Hoi pap

De school waar jij zoveel jaren onderwijzer bent geweest, bestaat dit jaar 100 jaar. Wat is het leuk om te zien dat jij nog op zoveel oude foto’s staat en dat nog zoveel oud-leerlingen precies weten wie je was. En goede herinneringen aan je bewaren. Deze maand zou je 83 jaar oud zijn geworden. Zou, natuurlijk, want je bent uiteindelijk maar 66 geworden. Inmiddels al 17 jaar geleden. Wat heb je veel gemist. Wat is je veel bespaard gebleven, eigenlijk. De perikelen rond je jongste dochter, de medische problemen van mama, jouw vrouw, het overlijden van de man van je tweede dochter, haar aneurysma in Oostenrijk, tijdens de vakantie. Wat zou je in paniek zijn geweest.

Soms denk ik weleens, je hebt er zelf voor gekozen. Je had je dochters op de plaats van bestemming, althans, voor het moment. Alle vier een relatie, een huis, je hebt zelfs je twee kleinkinderen leren kennen. Ze kunnen je zich denk ik niet meer herinneren, zeker de jongste niet, die was pas een jaar toen je overleed, maar jij hebt ze gekend. Wat was je trots op die meisjes. De mooiste kleinkinderen van de hele wereld.

Ik heb het al eens eerder gezegd, ik heb je nooit goed gekend. Je was voor mij die conservatieve man die niet wilde begrijpen dat de wereld niet meer was zoals jij zou willen. Wat waren er veel thema’s die jij niet wilde en kon begrijpen. Je kon naar de televisie kijken en je verbazen over wat je daar voorgeschoteld kreeg. Ik denk dat je het niet durfde te zeggen, omdat je eigen vader het vroeger ook zei, maar dat je dacht “waar moet het heen met de wereld”. Moeilijke onderwerpen ging je ook uit de weg, je ontkende gewoon dat het bestond, klaar. Het enige onderwerp waarbij we elkaar konden vinden was het katholieke geloof. Jij omdat je een trouw volgeling van de kerk was, ik omdat ik het fascinerend vind hoe een club oude mannen wereldwijd zoveel macht kan hebben.

Na je dood las ik je dagboek, je “gedachtenboek”, je had in oktober al een gedicht voor kerstmis en voor de jaarwisseling geschreven. Een bijzondere jaarwisseling, aan de vooravond van een nieuwe eeuw. Alsof je aanvoelde dat je het zelf niet mee zou maken. Wat was je een diepgelovig mens, ik schrok ervan. Je vertrouwde volledig op jouw god en een gelukkiger leven in het hiernamaals. Iets wat mij niet gegeven is, daar ben ik veel te achterdochtig voor.

Je ging zonder iets te zeggen. Gelukkig is ook een ziekbed je bespaard gebleven. Je ging slapen en werd nooit meer wakker. Mensen zeggen, “wat hard, je hebt geen afscheid kunnen nemen.” Nee, dat klopt, maar we hebben je ook niet hoeven zien aftakelen. In onze herinnering ben je nog altijd “ons pap” en geen zieke oude man. En daar heb ik inmiddels vrede mee en ik denk je andere dochters ook. Natuurlijk hadden we je gegund dat je 100 jaar oud zou worden. Het heeft helaas niet zo mogen zijn.  

Ik mis je niet in mijn dagelijks leven, daar heb je eigenlijk nooit een groot deel van uitgemaakt. Maar soms zie ik je foto staan, je vertrouwde gezicht met dat scheve lachje, en dan voel ik heimwee.

 

 

Vroom & Dreesman

Vroeger, heel lang geleden, mocht ik weleens met mijn moeder mee om te gaan winkelen. Dat was op zich al een hele belevenis. Als je de oudste van vier kinderen bent, heb je ouders die erg druk zijn. Zeker in een tijd dat de wasdroger en de vaatwasser nog geen gemeengoed waren. Natuurlijk kon je ook je kinderen laten afwassen, maar toch. Zo af en toe wist mijn moeder tijd te maken en dan togen we samen, met de bus, naar de stad. In mijn herinnering was het dan altijd koud dus mijn moeder zal mij in de zomer wel met mijn zussen op pad hebben gestuurd. “Ga maar fietsen, en neem je zusjes mee.”

Het busstation was altijd een deprimerende omgeving. Lelijke stadbussen stonden te wachten onder betonnen grijze overkappingen om mensen van het station naar de diverse wijken in de stad te brengen. Wij hoefden daar geen gebruik van te maken, wij moesten immers naar het centrum. En dat was op loopafstand van het station. Diep in je jas gedoken, op een station waait het altijd. Het beeld van de eenzame krant die wegwaait is daar ontstaan, ik weet het zeker.

In de winkelstraat leek het altijd warmer. Alsof de mooi ingerichte etalages de straat verwarmden. Ik vergaapte me aan de schoenen, de kleding en alle andere zaken die waren uitgestald. Meestal werd het aangename met het nuttige verenigd en kreeg ik ook een nieuwe winterjas of een nieuw paar schoenen.

Ik ben van de generatie die nog is opgegroeid zonder de zegen van internet en het online shoppen. Ik heb wat in paskamers gestaan, mezelf en het witte licht vervloekend. Een jas passen ging nog wel maar als je een nieuw badpak moest hebben… Ik denk dat er weinig vrouwen zijn die niet weten wat ik bedoel. In de tijd dat ik nog met mijn moeder ging winkelen, was de paskamer niet eens mijn eigen domein. Ik weet nog goed dat ik voor de eerste keer, als veertienjarige, een beha ging kopen. Ik was er op voorhand al ongelukkig mee, want ik was als tiener niet helemaal gelijkmatig in de groei, zal ik maar zeggen. Mijn moeder gaf me een aantal exemplaren mee en dirigeerde me de paskamer in. Daar stond ik dan, met ontbloot bovenlijf, het kippenvel op mijn armen, onhandig te wurmen met haakjes en bandjes. “Lukt het?”, het hoofd van mijn moeder stak tussen de gordijnen door, gevolgd door het hoofd van meneer Beerens, de eigenaar van Beerens Textiel, waar mijn moeder al ons ondergoed placht te kopen. Nee, ik heb zelfverzekerdere momenten gekend.

Maar goed, in de winkelstraat, gearmd met mijn moeder, kon ik al die ellende achter me laten en genieten van de mensen, de lichtjes en de gezelligheid. Een van de hoogtepunten was dan ook als we bij Vroom & Dreesman binnen gingen. Bij binnenkomst had je de afdeling mutsen en handschoenen, maar die lieten we al snel achter ons. Eigenlijk kan ik me niet herinneren dat we de hele winkel bekeken, meestal namen we de roltrap naar het restaurant. In het restaurant kreeg ik dan chocolademelk en een saucijzenbroodje. Mijn moeder nam koffie. Of zij zich te buiten ging aan ook een saucijzenbroodje weet ik niet meer. Het is ook al zo lang geleden. Volledig verkleumd namen we dan de bus weer naar huis. ’s Avonds in bed overdacht ik dan met een voldaan gevoel een geslaagde dag.

Ik denk niet dat er nog moeders zijn die hun dochters meenemen voor chocolademelk bij V&D. Binnenkort lijkt het ook helemaal niet meer mogelijk te zijn. Iconen als V&D lijken een voor een het loodje te leggen. Ouderwets, oubollig, niet van deze tijd. Aan de ene kant snap ik het wel, niks zo makkelijk als achter het toetsenbord kruipen en gehoor te geven aan die vrouwelijke behoefte aan kleding en schoenen. Wat niet past, stuur je gewoon weer terug. En passen hoeft niet in die verschrikkelijke hokjes maar gewoon in de beslotenheid van je eigen slaapkamer. Heerlijk.

Toch is het aan de andere kant ook wel weer jammer. Al die jeugdherinneringen die een voor een ter ziele gaan.

 

 

 

 

Een nieuw jaar

We kijken weer terug. Lijstjes worden gemaakt. Wie zijn we verloren, wat is er allemaal misgegaan. De stroom van vluchtelingen, de aanslagen die zijn gepleegd, mensen die daardoor geliefden zijn kwijtgeraakt. Wat hebben we elkaar toch weer aangedaan, het afgelopen jaar. De vele doden die weer zijn gevallen door toedoen van fanatiekelingen die de naam van God misbruikten. Of niet eens in naam van God, maar gewoon, omdat iemand zijn winstbejag stelde boven het leven van een medemens.

Je zou er bijna moedeloos van worden. Al die ellende, al dat verdriet. Het is moeilijk te blijven geloven in het goede en het mooie in de wereld. Toch is dat mijn goede voornemen voor het komende jaar. Te blijven geloven en te blijven liefhebben. Tenslotte bloeien de rozen ieder jaar opnieuw.

Gelukkig nieuwjaar.