Foute mannen

Sharon valt op foute mannen. Al jaren. Een schier onuitputtelijke lijst van losers heeft de revue al gepasseerd. Van een knul die helemaal niet op vrouwen viel tot een stoere motorrijder met bindingsangst. Voor een Spanjaard leerde ze Spaans, voor een rocker liet ze zich natregenen op een waterkoud Dynamo Open Air. Alles voor de liefde. Het trieste hoogtepunt wordt gevormd door de kerel waar ze nu mee is getrouwd.

Het leek in het begin een doodnormale relatie. Hij was verliefd, zij was verliefd, ze waren geen pubers meer dus na een paar weken wisten ze dat het voor altijd was. Haar zussen durfden na een tijdje ook opgelucht adem te halen. Nu zou Sharon toch wel in rustiger vaarwater komen. Ze gingen samenwonen, hij werkte hard, zij zorgde goed. Geen vuiltje aan de lucht.

Helaas, schijn bedriegt, langzaam begon er wat te veranderen. Het leek wel of ze steeds meer ruzie kregen. Er vielen steeds meer stiltes en de doldwaze verliefdheid leek niet te zijn vervangen door een dieper gevoel. Haar zussen gingen weer twijfelen, zou het dan toch niet? Maar de twijfel werd nog even weggenomen, een huwelijk werd aangekondigd. De familie haalde alles uit de kast, het werd een onvergetelijk feest. Ook op de huwelijksreis was niks aan te merken, vrolijke foto’s werden gedeeld via Facebook, het aantal likes was niet van de lucht. Weer durfden haar zussen zich voorzichtig te ontspannen.

Eenmaal thuis, weer in de normale werkelijkheid, bleek het toch moeilijker dan gedacht om de relatie spannend te houden. Hij was vaak van huis voor zijn werk en zij was vaak van huis uit verveling. De achterdocht begon langzaam een plaatsje op te eisen. Hij vroeg zich af waarom ze niet gewoon thuis kon blijven als hij aan het werk was. En of ze dan misschien met andere mannen… Zij bezwoer bij hoog en laag dat ze trouw was, wat dacht hij wel. Maar het zaadje voor wantrouwen was gezaaid en ontkiemde langzaam maar zeker.

Ook de andere problemen werden groter en groter. Hij had gedacht dat zij het gat in zijn hand wel zou kunnen dichten. Helaas was ze zelf ook geen financieel genie, een verleden met deurwaarders en betalingsregelingen was daar het schrijnende bewijs van. En geldgebrek is helaas ook een goede aanleiding voor ruzie. Op een gegeven moment hadden ze overal rekeningen open staan. En waren ze ook echt niet meer overal welkom. Verwijten werden over en weer geslingerd. De situatie was uiteindelijk niet meer houdbaar en zij kwamen in de schuldsanering terecht. Rondkomen van een minimum bedragje per week. Het moeilijkste is om te zien dat om je heen mensen wel geld uitgeven en dingen kopen. Jaloezie is een slechte raadgever. Dat je de problemen zelf hebt veroorzaakt, is dan heel moeilijk te verkroppen. En nog moeilijker toe te geven. Makkelijker is het om elkaar de schuld te geven.

En ze gaven niet alleen elkaar de schuld, ze gaven de hele wereld de schuld. Iedereen was tegen hen, achter elke boom school een nieuwe vijand. Het idee dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen leven, kwam niet bij hen op.

Er werd steeds minder samen gepraat. Alleen veel drank maakte de tongen nog los. En helaas ook de handjes. Het begon met een enkele uithaal, uit onmacht, later vochten ze als kat en hond. De eerste hulp werd al een aantal keren bezocht. Van respect voor elkaar was helemaal geen sprake meer, er werd niet meer gesproken alleen nog maar geschreeuwd. Pogingen te bemiddelen liepen allemaal op niets uit, zelfs een relatietherapeut kon de situatie niet redden. Het kan ook niet, als je niet meer helder kunt denken en de problemen zich maar opstapelen en opstapelen, lukt het niet meer om van iemand te houden.

Inmiddels staan ze elkaar dagelijks naar het leven. De problemen zijn nog altijd te groot om helder te kunnen denken  en te kunnen handelen, ze zijn niet meer voor rede vatbaar. Haar zussen hebben het uiteindelijk met pijn in het hart opgegeven. “Tot de dood ons scheidt.” Als ze het maar niet te letterlijk nemen.

“Er komen steeds meer 100-jarigen in Nederland.”

Wat dan natuurlijk direct de vraag oproept, “wil ik eigenlijk wel 100 jaar oud worden?” Zitten wachten, achter de geraniums, tot er iemand voor je komt. En je weet niet wat beter is, dat de kleinkinderen komen of Onze-Lieve-Heer. Het ergste dat je kan overkomen, is dat Geer en Goor je komen halen. Dan wordt je ellende ook nog eens breed uitgemeten op televisie. En bekeken door de fans van realitysoap. Mijn hemel, je moet er niet aan denken. Laat dan inderdaad Onze-Lieve-Heer maar kloppen.

Een mens moet er toch niet aan denken dat dat zijn lot wordt. Dat het enige uitstapje wat je nog hebt, is op pad gaan met de Zonnebloem. “Chauffeur, zijn we er al?”, er is altijd wel een lolbroek in de bus. Zo’n morsige verkreukelde die zich een eeuw geleden mocht verheugen in de aandacht van de schoonheden uit het dorp. Diezelfde bekoorlijken staan nu ook in een hoek van 90 graden over de rollator gebogen maar dat mag de pret niet drukken. Populair is populair. Dat zijn ook de mannen die tijdens de plaspauze bij het wegrestaurant de serveersters daar met een schalkse knipoog de stuipen op het lijf jagen. Ze zijn het nog niet verleerd.

Een van mijn zussen werkt met bejaarde mensen. Het is voor haar geen beroep, het is voor haar een roeping. Nu moet dat ook wel, de geur van Boldoot of 4711 weet de penetrante urinelucht maar net te maskeren. En dat is dan nog één van de minste dingen die je tegenkomt. Haar verhalen over het reinigen van slechtpassende gebitten doen mij de rillingen over het lijf lopen. Maar zij blijft met veel liefde haar oudjes verzorgen. Iemand moet het toch doen.

Ik heb daar veel bewondering voor, je wordt veel te slecht betaald en het is nog eens heel zwaar werk ook. Dat schijnt overigens wel alleen te gelden voor de mensen die werkelijk “aan het bed staan”, de directeuren van deze instellingen zitten toch meestal wel ruim boven de Balkenende-norm. Terwijl zij waarschijnlijk niet eens weten wat de voor- of achterkant is van een inco broek.

En dat roept dan gelijk ook weer de vraag op of het wenselijk is om 100 jaar oud te worden. Want hebben al deze bestuurders dan niet alle zuurverdiende en gespaarde pensioenpenningen opgesoupeerd. Is er tegen de tijd dat ik mij in diezelfde hoek van 90 graden als een reumatische krab ga voortbewegen achter mijn rollator nog wel geld om een verzorgster (veel te weinig) te betalen. Of zijn wij dan allemaal aangewezen op ons zelf en moeten we met vrienden en familie een groot huis kopen en daar gaan wonen.

Wat natuurlijk ook wel weer voordelen kan hebben. Het aannamebeleid voor verzorgsters en verzorgers kan er dan heel anders uit zien. De doorsnee-dragonder, puik in haar werk maar pijnlijk voor het oog, zal haar geluk elders moeten beproeven. En er is niks mis met een knappe verzorger, zolang hij maar niet van het type Arie Boomsma is. Misschien is het toch iets om eens over na te denken. Zo hou je het heft toch in eigen hand.

Want een ding is zeker, de Geer en Goor van die tijd zullen mij niet kunnen verleiden tot een rijnreisje. Ik laat mijn Riesling tegen die tijd gewoon thuisbrengen.