Oranjekoorts

Ik ben geen voetbalfan. Dat ligt aan mij, ik verdiep me ook helemaal niet in het spel. Ik ben al lang blij dat ik weet wat ‘buiten spel’ is. En natuurlijk vind ik het wel leuk als Nederland wint. Zo chauvinistisch ben ik dan ook wel weer. Maar als ik zie hoe sommige straten versierd zijn tijdens het EK, brr. Dan ben ik blij dat ik in een hele saaie straat woon.

Wat ik ook zo erg vind, is het feit dat Nederlanders al zeker weten dat het toernooi gewonnen wordt als de eerste wedstrijd nog gespeeld moet worden. “We worden kampioen!” Als dat niet lukt, wordt het natuurlijk omgedraaid, “ze hebben verloren.” En 17 miljoen bondcoaches weten precies waar dat aan gelegen heeft. En hoe het wel gemoeten had.

En dan al die reclames op televisie. Sommige zijn heel geestig, daar moet ik wel om lachen. Ik heb zelfs voor onze hond een juichcape aangeschaft. Maar andere reclames zijn echt tenenkrommend. Vooral als er een voetballiedje in voor komt dat de hele dag niet uit mijn hoofd gaat. Afschuwelijk. En je kunt er niks aan doen. Ik weet wel, dat is ook de bedoeling, maar jongens, wat een ellende. Je zou de winkel in kwestie echt gaan mijden.

Gelukkig kunnen we ons ook mengen in de discussie rond de schermen. Mogen er nu wel of niet grote schermen op de terrassen. Het kan mij eigenlijk niet schelen, ik ga toch niet kijken. Maar de Corona-discussie houdt ook op dat vlak de gemoederen goed bezig. Met alle scheldpartijen van dien. Ik lees en geniet mee. Hoe dom kunnen mensen toch uit de hoek komen. Het heeft niet eens meer iets met voetbal te maken. En daar kunnen mensen zich al zo druk over maken. Soms kan ik het echt allemaal niet meer volgen.

Nou ja, vanavond eerst maar eens afwachten of het EK-avontuur voor Nederland door kan gaan. Ik zou het de horeca van harte gunnen. Het zou voor hen een mooie opsteker zijn als Nederland ver komt in het toernooi. En als ze dan nog schermen op mogen hangen, dan zou dat helemaal fantastisch zijn. Misschien kunnen we dan voorzichtig wat gaan vieren. Al was het maar dat Corona even wat minder ons leven in de war schopt. Maar laten we in vredesnaam met beide voeten op de grond blijven staan, de laatste keer dat Nederland iets won was in 1988. Toen speelde Berry van Aerle nog mee. Zo lang is dat al geleden.

EHBO in Corona-tijd

Een aantal jaren geleden heb ik mijn EHBO-diploma behaald en sindsdien word ik jaarlijks uitgenodigd voor de herhalingscursus. Naast dat het veel hilariteit oplevert, is dat natuurlijk ook gewoon heel nuttig. Het is grappig om elkaar in het verband te draaien of in een koeldeken te wikkelen. Maar het oefenen met reanimatie is echt een must, dat moet je serieus bijhouden.

Vorig jaar lag alles natuurlijk stil. Onze EHBO-herhaling was online. Theorie en vragen. Jammer maar wel heel begrijpelijk. Ik deed braaf mijn cursus en hoopte er maar het beste van. Iemand reanimeren lijkt me sowieso al een heel heftige ervaring maar om dat in Corona-tijd te moeten doen, hmm, dat maakt het nog wel gecompliceerder. Want je wilt natuurlijk wel veilig blijven, hoe graag je ook een ander wilt helpen.

Ook dit jaar kwam er een uitnodiging voor de herhalingsdag. Op locatie deze keer. Het mocht, onder strenge voorwaarden, weer een klassikale training worden. En, eerlijk is eerlijk, ik vroeg me wel af hoe dat dan ging plaatsvinden. Want anderhalve meter afstand, da’s toch lastig. Maar ach, er zou vast over nagedacht zijn dus zorgen maakte ik me niet. En dat was ook helemaal niet nodig. Bij binnenkomst zag je al dat geen moeite was gespaard om alles veilig te laten verlopen. De onvermijdelijke voorraad mondkapjes, desinfectiespray, vragenlijsten, het was allemaal voorradig. In de grote zaal hadden we allemaal een eigen tafel. Met eigen flesje water en een dame met handschoenen aan die een kopje koffie in schonk. Het deed wel bijzonder aan, al die maatregelen.

De trainer legde ons de aanvullende voorwaarden uit, het Lotus-slachtoffer niet aanraken, elkaar niet aanraken, dus verband aanleggen op je eigen been. Hoofd mocht ook maar dat is niet zo handig. En de reanimatie natuurlijk. Toch nog hilariteit.

Op de grond lag een aantal poppen zonder gezicht. Echt, robocop was er niks bij. We kregen allemaal een pakketje met daarin een gezicht en een plastic zak met een ring die de longen moesten voorstellen. “Eerst de plastic zak in het gezicht stoppen. Daarna de neus goed aandrukken en de oren met de drukkers vastmaken.” De opmerkingen waren niet van de lucht. Na het oefenen moesten de gezichten weer verwijderd worden. Die gingen in een grote bak. Ze zouden op 60 graden in de vaatwasser gaan. Echt, het was geen gezicht.

Toen de Corona-crisis uitbrak, had ik geen idee hoelang het zou gaan duren. Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat het zo lang zou duren. Maar ook de impact had ik toch wel onderschat. Zelfs de EHBO-cursus werd een uitdaging. Want een tourniquet aanleggen bij jezelf, dat is helemaal niet grappig.

Wereldreiziger

Ik ben geen wereldreiziger. Nooit geweest. Niet dat ik niet benieuwd ben naar andere culturen of niet kan genieten van prachtige natuur of interessante gebouwen, zeker wel. Alleen, ik heb een bloedhekel aan het reizen zelf. Als je vliegt, moet je op de meest onmogelijke tijden op zo’n vliegveld zijn. Zeulen met een koffer, wachten, koffie die niet te drinken is. Jakkes. En dan zit je in zo’n vliegtuig, met je knieën tegen je voorganger. Oh, natuurlijk, dat zal in de eerste klas veel beter zijn, maar ik heb in mijn leven alleen nog maar cattle-class gevlogen. Tussen de snurkende mensen, de jengelende kinderen en de stewardessen die echt vreselijk hun best deden maar het ook niet allemaal tegelijk konden. Waardoor er weer mensen gingen klagen. Pfff.

Met de auto dan. Met mijn maatje, ’s morgens om half vijf uit de veren. Bakje koffie en hup, op pad. Om een uur of elf had ik geen benul meer van tijd of plaats en om drie uur ’s middags was ik helemaal hol van binnen. Dan wilde ik ook echt die auto uit. En we stopten heus wel hoor, onderweg. Maar vaak precies op het tijdstip dat er ook een buslading ouden van dagen werd uitgeladen bij het wegrestaurant waar wij wilden eten. Nu was dat niet altijd verkeerd, het heeft me regelmatig inspiratie voor mijn blogs opgeleverd. En ook wel boze reacties van lezers die het begrip “milde spot” niet begrepen. Waarschijnlijk voelden ze zich aangesproken, ik weet het ook niet.

En eerlijk is eerlijk, ik ben ook niet zo’n held dat ik mijn rugzak pak en naar Zuid-Amerika af reis. Ik zou je danken. En dan nooit meer terugkomen zeker. Ik las pas nog een bizar verhaal van een Belgische man die meer dan een jaar vermist was in Peru. Hij was daar in de Corona-pandemie terecht gekomen. Geld kwijt, telefoon kwijt, sprak de taal niet en is eigenlijk gewoon kwijt gelopen. Met bedelen heeft hij zijn kostje kunnen scharrelen en uiteindelijk is hij dan toch bij een of andere instantie aangeland die hem heeft geholpen. Maar dan heb je geluk. Stel voor dat je de jungle in dwaalt en een of ander dier denkt “hee, dat is een lekker hapje”. Ha, in mijn geval zou hij dan natuurlijk wel van een koude kermis zijn thuisgekomen, redelijk op leeftijd en niet heel veel vet op de botten, maar toch. Het zal je maar overkomen. Nee, ik sla even over.

Dus is mijn vakantie echt een periode om tot rust te komen en mijn batterij op te laden. Twee uurtjes rijden, neerstrijken bij een riviertje, heerlijk uit eten of BBQ’en en genieten van een drankje. Ok, het weer kan af en toe roet in het eten gooien. Dat klopt. Maar die keer dat wij door Malaga liepen in de stromende regen dacht ik ook “bah, wat is dit een vieze stad.” En wellicht wordt de transporter uit Star Trek nog eens een keer echt uitgevonden. Dan reis ik zeker overal naar toe. “Beam me up, Scotty!”

Vaccinatie

Het lijkt dan eindelijk toch te gaan gebeuren. Langzaamaan weer terug naar het ‘normale leven’. We weten bijna niet meer hoe dat was. Hoe het voelt om iemand een knuffel te geven, zomaar. Of zelfs maar gewoon een hand. Maar het gaat dan toch gelukkig de goede kant uit. Minder besmettingen, meer vaccinaties. Versoepelingen die weer doorgevoerd kunnen worden.

En dan is toch één van de voordelen aan het niet meer piepjong zijn dat je betrekkelijk snel een uitnodiging krijgt om een prik te gaan halen. Natuurlijk heb ik niet zo veel geduld dus ik heb de site van de RIVM gestalkt om te zien wanneer de link naar het maken van een afspraak geactiveerd zou worden. Er werd keurig aangegeven wanneer welk bouwjaar een afspraak kon maken. Nee, ik heb niet voorgedrongen, dat zou ik echt niet netjes vinden, maar ik heb wel zo snel mogelijk “geboekt”. Voor mijn maatje en voor mijzelf. In onze omgeving is het op het moment een veelgestelde vraag, “heb jij al een afspraak kunnen maken?” Inmiddels is de eerste gezet en ik vind het toch een veilig idee, ik kan er niks aan doen.

Natuurlijk, als we dan twee keer gevaccineerd zijn, mogen we nog steeds niet alles. Dan moeten we ons nog steeds gewoon aan de regels houden. Het mondkapje blijft voorlopig nog even onderdeel van onze standaarduitrusting. Maar dat geeft niet, dat zijn we al zo lang gewend, dat kan nog wel even wat langer. Want het einde is dan toch eindelijk in zicht.

Het is wel vervelend dat er toch nog steeds veel mensen ziek worden. En nu vooral de mensen tussen de 18 en 30 jaar oud. Laten we hopen dat ook zij zich toch een beetje aan de regels houden. En niet op een kluitje gaan zitten in een park. Alsof ze onoverwinnelijk zijn. Een goede stok achter de deur is denk ik wel de komende vakantieperiode. Want ook, en met name, jonge mensen willen er toch wel weer graag weer op uit. Gelukkig komt het vaccinatieprogramma inmiddels echt wel op stoom. Bizar eigenlijk, dat we daarvan afhankelijk zijn voor onze zomer.

Onze geplande vakantie naar Engeland is voor het tweede jaar uitgesteld. Met een jaar, naar juni 2022. Dan zal het toch wel kunnen? Ach, wat in het vat zit, verzuurt niet, zullen we maar zeggen. Eerst maar eens genieten van een zomer dicht bij huis. Ook gezellig toch!