Onvoorstelbaar, al weer vijf jaar geleden

Het is al weer vijf jaar geleden dat je stierf. Vijf jaar geleden dat mijn zus mij belde. Dat ik haar vijf keer heb laten vertellen wat er aan de hand was. Omdat mijn oren weigerden te horen. Omdat mijn zintuigen er niet aan wilden.

Het staat in mijn geheugen gegrift, om die uitgemolken beeldspraak maar eens te gebruiken. De ambulancebroeders hadden je in bed gelegd, ik zie je zo weer liggen. Op je rug, je ogen dicht, je handen gevouwen op je borst. En mijn zus ontroostbaar naast je zittend. Ik denk dat ik nog nooit met iemand zoveel medelijden heb gehad.

Het was ook onwerkelijk, normaal gesproken gingen we op vrijdagavond altijd samen iets ondernemen. En nu niet, wij gingen uit eten en jij moest naar je moeder. Sommige tradities moet je ook niet doorbreken, daar komen ongelukken van.

Het werd de tijd van het verzamelen van herinneringen. Dat doen mensen, als ze een afscheid voorbereiden. Je had twee grote hobby’s, je huis verbouwen en sleutelen aan je oude auto. In geen van beiden was je een meester. Weet je nog, dat je bezig was met het bezetten van een wandje, toen we kwamen vragen of je meeging, een borreltje drinken. Je gooide truffel en spaan in de bak en gaf desgevraagd aan dat je de rest van het cement er komende week wel uit zou bikken. Je kon het afvoeren met de rest van het bezetsel, halverwege stoppen is namelijk geen optie, dan valt alles er weer af. Maar dat gaf niet, nu kon je weer een nieuw idee gaan uitproberen, dus eigenlijk was het een zegen.

En je huis was misschien niet op en top geschikt voor een artikel in de VT Wonen, de deur stond wel altijd wagenwijd open. Iedereen was welkom, wanneer je ook maar kwam.

Met je auto ging het al niet veel anders. Een echte kenner zou het waarschijnlijk heel anders hebben gedaan maar jij had er plezier in. En wij hadden er plezier mee, het autootje heeft je nooit laten staan. Anders dan de nagelnieuwe cabrio van vrienden die ook een keer mee gingen toeren en die toch niet geheel en al foolproof bleek te zijn. Maar ook hierdoor liet je je niet uit het veld slaan, goede gelegenheid om op een terrasje een trappistenbiertje te drinken. Tenslotte duurt wachten op de Wegenwacht altijd lang.

Samen gingen we op vakantie. Jij haalde ’s morgens de broodjes, door je slechte rug kon je toch niet uitslapen. We wandelden door de natuur, bekeken kerken en abdijen, liepen door kleine stadjes en sloten de avonden af met een borrel en een goed gesprek. Of met kletspraat, maar dat was ook altijd goed.

Wat hebben we veel van je geleerd. Dat het niet altijd volmaakt hoeft te zijn om er van te kunnen genieten. Dat scheef ook heel goed is en dat een kier bij een aanrecht heel geschikt is om broodkruimeltjes in te vegen. ‘Zo, dat is ook weer opgeruimd,’ zei je dan tevreden, ‘tijd om iets gezelligs te gaan doen.’

Je leerde ons dat een herfsttijloos echt iets heel anders is dan een krokus en dat dat een behoorlijk zeldzaam plantje is.

Maar je hebt ook veel van ons geleerd. Al was het maar dat bukken met een slechte rug zo lastig is dat je die herfsttijloos dan best mag plukken om er een foto van te maken. Tenslotte staat er om de hoek een heel veld van vol. Maar ook dat het helemaal niet erg is om te genieten van de meer burgerlijke dingen in het leven. Samen met je familie eten, of verjaardagen vieren, discussiëren tot in de late uurtjes, terwijl je het eigenlijk al lang met elkaar eens was.

Nog een keer waren we met je samen. Wat waren er veel mensen gekomen om afscheid van je te nemen. We keken naar de foto’s’ en luisterden naar jouw muziek. En we spraken over jouw leven. Je hebt ons geraakt en aangeraakt, al was het veel te kort.

Eigenlijk, als je er zo op terug kijkt, zijn we samen volwassen geworden. Jammer dat we niet samen oud mogen worden.

Orde en netheid

Wij Nederlanders, wij houden van orde. Twee aan twee in de bus, braaf achter de rug van de chauffeur, laten we ons rijden naar een plaats die we vooraf hebben uitgezocht volgens een route die vastligt. Gezamenlijk naar de huishoudbeurs of een ander stompzinnig evenement. Als het maar van te voren georganiseerd is. “Gezellig,” zeggen we tegen elkaar. We hebben de pepermunt en de broodjes met kaas in onze tas. ’s Ochtends hebben we gecheckt of we alles hebben, paspoort, portemonnee, zakdoekjes. Yep, we kunnen op pad. We hebben een reisverzekering afgesloten en overal rekening mee gehouden.

We plannen ons dagelijks leven met een nauwkeurigheid die de medewerkers van NASA niet zou misstaan. Regels en wetjes, daar zijn wij van. Daar houden wij van. Sterker nog, zonder dat gedegen fundament wordt het in Nederland een zootje, daar zijn wij collectief van overtuigd. Arrogant kijken wij naar andere landen. Zie daar toch eens, wat een rommel. Zij doen het natuurlijk helemaal verkeerd. We weten commentaar te leveren op alles wat onze medemens anders doet. Tenslotte doen wij het goed, zij niet.

Die orde, die verwachten we ook van de mensen in onze omgeving. Het is natuurlijk wel de bedoeling dat iedereen in het gareel loopt. Want oh, stel je voor dat er Nederlanders zijn die anders zijn en op een bepaald vlak de boot hebben gemist. Nee, daar moeten we beslist een televisieprogramma van maken, zodat we met de rest van Nederland ons collectief kunnen verbazen over hoe dat soort mensen vakkundig weer op de rails worden gezet. Voorbeelden te over. John Williams buigt zich als deskundige over de problemen en Anne-Marie van Gaal schreef er (als vroeger Professor Akkermans) een boekje over. Zij komt niet in de problemen, tenslotte koopt de Nederlander deze bijbel massaal, bang als zij zijn om in het verdomhoekje van de televisie terecht te komen. Wat zouden de buren er wel van zeggen.

Probleemgezinnen plaatsen we in aparte wijken, asielzoekers achter hekken in een speciaal centrum, mensen met een afwijking in een tehuis, probleem opgelost. Orde. Voor alles hebben we een plaats. Vroeger noemden we dat een gesticht maar dat mag niet meer, dat is niet maatschappelijk verantwoord. Het moet wel met de mantel der liefde bedekt worden, tenslotte hebben we het beste met iedereen voor.

Verzorgd van de wieg tot het graf. Onze ouders hebben er voor gevochten. Wat ze niet konden weten, is dat tegen de tijd dat het eigenlijk toch niet meer betaalbaar was, we er ook ongelofelijk in doorgeschoten zijn. Eigen initiatief wordt niet meer op prijs gesteld. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Mensen die anders willen leven dan de meute, worden voor gek versleten. Ze moeten bij voorkeur ook niet in de stad wonen, maar ergens achteraf op het platteland. Tenslotte wonen op het platteland voornamelijk domme mensen, niet hip, niet op de hoogte van de laatste trends, daar kun je wel een afwijking tussen plaatsen. Daar hebben ze toch geen erg in.

En als we alles dan zorgvuldig registeren, dan hebben we tenminste ook weer een batterij ambtenaren aan het werk. Voor alles bestaat een formulier en een stempel. Gelukkig.

Het leven wordt er een stuk overzichtelijker door voor ons Nederlanders. Al onze angsten zijn vakkundig in een hokje geplaatst. We hoeven niet meer na te denken, dat doen deskundigen voor ons. En dat is veel beter, tenslotte hebben zij er voor doorgeleerd.

Wat jammer toch, dat we zijn vergeten dat je van mensen met een andere overtuiging of levenswijze kunt leren. Dat je daar niet armer van wordt, zoals Geert Wilders ons wil doen geloven, maar rijker.