Smartphone

iphone-410311_1280

Je ziet ze toch nog regelmatig voorbij komen. Bestuurders in hun auto met hun telefoon aan hun oor. En het zijn vaak echt niet de kleine “goedkope” autootjes, vaak zijn het de duurdere Mercedessen of Audi’s. Ik vraag me dan altijd af of die mensen hun laatste cent hebben uitgegeven aan die glanzende bolide en geen geld meer over hadden voor een simpele carkit. Zo duur hoeft dat toch niet te zijn. Of zou het stoer zijn,” kijk mij eens, ik kan best een bekeuring betalen.” Je merkt het ook altijd aan hun rijgedrag, ze verminderen ineens hun vaart en gaan achter een andere auto of vrachtwagen hangen. Of hebben ineens meer ruimte nodig dan alleen hun eigen rijstrook. Heel bijzonder. Ik ben niet zo belangrijk, ik word niet zo vaak gebeld, maar ik heb wel een handsfree carkit. Gewoon, omdat ik een boete zonde vind van mijn geld.

De smartphone lijkt toch steeds meer een onlosmakelijk geheel te vormen met de mens. Ik persoonlijk ken niemand die er geen bezit. Als je door de stad loopt, moet je slalommen om de op hun beeldscherm turende meute te ontwijken. Ik snap niet waarom je dan nog door de stad loopt. Eigenlijk kunnen die mensen beter thuis blijven, dan kunnen ze rustig zitten tijdens het appen en swipen. Het hele idee van shoppen gaat er toch aan op die manier.

Het meest bijzondere vind ik de stelletjes die gezellig samen op een terrasje zitten. Drankje, schaaltje olijven en smartphone. Ze praten niet met elkaar maar loeren constant naar hun schermpje. Zouden ze elkaar appjes sturen, vraag ik me dan af.

“Zeg schat, wil jij nog een drankje?”

“Ja lekker, doe maar.”

“Dan zal ik de ober even roepen.”

Het liefst zouden ze de bestelling ook nog telefonisch doorgeven. Ik denk dat er een moment komt waarop dat kan, ik weet het bijna zeker. Dan hoeven ze helemaal niet meer te praten.

Ik heb ook een smartphone. Ik gebruik hem vaak en inderdaad nog het minste om te bellen. Ik app, check Social Media, gebruik apps die het mogelijk maken van afstand de verwarming van mijn huis hoger of lager te zetten, ik ben echt wel een fan. Het ding zal alleen nooit een vervanging kunnen zijn van het plezier wat je kunt hebben met een groep vrienden op een terrasje in de zon. De onderwerpen hoeven helemaal niet hoogdravend te zijn, eigenlijk liever niet. Wat gaat er boven het lachen om gewone alledaagse dingen. Gelukkig is daar nog steeds geen app voor uitgevonden.

 

 

 

 

Quality time

InstagramCapture_c934307f-35fb-4fa3-bf40-12276a61a680

Hé, dat was vreemd. De campingspullen werden klaargezet maar het vrouwtje ging gewoon werken. Ze kwam hem net als altijd een knuffel geven en zei dat hij heel braaf moest zijn. Nou is hij dat altijd, dus dat is geen moeite. Maar toch gek dat ze gewoon op de normale tijd naar haar werk ging. Het baasje zat op zijn gemak aan de koffie, dat was ook niet anders dan anders. Hmm.

Even later kwam er toch leven in de brouwerij. Het baasje ging inderdaad de campingspullen in de auto zetten. Ook zijn dingen werden ingepakt. Nee, dan was het goed. Met een gerust hart ging hij weer liggen. Het baasje zou hem niet vergeten.

En inderdaad, even later was alles ingeladen en werd hij geroepen. “Kom joh, we gaan.” Ah, was dat het, gingen ze samen naar de camping? Enthousiast sprong hij van de bank. Want als hij alleen met het baasje ging, dan kreeg hij toch wel meer aandacht, eerlijk is eerlijk. Als hij dan zijn bal bij het baasje op schoot legde, ging die meestal toch wel de werpstok pakken. En als het vrouwtje er bij was, bleef hij nog wel eens zitten.

En, en dat was ook een groot voordeel, als het vrouwtje er niet bij was, kon hij lekker ’s nachts naast het baasje kruipen. Hij weet nog goed de eerste keer. Het baasje sliep en hij was heel stilletjes naar het bed gelopen. Normaal keek hij niet zo nauw maar nu had hij er voor gezorgd dat hij het baasje niet wakker maakte. Hij had zich lekker opgekruld en was gaan slapen. Het baasje had hem pas opgemerkt toen hij er ’s nachts even uit moest. Hij had het dekbed open geslagen en over zijn lijf heen gegooid. Daar was hij van geschrokken en had een beetje gebromd. Dat had het baasje gehoord. Hij moest vreselijk lachen en zei dat hij een kleine stinkerd was. Maar hij mocht toch blijven liggen. Lekker hoor. Toen na een paar dagen het vrouwtje kwam, moest hij wel weer naar de bank verhuizen. Dat lag ook lekker, maar naast het baasje was gezelliger.

’s Morgens moest hij wel wat langer op zijn eten wachten dan thuis. Het baasje ging altijd eerst koffie pakken. Thuis zorgde het vrouwtje eerst voor zijn eten. Het baasje wilde eerst even wakker worden. Ach, hij wist het inmiddels en hij vond het niet zo erg. De dag was nog lang genoeg.

Het vrouwtje bleef nooit zo lang weg, maar een paar daagjes. Hij merkte het wel aan het baasje als ze zou komen, die keek dan toch wel vaker op zijn horloge. En zette dan ook altijd een extra glaasje op tafel. Maar wat wel grappig was, hij had het toch altijd als eerste in de gaten als ze er aan kwam. Hij herkende het geluid van de auto veel beter dan het baasje. En hij was er ook altijd als eerste om het vrouwtje te begroeten. Want eerlijk is eerlijk, het was toch maar het beste om compleet te zijn.

 

 

 

 

 

 

Spanning

Glazenwasser

Het was een klein item in het nieuws. Twee glazenwassers hingen vast met hun bak langs de gevel van het Ministerie van Justitie. Een storing, de bak ging niet meer omhoog of omlaag. Hij moest direct denken aan die keer dat hij zelf met een collega vast hing met de glazenwassersbak. Bij dat bejaardentehuis. In die tijd had je nog regenpijpen. Hoe oud zou hij zijn geweest, tweeëntwintig, drieëntwintig? Hij was in ieder geval uit de bak geklommen en via de regenpijp naar beneden geklauterd. Zijn collega vond het maar niets, die beriep zich op het feit dat hij vrouw en kindjes had.

Oh, hij was ook wel eens gevallen. Hij ziet nog zo het wit vertrokken en ontdane gezicht van de burgemeester van Kaatsheuvel voor zich. Hij was precies langs het raam van diens kamer gevallen. Toen had hij wel veel geluk gehad. Het was een val van 7 meter en hij had maar een week mank gelopen. Verder had hij er eigenlijk niks aan over gehouden. Nou ja, pijnlijke knieën en enkels.

Wat hadden ze veel plezier gehad in die tijd. Jonge kerels, nergens bang voor. De veiligheidsmaatregelen waren ook nog niet zo strikt als tegenwoordig. Toen kon je nog ondersteboven voor een raam gaan hangen. En dan het liefste voor een kantoor waar voor het merendeel vrouwen zaten. Een kippenhok was er dan niks bij. Destijds mocht je ook nog met lange ladders werken. En met ladders die je aan de rand van het dak kon hangen. Dan klom je over de rand en als je omlaag keek, keek je zo in het luchtledige. Hij moest er toch eigenlijk niet meer aan denken. Ze hadden het er soms aardig afgebracht, met zijn allen.

Ze werkten ook nog met houten ladders. Lekker zwaar, waaiden tenminste niet om. Die nieuwe aluminium ladders schoven bij de minste of geringste windvlaag een heel eind verder. Ze waarschuwden ook niet, ze braken gewoon. Een houten ladder ging tenminste nog kraken als hij wat ouder werd. Dan wist je dat je uit moest kijken.

Nee, tegenwoordig zijn het allemaal hoogwerkers en osmose-apparaten. Hij heeft er ook wel mee gewerkt, zijn osmose-apparaat was destijds toch een rib uit zijn lijf. Maar de meeste klanten vonden het prachtig. Het zag er ook heel professioneel uit. En inderdaad, je hoefde niet met zware ladders te sjouwen. Alleen had niemand vooraf bedacht hoeveel last je van je nek kreeg, als je de hele dag boven je hoofd stond te werken. Vaak worden die dingen bedacht achter een bureau.

Hij kan terugkijken op een mooie carrière. Altijd eigen baas geweest en eigenlijk had hij de klanten voor het uitzoeken. Hoe mooi is het als je tegen een klant kunt zeggen “Sorry, hier scheiden onze wegen, ik adviseer u een andere glazenwasser te zoeken want ik kom niet meer.” De dame in kwestie stond met haar mond vol tanden. En dat valt niet mee, voor een operazangeres.

 

 

 

 

 

 

PHPD

wine-541922_1280

Af en toe kan ik er jaloers op zijn. Jonge mensen die de hele week werken en dan op vrijdagavond de kroeg in duiken. Daar lekker borrelen en dan op zaterdag weer fit opstaan om weekend te gaan vieren. We hebben dat ook jarenlang gedaan. Iedere vrijdagavond zagen we een groep mensen in de kroeg. We spraken niks af, het was niet verplicht, als je er was, was het gezellig. Soms gingen we om half twaalf naar huis maar er waren ook wel eens avonden dat we om twee uur eruit geveegd werden. Op zaterdagavond sliepen we een uurtje uit en deden dan onze klussen. Na verloop van tijd werd de groep toch kleiner. Het bleef gezellig, dat wel, maar de avonden tot twee uur kwamen steeds minder voor. Om een uur of elf keken we elkaar aan en vroegen om de rekening.

Inmiddels zijn deze vaste kroegavonden gestopt. Nu ben ik op vrijdag blij als ik thuis ben. Lekker samen met man en hond op de bank. We nemen een borreltje en om half elf begin ik te gapen. Tijd om naar bed te gaan.

Niet dat dat iedere vrijdag zo is. Gelukkig spreken we nog regelmatig af met vrienden. Maar de tijden van een nacht overslaan en dan de andere dag om half negen weer present zijn op het werk zijn toch echt voorbij. Als ik dat nu probeer, denk ik dat ik een week moet bijkomen.

Als ik om me heen kijk en luister, ben ik gelukkig niet de enige. Ik kan dan in mijn hoofd nog wel vijfendertig jaar oud zijn, de realiteit roept me soms wel eens tot de orde. Maar daar hebben meer mensen last van. Zoals de man die constateerde dat hij nu toch echt wel wat ouder werd. Hoe hij dat merkte? Hij begon geluid te maken bij het bewegen. Als hij iets van de grond moest oprapen en hij kwam weer omhoog, dan maakte hij een onbestemd geluid. Het hield het midden tussen kreunen en grommen. Zijn vrouw had hem er op attent gemaakt en toen hij er op ging letten, ontdekte hij dat ze gelijk had. Hij probeerde het niet meer te doen maar af en toe ontsnapte het hem toch.

En zo zijn er meer verhalen.

De mooiste omschrijving vond ik die van iemand die zei dat iedereen die wat ouder werd last kreeg van phpd. Op de vraag wat dat dan was, antwoordde hij “nou, heel gewoon, een pijntje hier en pijntje daar….”