Afscheid

Nettle-LeafSoms krijg je een bericht waarvan het kippenvel ineens op je rug staat. Je leest het nog een keer om jezelf ervan te vergewissen dat je je niet vergist. Ja, het staat er echt. Die collega, die nog geen jaar geleden met pensioen ging, om te gaan genieten met haar man, is niet meer. “Na een kort ziekbed”, zo’n simpele opmerking waar een wereld van verdriet achter schuil gaat. Voor een simpel kwaaltje naar de huisarts, niet wetende dat zij op het punt stond haar doodvonnis te vernemen.

Haar man is ongetwijfeld in ontreddering achtergebleven. Tenslotte waren ze al hun hele leven samen en deden ze ook alles samen. Ik ken geen stel dat zo op elkaar was ingespeeld dan zij. Ze hebben zelfs meer dan tien jaar een kantoor gedeeld. Moest ik met mijn man samen op één kamer werken, ik had na twee dagen al ruzie. Misschien zelfs wel na een dag, al was het alleen maar over de hoogte van de thermostaat of over het al dan niet openzetten van een raam. Niet zij, ze waren als jonge mensen bij het bedrijf gaan werken en gingen, veel jaren later, ook daar met pensioen. Ze zagen mensen gaan en komen maar bleven altijd hun eigen weg gaan.

Ik had ook daar veel bewondering voor. Hij ouderwets galant, zij goedmoedig dominant. Maar altijd met respect naar elkaar en anderen. Als je informatie wilde hebben, over welk onderwerp dan ook, dan liep je bij hem binnen. Als lopende encyclopedie kon hij je bijpraten over wat je ook maar wilde weten. Zij specialiseerde zich in kwaliteit en het milieu en werd in het bedrijf daarin een expert. Collega’s haalden soms met schaamrood op de kaken het afval weer uit de verkeerde bak waar ze het net nonchalant hadden ingegooid. Geduldig legde zij ons nog maar een keer uit waarom we afval moesten scheiden. En waarom het ook voor het bedrijf waar we voor werkten zo belangrijk was, het statement dat we maakten richting de klant. Onhoorbaar zuchtten we, haar passie duurde soms in onze ogen wel erg lang.

Met een simpel bericht is aan dit alles een eind gekomen. We kunnen ons nooit meer verbazen over haar presentaties die zo moeilijk waren dat vrijwel iedereen na een tijdje het spoor bijster was. Maar ik zal ook nooit meer bij haar binnen kunnen lopen voor advies. Ik heb vaak dankbaar gebruik gemaakt van haar levenservaring. En ik had haar zo gegund dat ze nog lang had kunnen genieten van dat glaasje witte wijn, zittend in de zon met haar geliefde man.

Naarmate je ouder wordt, overkomt je dit steeds vaker. Het hoort bij het leven. Maar wennen doet het nooit.

Gevaarlijke vechthond

Stef
Stef

Sinds een aantal jaren hebben wij een hond. Een hele lieve hond, genaamd Stef. Hij is van het bekende ras Staffordshire Bull Terriër. Dat zijn hele gevaarlijke honden, gemaakt om te vechten. Althans, dat is het vooroordeel. Vaak als ik vertel wat het ras is van onze hond, is de reactie “maar die zijn toch vals”. Natuurlijk, het is een ras dat vals geboren wordt. Net als Pittbulls.

Gelukkig kan Stef zelf alle vooroordelen in een handomdraai wegnemen. Er is geen grotere knuffelbeer en het liefste dat hij doet is op schoot kruipen. Niet helemaal ideaal met zijn 24 kilo maar wel heel gezellig. Ook op de behendigheidstraining wordt er goedmoedig om hem gelachen. Zijn enthousiasme is grenzeloos. Hij kan bijna niet wachten tot de andere honden hun rondje hebben gelopen en hij aan de beurt is. Als het alleen om snelheid ging, was hij de absolute kampioen. Het gaat alleen niet enkel om snelheid maar ook om elegantie. En dat is niet een van Stef’s eigenschappen. Hij is heel lief, maar ook heel lomp. Vrijwel alle dwarsliggers heeft hij al een keer omvergesprongen, de nieuwe band was na één ontmoeting met Stef al in twee stukken en zelfs de tunnel wist hij te ontwrichten. Hij bedoelt het goed.

Ook in de competitie zullen we nooit bovenaan eindigen. Natuurlijk ligt dat voornamelijk aan mijzelf. Ik moet Stef sturen, hij kijkt trouw en vol ongeduld naar me om te zien waar we heen moeten. Als ik te laat reageer, neemt hij een beslissing. En dat is niet altijd de juiste, maar ach. Hij loopt zo hard, ik kan hem toch met geen mogelijkheid bijhouden.

Eenmaal thuisgekomen na een uurtje sporten springt hij voldaan op de bank. Hij rolt zich in een knoedel en valt tevreden in slaap. Zijn gesnurk klinkt huiselijk, ook dat zou ik niet willen missen.

Helaas zijn de vooroordelen ten opzichte van een pikzwarte Stafford niet makkelijk weg te nemen. Ik kan het me ook wel voorstellen, hij oogt wel degelijk vervaarlijk, met zijn brede kop en vierkante schouders. Maar het is niet eerlijk een hond af te rekenen op de fouten die zijn eigenaar maakt. Ik denk niet dat Stef en ik daar iets aan gaan veranderen, we zullen er mee moeten leren leven. We blijven echter ons best doen. Sowieso.

Ach, en als een kakmadam met een Chihuahua ons in het vizier krijgt en fluks haar in blingbling geklede accessoire voor de zekerheid toch maar van de grond tilt, roep ik altijd net iets te hard, “kom maar Stef, je hebt al gegeten.” 

Efteling

Met mijn ouders woonde ik in mijn jeugd in het plaatsje waar ook de Efteling is gevestigd. Als inwoners waren wij bovenmatig trots op dit geweldige pretpark. Ik weet nog dat we van school uit zwemles hadden in het buitenbad dat de Efteling toen nog had. Het water was niet verwarmd, als het 14 graden was gingen we zwemmen. Wat heb ik daar een kou geleden, onvoorstelbaar.

Later mocht ik weleens mee met een vriendinnetje. Haar vader was werkzaam bij het pretpark en verantwoordelijk voor een groot aantal attracties. Ik weet nog dat we in het spookslot stonden, nog in aanbouw, en keken naar de grote vinger waar later een kroonluchter aan zou bengelen. Mijn, toen al immense, fantasie sloeg direct op hol. Het is altijd mijn meest favoriete plaats van het park gebleven.

Natuurlijk heb ook ik later vakantiewerk gedaan in het park. Dat deden we allemaal, de kinderen uit het dorp. We kregen een uniform en begonnen ’s ochtends eerst met het vegen van de omgeving van de attractie waar we die dag stonden. ’s Avonds was je doodmoe van het helpen van de gasten, het blijven lachen en het harde werken. Maar voor we weg mochten, werd eerst weer de hele omgeving van de attractie geveegd. Het park moest schoon blijven.

Ook als volwassene kom ik nog graag terug. Het sprookjesbos, de prachtig aangelegde bloemenborders. Geweldig om te zien hoe kinderen kunnen genieten en griezelen. Die verwachtingsvolle gezichtjes met rode wangen van de spanning. De Fata Morgana, Villa Volta, de geweldige verhalen die verteld worden. Je kunt zien dat het park met veel zorg en liefde wordt ontworpen en onderhouden.

Het enige irritante aan sommige attracties, is het muziekje dat er wordt gespeeld. Je raakt het de hele dag niet meer kwijt.

En nu, nu liggen die attracties onder vuur. Omdat zij discriminerend zouden zijn. De Efteling gaat luisteren naar de argumenten van de actiegroep. Ik ben eigenlijk wel heel benieuwd wat die argumenten zijn. Als de fantasie van kinderen al niet meer geprikkeld mag worden, wat mag er dan eigenlijk nog wel. Gaat het niet veel te ver om overal iets slechts in te zien, is er dan ook niet iets mis met de manier waarop je zelf naar de wereld kijkt?

Uiterlijk vertoon

Kamperen is voor mij een zegen. Als ik ’s ochtends de hond uitlaat op de camping, en ik weet zeker dat ik niemand tegen ga komen, dan loop ik in mijn rubberlaarzen. Als ik ’s avonds tanden ga poetsen en het heeft overdag geregend, dan heb ik mijn groene regenjas aan. Ook weer samen met die rubberlaarzen. Ik zie er dan namelijk niet uit. Mijn krullen zijn een heel eigen leven gaan leiden, mijn spijkerbroek zit vol vegen van mijn overenthousiaste hond.

Hoe is het dan toch mogelijk dat ik dan bij de toiletten iemand tegenkom die helemaal gemaquilleerd is en er tiptop uit ziet. Er zit zelfs geen modder op haar lichte schoentjes. En dat terwijl ik op mijn deel van de heenweg om de plassen heb moeten slalommen. “Dat komt omdat jij nou nooit eens uitkijkt”, zou mijn moeder verwijtend zeggen. En het klopt, ik ben daarin redelijk onbesuisd.

Waarom kan ik dat niveau van ‘appearance’ nou nooit eens bereiken. Als ik me onbespied waan, zie ik er uit als een vogelverschrikker. En natuurlijk kom ik dan iemand tegen die ik niet had verwacht. Uiteraard een bekende en meestal iemand die er ook moeiteloos onberispelijk uit kan zien. En die je dan ook een, voor je gevoel, uur aan de praat houdt over koetjes en kalfjes. En jij je maar pijnlijk bewust zijn van hoe je er uit ziet. Je voelt gewoon je haar alle kanten uit gaan pieken. Gewoon weglopen is ook zo onbeleefd dus je blijft keurig in gesprek. Als de kwelling eindelijk voorbij is en er zo ongeveer een schroeiplek moet zijn ontstaan op de plaats waar je stond, kijk je met een zucht de ander na. Nee, een salonfiguur zul je nooit worden. Helaas.

Die mensen hebben ook nooit blauwe plekken of schrammen. Terwijl ik niet compleet ben zonder. Dat komt ook weer door die eerder genoemde onbesuisdheid, maar toch. En eerlijk is eerlijk, iedere vrouw wil er aantrekkelijk uitzien. Noem het een misser in onze karakters, het is wel een gegeven waar we rekening mee moeten houden. En we doen het niet eens zo zeer om de mannelijke bevolking te behagen. Wel nee, we doen het omdat we niet willen onderdoen voor onze vrouwelijke collega’s. De meeste mannen houden ook helemaal niet van een graatmager model. Het feit dat wij vrouwen ons met liefde en plezier uithongeren wordt veroorzaakt door onze eigen rivaliteit ten opzichte van onze vriendinnen.

Wij lopen door de stad en bezien alle andere vrouwen met een kritische blik. Hoe dik is zij, hoe goed past die skinny jeans haar? “Nee hoor” zeggen we zelfverzekerd “ik doe niet aan de lijn, mijn lijf is goed zoals het is.” Huh huh, maar ondertussen staan we ’s ochtends voor de spiegel en nemen ons voor vandaag minder te eten. Het beste zou zijn helemaal niet. Als een fotomodel zouden wij ook op een enkel blaadje sla willen leven. Helaas past dat dan weer niet bij het leven dat wij leiden en het werk dat we moeten doen. Halverwege de ochtend vertelt onze maag ons zonder omwegen dat er voeding in moet, omdat we anders om gaan vallen.

We hebben altijd onze mond vol over emancipatie en hoe vrouwen zich moeten ontwikkelen. Maar als een vrouw dat dan probeert en boven het maaiveld uit komt, zijn het echt niet de mannen die als eerste proberen de vrouw terug op haar plaats te zetten. Meestal zijn het vrouwen in haar omgeving die achter haar rug om proberen haar opmars te stuiten. Want daar zijn wij vrouwen ook meester in, in het achter iemands rug om dingen voor elkaar boksen. “Wie denkt zij wel dat ze is. ”Misschien komt het gewoon voort uit onzekerheid, want als andere vrouwen geëmancipeerd zijn en hun leven inrichten zoals ze zelf willen, dan moet jij dat misschien ook gaan doen. Dan heb je geen excuus meer.

Daarom schaam ik me in mijn hart ook eigenlijk helemaal niet voor mijn vogelverschrikker-outfit. Ik ben wie ik ben en daar ben ik trots op.