Daar gaan we weer

We zijn er vroeg bij dit jaar, de mussen vallen nog van het dak en het hele internet wordt al weer overspoeld met de zwarte pietendiscussie. Nou ja, met de discussie die wordt gevoerd met als excuus zwarte piet. Want daar gaat het al lang niet meer over. Partijen met de meest extreme denkbeelden gebruiken het kinderfeest om een platform te creëren waarop ze ongelimiteerd gal kunnen spuwen. En het gaat van links naar rechts. Als we elkaar maar kunnen ergeren, dan is het goed. Ik heb me ook voorgenomen om er op geen enkele manier aan deel te nemen.

Als kind vond ik Sinterklaas wel gezellig. Zeker toen we surprises voor elkaar gingen maken. Ik was redelijk bedreven in het schrijven van gedichten. Een surprise in elkaar knutselen ging me minder goed af. Het idee was er meestal wel maar om dat nou ook om te zetten in iets dat ergens op leek, nee, dat lukte niet zo goed. Maar ach, de bedoeling was goed. Het was een gezellige avond waarop we vaak eerst gingen gourmetten of fonduen. Verder zaten er helemaal geen bedoelingen achter. Sinterklaas en Zwarte Piet, dat waren twee fantasie-figuren. Net als de Kerstman en zijn rendieren. Nooit bij nagedacht dat mensen zich daardoor gekwetst konden voelen. En dat mag ook niet, dat kan nooit de bedoeling zijn van een kinderfeest.

Maar om het nu zo te misbruiken, dat is afschuwelijk. Op die manier is er ook geen normale discussie meer te voeren. Net als naar aanleiding van Black Lives Matter, of de discussie over de anderhalve meter maatschappij. Wat wordt de maatschappij toch intolerant. Wat is er toch gebeurd met het leven en laten leven.

Het lijkt wel of we op alle gebieden weer een hele stap terug hebben gedaan. Of het nu gaat om de kleur van je huid of je seksuele geaardheid, er zijn altijd mensen die er een probleem mee hebben. Zomaar. Niet dat ze je kennen, dat is ook helemaal niet nodig. “Je bent anders dan ik, dus ik ben tegen jou. En dat zet ik gewoon op internet.” Waarna anderen zich weer geroepen voelen om iets te bedenken waarop ze de schrijver kunnen aanvallen. En na een hele riedel scheldkanonnades weet niemand meer wat de aanleiding was. Gelukkig zijn we wel allemaal gekwetst, het doel is dus bereikt.

Bah. Mijn eerste reactie is “ik stop met social media” maar dat is niet de oplossing. Daarom blijf ik gewoon roepen dat we toleranter moeten zijn. En dat diversiteit de maatschappij juist mooi maakt. Ik denk dat het toverwoord ‘respect’ zou moeten zijn. Voor iedereen, ook mensen die anders zijn dan ik. Zou het ooit zo ver komen?

Bol.com AlgemeenBol.com Algemeen

Kampeermiddelen

Ieder jaar verwondert het me weer waar mensen mee op vakantie gaan. Je ziet de meest uiteenlopende tijdelijke huisjes voorbijkomen. Van klein tentje, zonder stoelen, naar pipowagen en super-de-luxe camper. Onze eerste kampeerervaring, samen, is in een tent. Mijn maatje wilde graag kamperen, ik had het nog nooit gedaan maar ach, als het niet beviel konden we het jaar erna toch gewoon weer in een appartement. Om het niet te moeilijk te maken, gingen we naar Zeeland. Naar een luxe camping met mooi sanitair en voldoende elektriciteits- en watervoorzieningen. Ik kan me nog goed herinneren hoe grappig ik het vond, die eerste nacht. Op het luchtbed, in de slaapzak. De geur van een splinternieuwe tent. Ik heb genoten. Natuurlijk was het ook mooi weer, dat heeft zeker meegespeeld, maar ik was gewonnen voor het kamperen.

In de jaren erna gingen we naar Duitsland en Frankrijk. Mijn maatje keek met een schuin oog naar kleine caravans maar dat ging me toch iets te ver. Kom zeg, zo oud waren we toch nog niet. En zeker, ik baalde als een stekker als na twee weken stralend weer op de avond voor ons vertrek een plensbui kregen. Dat alles nat in de auto moest en je de hele weg naar huis steeds van die muffe vlagen voorbij kreeg. Gelukkig hadden we thuis de ruimte om alles uit te hangen maar fijn was het niet. En die keer dat het begin september ’s nachts zo koud was dat ik mijn dikke sokken aanhield in bed.

Tot die keer dat we naar het Zwarte Woud gingen. Het was heerlijk weer, helemaal niks aan de hand. Een paar plaatsjes bij ons vandaan stonden mensen met en Eriba Puck. Mijn maatje was verliefd. “Kijk Mach, dat zou ik nou willen.” En inderdaad, het was een leuk caravannetje, als het dan moest, dan zou ik zoiets wel willen. Maar voorlopig hadden we nog steeds onze mooie tent.

Helaas ging er iets verkeerd. Het gebakken ei, dat ik niet helemaal goed genoeg gebakken had, bevatte een Salmonellabacterie en ik werd ziek. Brr, echt ziek. Ik heb wat rondgelopen ’s nachts, op weg naar het toiletgebouw. En dan weer in de tent, in de slaapzak, ik voelde me echt heel ongelukkig. Mijn maatje kon het niet aanzien en na een dag besloot hij dat we naar huis gingen. Hij zette me op een stoel en begon alles op te ruimen en af te breken. De buitentent ging het laatste. Halverwege keek hij me aan “toch maar naar een caravannetje gaan kijken?” Ik kon alleen maar knikken.

Het heeft nog best even geduurd voor ik me weer helemaal de oude voelde. Het jaar er na gingen we weer kamperen. Met onze eigen Eriba Puck L.

ReizenReizen

Reizen

Complottheorie

complottheorie

“De regering vertoont ‘fascistische trekjes’ en met de mondkapjes zijn we niet ver verwijderd van de Jodenster. Lesmateriaal om kinderen 1,5 meter afstand te laten houden doet denken aan de Hitlerjugend.”

Natuurlijk, het is uit zijn verband getrokken en meneer Willem Engel zal de Jodenvervolging echt niet willen bagatelliseren. Maar ik vind het van heel weinig, zeg maar geen, respect blijken als je dit zo durft te zeggen in het kader van de strijd tegen het COVID-virus. De vergelijking gaat op zoveel manieren mank dat ik me echt afvraag of deze man nog wel spoort. Na 75 jaar zijn er nog altijd mensen die zware trauma’s hebben. Wiens hele familie is uitgemoord omdat zij toevallig Joods waren. Op een beestachtige manier. Een van de meest zwarte bladzijden uit de menselijke geschiedenis.

De regering maakt fouten, zeker. Daar ben ik van overtuigd. En als deze hele crisis achter de rug is zullen we met z’n allen zeggen “hadden we maar….”. Want dan zou het misschien niet zo uit de hand gelopen zijn. De mensen van het RIVM hebben dit ook nog nooit meegemaakt. Zij adviseren wat zij denken dat goed is. En ook zij zullen na afloop reflecteren en leren. Maar zoals mijn moeder vroeger altijd al zei: “als je alles van tevoren weet, kun je met een dubbeltje de wereld rond.” En dan nog vind ik dat iedereen zijn eigen mening mag hebben. Verschil van meningen houdt de discussie scherp. Complotdenkers die van mening zijn dat onze regering alleen maar uit is op het ondermijnen van de grondrechten van de burgers en het meer grip krijgen op diezelfde mensen, van harte welkom. Laten we er over praten. Het is niet de bedoeling dat we allemaal als brave schapen achter onze regering aan lopen. Maar laten we ook alsjeblieft niet achter influencers en gesjeesde rappers aan hobbelen.

En zeggen dat het COVID-19 virus enkel een griepje is dat ons verlost van mensen die anders toch wel snel dood zouden zijn gegaan, nee, dat gaat me echt veel en veel te ver. Want het zal je moeder of vader maar zijn. Praat je dan nog zo? Laten we het alsjeblieft respectvol houden. Tegenover de mensen die heel ziek zijn en de mensen die hun stinkende best doen om hen er weer bovenop te helpen.

Want je mag alles zeggen. Maar het hoeft niet!

Bol.com AlgemeenBol.com Algemeen

Katten zijn rare wezens

katten zijn rare wezen

Katten zijn rare wezens, hij kan er niet veel mee. Hij kent er wel een paar maar om nou te zeggen dat ze vrienden zijn, nee. Neem nou Sammie. Die kent hij toch al een paar jaartjes. Maar als hij naar haar toe loopt om te spelen, rent ze keihard weg. En waarom? Geen idee. Of die andere kat die hier een paar jaar gewoond heeft. Ook zo’n rare dame. Die lag dan heerlijk te zonnen op de oprit en liep zelfs niet weg als hij kwam kijken. Ze bleef rustig liggen. Maar als hij dan even wilde snuffelen, pats, dan haalde ze met die gemene nagels uit en gaf hem een kras op zijn neus. Echt vals.

Op de camping ziet hij ze ook wel eens lopen. Een heel enkele keer hebben mensen een kat bij zich maar die zit dan aan een riempje. Daar heeft hij geen last van. Maar er lopen ook een paar wilde katten. Hij maakt ze wel direct duidelijk dat ze niet op zijn terrein dienen te komen. Daar heeft hij geen zin in. Dat gaat allemaal maar raar ruiken en hij heeft het liefst wel bekende geurtjes om zich heen. Bij voorkeur als hij er zelf nog even over geplast heeft. Vorig weekend liep er een nieuwe kat. Die wist dat nog niet, brutaal ding. Hij lag heerlijk in de zon te soezen toen hij sneaky zijn neus om de voortent stak. Natuurlijk had hij het gelijk in de gaten, hij sprong op en rende achter de kat aan, de schuine kant af en zo het riviertje in. Moest hij nog uitkijken waar hij zijn poten zette, stel je voor dat hij uitschoof en in het water viel. Zou je die kat moeten zien lachen.

Het baasje en het vrouwtje schrokken er van. Die hadden de kat natuurlijk niet gezien. Hij moest ook altijd overal op letten. Gelukkig was de indringer zo gevlogen. Die kwam voorlopig niet meer terug. Omdat hij nu toch beneden in de rivier stond, maakte hij maar even van de situatie gebruik om bij de buren omhoog te klimmen. Wie weet waren die wel aan het barbecueën en kon hij nog snel even wat te snacken scoren. Hmm, helaas, ze waren niet heel toeschietelijk. Terwijl het normaal toch wel aardige mensen waren. En natuurlijk stond het vrouwtje al weer naar hem te kijken. Alsof hij niet wist hoe hij thuis moest komen. “Nou, hup” riep ze. Hij keek even rond of die brutale kat het nog waagde in de buurt te komen. Maar dat was gelukkig niet zo. Hij had hem goed laten schrikken.

Op zijn gemak liep hij achter haar aan naar huis. Naar zijn plekje in de zon. Hè, nog effe lekker liggen voordat hij ging eten. Brokjes, boontjes, misschien ook wel weer makreel, dat was ook altijd lekker. Nee, hij had toch niet te klagen, hij had in ieder geval zijn gezag even laten gelden en dat had effect gehad. Hij had het goed.

DierDier

Dag maatje

010

Het vrouwtje was verdrietig. Eerst snapte hij niet waarom maar gaandeweg begon het hem te dagen. Zijn oude maatje Yoep was er niet meer. Toen hij nog klein was, had Yoep hem ingewijd in de geheimen van het ondeugend zijn. Hij weet nog goed dat ze samen op de camping waren. Ze mochten natuurlijk niet weglopen maar toen het vrouwtje net uit de caravan kwam met in haar ene hand een volle pot koffie en in haar andere hand een thermoskan, knipoogde Yoep naar hem en samen stoven ze er vandoor. Hij hoorde het vrouwtje nog roepen en mopperen. Maar ja, met een volle koffiepot in je handen loop je niet zo hard. Dus ze waren al een heel eind weg voor ze werden teruggefloten. Leuk was dat altijd.

Yoep was wel een varken. Hij werkte ook samen met de kat die in zijn huis woonde. Dat vond hij wel knap, zelf had hij niet zo’n klik met katten. Maar Yoep, die wist precies hoe dat moest, samenwerken. Hij liet de kat op het aanrecht klimmen en dan naar beneden gooien wat hij wilde oppeuzelen. Heel gehaaid. Ook die keer dat hij bij hem had gelogeerd. Zijn baasjes hadden wat snoepjes meegebracht en die had het vrouwtje op het tafeltje in de keuken gezet. Hij kon daar zelf niet bij, probeerde het eigenlijk ook nooit, maar Yoep was wat groter en wat inventiever en had op een gegeven moment de snoepjes toch te pakken. Het vrouwtje was er niet blij mee, die had het over “levertraantabletten” of zoiets. Hij kon zich nog wel herinneren dat hij de dag er na behoorlijk gerommel in zijn buik had gehad. Ach ja, ze hadden plezier gehad.

Op het strand hadden ze zich ook heerlijk uitgeleefd. Yoep was wel wat slimmer dan hij, toen. Misschien was het ervaring. Wat was hij ziek geweest van het zoute water dat hij binnen had gekregen. Yoep had hem een beetje meewarig aangekeken, alsof hij dacht “ach, dat overkomt ons allemaal wel eens.”

Yoep was echt een vriend. Met zijn lodderogen en zijn lange oren. Daar stapte hij wel eens op en dan struikelde hij. Echt bizar, dat kon hem zelf niet overkomen. Maar Yoep trok zich er niet zo veel van aan, die was dat gewend blijkbaar. Net als het feit dat hij na iedere lange wandeling werd gewassen. Brr, hij moest er persoonlijk niet aan denken. Maar zijn baasjes vonden hem dan stinken, vooral in al die huidplooien die hij had. Tsss, stinken, hij kon wel ergere dingen opnoemen.

En nu was hij er niet meer, zomaar, boem. Oh ja, hij was bijna elf jaar oud, erg oud voor een Basset. Maar dat wil toch niks zeggen, dan kun je je maatje toch nog wel missen. Dag lieve Yoep, wat hebben we veel gelachen samen en veel kattenkwaad (excusez le mot) uitgehaald. Pff, ik zal je missen kerel.

Yoep