als je omlaag keek, keek je zo in het luchtledige. Hij moest er toch eigenlijk niet meer aan denken. Ze hadden het er soms aardig afgebracht, met zijn allen.

Ze werkten ook nog met houten ladders. Lekker zwaar, waaiden tenminste niet om. Die nieuwe aluminium ladders schoven bij de minste of geringste windvlaag een heel eind verder. Ze waarschuwden ook niet, ze braken gewoon. Een houten ladder ging tenminste nog kraken als hij wat ouder werd. Dan wist je dat je uit moest kijken.

Nee, tegenwoordig zijn het allemaal hoogwerkers en osmose-apparaten. Hij heeft er ook wel mee gewerkt, zijn osmose-apparaat was destijds toch een rib uit zijn lijf. Maar de meeste klanten vonden het prachtig. Het zag er ook heel professioneel uit. En inderdaad, je hoefde niet met zware ladders te sjouwen. Alleen had niemand vooraf bedacht hoeveel last je van je nek kreeg, als je de hele dag boven je hoofd stond te werken. Vaak worden die dingen bedacht achter een bureau.

Hij kan terugkijken op een mooie carrière. Altijd eigen baas geweest en eigenlijk had hij de klanten voor het uitzoeken. Hoe mooi is het als je tegen een klant kunt zeggen “Sorry, hier scheiden onze wegen, ik adviseer u een andere glazenwasser te zoeken want ik kom niet meer.” De dame in kwestie stond met haar mond vol tanden. En dat valt niet mee, voor een operazangeres.

 

 

 

 

 

 

PHPD

wine-541922_1280

Af en toe kan ik er jaloers op zijn. Jonge mensen die de hele week werken en dan op vrijdagavond de kroeg in duiken. Daar lekker borrelen en dan op zaterdag weer fit opstaan om weekend te gaan vieren. We hebben dat ook jarenlang gedaan. Iedere vrijdagavond zagen we een groep mensen in de kroeg. We spraken niks af, het was niet verplicht, als je er was, was het gezellig. Soms gingen we om half twaalf naar huis maar er waren ook wel eens avonden dat we om twee uur eruit geveegd werden. Op zaterdagavond sliepen we een uurtje uit en deden dan onze klussen. Na verloop van tijd werd de groep toch kleiner. Het bleef gezellig, dat wel, maar de avonden tot twee uur kwamen steeds minder voor. Om een uur of elf keken we elkaar aan en vroegen om de rekening.

Inmiddels zijn deze vaste kroegavonden gestopt. Nu ben ik op vrijdag blij als ik thuis ben. Lekker samen met man en hond op de bank. We nemen een borreltje en om half elf begin ik te gapen. Tijd om naar bed te gaan.

Niet dat dat iedere vrijdag zo is. Gelukkig spreken we nog regelmatig af met vrienden. Maar de tijden van een nacht overslaan en dan de andere dag om half negen weer present zijn op het werk zijn toch echt voorbij. Als ik dat nu probeer, denk ik dat ik een week moet bijkomen.

Als ik om me heen kijk en luister, ben ik gelukkig niet de enige. Ik kan dan in mijn hoofd nog wel vijfendertig jaar oud zijn, de realiteit roept me soms wel eens tot de orde. Maar daar hebben meer mensen last van. Zoals de man die constateerde dat hij nu toch echt wel wat ouder werd. Hoe hij dat merkte? Hij begon geluid te maken bij het bewegen. Als hij iets van de grond moest oprapen en hij kwam weer omhoog, dan maakte hij een onbestemd geluid. Het hield het midden tussen kreunen en grommen. Zijn vrouw had hem er op attent gemaakt en toen hij er op ging letten, ontdekte hij dat ze gelijk had. Hij probeerde het niet meer te doen maar af en toe ontsnapte het hem toch.

En zo zijn er meer verhalen.

De mooiste omschrijving vond ik die van iemand die zei dat iedereen die wat ouder werd last kreeg van phpd. Op de vraag wat dat dan was, antwoordde hij “nou, heel gewoon, een pijntje hier en pijntje daar….”

 

Goede doelen

offerblok

In Nederland zijn heel veel goede doelen die onze aandacht vragen. Langlopende acties, kortlopende acties en de instanties die door middel van loterijen onze bijdrage vragen. Ik vind het prima. Mensen geven wat ze willen en het is mooi als je iemand kunt helpen.

Vroeger kwamen er dan ook regelmatig collectanten langs de deur met een collectebus. Veelal een groene. Waarom dat was weet ik niet, misschien de meest neutrale kleur. Je deed een euro in de bus en wenste de collectant veel succes. Tegenwoordig werkt het anders. Er staat een goedwillende student voor je neus met een iPad. Na dat ze je het hemd van het lijf hebben gevraagd en alles hebben ingevuld, kom je er achter dat het niet om een eenmalige donatie gaat maar om een maandelijkse machtiging. “Ja maar die kunt u volgende maand weer opzeggen, dan heeft u maar één maand gedoneerd.” Ja, dat klopt. Maar dan moet je het dus weer zelf in de gaten houden en zelf contact opnemen om er van af te komen. Maar goed, je hebt al een kwartier gestaan dus je vindt het ook lullig om nu te zeggen, ik wil niet.

In de agenda zetten dan maar. “Wat is de reden dat u de donatie stop wilt zetten?” Eigenlijk wil je dan zeggen, “omdat jullie zo irritant zijn om mij te laten denken dat ik eenmalig geef maar dat het dan om een machtiging gaat.” Maar je legt het netjes uit en de vriendelijke dame schrapt de donatie. En je neemt je heilig voor er niet meer in te trappen.

Of die sms-jes die je kunt sturen. Eenmalig een klein bedrag voor een goed doel. Dat klopt. Maar dat goede doel blijft je vervolgens weken telefonisch achtervolgen om te vragen of je toch niet maandelijks wilt gaan steunen. Want het is een heel belangrijk goed doel. Nee, dat wil ik niet! Anders had ik toch geen sms-je gestuurd, dan had ik wel op de website gekeken of ik donateur kon worden. Ook iets waarvan ik denk “nou nee, laat maar.”

Een andere ergernis is de grote hoeveelheid post die je krijgt van goede-doelen instellingen. Stapels post van de Postcodeloterij, de Hartstichting, het Rode Kruis. Enveloppen die linea recta verhuizen van de deurmat naar de oud papierdoos. Zou er iemand zijn die de moeite neemt die reclame te lezen? Natuurlijk moet je bij de Postcodeloterij uitkijken want het zou wel eens zo kunnen zijn dan je zomaar een pak stroopwafels bij het oud papier gooit. Nou ja, pech gehad. Die instanties weten ook dat mensen het irritant vinden. Maar ze kiezen er voor om het toch te blijven doen. Ik snap dat niet, steek het geld dat je uitgeeft aan dat papier en de postzegels in het goede doel. Dat scheelt toch weer.

Doneren vind ik mooi. Ik wil best op mijn manier een steentje bijdragen. Maar alsjeblieft, laat het me op mijn manier doen.

 

 

 

 

 

What goes around, comes around

river-2657245_1920

In onze Westerse wereld nemen wij de dingen aan alsof ze vanzelfsprekend zijn. Daarom luister ik zo graag naar de verhalen van mijn collega. Zij zet me regelmatig weer met beide benen op de grond.

Leven in een derde wereld land zet je namelijk echt wel aan het denken. Waarom hollen we in de Westerse wereld overal achteraan, willen we altijd meer en meer, beter en beter, maakt dat ons gelukkig? Zij denkt van niet. Tevreden zijn met wat je hebt is in Afrika een eerste vereiste. Een dak boven je hoofd en te eten. Als je geluk hebt ook nog een leuke baan. Maar wie niet tevreden is met wat hij heeft, zal nooit gelukkig worden.

In ‘haar’ land leer je de betrekkelijkheid van alles. Dat hebben natuurlijk ook de mensen die al heel veel hebben meegemaakt. Aards bezit zegt zo weinig. Een beetje meer geld is makkelijk maar het maakt niet gelukkiger. Goede gezondheid, dat nemen we altijd maar voor lief, maar als we roofbouw plegen op ons lijf krijgen we toch vroeg of laat de rekening.

Zij probeert te leven met de dag en is iedere keer weer blij als ze wakker wordt. Ze is er nog en de zon schijnt. Ze luistert naar de vogels, de poezen en de honden staan aan de deur te krabben want die willen naar buiten. Dus eruit en genieten van al het leven om je heen.

Sinds kort heeft ze weer een baantje. Kun je je dat voorstellen, ze is net 70 geworden en kreeg een baantje voor een of twee dagen in de week. Natuurlijk krijgt ze geen salaris maar wel een onkostenvergoeding voor de diesel die in haar auto moet.

Ze doet administratie in een ziekenhuis. Er glipt teveel geld weg wat niet traceerbaar is en dus roept men graag de hulp van een Europeaan in. Die kijken toch nauwkeuriger dan de gemiddelde inwoner. Onder de palmbomen of mangobomen zitten kan altijd nog. Voorlopig heeft ze weer iets om blij mee te zijn.

Er gebeurt altijd wel wat. Vaak er is geen internet of er is geen elektra. Dat weet je nooit. Je krijgt nooit een waarschuwing dus plannen maken heeft niet zoveel zin. Als je een van de twee nodig hebt moet je gewoon gebruik maken van de tijd die je wel hebt. En morgen is er weer een nieuwe dag.

Zij had eigenlijk nooit echt een doel in het leven en accepteerde alles wat kwam met het idee dat het wel ergens nodig voor zou zijn. Maar ze had wel een droom en die is uitgekomen. Vaak heeft zij zich afgevraagd hoe ze haar droom werkelijkheid kon maken. Uiteindelijk heeft ze het leven geaccepteerd hoe het kwam en dat bracht haar waar ze wilde zijn. Prachtige kinderen en kleinkinderen en wonen in vrijheid in de zon. Wat wil een mens nog meer.

Haar advies: geniet van het leven want het is zo kort. Probeer goed te zijn voor je medemens en discrimineer niet. We zijn allemaal mensen met goede en slechte eigenschappen. En zoals ze in Afrika zeggen: “What goes around comes around and that is true”.

 

 

Popcorn

popcorn-802047_1920

Ik heb er al eerder over geschreven, over mijn quilty pleasure van het lezen van commentaren op Social Media. Ik kan er zo van genieten. Vooral posts over bijvoorbeeld klimaatverandering kunnen rekenen op een stevige discussie. De voor- en tegenstanders van het artikel slaan elkaar om de oren met al dan niet gegronde argumenten. Naarmate er meer commentaar komt, worden de opmerkingen ook fanatieker en hatelijker. Je zou bijna adviseren het rustig aan te doen. Van die verhitte discussies alleen al warmt de aarde op.

Erg leuk zijn ook de posts over dingen die de politiek raken. Links en rechts staat klaar om te melden wat er allemaal verkeerd gaat in het land. En dat dat de schuld is van die ander. Want zelf doen we uiteraard helemaal niks verkeerd. Sterker nog, we zijn eigenlijk het slachtoffer. Iedereen heeft een mening maar niemand vraagt naar de achterliggende feiten.

Pas las ik ook weer een bericht over het rookbeleid dat een bepaalde voetbalvereniging gaat doorvoeren in het stadion. Roken wordt verboden in de publieke ruimtes dus ook op de tribune. Ik klik benieuwd op “meer opmerkingen weergeven” en ja hoor, daar komen ze. Tegen roken, tegen verboden in het algemeen, voorstander van het verbieden dan ook van broodjes kroket en blikjes bier. Geweldig. Vooral de verwensingen die mensen bedenken voor anderen die zij nog nooit gezien of gehoord hebben. Of de commentaren op de bestuursleden van de club. Die moeten heel snel hun ontslag indienen en iets anders gaan doen want het beleid rammelt aan alle kanten. Wel roken verbieden maar geen fatsoenlijk voetbal kunnen bedrijven. Alsof het een met het ander te maken heeft. Ikzelf ben helemaal geen voetbalvolger maar ik ben die ene Facebook-relatie toch weer dankbaar dat hij commentaar gaf. Beschaafd commentaar, gelukkig, maar het maakt mij weer attent op een hele reeks kletspraat.

Zouden die mensen nu denken dat dat commentaar echt zoden aan de dijk zet? Ik kan me niet voorstellen dat de aangesprokenen in kwestie de opmerkingen lezen en denken “poeh, laat ik het beleid maar wijzigen en daarna mijn ontslag indienen.” Waarschijnlijk lezen ze de reacties helemaal niet. Heel verstandig.

Gelukkig ben ik niet de enige die met een brede grijns mee kijkt. Het mooiste commentaar las ik laatst. En dame tagde haar vriendin met de woorden “Heerlijk zo’n discussie, pak jij de popcorn vast..”

 

 

 

Oh My God

shower-1502736_1920

“Oh my god, ik ben mijn muntje vergeten.”

“Dan haal je dat toch even, het is een minuut lopen.”

“Oh, ja, wacht je dan even op mij?”

“Ja, natuurlijk.”

“Oh my god, hij is boos op mij.”

“Hoezo?”

“Nou, omdat ik niet binnen een minuut reageerde. Maar ik heb toch ook vakantie.”

”Ach, dan moet je gewoon de Wifi uitzetten, dan ziet hij niet dat zijn bericht is aangekomen.”

“Oh ja, dat is wel verstandig.”

“Maar ik snap het ergens wel hoor, jij zou andersom ook graag hebben dat hij reageerde.”

“Ja zeg, ik ben toch echt wel op vakantie hoor.”

“Oh my god, ik ben mijn badschuim en shampoo vergeten.”

“Je mag die van mij wel lenen, ik schuif hem onder de deur door.”

“Maar dan moeten we wel tegelijk douchen.”

“Dat klopt, anders komen we niet uit.”

“Mijn muntje doet het niet.”

“Echt niet, dan moet je op die knop voor teruggave drukken.”

“Oh ja, hij doet het.”

“Mag ik jouw shampoo?”

“Wat zeg je, ik versta je niet, ik ben een maskertje aan het opdoen.”

“Oh my god, wat is die douche heet.”

” Hoe lang zou je kunnen douchen?”

“Ik weet het niet, ik denk vijf minuten.”

“Vijf minuten!!??”

“Nou ja, misschien wel langer.”

“Ik mag het toch hopen. Ik moet ook mijn benen nog scheren.”

“Oh ja, vergeten, en ik wil ook een rokje aan.”

“Mijn warm water is op!”

“Dan wordt het scheren met koud water.”

“Oh My God!”

Er klonk gestommel en ik pakte snel mijn spullen in. Gelukkig was ik al klaar met de simpele bezigheden die ik had. Op mijn leeftijd neem je de maskertjes niet meer mee naar de camping. Die moeten tegenwoordig langer zitten dan de korte tijd die de douches me daar bieden. Maar ik zorgde dat ik op tijd weg was. Volgens mij is er voor een tienermeisje nl. niks zo gênant als een oud mens dat gierend van de lach jouw ernstige gesprekken staat te volgen.