Bijzonder boodschappenlijstje

Nadat de beslissing was gevallen en we wisten welke caravan de komende jaren ons vakantieplekje zou gaan worden, kwam het besef dat we er daar nog niet mee waren. Want een caravan kopen is één ding, hem inrichten met huisraad is weer iets heel anders. En samen met onze caravan was onze oude inventaris mee weggespoeld. Het was wel een beetje gemeen, maar we hebben de moeder van Jan Smit regelmatig geciteerd “alles is weg”.

En dan ga je bedenken, tja, maar dan ook echt alles. Want dan kom je straks aan op je plekje op de camping. Caravan op zijn plaats en de stroom aansluiten. Ah, stroom, daar hoort een kabel bij met speciale stekkers. Die hebben we niet. Stoelen voor buiten, een tafeltje, ook niet meer aanwezig. Bakken voor Stef, die arme hond moet toch ook eten en drinken.

We begonnen aan ons boodschappenlijstje. Dekbed, dekbedovertrek, kussens. Je kon het zo gek niet bedenken of het moest erop. Steeds kwamen we weer nieuwe dingen tegen die we niet meer hadden. Van de sufste zaken zoals badslippers voor het douchen tot de meer belangrijke dingen als een gasfles.

En het grappige, sommige dingen waren echt al vreselijk oud. We kamperen inmiddels al zo’n 25 jaar. In de loop van die jaren hebben we veel spullen verzameld. Mijn maatje weet ook van alles nog waar het is gekocht, dat komt uit Duitsland, dat uit Oostenrijk, dat hebben we in de Ardèche gekocht. Natuurlijk, veel is ook vervangen, maar Mepal borden en bekers gaan echt heel lang mee.

Maar goed, we togen naar de campingwinkel. Verstand op nul en je niet ergeren aan mensen die voor hun plezier aan het winkelen zijn. Wij zijn hier met een serieus doel. Lijstje in de hand en pen in de aanslag om af te vinken. Past het allemaal wel in één karretje. Nou, dat ging net, we scoorden in de uitverkoop ook nog een mooi kussen voor Stef. Hoeft hij niet op een plaidje te liggen, arm beestje. De auto zat vol toen we naar huis reden. En we zullen vast nog dingen vergeten zijn. En misgrijpen als we straks weer op vakantie zijn.

Ach, inderdaad, we waren helemaal niet van plan iets nieuws te kopen. Als de Amblève geen roet in het eten had gegooid, hadden we nog steeds dik tevreden onder onze niet passende luifel gezeten. Maar nu het toch zo is, ga ik gewoon genieten van alle nieuwe spulletjes.

Sportprestaties

Ik kan er echt met verbazing naar kijken, naar de prestaties die worden geleverd door atleten op de Olympische Spelen. Geweldig. Daar gaat een voorbereiding, een discipline en een doorzettingsvermogen aan vooraf, dat is onvoorstelbaar. Daarom is het ook mooi dat daar aandacht aan wordt besteed. Zelfs dit jaar, toen er nog steeds niks mocht, werden de sporthelden geëerd in een dagelijks programma dat werd gepresenteerd door Umberto Tan. Leuk om naar te kijken. Ook fijn voor de atleten, tenslotte moesten ze in Tokyo de steun van supporters al missen. En ik geloof best dat een atleet de prestaties niet alleen levert voor het applaus maar het is toch ook best wel een hart onder de riem.

Wat mij wel verbaast, is dat deze programma’s niet georganiseerd worden voor de paralympische sporters. Volgens mij leveren zijn qua sport dezelfde prestaties en moeten zij daarnaast nog een paar andere hindernissen overwinnen. Zo’n man als Jetze Plat, zo, daar kun je toch wel bewondering voor hebben. En dan wint hij ook nog eens drie keer goud. En hij is echt niet de enige, de ploeg Nederlanders die bij de Spelen aan de start komt is indrukwekkend.

Natuurlijk kun je het wel teruglezen, ook de sponsoren besteden er veel aandacht aan, maar ik mis toch wel een beetje de tamtam. Gelukkig is de NPO dit jaar eindelijk zo ver dat ze er dagelijks aandacht aan besteden. Dat is voor het eerst. Je moet alleen wel enorm op zoek naar dat nieuws. Tenslotte luistert niet iedereen naar Radio Een. En zeker niet ’s nachts, als er mooie interviews met de paralympiërs worden uitgezonden.

Is het misschien bij de commerciële omroepen zo dat alleen wat mooi en makkelijk is in beeld wordt gebracht? En doen we de ‘moeilijkere’ onderwerpen alleen in een programma met Johnny de Mol? Het zou kunnen natuurlijk. Tenslotte moeten de meeste commerciële omroepen het helemaal niet van de diepgang hebben. Gewoon lekker scoren met simpele programma’s die aanslaan bij mensen die blijkbaar niet verder willen nadenken. Ik vind het alleen erg jammer. Je doet een hele grote groep mensen volgens mij ernstig tekort.

Wat wil je later worden

Op het moment zie je regelmatig een reclame langskomen van een aanbieder van opleidingen die vraagt aan kinderen wat ze later willen worden. Heerlijk, die antwoorden. Het gaat van brandweerman tot Donald Duck-schrijver. Lekker ongehinderd door vakkenpakketten en niveaus in opleidingen. Ik hou ervan. Ik weet nog goed dat ik op de kleuterschool zat, nu heet dat groep 1 maar toen waren we nog gewoon kleutertjes, en dat de juffrouw vroeg wat ik later wilde worden. Ik zie mezelf nog staan, op een stoel, met een feestmuts op want ik was jarig. Ik wist het eigenlijk nog niet, wat zou ik willen worden. Dus ik zei “juffrouw”. Het was het eerste dat in me op kwam.

Later veranderde dat nog diverse malen. Het ging van “iets met dieren” naar “iets met mensen”. Uiteindelijk ben ik door toevalligheden en interesses gekomen waar ik nu ben en daar ben ik erg blij mee. Maar waar ik altijd wel jaloers op kan zijn, is op mensen die iets kunnen maken. Iets dat blijft.

Ikzelf ben niet van de handige tak. Ik ben meer van het “wat mijn ogen zien, maken mijn handen kapot”. Geef me gereedschap in mijn handen en ik heb na een half uur een pleister nodig. Het is werkelijk verschrikkelijk. Gelukkig kan ik er zelf hard om lachen en heb ik andere kwaliteiten, maar iets maken, nee dat gaat het echt niet worden. En jaloers is dan ook niet het goede woord, maar ik kan met bewondering kijken naar mensen die echt iets moois kunnen maken van hout. Meubelmakers bijvoorbeeld, dat lijkt me een prachtig beroep. Of stoffeerders, die van een houten geraamte een echte stoel maken. Dat is toch geweldig als je dat kunt. Mensen die echt liefde hebben voor hun vak. Ik kan het alleen maar mooi vinden.

Daarom vind ik het zo jammer dat de aandacht tegenwoordig alleen maar uitgaat naar het werken met een computer. Natuurlijk, dat is ook echt een heel nobel beroep. Maar waarom is het minder goed als je met je handen werkt. En zeker, je moet doen wat je leuk vindt en het beste uit jezelf halen, maar als dat betekent dat je dingen kunt maken, die over jaren nog steeds bestaan, dan denk ik dat je daar heel gelukkig van kunt worden. Sommige dingen kunnen we heel goed automatiseren zodat mensen niet meer de hele dag dezelfde handeling hoeven te herhalen. Maar echt creëren, dat lijkt me het mooiste wat er is.

Op jacht

Onder het motto “we moeten het er het beste maar van maken, het is nu toch zo” gingen we dan toch maar op zoek naar een andere caravan. Het budget was vastgesteld en we konden van start. Natuurlijk begonnen we, zoals dat in deze tijd hoort, op internet. Lang leve Google. Als je je zoekopdracht niet goed definieert, weet je echt niet wat je overkomt. Het is ook handig om het zoekgebied te verkleinen. Want het kan dan wel een mooie aanbieding zijn, Dokkum is toch best een eind rijden vanaf Brabant.

Naast de serieuze zoektocht konden we het ook niet laten om te kijken in de categorie Tabbert en veel te duur. Samen zaten we achter het scherm en verbaasden ons. Caravans zo groot als een huis, en bijna even duur. De duurste caravan die we tegenkwamen was een Kabe van maar liefst 118.900 euro. Stel je voor dat je daar een kras op maakt. Of dat Stef bedenkt dat een hor maar een lastig ding is en probeert daar doorheen te lopen. Ik zie het al helemaal voor me. Niet dat ons budget zo ver reikt, helemaal niet, maar het is wel grappig om te bedenken “wat als”. Maar misschien, als je zoveel geld kunt neertellen voor een caravan, dat je dan niet zo schrikt van een blutsje hier of daar. Hoewel, vaak is het bij de mensen met de oudste caravan het meest gezellig toeven. Daar hoef je in ieder geval je schoenen niet bij het dweiltje op het opstapje te laten staan.

Natuurlijk keken we ook naar de meest foute caravans die we konden vinden. Maar eerlijk is eerlijk, die grote Tabberts zijn wel van alle gemakken voorzien. Het is dat ze zo’n bijzondere naam hebben en gelijk een associatie met vioolspelende zigeuners bij een kampvuur oproepen. Want het is niet zo dat ze voor een prikkie te koop zijn. En je hoeft verder ook niks aan te schaffen, de magnetronoven en afzuigkap zijn prominent aanwezig.

Inmiddels zijn we ook bij een caravanbedrijf gaan kijken. De caravan die daar werd aangeboden, voldeed op internet helemaal aan onze wensen en eisen. En gelukkig viel het “in het echt” ook helemaal niet tegen. Natuurlijk, er zijn altijd grotere, mooiere en duurdere. Maar het ziet er naar uit dat we binnenkort toch weer een eigen plekje hebben in de Ardennen. En daar kan helemaal niks tegenop.

Klokken

Iedereen heeft recht op een hobby. Iedere gek zijn gebrek, luidt het gezegde. Mijn maatje spaart klokken. Ik vind het geen gebrek, ik hou ook van klokken. Het is een hobby die lang heeft gesluimerd. Eigenlijk was de trigger het overlijden van de oudste zuster van mijn schoonvader. Tante Jeanne. Zij was een beetje een mysterie, niemand van de familie kwam bij haar over de vloer. Waarschijnlijk omdat ze samenwoonde met een andere dame. En dat was in die tijd, en in die familie, niet helemaal geaccepteerd. Mijn maatje en mij boeide het niet. Wat je gelukkig maakt, moet je koesteren.

Na het overlijden van tante Jeanne bleek dat zij mijn maatje en zijn neef, tevens naamgenoot, had aangewezen om het testament tot uitvoer te brengen. Uiteraard ging de erfenis naar haar broer en zussen maar de beide executeurs kregen ook een vergoeding. Mijn maatje de staande klok en zijn neef de televisie. Wat hebben we gelachen. Tante Jeanne was ver in de tachtig. Die televisie zou wel een enorme toeter aan de achterkant hebben en die klok, ach, wat moet je nou met een staande klok.

Mijn maatje en zijn neef gingen polshoogte nemen in het huis. Tante bleek een enorm huis te hebben met een antieke, maar dan echt, inrichting. Het enige moderne in het huis bleek een B&O televisie. De executeursvergoeding was toch wel iets waar tante over nagedacht had. De staande klok kwam mee met mijn maatje en we plaatsten hem boven, op de overloop, in een hoekje. Daar werd hij braaf opgewonden en door mij wekelijks afgestoft. Tot we eigenlijk een keer samen aan tafel zaten en herinneringen ophaalden aan tante Jeanne. “Vind jij het eigenlijk niet zonde van de klok?”, vroeg mijn maatje. Ik had er ook al over na lopen denken. “We moeten hem naar beneden halen.” Inmiddels heeft de klok een prominente plaats in onze woonkamer. De slag winden we niet op, ieder kwartier de Big Ben is iets te veel van het goede.

Het leek wel of de staande klok de start was van een soort traditie. Mijn maatje erfde steeds een klok. Werkend of niet, dat maakte niet uit. Een klok is een klok, mijn maatje houdt ervan. Pasgeleden is de zus van mijn schoonvader overleden, de moeder van de neef van mijn maatje. Een dame waar wij altijd een immens respect voor hebben gehad. Zij was tot op hoge leeftijd actief, ik hoop dat ik het zo mag redden. Omdat haar huisje opgeruimd moest worden, kon mijn maatje zijn neef een keer helpen. “Wil jij een aandenken?” Ik zag bij de spulletjes een klokje staan. Ik zag mijn maatje twijfelen, je wilt natuurlijk ook niet als een aasgier overkomen. Gelukkig overwon hij zijn schroom, “als jullie het niet erg vinden, dan wil ik graag het klokje.”

Inmiddels heeft het een mooi plekje gekregen, bij ons. Voorlopig mag het ook slaan, ieder half uur. Het is een helder geluid, het herinnert ons aan de energie van tante. En dat is mooi.

Terug van vakantie

“Hoe was je vakantie?” Het is de vraag die je altijd krijgt als je weer begint met werken. Ik stel die vraag zelf ook altijd aan mijn collega’s. Meestal is het antwoord dan iets in de trant van “lekker, mooi weer, leuke dingen gedaan, veel te kort.” Nu was onze vakantie ook wel gezellig, zeker, maar toch wel heel anders dan we ons hadden voorgesteld. Twee weekjes Ardennen werden twee weekjes thuis. Ook gezellig, zeker, maar wel vanwege een hele rare reden. En met een bijzonder actielijstje. Verzekeringsmaatschappijen inschakelen, afspraken maken met experts. Niet mijn dagelijkse werk. Je leert er weer iedere dag van.

De collega’s die wisten wat er gebeurd was, vroegen gelijk hoe het ging. Of we nog wat hadden kunnen redden en wat we gingen doen. Of de camping weer open was, of überhaupt nog open ging. Of we toch weer op datzelfde plekje gingen staan. En of we nu een andere caravan gingen kopen. Vragen waar we zelf ook al over nagedacht hadden. En het kan misschien nog wel even duren maar ik ben er van overtuigd dat we over een tijdje weer heerlijk gaan kamperen.

Een ander verhaal zijn de collega’s die echt heel nietsvermoedend vragen of je een leuke vakantie hebt gehad. Toch een beetje lastig te beantwoorden. Want ja, het was fijn om even niks te hoeven. Lekker samen met mijn maatje wakker worden bij een uitgebreid bakje koffie. Luisteren naar Stef, die na zijn ontbijt toch nog maar even aan het snurken is geslagen op de bank. Daar was niks mis mee. En je wilt mensen ook niet te erg laten schrikken. Tenslotte zijn wij maar spullen kwijt. En verder niks. Dus ik breng het verhaal maar met een lach. Je ziet de meesten dan wel verschieten. “Oei, dat wist ik niet, wat vervelend voor jullie.” Sommigen vinden het ook bijzonder dat ik er om kan lachen. Nou ja, ik vind het niet grappig, maar met lelijk kijken verandert de situatie ook niet.

We proberen het in september gewoon nog een keer. Misschien op ons eigen stekje, anders in een chaletje. Even genieten van een Belgisch biertje op een Belgisch terrasje.

Ach, en over een tijd, als al het leed weer geleden is en we weer een mooi plekje hebben aan de oever van de Amblève, zullen we hier ook met een lach over kunnen vertellen. “Weet je nog, die keer in de zomer toen de camping overstroomde…..”

Dierentuin

Het was toch wel een hele andere vakantie dan anders, dat had hij wel in de gaten. Het baasje en vrouwtje waren wel naar de camping geweest maar ze hadden hem niet meegenomen. En ze waren ook al heel snel weer terug. Echt heel raar. Hij vroeg zich af wat er toch allemaal gebeurd was. Ze hadden het over water en een nieuwe caravan. Nou ja, hij wachtte maar af, het zou allemaal wel goed komen.

Het vrouwtje hoefde in ieder geval niet te werken, dat was heel gezellig. Kon ze ’s ochtends wat langer koffiedrinken voordat ze dingen gingen doen. Het baasje wilde graag een keer naar een dierentuin. “Dat is al zo lang geleden, dat zou ik nog wel eens willen doen.” Hmm, dat zou een stil dagje worden, dat was vast een plek waar hij niet mee naar toe mocht. Het vrouwtje was al op internet bezig om kaartjes te reserveren. “Hé”, zei ze tegen het baasje, “ik kan ook een kaartje voor Stef reserveren. Hij mag ook mee.” Kijk, dat was nog eens goed nieuws, hij ging maar even bij het baasje staan. Want mee mogen was nog niet hetzelfde als meegaan. Gelukkig vond het baasje het goed en werd voor hem ook een kaartje gereserveerd. Een dierentuin, dat was spannend.

Hij rook het al toen ze in de rij stonden, hier waren dieren die hij normaal gesproken niet tegenkwam. Hij trok eens aan zijn riem om haast te maken maar ze moesten toch wachten. Gelukkig was er genoeg te zien, een grote vijver met karpers, hij ging maar eens over de rand kijken. Even later liepen we dan toch door een grote poort. Kijk, dat was nog eens interessant. Hij wist niet waar hij het eerste moest kijken. Wat waren er toch veel rare wezens op de wereld. Sommigen maakten wel een heel raar geluid ook. Het baasje en het vrouwtje vonden het leuk, ze wandelden langs allerlei plekken en terreinen. Hij lette wel goed op dat hij zich netjes gedroeg, hij moest het niet voor zichzelf verpesten. Alleen die pelikanen, die stonden wel erg dicht bij het gaas. Hij probeerde ze terug te jagen maar ze reageerden niet eens. Stomme vogels. Het vrouwtje trok hem mee, hij keek nog eens om maar ze stonden echt gewoon suf voor zich uit te kijken. Nou ja, dan niet.

De middag vloog voorbij. Leeuwen, tijgers, luipaarden, hij keek zijn ogen uit. Hij kon zelfs ruiken dat ze gevaarlijk konden zijn. Maar wat hem wel opviel, was dat die wilde dieren toch wel graag opgekruld in de zon lagen te tukken. Kijk, hadden ze toch wat gemeen.

Ravage

Alsof er een bom is ontploft. Dat is eigenlijk de enige omschrijving die je kunt geven aan de ooit zo mooie camping. Overal ligt rommel. Spullen uit caravans, voortenten, schuurtentjes, alles ligt opgestapeld. Diepe groeven maken de paden bijna onbegaanbaar. Maar het meest bizarre is dat er ook gewoon caravans weg zijn. Verdwenen. Meegenomen door het water. Van groot tot klein. De kleine caravan van een jong stel maar ook de grote stacaravan van een oudere dame. Weg, alleen de blokken waar de caravan op stond, liggen er nog. Waar is alles gebleven? Je vraagt het je af. Maar er is echt geen spoor meer van.

De houten chaletjes liggen op hun zij of zijn gekraakt door het geweld. De stacaravans op het hogere gedeelte staan schots en scheef. Sommigen zijn zomaar een plaats opgeschoven. Een paar staan zo schuin dat je er niet in kunt staan. De schade daarin moet enorm zijn. Alles is kapot. Wat hadden we medelijden met de campingeigenaar. In Coronatijd begonnen, dat was al lastig, en nu dit.

In tegenstelling tot wat we eerst dachten was onze caravan niet naar Luik gespoeld. Sterker nog, hij was nog steeds op de camping. Normaal staan wij aan het eind maar nu hangt de caravan bijna in het midden. Tegen een boom. Alle ramen zijn eruit, de deur mist en als je binnenkijkt, kun je alleen maar concluderen dat alles verloren is. Alles is nat en zit onder een laag modder. De caravan hangt stevig dus we durven er voorzichtig in. Een voor een. Wat een troep. Er ligt nog een deel van het koffiezetapparaat, er steekt een enorme tak door het voorraam. Een pannetje ligt onderste boven in de hoek waar eerst het tafeltje stond. Heel veel spullen zijn weggespoeld, de grote kast is leeg, de kussens zijn weg. Wat er nog wel is, is zo vies en nat dat je het bijna niet herkent.

“Kijk maar of je nog wat kunt redden”, zei de campingbeheerder. Ik keek eens rond. Mijn notebook lag er nog, wel nat, maar misschien nog te redden. Het kunststof Duvelglas waar mijn maatje altijd uit dronk, dat kon ik nog wel schoonmaken. Maar ik zocht iets belangrijks. De brieven van de dame die mij vorig jaar vroeg blogs te schrijven over haar vriendschap en haar leven als expat. Ik had ze in de caravan gelegd om terug te geven. Maar daar had ik nog geen gelegenheid voor gehad. En ik zou het zo erg vinden als die ook vernietigd waren. Toch, als door een wonder, waren de brieven nog helemaal intact. Ze lagen droog op hun oude plekje. Wat een geluk. De oude dame komt niet meer kamperen, zij en haar man hebben te lang in het water gezeten, wachtend op evacuatie. Maar misschien kan ik haar nu toch een glimlach op het gezicht toveren.

Wateroverlast

We hielden het weerbericht nauwlettend in de gaten. Veel regen voorspeld in de Ardennen. En onze vakantie lag in het verschiet. Met alle Corona-toestanden is onze Engelandvakantie weer een jaar uitgesteld. Dus twee weken Ardennen was een heerlijk vooruitzicht. Allebei gevaccineerd, toch wat versoepelde maatregelen, wat kan ons gebeuren. Nou, enorm veel. Dat bleek.

Woensdag begon het al penibel te worden, de rivier was wild en het water steeg hard. We kregen berichten van de camping, waarschuwingen. Maar ja, niemand kon iets doen. Natuurgeweld hou je niet tegen. Op hoop van zegen dan maar.

Op donderdagmorgen kregen we een telefoontje. Wat wij onvoorstelbaar hadden gedacht, was gebeurd. De hele camping stond blank, er stond anderhalve meter water en alles was weggespoeld. Ook onze caravan. We keken elkaar verslagen aan. Weggespoeld, hoe kon dat nou. En hoe was het dan met de mensen die er op dat moment waren? Die lagen te slapen. Beetje bij beetje konden we ons een beeld vormen. Het water was gaan stijgen en op een gegeven moment was het zo hard gegaan dat er geen redden meer aan was. Er zaten mensen vast in hun caravan, die moesten door de brandweer met een bootje geëvacueerd worden. Wat een ellende. Geen stroom, geen voorzieningen, alles was weggevaagd.

Ons plekje. Wat verschrikkelijk. Het meest erge vonden we dat we niks konden doen. We konden er niet naar toe. Het terrein was niet toegankelijk en bovendien ook afgesloten door de brandweer. En wat wil je doen? Hozen? Wij zijn normaal altijd van het direct handelen maar nu zaten we machteloos thuis. Dit zijn we kwijt, dat zijn we kwijt. Contact houden was ook nog moeilijk, want zonder elektriciteit raken mobiele telefoons leeg.

Het is een onwerkelijke situatie, we hebben geen idee hoe het gaat aflopen en wanneer we weer naar de Amblève kunnen kijken zonder dat hij woest kolkend voorbij stroomt. Dat komt weer, dat weet ik zeker, alleen waarschijnlijk niet komende twee weken.

Ach, zei mijn maatje, het is te hopen dat de caravan in stukjes in Luik ligt. Dan hoeven we tenminste niet op te ruimen. Nou ja, laten we het dan in ieder geval maar proberen positief te benaderen. Tenslotte hebben we zelf niks en zijn het maar spullen. Maar ik heb er toch wel een traantje om gelaten.

Wat een week

Soms gebeuren er in een week zoveel dingen dat je echt even moet gaan zitten om te overdenken wat er nu allemaal aan de hand is. Deze week was zo’n week. Natuurlijk waren we enorm geschokt door het nieuws van de aanslag op Peter R. de Vries. Je kunt van de man vinden wat je wilt, ik kon me ook vreselijk ergeren aan zijn betweterigheid, maar je laat iemand altijd in zijn waarde. Volgens mij leven wij in een vrij land waar je mag zeggen wat je wilt en waar mensen niet achtervolgd mogen worden om het werk dat zij doen. Bovendien, het werk dat De Vries doet, is alleen maar heel nobel te noemen. Ik denk niet dat er veel mensen zijn die zo vasthoudend zijn als hij. Als je hoort hoeveel jaar hij een zaak blijft volgen en contact blijft hebben met de nabestaanden, dat is echt heel bijzonder. En ja, hij weet het altijd beter, hij heeft overal een mening over en hij is lastig, maar hij heeft toch wel hele goede dingen bereikt. Ik denk dat de ouders van Nicky Verstappen hem alleen maar geweldig vinden.

Maar ook in onze eigen wereld was er een schok. De tante van mijn maatje, een zus van zijn vader, overleed. En wel zo plotseling dat we ook daar even voor moesten gaan zitten. Vorige week werd de diagnose gesteld en nu is ze er al niet meer. Ok, als je 92 jaar oud mag worden, is dat op zich heel bijzonder, maar voor ons had ze wel 120 mogen worden. Wat een energie had zij, wat een levenslust. Dat heb ik altijd heel bijzonder gevonden. En wat ik ook altijd zo in haar waardeerde, was dat ze vroeg hoe het met je ging en ook luisterde naar het antwoord. Ik kan je vertellen, er zijn heel wat oude mensen die dat niet doen. Die vragen het wel maar voor je je mond kunt openen om antwoord te geven, zijn zij al van wal gestoken over alle kwalen die ze zelf hebben. Pffff.

Maandag gaan we afscheid van haar nemen. Ik denk dat het met een lach en een traan zal worden. Want natuurlijk is het verdrietig, maar er zijn ook heel veel leuke verhalen te vertellen. Laten we haar gedenken als de vrolijke noot die zij altijd was. En laten we hopen dat we Peter R. de Vries voorlopig nog niet hoeven te herdenken.