Kerstmis

Bijna Kerst. De tijd dat mensen gaan nadenken over wat er het afgelopen jaar allemaal is gebeurd. Alle goede dingen, alle nare gebeurtenissen. De tijd van de lijstjes, de beste dit, de  mooiste dat, het hele jaar moet nog even worden samengevat.

Kerst, van oudsher de tijd om veilig bij elkaar te zijn. Dat was vroeger al zo.

Gelukkig worden na de Kerst de dagen weer langer.

Kerstmis, vroeger

‘Komt oom Simon logeren?’ Ik keek mama verwachtingsvol aan. Ze was bezig met het kneden van deeg voor de cake die we zeker vanavond zouden krijgen. Misschien mocht ik de beslagkom wel uitlikken. Heerlijk, er was niks lekkerders dan cakebeslag. ‘Mam’ drong ik aan. Ze keek nors op me neer, ik kromp een beetje in elkaar. ‘Oom Simon komt toch altijd logeren met Kerst.’ Ze sneerde, ‘oom Simon komt iedere vakantie logeren, papa kan immers niet zonder zijn geweldige broer.’ ‘Misschien krijgen we wel kadootjes’, ik zei het meer tegen mezelf dan tegen mama, ‘misschien brengt oom Simon wel weer leesboeken mee.’ ‘Natuurlijk’, het cakebeslag werd in de vorm gegoten. Mama zette de kom in de gootsteen en draaide gelijk de kraan open. Ik keek teleurgesteld naar haar op maar ze keek niet naar me. Ze was te druk met de cake. ‘Ik kan ook wel kadootjes geven van andermans geld, makkelijk hoor, hij de rijke oom uithangen en ik de eindjes aan elkaar proberen te knopen.’ Ik begreep niet precies wat mama bedoelde, het was immers gezellig als oom Simon er was. Dan waren zelfs papa en mama lief tegen elkaar. Dat moest mama toch ook merken. Zou ik het tegen haar zeggen? Mama keek boos voor zich uit, ik besloot maar even niks te zeggen. Misschien straks, als papa terug was met oom Simon, als mama klaar was met haar werk in de keuken en we gezellig thee gingen drinken.

‘Mag ik je helpen?’. De cake moest in de oven dus ik reikte naar het handvat van de deur. ‘Laat dat’, de woorden striemden in mijn gezicht. Ik week geschrokken terug en er sprongen tranen in mijn ogen. ‘Ik wil je alleen maar helpen’, mijn lip trilde terwijl ik het zei. ‘Mam?’, ik raakte voorzichtig haar arm aan. Ze keek me aan en ik zag dat haar ogen betraand waren. ‘Mam?’ Ze schudde onwillig met haar schouders en zette me opzij. ‘Ga maar vast de theekopjes op tafel zetten, ze zullen zo wel komen.’

‘Mam, daar zijn ze.’ Ik rende naar de voordeur om open te gaan doen. Oom Simon stond diep in zijn jas gedoken en lachte om mijn opgetogen gezicht. Hij stapte over de drempel en zette zijn koffer in de hal. Papa kwam achter hem aan en deed snel de deur dicht. Hij hield niet van stoken voor de buren. Ik moest altijd een beetje lachen als hij dat zei. Alsof de buurvrouw dan onze warmte kwam afpakken. Mama kwam aangelopen en begroette oom Simon. Het viel me op dat ze niks tegen papa zei. Dat kwam nog wel, als we thee gingen drinken. Dan zou ik het tegen mama zeggen, dat het goed was dat oom Simon er was omdat zij en papa dan elkaar weer aardig vonden. ‘Blijft u lang?’, vroeg ik. Oom Simon was op de bank gaan zitten en haalde zijn sigarenkoker tevoorschijn. Het was een ritueel waar ik altijd met aandacht naar kon kijken. Hoe hij de sigaar uitkoos en heel voorzichtig met een speciaal knippertje een stukje van de achterkant knipte. Dan stak hij de sigaar tussen zijn lippen en hield een vlammetje aan de voorkant. Ik snoof, sigarengeur. Ik wist dat mama het vreselijk vond stinken maar ik hield van de geur. ‘Schuif eens op jij’, mama klonk niet onvriendelijk. Ze schonk thee in en ik mocht voor iedereen een plakje cake op een bordje leggen. Oom Simon legde zijn sigaar op de rand van de asbak en ging iets uit zijn koffer halen. Het was een pakje. Ik keek er naar maar durfde niet goed iets te zeggen. Straks was het niet voor mij, het zou wel heel stom staan als je dan heel blij leek. Maar oom Simon lachte naar me en ik kreeg het pakje. Ik scheurde het papier er af en keek wat het was. ‘Pap, kijk eens, Kruistocht in Spijkerbroek, geweldig.’ Ik gaf oom Simon een dikke pakkerd, hij glimlachte vriendelijk. ‘Ach’, zei hij, ‘ik dacht, laat ik het meisje maar weer eens van leesvoer voorzien. Tenslotte heb je daar wijze ooms voor.’ Ik zag dat mama’s gezicht betrok. Het was nog steeds geen tijd om te zeggen wat ik dacht, dat het heerlijk was dat oom Simon er was, dan rook het huis naar sigaren en maakte er niemand ruzie.

Ode aan de zorg

Ze klopte aan en zonder op het antwoord te wachten ging ze de woonkamer van meneer Eggels binnen. Ze zag hem in zijn grote stoel bij het raam zitten. Uitbundige zonnestralen vielen op de bloemen van de geranium die zijn kleindochter twee weken geleden had meegebracht. Ze stonden mooi, ondanks het feit dat er daarna niemand meer op bezoek was geweest. ‘U had gebeld, meneer Eggels?’ De oude man keek haar aan, zijn olijke ogen twinkelden in het rimpelige gezicht. ‘Zustertje,’ zei hij enthousiast, ‘ik wilde je eigenlijk alleen maar even deelgenoot maken van het prachtige uitzicht dat ik hier vanuit mijn kamerraam heb. Kom nou toch eens even kijken.’ Ze zuchtte onhoorbaar, er moesten nog een aantal bewoners gewassen worden, medicijnen moesten nog uitgedeeld worden en ze had ook nog dat gesprek met de kinderen van mevrouw van Erp. En hoe ze hen er van moest overtuigen dat ze hun moeder moesten inschrijven voor een verpleeginstelling wist ze nog niet zeker. Ze lachte naar meneer Eggels. ‘U weet toch altijd wel precies wat ik nodig heb om mijn dag op te vrolijken.’ Ze liep naar het raam en keek naar buiten. Het uitzicht was hetzelfde als altijd, het plantsoentje met die vreselijk saaie planten, het grasveldje met de kale plekken, veroorzaakt door al even bejaarde hondjes die door hun krakende baasjes niet verder uitgelaten konden worden. Gelukkig scheen wel de zon.
Ze tikte de man tegen zijn wang. ‘U mag me toch niet van het werk houden, ik moet nog heel veel mensen helpen vandaag.’ De oude, lieve ogen keken haar aan. ‘Het is heel belangrijk om soms even pauze te nemen.’ Een oude hand werd op de hare gelegd. Ze zag de blauwe aderen, de oude verrimpelde huid, de vingertoppen die afgestompt waren door het zware lichamelijke werk van vroeger. Dit waren de handen waar ze het voor deed, hier wilde ze voor zorgen. Hij keek naar haar, alsof hij snapte waar ze aan dacht. ‘We menen het niet zo kwaad hoor, al zeuren we soms een beetje.’
Het leek haar toe alsof de zonnestralen het rood van de geraniums nog meer in brand zette.

Verhalen

Soms komen de onderwerpen van een schrijfwedstrijd waar je aan meedoet ineens in het nieuws. De zorg voor ouderen zou niet afhankelijk moeten zijn van een televisieprogramma, hoe goed bedoeld ook. Het is geweldig dat zoveel mensen reageren op een oproep die wordt gedaan om vrijwilligerswerk te doen, of mee te helpen aan uitjes voor ouderen. Maar het zou nog meer geweldig zijn als mensen die werkzaam zijn “in de zorg” of het nu is met ouderen of met jongeren met problemen of beperkingen de ondersteuning zouden krijgen die ze verdienen. En dan vragen zij niet eens om meer salaris, de zorg is immers meer dan andere branches een roeping. Zij vragen om meer begrip en om meer ondersteuning zodat zij nog meer kunnen betekenen voor de mensen die zijn toevertrouwd aan hun zorg.
Want het is geen hogere wiskunde, het is alleen maar toewijding en een heel groot hart. Continue reading “Verhalen”