Mensen kijken

Ik word blij van mensen kijken. Dat hoeft niet eens per se op een terras te zijn, onder het genot van een drankje. Als ik in de auto zit, op weg naar iets wat ik weer moet, kan ik fantaseren over de mensen die ik tegen kom. Die oude man, die zo heel vergenoegd een broodje zit te eten op een bankje. Je ziet hem genieten.

Ik zie een jong meisje een hond uitlaten. Waarschijnlijk is het nog een jong beest, hij springt enthousiast om de benen van het meisje. Zij probeert hem hulpeloos in bedwang te houden, niet bekend met het feit dat ze rust moet uitstralen om de hond ook wat minder hyper te maken. Het geeft niet, ze houden van elkaar, dat zie je zo.

En zwaar gemaquilleerde vrouw zit naast mij in de auto als ik bij het stoplicht sta. Zij rijdt een populaire SUV, waarschijnlijk een kadootje van haar man. Als zij nou niet zeurt als hij een keer de secretaresse meeneemt, dan klaagt hij niet als ze iets te veel geld uitgeeft. “Ga maar lekker naar de schoonheidsspecialiste, laat je maar lekker verwennen”. Dat doe ik dat ook bij mijn secretaresse, hij zegt het niet maar je hoort het hem denken. Het tekent zich ook op het gezicht van de vrouw, de meest dure foundation kan haar chagrijn niet verbloemen.

Daar loopt een man met afhangende schouders. Je ziet het leed van de wereld op zijn schouders drukken. Hij sjokt en sukkelt voort, de triestheid straalt van hem af. Wat zou het zijn, heeft hij een slecht huwelijk, heeft zijn werkgever hem verteld dat het bedrijf het zonder hem gaat proberen? Ik weet het niet. Mijn fantasie slaat op hol, misschien heeft hij wel zojuist zijn hond, zijn beste maatje, bij de dierenarts achter moeten laten. Ach, de arme man, wat een verdriet.

Wat te denken van die ongeduldig wachtende man bij het stoplicht. Strak in het pak kijkt hij alsof hij niet begrijpt waar het stoplicht de brutaliteit vandaan haalt om hem te laten wachten. Hem, die het zo druk heeft, met zaken, met belangrijk zijn. Hij is blij met zichzelf en verwacht daarom ook respect van zijn omgeving. Arme man, wat zal hij ooit keihard tegen een muur aan lopen. Want dergelijk gedrag blijft nooit ongestraft.

Het gaat onbewust, ik doe het altijd. En dan vraag ik me af, zouden andere mensen dat ook doen? En zouden ze dan ook naar mij kijken? En wat zouden ze dan denken? Dat zou ik nou wel graag willen weten.

Sport verbroedert

Er is niets dat mensen zo verbroedert als sport. Het gevoel van saamhorigheid bij het aanmoedigen van de gezamenlijke sporthelden is onvergelijkbaar. Onoverwinnelijk ook. Mensen die in het dagelijks leven niets met elkaar hebben, staan schouder aan schouder hun held naar de overwinning te schreeuwen. Handen worden geheven in euforie, de prestatie van de collectieve sportman straalt af op iedere individuele toeschouwer. Vandaag is iedereen een held.

De sport die de lijst aanvoert qua broederschap is het voetbal. Een mooie sport, waarbij kracht en tactisch inzicht beiden vereist zijn voor het bereiken van de top. Het is een vergissing te denken dat iedereen met voetbalschoenen de carrière van Johan Cruijff ook maar bij benadering kan evenaren. Het is niet iedereen gegeven het spel te doorgronden. Hiervoor is inzicht nodig, en discipline.

De mooie voetbalsport mag zich dan ook verheugen in een grote schare fans. Trouwe aanhangers die alle grote evenementen volgen. Waar ook ter wereld ‘hun’ club speelt, zij boeken een vliegticket, stappen in de trein en zijn erbij. Ook nu weer, nu de Europese Kampioenschappen worden gespeeld. Voetbalteams spelen ín het stadion om de eer, buiten strijden de supporters. Of het nu Russen zijn, of Engelsen, schouder aan schouder staan zij om de wereld te tonen dat zij staan voor hun club. De rijen worden gesloten, de vuisten gebald, klaar om de strijd aan te gaan. Gezamenlijk trekken zij op naar de plaats waar zij hun helden weten. Alles wat de weg verspert, wordt meedogenloos aan de kant gezet. Geschopt, geslagen, getrokken, gezeuld. Zij zijn het legioen, zij zijn onoverwinnelijk. Ergens, meestal in het centrum van de stad, komen zij de supporters van de andere partij tegen. De vijand. Een siddering gaat door de gespannen lijven, de adrenaline suist. Er klinkt een woest gehuil en de strijd barst los. Geschrokken ordebewakers staan versteld van de explosie en proberen met man en macht de orde te herstellen. Dat lukt pas na het inzetten van grof geweld. Ten koste van veel gewonden en veel schade. De stad likt zijn wonden.

’s Avonds in het hotel verzorgen de aanhangers elkaars wonden. Schrammen, bulten, snijwonden, het wordt verzorgd door stoere mannen die niet zeuren. Zij drinken gezamenlijk bier en zingen nogmaals het clublied. De eer van de club is verdedigd, zij mogen trots zijn op elkaar. Tevreden kijken de leiders rond. Zij knikken naar elkaar “morgen weer?” “Ja, de strijd is nog lang niet gestreden, morgen weer…”

Discussie

Heel lang geleden schreef Amy Groskamp ten Have een boek. Dat boek had de titel “Hoe hoort het eigenlijk”. Het was een richtlijn voor mensen die geen blunders wilden maken. Uiteraard vinden wij nu een aantal zaken vreselijk achterhaald. Wij praten niet meer over gepaste afstand en als wij een etentje geven, vinden wij het prima dat de gasten zelf een plaatsje zoeken aan tafel. We zijn makkelijker geworden en dat is misschien ook wel heel fijn. Tenslotte zijn die regeltjes alleen maar lastig, vooral als je ze niet allemaal uit je hoofd kent. In die zin is het leven voor de moderne mens een stuk makkelijker geworden.

Een hoofdstuk in haar boek heet echter “Debat – discussie – dispuut”. En een alinea daaruit luidt “Een dispuut is een redetwist, theoretische vragen betreffende. Bij alle drie vindt men een meening tegenover zich, strijdig met de eigen meening en is het zaak den tegenstander handig – scherp gevat en welsprekend te overtuigen.”

Er zijn op dit moment veel discussies gaande. Over de meest uiteenlopende onderwerpen. Zwarte piet, vluchtelingen, noem het en er zijn voor- en tegenstanders. Er wordt met de meest vreselijke modder gegooid. Uiteindelijk wordt uit het oog verloren waar het eigenlijk om gaat. Mensen lijken hun frustraties kwijt te moeten en vinden in het internet en de social media een dankbare uitlaatklep. Mensen die het lef hebben hun mening te verkondigen worden met modder besmeurd of, nog erger, bedreigd met de meest vreselijke dingen. Er lijkt geen enkel respect meer te zijn voor mensen die nog het lef hebben voor hun mening uit te komen. Wat die mening dan ook is.

Goede manieren worden alleen nog verkondigd door een potsierlijk uitgedoste Jort Kelder die ons wil laten zien hoe de rich and famous beter zijn dan de gewone mens. Leuk om naar te kijken misschien maar eigenlijk van nul en generlei waarde. Tenslotte brengt hij alleen de hele veilige onderwerpen ter sprake. Van een echte mening is geen sprake.

De volgende alinea in het boek is “Men wachtte zich echter onder alle omstandigheden voor het verliezen van zelfbeheersching, voor persoonlijke aanvallen, grofheden en indirecte beschuldigingen aan het adres van den tegenstander.Nimmer mag een debat, discussie of dispuut ontaarden in een op heftige ruzietoon gevoerd gesprek, waarbij de deelnemers elkaar beleedigingen naar het hoofd slingeren.Voor den beschaafden mensch is noch debat, noch discussie, noch dispuut een dekmantel voor een onheusche bejegening van derden en voor het plaatsen van onaangenaamheden aan het adres van anderen.”

Waarschijnlijk zou het boek in deze tijd worden weggehoond. Ik ben ik en ik zeg wat ik wil. Dat is mijn goed recht. En ik heb er ook het medium voor. Iedereen gaat voor zijn eigen minute of fame. Of er daardoor mensen worden gekwetst, is absoluut niet belangrijk. Er worden spotprenten gepost, dreigementen geuit, beledigingen zijn aan de orde van de dag. Het is de nieuwe realiteit, leer er maar mee leven.

Ik wil geen lans breken voor een terugkeer naar vroeger, absoluut niet. Vroeger was alles niet beter, ik ben gelukkig in de moderne tijd. Maar dan vind ik het toch wel jammer dat sommige van die oude regels hun waarde hebben verloren.