Modieuze recepten

De herfst is van oudsher de periode van de recepten uit grootmoeders tijd. Heerlijk, stoofpot, stamppot, wild. Ik hou ervan. Eerlijk eten met de ingrediënten die in dit jaargetijde voorhanden zijn. Jarenlang ben ik ervan overtuigd geweest dat het prima was om dergelijke gerechten op tafel te zetten. Mijn familie heb ik er eigenlijk ook nooit over horen klagen.

Maar toch, als ik zo naar alle reclames kijk, dan doe ik het toch helemaal verkeerd. Ik moet over op vegan. Trouwens, ik moet ook af van het Nederlandse eten. Dat is helemaal uit. Tegenwoordig eet je geen punt meer, maar een slice. En we eten voortaan uit een bucket. Nou klinkt dat wel prima, want eten uit een emmer lijkt dan weer helemaal niet smakelijk. Natuurlijk klinkt het ook allemaal veel hipper, een aardappel, wat is dat nou voor een burgerlijk geval. Nee, dan noemen we het potatoe, en dat moet dan natuurlijk wel crispy zijn. We laten ons eten bezorgen in een box, helemaal fresh en healthy. De kleuren zijn er ook helemaal op aangepast. Helder wit is uit, alles is verantwoord bruin.

Alleen, bruinbrood kan zelf niet meer hè, dat moet havermoutbrood zijn. Liefst dan nog met lijnzaad en pitten. Ook helemaal verantwoord. We drinken er een smoothie bij. Liefst in de kleur groen, dat ziet er ook helemaal te gek uit. Ik kan er niet aan wennen hoor. Groene drankjes, da’s niks voor mij. Net zomin als blauw eten, dan kan ook niet.

Nu heb ik ook wel het idee dat fabrikanten bepaalde producten ‘gezonder’ in de markt zetten dan ze eigenlijk zijn. Veel lightproducten zijn helemaal niet zo gezond. Maar we slaan in Nederland altijd zo door. Ineens mag er niks meer. En moet alles in het Engels. Want dat is hip. “And happening.” En veel duurder dan de eerlijke producten die je gewoon bij de groenteboer koopt.

En dan denk ik met weemoed terug aan de keer dat ik naar de serie Grijpstra en De Gier zat te kijken. Op zaterdagmorgen. Zij zaten in een cafeetje een broodje halfom te eten. Een wit broodje met lever en pekelvlees. Mijn maatje en ik keken elkaar aan, ik ben in de auto gesprongen en naar de bakker en de slager gereden. Heerlijk. En het zal best helemaal niet verantwoord zijn, ik geloof het zo maar. Alle zichzelf respecterende foodies halen nu waarschijnlijk griezelend hun neus op. Maar ik heb er heerlijk van genoten. Dat wel.

Wegwerkzaamheden

Heel lang hebben we in onze buurt geklaagd over de kruising. Het was ook heel krap, als er een vrachtwagen door moest, kon je rustig een eindje achteruit rijden. Ooit, maar dat is al jaren geleden, heeft er eens een boottransport klem gezeten. Een mooi jacht, het zou in ons haventje te water worden gelaten. Er was berekend dat het allemaal kon, de vrachtwagen zou de bocht kunnen maken. Maar helaas, waarschijnlijk waren de tekeningen niet helemaal accuraat, de combinatie kwam jammerlijk vast te zitten op de kruising. Het verkeer volledig blokkerend. Ach, het ongemak woog niet op tegen de hilariteit dus veel ergernis was er niet. En nadat er een betonnen muurtje was afgebroken, kon het transport gehavend en wel zijn weg vervolgen. En wij ook, stiekem nog na-lachend.

“Eigenlijk staat dat huis op de hoek ook vreselijk in de weg”, zeiden we tegen elkaar. Maar ja, om nou tegen iemand te zeggen dat hij zijn huis af moet breken, dat is ook weer zowat. Tot op een gegeven moment de bewoners van het bewuste huis waren overleden en de kinderen het huis verkochten, aan de gemeente. Het zou dus toch echt afgebroken worden. We kregen brieven, hadden inspraak, kregen het uiteindelijke plan waaruit de inspraak toch niet bleek en er werd een datum gepland.

De bewuste dag naderde maar er gebeurde niks. Wel werden er bijzondere palen geplaatst. “Weet jij wat dat is?” vroeg ik mijn maatje. Hij schudde zijn hoofd. We deden navraag. En wat bleek, in het huis dat zou worden afgebroken, woonden vleermuizen. En die zijn beschermd. Dus plaatste de gemeente vleermuizenpalen waar ze in konden wonen. Als ze dat ontdekt hadden en waren verhuisd, kon het huis tegen de vlakte. Ik vond het een bijzonder plan want waarom zouden die vleermuizen vrijwillig verhuizen als hun oude onderkomen er gewoon nog stond. Maar daar zouden vast hele knappe koppen over nagedacht hebben. Dacht ik.

Enfin, het duurde weer een paar maanden maar toen eindelijk begonnen de werkzaamheden. Het huis werd afgebroken. Inmiddels ligt ook de hele kruising open. Net als de rest van Brabant, geloof ik. Zelfs de 15 kilometer die ik naar mijn werk moet rijden, kosten me drie kwartier. Als het goed is, is alles eind van de week klaar. En hebben we een overzichtelijke verkeerssituatie. Wel fijn. Maar wel minder bron voor komische verhalen.

En laten we hopen dat het ook allemaal naar tevredenheid van de vleermuizen is.

Hij mag ook niks…..

Hij mag echt helemaal niks. Echt niet. Laatst stonden er drie mannen naast zijn plekje op de camping. Die hadden een soort mannenweekend. Althans, zo leek het. Ze hadden een hele rare zwevende barbecue bij zich en hout. Ze hadden hem vrolijk begroet. “Hé hondje”. Zo heet hij natuurlijk niet, hij heet Stef, maar goed. Hij was toch maar eens gaan kijken. Natuurlijk rende het vrouwtje gelijk weer achter hem aan. De mannen riepen hem toch zelf!

In de ochtend erna rook het echt heerlijk. Hij had zijn eigen brokjes op maar ach, een extra beetje eten, dan kan toch altijd wel. Hij liep zijn neus maar eens achterna. Gebakken eieren met spek, hmmm. Kijk, ze hadden het nog op de grond staan ook. Nu maar hopen dat het vrouwtje niet in de gaten had dat hij weg was.

Even later werd hij aan zijn halsband wat hardhandig meegetrokken. Hè nee hè, ze had het weer gezien. Soms zou hij willen dat ze niet zo alert was. De buurmannen moesten er om lachen, dat was nog het ergste. Hij nam zich voor om niet meer naar hen toe te gaan. Tenminste, als er geen eten was, dan.

Hij snapte het ook niet zo goed, hij deed toch geen kwaad. Het vrouwtje van Luna vond het ook leuk als hij kwam kijken. Ze zette wel altijd de etensbak van Luna zo dat hij er niet bij kon. Dat zou het vrouwtje wel weer bedisseld hebben, dat wist hij bijna zeker. Daar mocht hij dan wel naar toe, gelukkig. Maar verder. En hij wist prima de weg op de camping, daar lag het niet aan.

En neem nu die nieuwe caravan. Mooi, groot en een lekkere bank om op te slapen. Zover geen probleem. Alleen, het baasje en vrouwtje deden ’s nachts de deur naar de slaapkamer dicht zodat hij niet op bed kon kruipen. Op zich natuurlijk een beetje vervelend, hij lag graag warm. Maar nu had hij ontdekt dat als hij met zijn neus een zetje gaf tegen het ene deurtje en hij zijn pootje dan wiebelde tussen de spleet die dan ontstond bij het andere deurtje, hij alles opzij kon schuiven. En dan ging de deur open en kon hij lekker bij het vrouwtje kruipen. Maar wat denk je, dat mocht hij niet, ze had hem teruggestuurd en toen hij niet gelijk was gegaan, was ze nog uit bed gekomen ook. “Hup, terug op de bank.” De dag erna had ze er wel om gelachen en tegen het baasje gezegd dat hij voor Houdini studeerde. Geen idee wie dat is maar het zorgde er in ieder geval niet voor dat hij zijn zin kreeg.

Weet je, soms is het gewoon niet eerlijk. Mensen mogen veel meer dan hondjes.

Herfstherinnering

Ieder jaar, als de herfst zich aandient, moet ik weer denken aan de vrouw van een oud-collega. Zij had een hekel aan de zomer, ze werd pas weer blij als de herfst zich aandiende. Niet dat ze het niet graag warm had, ze hield alleen niet van al die blote lichaamsdelen die in de zomer schaamteloos voorbijschoven. Zelf was ze altijd op en top een dame. Mijn maatje en ik gingen geregeld met hen uit eten en ik voelde me echt altijd een kluns naast haar. Nu ben ik al niet van de handige tak, zoals ik wel eens vaker gemeld heb, maar naast haar kwam mijn onhandigheid pas echt goed tot zijn recht.

En niet omdat zij zich superieur gedroeg, oh nee verre van. Want waar ik altijd met mes en vork in de weer ben, pakte zij haar eten vrolijk met haar handen van haar bord. Perfect gemanicuurde handen, dat dan weer wel. Zij kon ook de hele avond eten en drinken zonder een spoortje van haar lippenstift te verliezen. Ik gebruik niet eens lippenstift, ik zou de boel maar onder smeren.

Ik weet nog wel dat we een keer in een sjiek Italiaans restaurant gegeten hadden. De ober kwam aan met onze jassen, ik had mijn tas, reikte naar mijn jas en zag toen dat de ober de vrouw van mijn collega een handkus gaf. Ach nee, dat ging mij natuurlijk ook gebeuren. Stond ik daar te klungelen om mijn jas aan te krijgen, één arm in een mouw, tas van de ene kant naar de andere kant, bijna te huppen. Ik dacht nog even mijn tas tussen mijn knieën te klemmen maar daar zag ik maar vanaf. Dat was echt helemaal niet charmant. De ober wachtte geduldig tot ik alles voor mekaar had en reikte toen naar mijn hand. Pffff. De vlammen sloegen me aan alle kanten uit. Niet door zijn gebaar maar wel door mijn eigen sukkeligheid.

Maar de herfst dus. Zij was zich er enorm van bewust wat een slechte uitwerking de zon heeft op je huid. Ze had ook vrijwel geen rimpeltje. Nou valt dat bij mij ook wel mee maar ik kom toch nog wel eens tot de ontdekking dat ik mijn zonnebril ben vergeten. En dat ik dus moet knijpen met mijn ogen om nog wat te zien. Dat zou haar niet overkomen, zij was altijd overal op voorbereid. En in de herfst, dan hoefde dat wat minder. Dan kon je naar buiten zonder het risico te lopen als een craquelé appeltje te eindigen. Ik kreeg rond die tijd ook altijd een tasje met verzorgingsproducten van haar. Lief bedoeld, echt, ik was er dankbaar voor, maar het is aan mij zo slecht besteed. Smeren doe ik wel maar net zo makkelijk met Nivea.

Inmiddels is zij niet meer bij ons, helaas. Maar de start van dit prachtige jaargetijde zal voor mij altijd de herinnering aan haar levend houden.

Dat duurde wel erg lang

Hij wist niet precies wat er aan de hand was maar er ging iets gebeuren. Hij voelde het aan zijn water. Nou, eigenlijk zag hij het aan al die spullen die het vrouwtje en het baasje meebrachten. Bijna iedere dag ging de bel en kwamen er weer nieuwe pakjes aan. Sommige dingen werden uitgepakt maar het meeste ging rechtstreeks naar boven. Het was allemaal maar vreemd. Vanaf zijn plekje op de bank lag hij het maar eens aan te kijken.

Het baasje en het vrouwtje hadden het ook steeds over een nieuwe caravan. Ze waren ernaar gaan kijken en helemaal enthousiast. Zouden ze dan toch weer een keer naar de Ardennen gaan? Want dat was echt al wel heel lang geleden. Hij wist amper meer hoe het er uit zag.

Hé, deze zaterdag zag er toch wel heel bekend uit. Er werden allerlei spullen klaargezet. Nou, eigenlijk wel heel veel spullen. Poeh. Als er maar plaats voor hem was in de auto. Dat ging niet passen!

Hij zorgde wel dat hij in de buurt bleef. Dan maar even niet tukken in de zon, dit was belangrijker. Alles werd in de auto van het baasje gedaan. Die had de achterbank dubbel geslagen. Daar kon hij toch nooit meer bij. Hm, hij begon zich toch een beetje zorgen te maken. Er gingen ook dingen in de auto van het vrouwtje, ah, dan zat daar misschien de oplossing. Gelukkig. Even later riep ze hem en hij sprong op de achterbank. Zo, hij ging in ieder geval mee. Eerst maakten ze een tussenstop bij een huis waar allemaal caravans stonden. Een daarvan werd achter de auto van het baasje gehangen. Het vrouwtje reed erachteraan. Best nog wel een tijdje.

Maar eindelijk dan toch draaiden ze het grindpad op dat hij zo goed kende. Hij ging er maar eens voor zitten. Het kwam goed, ze waren er weer. De caravan werd neergezet en ingeruimd met al die spullen uit de auto’s en hij ging maar eens op verkenning. Alles was nog wel hetzelfde. Wel wat meer lege plekken maar dat zou ook wel weer goed komen. Zijn eigen plekje werd ook weer ingericht, een lekker kussen voor buiten en zachte plaids voor binnen, nou, hier kon hij het wel weer uithouden.

’s Avonds zaten het baasje en het vrouwtje binnen, hij kroop er maar eens lekker bij. Morgen zou hij wel op pad gaan om uit te vinden of zijn vriendinnen er misschien ook waren. Maar dat kwam morgen, voor vandaag had hij indrukken genoeg gehad. Nu eerst lekker slapen.

Emballage stress

Ik heb een hekel aan het wegbrengen van statiegeldflessen. Stom, ik weet het, en ik neem me iedere keer ook weer voor om elke week of eens in de twee weken dat tasje mee te nemen. Maar het komt er nooit van. Dus sta ik dan na een paar maanden weer met een zucht en twee enorme bigshoppers met flesjes bij de supermarkt. Zo ook afgelopen vrijdag. Speciaal biertjes gaan helaas niet in een krat dus allemaal losse rommel. Ik gooide de eerste flesjes in de sleuf en pats, storing. Op het display naast de invoer verscheen een grote rode driehoekige waarschuwing dat ik het personeel erbij moest roepen. Er was iets geblokkeerd. Had ik weer.

Enfin, een hulpvaardige jongeman stak zijn hoofd om de hoek en vroeg of ik misschien eerst de boodschappen kon doen, dan kon hij de storing verhelpen en hoefde ik niet te wachten. Ik keek naar mijn boodschappenkar, vol met lege flesjes. “Ok, dat doe ik.” Gelukkig had ik niet zo heel veel nodig.

Na het verhelpen van de storing ging ik vol goede moed verder met mijn werk. Helaas, na ik denk een stuk of vijf flesjes gaf het apparaat weer dezelfde storing. Dezelfde jongeman kwam weer aangesneld en met duizend excuses ging hij weer aan de slag. Ach, hij kon er niks aan doen en ik had weekend. Hoe erg kon het allemaal zijn. Nou, niet voor een oudere meneer die duidelijk haast had. Ik had mijn karretje een klein stukje achteruit gezet zodat ik niet zo heel pontificaal stond te wachten dus hij zette zijn karretje tegen het emballage-apparaat aan. En duwde een van de twee petflessen die hij bij zich had in de slurf. En kreeg die natuurlijk net zo hard weer terug. “Het apparaat heeft storing”, zei ik een beetje overbodig. Hij keek me neerbuigend aan. “Hoe komt dat?” Nou ben ik geen expert dus ik gaf aan dat ik dat niet wist. Ik denk niet dat dat het juiste antwoord was dus hij bleef proberen zijn flesje in het apparaat te stoppen. Tot het begon te piepen en de jongeman die met de storing bezig was een beetje verongelijkt zijn hoofd om de deur stak. “Ik ben nog bezig meneer.” Ook dat had geen effect.

Ik werd er een beetje kriegel van. Twee flessen, in het weekend, naar welke brand moet je toe joh? Dus ik zei “Meneer, het apparaat heeft storing, dat ziet u toch aan die enorme rode driehoek. Of niet?” De man keek me vertoornd aan. “Zo’n apparaat moet toch gewoon werken!” Tja, tegen zoveel stelligheid had ik niks in te brengen. De man beende weg.

Na een minuut werkte alles weer en kon ik aan de slag. De man kwam langs met zijn boodschappen, zag mijn flesjesberg en liep chagrijnig verder. En ik dacht, heel flauw, “lekker puh.”

Bijzonder boodschappenlijstje

Nadat de beslissing was gevallen en we wisten welke caravan de komende jaren ons vakantieplekje zou gaan worden, kwam het besef dat we er daar nog niet mee waren. Want een caravan kopen is één ding, hem inrichten met huisraad is weer iets heel anders. En samen met onze caravan was onze oude inventaris mee weggespoeld. Het was wel een beetje gemeen, maar we hebben de moeder van Jan Smit regelmatig geciteerd “alles is weg”.

En dan ga je bedenken, tja, maar dan ook echt alles. Want dan kom je straks aan op je plekje op de camping. Caravan op zijn plaats en de stroom aansluiten. Ah, stroom, daar hoort een kabel bij met speciale stekkers. Die hebben we niet. Stoelen voor buiten, een tafeltje, ook niet meer aanwezig. Bakken voor Stef, die arme hond moet toch ook eten en drinken.

We begonnen aan ons boodschappenlijstje. Dekbed, dekbedovertrek, kussens. Je kon het zo gek niet bedenken of het moest erop. Steeds kwamen we weer nieuwe dingen tegen die we niet meer hadden. Van de sufste zaken zoals badslippers voor het douchen tot de meer belangrijke dingen als een gasfles.

En het grappige, sommige dingen waren echt al vreselijk oud. We kamperen inmiddels al zo’n 25 jaar. In de loop van die jaren hebben we veel spullen verzameld. Mijn maatje weet ook van alles nog waar het is gekocht, dat komt uit Duitsland, dat uit Oostenrijk, dat hebben we in de Ardèche gekocht. Natuurlijk, veel is ook vervangen, maar Mepal borden en bekers gaan echt heel lang mee.

Maar goed, we togen naar de campingwinkel. Verstand op nul en je niet ergeren aan mensen die voor hun plezier aan het winkelen zijn. Wij zijn hier met een serieus doel. Lijstje in de hand en pen in de aanslag om af te vinken. Past het allemaal wel in één karretje. Nou, dat ging net, we scoorden in de uitverkoop ook nog een mooi kussen voor Stef. Hoeft hij niet op een plaidje te liggen, arm beestje. De auto zat vol toen we naar huis reden. En we zullen vast nog dingen vergeten zijn. En misgrijpen als we straks weer op vakantie zijn.

Ach, inderdaad, we waren helemaal niet van plan iets nieuws te kopen. Als de Amblève geen roet in het eten had gegooid, hadden we nog steeds dik tevreden onder onze niet passende luifel gezeten. Maar nu het toch zo is, ga ik gewoon genieten van alle nieuwe spulletjes.

Sportprestaties

Ik kan er echt met verbazing naar kijken, naar de prestaties die worden geleverd door atleten op de Olympische Spelen. Geweldig. Daar gaat een voorbereiding, een discipline en een doorzettingsvermogen aan vooraf, dat is onvoorstelbaar. Daarom is het ook mooi dat daar aandacht aan wordt besteed. Zelfs dit jaar, toen er nog steeds niks mocht, werden de sporthelden geëerd in een dagelijks programma dat werd gepresenteerd door Umberto Tan. Leuk om naar te kijken. Ook fijn voor de atleten, tenslotte moesten ze in Tokyo de steun van supporters al missen. En ik geloof best dat een atleet de prestaties niet alleen levert voor het applaus maar het is toch ook best wel een hart onder de riem.

Wat mij wel verbaast, is dat deze programma’s niet georganiseerd worden voor de paralympische sporters. Volgens mij leveren zijn qua sport dezelfde prestaties en moeten zij daarnaast nog een paar andere hindernissen overwinnen. Zo’n man als Jetze Plat, zo, daar kun je toch wel bewondering voor hebben. En dan wint hij ook nog eens drie keer goud. En hij is echt niet de enige, de ploeg Nederlanders die bij de Spelen aan de start komt is indrukwekkend.

Natuurlijk kun je het wel teruglezen, ook de sponsoren besteden er veel aandacht aan, maar ik mis toch wel een beetje de tamtam. Gelukkig is de NPO dit jaar eindelijk zo ver dat ze er dagelijks aandacht aan besteden. Dat is voor het eerst. Je moet alleen wel enorm op zoek naar dat nieuws. Tenslotte luistert niet iedereen naar Radio Een. En zeker niet ’s nachts, als er mooie interviews met de paralympiërs worden uitgezonden.

Is het misschien bij de commerciële omroepen zo dat alleen wat mooi en makkelijk is in beeld wordt gebracht? En doen we de ‘moeilijkere’ onderwerpen alleen in een programma met Johnny de Mol? Het zou kunnen natuurlijk. Tenslotte moeten de meeste commerciële omroepen het helemaal niet van de diepgang hebben. Gewoon lekker scoren met simpele programma’s die aanslaan bij mensen die blijkbaar niet verder willen nadenken. Ik vind het alleen erg jammer. Je doet een hele grote groep mensen volgens mij ernstig tekort.

Wat wil je later worden

Op het moment zie je regelmatig een reclame langskomen van een aanbieder van opleidingen die vraagt aan kinderen wat ze later willen worden. Heerlijk, die antwoorden. Het gaat van brandweerman tot Donald Duck-schrijver. Lekker ongehinderd door vakkenpakketten en niveaus in opleidingen. Ik hou ervan. Ik weet nog goed dat ik op de kleuterschool zat, nu heet dat groep 1 maar toen waren we nog gewoon kleutertjes, en dat de juffrouw vroeg wat ik later wilde worden. Ik zie mezelf nog staan, op een stoel, met een feestmuts op want ik was jarig. Ik wist het eigenlijk nog niet, wat zou ik willen worden. Dus ik zei “juffrouw”. Het was het eerste dat in me op kwam.

Later veranderde dat nog diverse malen. Het ging van “iets met dieren” naar “iets met mensen”. Uiteindelijk ben ik door toevalligheden en interesses gekomen waar ik nu ben en daar ben ik erg blij mee. Maar waar ik altijd wel jaloers op kan zijn, is op mensen die iets kunnen maken. Iets dat blijft.

Ikzelf ben niet van de handige tak. Ik ben meer van het “wat mijn ogen zien, maken mijn handen kapot”. Geef me gereedschap in mijn handen en ik heb na een half uur een pleister nodig. Het is werkelijk verschrikkelijk. Gelukkig kan ik er zelf hard om lachen en heb ik andere kwaliteiten, maar iets maken, nee dat gaat het echt niet worden. En jaloers is dan ook niet het goede woord, maar ik kan met bewondering kijken naar mensen die echt iets moois kunnen maken van hout. Meubelmakers bijvoorbeeld, dat lijkt me een prachtig beroep. Of stoffeerders, die van een houten geraamte een echte stoel maken. Dat is toch geweldig als je dat kunt. Mensen die echt liefde hebben voor hun vak. Ik kan het alleen maar mooi vinden.

Daarom vind ik het zo jammer dat de aandacht tegenwoordig alleen maar uitgaat naar het werken met een computer. Natuurlijk, dat is ook echt een heel nobel beroep. Maar waarom is het minder goed als je met je handen werkt. En zeker, je moet doen wat je leuk vindt en het beste uit jezelf halen, maar als dat betekent dat je dingen kunt maken, die over jaren nog steeds bestaan, dan denk ik dat je daar heel gelukkig van kunt worden. Sommige dingen kunnen we heel goed automatiseren zodat mensen niet meer de hele dag dezelfde handeling hoeven te herhalen. Maar echt creëren, dat lijkt me het mooiste wat er is.

Op jacht

Onder het motto “we moeten het er het beste maar van maken, het is nu toch zo” gingen we dan toch maar op zoek naar een andere caravan. Het budget was vastgesteld en we konden van start. Natuurlijk begonnen we, zoals dat in deze tijd hoort, op internet. Lang leve Google. Als je je zoekopdracht niet goed definieert, weet je echt niet wat je overkomt. Het is ook handig om het zoekgebied te verkleinen. Want het kan dan wel een mooie aanbieding zijn, Dokkum is toch best een eind rijden vanaf Brabant.

Naast de serieuze zoektocht konden we het ook niet laten om te kijken in de categorie Tabbert en veel te duur. Samen zaten we achter het scherm en verbaasden ons. Caravans zo groot als een huis, en bijna even duur. De duurste caravan die we tegenkwamen was een Kabe van maar liefst 118.900 euro. Stel je voor dat je daar een kras op maakt. Of dat Stef bedenkt dat een hor maar een lastig ding is en probeert daar doorheen te lopen. Ik zie het al helemaal voor me. Niet dat ons budget zo ver reikt, helemaal niet, maar het is wel grappig om te bedenken “wat als”. Maar misschien, als je zoveel geld kunt neertellen voor een caravan, dat je dan niet zo schrikt van een blutsje hier of daar. Hoewel, vaak is het bij de mensen met de oudste caravan het meest gezellig toeven. Daar hoef je in ieder geval je schoenen niet bij het dweiltje op het opstapje te laten staan.

Natuurlijk keken we ook naar de meest foute caravans die we konden vinden. Maar eerlijk is eerlijk, die grote Tabberts zijn wel van alle gemakken voorzien. Het is dat ze zo’n bijzondere naam hebben en gelijk een associatie met vioolspelende zigeuners bij een kampvuur oproepen. Want het is niet zo dat ze voor een prikkie te koop zijn. En je hoeft verder ook niks aan te schaffen, de magnetronoven en afzuigkap zijn prominent aanwezig.

Inmiddels zijn we ook bij een caravanbedrijf gaan kijken. De caravan die daar werd aangeboden, voldeed op internet helemaal aan onze wensen en eisen. En gelukkig viel het “in het echt” ook helemaal niet tegen. Natuurlijk, er zijn altijd grotere, mooiere en duurdere. Maar het ziet er naar uit dat we binnenkort toch weer een eigen plekje hebben in de Ardennen. En daar kan helemaal niks tegenop.