Ongenode gasten

rat

Wonen aan een haventje, aan de rand van een dorp, heeft heel veel voordelen. Het uitzicht is leuk, er is altijd leven in de brouwerij. In de zomer is het een komen en gaan van mensen die gaan varen of die gewoon een hele dag rondrommelen op hun boot. In de winter worden de kades bevolkt door vissers. Ze komen tegenwoordig al met bestelbusjes omdat ze anders al hun materiaal niet mee krijgen. Het ontbreekt er nog net aan dat ze een tentje opzetten. Waarschijnlijk omdat er te weinig plaats is.

Helaas trekt het water en de polder ook gasten aan die wat minder welkom zijn. Vooral als het wat kouder wordt. Stef had het eerder in de gaten dan wij. Normaal gesproken kruipt hij na het eten van zijn brokjes en zijn varkensoren tevreden op de bank en komt hij daar alleen vanaf als hij vindt dat hij wel weer een snoepje kan komen halen. Maar nu stond hij gefocust bij de schuifpui. Zijn staartje als een volwaardige antenne recht omhoog. Omdat we eigenlijk het hele jaar door muizen in de tuin hebben, moesten we er om lachen. “Hij heeft weer een muis in het vizier.” Af en toe schoot hij naar buiten. En kwam dan even later onverrichter zake weer terug. Naar zijn uitkijkplek bij de pui. Mijn maatje ging eens kijken wat er aan de hand was maar kon ook niks vinden.

We vonden ook geen sporen van dieren. In het voorjaar hadden we woelratten in de tuin en die veroorzaakten behoorlijke gaten in de vloer van ons houten tuinhuisje. Ook het visvoer dat daar stond, in keurig afgesloten emmers, had het moeten ontgelden. Maar dat was nu helemaal niet aan de hand. “Kom op Stef, niks aan de hand, het zijn maar muisjes.”

Tot ik ineens op mijn werk een appje kreeg van mijn maatje. “We hebben toch weer rattengif nodig.” De collega aan wie ik de foto liet zien, sprong bijna tegen het plafond. Een enorme bruine rat zat op zijn gemak te drinken uit een bak waar de meest recente regenbui een behoorlijk plas water in achter gelaten had. Het was een bizar gezicht.

Dus hebben we de rattenval weer gevuld en vergif neergelegd op plaatsen waar Stef absoluut niet kan komen. Ik weet het wel, ratten zijn gevaarlijk, ze brengen ziektes met zich mee en ze zijn vies. En ik wil niet dat Stef er achter aan gaat, stel dat hij een rat doodbijt die echt heel ziek is. Je moet er niet aan denken wat mijn kleine vriendje daar van op kan lopen. Maar ergens vind ik het toch zielig. Zo’n dier kan er ook niks aan doen. Dus hoop ik maar dat hij goed ver weg kruipt. Zodat ik hem niet kan vinden.

 

Sinterklaas

saint-nicholas-2958541_1920

Het brengt toch altijd weer een bepaalde sfeer met zich mee. Een sfeer die ik voor mezelf probeer niet te laten verpesten door de zwartepietendiscussie. Het zijn ook maar kleine dingen die het gevoel weer helemaal terug laten komen. Een reclamefolder van de supermarkt waar ik altijd kom, een boekje met speelgoed, opmerkingen van kinderen op televisie. Het is een gevoel van nostalgie dat ik vaak probeer te koesteren. Het geeft een soort gevoel van beschermd zijn.

Ik denk dat dat ook het belangrijkste is van al dit soort gebruiken. Kinderen het gevoel geven dat ze misschien wel stout zijn geweest, het afgelopen jaar, maar dat dat helemaal niet erg is. Dat kinderen stout mogen zijn.

Ik heb geen kinderen. Ik probeer mijn mening daarom ook altijd zoveel mogelijk voor me te houden. Niet dat ik geen mening heb maar ik heb door de jaren heen ontdekt dat veel mensen vinden dat ik die niet mag geven. “Jij hebt geen kinderen, jij hebt daar geen verstand van.” Het klopt, ik heb geen verstand van kinderen opvoeden, maar ik zie heus wel dat kinderen tegenwoordig maar moeten en moeten. Ze moeten naar de sportvereniging, naar blokfluitles, naar bijles want ze moeten wel allemaal naar het gymnasium.

Mijn zus heeft vroeger ook een blauwe maandag blokfluitles gehad. Op school. Op een gegeven moment gaf iemand commentaar op haar muzikaliteit waarna ze haar fluit op zijn hoofd in stukken sloeg. De hoofdonderwijzer, zoals een schooldirecteur toen nog heette, belde mijn moeder. Hij had moeite zijn lach te houden maar vertelde toch dat dit niet de insteek was van muziekles. Einde oefening. Mijn zus hoefde nooit meer haar toonladders te spelen. Ik kan je vertellen dat zij niet de enige in huis was die daar blij om was.

Wat dat betreft hadden wij het toen wel iets makkelijker. We hoefden niet iedere dag vanalles. Daarom waren we ook niet echt benauwd voor Sinterklaas. Wat er in dat grote boek van hem stond, kon nooit verschrikkelijk belastend zijn. We hadden geen bijles waar we onderuit probeerden te komen en we hadden ook maar één sportclub per week. Als we onze schoen zetten, zat er altijd wel wat in. Al was het maar een mandarijn en een chocolade-sinterklaasje. Later maakten we surprises. Goedmoedig plagen met een gedicht dat eigenlijk die naam niet mocht dragen.

Ach, het is al lang geleden dat ik met Sinterklaas een sperzieboon-surprise kreeg van mijn vader. Omdat dat de groente is waar ik echt van gruw. Ik hoop dat de kinderen van nu straks ook die herinneringen kunnen koesteren. Ik geniet in ieder geval weer van het moment dat hij bij ons het haventje in vaart.

 

 

Nieuws

camera-1239384_1920

Het is weer zover, Nederland is in de ban van een zeer belangwekkende gebeurtenis. Het hele land gaat los op de nieuwe relatie van een BN-er. Twitter en Facebook zijn weer volledig ontploft. Het nieuws is trending, zoals dat tegenwoordig zo trendy heet.

Voor- en tegenstanders voorzien het hele internet van de meest ongefundeerde meningen. Hij is dit, zij is dat, de ex is zielig. En ik lees weer mee. Heerlijk. Alsof iedereen precies weet wat er allemaal echt gebeurd is. Ik heb het idee dat niemand dat ook echt belangrijk vindt. Het beïnvloedt in ieder geval niet de mening van het merendeel van de meute. Ik vraag me weer af of mensen zich niet schamen voor de kwetsende commentaren. Waarschijnlijk niet, dat moet immers allemaal mogen.

Nu boeit het me eigenlijk helemaal niet wat de man in zijn vrije tijd doet, dat moet hij echt zelf weten. En hij is al helemaal vrij om te kiezen met wie hij dat wil doen. Alsjeblieft, val mij er niet mee lastig. Maar het is lastig over het hoofd te zien.

Natuurlijk besteden ook de ‘nieuws’-programma’s van RTL en SBS dagelijks aandacht aan de voortgang van deze soap. Alle experts komen weer langs om hun woordje te doen. Met name maken zij zich zorgen om het welzijn van het zoontje van het voormalige stel. Natuurlijk is het voor hem ook sneu. Zijn vader en moeder zijn uit elkaar, dat lijkt me voor een kind altijd moeilijk. Ook zonder dat iedereen daar zijn commentaar over geeft. Misschien moeten die programma’s ook eens een keer hand in eigen boezem steken.

Fotografen liggen weer klaar in de struiken om het eerste plaatje te schieten van het nieuwe paar. De ex wordt belaagd en vlucht bijna naar haar auto. Ik vind het eigenlijk gênant en ronduit zielig. We hebben commentaar op de Engelse pers maar dit komt toch al best in de buurt. De zogenaamde roddelbladen kunnen niet wachten om hun voorpagina te vullen met grote foto’s en beschuldigende letters. Daar leven ze van, dat weet ik wel, maar dan nog.

Ik vraag me oprecht af waarom dit nieuws zo belangrijk gevonden wordt. Ik snap er niks van. De stikstofcrisis en de problemen bij de belastingdienst verdwijnen even naar de achtergrond. We hebben blijkbaar even belangrijkere problemen aan ons hoofd.

Undercover

schietbaan

Mijn maatje en ik zijn jarenlang lid geweest van een schietvereniging. Wij waren serieus bezig met de sport, mijn maatje iets fanatieker dan ik. Eerlijkheid gebiedt me ook te zeggen dat hij beter was dan ik. Ik was een middelmatig schutter, vond het prima als ik een keer ‘de tien raakte’ en vond het verder vooral leuk om te doen. Mijn maatje ging niet voor een enkele tien, hij wilde uitblinken in iedere discipline. We hadden veel plezier, ook na de schietbeurten. We schoten wedstrijden, hadden zelfs een uitwisselingsverband met verenigingen in Engeland en Oostenrijk. Dierbare herinneringen.

Op een gegeven moment werden de regels voor ons te streng. Het aantal verplichte schietbeurten per jaar werd vastgesteld, iedereen werd geacht eens in de zoveel tijd baancommandant te zijn en toezicht te houden op de veiligheid. We begrepen het heel goed maar het was niet meer op te brengen. Dus stopten we. In het begin hielden we regelmatig contact. Zeker met de schutters die we in Oostenrijk hadden ontmoet. Later werd dat wat minder. We hielden wel contact maar niet meer regelmatig.

Soms zit ik ’s avonds een beetje rond te kijken op de nieuwssites, kijken wat zij te vermelden hebben. Zo ook afgelopen week. Beetje scrollen op Brabant Nieuws. Tot ik ineens rechtop ging zitten. “Alberto Stegeman legt misstanden bij schietvereniging bloot”. Sommige onderwerpen triggeren toch meer dan andere. Dus ik opende het artikel. En het bleek te gaan over de vereniging die ik zo goed kende. Of althans, dacht dat ik zo goed kende. Want de opmerkingen uit de video kwamen mij niet bekend voor. Zou er zoveel veranderd zijn in de jaren dat wij daar niet meer komen?

Natuurlijk, een aantal zaken herken ik wel. Destijds was het ook zo dat sommige leden van het bestuur vonden dat ze meer waren dan een ander. De deur van de bestuurskamer was altijd zorgvuldig gesloten. De simpele leden hadden niks te maken met wat daarachter werd besproken. Er was op een gegeven moment zelfs sprake van een heuse machtsstrijd. De toenmalige voorzitter werd aan de kant gezet. Hij werd vervangen door een man die zichzelf zo belangrijk vond dat hij het liefst de naam van het schietsportcentrum had vervangen door die van hem. Ik moest er altijd zo om lachen. Een man van in de 60 met zwart geverfd haar, ach wat sneu. Hij schreef met een gouden pen de schietbeurten in zijn boekje maar ik zag hem vrijwel nooit op de baan.

Er wordt gezegd dat de veiligheidsmaatregelen niet kloppen. Of zelfs niet goed worden nageleefd. Maar in de tijd dat wij er schoten, was er een grote sociale controle. Als iemand zich vergiste, werd hij daar vriendelijk op attent gemaakt. Zo zorgden we er samen voor dat het veilig was. Ik kan mij echt geen incidenten herinneren. Ik ben er al lang niet meer geweest, ik kan me niet voorstellen dat het zo veranderd is.

Dus zaten mijn maatje en ik klaar voor de televisie. Undercover in Nederland, een programma waar we eigenlijk nooit naar kijken. Het was bekend terrein, wat daar in beeld werd gebracht. Maar we kregen wel allebei een beetje het gevoel alsof hier iemand onderuit werd gehaald. Zeker, wat er werd aangekaart was niet goed. Maar we zagen meer naïviteit dan iets anders. Mensen die te goeder trouw anderen wilden laten zien hoe mooi de schietsport is. Die er niet bij stil stonden dat een vuurwapen voor een sportschutter heel iets anders is dan voor iemand die hier nooit mee in aanraking komt. Voor veel schutters voelt het wapen net als een tennisracket voor een tennisser. Daar kun je wat van vinden en het is daarom heel belangrijk dat veiligheidsvoorschriften worden nageleefd, maar in dit programma lag de nadruk wel erg op het wijzen op fouten. En het veroordelen van goedwillende amateurs. Jammer.

 

 

Supermarktactie

boodschappen

Ken je dat, dat je in de supermarkt bij de kassa staat tijdens een actieperiode. Achter je staan geïrriteerde moeders met hun kroost. Zij komen niet vaak in deze supermarkt maar ja, die actie hè. Plaatjes, figuurtjes, korting voor een pretpark. Om van de jengelde kinderen af te komen zijn ze toch maar gezwicht. Normaal gesproken gaan ze ook altijd alleen. Dat is een stuk efficiënter en je hoeft niet iedere keuze te verantwoorden. Of terug te leggen, als het niet je eigen keuze was. Scheelt ook een stuk aan de kassa. “Nee, we nemen geen extra zakken chips alleen omdat ze in de aanbieding zijn, leg terug.” Het is te hopen dat die actieperiode niet te lang duurt. Helaas verzinnen supermarkten om de beurt een nieuwe actie, je zou er bijna online voor gaan bestellen.

De kinderen zijn het inmiddels ook wel beu. Zij wilden alleen mee om er zeker van te zijn dat hun moeder toch echt wel naar die supermarkt gaat. Het doet er niet toe welke kaartjes ze meebrengt, ruilen doen ze wel met hun vriendjes op school. Ze zijn de hele winkel mee doorgelopen, al zuchtend. Zich ergerend aan al die mensen die zich door de gangpaden worstelen met hun karretjes. Volwassenen zijn vaak zo vervelend. Ze hebben een boodschappenlijstje maar moeten toch alles nog bekijken. Wikken en wegen, zullen we dit of zullen we dat. Neem een besluit zeg.

En die hele verzameling staat dan achter mij in de rij voor de kassa. Natuurlijk altijd ook nog in de verkeerde rij. Met mensen die artikelen hebben waarvan de streepjescode niet werkt. Of die per ongeluk zijn vergeten de tomaten af te wegen. Je voelt de irritatie achter je toenemen. Van verveling gaan ze duwen tegen het karretje. Net of het dan wat sneller gaat. Natuurlijk wordt er wel goed gevolgd wie de actiezegels aanneemt en wie niet. Want je kunt altijd vragen of ze ze niet af willen geven. Ik voel de wieltjes van het karretje tegen mijn hielen duwen en kijk verstoord om. Niet dat dat helpt, het joch achter me heeft het te druk met het in de gaten houden van de kassière.

Waarom kan zo’n supermarkt niet gewoon korting geven. Daar hebben we allemaal wat aan. Als ik mijn boodschappen heb afgerekend, vraagt het meisje achter de kassa vriendelijk of ik de actiezegels spaar. Ik voel de verwachtingsvolle ogen van het joch achter me in mijn rug en zeg vals “nee dank u, die spaar ik niet.”

 

 

 

 

Wintertijd

zomertijd

Wat gaat zo’n zomer toch snel voorbij. Voor je kunt knipperen met je ogen wordt de wintertijd alweer ingesteld. Het wordt weer de tijd om je een mol te voelen. ’s Ochtends in het donker gaan werken en ’s middags in het donker weer naar huis. Zelfs Stef vindt het niet nodig om veel naar buiten te gaan, hij ligt het liefste de hele dag op de bank te tukken. Natuurlijk mag dat niet van ons, hij moet netjes mee een rondje maken. Ook de behendigheidsclub wordt nog bezocht, het is nog geen december dus nog geen winterstop. Bovendien houdt hij van lekker eten en daar staat beweging tegenover. De dierenarts was tevreden, dat willen we wel graag zo houden.

De discussie over de zomertijd is weer een jaartje in de kast gegaan. Ik volg het zijdelings, als simpele kiezer kunnen we er toch niks aan veranderen. Als je het aan mij vraagt, zou ik het liefst de zomertijd houden. Maar daar schijnen ook weer nadelen aan te kleven. Ik snap er weinig van. Ik weet dat er mensen zijn die van slag zijn als we de klok verzetten. Dat kan ik me voorstellen maar ik heb er zelf gelukkig geen last van. Ik heb nog altijd last van slaappopsyndroom. Als ik ga liggen, gaan automatisch mijn ogen dicht. Maar waarom we dan die zomertijd niet kunnen houden, begrijp ik niet. Tenslotte is het toch maar iets dat we hebben afgesproken. Als we dan de tijd niet meer verzetten, hoeven mensen er ook niet meer aan te wennen.

Ach, de herfst. Zoals ieder jaar neem ik me weer voor om nu eindelijk eens werk te maken van de herfstaankleding van ons huis. En waarschijnlijk wordt het ook dit jaar weer niks. Mijn handigheid bestaat normaal gesproken echt alleen uit het aanschaffen van een herfststuk bij de plaatselijke bloemist. Maar goed, ook dat staat leuk op de tuintafel. Op een gegeven moment wordt het zelfs een droogboeket, dat kan de pret niet drukken.

Ik probeer ieder jaar weer de geneugten van de kou en korte dagen te bedenken. Gezelligheid, knus samen zijn. Het is ook niet verkeerd, ik kan echt wel genieten van een dagje in pyjama en dikke sokken op de bank, lekker Netflix kijken. En ik vind het heus wel lekker dat het nu weer tijd wordt voor dat glaasje port. Ach, zo probeer ik een lichtpuntje te zien in het feit dat het toch onvermijdelijk weer winter wordt. Ik ben niet iemand die het hele jaar uitkijkt naar Kerst. Geef mij maar zomer, ik kan niet wachten tot de klok weer vooruit wordt gezet.

 

Kapsalon

hair-salon-529917_1920

Op televisie zie ik vaak de meest moderne stylisten voorbijkomen. De nieuwste modetrends passeren de revue. Ik kijk ernaar met gepaste reserve. Ik ben niet zo’n modern mens. De tijd van de bloemetjesjurk met het touwtje om het middel is gelukkig al heel wat jaren voorbij maar om nu iedere keer mijn hele kast leeg te ruimen voor kleding die net iets anders is dan die van vorig jaar, nee, dat gaat me echt te ver.

Zo ben ik ook niet van de kunstmatige hulpmiddelen. Voor mij geen acryl nagels of hair-extensions. Voor die nagels ben ik te onhandig. Ik zou mezelf en iedereen die in mijn buurt komt openkrabben en om de haverklap weer in de nagelstudio zitten om een afgebroken exemplaar bij te laten werken. Het lijkt me echt vreselijk onhandig. En extensions, nee dank je wel, dan moet je ’s morgens echt een half uur eerder opstaan om de recalcitrante pruik in het gareel te brengen. Poeh, niks voor mij.

Natuurlijk ga ik wel naar de kapper. Ik ben al vanaf mijn dertigste levensjaar zo grijs als een duif. En dat trek ik niet. Het maakt je oud. En gelukkig zijn er betrekkelijk eenvoudige middelen om dat te camoufleren. Eens in de vijf tot zes weken verft de kapster waar ik al jaren kom mijn haren zorgvuldig in de door mij gewenste kleur.

De laatste jaren ben ik hier redelijk terughoudend in. Mijn maatje heeft op dat gebied wel rust gekregen. In het begin had ik iedere maand een andere kleur haar. En dat varieerde dan echt van zwart met een paarse gloed tot wit met een platina vleug. De kapster had er plezier in. “Wat vond hij ervan?” was steevast de vraag als ik weer in de stoel ging zitten. Meestal moest hij er wel om lachen. Het is maar één keer voorgekomen dat hij me heeft gevraagd of ik alsjeblieft een andere kleur wilde nemen. “Je haar is echt gewoon paars!” Ach, het duurde maar een week, de zaterdag er na was het weer ‘gewoon bruin’.

Ik kom er graag, bij mijn kapster. Ook zij is niet modern. Het is een kleine salon waar je wordt ontvangen alsof je een vriendin bent. Waar je koffie krijgt, en tussen de middag kibbeling of andere hapjes. Waar klanten zelfgemaakte boerengerechten achter laten die zij dan weer met gulle hand deelt met haar klanten. Waar je altijd terecht kunt en als je het niet breed hebt, maar wel naar een feest moet, dan betaal je gewoon wat minder. Want je moet wel op je mooist zijn als je wat te vieren hebt. Ik kan dat zo in haar waarderen.

Vroeger had ik een hekel aan “naar de kapper gaan”, ik vond de geur van verf stinken en het duurde me allemaal te lang. Nu kijk ik er naar uit. Heerlijk om niet modern te hoeven zijn.