Wintertijd

zomertijd

Wat gaat zo’n zomer toch snel voorbij. Voor je kunt knipperen met je ogen wordt de wintertijd alweer ingesteld. Het wordt weer de tijd om je een mol te voelen. ’s Ochtends in het donker gaan werken en ’s middags in het donker weer naar huis. Zelfs Stef vindt het niet nodig om veel naar buiten te gaan, hij ligt het liefste de hele dag op de bank te tukken. Natuurlijk mag dat niet van ons, hij moet netjes mee een rondje maken. Ook de behendigheidsclub wordt nog bezocht, het is nog geen december dus nog geen winterstop. Bovendien houdt hij van lekker eten en daar staat beweging tegenover. De dierenarts was tevreden, dat willen we wel graag zo houden.

De discussie over de zomertijd is weer een jaartje in de kast gegaan. Ik volg het zijdelings, als simpele kiezer kunnen we er toch niks aan veranderen. Als je het aan mij vraagt, zou ik het liefst de zomertijd houden. Maar daar schijnen ook weer nadelen aan te kleven. Ik snap er weinig van. Ik weet dat er mensen zijn die van slag zijn als we de klok verzetten. Dat kan ik me voorstellen maar ik heb er zelf gelukkig geen last van. Ik heb nog altijd last van slaappopsyndroom. Als ik ga liggen, gaan automatisch mijn ogen dicht. Maar waarom we dan die zomertijd niet kunnen houden, begrijp ik niet. Tenslotte is het toch maar iets dat we hebben afgesproken. Als we dan de tijd niet meer verzetten, hoeven mensen er ook niet meer aan te wennen.

Ach, de herfst. Zoals ieder jaar neem ik me weer voor om nu eindelijk eens werk te maken van de herfstaankleding van ons huis. En waarschijnlijk wordt het ook dit jaar weer niks. Mijn handigheid bestaat normaal gesproken echt alleen uit het aanschaffen van een herfststuk bij de plaatselijke bloemist. Maar goed, ook dat staat leuk op de tuintafel. Op een gegeven moment wordt het zelfs een droogboeket, dat kan de pret niet drukken.

Ik probeer ieder jaar weer de geneugten van de kou en korte dagen te bedenken. Gezelligheid, knus samen zijn. Het is ook niet verkeerd, ik kan echt wel genieten van een dagje in pyjama en dikke sokken op de bank, lekker Netflix kijken. En ik vind het heus wel lekker dat het nu weer tijd wordt voor dat glaasje port. Ach, zo probeer ik een lichtpuntje te zien in het feit dat het toch onvermijdelijk weer winter wordt. Ik ben niet iemand die het hele jaar uitkijkt naar Kerst. Geef mij maar zomer, ik kan niet wachten tot de klok weer vooruit wordt gezet.

 

Kapsalon

hair-salon-529917_1920

Op televisie zie ik vaak de meest moderne stylisten voorbijkomen. De nieuwste modetrends passeren de revue. Ik kijk ernaar met gepaste reserve. Ik ben niet zo’n modern mens. De tijd van de bloemetjesjurk met het touwtje om het middel is gelukkig al heel wat jaren voorbij maar om nu iedere keer mijn hele kast leeg te ruimen voor kleding die net iets anders is dan die van vorig jaar, nee, dat gaat me echt te ver.

Zo ben ik ook niet van de kunstmatige hulpmiddelen. Voor mij geen acryl nagels of hair-extensions. Voor die nagels ben ik te onhandig. Ik zou mezelf en iedereen die in mijn buurt komt openkrabben en om de haverklap weer in de nagelstudio zitten om een afgebroken exemplaar bij te laten werken. Het lijkt me echt vreselijk onhandig. En extensions, nee dank je wel, dan moet je ’s morgens echt een half uur eerder opstaan om de recalcitrante pruik in het gareel te brengen. Poeh, niks voor mij.

Natuurlijk ga ik wel naar de kapper. Ik ben al vanaf mijn dertigste levensjaar zo grijs als een duif. En dat trek ik niet. Het maakt je oud. En gelukkig zijn er betrekkelijk eenvoudige middelen om dat te camoufleren. Eens in de vijf tot zes weken verft de kapster waar ik al jaren kom mijn haren zorgvuldig in de door mij gewenste kleur.

De laatste jaren ben ik hier redelijk terughoudend in. Mijn maatje heeft op dat gebied wel rust gekregen. In het begin had ik iedere maand een andere kleur haar. En dat varieerde dan echt van zwart met een paarse gloed tot wit met een platina vleug. De kapster had er plezier in. “Wat vond hij ervan?” was steevast de vraag als ik weer in de stoel ging zitten. Meestal moest hij er wel om lachen. Het is maar één keer voorgekomen dat hij me heeft gevraagd of ik alsjeblieft een andere kleur wilde nemen. “Je haar is echt gewoon paars!” Ach, het duurde maar een week, de zaterdag er na was het weer ‘gewoon bruin’.

Ik kom er graag, bij mijn kapster. Ook zij is niet modern. Het is een kleine salon waar je wordt ontvangen alsof je een vriendin bent. Waar je koffie krijgt, en tussen de middag kibbeling of andere hapjes. Waar klanten zelfgemaakte boerengerechten achter laten die zij dan weer met gulle hand deelt met haar klanten. Waar je altijd terecht kunt en als je het niet breed hebt, maar wel naar een feest moet, dan betaal je gewoon wat minder. Want je moet wel op je mooist zijn als je wat te vieren hebt. Ik kan dat zo in haar waarderen.

Vroeger had ik een hekel aan “naar de kapper gaan”, ik vond de geur van verf stinken en het duurde me allemaal te lang. Nu kijk ik er naar uit. Heerlijk om niet modern te hoeven zijn.

 

 

 

Boeren

pitch-fork-3068529_1280

Je kunt geen nieuwssite aanklikken tegenwoordig of je ziet hoe slecht de boeren in Nederland zorgen voor hun veestapel en hun gewassen. Sterker nog, alle problemen met het milieu zijn echt hun schuld. Kijk maar hoe ze met al die trekkers de wegen blokkeren. Wat denken ze nu, dat een file geen uitlaatgas veroorzaakt?

Maar de meeste mensen tegenwoordig weten niet eens meer waar hun eten vandaan komt. Een tomatenplant? Hoezo, tomaten koop je toch in een plastic bakje bij de supermarkt? Komkommers, groeien die aan een plant? Als kinderen tegenwoordig koeien tekenen op school, is er altijd wel één die de kleur lila gebruikt. Lang leve de Milka chocolade. We eten wel vlees maar we willen niet zien waar het vandaan komt. Het moet bij de slager in kant en klare bakjes te koop zijn. Of bij de supermarkt in de aanbieding, dat is natuurlijk nog beter.

Mijn vader was onderwijzer in een klein boerendorpje. Wij mochten wel eens mee als hij bij mensen in het dorp op bezoek ging. Mijn moeder haalde er haar verse eieren en groenten. We keken onze ogen uit als er lammetjes waren. Ik weet ook nog heel goed dat eens per jaar een bezoek werd gebracht aan een kippenboerderij. Mijn moeder kocht haantjes. ’s Morgens liepen ze nog rond, ’s middags gingen ze bij ons in de vriezer. Vreemd? Nee helemaal niet. Wij kinderen kregen in ieder geval het besef bijgebracht dat het niet zomaar iets was. Dat je respect moest hebben voor hetgeen je op je bord kreeg. En dat je niet zomaar dingen weg gooide.

En bovendien, de smaak van die kip was vele malen beter dan die van de kip die je tegenwoordig in de supermarkt koopt. Een kip van het formaat kleine kalkoen verandert in de pan in een kuikentje. De plas water die je overhoudt, voegt ook niet veel toe aan de smaak.

Hetzelfde geldt voor groenten. Misschien klinkt het als zeuren maar tomaten hebben eigenlijk geen smaak meer. Het uiterlijk is veel belangrijker dan de smaak, als ze maar mooi rond en rood zijn is het goed.

Ik kan me voorstellen dat er best boerenbedrijven zijn waar het niet zo nauw wordt genomen met hygiëne en dierenwelzijn. En dat er best akkerbouwers zijn die de grond uitputten en volspuiten met pesticiden die eigenlijk niet meer kunnen in deze tijd. Maar zolang wij Nederlanders ‘zuunig’ blijven en ‘geen cent te veel hoor’ willen betalen voor onze maaltijden, zullen er altijd boeren zijn die proberen hieraan tegemoet te komen zonder zelf kopje onder te gaan. En ik ben ervan overtuigd dat de meeste boeren trots zijn op hun bedrijf en wat zij doen. Daar moeten wij als consument veel meer respect voor hebben.

Ik denk dat het milieu en onze omgeving iets is waar we allemaal verantwoordelijk voor zijn. Tenslotte wonen we samen in dit kleine kneuterige landje. Het heeft geen zin te wijzen naar één doelgroep, we zijn allemaal afhankelijk van elkaar. Laten we het dan ook samen oplossen.

 

 

Warme winterjas

tic-tac-toe-1777859_1920

Vrienden van ons vieren dat ze al 25 jaar samen zijn. Als je om je heen kijkt, is dat al een lange tijd. Zeker bij hen als je bedenkt dat in de homogemeenschap vaak toch iets anders wordt omgegaan met monogame relaties. Dat verzin ik niet, dat hoor ik. De grap is dat zij ook echt elkaars tegenpolen zijn. De een is commercieel, onrustig en altijd op zoek. De andere houdt van rust, is superzorgzaam maar wel heerlijk uitbundig. Waarschijnlijk is dat ook hun geheim. Ze houden elkaar perfect in evenwicht.

Mijn maatje en ik zijn zelfs al langer bij elkaar. We durven geen van tweeën uit te rekenen hoe lang. Want dan ga je je toch echt oud voelen. En als ik dan bedenk wat we samen allemaal al meegemaakt hebben. Dat had ik toch voor geen geld willen missen.

Wat tegenwoordig heel erg hip is, is om je relatie breed uit te meten in de Social Media. In navolging van Sylvie Meijs presenteren hordes dames hun nieuwe liefde direct via Instagram. Na een maand moet het bericht herroepen worden, de nieuwe liefde bleek toch niet de ware te zijn. Op naar de volgende. Op zich is het heel vermakelijk, ik moet er wel om lachen. Niet hardop natuurlijk, ik zou niet durven, daarvoor zijn de posts veel te serieus bedoeld.

Je hele liefdesleven delen via Social Media. Ik vind het onvoorstelbaar maar ben dan ook hopeloos ouderwets. Facebook blijkt een prima manier te zijn om de buitenwereld te laten weten of je wel of niet beschikbaar bent voor de nieuwe liefde van je leven. Ik vraag me dan altijd af of mensen nadenken over de foto die ze bij het bericht plaatsen. Sylvie Meijs doet dat wel, dat weet ik zeker. Maar je ziet soms plaatjes voorbijkomen, oei.

Nee, dat soort berichten moet je van mij niet verwachten. Ik vergelijk mijn maatje altijd heel oneerbiedig maar met een dikke knipoog met een oude winterjas. Hij ziet er misschien niet zo heel modern meer uit maar hij is zo lekker warm. De fijnste jas die ik heb, ik wil hem nooit meer kwijt.