Vrijheid van meningsuiting

Vroeger was het geschreven woord voorbehouden aan “echte” schrijvers en journalisten. Een selecte groep mensen die ons voorzag van het dagelijkse nieuws en de boeken die we lazen. Ook de commentaren op artikelen werden door deze mensen verzorgd. Naast de inhoud werd ook aandacht besteed aan de vorm.

Met de komst van Social Media is er echter een hele nieuwe groep nieuwsbrengers opgestaan. Mensen die via hun Facebook- of Twitteraccount de hele wereld voorzien van commentaar. Geen enkel onderwerp wordt uit de weg gegaan.

Het is tegenwoordig dan ook verplicht om overal een mening over te hebben. Iedereen vindt iets van alles. Of het nu gaat over het vluchtelingenprobleem, de bezuinigingen in de zorg of de bonuscultuur bij de banken, mensen gaan volledig los in hun commentaren. En natuurlijk, iedereen heeft recht op zijn eigen mening, maar hoort daar dan ook bij dat je maar zonder gêne de meest kwetsende quotes op het internet gooit? Ik kan me verbazen over wat mensen elkaar toewensen. Hele creatieve verwensingen hoor, dat wel. Ziektes waar je nog nooit van gehoord hebt, ongemakken die je hoopt nooit te hoeven ondergaan.

En dit alles gesteld in een vorm van onze Nederlandse taal waar mijn leraar Nederlands op de middelbare school nog nooit van gehoord heeft. Ik weet niet of de goede man nog leeft, zo niet, dan draait hij zich zeker om in zijn graf.

Wat ook nieuw is, is dat mensen zich ook niet meer generen als ze voor televisie geïnterviewd worden. Met het meeste gemak worden politieke vraagstukken van commentaar voorzien. Houd iemand een microfoon onder zijn neus en hij loopt leeg. Burgemeesters, ministers, iedereen wordt bekritiseerd. Je hoort ook steeds dezelfde opmerkingen; “het vertrouwen is weg en dus moeten ze (nog net niet zullie) aftreden.” Mensen praten elkaar na zonder zichzelf af te vragen of ze voldoende feitenkennis hebben om dergelijke opmerkingen te maken.

Ik heb mezelf voorgenomen om me nooit te mengen in dat soort discussies. En al zeker niet op Facebook of Twitter. Mensen waarvan ik denk “bij jou wil ik niet horen” worden ook zonder pardon ‘ontvolgd’ of ‘ontvriend’. Ook hele mooie nieuwe woorden waar diezelfde leraar Nederlands nog nooit van heeft gehoord. Natuurlijk heb ik over sommige zaken wel een mening. En natuurlijk praat ik ook wel met mensen over bepaalde zaken. Maar er zijn ook genoeg onderwerpen waar ik niks of te weinig van weet. En dan ga ik echt niet iedereen vermoeien met kreten die nergens op slaan. Dat doen er al genoeg.

Veel mensen zijn van mening dat “tegenwoordig alles gezegd moet kunnen worden”. Maar je vraagt je toch serieus af, verwarren die mensen het begrip “vrijheid van meningsuiting” niet met “het, ongehinderd door enige vorm van intelligentie, je bek maar een douw geven”.

 

 

De digitale wereld van de mantelzorger

Als mantelzorger was ik al bekend met de fenomenen steunkousen en gebitten. Medicijnen worden geleverd aan de rol, de slager brengt eens per week de maaltijden en eenmaal per twee weken rij ik met mijn schoonvader naar de supermarkt om zijn voorraad koffie en biertjes aan te vullen. Dat gaat snel, zijn boodschappenlijstje maakt hij op looproute en hij is niet van het winkelen, hij koopt wat hij nodig heeft. Tot zover geen enkel probleem, het is een kleine moeite.

Lastiger wordt het als er weer een envelop is binnengevallen met lijsten die ingevuld moeten worden. En dat zijn er door het jaar heen toch stiekem best een aantal. Mijn schoonvader opent de envelop, ziet dat er wat ingevuld moet worden, en hangt aan de telefoon. “Zeg, ik heb een brief gekregen..” Ik weet wat er van me verwacht wordt, het liefst dezelfde dag nog even langskomen, de brief meenemen en zorgen voor een zorgvuldige en accurate afhandeling. Ik heb me verdiept in huursubsidies, eenmalige uitkeringen aan chronisch zieken, windschermen voor scootmobielen, noem het en ik weet bij welk loket ik moet zijn. Er zijn weinig instanties die niet hebben kennisgemaakt met mijn vasthoudendheid. Waarschijnlijk zijn er ook best wel mensen die hebben gedacht “mens, bel je nu al weer…” Ja, inderdaad, als mijn schoonvader er recht op had, moest hij het krijgen. Al was het alleen al omdat hij me anders blijft stalken.

Ieder jaar voorziet de belastingdienst alle Nederlanders van overzichten. Wat je moet betalen, welke toeslagen voor je gereserveerd staan. Keurige blauwe enveloppen vallen in de bus, soms meerdere tegelijk. Voor iedere mededeling een aparte brief, keurig gesteld. Ook die brieven worden netjes bewaard. Op jaar, in de map, bij de andere belastingzaken. Nog een geluk dat mijn schoonvader zo goed georganiseerd is, bij anderen moet je eerst het halve huis door om de benodigde bescheiden te verzamelen. Ik heb ooit jaaropgaven uit een nachtkastje moeten halen, geen idee waarom die juist daar bewaard werden, zo opwindend waren ze niet.

Eind vorig jaar kwam de belastingdienst ineens met een mededeling. Men ging afscheid nemen van de oude vertrouwde envelop. Reclamespotjes met een eenzaam wachtende hond op de deurmat moesten ons voorbereiden op een digitale belastingtoekomst. Tenslotte heeft iedereen tegenwoordig toegang tot het wereldwijde web. Hoewel, iedereen, er is toch nog een groot aantal mensen, wat meer op leeftijd, dat bij het woord muis alleen denkt aan het piepende beestje dat zo charmant met een stukje kaas gaat slepen. En niet aan dat kunststof blokje waarmee je een pijltje over een scherm laat manoeuvreren. En inderdaad, mijn schoonvader is er daar één van. “Hoe moet dat nou”, vroeg hij, “moet ik nu een computer kopen?” Gelukkig kon ik hem geruststellen, ik kan van afstand zijn gegevens opvragen. “En wat moet je dan hebben?” Hij kon zich er niet veel bij voorstellen, het feit dat ik via telebankieren zijn rekeningen kan inzien is al een wonderlijk gegeven, laat staan dat ik kan ophalen hoeveel toeslagen hij krijgt. Braaf heb ik alles gedownload en geprint. Na bestudering gingen de papieren in de administratiekoffer. Tenslotte wil mijn schoonvader wel graag compleet blijven. De werklast voor de belastingdienst is fors afgenomen, ik moet weer wat extra handelingen verrichten. Ach, begrijp me niet verkeerd, voor mijn schoonvader doe ik het met liefde. Ik vraag me alleen af of over sommige dingen wel wordt nagedacht.

Leuker kunnen wij het niet maken, en voor de mantelzorger ook niet makkelijker.