Stef en Kaatje verhuizen ook

Stef en Kaatje wisten al een tijdje dat er iets vreemds aan de hand was. We waren constant bezig met het vullen van dozen. Die werden dan in de woonkamer gezet. De kasten werden steeds leger. Maar er verdwenen ook steeds meubels. Zoals de bank die op een dag werd opgehaald door twee onbekende mannen. Voor een hond is dat ongeveer hetzelfde als wanneer iemand onaangekondigd je favoriete boom uit het park verwijdert.

Kortom, er klopte iets niet.

Even later gingen ze ook nog logeren. Dat gebeurde vaker, dus daar maakten ze zich niet druk om. Dat was altijd gezellig. Wat wel raar was, was dat ze na de logeerpartij niet teruggingen naar hun eigen huis. Gingen ze nu alweer logeren? Dit was echt niet hun huis.

Kaatje stapte als eerste naar binnen. Zelfverzekerd, alsof ze persoonlijk de bouwkundige keuring kwam uitvoeren. Stef bleef even staan. Hij keek liever eerst of het gebouw niet toevallig instortte.

Binnen begon de grote inspectie.

De hal? Vreemd.

De keuken? Vreemd.

De woonkamer?

Wacht eens even…

Daar lagen hun eigen kussens.

Stef dook er meteen bovenop alsof hij bang was dat iemand hem alsnog zou meenemen. Kaatje inspecteerde ondertussen de speelgoedmand. Daar lag haar favoriete speeltje, een touwknoop. Half kaal, een beetje vies en eigenlijk niet meer als knoop herkenbaar, maar duidelijk haar eigendom.

Heel verwarrend. Het huis rook anders, maar hun spullen roken hetzelfde. De muren waren onbekend, maar de waterbak stond er gewoon. De tuin was nieuw, maar de snoepjespot was meeverhuisd. Dat laatste stelde beide snoepkonten aanzienlijk gerust. De rest van de dag liepen ze door het huis alsof ze rechercheurs waren in een ingewikkelde zaak. Elke kamer werd onderzocht. Elke deur getest. Elke hoek voorzien van een uitgebreide geuranalyse. Stef ontdekte al snel een zonnige plek bij het raam. Die werd zonder overleg uitgeroepen tot zijn nieuwe kantoor. Kaatje vond een strategische positie in de keuken. Precies tussen het aanrecht en de eettafel. Een plek waar de kans op vallende kaasblokjes statistisch gezien het hoogst was.

Tegen de avond waren de eerste conclusies getrokken.

Ja, het huis is anders.

Ja, alles ruikt vreemd.

Maar baasje en vrouwtje zijn er.

Hun manden zijn er.

Hun speeltjes zijn er.

En inmiddels begonnen de kamers ook steeds meer naar Stef en Kaatje te ruiken. Toen ze die avond tevreden op de bank in slaap vielen, leek het mysterie opgelost. Dit was misschien nog geen oud huis. Maar het begon wel langzaam hun huis te worden. En eerlijk gezegd, zolang de snoepjespot is meeverhuisd, zijn honden meestal verrassend flexibel.