Etiquette of “hoe hoort het eigenlijk”

Nederlanders doen hun best om zo lomp mogelijk over te komen. Dat noemen wij “onszelf zijn”, iedereen mag doen en laten wat hij wil en ook zeggen wat hij wil. Zo kunnen wij Nederlanders onszelf ontwikkelen, zo zijn wij nu eenmaal. En mensen die het daar niet mee eens zijn, die hebben pech.

Maar wat is er toch gebeurd met de fatsoensnormen, goede omgangsnormen. Gewoon, de ander wat ruimte gunnen.

Je ziet het vaak al op de snelweg. Keurige vertegenwoordigers, op zondag vooraan in de kerk met vrouw en kroost, veranderen in duivels zodra ze achter het stuur stappen. Een wilde blik verschijnt in de ogen, de auto, veelal van Duitse makelij, wordt in de eerste versnelling geramd en staat te grommen als een beer met astma. Je ziet ze aankomen in de achteruitkijkspiegel, je rug vast krommend, je handen stevig aan het stuur, wachtend op de klap. Want die file voor je, die is echt niet te ontwijken.

Ook leerkrachten kunnen hier over meepraten. De ouders, die vroeger extra straf kregen als ze met strafwerk thuis kwamen, gaan nu op hoge poten verhaal halen. Het schijnt zelfs voor te komen dat de gekrenkte ouders het soms niet eens meer verbaal afkunnen maar fysiek geweld nodig hebben om hun woorden kracht bij te zetten. De meester van vroeger zou met stomheid geslagen zijn als een moeder met vliegende vaandels het klaslokaal zou binnenstormen om hem de les te lezen. “Wat denk jij wel wie je bent, om mijn zoon terecht te wijzen.” Nou, degene die hem mede gaat begeleiden naar zijn volwassenheid. Toch.

Of wat te denken van het filmpje dat op Facebook de ronde deed. Het kleine mannetje dat in de rij voor de kassa de hielen van de wachtende voor hem bleef attaqueren. Zonder dat zijn moeder ook maar één keer een vermanende opmerking maakte. En als je dan om je hielen te beschermen het jong terecht wijst, of erger in dit geval, kun je vaak rekenen op een hele lading verbale ellende die over je wordt uitgestort. Als je geluk hebt, want de geciviliseerde ouder van deze tijd ziet er ook geen been in om flink uit te halen. “Van mijn kinderen heb je af te blijven.”

Nu is Social Media in het bijzonder en het internet in het algemeen natuurlijk ook vaak een voorbeeld van hele slechte smaak. Iedereen is van mening dat zijn (of haar) mening er toe doet. En dat deze dan ook maar zonder er verder over na te denken de digitale wereld in geslingerd kan worden. Waar je voorheen oog in oog stond, wat toch nog altijd een drempel op wierp, kun je je nu op Facebook verschuilen achter tablet of smartphone. Lekker veilig. “Iedereen heeft recht op zijn mening”. Of wat te denken van Twitter, waar het tegenwoordig trending is om anderen in al dan niet fatsoenlijk gespeld Nederlands verrot te schelden. Af en toe volg ik met stijgende verbazing de verwensingen en zelfs bedreigende uitlatingen van mensen aan het adres van hardwerkende en ongetwijfeld fouten makende Nederlanders.

Er zijn zelfs volksvertegenwoordigers die zich schuldig maken aan dit fenomeen. Ik kan me niet voorstellen dat het getoeter van de heer Wilders bijdraagt aan de oplossing van welk probleem dan ook. Sterker nog, ik vrees dat het hem daar ook helemaal niet om te doen is. Ook hij heeft lompheid naar een cultstatus verheven. Is dat de echte Nederlander die spreekt?

Ik weet wel dat het boek van Amy Groskamp-Ten Have hopeloos verouderd is maar het zou toch wel prettig zijn als we elkaar wat ruimte zouden gunnen. Dat past best, ook al is dit land maar klein. Het leven zou er misschien wat relaxter op worden.

Familie, vloek of zegen

Een lieve vriend zag zijn gezellige kerst volledig in rook op gaan. Hij had de beste voornemens en zorgde er voor dat zijn bejaarde ouders niets hoefden te regelen. Alles werd voor hen gedaan. Zijn zussen werden uitgenodigd en niets zou een gezellig kerstfeest in de weg staan. Dit jaar zou het goed gaan. 

Helaas, niets was minder waar. Frustratie, jaloezie, eigenbelang. Alle ingrediënten voor een ouderwetse familievete waren aanwezig. En wie was de dupe, natuurlijk degene die altijd zijn eigenbelang op de tweede plaats stelt en probeert de familie bij elkaar te houden. Al zijn goede bedoelingen werden linea recta naar hem teruggekaatst, “het moet altijd lopen zoals jij wilt, jij denkt alleen maar aan jezelf.” Vol schuldgevoel bleef hij achter.

Bij weer een ander kerstdiner was de familie niet compleet. De ene zus is getrouwd met een man die de familie uit zijn hart en zijn huis heeft verbannen. Op de foto’s in de woonkamer is de schoonfamilie niet te ontdekken. Dat hij hiermee zijn vrouw in een vreselijke spagaat duwt, is hem blijkbaar onverschillig. Tenslotte is ze met hem getrouwd en niet met haar zussen. Die zussen zijn meer en meer verbijsterd. Zij zoeken de oorzaak nog steeds bij zichzelf maar kunnen hem daar niet vinden. Zou het ooit nog goedkomen?

Natuurlijk bestaan deze ruzies en onenigheden het hele jaar door. Alleen met Kerst wordt het weer wat pijnlijker duidelijk. Je kunt geen tijdschrift open slaan of de televisie niet aanzetten of de goede wensen komen je tegemoet. “Niemand mag met Kerst alleen zijn.” De goede voornemens die per 1 januari niet gemaakt werden, maken hun opwachting met Kerst. “Laten we toch maar weer samen komen. Dit jaar zal het toch wel lukken.” En weer worden hooggespannen verwachtingen de bodem in geslagen. Het kerstgevoel bleek toch weer een reclamestunt te zijn.

Op heel veel plaatsen in de wereld gaat het al niet anders. Waar in de huiskamer broers en zussen elkaar om de oren slaan, staan elders in de wereld buren elkaar naar het leven. Frustratie, jaloezie, eigenbelang. Het zijn maar een paar aanleidingen.

Ach, het is ook wel heel veel gevraagd, vrede op aarde. Ook al was het maar voor een dag.