Het lot van goede voornemens

Als ik begin januari boodschappen ging doen, kwam ik overal in het dorp de goede voornemens tegen. Op de fiets, joggend, stevig stappend al dan niet gewapend met splinternieuwe Nordic Walking stokken. Verbeten koppies maar vastbesloten om het dit jaar wel vol te houden. In de supermarkt zag je dat ook terug bij de groente-afdeling. Groente, fruit, noten in combinatie met moderne producten waarvan ik de naam niet eens kan uitspreken, het ging als warme broodjes. Mijn maatje en ik zijn grote groente-liefhebbers maar dan het hele jaar door. Nu zie je mensen vertwijfeld met een pompoen in hun handen. Ze zeggen dat je daar een heerlijke en gezonde curry van kunt maken, maar hoe in vredesnaam.

Nu, een paar weken later, slijt het wel. Alleen de diehards zijn overgebleven. Zij rennen met een fanatieke blik in de ogen door de polder. De rest van de goede voornemens gebruikt de joggingbroek weer op de manier waarop hij geen recht doet aan zijn naam. Al hangend op de bank. Gelukkig.

Niet dat ik me schuldig voel hoor, dat heb ik jaren geleden al afgeleerd. Sporten zit nu eenmaal niet in mijn genen. En het klinkt erg onaardig, maar teamsporten zijn helemaal niet aan mij besteed. Ik stond altijd verkeerd, liet ballen vallen, miste een schot voor open doel, nee, mijn oog-hand coördinatie heeft altijd veel te wensen overgelaten. Bij softbal sloeg ik over de bal, bij hockey steevast naast het doel. Het was een drama.

Turnen heb ik altijd nog het leukste gevonden. Niet dat ik erg goed was, daar ben ik dan weer te onhandig voor, maar je was tenminste eigen baas. Tot op zekere hoogte.

En nu, probeer ik maar zo gezond mogelijk te leven en actief te blijven. Op pad met Stef helpt daar prima bij. Maar ik moet er toch niet aan denken om in een te strak glimmend pakje in zo’n sportschool aan apparaten te gaan hangen. En dat er een kloon van Arie Boomsma tegen mij komt vertellen wat ik precies wel en niet moet doen. Ik zie het helemaal voor me, ik zou zo vreselijk afgeleid zijn door het wiebelen van zijn manbun dat ik spontaan van de loopband zou vallen.

En dat op mijn leeftijd, je breekt zo je heup en wie weet hoe lang ik dan moet revalideren.

Bol.com AlgemeenBol.com Algemeen

Klagers geen nood

“Klagers geen nood”, ik hoor deze uitspraak al mijn hele leven. Tegenwoordig niet zo veel meer, maar het lijkt of gezegdes in het algemeen uit de mode aan het raken zijn. Wel jammer, we zouden voor de Corona-periode ook prachtige uitdrukkingen kunnen verzinnen. Wat vooral in deze uitspraken terug zou moeten komen, is dat Nederlanders uitgesproken bedreven zijn in klagen. Verschrikkelijk. Terwijl de meesten van ons het helemaal niet slecht hebben, ze moeten hooguit wat langer wachten op sommige plaatsen.

Ik heb het niet over de mensen die zich de benen onder het lijf uitrennen in de zorg. De medewerkers in de ziekenhuizen, de verzorgingstehuizen en overal waar andere, kwetsbare, mensen verzorgd moeten worden. Of over de mensen die hun zaak moeten sluiten en ’s nachts wakker liggen over hoe ze hun personeel moeten betalen. En hun vaste lasten. Of over de mensen die, ondanks hun voorzichtigheid, toch ziek zijn geworden. Over die mensen heb ik het niet.

Maar stel je voor, dat je naar een garagebedrijf gaat omdat de linker achterband van je auto een beetje slap staat. Dat kun je natuurlijk zelf even oplossen bij een pompstation maar nee, je besluit naar je eigen dealer te gaan. De mensen daar zijn deskundig. En in deze tijd ook erg voorzichtig. Je wordt vriendelijk verzocht een mondkapje op te doen, ze gaan je auto ontsmetten, rijden hem de werkplaats in, verzorgen de bandenspanning, waarbij ze ook even je andere banden controleren, ontsmetten weer de hele auto en komen dan bij je terug. En dat duurt een half uur. Echt, een half uur! Onvoorstelbaar dat je zo lang moet wachten.

Of stel je voor dat je gezellig met een groep vrienden over straat loopt. En dat zo’n vervelende BOA komt zeuren dat je maar met twee mensen mag samenscholen. Samenscholen, inderdaad, maar dit zijn je vrienden. Daar is niks mee aan de hand, we zijn geen van allen ziek, dus waar bemoeit zo’n zanikerd zich mee. Ga weg joh, of je krijgt er één.

Hetzelfde geldt voor de vreselijke buschauffeur. Hoezo een mondkapje op, ik zit toch meer dan anderhalve meter van jou vandaan. Schiet toch op man.

Het lontje van de mensen wordt steeds korter. Tijdens de eerste lockdown werd er voor de zorghelden geapplaudisseerd. Nu staan er bij sommige afdelingen beveiligers aan de ingang. Onvoorstelbaar. Je zult zelf de hulp maar nodig hebben.

Klagen. Ik vind het een nare eigenschap. Ik weet wel dat het in de natuur van ons volk zit, maar laten we dan tenminste net als vroeger klagen over het weer. Daar kunnen we in ieder geval zelf niets aan veranderen. In tegenstelling tot aan de Corona-crisis.

Goede Voornemens 2020Goede Voornemens 2020

Het was een raar jaar.

Het was een raar jaar geweest, niet ongezellig, maar wel raar. Eerst ging het vrouwtje iedere dag weg. ’s Morgens vroeg al. En dan kwam ze pas aan het einde van de middag weer thuis. En toen ineens, bleef ze de hele dag thuis. Ze zat wel steeds naar dat schermpje te kijken, maar ze bleef toch wel thuis. Soms zat ze zelfs tegen dat scherm te praten, zo gek. En dan hoorde je ook stemmen van andere mensen. Hij had wel eens meegekeken, op schoot, maar dan werd er alleen maar gelachen.

Wel heel gezellig hoor, dat het vrouwtje zo veel thuis is. Dat vindt het baasje ook. Ze eten samen tussen de middag en dan gaat hij een rondje lopen met het vrouwtje.

Ze zit nu wel boven op haar kamertje. Daar heeft ze alle spulletjes bij de hand. Hij gaat er overdag geregeld kijken. Ze heeft er nu ook een vachtje neergelegd zodat hij niet op de koude grond hoeft te gaan liggen. Nee, daar is niks mis mee. Van hem mag dat gewoon zo blijven.

Ze zijn wel veel minder naar de camping geweest, dat was ook zo raar. Het was prachtig weer en toch bleven ze thuis. Hij miste het wel. Niet alleen het bos en het water maar ook zijn vriendjes. Yana, Luna, Indy. Hij had ze wel erg lang moeten missen. Gelukkig was het wel een mooie zomer geweest en had hij nog veel kunnen spelen.

En toch, ook op de camping was het anders. Hij kon het niet thuisbrengen maar er was iets. Het baasje ging altijd graag naar het terras maar nu bleef hij liever op zijn plekje. Ook niks mis mee, het vrouwtje had hele zakken hout opgestookt. Wel scheen het nu weer opgelost te zijn, zijn grote vriend bleef in ieder geval ook volgend jaar op de camping. Dat was goed nieuws. Het baasje was er erg blij om geweest.

Hij begreep niet zoveel van mensen. Er waren bepaalde regels geweest die ervoor moesten zorgen dat iedereen gezond bleef. En dan had je mensen die zich daar niet aan wilden houden. Dat vond hij zo raar, je wilde toch niet ziek worden. Als je nou toch gewoon een tijdje die maatregelen in acht neemt, dan kun je toch daarna weer doen wat je wilt. Maar nee, mensen liepen weer te mopperen. Volgens hem duurde het daarom allemaal veel langer, suf hoor.

Nou, nog even en dan begint er weer een nieuw jaar. Wat zal het weer gaan brengen. Hij hoopt veel plezier, veel geluk, veel liefde. En natuurlijk ook veel hondensnoepjes, want die heeft hij afgelopen jaar echt veel te weinig gekregen, naar zijn zin.

Design en lifestyleDesign en lifestyle

Wat doen we met vader met kerst

Dit jaar nog meer dan anders is de vraag “wat doen we met mama deze kerst?”. Of met vader, of oma. In ieder geval met het familielid waar we normaal altijd naar toe gaan omdat dat zo hoort. Het klinkt niet erg respectvol maar zo is het helemaal niet bedoeld. En niet dat het ongezellig is, dat ook helemaal niet, maar “het is zo gegroeid”. Vaak zijn het familiebijeenkomsten waar mensen ook hun neven en nichten weer eens voorbij zien komen. “We moeten toch snel weer eens wat afspreken.” Om vervolgens weer een heel jaar geen contact te hebben. Begrijpelijk, iedereen heeft het druk en een jaar is helaas zo om.

Mijn schoonvader wist zich de laatste jaren prima te vermaken tijdens de feestdagen. Op kerstavond kwam hij bij ons eten, dat was traditie. Hij mocht dan ook het menu samenstellen. Vaak koos hij voor gerechten die hij zelf niet kon maken. Of die niet geschikt waren voor één persoon. Flappie zal zijn keuze meerdere malen met schrik en beven aangehoord hebben.

Pa nam voor de heenweg de deeltaxi. Hij wilde ons niet lastig vallen tijdens de voorbereidingen. Nadeel van die taxi was wel altijd dat hij steevast een uur te vroeg op de stoep stond. Ik nog bezig in de keuken, mijn maatje bezig met klusjes die nog gedaan moesten worden. Het “dag dag” zorgde altijd voor een gevoel van haast en te laat zijn. Pa kwam binnen, handenwrijvend, rondkijkend waar hij zijn stok even kon parkeren om zijn jas uit te doen. Mijn maatje hield Stef vast, die kleine man was altijd enthousiast als pa kwam. Hij zou hem zonder pardon uit liefde en affectie ondersteboven hebben gesprongen. En als zo’n oude man valt, tja, je wilt een gebroken heup niet op je geweten hebben. In de binnenzak van zijn jas grabbelde hij naar twee envelopjes. Die waren voor ons, zijn kerstkadootje. Hoe vaak we ook zeiden dat dat niet hoefde, hij bleef het geven.

De avonden waren altijd hetzelfde. De oude verhalen, hoe het met de familie ging. En aan het eind bracht ik pa weer naar huis. Eigenlijk was het best gezellig. Je mist dingen pas als je ze niet meer hebt.

Dit jaar wordt kerst voor veel mensen een ingewikkelde planning. Want met de hele familie aan het kerstdiner, dat gaat het niet worden. Ach, er zullen ook best mensen zijn die stiekem opgelucht adem halen. Want niet alle kerstdiners eindigen in peis en vree. Mijn moeder komt bij ons eten op kerstavond. Mijn zussen vullen de andere dagen. Mijn zussen en ik hebben samen overlegd, “wat we doen met mama deze kerst”. Arme mam, ze moest eens weten.

Kerst 2020Kerst 2020

Romantisch, zo’n witte winter

Het wordt weer winter, althans, het weer wordt weer slechter. Donker, koud, nat, guur. Veel mensen verlangen naar een ouderwetse winter, vol sneeuw. Zouden we dit jaar kunnen schaatsen? Nou, ik kan je zeggen, voor mij hoeft het niet. Het ziet er misschien mooi uit op een plaatje maar ik heb er een gruwelijke hekel aan. Dat je ’s ochtends buiten komt en het heeft gesneeuwd. Je verpest gelijk je schoenen, je moet je auto schoonmaken. Waar zijn mijn handschoenen? En als je auto dan sneeuwvrij is en je start, beslaat direct de voorruit zodat je helemaal niks ziet. Kun je dat weer schoonpoetsen. Dan, eindelijk, kun je op pad. In een ijskoude auto. Het grote nadeel van een moderne hybride-auto heb ik altijd gevonden dat zo’n ding maar niet warm wil worden. Ik hoef niet zo heel ver te rijden maar de ouderwetse diesel die mijn maatje lang heeft gereden, was tenminste op de snelweg direct warm. Je blijft anders bibberen. En zo’n dikke jas en sjaal, het zit alleen maar vreselijk in de weg.

Schaatsen zie je ook steeds minder. Niet dat ik dat erg vind. Ik ben geen ster, ook voor schaatsen heb je een bepaalde handigheid nodig. En die bezit ik niet. De laatste keer dat ik op natuurijs stond, ging ik na 10 meter al onderuit. Lekker onhandig. Natuurlijk riep ik dat er niks aan de hand was en heb ik de middag nog uitgehobbeld maar ik had er geen plezier meer in. Een bezoekje aan de dokter en het ziekenhuis wees uit dat ik mijn schouder had gebroken. Toch fijn een half jaar mee zoet geweest.

En oh ja, het is best gezellig om in een grote tent warme chocolademelk te drinken. Maar ik kan dat perfect zonder dat ik een paar ongemakkelijk zittende ijzers bij me heb. Ik hoef niet zo nodig te klunen over stukken vloerbedekking die aan de randen zo omgekruld zijn dat je daar weer over struikelt. Ik kijk zo wel naar mensen die wel de motoriek hebben om op van die smalle stukjes metaal rond te zwieren.

En dan gaat dat ijs en die sneeuw natuurlijk ook weer smelten. Alles verandert in één grote, bruine blub. Sneeuwmannen zakken scheef en na een paar dagen zie je alleen nog maar een zielig hoopje sneeuw liggen, met als je geluk hebt nog een winterpeen recht omhoog. Overal liggen plassen ijskoud water. Ook voor Stef is een ramp, zijn arme pootjes worden in- en in koud. Ik snap heel goed dat hij af en toe weigert om mee naar buiten te gaan.

Nee, voor mij hoeft de winter niet. Ik ben geen romanticus. Ik ben een groot voorstander van een winterslaap. Gewoon onder de dekens en wachten tot het allemaal weer voorbij is.

Bol.com AlgemeenBol.com Algemeen

Mondkapjesplicht

Het is wel een woord dat we een jaar geleden nooit gebruikten, mondkapjesplicht. Een mondkapje, dat was iets dat in het ziekenhuis werd gebruikt. Of als er met gevaarlijke stoffen werd gewerkt. En dat waren dan ook hele andere exemplaren dan de stoffen lapjes die inmiddels het straatbeeld beheersen.

Vanaf 1 december is het dan zo ver. Het is verplicht om in openbare ruimtes een mondkapje te dragen. Als we de weekenden in België waren, was het op veel plaatsen al verplicht dus voor mij is het niet zo’n moeite. Daar noemen ze het overigens een mondmasker. Dat allitereert een beetje dus dat vind ik dan weer mooier klinken. Maar ach, what’s in a name.

Ik heb de discussie over voor en tegen zijdelings gevolgd. Natuurlijk, Het zal heus niet volledig afdoende zijn. Anderhalve meter afstand blijft nog altijd belangrijk, evenals het ontsmetten van spullen en het goed wassen van je handen. Maar het is toch weer een klein wapen in de strijd naar een normale maatschappij. En al doe je het niet voor jezelf, doe het dan in ieder geval voor je medemens. Je wilt een ander toch niet besmetten. Zeker niet de ouderen en wat minder weerbaren onder ons.

Hoewel, dat van die ouderen is soms toch wel heel betrekkelijk. Je hebt er eigenwijze exemplaren tussen hoor. Mensen die denken dat ze, omdat ze een zekere leeftijd hebben bereikt, ze dan ook een zekere wijsheid hebben ontwikkeld. Je hoort ze vaak ook al van een afstand oreren.

Tijdens mijn wekelijkse boodschappenrondje kwam ik er ook een tegen in de supermarkt. Ik stond achter hem in de rij bij de kassa. Mezelf al verwensend dat ik geen zelfscanner had gepakt. De dame achter de kassa droeg een kunststof kapje dat steunt op de kin. De man vroeg of ze daar geen last van had. Hij droeg zelf niets. De kassière gaf toe dat ze het niet fijn vond. Maar dat iedereen daar last van had. En dat er nog even niets aan te doen was. “U draagt geen mondkapje, bent u niet bang voor besmetting?” vroeg ze. De man keek haar een beetje laatdunkend aan. Hij vond het zichtbaar allemaal maar onzin.

“Mevrouw, ik heb al 40 jaar geen griep gehad, ik heb een uitstekend immuunsysteem.”

Nadat de man had afgerekend gebaarde de kassière me te wachten. Ze haalde onder de kassa een enorme spuitbus met desinfectiemiddel tevoorschijn en besprayde omslachtig en demonstratief de boodschappenband en pinautomaat om daarna alles schoon te poetsen met een groot stuk keukenrol. Het gezicht van de oude man was goud waard.

HuishoudenHuishouden

Al weer eind van het jaar

Onvoorstelbaar, hoe snel dit jaar voorbijgaat. Toen we in maart thuis moesten gaan werken, dacht ik dat dat voor een paar weken zou zijn. Drie weken, was in eerste instantie het idee. Ik zette mijn laptop op de eettafel en ging aan de slag. Als ik ’s middags met Stef een rondje liep, kwam ik langs een veld waar net mais was gezaaid. Ik zag de plantjes opkomen en groeien. De drie weken werden drie maanden. Thuiswerken werd het nieuwe normaal. We mochten wel naar kantoor maar alleen als het echt nodig was en onder strikte voorwaarden.

De eettafel voldeed niet meer. Het voelde niet goed om de hele dag te werken, dan de laptop dicht te klappen en opzij te schuiven en op diezelfde plek te eten. Mijn maatje zag het als eerste in. De werkdag werd te veel verweven met de vrije tijd. Dus verhuisde ik naar boven. Ik heb nl. de luxe dat ik een eigen werkkamertje heb. Inmiddels volledig ingericht met alles wat ik nodig heb. De huiskamer is weer de plaats waar ik woon. En niet de plaats waar ik werk.

Tussen de middag eet ik samen met mijn maatje. Als ik te lang niet naar beneden kom, krijg ik een appje. “Pauze!!” Even eruit, even achter het scherm vandaan. Eigenlijk bevalt het me prima zo. Ik heb mijn draai goed gevonden. Als ik na het rondje met Stef weer naar boven vertrek, wil die kleine man altijd mee. Hij rommelt wat rond en gaat met een zucht voor mijn boekenkast liggen. Natuurlijk ben ik een watje maar ik heb er toch maar een dekentje neergelegd. Hij snurkt nog net niet zo hard dat mijn collega’s het horen tijdens de Teamsmeetingen.

Ik hoor van anderen dat ze het moeilijk vinden om thuis te werken. Ze kunnen zich niet concentreren. Ik snap dat als je kinderen hebt die ook hun aandacht nodig hebben. Natuurlijk, ik vind het jammer dat ik mijn collega’s niet spreek bij de koffieautomaat. Je mist toch de gesprekken over hoe het thuis gaat en wat mensen naast hun werk beweegt. Een Teamsmeeting is vaak veel zakelijker, je bespreekt wat nodig is en gaat dan weer verder. Maar het werken op zich gaat me goed af. Wat mij betreft wordt de combinatie tussen thuis en op kantoor echt de norm. En eerlijk is eerlijk, ook mijn maatje vindt het fijn. We gaan het zien, COVID-19 zal zeker nog een hele tijd zijn invloed uitoefenen.

Inmiddels is de mais alweer gemaaid. Het veld is omgeploegd en ligt braak tot het komende voorjaar. Ik ben benieuwd hoe ver ik de mais zal zien groeien.

 Sint 2020 Sint 2020

Dankbaarheid

Meestal schrijf ik blogs puur voor mijn eigen plezier. Ik vertel over mijn hond, wat mijn maatje en ik meemaken, niks aan de hand. We leven geen hoogdravend leven. We zijn gelukkig, in wat we doen en wat we meemaken. Lieve vrienden, familie, fijn werk, het gaat ons goed. Het “groots en meeslepend wil ik leven” heeft zijn plaatsje gekregen.

Natuurlijk gebeuren er in ons leven ook dingen die verdriet veroorzaken. We verliezen mensen. Dat hoort er bij als je ouder wordt. Ik hoor het mijn moeder nog zeggen. Sommige mensen verlies je veel te vlug, hun gemis slaat een gat in je wezen. Voor een hele lange tijd. Andere mensen hebben, zoals dat heet, een mooi leven gehad en overlijden op respectabele leeftijd. Je mist ze, maar je hebt er vrede mee. Ook over die mensen schrijf ik meestal. Ik probeer te verwoorden wat zij voor ons en hun naasten betekend hebben.

Maar vaak ook geef ik mijn mening. Waarbij ik absoluut niet pretendeer de wijsheid in pacht te hebben of zelfs maar gelijk te hebben. Het is wat ik er van vind. Net als al mijn andere blogs. Vind je het niks? Dan lees je ze gewoon niet.

Een enkele keer bereikt je een heel bijzonder verzoek. Of je wilt beschrijven wat een vriendschap voor iemand heeft betekend. Een vriendschap die inmiddels al jaren niet meer bestaat maar die veel indruk heeft gemaakt en het leven  van iemand behoorlijk geraakt heeft. Natuurlijk heb ik direct ja gezegd. En daarna sloeg de twijfel doe. Zou ik dat wel kunnen? Kan ik aan de hand van een aantal brieven de juiste toon vinden en beschrijven wat de relatie tussen die twee vrouwen is geweest. Ik heb veel respect voor de dame die het verzoek deed. Zij heeft veel meegemaakt en heeft zich er met opgeheven hoofd doorheen geslagen. Mijn beschrijving moet daar wel recht aan doen.

Na het lezen van de brieven kreeg ik een beter beeld. Ik voelde de sfeer en wist wat ze bedoelde met haar verzoek. Dus ik beschreef hun leven. Voor dat ik ging publiceren stuurde ik het naar haar toe met het verzoek heel eerlijk te zeggen wat ze er van vond. De kans dat ik de plank volledig had misgeslagen was natuurlijk gewoon aanwezig. We troffen elkaar en ik moest het vragen. “Wat vond je er van?” De tranen in haar ogen waren het grootste compliment dat ik kon krijgen.

BoekenBoeken

Eindelijk gewend / geen expat meer

Haar vriendin had een baan gevonden. Ze moest wel, het salaris van haar man was niet toereikend voor het leven dat zij gewend waren te leiden. Het viel haar zwaar. Iedere dag weer in het keurslijf. Ook het feit dat haar leidinggevende een vrouw was van half haar eigen leeftijd was moeilijk te verkroppen. Niet dat ze onvriendelijk was, oh, nee, dat was helemaal niet. Maar het viel niet mee om te accepteren dat de status die ze gewoon was te hebben in haar vorige leven, in Portugal, nu helemaal voorbij was. Ze was nu gewoon Mireille, niet meer mevrouw Dubois. En ze had niet meer de flexibiliteit om daar met een kwinkslag mee om te gaan.

De brieven bleven komen maar niet meer zo regelmatig. Ze had ook altijd wat moeite met antwoorden. Ze voelde zich een beetje schuldig. Zelf deed ze waar ze zin in had, haar eigen man vond dat ze niet hoefde te werken. Natuurlijk was het leuk om dingen te doen, maar eigenlijk meer omdat het niet verplicht was.

Het leek wel of haar vriendin niet meer kon aarden. Dat ze zo gewend was aan haar vorige leven dat ze niet kon accepteren dat dat voorbij was. Je moest je aanpassen en genieten van wat je had. Dat dat niet altijd meeviel was iets dat zelf terdege had ondervonden. Soms voelde ze zich schuldig. En eigenlijk was dat onzin, ze hadden allemaal in hetzelfde schuitje gezeten.

Nawoord

Goh, hoe lang zou het nu geleden zijn dat ze iets van Mireille had gehoord. Jaren inmiddels, misschien was het al wel 20 jaar geleden. De correspondentie was langzaam doodgebloed. Ze had haar best gedaan het contact te onderhouden maar dat was onmogelijk gebleken. Het verlies van haar man en later (veel later) haar geluk met haar nieuwe relatie was blijkbaar teveel geweest voor Mireille. Ze had haar niet meer gesproken. Ze vond het jammer, hun contact was toch altijd goed geweest en ze hadden veel voor elkaar betekend. En nu wist ze niet eens of Mireille nog leefde. Of haar man. Wat er in de afgelopen jaren met hen gebeurd was. Schepen die voorbij gaan. Je levenspad gaat het tijdje parallel en groeit dan weer uit elkaar. En inderdaad, het klinkt als een cliché, maar het enige dat blijft is de herinnering. Een mooie herinnering, dat wel.

ReizenReizen