Dag maatje

010

Het vrouwtje was verdrietig. Eerst snapte hij niet waarom maar gaandeweg begon het hem te dagen. Zijn oude maatje Yoep was er niet meer. Toen hij nog klein was, had Yoep hem ingewijd in de geheimen van het ondeugend zijn. Hij weet nog goed dat ze samen op de camping waren. Ze mochten natuurlijk niet weglopen maar toen het vrouwtje net uit de caravan kwam met in haar ene hand een volle pot koffie en in haar andere hand een thermoskan, knipoogde Yoep naar hem en samen stoven ze er vandoor. Hij hoorde het vrouwtje nog roepen en mopperen. Maar ja, met een volle koffiepot in je handen loop je niet zo hard. Dus ze waren al een heel eind weg voor ze werden teruggefloten. Leuk was dat altijd.

Yoep was wel een varken. Hij werkte ook samen met de kat die in zijn huis woonde. Dat vond hij wel knap, zelf had hij niet zo’n klik met katten. Maar Yoep, die wist precies hoe dat moest, samenwerken. Hij liet de kat op het aanrecht klimmen en dan naar beneden gooien wat hij wilde oppeuzelen. Heel gehaaid. Ook die keer dat hij bij hem had gelogeerd. Zijn baasjes hadden wat snoepjes meegebracht en die had het vrouwtje op het tafeltje in de keuken gezet. Hij kon daar zelf niet bij, probeerde het eigenlijk ook nooit, maar Yoep was wat groter en wat inventiever en had op een gegeven moment de snoepjes toch te pakken. Het vrouwtje was er niet blij mee, die had het over “levertraantabletten” of zoiets. Hij kon zich nog wel herinneren dat hij de dag er na behoorlijk gerommel in zijn buik had gehad. Ach ja, ze hadden plezier gehad.

Op het strand hadden ze zich ook heerlijk uitgeleefd. Yoep was wel wat slimmer dan hij, toen. Misschien was het ervaring. Wat was hij ziek geweest van het zoute water dat hij binnen had gekregen. Yoep had hem een beetje meewarig aangekeken, alsof hij dacht “ach, dat overkomt ons allemaal wel eens.”

Yoep was echt een vriend. Met zijn lodderogen en zijn lange oren. Daar stapte hij wel eens op en dan struikelde hij. Echt bizar, dat kon hem zelf niet overkomen. Maar Yoep trok zich er niet zo veel van aan, die was dat gewend blijkbaar. Net als het feit dat hij na iedere lange wandeling werd gewassen. Brr, hij moest er persoonlijk niet aan denken. Maar zijn baasjes vonden hem dan stinken, vooral in al die huidplooien die hij had. Tsss, stinken, hij kon wel ergere dingen opnoemen.

En nu was hij er niet meer, zomaar, boem. Oh ja, hij was bijna elf jaar oud, erg oud voor een Basset. Maar dat wil toch niks zeggen, dan kun je je maatje toch nog wel missen. Dag lieve Yoep, wat hebben we veel gelachen samen en veel kattenkwaad (excusez le mot) uitgehaald. Pff, ik zal je missen kerel.

Yoep

 

 

Kantoordag

kantoordag

Het is wel vakantietijd maar toch, het is wel heel erg stil op de weg. Voor het eerst in maanden rij ik weer naar mijn werk om daar een volle dag te zijn. Ik ben tussendoor wel een paar keer die kant uit geweest, maar dat was meer om iets te printen of iets op te halen. Dat telt niet. Maar nu een hele dag op kantoor. Ik ben benieuwd hoe het bevalt. Gelukkig ben ik niet alleen, een collega komt ook. Stel je voor dat je de hele dag als Remi op zo’n afdeling zit. Aan de buitenkant is niks veranderd, gelukkig. Alleen het parkeerterrein is half leeg. Hm, de meeste mensen werken “gewoon” nog thuis.

Het voelt best wel vreemd. Het ruikt ook vreemd, zeg maar gewoon muf. Al die maanden dat er bijna niemand is geweest. Eerst maar eens de ramen opengooien. En de kantoorplant goedemorgen wensen. Het arme ding, hij leeft nog wel maar ziet er toch maar armetierig uit. Zelfs een plant verzamelt stof als hij alleen is. Iemand zal hem wel water hebben gegeven, gelukkig.

Er zijn ook nu nog maar mondjesmaat collega’s, een klein percentage van de medewerkers kan naar kantoor. Er zijn looproutes ingericht, alles is bestickerd om de medewerkers zich ervan bewust te laten zijn dat de situatie niet normaal is. Samen met mijn collega versleep ik de voorzorgsmaatregelen voor onze cursisten van het magazijn naar onze afdeling. Dat zou je een jaar geleden toch niet gedacht hebben, desinfectiemiddel, handschoenen, toch ook mondkapjes, stoel- en stuurhoezen. Het is een bijzondere verzameling.

Tussen de middag eten we buiten, anderhalve meter van elkaar. Gelukkig schijnt de zon.

Een week geleden moest ik er wel om glimlachen, om al die maatregelen. Ik weet hoe zorgvuldig mijn werkgever is als het gaat om dit soort zaken en de gezondheid van de medewerkers. Maar nu, met de huidige toename van het aantal Corona-besmettingen in mijn achterhoofd, denk ik daar toch wat serieuzer over. Eigenlijk kun je niet voorzichtig genoeg zijn. De maatregelen worden versoepeld en direct denken veel mensen dat alles maar weer kan.

En dan ben ik toch wel blij met wat meer voorzichtigheid. Want je zult maar in de krant komen als dat bedrijf dat door onzorgvuldigheid meer dan driekwart van zijn medewerkers met een Corona-besmetting thuis heeft zitten. Of erger.

 

Land van onbegrensde mogelijkheden

land van onbegrensde mogelijkheden

Van oudsher staat Amerika bekend als het land van de onbegrensde mogelijkheden. Het land waar een krantenbezorger miljonair kan worden. Op zich vind ik dat mooi, mensen die hard werken, goede ideeën hebben en niet bang zijn om hun nek uit te steken, kunnen het gezegde “als je voor een dubbeltje bent geboren, word je nooit een kwartje” mooi het nakijken geven. Geen belemmeringen, enkel de grenzen van je eigen ambitie.

Maar soms heb ik het idee dat de bewoners van het grote eiland aan de andere kant van de plas toch soms een beetje doorslaan. Toen Donald Trump campagne voerde om president van de Verenigde Staten te worden, moest ik daar om lachen. Heel naïef, besef ik nu. Ik weet nog goed dat ik geschokt was toen ik wakker werd, de televisie aanzette voor het nieuws en hoorde dat de man met het bijzondere kapsel de verkiezingen had gewonnen. Ik kon er met mijn pet niet bij, een man met een dergelijke bedenkelijke reputatie. Ok, er is niets waar hij geen mening over heeft maar hoe hij, ongehinderd door enige kennis van zaken, tweetberichten de wereld in slingert, ik vind het heel bijzonder. De Corona-crisis lijkt hem toch te schaden. Mensen zien wel in dat het toch niet “een gewoon griepje” is en dat het gebruik van bleekwater toch echt niet blijkt te helpen. Inmiddels is hij zelf ook met een mondkapje gespot dus hij lijkt er zelf ook van teruggekomen te zijn.

Tot zover dacht ik dat het dan niet erger kon. Maar wat schetst de verbazing, Kanye West wil zich kandidaat stellen voor het presidentschap. Neehee. Een man die via zijn vrouw, de legendarische soap-ster Kim Kardashian en zijn rapnummers de status van wereldster heeft bereikt. Krijgen we dan een dagelijkse update van die hele soap vanuit het Witte Huis? Komen al die dames met hun make-up lijnen vertellen dat de democraten en republikeinen toch wat meer verzorging nodig hebben? En dan het liefst van hun merk, zodat zij hun vermogen ook weer wat kunnen uitbreiden?

Ik heb nooit iets van verantwoorde politieke standpunten kunnen ontdekken bij Kanye West. Het schijnt ook dat hij nogal wat problemen heeft. Ik volg de familie niet in de Social Media maar het lijkt haast onmogelijk om er niks van mee te krijgen. Persoonlijk vind ik dat je er toch niet aan moet denken dat een land dat zoveel invloed kan uitoefenen wordt geleid door iemand die schijnbaar ineens heeft bedacht dat hij het presidentschap wel een grappig idee vindt. Hoewel zijn toespraak voor de VN wel wat minder slaapverwekkend zal zijn dan de toespraken die daar nu worden voorgelezen. Tenminste, dat denk ik dan. Misschien kan hij het verhaal op rijm zetten, dat zou ook iets nieuws zijn.

Ik hoop dat het een ijdel plan blijkt te zijn. Maar ik durf er mijn handen niet meer voor in het vuur te steken. In Amerika kan alles. Anders dan in Europa. Want ik weet dat wij Nederlanders ook veel fantasie hebben, maar GTST vanuit het Torentje, nee, dat zie ik gelukkig toch nog niet gebeuren.

Films en seriesFilms en series

Mondkapjes

masker

En toch is het raar, als je een supermarkt wilt binnen gaan en je moet een mondkapje op. In Nederland zie je ze sporadisch, in België is het sinds vorige week verplicht. In winkels, bioscopen en een hele rits andere gelegenheden. We waren er op voorbereid dus ik bind het onding braaf voor mijn gezicht. Ik vind het benauwd.

Op zich is het wel een grappig gezicht, je ziet de kapjes in alle kleuren en maten. Sommige mensen snappen ook niet precies wat de bedoeling is, zij dragen de bescherming enkel over hun mond. Maar niezen doe je volgens mij toch nog altijd met je neus. En als je die niet bedekt, kun je je omstanders nog steeds niet beschermen. Ook zie je mensen constant prutsen aan de lapjes. Om daarna weer allerlei artikelen vast te pakken. Dus ik ontsmet mijn handen maar zorgvuldig wanneer ik de kans krijg.

Ach, al die misverstanden. Een niet-medisch mondkapje draag je niet voor jezelf. Dat draag je om het risico te verkleinen dat je andere mensen besmet. Maar dat is volgens mij ook belangrijk. Toch?

Eigenlijk is dat het belangrijkste, zorgen dat je het virus niet verspreid. Zodat we niet weer met zijn allen ‘binnen’ moeten blijven. En de mensen in de zorg zich weer dubbele diensten moeten gaan draaien om alle patiënten te verzorgen. Voor een schamel applaus. Daarom kan ik me zo ergeren aan jongelui die in de uitgaansgebieden in het buitenland denken dat ze onaantastbaar zijn. Ik weet het wel, dat is het voorrecht van de jeugd en op die leeftijd heb ik ook veel domme dingen gedaan, maar ik kan me voorstellen dat de plaatselijk horeca en politie een vreselijke hekel krijg aan ‘die Nederlanders’. Ik zie de beelden op televisie en schaam me.

Onbewust dringen beelden van de televisieserie Oh Oh Cherso, die verschrikkelijke serie van een aantal jaren geleden, zich op. Dat trieste stelletje jongeren met die rare bijnamen. Waarschijnlijk zijn ze inmiddels allemaal getemd en werken ze braaf voor hun centjes. Op Barbie na dan, die heeft talent voor het verpesten van kansen.

Nee, ik weet dat jonge mensen nog niet verantwoordelijk hoeven te zijn. Maar als ze in een crisis als dit op dit soort zaken gewezen worden, zou het toch fijn zijn als de politie er niet aan te pas hoeft te komen. Dan hoef ik me niet te schamen dat ik Nederlander ben.

Zomer 2020Zomer 2020

Kinderboeken

Kinderboeken

Vroeger kon ik uren lezen. Iedere woensdagmiddag fietste ik naar de bibliotheek om het maximale aantal boeken te halen. Thuis vouwde ik mezelf op in een hoekje van de bank en las. Heerlijk. Het kwam regelmatig voor dat ik aan het einde van de middag een of meer boeken al uit had. Wat ik las, veranderde natuurlijk door de jaren heen. We gingen van Wipneus en Pim, naar Pinkeltje en van Pitty op kostschool en de Olijke tweeling naar de romannetjes.

En wat te denken van Pippi Langkous. We wilden toch allemaal zijn zoals zij.

Thea Beckmann was ook een van mijn favoriete schrijfsters. Kruistocht in spijkerbroek heb ik een paar keer gelezen. Ook dat maakte me niet uit. Als ik geen ‘nieuw’ boek had, las ik gewoon een boek dat ik al kende. Als het maar letters waren. “Jij leest zelfs het melkpak”, zei mijn vader wel eens.

Wat ik wel eens denk, is of al die boeken nog wel mogen. Puk en Muk, oei, dat komt vast niet meer door de hedendaagse censuur.

De broer van mijn vader was kloosterling, hij maakte deel uit van de congregatie van de Fraters van Tilburg. Op zich was dat geen verdienste maar wat het voor mij interessant maakte waren de bibliotheken die zich in de kloosters bevonden. Want dat was een werkelijk walhalla voor mij. Als is dat woord in deze context natuurlijk niet helemaal gepast. Die bibliotheken, daar kon ik uren in doorbrengen. De muffe geur van oude boeken, heerlijk. In de grote bibliotheek in het zogenaamde Moederhuis lagen zelfs boeken achter glas. Geschreven exemplaren, waar kloosterlingen dagen, weken, maanden mee bezig zijn geweest. Natuurlijk mocht je die niet vasthouden, helaas.

De boeken in die bibliotheken waren eigenlijk ook helemaal niks voor mij en mijn zussen. Dikke boeken over heiligen en hele jaargangen van de Engelbewaarder. Dat was een katholiek tijdschrift dat bestond van het einde van de negentiende eeuw tot aan de tweede wereldoorlog. De tijdschriften waren ingebonden en werden op die manier veiliggesteld. Toch las ik er graag doorheen. De verhaaltjes waren naar onze begrippen zoetsappig maar je kreeg wel een mooi beeld van die tijd.

Ik weet niet of de bibliotheken nog bestaan. Ook niet of de kloosterorde nog bestaat. Mijn oom is al jaren geleden overleden. Daarmee hielden vanzelf ook de bezoeken op.

Nog steeds vind ik het heerlijk om in ons ouderwetse oorfauteuiltje te kruipen en de wereld om me heen te vergeten. Voor mijn maatje soms wat minder gezellig want ik hoor of zie helemaal niks. Vaak zijn de papieren boeken ingeruild voor digitale boeken en lees ik op mijn e-reader. Het is makkelijk maar eerlijk gezegd mis ik wel het vasthouden en de geur van een papieren boek. Dat is toch onvervangbaar.

BoekenBoeken

Bijna weer vakantie

Bijna weer vakantie

Soms lijkt het of er helemaal niets is om over te schrijven. Ondanks dat ik al vanaf maart thuis aan het werk ben, vliegen de weken voorbij. De wereld gaat weer wat verder open, vrijdag ga ik weer ‘fysiek’ naar school. In april schreef ik over het “een leven lang leren”. En dat de opleiding die ik wilde gaan volgen wel heel anders zou verlopen dan ik had gedacht. En nu is de laatste dag van de eerste module alweer aangebroken. Mijn opdracht inleveren en de eerste helft zit erop. Nog even en het is zomervakantie.

Voor veel mensen ook een hele andere vakantie dan we aan het begin van het jaar dachten. Bijna iedereen die je hoort, blijft in Nederland. “Wij gaan dit jaar naar Friesland, leuk joh.” Ons eigen land wordt weer helemaal opnieuw ontdekt. Eigenlijk hoor je niet eens veel mensen klagen. Ach, de verre reizen komen wel weer, voor nu is het veiliger lekker thuis te blijven. De spannende verhalen moeten maar een jaartje wachten. Voor nu is het helemaal niet burgerlijk om te vertellen dat je naar een huisje in Zeeland bent geweest. Of naar de camping in Drenthe. En dat de kinderen hebben de tijd van hun leven gehad.

Misschien dat we in het najaar weer een weekje naar de zon kunnen. Maar wel in Europa. Landen als Amerika en Brazilië hebben op dit moment nog zoveel problemen. Laten we die voorlopig maar niet lastigvallen met ons toerisme.

Nee, het kabbelt allemaal een beetje voort. Het lijkt wel of de meeste mensen wachten. Wachten op het moment dat onze samenleving weer normaal wordt. En dan normaal in de zin van, gewoon. Misschien is dat wel met meer afstand, maar daar kan ik op zich wel aan wennen. Als we maar weer gewoon met vrienden naar ons favoriete restaurant kunnen.

Natuurlijk zijn er voldoende discussies in de samenleving waar je op los kunt gaan. Johan Derksen en de racisme-discussie houden de gemoederen aardig bezig. Maar ook de demonstraties tegen de anderhalve meter maatschappij kunnen rekenen op stevige commentaren. Voor- en tegenstanders slaan elkaar verbaal de koppen in. Youp schrijft zijn column en Arie Boomsma voelt zich geroepen om te reageren. Maar eigenlijk kabbelt ook dat behoorlijk rustig voort. De giftige commentaren die we gewend zijn, blijven toch grotendeels achterwege. Het lijkt of mensen moe zijn van de emoties van het afgelopen half jaar.

Of zou het dan echt komkommertijd worden?

 

Eindelijk weer op pad

Stef eerste weekend

Het leek er dan toch eindelijk weer eens van te komen. Het baasje en het vrouwtje stopten spullen in een tas en zijn vakantiehalsband kwam uit de krat tevoorschijn. Zouden ze dan eindelijk weer eens naar de Ardennen gaan? Het was anders al wel lang geleden, soms had hij wel eens gedacht dat ze nooit meer zouden gaan. Maar, hij hield het even mee in de gaten.

Er gingen spullen in de auto, ook een bak met zijn brokjes. Dat was een geruststellende gedachte. Niet dat ze hem ooit vergeten waren maar hij bleef er maar liever toch even bij. Dan hoefden ze hem ook niet te roepen. Op de achterbank van de auto tukken was toch altijd wel even lekker.

Op een gegeven moment voelde hij dat de gladde ondergrond verruild werd voor grind. Het knarste onder de wielen van de auto en het hobbelde ook meer. Hij ging rechtop zitten en keek verwachtingsvol naar buiten. Yes, ze waren er weer. Hij wiebelde van opwinding en hij kon zelfs niet voorkomen dat hij een beetje piepte. Gelukkig snapten het baasje en het vrouwtje het ook en stopten ze bij het terrasje om de mensen te begroeten. Zijn grote vriend Eggie was er ook, die moest hij direct gaan begroeten. Hij riep hem al.

Na een drankje gingen ze dan eindelijk naar hun eigen plekje. De caravan was al daar neergezet, die hoefde alleen nog maar recht gezet te worden. Heerlijk, hij ging op zijn gemak eens kijken of alles nog hetzelfde was. Ah, en dat was goed nieuws. Een vriend van het baasje, die altijd met zijn camper kwam, was er ook. Hij ging hem vast maar even begroeten. Waarschijnlijk viel er dan ook nog wel wat te eten af. En liep hij ook niet in de weg bij het uitruimen van de auto.

Het weekend vloog voorbij. Wel een beetje voor schut dat hij zijn eten moest uitspugen maar hij was ook zo opgewonden. Jammer alleen dat het net bij Yana en Luna was. Nou ja, die kenden hem inmiddels toch ook al jaren. Het vrouwtje keek niet blij, die moest alles opruimen. Sorry.

Gelukkig was ze niet boos en mocht hij later toch met Indy en haar baasje mee gaan zwemmen. Wat was Indy groot geworden zeg, dat was al een hele dame geworden. Ze was wel enorm snel, veel wendbaarder dan hij. Hij moest behoorlijk zijn best doen om haar bij te houden. Toen ze terug waren bij de caravan, ging hij eerst even lekker in de zon liggen. Zogenaamd zonnen maar stiekem ook een beetje uitrusten.

Het weekend vloog voorbij. Ze gingen zondagavond zelfs best pas laat naar huis. Zijn brokjes had hij nog op de camping gekregen, meestal moest hij wachten tot thuis. Een beetje blij was hij wel want nu kon hij toen ze thuis waren direct op zijn kussen gaan liggen. Hij was bekaf. Dat werd morgen een rustig dagje, gelukkig hoefde hij niks te doen en kon hij de hele dag lekker tukken. Het zou nodig zijn. Maar het was het waard geweest.

DierDier

Nieuwe buren

nieuwe buren

Het jonge stel dat naast ons woonde, is onlangs verhuisd. Ze woonden heel graag aan ‘ons’ haventje maar met twee jonge kinderen wordt dat op een gegeven moment toch lastig. Je blijft heen en weer rijden naar school, sportclub en vriendinnetjes. Mijn maatje en ik vonden het wel jammer, het waren aardige mensen. Toen ze afscheid kwamen nemen, kregen we een bos bloemen. Op het kaartje stond “bedankt dat jullie altijd onze pakjes aannamen”. Ach, dat was een kleine moeite.

Een paar dagen stond het huis leeg. Toen stond er ineens een aanhanger voor de deur. We keken elkaar aan, een aanhanger, hoelang zou het verhuizen dan wel niet gaan duren. ’s Middags stond de nieuwe buurvrouw voor onze deur. Mijn maatje deed open en begroette het, in onze ogen, jonge meisje dat voor hem stond. “Ik kom naast jullie wonen met mijn vriend” zei ze vrolijk. Ze hoopte dat we niet te veel overlast zouden ondervinden. “Ach”, zei mijn maatje, “dat zal toch wel meevallen.” “Ik denk het ook wel hoor, het duurt niet zo lang” zei onze nieuwe buurvrouw, “wij hebben nog niet zo veel spulletjes…”

In mijn gedachten vloog ik jaren terug. Het eerste eigen huis van mijn maatje en mij. Nieuw gekocht, helemaal zien opbouwen. Het was een hoekhuis in een nieuwbouwwijkje. Allemaal nieuwe huizen, relatief jonge mensen. Die eerste zomer waren we allemaal bezig met het inrichten van onze tuintjes.

Wat waren we trots op ons eerste huis. Natuurlijk stond het nog niet helemaal vol met spullen maar wat we nodig hadden, dat was er. Sommige dingen splinternieuw, andere gebruikt en overgenomen of gekregen. Onze familie hielp met verhuizen en inrichten. Dat veroorzaakte nog wel eens misverstanden. Ik weet nog precies dat mijn maatje en ik tegels en sanitair moesten uitzoeken. Zijn moeder was mee, voor de gezelligheid. Toen ik ging voor grijs, lichtgrijs en wit, zag ik haar slikken. Zelf stond ze met een bruine staal in haar handen. Hmm, smaken verschillen.

De eerste boodschappen, waar je nog helemaal niks hebt, nog geen vaatje zout. Het was een bijzonder boodschappenlijstje, vooral omdat we ook nog een televisie moesten gaan kopen en die er ook maar bijgeschreven hadden.

Maar het moment dat ik me nog het beste kan herinneren, is toen we na de vakantie, die we genomen hadden voor het verhuizen, weer moesten gaan werken. We waren al vaker samen op vakantie geweest maar dan waren we ieder weer naar ons ouderlijk huis gegaan. En van daar uit gaan werken. En nu liep de wekker af en stonden we samen op. Koffiedrinken, brood smeren en dan op pad. Dat was raar. Wat zeg je dan, ’tot vanavond’?

Inmiddels zijn we nog eens verhuisd, al een hele tijd geleden, en kom ik eigenlijk nooit meer in die buurt. Een enkele keer rij ik er nog wel eens door, als ik naar de tandarts ben geweest. Het is er veel veranderd, het valt me ook steeds op hoe krap het is in vergelijking met waar we nu wonen. Ik mis ook niet, terwijl ik dat wel had verwacht. Alleen dat gevoel, van de eerste keer samen in je eigen nieuwe huis, dat is iets dat nooit meer terugkomt.

KlussenKlussen

Terug in de tijd

terug in de tijd

Heel, heel lang geleden ben ik ooit eens een keer in het Openlucht Museum in Arnhem geweest. Ik kon me daar vaag nog wat van herinneren. Dus toen vrienden vroegen of we misschien zin hadden mee te gaan, leek me dat een heel leuk idee. Gewoon op een doordeweekse dag, voor mijn doen ook al bijzonder.

Het is nog steeds een rare tijd dus we kregen een tijdslot waarop we binnen mochten. Druk was het helemaal niet. We namen een plattegrond mee en begonnen aan de tijdreis.

De echt oude huisjes zijn natuurlijk leuk om naar te kijken. Hoe koud moeten de mensen het vroeger in de winter gehad hebben. Er stonden dan wel wat beesten binnen maar als je een meter van het vuur vandaan kwam, vroren je tenen er toch wel af. En dan slapen in zo’n muffe bedstee, brrr. Geen wonder dat zoveel mensen ziek werden.

Maar het feest van herkenning kwam toch wel bij het Wit-Gele Kruisgebouw en het huisje uit de jaren 70. Het Wit-Gele Kruis, opgericht in de jaren 20 van de vorige eeuw. Bij ons in het dorp was ook zo’n gebouw. Moeders gingen daar met hun baby naar toe, ik weet niet of het consultatiebureau daar gevestigd was of dat het Wit-Gele Kruis die consultaties deed. Ik kan me nog wel herinneren dat we daar met een heleboel andere kinderen in de rij moesten gaan staan voor een vaccinatie. Geen idee waarvoor, het zal best een kinderziekte zijn geweest. Wat ik ook nog heel goed weet, was hoe het daar rook. En toen ik het museumhuisje binnenliep, sloeg de bekende lysol-lucht me gelijk weer in het gezicht. Blèh. Dat ruik je nu nergens meer.

Het jaren 70 huisje was ook geweldig. Al die spullen die mijn moeder ook had. En de moeders van mijn vriendinnen. Mijn ouders waren niet echt modern, ook niet in die tijd, maar ik weet nog goed dat de ouders van een vriendinnetje van mij oranje vloerbedekking hadden. En rotanmeubels. En een gemacrameede plantenhanger voor het raam. Dat was in die tijd supermodern. Stiekem was ik ook een beetje jaloers op zulke ouders. Natuurlijk had mijn moeder ook oranje en bruine spullen maar toch altijd net iets minder. Ach.

We hebben bijna een dag rondgedwaald.

En het was voor het museum zelf misschien wat minder, maar wij vonden het heerlijk dat het zo rustig was. Geen schoolklassen met kinderen die vinden dat zij de eerste zijn die ergens moeten kijken. Niet onder de voet gelopen worden door Chinese toeristen die zoveel foto’s maken dat het bijna onmogelijk is om ook vastgelegd te worden. Gewoon naar binnen lopen en rondkijken. En de geur van toen opsnuiven.

ReizenReizen

We mogen weer op vakantie

Weer op vakantie

We mogen weer op vakantie. Na 15 juni gaan de grenzen weer open. Natuurlijk, voorlopig alleen nog naar landen in Europa die dit toestaan en op eigen risico, maar het kan. Onze geplande vakantie naar Engeland moet een jaar wachten, dat land is nog niet veilig. Wat een bizar idee eigenlijk, dat je anno 2020 niet naar het Verenigd Koninkrijk kunt reizen omdat er een negatief reisadvies geldt. Wel jammer overigens, we hadden ons erop verheugd, lekker met vrienden naar de Cotswolds. Maar goed, wat in het vat zit, verzuurt niet, zullen we maar denken.

Wat heel goed nieuws is, is dat België wel een land met code geel is. Wel toegestaan maar let op de risico’s. Ach, veel mensen zullen België sowieso een risico-land noemen. Het weer is niet stabiel, net als in Nederland. De wegen zijn vergeleken bij die van ons abominabel. De bewegwijzering is zo mogelijk nog erger. “Oeps, je had 50 meter geleden rechtsaf gemoeten.” Het onderstel van je auto heeft enorm te lijden van de hobbels en gaten. Maar, als je dan eenmaal op een terrasje aan een fameus Belgisch biertje zit, dan is dat leed al snel vergeten.

We hebben al contact gehad met de mensen van de camping. Onze caravan staat nog steeds eenzaam op zijn winterplek. We moeten nog een nieuwe voortent kopen. Alles is dit jaar later dan anders maar het lijkt er toch op dat het eraan zit te komen. Er wordt al druk gewerkt aan voorzieningen in het sanitair. En de drukste weekenden, Hemelvaart en Pinksteren, zijn al achter de rug. Jammer voor de omzet en de gezelligheid maar wel beter voor de anderhalve-meter kampeerder.

Dat gaat toch nog een uitdaging worden. De plaatsen zijn groot genoeg, daar is het makkelijk afstand te houden. Je zet gewoon je stoelen wat verder uit elkaar. Op het terras kan dat ook nog wel. Maar het kroegje is net zo groot als vier postzegels in een vierkant. Dat gaat hem niet worden. Het is maar te hopen dat we een mooie zomer krijgen, dan kunnen we buiten zitten.

Het zal een bijzondere zomer worden, voor heel veel mensen. Vakanties buiten Europa zullen nog wel niet tot de mogelijkheden behoren. Niet backpacken door de Outback, niet met je rugzak naar Zuid-Amerika. Al die avonturen moeten een jaar wachten. We kunnen wel heel burgerlijk met de caravan naar Hintergarten. Terug naar de jaren 60 en 70. Ach, laten we er de nostalgie van inzien. Tenslotte wordt er bij Talpa en RTL4 ruzie gemaakt om de rechten van een programma dat terugblikt naar die tijd.

BoekenBoeken