Mooie tradities

Sommige tradities moet je in ere houden. Volgende week gaan we weer, met mijn familie “op Hemelvaart-weekend”. Dit jaar voor het eerst in een huisje. We worden allemaal ouder hè, het is niet altijd mooi weer met Hemelvaart.

Het begon jaren geleden, we hadden een Eriba-caravannetje gekocht en wilden dat uitproberen. En hoe kun je dat nu beter doen dan met je zussen, hun echtgenoten en je nichtjes een weekendje naar de Eiffel te gaan. Niet te moeilijk, niet te cultureel, gewoon barbecueën en het gezellig hebben. Ook een goede vriend ging mee met zijn vriendin. Hij heeft nog lang nagepraat over het weekend. Hé, het is altijd wel ergens ter wereld na 12.00 uur, tijd voor een drankje. En het feit dat we niet genoeg glazen hadden kon de pret niet drukken, wijn smaakt ook uit een plastic bekertje met een Esso-logo.

Langzaam groeide de traditie, ieder kreeg zijn eigen taak. Eén regelde de plaats waar we heen gingen, één regelde de sportieve activiteit die we onszelf toch altijd wel oplegden en er was ook altijd iemand voor de financiën. We gingen abseilen, een chemin de fer klimmen, we misten de trein na een wijnproeverij. Maar we zaten ook tot diep in de nacht de wereld te hervormen. Het slordig in elkaar geknutselde kampvuur kostte heel wat dikke truien. Een vuurtje stoken is ook een kunst en je kunt niet al het hout straffeloos in brand steken.

 ‘s Ochtends werden er broodjes gehaald. Toen mijn nichtjes nog klein waren, togen ze in pyjama en rubberlaarzen mee naar de bakker. Niemand die in het Hemelvaart-weekend zich ergens zorgen over maakte. We maakten roerei en lieten het ontbijt naadloos over lopen in de brunch en later de borrel.

Door de jaren heen bleven mijn nichtjes altijd trouw meegaan. In het begin was het nog wel eens wat onwennig. Met name de jongste kon zich nog wel eens ergeren aan de onhandigheid van bepaalde ooms. Op een gegeven moment maakten ze zelfs een afspraak “dit weekend gaan we geen ruzie maken.” Ach, ruzie, dat was wel een heel groot woord voor het gekissebis dat ze samen hadden. Uiteindelijk konden ze elkaar niet missen.

Tijdens het weekend werden alle familieproblemen besproken en daar ter plekke opgelost. Natuurlijk hadden we ieder jaar weer nieuwe problemen maar dat hoorde er bij. Tenslotte waren we ook niet ieder jaar in dezelfde samenstelling.

Twee keer gooide mijn moeder roet in het eten. De eerste keer kregen we tijdens het weekend een telefoontje dat ze in het ziekenhuis lag. Ik weet het nog precies, ik stond in de paskamer met één been in een veel te strakke skinny-jeans, heen en weer te huppen om niet toe te hoeven geven dat ik echt een maat groter nodig had. Mijn zus deed het gordijn opzij en zei “mama ligt in het ziekenhuis, ze heeft een herseninfarct gehad.” Ik heb haar heel ongelovig aangekeken en gevraagd of ze even een maat groter voor me wilde pakken. Natuurlijk hebben we gelijk het ziekenhuis gebeld en zijn we de dag er na direct naar huis gegaan. Dat wel. De tweede keer deed mijn moeder het anders, toen kreeg ze de week voor Hemelvaart een hartinfarct. Omdat we vonden dat we toch wel even er tussenuit konden, ze lag tenslotte veilig in het ziekenhuis, zijn we toen twee dagen naar Antwerpen vertrokken. Het op het allerlaatste moment geboekte hotel bleek nog erger dan de eerste de beste jeugdherberg en er waren zoveel terassen in Antwerpen dat het maar goed was dat we niet een heel weekend hadden geboekt.

Op een gegeven moment groeide toch wel het besef dat Hemelvaart-avonden heel koud kunnen zijn. Tenslotte ga je in een weekend niet zo heel ver van huis. En we zagen onszelf toch ook niet de komende tien jaar nog al bibberend rond een kampvuurtje zitten. Maar de traditie moest blijven, daar waren we het allemaal toch wel over eens. Dus gaan we dit jaar dan maar eens naar een huisje. Ik heb nu al zin in het ontbijt, met z’n allen rond een grote tafel, weer roereieren maken. En ’s avonds weer rond die grote tafel, een oplossing vinden voor de grote problemen des levens.

Volgend jaar wordt het de vijftiende keer. En zoals we met zoveel mogelijk doen in mijn familie, dat moeten we vieren. Een dierbare traditie, met de mensen waar ik onvoorwaardelijk van hou, wat is er mooier dan dat.

 

Vakantietrends

Hoe bijzonder is het toch dat tegenwoordig alles onderhevig is aan mode. Dat je je voor alles wat je doet en koopt, eerst moet verdiepen in de laatste trends. ‘Waar gaan jullie naar toe op vakantie?’ “Oh, geen idee nog eigenlijk, ik heb nog niet gezien waar het dit jaar happening is.”

Het is jarenlang trendy geweest om met een rugzak door een Aziatisch land te trekken. Niks boeken, gewoon zonder organisatie, het avontuur tegemoet. Dat zijn de vakanties, dan heb je pas het gevoel dat je leeft. Vooraf je inentingen halen, niet vergeten je malariapillen te slikken en op weg. Man, de verhalen waar je dan mee thuis komt. Geweldig. Natuurlijk vertel je niet dat de slaapplaatsen zo twijfelachtig van kwaliteit waren dat je de hele nacht lag te luisteren naar geluiden die je als westerling niet thuis kon brengen. En dat het sanitair zo abominabel was dat zelfs de toiletwagen op het laatste hardrock-festival vijf sterren leek. Nee, die natuur, de mensen, de cultuur, dat is je ware. Een collega had het er nog maanden over. Al was het alleen maar omdat bleek dat hij niet alleen was teruggekomen. De amoebe die zich in zijn darmen had genesteld, bleek een hardnekkige gast die alleen door grof geweld bereid was zichzelf over te geven.

De Dominicaanse Republiek dan. Ook een prachtige bestemming. Mooi weer, prachtige stranden, geweldige resorts. Maar wel binnen het park blijven. Aan de poort staan vervaarlijk uitziende mannen, gewapend met een al even vervaarlijk uitziend geweer. Ze houden de locals buiten en de goed betalende toeristen binnen. “Nee, hier graag je vakantiegeld achterlaten. Wij organiseren de excursies wel, dan zie je tenminste alleen wat wij je willen laten zien.” Met hordes trokken we er naar toe. “Wij gaan dit jaar naar de Dominicaanse, en jullie?”

Later werd het hip en happening om, met weer die rugzak, door Australië te trekken. Gelukkig was dit voornamelijk een trend onder de meer jeugdigen onder ons. Het doorsnee echtpaar is namelijk niet bestand tegen de hitte, de kou en de slangen die dit prachtige continent beheersen.

Vanzelfsprekend waren er ook meer simpele trends. De all-inclusive paradijzen in de landen rond de Middellandse zee. Pa, ma, de kinderen, voor elk wat wils. Ma heerlijk met een wijntje aan het zwembad. Flanerend in haar net nieuw gekochte badpak. Pa met een biertje aan de bar, onopvallend kijkend naar vrouwen die wel het figuur hebben om een bikini te dragen. Later, aan het buffet, probeert hij pseudo-subtiel te wijzen op de salade. Het komt hem op een venijnige blik te staan. “Hoezo sla, ik heb vakantie hoor, straks thuis ga ik wel weer lijnen.” Hij zucht onhoorbaar, dat hoort hij ieder jaar. En ieder jaar wordt er weer een nieuw badpak gekocht.

Vakanties zijn ook altijd een week te kort. De uitgeruste vakantiegangers komen thuis met een kater, zo groot als morgen de hele dag. De stress die zich opbouwde voorafgaand aan de reis, ontploft op het moment dat mensen uit hun normale ritme zijn. Het nieuwe badpak neemt reusachtige vormen aan, “neem je nu al weer een ijsje?”, “hoezo ga je niet mee naar de markt, jij gaat nou nooit eens ergens met mij mee naar toe.” Na tien dagen is het gezin stiekem blij dat ze weer terug kunnen. Pa naar zijn voetbalmaten, ma naar haar koffievriendinnen en de kinderen naar hun Facebook en WhatsApp. Eindelijk weer een goed werkende WiFi. Ze hebben een week nodig om bij te komen.

En zo verwordt de vakantie voor veel mensen tot een enerverende ervaring, waar ze nog weken last van hebben. Dat kan toch nooit de bedoeling zijn geweest.

Ik ben geen wereldreiziger, nooit geweest. Je doet mij geen plezier met uren in een vliegtuig of uren in de auto. Ik ga dit jaar weer heerlijk mijn batterij opladen. Op een plaats waar we al een aantal keren zijn geweest. Waar onze hond al uitbundig wordt begroet zodra hij zijn neus uit de camper steekt. Waar we echt vakantie hebben.

Wie wind zaait……

Eigenlijk verandert er nooit iets. Het kijken naar de Passion, vorige week, bracht me weer terug naar het feit dat Jezus de tollenaars uit de tempel sloeg. Zij bankierden in het huis van zijn vader. Nederland moet bijna massaal in opstand komen voordat de bestuurders van de ABN/AMRO beseffen dat een salarisverhoging van 100.000 euro toch echt niet kan. Terwijl het modale inkomen in Nederland nog niet de helft van die salarisverhoging bedraagt, verre van. Je vraagt je af of die zogenaamde topbestuurders nog wel weten wat er om gaat in het leven van de mensen die zij besturen. En zij staan hier niet alleen in, als zelfs Eva Jinek denkt dat gezinnen met een middeninkomen in Nederland 150.000 euro te besteden hebben, dan zijn we ver, heel ver van huis.

Ooit werden in mijn geboortestad Tilburg textielarbeiders uitgebuit. De prachtige villa’s van de fabrikanten spreken nog altijd tot de verbeelding, de verhalen over de feesten in de besloten clubs zijn nog steeds legendarisch. De armoede van de ‘gewone mens’, ach, die was niet belangrijk. “Hou jij ze dom, dan hou ik ze arm.” Een gevleugelde uitspraak van de invloedrijken. Of, zoals mijn oom, ook een kloosterling, het placht te zeggen “het is weer vasten, heren geestelijken, er is weer paling.” Ook zij waren vergeten waar het in het gewone leven om draait. De huisjes rond de Hasseltse kapel zijn het niet vergeten, zij getuigen nog altijd van een leven van sappelen en proberen de eindjes aan elkaar te knopen.

Een onderzoek geeft aan dat op dit moment ongeveer 85.000 mensen in Nederland afhankelijk zijn van de voedselbank. In Nederland, het land waar gemiddeld per persoon 50 kilo voedsel per jaar wordt weggegooid. Het land waar je moet reserveren om in een restaurant als de Librije voor 135 euro te gaan lunchen. Waar lelijke tomaten niet in de supermarkt belanden, maar op de vuilnishoop. Want lelijke groente en fruit, nee, daar kunnen we niet mee thuis komen. Uiteindelijk is er dus niks veranderd.

Ouderen zijn blij als zij twee maal per week onder de douche mogen, meer kan er niet af, meer geld is er niet bij de Thuiszorg. De staatssecretaris gaat pas handelen als zijn eigen moeder met een volle luier moet blijven lopen. Als zijn eigen vader aan de bel trekt. En al die andere moeders dan, en die vaders? Zij moeten maar een beroep doen op familie of buren. Maar wat doet het met je waardigheid, als je je moet laten wassen door je eigen kind. Of erger, als je kind je moet helpen om naar het toilet te gaan. Heb je daar je leven lang voor gewerkt, ben je daar zo oud voor geworden?

Nederland is een beschaafd en ontwikkeld land, het op drie na rijkste land ter wereld. Belangrijke ontdekkingen staan al eeuwen lang op naam van Nederlanders, we doen het goed in de ogen van de wereld. Misschien kijken we teveel naar anderen en te weinig om ons heen. Het is niet sexy om je te bekommeren om de zwakkeren. Daar kun je geen glanzende bolide van rijden. Je krijgt er vlekken van op je dure Italiaanse maatpak. Nee zeg, stel je voor. Armoede is vies. Daar moet je ver van blijven.

Zouden de bestuurders van ABN/AMRO weten wat mantelzorg is? En wat het inhoudt en doet met mensen? Of zouden zij denken dat ze zelf niet oud en hulpbehoevend kunnen worden. Zouden ze denken dat mensen die, door ziekte of andere pech, verliezen wat ze hebben, het allemaal aan zichzelf de wijten hebben. Zouden ze denken dat dat gewoon losers zijn. Of weten zij in hun hart misschien wel dat het eigenlijk niet kan, wat ze doen. En is het wachten nu alleen nog op het moment dat zij storm gaan oogsten.

 

 

 

 

 

Bang voor het donker

Vroeger keek ik voor ik ging slapen toch altijd stiekem even onder mijn bed. Om er zeker van te zijn dat er geen draken onder zaten. Spoken waren gevaarlijker, die verstopten zich niet onder je bed maar kwamen uit een onverwachte hoek. En het nadeel was dat alle engerds alleen tevoorschijn kwamen in het donker. Dat donker was dan ook niet mijn favoriete periode. Gelukkig was er dan altijd mijn vader die met zijn rustige stem zorgde dat ik gerust ging slapen. Spoken bestaan niet en draken zijn al heel lang geleden uitgestorven.

De grootste angsten bestonden voor opgroeiende meisjes zoals ik uit de vraag of we op school wel populair genoeg waren. Zijn mijn kleren wel leuk, zit mijn haar niet stom? Als ik maar niet net een puistje krijg voor we naar het schoolfeest gaan. Vindt hij mij nu wel leuk of niet, als ik mezelf maar niet voor schut zet. Zie je wel, hij vindt mij helemaal niet leuk, ik wist het wel, ik was er al bang voor. Afgunstig keken we naar klasgenoten die schijnbaar zeker van zichzelf door het leven gingen. Die altijd naar de laatste mode gekleed waren en nooit last hadden van bultjes en andere ongerechtigheden. In ieder geval niet op een cruciaal moment.

De hele pubertijd konden we niet wachten tot we volwassen waren. Dat was het ultieme, een baan, een relatie, een eigen huis. Dan zou het allemaal goed komen. Met enige afgunst keken we naar die modieuze vrouwen die op een terrasje lachend aan een glas wijn nipten. Nonchalant, zelfverzekerd. Nooit meer onzeker, geweldig.

Maar als volwassene ontmoet je hele andere angsten. Volwassen angsten. Die hebben niks meer te maken met puistjes. Het met een zelfbestudeerd gebaar van nonchalance op een hip terras aan een nog hipper drankje nippen heeft niks met zekerheid te maken. En dat is iets waar je door schade en schande achter komt. De angst voor eenzaamheid is misschien nog wel de ergste. 

Dat is namelijk de angst om te verliezen. Niet je huis, maar je thuis, je anker. En hoe je dat hebt ingericht, dat is niet belangrijk. Iedereen doet dat op zijn eigen manier. Of je alleen woont, met een man of met een vrouw, het gaat er om dat je een veilige haven hebt. Een basis van waaruit je kunt functioneren.

Uiteindelijk blijkt dan ook geld helemaal niet belangrijk te zijn. Geluk is niet te koop, hoeveel je ook bereid bent te betalen. Als je geluk lijkt te vervliegen, betaal je uiteindelijk toch de absolute hoofdprijs, het verandert je, de onschuld verdwijnt. De inspanning die je moet verrichten om het terug te krijgen, vergt het uiterste van een mens. Daarna ben je nooit meer dezelfde.

Een lange periode reed ik iedere dag met een enorme knoop in mijn maag van mijn werk naar huis. Wat zou ik daar aantreffen? Er waren serieuze problemen in mijn haven, mijn hele zekerheid stond op losse schroeven. Langzaam ging het beter maar het duurde heel lang voor ik weer rustig durfde te ademhalen. En dan nog was het maar een wankel evenwicht, er hoefde maar iets kleins te gebeuren of mijn evenwicht was weer verstoord. Net als vroeger, zo wordt het nooit meer. En soms verlang ik dan toch stiekem terug naar de draken en demonen van mijn jeugd. En naar mijn vader die ze kwam verjagen.

 

 

Training voor jonge honden

Je ziet ze binnenkomen, de nieuwbakken baasjes met hun honden. Voor de eerste keer naar gehoorzaamheidstraining, blakend van onzekerheid. Ze zijn door hun omgeving gestuurd. “Dat moet je doen, daar leer je echt heel veel van, je hond gaat heel goed naar je luisteren.”

Het is mooi om te zien hoe mensen met hun hond deze gehoorzaamheidstraining volgen. Want het heet hondentraining maar uiteindelijk worden de mensen getraind. In leidinggeven wel te verstaan. Dan wordt ook vaak pijnlijk duidelijk hoe ongeschikt veel mensen hier voor zijn. Ze rennen over het veld, al commando’s roepend, de hond meestal in opperste verwarring achterlatend. “Moet ik nu links of rechts, volgen of af?” De instructrice zucht inwendig en legt het nog maar een keer uit. “Rustig blijven, duidelijke commando’s geven en zorgen dat de lichaamstaal hetzelfde zegt. En belonen, jij werkt tenslotte ook voor een salaris.” Ook de cursist raakt nu in verwarring. “Hoe doe ik dat dan? Hoe straal ik uit dat ik erop vertrouw dat mijn hond mijn aanwijzingen volgt terwijl ik zelf na het geven van mijn commando mijn vingers al kruis in de hoop dat mijn hond zelfs maar een klein beetje doet wat ik wil?”

Uiteindelijk valt of staat het toch allemaal met uitstraling. De alfa-wolf vraagt niet of de roedel zich kan vinden in het inplannen van een middag met jacht. Hier hoeft geen brown paper sessie voor gepland te worden, er hoeft niet gebrainstormd te worden. Verslaglegging is ook absoluut onbelangrijk. De alfa-wolf vindt dat het tijd is en vertrekt. Hij kijkt niet eens om of zijn roedel hem volgt. Integendeel, hij is er van overtuigd dat het zo is. Het nadeel van deze manier van leidinggeven is natuurlijk wel dat achter iedere boom een jonge wolf met een kettingzaag staat, klaar om de stoelpoten onder de grote leider vandaan te zagen.

Je ziet ze binnenkomen, de nieuwbakken managers met hun nieuw aangeschafte kostuums. Onwennige stropdassen, blakend van onzekerheid. Ze zijn gestuurd door hun direct leidinggevende. “Dat moet je doen, daar leer je echt heel veel van, je medewerkers gaan dan echt veel meer van je aannemen.” En dus nemen ze plaats in de schoolbanken, ondanks dat het nog niet zo lang geleden is toch weer een beetje onwennig. Ze kijken tersluiks opzij naar hun medestudenten. “Zijn zij slimmer dan ik, beter dan ik, sla ik geen raar figuur.” Tijdens het geijkte voorstelrondje proberen ze zich wat opgepoetster voor te doen, ook een gevatte opmerking te maken. Tenslotte moet je wel boven het gemiddelde uitsteken, anders val je niet op.

Ze leren dat coachend leidinggeven beter is. In rollenspellen maken ze elkaar respectvol attent op verbeterpunten. Vol goede moed gaan ze ’s avonds naar huis. Morgen gaan ze het allemaal anders doen. Helaas wordt de dag erna duidelijk dat de meesten er niet of nog niet geschikt voor zijn. Ze rennen door het bedrijf, al instructies afgevend, de medewerkers achterlatend in opperste verwarring. “Moet ik nu links of rechts af? Volgen of eigen initiatief tonen?” De jonge manager zoekt verwoed in zijn trainingsmateriaal, hoe coach ik nu de medewerkers? Want ook hij is beducht voor de collega met de kettingzaag, die achter de koffieautomaat staat, klaar om de stoelpoten onder de nieuwe leider vandaan te zagen.

De management-trainer houdt zijn hart vast. Hij weet dat niet iedere leider een manager is. En lang niet iedere manager een leider. Het enige dat hij kan doen is de instrumenten aanreiken, oefenen en zijn vingers kruisen. Vaak voelt hij zich net een hondentrainer.

 

Ziekenhuisopname

Onlangs werd mijn schoonvader opgenomen in het ziekenhuis. Niet voor de eerste keer, helaas, zijn ouderdom komt echt met de nodige gebreken. En dus togen we weer dagelijks naar het bezoekuur. Tenslotte kun je de man niet in de steek laten.

Zijn kwaal was deze keer van een ernstiger aard dan normaal. Normaal wordt hij met benauwdheid opgenomen, aan de zuurstof en de prednison gelegd en is hij met één of twee dagen toch wel weer de burgemeester van de zaal. Deze keer was de schrik wat groter en de praatjes wat minder. Gelukkig was hij in goede handen en langzaam maar zeker ging het de goede kant uit. En konden we ons dus weer gewoon ergeren aan zijn commentaar en opmerkingen.

Dat begon meestal met het telefoontje dat je ’s middags kreeg. “Als jullie vanavond komen, moet je even een overhemd voor me meebrengen.” “Een overhemd pa, je mag nog niet eens je bed uit. En er hangt een overhemd.” Maar goed, de man wil netjes voor de dag komen, dus het overhemd wordt gehaald. “Heel mooi, hang daar maar in de kast.” In gedachten salueer ik en doe braaf wat er van me gevraagd wordt. “Die man daar in de hoek gaat morgen naar een verzorgingstehuis.” Ach, wat sneu, wat zullen we zijn oorverdovende gesnurk missen. Het is een aardige man hoor, maar het feit dat hij geen gebit lijkt te bezitten, is enorm van invloed op het volume dat hij verspreidt als hij slaapt.

“Is er vandaag nog een dokter geweest?”

“Ach hou op, ze zijn de hele morgen met me aan het sjouwen geweest, ik heb een echo moeten laten maken en onderzoeken gehad.”

“En hebt u de uitslag al?”

“Ja, ik krijg meer prednison.”

“Maar wat was de uitslag dan.”

“Ja, dat ik meer prednison krijg.”

Stilte…

“Hoe smaakt het eten?”

“Mmmm, het smaakt me nog helemaal niet.”

“Hebt u wel wat gegeten?”

“Ja, wat soep en wat vla.”

“Oh.”

Stilte…

Stiekem kijken we op de klok.

Ah, de dame die komt vragen wat de patiënten willen drinken, een welkome afwisseling. Pa vraagt 2 bekers karnemelk en een beker thee. Ik weet zeker dat hij liever een biertje zou hebben maar dat zit er niet in. Dat zit er voorlopig helemaal niet in en dat weet hij ook wel. Het weerhoudt hem natuurlijk niet van het mopperen op “al die zoetigheid” zoals hij vruchtensap aanduidt. De dame vraagt iedereen op de zaal wat er gewenst wordt en deelt blijmoedig de bekers rond. Ik heb bewondering voor haar, je moet er toch maar tegen kunnen, tegen de klagers en tegen de lolbroeken. “Doet u mij maar een borrel zuster.” Ik weet niet welke van de twee het ergste is.

En eerlijk is eerlijk, alle lof voor de verpleegkundigen. Ze brengen het toch iedere dag maar weer op om op deze kamer met oude mannen met een vriendelijke lach een zonnestraaltje te brengen. Nu lijkt me een kamer vol heren nog makkelijker en prettiger dan een zaaltje waar alleen zure oude dames liggen, dat dan weer wel.

Ook een familiegesprek is nog een hele opgave voor zo’n arts. Leg maar eens uit aan iemand die niet luistert dat hij echt behoorlijk ziek is maar niet mankeert wat hij zelf denkt en ook tegen iedereen vertelt. Wij waren blij, hij bleef achter in opperste verwarring. Wat mankeer ik nou precies?

Mijn schoonvader is voorlopig nog niet thuis, we zullen nog zeker een paar weken na ons werk vlug vlug wat eten naar binnen moeten gooien om nog een beetje op tijd in het ziekenhuis te zijn. Gelukkig hebben we steun en worden we afgelost als we willen, maar het zal toch prettig zijn als hij weer in zijn leunstoel voor het raam van zijn huisje zit. Al commanderend en wel.

Foute mannen

Sharon valt op foute mannen. Al jaren. Een schier onuitputtelijke lijst van losers heeft de revue al gepasseerd. Van een knul die helemaal niet op vrouwen viel tot een stoere motorrijder met bindingsangst. Voor een Spanjaard leerde ze Spaans, voor een rocker liet ze zich natregenen op een waterkoud Dynamo Open Air. Alles voor de liefde. Het trieste hoogtepunt wordt gevormd door de kerel waar ze nu mee is getrouwd.

Het leek in het begin een doodnormale relatie. Hij was verliefd, zij was verliefd, ze waren geen pubers meer dus na een paar weken wisten ze dat het voor altijd was. Haar zussen durfden na een tijdje ook opgelucht adem te halen. Nu zou Sharon toch wel in rustiger vaarwater komen. Ze gingen samenwonen, hij werkte hard, zij zorgde goed. Geen vuiltje aan de lucht.

Helaas, schijn bedriegt, langzaam begon er wat te veranderen. Het leek wel of ze steeds meer ruzie kregen. Er vielen steeds meer stiltes en de doldwaze verliefdheid leek niet te zijn vervangen door een dieper gevoel. Haar zussen gingen weer twijfelen, zou het dan toch niet? Maar de twijfel werd nog even weggenomen, een huwelijk werd aangekondigd. De familie haalde alles uit de kast, het werd een onvergetelijk feest. Ook op de huwelijksreis was niks aan te merken, vrolijke foto’s werden gedeeld via Facebook, het aantal likes was niet van de lucht. Weer durfden haar zussen zich voorzichtig te ontspannen.

Eenmaal thuis, weer in de normale werkelijkheid, bleek het toch moeilijker dan gedacht om de relatie spannend te houden. Hij was vaak van huis voor zijn werk en zij was vaak van huis uit verveling. De achterdocht begon langzaam een plaatsje op te eisen. Hij vroeg zich af waarom ze niet gewoon thuis kon blijven als hij aan het werk was. En of ze dan misschien met andere mannen… Zij bezwoer bij hoog en laag dat ze trouw was, wat dacht hij wel. Maar het zaadje voor wantrouwen was gezaaid en ontkiemde langzaam maar zeker.

Ook de andere problemen werden groter en groter. Hij had gedacht dat zij het gat in zijn hand wel zou kunnen dichten. Helaas was ze zelf ook geen financieel genie, een verleden met deurwaarders en betalingsregelingen was daar het schrijnende bewijs van. En geldgebrek is helaas ook een goede aanleiding voor ruzie. Op een gegeven moment hadden ze overal rekeningen open staan. En waren ze ook echt niet meer overal welkom. Verwijten werden over en weer geslingerd. De situatie was uiteindelijk niet meer houdbaar en zij kwamen in de schuldsanering terecht. Rondkomen van een minimum bedragje per week. Het moeilijkste is om te zien dat om je heen mensen wel geld uitgeven en dingen kopen. Jaloezie is een slechte raadgever. Dat je de problemen zelf hebt veroorzaakt, is dan heel moeilijk te verkroppen. En nog moeilijker toe te geven. Makkelijker is het om elkaar de schuld te geven.

En ze gaven niet alleen elkaar de schuld, ze gaven de hele wereld de schuld. Iedereen was tegen hen, achter elke boom school een nieuwe vijand. Het idee dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen leven, kwam niet bij hen op.

Er werd steeds minder samen gepraat. Alleen veel drank maakte de tongen nog los. En helaas ook de handjes. Het begon met een enkele uithaal, uit onmacht, later vochten ze als kat en hond. De eerste hulp werd al een aantal keren bezocht. Van respect voor elkaar was helemaal geen sprake meer, er werd niet meer gesproken alleen nog maar geschreeuwd. Pogingen te bemiddelen liepen allemaal op niets uit, zelfs een relatietherapeut kon de situatie niet redden. Het kan ook niet, als je niet meer helder kunt denken en de problemen zich maar opstapelen en opstapelen, lukt het niet meer om van iemand te houden.

Inmiddels staan ze elkaar dagelijks naar het leven. De problemen zijn nog altijd te groot om helder te kunnen denken  en te kunnen handelen, ze zijn niet meer voor rede vatbaar. Haar zussen hebben het uiteindelijk met pijn in het hart opgegeven. “Tot de dood ons scheidt.” Als ze het maar niet te letterlijk nemen.

“Er komen steeds meer 100-jarigen in Nederland.”

Wat dan natuurlijk direct de vraag oproept, “wil ik eigenlijk wel 100 jaar oud worden?” Zitten wachten, achter de geraniums, tot er iemand voor je komt. En je weet niet wat beter is, dat de kleinkinderen komen of Onze-Lieve-Heer. Het ergste dat je kan overkomen, is dat Geer en Goor je komen halen. Dan wordt je ellende ook nog eens breed uitgemeten op televisie. En bekeken door de fans van realitysoap. Mijn hemel, je moet er niet aan denken. Laat dan inderdaad Onze-Lieve-Heer maar kloppen.

Een mens moet er toch niet aan denken dat dat zijn lot wordt. Dat het enige uitstapje wat je nog hebt, is op pad gaan met de Zonnebloem. “Chauffeur, zijn we er al?”, er is altijd wel een lolbroek in de bus. Zo’n morsige verkreukelde die zich een eeuw geleden mocht verheugen in de aandacht van de schoonheden uit het dorp. Diezelfde bekoorlijken staan nu ook in een hoek van 90 graden over de rollator gebogen maar dat mag de pret niet drukken. Populair is populair. Dat zijn ook de mannen die tijdens de plaspauze bij het wegrestaurant de serveersters daar met een schalkse knipoog de stuipen op het lijf jagen. Ze zijn het nog niet verleerd.

Een van mijn zussen werkt met bejaarde mensen. Het is voor haar geen beroep, het is voor haar een roeping. Nu moet dat ook wel, de geur van Boldoot of 4711 weet de penetrante urinelucht maar net te maskeren. En dat is dan nog één van de minste dingen die je tegenkomt. Haar verhalen over het reinigen van slechtpassende gebitten doen mij de rillingen over het lijf lopen. Maar zij blijft met veel liefde haar oudjes verzorgen. Iemand moet het toch doen.

Ik heb daar veel bewondering voor, je wordt veel te slecht betaald en het is nog eens heel zwaar werk ook. Dat schijnt overigens wel alleen te gelden voor de mensen die werkelijk “aan het bed staan”, de directeuren van deze instellingen zitten toch meestal wel ruim boven de Balkenende-norm. Terwijl zij waarschijnlijk niet eens weten wat de voor- of achterkant is van een inco broek.

En dat roept dan gelijk ook weer de vraag op of het wenselijk is om 100 jaar oud te worden. Want hebben al deze bestuurders dan niet alle zuurverdiende en gespaarde pensioenpenningen opgesoupeerd. Is er tegen de tijd dat ik mij in diezelfde hoek van 90 graden als een reumatische krab ga voortbewegen achter mijn rollator nog wel geld om een verzorgster (veel te weinig) te betalen. Of zijn wij dan allemaal aangewezen op ons zelf en moeten we met vrienden en familie een groot huis kopen en daar gaan wonen.

Wat natuurlijk ook wel weer voordelen kan hebben. Het aannamebeleid voor verzorgsters en verzorgers kan er dan heel anders uit zien. De doorsnee-dragonder, puik in haar werk maar pijnlijk voor het oog, zal haar geluk elders moeten beproeven. En er is niks mis met een knappe verzorger, zolang hij maar niet van het type Arie Boomsma is. Misschien is het toch iets om eens over na te denken. Zo hou je het heft toch in eigen hand.

Want een ding is zeker, de Geer en Goor van die tijd zullen mij niet kunnen verleiden tot een rijnreisje. Ik laat mijn Riesling tegen die tijd gewoon thuisbrengen.

Etiquette of “hoe hoort het eigenlijk”

Nederlanders doen hun best om zo lomp mogelijk over te komen. Dat noemen wij “onszelf zijn”, iedereen mag doen en laten wat hij wil en ook zeggen wat hij wil. Zo kunnen wij Nederlanders onszelf ontwikkelen, zo zijn wij nu eenmaal. En mensen die het daar niet mee eens zijn, die hebben pech.

Maar wat is er toch gebeurd met de fatsoensnormen, goede omgangsnormen. Gewoon, de ander wat ruimte gunnen.

Je ziet het vaak al op de snelweg. Keurige vertegenwoordigers, op zondag vooraan in de kerk met vrouw en kroost, veranderen in duivels zodra ze achter het stuur stappen. Een wilde blik verschijnt in de ogen, de auto, veelal van Duitse makelij, wordt in de eerste versnelling geramd en staat te grommen als een beer met astma. Je ziet ze aankomen in de achteruitkijkspiegel, je rug vast krommend, je handen stevig aan het stuur, wachtend op de klap. Want die file voor je, die is echt niet te ontwijken.

Ook leerkrachten kunnen hier over meepraten. De ouders, die vroeger extra straf kregen als ze met strafwerk thuis kwamen, gaan nu op hoge poten verhaal halen. Het schijnt zelfs voor te komen dat de gekrenkte ouders het soms niet eens meer verbaal afkunnen maar fysiek geweld nodig hebben om hun woorden kracht bij te zetten. De meester van vroeger zou met stomheid geslagen zijn als een moeder met vliegende vaandels het klaslokaal zou binnenstormen om hem de les te lezen. “Wat denk jij wel wie je bent, om mijn zoon terecht te wijzen.” Nou, degene die hem mede gaat begeleiden naar zijn volwassenheid. Toch.

Of wat te denken van het filmpje dat op Facebook de ronde deed. Het kleine mannetje dat in de rij voor de kassa de hielen van de wachtende voor hem bleef attaqueren. Zonder dat zijn moeder ook maar één keer een vermanende opmerking maakte. En als je dan om je hielen te beschermen het jong terecht wijst, of erger in dit geval, kun je vaak rekenen op een hele lading verbale ellende die over je wordt uitgestort. Als je geluk hebt, want de geciviliseerde ouder van deze tijd ziet er ook geen been in om flink uit te halen. “Van mijn kinderen heb je af te blijven.”

Nu is Social Media in het bijzonder en het internet in het algemeen natuurlijk ook vaak een voorbeeld van hele slechte smaak. Iedereen is van mening dat zijn (of haar) mening er toe doet. En dat deze dan ook maar zonder er verder over na te denken de digitale wereld in geslingerd kan worden. Waar je voorheen oog in oog stond, wat toch nog altijd een drempel op wierp, kun je je nu op Facebook verschuilen achter tablet of smartphone. Lekker veilig. “Iedereen heeft recht op zijn mening”. Of wat te denken van Twitter, waar het tegenwoordig trending is om anderen in al dan niet fatsoenlijk gespeld Nederlands verrot te schelden. Af en toe volg ik met stijgende verbazing de verwensingen en zelfs bedreigende uitlatingen van mensen aan het adres van hardwerkende en ongetwijfeld fouten makende Nederlanders.

Er zijn zelfs volksvertegenwoordigers die zich schuldig maken aan dit fenomeen. Ik kan me niet voorstellen dat het getoeter van de heer Wilders bijdraagt aan de oplossing van welk probleem dan ook. Sterker nog, ik vrees dat het hem daar ook helemaal niet om te doen is. Ook hij heeft lompheid naar een cultstatus verheven. Is dat de echte Nederlander die spreekt?

Ik weet wel dat het boek van Amy Groskamp-Ten Have hopeloos verouderd is maar het zou toch wel prettig zijn als we elkaar wat ruimte zouden gunnen. Dat past best, ook al is dit land maar klein. Het leven zou er misschien wat relaxter op worden.

Familie, vloek of zegen

Een lieve vriend zag zijn gezellige kerst volledig in rook op gaan. Hij had de beste voornemens en zorgde er voor dat zijn bejaarde ouders niets hoefden te regelen. Alles werd voor hen gedaan. Zijn zussen werden uitgenodigd en niets zou een gezellig kerstfeest in de weg staan. Dit jaar zou het goed gaan. 

Helaas, niets was minder waar. Frustratie, jaloezie, eigenbelang. Alle ingrediënten voor een ouderwetse familievete waren aanwezig. En wie was de dupe, natuurlijk degene die altijd zijn eigenbelang op de tweede plaats stelt en probeert de familie bij elkaar te houden. Al zijn goede bedoelingen werden linea recta naar hem teruggekaatst, “het moet altijd lopen zoals jij wilt, jij denkt alleen maar aan jezelf.” Vol schuldgevoel bleef hij achter.

Bij weer een ander kerstdiner was de familie niet compleet. De ene zus is getrouwd met een man die de familie uit zijn hart en zijn huis heeft verbannen. Op de foto’s in de woonkamer is de schoonfamilie niet te ontdekken. Dat hij hiermee zijn vrouw in een vreselijke spagaat duwt, is hem blijkbaar onverschillig. Tenslotte is ze met hem getrouwd en niet met haar zussen. Die zussen zijn meer en meer verbijsterd. Zij zoeken de oorzaak nog steeds bij zichzelf maar kunnen hem daar niet vinden. Zou het ooit nog goedkomen?

Natuurlijk bestaan deze ruzies en onenigheden het hele jaar door. Alleen met Kerst wordt het weer wat pijnlijker duidelijk. Je kunt geen tijdschrift open slaan of de televisie niet aanzetten of de goede wensen komen je tegemoet. “Niemand mag met Kerst alleen zijn.” De goede voornemens die per 1 januari niet gemaakt werden, maken hun opwachting met Kerst. “Laten we toch maar weer samen komen. Dit jaar zal het toch wel lukken.” En weer worden hooggespannen verwachtingen de bodem in geslagen. Het kerstgevoel bleek toch weer een reclamestunt te zijn.

Op heel veel plaatsen in de wereld gaat het al niet anders. Waar in de huiskamer broers en zussen elkaar om de oren slaan, staan elders in de wereld buren elkaar naar het leven. Frustratie, jaloezie, eigenbelang. Het zijn maar een paar aanleidingen.

Ach, het is ook wel heel veel gevraagd, vrede op aarde. Ook al was het maar voor een dag.