Ravage

Alsof er een bom is ontploft. Dat is eigenlijk de enige omschrijving die je kunt geven aan de ooit zo mooie camping. Overal ligt rommel. Spullen uit caravans, voortenten, schuurtentjes, alles ligt opgestapeld. Diepe groeven maken de paden bijna onbegaanbaar. Maar het meest bizarre is dat er ook gewoon caravans weg zijn. Verdwenen. Meegenomen door het water. Van groot tot klein. De kleine caravan van een jong stel maar ook de grote stacaravan van een oudere dame. Weg, alleen de blokken waar de caravan op stond, liggen er nog. Waar is alles gebleven? Je vraagt het je af. Maar er is echt geen spoor meer van.

De houten chaletjes liggen op hun zij of zijn gekraakt door het geweld. De stacaravans op het hogere gedeelte staan schots en scheef. Sommigen zijn zomaar een plaats opgeschoven. Een paar staan zo schuin dat je er niet in kunt staan. De schade daarin moet enorm zijn. Alles is kapot. Wat hadden we medelijden met de campingeigenaar. In Coronatijd begonnen, dat was al lastig, en nu dit.

In tegenstelling tot wat we eerst dachten was onze caravan niet naar Luik gespoeld. Sterker nog, hij was nog steeds op de camping. Normaal staan wij aan het eind maar nu hangt de caravan bijna in het midden. Tegen een boom. Alle ramen zijn eruit, de deur mist en als je binnenkijkt, kun je alleen maar concluderen dat alles verloren is. Alles is nat en zit onder een laag modder. De caravan hangt stevig dus we durven er voorzichtig in. Een voor een. Wat een troep. Er ligt nog een deel van het koffiezetapparaat, er steekt een enorme tak door het voorraam. Een pannetje ligt onderste boven in de hoek waar eerst het tafeltje stond. Heel veel spullen zijn weggespoeld, de grote kast is leeg, de kussens zijn weg. Wat er nog wel is, is zo vies en nat dat je het bijna niet herkent.

“Kijk maar of je nog wat kunt redden”, zei de campingbeheerder. Ik keek eens rond. Mijn notebook lag er nog, wel nat, maar misschien nog te redden. Het kunststof Duvelglas waar mijn maatje altijd uit dronk, dat kon ik nog wel schoonmaken. Maar ik zocht iets belangrijks. De brieven van de dame die mij vorig jaar vroeg blogs te schrijven over haar vriendschap en haar leven als expat. Ik had ze in de caravan gelegd om terug te geven. Maar daar had ik nog geen gelegenheid voor gehad. En ik zou het zo erg vinden als die ook vernietigd waren. Toch, als door een wonder, waren de brieven nog helemaal intact. Ze lagen droog op hun oude plekje. Wat een geluk. De oude dame komt niet meer kamperen, zij en haar man hebben te lang in het water gezeten, wachtend op evacuatie. Maar misschien kan ik haar nu toch een glimlach op het gezicht toveren.

Wateroverlast

We hielden het weerbericht nauwlettend in de gaten. Veel regen voorspeld in de Ardennen. En onze vakantie lag in het verschiet. Met alle Corona-toestanden is onze Engelandvakantie weer een jaar uitgesteld. Dus twee weken Ardennen was een heerlijk vooruitzicht. Allebei gevaccineerd, toch wat versoepelde maatregelen, wat kan ons gebeuren. Nou, enorm veel. Dat bleek.

Woensdag begon het al penibel te worden, de rivier was wild en het water steeg hard. We kregen berichten van de camping, waarschuwingen. Maar ja, niemand kon iets doen. Natuurgeweld hou je niet tegen. Op hoop van zegen dan maar.

Op donderdagmorgen kregen we een telefoontje. Wat wij onvoorstelbaar hadden gedacht, was gebeurd. De hele camping stond blank, er stond anderhalve meter water en alles was weggespoeld. Ook onze caravan. We keken elkaar verslagen aan. Weggespoeld, hoe kon dat nou. En hoe was het dan met de mensen die er op dat moment waren? Die lagen te slapen. Beetje bij beetje konden we ons een beeld vormen. Het water was gaan stijgen en op een gegeven moment was het zo hard gegaan dat er geen redden meer aan was. Er zaten mensen vast in hun caravan, die moesten door de brandweer met een bootje geëvacueerd worden. Wat een ellende. Geen stroom, geen voorzieningen, alles was weggevaagd.

Ons plekje. Wat verschrikkelijk. Het meest erge vonden we dat we niks konden doen. We konden er niet naar toe. Het terrein was niet toegankelijk en bovendien ook afgesloten door de brandweer. En wat wil je doen? Hozen? Wij zijn normaal altijd van het direct handelen maar nu zaten we machteloos thuis. Dit zijn we kwijt, dat zijn we kwijt. Contact houden was ook nog moeilijk, want zonder elektriciteit raken mobiele telefoons leeg.

Het is een onwerkelijke situatie, we hebben geen idee hoe het gaat aflopen en wanneer we weer naar de Amblève kunnen kijken zonder dat hij woest kolkend voorbij stroomt. Dat komt weer, dat weet ik zeker, alleen waarschijnlijk niet komende twee weken.

Ach, zei mijn maatje, het is te hopen dat de caravan in stukjes in Luik ligt. Dan hoeven we tenminste niet op te ruimen. Nou ja, laten we het dan in ieder geval maar proberen positief te benaderen. Tenslotte hebben we zelf niks en zijn het maar spullen. Maar ik heb er toch wel een traantje om gelaten.

Wat een week

Soms gebeuren er in een week zoveel dingen dat je echt even moet gaan zitten om te overdenken wat er nu allemaal aan de hand is. Deze week was zo’n week. Natuurlijk waren we enorm geschokt door het nieuws van de aanslag op Peter R. de Vries. Je kunt van de man vinden wat je wilt, ik kon me ook vreselijk ergeren aan zijn betweterigheid, maar je laat iemand altijd in zijn waarde. Volgens mij leven wij in een vrij land waar je mag zeggen wat je wilt en waar mensen niet achtervolgd mogen worden om het werk dat zij doen. Bovendien, het werk dat De Vries doet, is alleen maar heel nobel te noemen. Ik denk niet dat er veel mensen zijn die zo vasthoudend zijn als hij. Als je hoort hoeveel jaar hij een zaak blijft volgen en contact blijft hebben met de nabestaanden, dat is echt heel bijzonder. En ja, hij weet het altijd beter, hij heeft overal een mening over en hij is lastig, maar hij heeft toch wel hele goede dingen bereikt. Ik denk dat de ouders van Nicky Verstappen hem alleen maar geweldig vinden.

Maar ook in onze eigen wereld was er een schok. De tante van mijn maatje, een zus van zijn vader, overleed. En wel zo plotseling dat we ook daar even voor moesten gaan zitten. Vorige week werd de diagnose gesteld en nu is ze er al niet meer. Ok, als je 92 jaar oud mag worden, is dat op zich heel bijzonder, maar voor ons had ze wel 120 mogen worden. Wat een energie had zij, wat een levenslust. Dat heb ik altijd heel bijzonder gevonden. En wat ik ook altijd zo in haar waardeerde, was dat ze vroeg hoe het met je ging en ook luisterde naar het antwoord. Ik kan je vertellen, er zijn heel wat oude mensen die dat niet doen. Die vragen het wel maar voor je je mond kunt openen om antwoord te geven, zijn zij al van wal gestoken over alle kwalen die ze zelf hebben. Pffff.

Maandag gaan we afscheid van haar nemen. Ik denk dat het met een lach en een traan zal worden. Want natuurlijk is het verdrietig, maar er zijn ook heel veel leuke verhalen te vertellen. Laten we haar gedenken als de vrolijke noot die zij altijd was. En laten we hopen dat we Peter R. de Vries voorlopig nog niet hoeven te herdenken.

Time flies

Afgelopen juni waren mijn maatje en ik 24 jaar getrouwd. “Nog een jaar”, zeiden we lachend tegen elkaar, “dan zijn we zilver.” Voor dat we trouwden, hebben we 10 jaar samengewoond. Dus eigenlijk zijn we al 34 jaar samen. Het klinkt als een eeuwigheid. In die tijd is er veel gebeurd en veel veranderd. De spullen die we destijds kochten en waar we ons huis mee inrichtten, zijn bijna allemaal verdwenen. Ze zijn versleten, ingeruild voor iets anders of gewoon weggedaan omdat we het beu waren.

Van sommige dingen heb je niet eens in de gaten dat ze al oud zijn. Althans, ik ben niet zo veranderig. Ons huis is mijn thuis en mijn warme jas en daar zal ik niet heel snel grote dingen in veranderen. Daarom loop je soms wel eens tegen onverwachte zaken aan. Laatst nog, tot mijn grote schaamte. Ik ben geen hele goede huisvrouw dus ik heb een broertje dood aan vitrage wassen. Het zijn grote onhandige stukken en je moet het kletsnat ophangen anders krijg je de vouwen er nooit meer uit. Dan ben ik zelf net zo nat als de vitrage. Dus stel ik dat zo lang mogelijk uit. Ik had al wel tegen mijn maatje gezegd dat het echt tijd was voor nieuwe. Hij keek me een beetje verbaasd aan. “Nieuwe? Waarom? Deze zijn nog helemaal niet zo oud.” Ik liet me overtuigen en zette de wasmachine aan.

De vitrage was weer mooi wit toen ik het uit de machine haalde. Ik liep voorzichtig met de wasmand naar beneden om zo min mogelijk een spoor van druppels na te laten. Haakjes weer erin en ophangen. Gelukkig begon ik bij ons hoekraam. Toen ik nl. onder aan de vitrage trok om de plooien recht te trekken, ontstond er een enorme winkelhaak. Ik denk dat er wel een scheur van dertig centimeter tevoorschijn kwam. Ik schrok me dood. “Kom eens kijken” riep ik tegen mijn maatje. Die was redelijk beteuterd. Samen hebben we heel voorzichtig de rest van de gordijnen opgehangen. Geen vitrage is geen optie, met een haven voor de deur heb je dan wel heel erg veel inkijk.

Ik heb die middag gelijk nieuwe vitrage besteld. De man die kwam meten zei, zonder enige vorm van humor, “tja, die hebben wel veel geleden.” Mijn maatje en ik hebben eens terug zitten rekenen. Het mocht onderhand wel, de oude vitrage was inmiddels dertien jaar oud. Tijd voor iets nieuws. Helaas zit er zes weken levertijd op onze bestelling. We doen het dus nog heel even, heel voorzichtig, met onze oude raamdecoratie.

En nu maar hopen dat Stef niet te veel ziet en enthousiast op de vensterbank gaat staan. Dat overleeft deze decoratie niet meer.

Oranjekoorts

Ik ben geen voetbalfan. Dat ligt aan mij, ik verdiep me ook helemaal niet in het spel. Ik ben al lang blij dat ik weet wat ‘buiten spel’ is. En natuurlijk vind ik het wel leuk als Nederland wint. Zo chauvinistisch ben ik dan ook wel weer. Maar als ik zie hoe sommige straten versierd zijn tijdens het EK, brr. Dan ben ik blij dat ik in een hele saaie straat woon.

Wat ik ook zo erg vind, is het feit dat Nederlanders al zeker weten dat het toernooi gewonnen wordt als de eerste wedstrijd nog gespeeld moet worden. “We worden kampioen!” Als dat niet lukt, wordt het natuurlijk omgedraaid, “ze hebben verloren.” En 17 miljoen bondcoaches weten precies waar dat aan gelegen heeft. En hoe het wel gemoeten had.

En dan al die reclames op televisie. Sommige zijn heel geestig, daar moet ik wel om lachen. Ik heb zelfs voor onze hond een juichcape aangeschaft. Maar andere reclames zijn echt tenenkrommend. Vooral als er een voetballiedje in voor komt dat de hele dag niet uit mijn hoofd gaat. Afschuwelijk. En je kunt er niks aan doen. Ik weet wel, dat is ook de bedoeling, maar jongens, wat een ellende. Je zou de winkel in kwestie echt gaan mijden.

Gelukkig kunnen we ons ook mengen in de discussie rond de schermen. Mogen er nu wel of niet grote schermen op de terrassen. Het kan mij eigenlijk niet schelen, ik ga toch niet kijken. Maar de Corona-discussie houdt ook op dat vlak de gemoederen goed bezig. Met alle scheldpartijen van dien. Ik lees en geniet mee. Hoe dom kunnen mensen toch uit de hoek komen. Het heeft niet eens meer iets met voetbal te maken. En daar kunnen mensen zich al zo druk over maken. Soms kan ik het echt allemaal niet meer volgen.

Nou ja, vanavond eerst maar eens afwachten of het EK-avontuur voor Nederland door kan gaan. Ik zou het de horeca van harte gunnen. Het zou voor hen een mooie opsteker zijn als Nederland ver komt in het toernooi. En als ze dan nog schermen op mogen hangen, dan zou dat helemaal fantastisch zijn. Misschien kunnen we dan voorzichtig wat gaan vieren. Al was het maar dat Corona even wat minder ons leven in de war schopt. Maar laten we in vredesnaam met beide voeten op de grond blijven staan, de laatste keer dat Nederland iets won was in 1988. Toen speelde Berry van Aerle nog mee. Zo lang is dat al geleden.

EHBO in Corona-tijd

Een aantal jaren geleden heb ik mijn EHBO-diploma behaald en sindsdien word ik jaarlijks uitgenodigd voor de herhalingscursus. Naast dat het veel hilariteit oplevert, is dat natuurlijk ook gewoon heel nuttig. Het is grappig om elkaar in het verband te draaien of in een koeldeken te wikkelen. Maar het oefenen met reanimatie is echt een must, dat moet je serieus bijhouden.

Vorig jaar lag alles natuurlijk stil. Onze EHBO-herhaling was online. Theorie en vragen. Jammer maar wel heel begrijpelijk. Ik deed braaf mijn cursus en hoopte er maar het beste van. Iemand reanimeren lijkt me sowieso al een heel heftige ervaring maar om dat in Corona-tijd te moeten doen, hmm, dat maakt het nog wel gecompliceerder. Want je wilt natuurlijk wel veilig blijven, hoe graag je ook een ander wilt helpen.

Ook dit jaar kwam er een uitnodiging voor de herhalingsdag. Op locatie deze keer. Het mocht, onder strenge voorwaarden, weer een klassikale training worden. En, eerlijk is eerlijk, ik vroeg me wel af hoe dat dan ging plaatsvinden. Want anderhalve meter afstand, da’s toch lastig. Maar ach, er zou vast over nagedacht zijn dus zorgen maakte ik me niet. En dat was ook helemaal niet nodig. Bij binnenkomst zag je al dat geen moeite was gespaard om alles veilig te laten verlopen. De onvermijdelijke voorraad mondkapjes, desinfectiespray, vragenlijsten, het was allemaal voorradig. In de grote zaal hadden we allemaal een eigen tafel. Met eigen flesje water en een dame met handschoenen aan die een kopje koffie in schonk. Het deed wel bijzonder aan, al die maatregelen.

De trainer legde ons de aanvullende voorwaarden uit, het Lotus-slachtoffer niet aanraken, elkaar niet aanraken, dus verband aanleggen op je eigen been. Hoofd mocht ook maar dat is niet zo handig. En de reanimatie natuurlijk. Toch nog hilariteit.

Op de grond lag een aantal poppen zonder gezicht. Echt, robocop was er niks bij. We kregen allemaal een pakketje met daarin een gezicht en een plastic zak met een ring die de longen moesten voorstellen. “Eerst de plastic zak in het gezicht stoppen. Daarna de neus goed aandrukken en de oren met de drukkers vastmaken.” De opmerkingen waren niet van de lucht. Na het oefenen moesten de gezichten weer verwijderd worden. Die gingen in een grote bak. Ze zouden op 60 graden in de vaatwasser gaan. Echt, het was geen gezicht.

Toen de Corona-crisis uitbrak, had ik geen idee hoelang het zou gaan duren. Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat het zo lang zou duren. Maar ook de impact had ik toch wel onderschat. Zelfs de EHBO-cursus werd een uitdaging. Want een tourniquet aanleggen bij jezelf, dat is helemaal niet grappig.

Wereldreiziger

Ik ben geen wereldreiziger. Nooit geweest. Niet dat ik niet benieuwd ben naar andere culturen of niet kan genieten van prachtige natuur of interessante gebouwen, zeker wel. Alleen, ik heb een bloedhekel aan het reizen zelf. Als je vliegt, moet je op de meest onmogelijke tijden op zo’n vliegveld zijn. Zeulen met een koffer, wachten, koffie die niet te drinken is. Jakkes. En dan zit je in zo’n vliegtuig, met je knieën tegen je voorganger. Oh, natuurlijk, dat zal in de eerste klas veel beter zijn, maar ik heb in mijn leven alleen nog maar cattle-class gevlogen. Tussen de snurkende mensen, de jengelende kinderen en de stewardessen die echt vreselijk hun best deden maar het ook niet allemaal tegelijk konden. Waardoor er weer mensen gingen klagen. Pfff.

Met de auto dan. Met mijn maatje, ’s morgens om half vijf uit de veren. Bakje koffie en hup, op pad. Om een uur of elf had ik geen benul meer van tijd of plaats en om drie uur ’s middags was ik helemaal hol van binnen. Dan wilde ik ook echt die auto uit. En we stopten heus wel hoor, onderweg. Maar vaak precies op het tijdstip dat er ook een buslading ouden van dagen werd uitgeladen bij het wegrestaurant waar wij wilden eten. Nu was dat niet altijd verkeerd, het heeft me regelmatig inspiratie voor mijn blogs opgeleverd. En ook wel boze reacties van lezers die het begrip “milde spot” niet begrepen. Waarschijnlijk voelden ze zich aangesproken, ik weet het ook niet.

En eerlijk is eerlijk, ik ben ook niet zo’n held dat ik mijn rugzak pak en naar Zuid-Amerika af reis. Ik zou je danken. En dan nooit meer terugkomen zeker. Ik las pas nog een bizar verhaal van een Belgische man die meer dan een jaar vermist was in Peru. Hij was daar in de Corona-pandemie terecht gekomen. Geld kwijt, telefoon kwijt, sprak de taal niet en is eigenlijk gewoon kwijt gelopen. Met bedelen heeft hij zijn kostje kunnen scharrelen en uiteindelijk is hij dan toch bij een of andere instantie aangeland die hem heeft geholpen. Maar dan heb je geluk. Stel voor dat je de jungle in dwaalt en een of ander dier denkt “hee, dat is een lekker hapje”. Ha, in mijn geval zou hij dan natuurlijk wel van een koude kermis zijn thuisgekomen, redelijk op leeftijd en niet heel veel vet op de botten, maar toch. Het zal je maar overkomen. Nee, ik sla even over.

Dus is mijn vakantie echt een periode om tot rust te komen en mijn batterij op te laden. Twee uurtjes rijden, neerstrijken bij een riviertje, heerlijk uit eten of BBQ’en en genieten van een drankje. Ok, het weer kan af en toe roet in het eten gooien. Dat klopt. Maar die keer dat wij door Malaga liepen in de stromende regen dacht ik ook “bah, wat is dit een vieze stad.” En wellicht wordt de transporter uit Star Trek nog eens een keer echt uitgevonden. Dan reis ik zeker overal naar toe. “Beam me up, Scotty!”

Vaccinatie

Het lijkt dan eindelijk toch te gaan gebeuren. Langzaamaan weer terug naar het ‘normale leven’. We weten bijna niet meer hoe dat was. Hoe het voelt om iemand een knuffel te geven, zomaar. Of zelfs maar gewoon een hand. Maar het gaat dan toch gelukkig de goede kant uit. Minder besmettingen, meer vaccinaties. Versoepelingen die weer doorgevoerd kunnen worden.

En dan is toch één van de voordelen aan het niet meer piepjong zijn dat je betrekkelijk snel een uitnodiging krijgt om een prik te gaan halen. Natuurlijk heb ik niet zo veel geduld dus ik heb de site van de RIVM gestalkt om te zien wanneer de link naar het maken van een afspraak geactiveerd zou worden. Er werd keurig aangegeven wanneer welk bouwjaar een afspraak kon maken. Nee, ik heb niet voorgedrongen, dat zou ik echt niet netjes vinden, maar ik heb wel zo snel mogelijk “geboekt”. Voor mijn maatje en voor mijzelf. In onze omgeving is het op het moment een veelgestelde vraag, “heb jij al een afspraak kunnen maken?” Inmiddels is de eerste gezet en ik vind het toch een veilig idee, ik kan er niks aan doen.

Natuurlijk, als we dan twee keer gevaccineerd zijn, mogen we nog steeds niet alles. Dan moeten we ons nog steeds gewoon aan de regels houden. Het mondkapje blijft voorlopig nog even onderdeel van onze standaarduitrusting. Maar dat geeft niet, dat zijn we al zo lang gewend, dat kan nog wel even wat langer. Want het einde is dan toch eindelijk in zicht.

Het is wel vervelend dat er toch nog steeds veel mensen ziek worden. En nu vooral de mensen tussen de 18 en 30 jaar oud. Laten we hopen dat ook zij zich toch een beetje aan de regels houden. En niet op een kluitje gaan zitten in een park. Alsof ze onoverwinnelijk zijn. Een goede stok achter de deur is denk ik wel de komende vakantieperiode. Want ook, en met name, jonge mensen willen er toch wel weer graag weer op uit. Gelukkig komt het vaccinatieprogramma inmiddels echt wel op stoom. Bizar eigenlijk, dat we daarvan afhankelijk zijn voor onze zomer.

Onze geplande vakantie naar Engeland is voor het tweede jaar uitgesteld. Met een jaar, naar juni 2022. Dan zal het toch wel kunnen? Ach, wat in het vat zit, verzuurt niet, zullen we maar zeggen. Eerst maar eens genieten van een zomer dicht bij huis. Ook gezellig toch!

Eindelijk weer een keer naar de club

Het vrouwtje keek het baasje aan met een bijzondere blik. Hij snapte het niet zo goed, het was toch gewoon tijd voor zijn eten. Maar ze ging naar boven. Dat vond hij altijd wel een beetje vervelend, als er net voor zijn etenstijd nog iets anders gedaan moest worden. Voor mensen was het misschien niet zo belangrijk, maar voor hem was eten toch echt een hoogtepunt. Nou ja, misschien moest ze iets halen.

Het duurde even maar eindelijk hoorde hij het vrouwtje naar beneden komen. Ze had andere kleren aan gedaan. En ze had haar jas bij zich. Wat raar. “Hij snapt er nog niks van hè”, zei ze tegen het baasje. Wat snappen, soms waren mensen toch echt niet te begrijpen. “Ga je mee naar de club?” vroeg ze. Naar de club, echt? Het zou toch niet? Hij voelde zich helemaal enthousiast worden. Het baasje moest er om lachen. Maar het vrouwtje ging toch echt zijn snoepjes pakken. Een hele hand vol stopte ze in haar jaszak. Nu kreeg hij toch wel haast, hij ging vast voor de garagedeur staan. Nou moest het vrouwtje het baasje natuurlijk weer gedag zeggen. “Veel plezier”, zei die, “tot straks.” En ja echt, ze pakte zijn clubtuigje en liep met hem mee. Ze gingen weer naar de club, dat was lang geleden. Hij huppelde er bijna van. Wat liep het vrouwtje toch langzaam, kom op!

Hij zag de auto’s al staan, het was druk. Gezellig, hij sleepte het vrouwtje bijna mee naar binnen. Kijk, ze mochten het veld op. Hij keek eens rond. Shunka en Sky waren er maar Bobby en Noa zag hij niet. Dat was jammer, hij wilde wel graag weten hoe het met hen ging. Wel waren er een paar nieuwe honden. Een ervan was wel heel zenuwachtig volgens hem, die bleef maar blaffen. Hij zag ook dat hij hapte naar de hand van zijn vrouwtje. Hmm, dat moest hij zelf toch niet proberen. Dan legde ze hem vast weer op zijn rug, zo gênant.

Omdat Noa er niet was, mocht hij beginnen. Hij nam alle hindernissen vliegensvlug, hij kon het nog! Heerlijk. Lekker springen en rennen. Het uur was veel te snel voorbij.

Thuis had het baasje zijn eten al klaar staan. Een volle bak, lekker. Hij kroop voldaan en warm op de bank. Want als hij eerlijk was, was hij toch wel een beetje moe. Hij was ook geen achttien meer.

Als het niet meer met woorden lukt

Het klinkt raar maar het wordt toch echt tijd dat we de Corona-pandemie achter ons laten. Om heel veel redenen maar ook omdat een aantal mensen nu toch echt serieus aan het doordraaien is. Gedurende de hele periode worden er al mensen bedreigd, helaas, maar als je als een soort mislukte maar wel zwaarbewapende Rambo rond gaat lopen, ben je toch wel heel ver van de realiteit af beland.

Wat denkt zo’n man dan? “Hé, ik ben het niet eens met anderen, virologen, wetenschappers, mensen met een andere mening, ik neem van de zaak mijn raketwerpertje mee en ga wat stennis schoppen.” Gevaarlijk dat zo iemand bij Defensie werkt. Niet dat dat te voorkomen is, maar als militair, politie-agent of zelfs maar lid van een schietvereniging heb je natuurlijk wel meer mogelijkheden om aan een wapen te komen. Althans, dat denk ik, want misschien is het darkweb een veel betere plaats, daar heb ik geen ervaring mee. En eenlingen die dit soort plannen beramen, zijn bijna niet te volgen. Maar goed, die Rambo dus, die loopt rond in een natuurpark in België, als ik het nieuws mag geloven, en probeert te ontsnappen aan de maatschappij zoals wij die kennen. Nou weet ik niet waar de viroloog Marc van Ranst woont, maar ik mag toch hopen dat dat op een veilige afstand is. En als ze die man dan straks pakken, krijgt hij dan straf? Of een aai over zijn bol en de opmerking “niet meer doen hoor jongen”?

Je zult maar bedreigd worden door zo’n gevaarlijke gek.

Natuurlijk moet Willem Engel het dan weer opnemen voor zijn zielsverwant. Van Ranst zou het over zichzelf hebben afgeroepen. Natuurlijk, dat zou ik in zijn plaats ook zeggen. Waar haalt die man die denkbeelden toch vandaan. Zou hij nou echt nog steeds denken dat Corona een verzinsel is van de overheid om ons onder de duim te houden? Dat er helemaal nog nooit mensen aan het virus zijn dood gegaan?

En zoals altijd valt de hele Social Media er weer overheen. Voor- en tegenstanders hakken op elkaar in en iedereen weet het weer beter. Ik zou me kostelijk amuseren ware het niet dat sommige commentaren zo vreselijk asociaal zijn dat ik bijna de neiging krijg om te kijken wie er achter die tekst zit. Vaak is zo’n account afgeschermd en dat snap ik ook wel. Tenslotte wil je wel anoniem blijven als je mensen zo behandelt.

Wat ik dan wel weer meesterlijk vind, is de opmerking waar Van Ranst zijn betoog op Twitter mee opent, “Wanneer we ooit geconfronteerd worden met een salsapandemie, ga ik met veel plezier luisteren naar wat jij als dansleraar te zeggen hebt.” Laten we in vredesnaam hopen dat dat dan nooit gebeurt.