Vooraan in de bus

bus-10098 (1)Hoe verschillend kunnen mensen reageren. Als ik iemand binnen zie komen met een gezicht als een oorwurm, als mopperend en stampend, dan denk ik “oei, die heeft ruzie met zijn vrouw gehad”. Maar er zijn ook mensen die direct in hun schulp kruipen en denken “oei, wat heb ik verkeerd gedaan.” Het is maar een benadering maar het bepaalt wel de mate waarin je last hebt van het humeur van een ander. Natuurlijk wordt je reactie ook vaak bepaald door de manier waarop je zelf van huis bent gegaan, maar toch.

Een collega wees me pas op een prachtige metafoor. Je hoofd is de bus en achter je zitten de mensen die in de loop van je leven tot nu toe invloed op je hebben gehad. Of nog hebben. Ik stel het me voor en kijk achterom. Daar zitten ze, mijn vader, mijn moeder, mijn schoonmoeder. Maar ook die zogenaamde vriendin die mij in de brugklas van de middelbare school zonder pardon liet vallen omdat zij liever bij de populaire meisjes hoorde. En die collega, die zichzelf zo interessant voelde en mij keer op keer liet merken dat ik nooit bij haar ‘circle’ zou kunnen horen. Gelukkig zijn er ook de mensen die ik vertrouw en die mij steunen, mijn man, mijn zussen, mensen die het wel goed met me voor hebben. Ze roepen allemaal tegen me. “We gaan links, nee, we gaan rechts, dat kun jij niet, let maar op, dat kun jij best, jij kunt alles.” Soms word je er knettergek van en moet je een paar stemmen tot stilte manen. Even goed nadenken en zelf bepalen welke kant je uitgaat.

De plaats van de mensen wisselt ook nog weleens. Mijn lief heeft een prominente plaats, vooraan, maar anderen moeten hun plaats soms inleveren voor een ander. Dan verhuizen ze naar achteren. Soms gevaarlijk, dat is vaak ook de plaats die je het beste in de gaten moet houden, anders worden daar dingen uitgespookt die je beter niet kunt laten gebeuren. Tenslotte hebben we allemaal wel eens rottigheid uitgehaald, zonder dat de buschauffeur ons kon betrappen.

Er zijn ook mensen die ik uit de bus heb gegooid. Die niet meer mee mogen rijden. Mensen die in de loop van de jaren hebben bewezen dat ik ze kan missen. Sterker nog, dat ze me alleen maar verdriet bezorgen en niet van toegevoegde waarde zijn. Het lukt me niet bij alle mensen, soms denk ik dat het is gelukt maar dan, in een onbewaakt moment, stappen ze toch weer in. En zorgen dat dat oude gevoel van eenzaamheid, van niet goed genoeg zijn, toch weer even de kop opsteekt. Gelukkig is het maar van korte duur, ik heb geleerd dat ieder mens zijn eigen waarde heeft. Dat ieder mens “goed genoeg” is. En het klinkt wellicht wat oubollig, maar dat is toch echt het grote voordeel van ouder worden.

 

 

 

 

Nummer

Hij had zich met hart en ziel ingezet voor zijn werk. Zo zelfs dat zijn partner hem af en toe waarschuwde. “Je houdt dat niet vol, denk aan je gezondheid.” Maar hij hield ervan. En hij hield van zijn klanten. Het ging niet alleen om het scoren, het ging vooral om het zoeken naar de juiste oplossing voor de klant. Als hij een deal kon sluiten waar iedereen gelukkig mee was, was hij tevreden. Zijn werkgever droeg hem op handen. Althans, dat dacht hij toch.

Naarmate de tijd vorderde, voelde hij wel dat het steeds zwaarder viel. Zes dagen in de week tien uur werken, het trok een behoorlijke wissel. Hij genoot niet meer ten volle van zijn vakanties, hij had de eerste dagen nodig om bij te komen. Als hij bij vrienden was, merkte hij dat hij om elf uur ’s avonds moeite had zijn ogen open te houden. En ’s ochtends duurde het steeds langer eer hij scherp was. Het kwam hem thuis ook op onenigheid te staan. Zijn partner verweet hem dat hij meer van zijn werk hield dan van hem. Hij wist wel dat dat niet zo was maar maakte zich zorgen.

Uiteindelijk kwam het moment dat hij besefte dat hij moest kiezen. Een burn-out of het roer omgooien. Gelukkig had hij een goede werkgever die dat wel zou begrijpen. Toch?

Helaas viel dat anders uit. Hij stuitte op een muur van onbegrip. En hij wilde toch enkel terug naar de uren die vastgelegd waren in zijn contract. Het was niet zo dat hij halve dagen wilde gaan werken. De twijfel sloeg toe. Wat moest hij doen? Vrienden zeiden dat hij aan zichzelf moest denken. Maar hij werkte al zo lang bij het bedrijf. Zij waren altijd goed voor hem geweest. Dus sleepte hij zich iedere morgen uit bed en zette zich voor meer dan 100% in. Het viel hem steeds zwaarder. Begrip kreeg hij niet. Er werd van hem verwacht dat hij presteerde.

Op een gegeven moment besefte hij dat hij niet meer gelukkig was. Alle dagen waren bedekt met een grauwsluier. Alle leuke dingen die hij altijd ondernam leken hem niet meer te kunnen raken. Hij werd er moedeloos van. En langzaam groeide het besef dat hij echt iets moest ondernemen. Dit ging niet goed.

Na een korte zoektocht gevolgd door lang twijfelen hakte hij de knoop door. Hij vertelde zijn werkgever dat hij wegging. Hij had een andere uitdaging gevonden. De reactie leek als voorspeld, hij werd ondankbaar gevonden. Vanaf het moment dat hij het vertelde, hoorde hij er niet meer bij. Gelukkig had hij nog vakantiedagen.

Zijn laatste werkdag naderde. Collega’s van zijn afdeling, die hem niet graag zagen vertrekken, hadden een kleine bijeenkomst georganiseerd. Samen een borreltje drinken om hem te bedanken voor de jarenlange inzet en collegialiteit. Een collega van een andere afdeling wilde ook graag het glas op hem heffen. Het leek hem geen probleem, hij was van harte welkom. Ook dat bleek weer een misrekening. Zijn werkgever vroeg hem wat hij dacht, tenslotte hoefde hij de rekening niet te betalen.

Dat was de laatste druppel. Hij voelde zich gekwetst tot op het bot. Al die jaren dat hij zich verbonden had gevoeld met het bedrijf werden in één moment waardeloos. Het leek alsof hij in een oogopslag zag wat zijn werkgever in hem had gezien, een bron van inkomsten en verder niets. Boos gaf hij aan dat hij de nota maar moest verrekenen met zijn laatste salaris. En aan de collega die hem naar huis bracht, gaf hij zijn ongeopende afscheidskado terug.

Rare kronkel

vuurkorf

Het blijft natuurlijk een rare kronkel in mijn karakter. Waar andere mensen niet kunnen wachten tot het dan eindelijk zomer is, kijk ik uit naar de herfst. En niet dat ik de warmte niet op prijs stel, in tegendeel, de zomer kan me eigenlijk niet warm genoeg zijn. Ik geniet van buiten zijn, ’s avonds buiten zitten tot het echt helemaal donker is, terrasjes, het simpele feit van de warmte op je huid voelen. Ik vind het heerlijk.

Maar de herfst. Ik weet het, het is een afwijking, ik kan er lyrisch van worden. Ieder jaar weer moet ik er iets over kwijt. Vooral de vroege ochtend is een openbaring. Het is kil, niet echt nog heel koud maar ik ben het nog niet gewend. Dus een jas aan. Buiten ruikt het al naar nevel en mist. Het heimwee-seizoen is weer begonnen.

Ik ga ook weer mijn recepten voor wild bekijken. Haas, fazant, het zijn van die gerechten die voorbehouden zijn aan het seizoen. Ik maak het op de ouderwetse manier, met veel geduld en aandacht. En dan eten, samen met familie of vrienden. Grote pannen op tafel, vrolijke gesprekken en veel gelach. Gelukkig kunnen we ook de kaarsen weer aansteken, het geeft toch altijd weer een aparte gezelligheid. Ze zijn me dierbaar, deze avonden. Het is alsof het leven op zo’n moment een beetje gas terugneemt. Even hoeven we niet meer zo hard te lopen, we kunnen lekker thuisblijven en genieten van goed gezelschap.

Ik weet dat er mensen zijn die het seizoen met schrik en beven tegemoet zien. Wat ik voel als heimwee en daarom koester, ervaren zij als somber en depressief. Zij gruwen van de vroege avonden en vinden het vreselijk om ’s ochtends in het donker op te moeten staan. En als ik roep “heerlijk, vanaf nu worden de dagen weer langer”, zuchten zij dat het nog zeker anderhalve maand duurt voor je daar echt iets aan hebt. Ik snap dat ik met mijn onverstoorbaar optimisme deze mensen soms tot wanhoop drijf. Maar ik kan er niks aan doen, ik vind de herfst echt geweldig. En ik moet ook de daaropvolgende winter uitzitten. Al die saaie kaalheid in de natuur. Gelukkig is diezelfde natuur oppermachtig en zijn de seizoenen niet te beïnvloeden, het wordt op een gegeven moment altijd weer lente. Wellicht stelt dat dan toch gerust?