Bloemkool

ziekenhuis

Als je enig kind bent en je vader wordt opgenomen in het ziekenhuis, voel je je verplicht hem zoveel mogelijk te bezoeken. Dit is geen plicht, je doet dat graag voor hem. Tenslotte is de man op leeftijd en is er ook niet veel familie die hem nog kan bezoeken. Hem in zijn eentje in een steriele ziekenhuiskamer laten liggen is geen optie. Dat kan eenvoudigweg niet.

En dan begint het. Want de bezoeken moeten wel ingepast worden in je werkzame leven. Het is niet zo dat je de hele dag zit te wachten tot je eindelijk naar het ziekenhuis mag. Dus worden er kant-en-klaar maaltijden ingeslagen. “Welke smaak pizza nemen we vanavond? Of zullen we eieren bakken? Zeg maar wat je wilt.”

Alle overige activiteiten worden op een laag pitje gezet. Sommige dingen, zoals strijken, met een glimlach. Andere zaken zijn wat lastiger. Zelfs de hond moet er onder lijden, zijn wekelijkse behendigheidsles wordt even aan de kant geschoven. Zonder onaardig te willen klinken, het is wel een aanslag op je leven. Alles staat in het teken van de bezoekuren. “Ga jij vandaag alleen? Of kunnen we samen?”

Het werd nog erger toen pa van het ziekenhuis in Tilburg, voor ons nog redelijk bereikbaar, werd overgeplaatst naar het UMC in Utrecht. Het aantal kilometers is niet onoverkomelijk, de hoeveelheid file in de spits wel. Voor mij was het niet meer mogelijk pa door de week te bezoeken. Dus kwam alles neer op mijn lief, die zijn eigen tijd kan indelen. De arme ziel.

Want eerlijk is eerlijk, als je iedere dag bij je vader in het ziekenhuis op bezoek gaat, heb je elkaar al snel niks meer te vertellen. Hij maakt helemaal niks mee en in wat jij meemaakt is hij niet echt geïnteresseerd. Dus gaan de gesprekken al snel over het weer en over wat hij vandaag heeft gegeten.

Gelukkig kwam er op een gegeven moment gezelschap van een tante. De enige zus die pa nog heeft. Een vitale dame van 88 jaar oud. Iedere middag stond ze klaar om mee naar Utrecht te rijden. En wat bleek, broer en zus hadden elkaar toch iedere keer weer wat te vertellen. Misschien is het toch een generatie-dingetje, wie zal het zeggen.

Natuurlijk kregen we zeker ook wel hulp. Er waren lieve mensen die het bezoekuur van ons overnamen, we hoefden het alleen maar even te laten weten. Op een van die avonden had mijn lief een verzoek. Wat ik natuurlijk met liefde en plezier heb ingewilligd. Ik heb bloemkool gekookt. We aten het met gekookte aardappelen en verse worst. Heerlijk.

 

Verpleegkundigen

injectienaald

Als er een beroepsgroep is waar ik enorm veel respect voor heb, is het die van verzorgenden en verpleegkundigen. Onlangs konden we dat weer van heel dichtbij bekijken. Mijn schoonvader werd opgenomen in het ziekenhuis, ziek en met veel pijn. Er werden onderzoeken gedaan en met behulp van antibiotica hipperde hij toch wel weer wat op. Wat niet betekende dat hij gelijk weer naar huis mocht.

Daar lag hij dan, een oude weerloze man in een ziekenhuisbed. Met ons naast zich op een stoeltje, tijdens het bezoekuur. Tegenwoordig zijn de bezoektijden behoorlijk uitgebreid, wat betekent dat zijn verzorgenden ook hun taken moeten uitvoeren in het bijzijn van het bezoek. Gelukkig is mijn schoonvader geen lastige man, hij laat alles gelaten over zich heen komen. Maar met wat een geduld en toewijding werd hij verzorgd. Uit niks bleek dat de verpleegkundigen onder druk stonden, niks was teveel.

Natuurlijk heb je onder verpleegkundigen ook handigen en heel handigen. Pa moest weer een nieuw infuus. De armen van de arme man zagen er al uit als een speldenkussen dus er was gekozen voor een dame die zeer ervaren was. Pa zuchtte ongemerkt een beetje. Het deed hem zeer, al die naalden in zijn arm. Maar, het was voor een goed doel dus hij strekte geduldig zijn arm uit. De dame die voor hem plaats had genomen bekeek de oude armen met een deskundige blik. “Kijk” met een geroutineerd gebaar tikte ze op zijn bovenarm, “daar zit een prachtig vat.” Pa balde zijn vuist al. “Doe maar niet,” zei ze vriendelijk, “straks krijgt u kramp en ik kan het zo ook wel.” En inderdaad, dat bleek. In een paar luttele seconden stak de naald uit zijn arm en liep het bloed. Pa keek lichtelijk verbaasd, hij had er niks van gevoeld. De dame bekeek met een glimlach haar werk. “Als je duizend maal per jaar een infuus aanlegt, wordt je er op een gegeven moment wel bedreven in.” Ik sprak mijn bewondering toch uit. Ik moet er toch niet aan denken dat ik dat zou moeten doen. De arme patiënt zou na een groot aantal pogingen waarschijnlijk zijn infuus zelf aanleggen.

Er wordt bezuinigd op de gezondheidszorg. Ik begrijp het wel, tenslotte moeten we die kosten met zijn allen dragen. Niemand wil teveel betalen. Maar eigenlijk zouden we in een rijk land als Nederland daar niet over na moeten denken. We willen allemaal de best mogelijke zorg. Het zou toch fijn zijn als er meer geld kwam, niet voor de managers, maar voor de mensen die aan het bed van de patiënt staan. Die soms moeten omgaan met nukkige en lastige mensen, die dit ook niet expres doen maar gewoon ziek zijn. Die tijdens de verzorging hun rust moeten bewaren terwijl ze op de achtergrond de volgende patiënt al weer horen bellen.

Over het geld heb ik niets te zeggen. Ik kan alleen maar mijn waardering uitspreken. Ik maak een diepe buiging voor al die hardwerkende verpleegkundigen. Chapeau!

 

 

 

 

Respect moet je verdienen

respect

Ik ben van de generatie van het ‘U’ zeggen. Dat hebben mijn ouders mij zo geleerd. Oudere mensen waren ‘U’, zonder uitzondering. De onderwijzer op school was ook meester of juffrouw X. Het was ondenkbaar om hem of haar bij de voornaam te noemen, zoals dat tegenwoordig vaak mode is. Tot op heden noem ik mijn schoonvader ook nog steeds niet ‘jij’. Alleen, mijn nichtjes noemen hem Opa Willem. En dat heeft helemaal niks met disrespect te maken.

En daar begint het. Want wat maakt dat iemand gerespecteerd wordt. Is dat de leeftijd? Volgens mij niet. Moet ik automatisch respect hebben voor iemand die ouder is dan ik? Of voor iemand die door een functie denkt anderen te mogen vertellen wat zij moeten doen? Dat lijkt mij toch niet. Respect moet je verdienen, ongeacht leeftijd of functie.

Ik kan heel veel respect hebben voor mensen die zich inzetten voor anderen. Zonder daar iets tastbaars voor terug te krijgen. Maar ook voor mensen die door heel hard werken veel bereikt hebben. En dat zij daardoor meer geld hebben dan ik, daar kan ik dan ook alleen maar bewondering voor hebben. Ik zou dat waarschijnlijk zelf niet volhouden, altijd maar aan het werk.

Lang geleden, toen ik net mijn werkzame leven begon, werkte ik bij een bedrijf waarvan de directeur vond dat de medewerkers respect voor hem moesten hebben. Hij was immers de baas. Als onervaren medewerker was ik geneigd dat ook te hebben. Tot ik ontdekte dat deze man zijn personeel uitbuitte en ongegeneerd gebruikte. Net zoals hij zijn vrouw en vrienden gebruikte, alles ter meerdere eer en glorie van zichzelf. De man lazerde met een enorme knal van zijn voetstuk en ik nam me voor nooit meer in die val te trappen. Met een grote dosis wantrouwen bekeek ik iedereen die probeerde zich meer voor te doen dan een ander. In de loop der jaren leerde ik dit weer nuanceren, niet iedereen was onbetrouwbaar.

Ik heb geleerd dat respect niets te maken heeft met functie, leeftijd of andere uiterlijkheden. Respect heeft te maken met hoe iemand is. Hoe iemand omgaat met zijn medemens, of die persoon zelf respectvol handelt. Er zijn jonge mensen waar ik respect voor heb en ouderen die dit volgens mij helemaal niet verdienen. En als zij mij dat verwijten, heb ik daar helemaal geen boodschap aan. Zoveel heb ik in het leven wel geleerd.

 

 

 

Boodschappenleed

boodschappen

Volgens mij kent iedereen het wel. Haast, op weg naar een afspraak, en dan nog heel even in de plaatselijke supermarkt dat ene artikel halen dat je gisteren vergeten was. Het hoeft maar heel kort te duren, even in en uit. Helaas.

Voor de glazen koelkast waar ik een doosje spinazie uit wil halen, staat een vrouw op leeftijd die duidelijk niet weet wat ze vanavond gaat eten. En die probeert te besluiten door op iedere verpakking te lezen hoe gezond of ongezond het bewuste artikel is. Een voor een worden de doosjes uit de koeling gehaald en aan en grondige inspectie onderworpen. Het zou me niet verbazen als ze zelfs een overzicht van alle E-nummers uit haar hoofd heeft geleerd. Ik hup van mijn ene been op mijn andere en kuch zacht. Helaas, geen reactie. Nog maar eens proberen. Ik kuch nu wat harder. Even kijkt ze om maar blijft daarna stug doorgaan met het beduimelen van diepvriesgroenten. Waarop ik besluit vanavond dan maar verse broccoli te eten. Even snel de andere spullen en snel verder.

Bij de kassa heb ik niet veel meer geluk. Net als ik mijn boodschappen op de band leg, komt er een dame achter me staan. Ze kijkt me een beetje geringschattend aan als ik haar niet aanbied voor te gaan. Met veel misbaar worden de spullen achter het balkje “volgende klant” op de band gedeponeerd. Ze heeft overduidelijk haast.

De kassière doet haar best iedereen zo snel mogelijk van dienst te zijn. Maar scannen gaat niet sneller dan het gaat. Quasi ongemerkt probeert de dame achter me mijn karretje vooruit te duwen. Haar massieve buik, gestoken in een bloemetjesblouse, drukt opzichtig tegen de handle. Ik kijk naar de spullen die ze voornemens is te kopen. Dat zal een gezonde middag worden, snacks, twee flessen cola en wat chocolade. Ze ziet me kijken en een vuile blik is mijn deel.

Ik voel al mee met de kassière, dit soort klanten is doorgaans ook van mening dat zij slechter behandeld worden dan anderen. En laten dat normaal gesproken ook luidkeels blijken. Maar het arme kind doet echt haar best.

Even later sta ik dan toch buiten, met broccoli in plaats van spinazie. En ik neem me voor om toch volgende keer echt beter naar mijn boodschappenlijstje te kijken.