De f-jes

the-ball-488709_1920

Zondagmorgen op het voetbalveld. Het is een gekrakeel van jewelste. De ‘f-jes’ zijn aan het trainen. Ik weet niet of het elftal waar ik naar kijk werkelijk zo heet maar de meeste mensen weten dan toch wel wat ik bedoel. Jongetjes van een jaar of zes die in een kluitje achter de bal aan rennen. Breed spelen, verdeling van aanvallers en verdedigers, hoezo? Waar de bal is, zijn de spelertjes.

Ik kijk geamuseerd toe. De aanvoerder hijst zijn voetbalbroek nog maar eens op en rent met hernieuwd elan over het veld. Hij wijst en neem zijn taak hoogst serieus. Een speler die toch even een time-out nodig heeft om zijn neus te snuiten, wordt direct bij de les geroepen. Hij kijkt wat verongelijkt maar steekt zijn zakdoek dan toch maar snel weg. Tenslotte is voetbal een teamsport en is zijn inbreng belangrijk.

Ik kan geen enkele strategie ontdekken maar dat is juist zo leuk. Het spel gaat van de ene kant van het veld naar de andere en als er een goal gemaakt wordt, klinkt er luid gejuich. De trainer gebaart trots naar zijn mannen, goed gedaan. Zelfverzekerd wordt het spel hervat. Het kluitje begint zich weer te bewegen.

Gelukkig gedragen de ouders langs de lijn zich normaal. Er wordt niet geschreeuwd en gescholden, alleen maar aangemoedigd. Het kan dus nog wel. Hoeveel verhalen hoor je niet van vaders en moeders die volledig door het lint gaan als hun zoon een keer de bal verliest. Of als de scheidsrechter een beslissing neemt die in hun ogen niet in het voordeel van hun kind uitvalt. Ik snap dat niet. Die jongens hebben toch alleen maar plezier. Wat boeit het nu wie er wint.

Ik hoorde pas van een negenjarig kind met een burn-out. Hoe is het mogelijk, vraag ik me af. Willen die kinderen dan zelf al zo vroeg in de tredmolen of willen de ouders dermate modern zijn dat het kind overal aan mee moet doen en vooral overal de beste in moet zijn. Zo triest.

Een burn-out is absoluut niet iets dat onderschat mag worden. Maar het is al erg genoeg dat er zoveel volwassenen zijn die hier aan lijden. Een kind zou dit niet mee mogen maken.

Ik heb de oplossing niet. Ik kan alleen maar met veel plezier kijken naar die voetballertjes die de benen onder hun lijf vandaan lopen. Alle kanten uit. En daarna voldaan met zijn allen aan de limonade gaan.

Spam

spying-3348575_1920

Het is onvoorstelbaar wat een onzin je allemaal ontvangt in je inbox. Je laat op verschillende plaatsen je e-mailadres achter dus het is een kwestie van tijd voordat je adres bekend wordt bij mensen die jij niet kent. Maar die kennelijk wel contact met je willen. Je bent uitverkoren als tester voor allerlei producten, als winnaar van ettelijke miljoenen en je boft ook vreselijk want je mag kennismaken met allerlei vreemde snoeshanen.

De wet op de privacy wordt aangescherpt. Een heel goed initiatief. Ik denk alleen dat we niet zo naïef moeten zijn om te denken dat onze gegevens nu veilig zijn. Ook is het naïef om te denken dat Marc Zuckerberg de enige is die onze data gebruikt. De man werd aan de schandpaal genageld, op Social Media. Mensen vonden het schande, zij sloten hun Facebook-account af. Weg er mee. Om vervolgens een whatsappje te sturen naar vrienden, in een webwinkel wat te bestellen en op een site waar zij wat informatie zochten de Cookies te accepteren. Hoezo, data achterlaten.

Wat ik ook altijd zo bijzonder vind, is dat mensen niet willen dat huisartsen en ziekenhuizen hun gegevens delen, maar dat ze wel op Facebook inchecken als zij in datzelfde ziekenhuis zijn. Of hun vrienden laten weten dat het herstel goed gaat, al dan niet met foto’s erbij. Natuurlijk zijn het twee verschillende dingen maar sommige mensen plempen echt hun hele hebben en houden op het internet. Alsjeblieft zeg, Mijn maatje heeft een tijdje een groep met lotgenoten met Clusterhoofdpijn gevolgd. Hij werd er naar van, de een was nog zieliger dan de ander en de meest gruwelijke foto’s werden gepost. Gelukkig greep de beheerder daar op in maar voor mijn maatje was het klaar. Echte informatie is prima maar niet dit soort gedoe. Hij ontvolgde de groep.

Het is ook lastig om te bepalen welke informatie je wel en welke je niet wilt delen. Ik sla mijn foto’s ook op in de cloud. Nu zijn dat bij mij allemaal onschuldige plaatjes, de meeste nog zijn van de hond. Daarom kon ik ook hartelijk lachen om een mail die laatst ontving. “Betaal mij 500 euro, anders zet ik je naaktfoto’s online.” Niet het feit dat ik die mail ontving, dat is natuurlijk heel triest. Ik heb er ook niet op gereageerd en de mail direct vernietigd. Maar eigenlijk had ik de man een berichtje terug willen sturen. “Doe je best joh.”

Ik denk dat je je eigen informatie het beste beschermt door er zelf goed over na te denken en zorgvuldig mee om te gaan. Als mensen zich bewust zijn van waar ze mee bezig zijn, kunnen bepaalde dingen geen verrassing meer zijn. Misschien wel lastig, maar dat is toch de consequentie van de digitale wereld. En dan zullen we allemaal aan moeten wennen.

 

Cosby show

chess-2727443_1920

Een van mijn favoriete programma’s, heel lang geleden, was The Cosby Show. Een gezin waarin alle problemen aan bod kwamen maar waar alles werd opgelost zonder dat er een onvertogen woord viel. Aan het hoofd van het gezin Bill Cosby, doctor Huxtable, liefdevol terzijde gestaan door zijn echtgenote, Claire Huxtable.

We keken er allemaal naar, af en toe jaloers. Zo was het in onze eigen familie toch niet. Niet dat wij elkaar de hersens insloegen, helemaal niet. Maar zo zoet als het er bij de familie Huxtable aan toe ging, daar konden wij toch niet aan tippen.

Naarmate de serie duurde en wij wat ouder werden, kreeg ik toch een beetje een onbestemd gevoel. Zo goed, zo gezellig, dat kon toch niet. Het was ook maar een serie en op een gegeven moment werd het erg stil

Tot er in het nieuws berichten verschenen dat Bill Cosby helemaal niet zo’n leuke vader was geweest. Sterker nog, dat het een hele vervelende man was. Die geen enkel respect had voor vrouwen en hen drogeerde en misbruikte. Even nog dacht de wereld, “Bill Cosby, nee, dat kan toch niet.” Maar de berichten werden luider en luider en het aantal vrouwen dat hun verhaal deed steeg. Een heel ander beeld ontstond. Jarenlang had hij vrouwen gebruikt naar eigen goeddunken. En omdat hij zoveel macht had, binnen de nepwereld die Hollywood heet, was hij er ook heel lang mee weg gekomen. Een held donderde met luid geraas van zijn voetstuk.

Soms merk je dat een filmster ook maar een gewone man of vrouw is. Met alle hebbelijk- en onhebbelijkheden die daar bij horen. Daar kun je mee omgaan, dat geeft zelfs een gevoel van herkenning. Je held heeft ook zijn zwakheden. Maar een man die zich altijd zo goed heeft voorgedaan en die dan ineens een gore viezerik blijkt te zijn, dat is schokkend. En de arrogantie van zo iemand, die dan gewoon keihard blijft ontkennen, het is onvoorstelbaar.

Wat geeft iemand het recht een ander mens te misbruiken. Of het nu om mannen of vrouwen gaat, dat doet er helemaal niet toe. Het gaat om respect. Of iemand nu zwart, wit of pimpelpaars is, man, vrouw of transgender, wat maakt het uit. Laten we toch gewoon respect voor elkaar hebben om wie we zijn.

Helaas lijkt het niet zo te werken. De homohater die mijn goede vriend mishandelde, kwam weg met een boete van een paar honderd euro. Ik hoop van harte dat hij op een andere manier zijn straf nog krijgt. Dat mag ik niet hopen, dat weet ik wel, dat is niet netjes, maar het is denk ik wel heel menselijk. Hij heeft wel een veroordeling aan zijn broek, dat wel. Ik ben alleen bang dat dat niet zo heel veel indruk maakt. De schade die hij heeft aangericht is vele malen groter.

Soms kan ik er echt om zuchten, en dan komt de waarheid weer eens binnen; de Cosby Show bestaat echt niet.

Rustplaats

river-977476_1920

Bijna vijf maanden is het nu geleden dat je overleed. Vijf maanden geleden al, maar het lijkt nog steeds wel gisteren. Nog steeds ongelofelijk. Maar toch echt waar. Inmiddels zijn de meeste zaken geregeld en afgehandeld. Huis, abonnementen, verzekeringen, alles is opgezegd en opgeruimd. Soms komt er nog een verdwaalde brief binnen, schrijnend gericht aan “de erven”. Dan moet er nog iets doorgegeven of uitgelegd worden. Maar dat wordt ook steeds minder.

Een andere vraag dient zich nu aan. Wat gaan we doen met je as. Dat blijkt toch best lastig om over na te denken. De mensen van de uitvaartverzekering hebben ons een heel overzicht gestuurd. Tegenwoordig is er vanalles mogelijk. Je kunt je dierbare zelfs uit laten strooien door een vliegtuig, boven zee. Als je wilt, mag je mee. Natuurlijk tegen een gepaste vergoeding, dat wel. The sky is the limit, als je maar betaalt. Er bestaat zelfs een webshop waar je herinneringsproducten kunt bestellen. Honderden euro’s kun je hier kwijt. Overlijden is big business.

We schuiven het nog maar even voor ons uit. Jij hield niet van poppenkast, je hebt de as van ma gewoon bij het crematorium laten uitstrooien op het strooiveld. Dat was jouw wens. Maar dat voelt voor ons op dit moment toch niet goed.

Nee, ik denk dat wij wel een mooi plaatsje weten. Jij kwam daar graag. Officieel moeten we de eigenaar om toestemming vragen. We weten alleen niet precies wie dat is. En gaan er dus maar vanuit dat hij, of zij, het niet erg zal vinden. We hebben nog niet besloten wanneer we dat gaan doen. Wel dat er verder niemand bij aanwezig zal zijn. Waarschijnlijk komt dat moment vanzelf. Als de tijd daar is.

 

De oude

IMAG0542 (1).jpg

Eindelijk was het dan zo ver, de laatste controle bij de dierenarts voor Stef. Nu werd het finale oordeel geveld. Hadden wij als baasjes goed gezorgd voor onze hond en mocht hij langzaam weer zijn oude leventje oppakken? Of was er ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch iets mis gegaan en was het herstel minder goed verlopen dan wij hadden gehoopt. Toch best spannend.

Veel te vroeg zat mijn maatje met Stef in de wachtkamer van de dierenkliniek. Waar er nog even een ‘ja hoor, weer zo een’ momentje was. Een dame tilde haar te veel vertroetelde chihuahua van de grond zodat hij niet oog in oog kwam te staan met die gevaarlijke Stafford. “Kom Stef, je hebt al gegeten”, ik hoor het mijn maatje zeggen. De dame in kwestie zal waarschijnlijk een vuile blik hebben geworpen maar daar zijn man en hond immuun voor.

De dierenarts riep hen binnen en maakte meteen al een geruststellende opmerking. “Goh, hij loopt helemaal niet meer mank.” “Nee, natuurlijk niet, hij liep na twee weken al niet meer mank.” Toch goed om te horen. Stef is blijkbaar geen watje.

Dat bleek ook toen er foto’s gemaakt moesten worden. Stef kreeg een roesje maar weigerde zoals gewoonlijk weer te gaan liggen. Hij stond met zijn voorpoten wijd uit elkaar te trillen maar neer gaan, ho maar. “Ga toch liggen man”, verzuchtte de dierenarts. Uiteindelijk moest Stef zich natuurlijk wel overgeven. Het middel van de dierenarts was sterker dan hij. Hij werd op de tafel getild en de foto’s konden gemaakt worden. Na tien minuten wachten, hoe anders dan bij mensen, kwam de arts terug met de resultaten. Het pootje was goed genezen, de prothese zat goed vast en alles zag er prima uit. Er werd een revalidatieschema opgesteld. Stef moet stevig aan de wandel. Geen kranten lezen onderweg, gewoon doorstappen en niet treuzelen. Over twee maanden mag hij ook weer naar zijn geliefde behendigheidsles.

Ik moet zeggen, het was een behoorlijke verademing. Je doet je best om de hond zo goed mogelijk te begeleiden en te beschermen voor ongelukken maar een Stafford rustig houden is volgens mij net zo makkelijk als tegen een peuter zeggen dat hij of zij de hele dag netjes moet gaan zitten. Vrijwel onmogelijk. We hebben ons best gedaan maar er waren wel eens onbewaakte momenten. En dan nam Stef de vrijheid die hem zo maar onverwacht geboden werd. Gelukkig waren deze momenten zonder consequenties.

Stef nam het ons allemaal niet in dank af. Nou moest hij weer mee naar dat raar ruikende huis. En kreeg hij weer van dat rare spul ingespoten waar hij zo suf van werd. Hij is de hele avond chagrijnig geweest. We hebben geprobeerd hem te paaien met snoepjes maar zelfs dat hielp niet. Stiekem hebben we er samen wel om gelachen. Het meeste nog van opluchting, dat wel.

 

 

Gestolen goed

petanque

Het kampeerseizoen is weer begonnen. De zon schijnt eindelijk, alles is geïnstalleerd en staat op de juiste plaats. De gasten begroeten elkaar, vertellen wat ze de afgelopen maanden hebben meegemaakt en hoe het gaat. Er wordt gehamerd en gerommeld. En de eerste petanque-wedstrijd wordt georganiseerd.

Nu is dat niet gelijk een competitie van nationaal niveau, dat nou ook weer niet. Maar er wordt wel fanatiek gespeeld. Ook wij zijn regelmatig aanwezig bezig. Waarschijnlijk hebben we de meest amateuristische ballen van het hele veld maar het plezier is er niet minder om. Toen de hoesjes het na jaren opgaven, toverde mijn maatje een koffertje tevoorschijn om de ballen in te vervoeren. Makita, stond er stoer op de buitenkant. Het gereedschap dat er in hoorde, lag gewoon thuis in de garage. Het koffertje kwam goed van pas. Het was ook heel herkenbaar, veel mensen hebben dezelfde groene hoesjes. Wij konden precies zien welke winnende ballenset van ons was.

Zoals gezegd, het was mooi weer, de eerste petanque-wedstrijd diende zich aan.

“Heb jij de petanqueballen gezien?”

“Die liggen toch onder de bank, bij het serviceluik.”

Wat we ook zochten, nergens een makita-koffertje te vinden. Wel ontdekten we dat we vergeten waren in het najaar het serviceluik op slot te doen. Niet heel slim maar gezien de omstandigheden toen wel begrijpelijk. En langzaam begon een mogelijkheid zich aan ons op te dringen.

“Onze petanqueballen zijn gestolen.”

Even was er verslagenheid, mensen hadden in onze spullen gezeten. Natuurlijk op zoek naar iets van waarde. En in een koffertje met daarop groot het logo van Makita zit doorgaans gereedschap. Qua gewicht misschien een accuboormachine, misschien wel met een extra accu. Het koffertje is behoorlijk zwaar. En ineens zagen we allebei de humor van het feit in. Want ach, wat een teleurstelling, als je je snel uit de voeten moet maken met je gestolen waar. En dat je dan thuiskomt en je buit blijkt een set van zes petanqueballen te zijn. Ooit in een ver verleden aangeschaft in een supermarché in Frankrijk. Wat jammer dat ik bij dat moment niet bij kon zijn.

 

Help, mijn man is klusser

tools-498202_1920

Wij Nederlanders willen alles perfect hebben. Daar kunnen we niks aan doen, zo zijn we nu eenmaal. Mensen die dit niet voor elkaar krijgen, die gaan we helpen. Of ze nu willen of niet. De meest verschrikkelijke hulpprogramma’s worden uit de kast getrokken. Je moet en zult gelukkig zijn, hoe dan ook. Een van de dingen die als eerste worden aangepakt, is de manier waarop wij wonen. Ons huis is een afspiegeling van ons zelf. En omdat wij natuurlijk ontwikkelen, dient ons huis ook ieder jaar weer aangepast te worden aan de dan geldende normen en modes. We kunnen niet gaan achterlopen, stel je voor. Dat kastje van tante Miep, dat moet nu toch echt weg. Hoezo nog heel mooi, geen boodschap aan, weg er mee.

We huren een programma in, Thomas komt langs, of, nog erger, John, en alles wordt precies zoals we het zelf niet willen maar wel volgens de laatste mode. We kunnen weer gelukkig zijn.

Hoe anders gaat dit bij Marijke. Zij woont inmiddels zes jaar in haar huis en de bijgebouwen, als eerste gerealiseerd, staan inmiddels tien jaar. Hoezo mode, hoezo “Eigen huis en tuin”. Marijke huurt gewoon lokale krachten in. In Nederland zijn wij gewend een klus uit te besteden aan een aannemer, in Gambia vraag je voor iedere discipline een andere man. Heel simpel.

Deze mensen besteden de klus ook weer verder uit. Zij vinden delegeren makkelijker dan zelf werken. Ze hebben ook een eenvoudig schema. Ze starten om 10.00 uur, gaan dan ontbijten en drinken om 12.00 uur koffie. Dat moet, tenslotte is de opdrachtgever een Nederlandse. Daarna gaan zij aan het werk. Om 15.00 uur is het lunchtijd en om 16.00 uur is het toch wel tijd om de pannen er op te gooien. Morgen weer een dag.

Als rasechte Nederlandse heeft Marijke vaak de neiging te roepen “Ga weg, ik doe het zelf wel.” Alleen, dat was vroeger misschien een optie, tegenwoordig roept het lijf haar tot de orde en moet ze lijdzaam toezien.

De uitvoering op zich is ook niet precies wat we in Nederland gewend zijn. Marijke probeert en dreigt maar niets helpt. Zelfs niet betalen is geen optie, de man in kwestie haalt zijn schouders op en vertrekt naar zijn volgende karwei.

Haar personeel is van goede wil hoor, dat wel, maar zelfs als ze voor doet hoe ze het wil hebben wordt ze niet begrijpend aangekeken. Ze blijft toch altijd die rare Nederlandse. Ook haar uitleg over het feit dat mensen in Nederland zelf aan het klussen slaan omdat een professional vaak niet te betalen is, wordt als heel bijzonder ervaren. In Gambia laat je klussen uitvoeren door mensen die het geld hard nodig hebben. Kwaliteit komt dan toch echt op de tweede plaats.

Inmiddels is het huis van Marijke inclusief haar lodges helemaal klaar. Dus wordt het tijd het complex te koop te zetten en om te gaan zien naar iets kleiners. Dit zal waarschijnlijk ook nog gebouwd moeten worden. Geduld wordt weer een schone zaak. Maar je hoort Marijke misschien wel mopperen, je hoort haar nooit klagen. Dat is het mooie, zij is nog altijd dankbaar dat ze daar mag zijn. En daar kunnen onze zelfhulpprogramma’s nog veel van leren.