Modieuze recepten

De herfst is van oudsher de periode van de recepten uit grootmoeders tijd. Heerlijk, stoofpot, stamppot, wild. Ik hou ervan. Eerlijk eten met de ingrediënten die in dit jaargetijde voorhanden zijn. Jarenlang ben ik ervan overtuigd geweest dat het prima was om dergelijke gerechten op tafel te zetten. Mijn familie heb ik er eigenlijk ook nooit over horen klagen.

Maar toch, als ik zo naar alle reclames kijk, dan doe ik het toch helemaal verkeerd. Ik moet over op vegan. Trouwens, ik moet ook af van het Nederlandse eten. Dat is helemaal uit. Tegenwoordig eet je geen punt meer, maar een slice. En we eten voortaan uit een bucket. Nou klinkt dat wel prima, want eten uit een emmer lijkt dan weer helemaal niet smakelijk. Natuurlijk klinkt het ook allemaal veel hipper, een aardappel, wat is dat nou voor een burgerlijk geval. Nee, dan noemen we het potatoe, en dat moet dan natuurlijk wel crispy zijn. We laten ons eten bezorgen in een box, helemaal fresh en healthy. De kleuren zijn er ook helemaal op aangepast. Helder wit is uit, alles is verantwoord bruin.

Alleen, bruinbrood kan zelf niet meer hè, dat moet havermoutbrood zijn. Liefst dan nog met lijnzaad en pitten. Ook helemaal verantwoord. We drinken er een smoothie bij. Liefst in de kleur groen, dat ziet er ook helemaal te gek uit. Ik kan er niet aan wennen hoor. Groene drankjes, da’s niks voor mij. Net zomin als blauw eten, dan kan ook niet.

Nu heb ik ook wel het idee dat fabrikanten bepaalde producten ‘gezonder’ in de markt zetten dan ze eigenlijk zijn. Veel lightproducten zijn helemaal niet zo gezond. Maar we slaan in Nederland altijd zo door. Ineens mag er niks meer. En moet alles in het Engels. Want dat is hip. “And happening.” En veel duurder dan de eerlijke producten die je gewoon bij de groenteboer koopt.

En dan denk ik met weemoed terug aan de keer dat ik naar de serie Grijpstra en De Gier zat te kijken. Op zaterdagmorgen. Zij zaten in een cafeetje een broodje halfom te eten. Een wit broodje met lever en pekelvlees. Mijn maatje en ik keken elkaar aan, ik ben in de auto gesprongen en naar de bakker en de slager gereden. Heerlijk. En het zal best helemaal niet verantwoord zijn, ik geloof het zo maar. Alle zichzelf respecterende foodies halen nu waarschijnlijk griezelend hun neus op. Maar ik heb er heerlijk van genoten. Dat wel.

Wegwerkzaamheden

Heel lang hebben we in onze buurt geklaagd over de kruising. Het was ook heel krap, als er een vrachtwagen door moest, kon je rustig een eindje achteruit rijden. Ooit, maar dat is al jaren geleden, heeft er eens een boottransport klem gezeten. Een mooi jacht, het zou in ons haventje te water worden gelaten. Er was berekend dat het allemaal kon, de vrachtwagen zou de bocht kunnen maken. Maar helaas, waarschijnlijk waren de tekeningen niet helemaal accuraat, de combinatie kwam jammerlijk vast te zitten op de kruising. Het verkeer volledig blokkerend. Ach, het ongemak woog niet op tegen de hilariteit dus veel ergernis was er niet. En nadat er een betonnen muurtje was afgebroken, kon het transport gehavend en wel zijn weg vervolgen. En wij ook, stiekem nog na-lachend.

“Eigenlijk staat dat huis op de hoek ook vreselijk in de weg”, zeiden we tegen elkaar. Maar ja, om nou tegen iemand te zeggen dat hij zijn huis af moet breken, dat is ook weer zowat. Tot op een gegeven moment de bewoners van het bewuste huis waren overleden en de kinderen het huis verkochten, aan de gemeente. Het zou dus toch echt afgebroken worden. We kregen brieven, hadden inspraak, kregen het uiteindelijke plan waaruit de inspraak toch niet bleek en er werd een datum gepland.

De bewuste dag naderde maar er gebeurde niks. Wel werden er bijzondere palen geplaatst. “Weet jij wat dat is?” vroeg ik mijn maatje. Hij schudde zijn hoofd. We deden navraag. En wat bleek, in het huis dat zou worden afgebroken, woonden vleermuizen. En die zijn beschermd. Dus plaatste de gemeente vleermuizenpalen waar ze in konden wonen. Als ze dat ontdekt hadden en waren verhuisd, kon het huis tegen de vlakte. Ik vond het een bijzonder plan want waarom zouden die vleermuizen vrijwillig verhuizen als hun oude onderkomen er gewoon nog stond. Maar daar zouden vast hele knappe koppen over nagedacht hebben. Dacht ik.

Enfin, het duurde weer een paar maanden maar toen eindelijk begonnen de werkzaamheden. Het huis werd afgebroken. Inmiddels ligt ook de hele kruising open. Net als de rest van Brabant, geloof ik. Zelfs de 15 kilometer die ik naar mijn werk moet rijden, kosten me drie kwartier. Als het goed is, is alles eind van de week klaar. En hebben we een overzichtelijke verkeerssituatie. Wel fijn. Maar wel minder bron voor komische verhalen.

En laten we hopen dat het ook allemaal naar tevredenheid van de vleermuizen is.

Hij mag ook niks…..

Hij mag echt helemaal niks. Echt niet. Laatst stonden er drie mannen naast zijn plekje op de camping. Die hadden een soort mannenweekend. Althans, zo leek het. Ze hadden een hele rare zwevende barbecue bij zich en hout. Ze hadden hem vrolijk begroet. “Hé hondje”. Zo heet hij natuurlijk niet, hij heet Stef, maar goed. Hij was toch maar eens gaan kijken. Natuurlijk rende het vrouwtje gelijk weer achter hem aan. De mannen riepen hem toch zelf!

In de ochtend erna rook het echt heerlijk. Hij had zijn eigen brokjes op maar ach, een extra beetje eten, dan kan toch altijd wel. Hij liep zijn neus maar eens achterna. Gebakken eieren met spek, hmmm. Kijk, ze hadden het nog op de grond staan ook. Nu maar hopen dat het vrouwtje niet in de gaten had dat hij weg was.

Even later werd hij aan zijn halsband wat hardhandig meegetrokken. Hè nee hè, ze had het weer gezien. Soms zou hij willen dat ze niet zo alert was. De buurmannen moesten er om lachen, dat was nog het ergste. Hij nam zich voor om niet meer naar hen toe te gaan. Tenminste, als er geen eten was, dan.

Hij snapte het ook niet zo goed, hij deed toch geen kwaad. Het vrouwtje van Luna vond het ook leuk als hij kwam kijken. Ze zette wel altijd de etensbak van Luna zo dat hij er niet bij kon. Dat zou het vrouwtje wel weer bedisseld hebben, dat wist hij bijna zeker. Daar mocht hij dan wel naar toe, gelukkig. Maar verder. En hij wist prima de weg op de camping, daar lag het niet aan.

En neem nu die nieuwe caravan. Mooi, groot en een lekkere bank om op te slapen. Zover geen probleem. Alleen, het baasje en vrouwtje deden ’s nachts de deur naar de slaapkamer dicht zodat hij niet op bed kon kruipen. Op zich natuurlijk een beetje vervelend, hij lag graag warm. Maar nu had hij ontdekt dat als hij met zijn neus een zetje gaf tegen het ene deurtje en hij zijn pootje dan wiebelde tussen de spleet die dan ontstond bij het andere deurtje, hij alles opzij kon schuiven. En dan ging de deur open en kon hij lekker bij het vrouwtje kruipen. Maar wat denk je, dat mocht hij niet, ze had hem teruggestuurd en toen hij niet gelijk was gegaan, was ze nog uit bed gekomen ook. “Hup, terug op de bank.” De dag erna had ze er wel om gelachen en tegen het baasje gezegd dat hij voor Houdini studeerde. Geen idee wie dat is maar het zorgde er in ieder geval niet voor dat hij zijn zin kreeg.

Weet je, soms is het gewoon niet eerlijk. Mensen mogen veel meer dan hondjes.

Herfstherinnering

Ieder jaar, als de herfst zich aandient, moet ik weer denken aan de vrouw van een oud-collega. Zij had een hekel aan de zomer, ze werd pas weer blij als de herfst zich aandiende. Niet dat ze het niet graag warm had, ze hield alleen niet van al die blote lichaamsdelen die in de zomer schaamteloos voorbijschoven. Zelf was ze altijd op en top een dame. Mijn maatje en ik gingen geregeld met hen uit eten en ik voelde me echt altijd een kluns naast haar. Nu ben ik al niet van de handige tak, zoals ik wel eens vaker gemeld heb, maar naast haar kwam mijn onhandigheid pas echt goed tot zijn recht.

En niet omdat zij zich superieur gedroeg, oh nee verre van. Want waar ik altijd met mes en vork in de weer ben, pakte zij haar eten vrolijk met haar handen van haar bord. Perfect gemanicuurde handen, dat dan weer wel. Zij kon ook de hele avond eten en drinken zonder een spoortje van haar lippenstift te verliezen. Ik gebruik niet eens lippenstift, ik zou de boel maar onder smeren.

Ik weet nog wel dat we een keer in een sjiek Italiaans restaurant gegeten hadden. De ober kwam aan met onze jassen, ik had mijn tas, reikte naar mijn jas en zag toen dat de ober de vrouw van mijn collega een handkus gaf. Ach nee, dat ging mij natuurlijk ook gebeuren. Stond ik daar te klungelen om mijn jas aan te krijgen, één arm in een mouw, tas van de ene kant naar de andere kant, bijna te huppen. Ik dacht nog even mijn tas tussen mijn knieën te klemmen maar daar zag ik maar vanaf. Dat was echt helemaal niet charmant. De ober wachtte geduldig tot ik alles voor mekaar had en reikte toen naar mijn hand. Pffff. De vlammen sloegen me aan alle kanten uit. Niet door zijn gebaar maar wel door mijn eigen sukkeligheid.

Maar de herfst dus. Zij was zich er enorm van bewust wat een slechte uitwerking de zon heeft op je huid. Ze had ook vrijwel geen rimpeltje. Nou valt dat bij mij ook wel mee maar ik kom toch nog wel eens tot de ontdekking dat ik mijn zonnebril ben vergeten. En dat ik dus moet knijpen met mijn ogen om nog wat te zien. Dat zou haar niet overkomen, zij was altijd overal op voorbereid. En in de herfst, dan hoefde dat wat minder. Dan kon je naar buiten zonder het risico te lopen als een craquelé appeltje te eindigen. Ik kreeg rond die tijd ook altijd een tasje met verzorgingsproducten van haar. Lief bedoeld, echt, ik was er dankbaar voor, maar het is aan mij zo slecht besteed. Smeren doe ik wel maar net zo makkelijk met Nivea.

Inmiddels is zij niet meer bij ons, helaas. Maar de start van dit prachtige jaargetijde zal voor mij altijd de herinnering aan haar levend houden.