Wat wil je later worden

Op het moment zie je regelmatig een reclame langskomen van een aanbieder van opleidingen die vraagt aan kinderen wat ze later willen worden. Heerlijk, die antwoorden. Het gaat van brandweerman tot Donald Duck-schrijver. Lekker ongehinderd door vakkenpakketten en niveaus in opleidingen. Ik hou ervan. Ik weet nog goed dat ik op de kleuterschool zat, nu heet dat groep 1 maar toen waren we nog gewoon kleutertjes, en dat de juffrouw vroeg wat ik later wilde worden. Ik zie mezelf nog staan, op een stoel, met een feestmuts op want ik was jarig. Ik wist het eigenlijk nog niet, wat zou ik willen worden. Dus ik zei “juffrouw”. Het was het eerste dat in me op kwam.

Later veranderde dat nog diverse malen. Het ging van “iets met dieren” naar “iets met mensen”. Uiteindelijk ben ik door toevalligheden en interesses gekomen waar ik nu ben en daar ben ik erg blij mee. Maar waar ik altijd wel jaloers op kan zijn, is op mensen die iets kunnen maken. Iets dat blijft.

Ikzelf ben niet van de handige tak. Ik ben meer van het “wat mijn ogen zien, maken mijn handen kapot”. Geef me gereedschap in mijn handen en ik heb na een half uur een pleister nodig. Het is werkelijk verschrikkelijk. Gelukkig kan ik er zelf hard om lachen en heb ik andere kwaliteiten, maar iets maken, nee dat gaat het echt niet worden. En jaloers is dan ook niet het goede woord, maar ik kan met bewondering kijken naar mensen die echt iets moois kunnen maken van hout. Meubelmakers bijvoorbeeld, dat lijkt me een prachtig beroep. Of stoffeerders, die van een houten geraamte een echte stoel maken. Dat is toch geweldig als je dat kunt. Mensen die echt liefde hebben voor hun vak. Ik kan het alleen maar mooi vinden.

Daarom vind ik het zo jammer dat de aandacht tegenwoordig alleen maar uitgaat naar het werken met een computer. Natuurlijk, dat is ook echt een heel nobel beroep. Maar waarom is het minder goed als je met je handen werkt. En zeker, je moet doen wat je leuk vindt en het beste uit jezelf halen, maar als dat betekent dat je dingen kunt maken, die over jaren nog steeds bestaan, dan denk ik dat je daar heel gelukkig van kunt worden. Sommige dingen kunnen we heel goed automatiseren zodat mensen niet meer de hele dag dezelfde handeling hoeven te herhalen. Maar echt creëren, dat lijkt me het mooiste wat er is.

Op jacht

Onder het motto “we moeten het er het beste maar van maken, het is nu toch zo” gingen we dan toch maar op zoek naar een andere caravan. Het budget was vastgesteld en we konden van start. Natuurlijk begonnen we, zoals dat in deze tijd hoort, op internet. Lang leve Google. Als je je zoekopdracht niet goed definieert, weet je echt niet wat je overkomt. Het is ook handig om het zoekgebied te verkleinen. Want het kan dan wel een mooie aanbieding zijn, Dokkum is toch best een eind rijden vanaf Brabant.

Naast de serieuze zoektocht konden we het ook niet laten om te kijken in de categorie Tabbert en veel te duur. Samen zaten we achter het scherm en verbaasden ons. Caravans zo groot als een huis, en bijna even duur. De duurste caravan die we tegenkwamen was een Kabe van maar liefst 118.900 euro. Stel je voor dat je daar een kras op maakt. Of dat Stef bedenkt dat een hor maar een lastig ding is en probeert daar doorheen te lopen. Ik zie het al helemaal voor me. Niet dat ons budget zo ver reikt, helemaal niet, maar het is wel grappig om te bedenken “wat als”. Maar misschien, als je zoveel geld kunt neertellen voor een caravan, dat je dan niet zo schrikt van een blutsje hier of daar. Hoewel, vaak is het bij de mensen met de oudste caravan het meest gezellig toeven. Daar hoef je in ieder geval je schoenen niet bij het dweiltje op het opstapje te laten staan.

Natuurlijk keken we ook naar de meest foute caravans die we konden vinden. Maar eerlijk is eerlijk, die grote Tabberts zijn wel van alle gemakken voorzien. Het is dat ze zo’n bijzondere naam hebben en gelijk een associatie met vioolspelende zigeuners bij een kampvuur oproepen. Want het is niet zo dat ze voor een prikkie te koop zijn. En je hoeft verder ook niks aan te schaffen, de magnetronoven en afzuigkap zijn prominent aanwezig.

Inmiddels zijn we ook bij een caravanbedrijf gaan kijken. De caravan die daar werd aangeboden, voldeed op internet helemaal aan onze wensen en eisen. En gelukkig viel het “in het echt” ook helemaal niet tegen. Natuurlijk, er zijn altijd grotere, mooiere en duurdere. Maar het ziet er naar uit dat we binnenkort toch weer een eigen plekje hebben in de Ardennen. En daar kan helemaal niks tegenop.

Klokken

Iedereen heeft recht op een hobby. Iedere gek zijn gebrek, luidt het gezegde. Mijn maatje spaart klokken. Ik vind het geen gebrek, ik hou ook van klokken. Het is een hobby die lang heeft gesluimerd. Eigenlijk was de trigger het overlijden van de oudste zuster van mijn schoonvader. Tante Jeanne. Zij was een beetje een mysterie, niemand van de familie kwam bij haar over de vloer. Waarschijnlijk omdat ze samenwoonde met een andere dame. En dat was in die tijd, en in die familie, niet helemaal geaccepteerd. Mijn maatje en mij boeide het niet. Wat je gelukkig maakt, moet je koesteren.

Na het overlijden van tante Jeanne bleek dat zij mijn maatje en zijn neef, tevens naamgenoot, had aangewezen om het testament tot uitvoer te brengen. Uiteraard ging de erfenis naar haar broer en zussen maar de beide executeurs kregen ook een vergoeding. Mijn maatje de staande klok en zijn neef de televisie. Wat hebben we gelachen. Tante Jeanne was ver in de tachtig. Die televisie zou wel een enorme toeter aan de achterkant hebben en die klok, ach, wat moet je nou met een staande klok.

Mijn maatje en zijn neef gingen polshoogte nemen in het huis. Tante bleek een enorm huis te hebben met een antieke, maar dan echt, inrichting. Het enige moderne in het huis bleek een B&O televisie. De executeursvergoeding was toch wel iets waar tante over nagedacht had. De staande klok kwam mee met mijn maatje en we plaatsten hem boven, op de overloop, in een hoekje. Daar werd hij braaf opgewonden en door mij wekelijks afgestoft. Tot we eigenlijk een keer samen aan tafel zaten en herinneringen ophaalden aan tante Jeanne. “Vind jij het eigenlijk niet zonde van de klok?”, vroeg mijn maatje. Ik had er ook al over na lopen denken. “We moeten hem naar beneden halen.” Inmiddels heeft de klok een prominente plaats in onze woonkamer. De slag winden we niet op, ieder kwartier de Big Ben is iets te veel van het goede.

Het leek wel of de staande klok de start was van een soort traditie. Mijn maatje erfde steeds een klok. Werkend of niet, dat maakte niet uit. Een klok is een klok, mijn maatje houdt ervan. Pasgeleden is de zus van mijn schoonvader overleden, de moeder van de neef van mijn maatje. Een dame waar wij altijd een immens respect voor hebben gehad. Zij was tot op hoge leeftijd actief, ik hoop dat ik het zo mag redden. Omdat haar huisje opgeruimd moest worden, kon mijn maatje zijn neef een keer helpen. “Wil jij een aandenken?” Ik zag bij de spulletjes een klokje staan. Ik zag mijn maatje twijfelen, je wilt natuurlijk ook niet als een aasgier overkomen. Gelukkig overwon hij zijn schroom, “als jullie het niet erg vinden, dan wil ik graag het klokje.”

Inmiddels heeft het een mooi plekje gekregen, bij ons. Voorlopig mag het ook slaan, ieder half uur. Het is een helder geluid, het herinnert ons aan de energie van tante. En dat is mooi.

Terug van vakantie

“Hoe was je vakantie?” Het is de vraag die je altijd krijgt als je weer begint met werken. Ik stel die vraag zelf ook altijd aan mijn collega’s. Meestal is het antwoord dan iets in de trant van “lekker, mooi weer, leuke dingen gedaan, veel te kort.” Nu was onze vakantie ook wel gezellig, zeker, maar toch wel heel anders dan we ons hadden voorgesteld. Twee weekjes Ardennen werden twee weekjes thuis. Ook gezellig, zeker, maar wel vanwege een hele rare reden. En met een bijzonder actielijstje. Verzekeringsmaatschappijen inschakelen, afspraken maken met experts. Niet mijn dagelijkse werk. Je leert er weer iedere dag van.

De collega’s die wisten wat er gebeurd was, vroegen gelijk hoe het ging. Of we nog wat hadden kunnen redden en wat we gingen doen. Of de camping weer open was, of überhaupt nog open ging. Of we toch weer op datzelfde plekje gingen staan. En of we nu een andere caravan gingen kopen. Vragen waar we zelf ook al over nagedacht hadden. En het kan misschien nog wel even duren maar ik ben er van overtuigd dat we over een tijdje weer heerlijk gaan kamperen.

Een ander verhaal zijn de collega’s die echt heel nietsvermoedend vragen of je een leuke vakantie hebt gehad. Toch een beetje lastig te beantwoorden. Want ja, het was fijn om even niks te hoeven. Lekker samen met mijn maatje wakker worden bij een uitgebreid bakje koffie. Luisteren naar Stef, die na zijn ontbijt toch nog maar even aan het snurken is geslagen op de bank. Daar was niks mis mee. En je wilt mensen ook niet te erg laten schrikken. Tenslotte zijn wij maar spullen kwijt. En verder niks. Dus ik breng het verhaal maar met een lach. Je ziet de meesten dan wel verschieten. “Oei, dat wist ik niet, wat vervelend voor jullie.” Sommigen vinden het ook bijzonder dat ik er om kan lachen. Nou ja, ik vind het niet grappig, maar met lelijk kijken verandert de situatie ook niet.

We proberen het in september gewoon nog een keer. Misschien op ons eigen stekje, anders in een chaletje. Even genieten van een Belgisch biertje op een Belgisch terrasje.

Ach, en over een tijd, als al het leed weer geleden is en we weer een mooi plekje hebben aan de oever van de Amblève, zullen we hier ook met een lach over kunnen vertellen. “Weet je nog, die keer in de zomer toen de camping overstroomde…..”

Dierentuin

Het was toch wel een hele andere vakantie dan anders, dat had hij wel in de gaten. Het baasje en vrouwtje waren wel naar de camping geweest maar ze hadden hem niet meegenomen. En ze waren ook al heel snel weer terug. Echt heel raar. Hij vroeg zich af wat er toch allemaal gebeurd was. Ze hadden het over water en een nieuwe caravan. Nou ja, hij wachtte maar af, het zou allemaal wel goed komen.

Het vrouwtje hoefde in ieder geval niet te werken, dat was heel gezellig. Kon ze ’s ochtends wat langer koffiedrinken voordat ze dingen gingen doen. Het baasje wilde graag een keer naar een dierentuin. “Dat is al zo lang geleden, dat zou ik nog wel eens willen doen.” Hmm, dat zou een stil dagje worden, dat was vast een plek waar hij niet mee naar toe mocht. Het vrouwtje was al op internet bezig om kaartjes te reserveren. “Hé”, zei ze tegen het baasje, “ik kan ook een kaartje voor Stef reserveren. Hij mag ook mee.” Kijk, dat was nog eens goed nieuws, hij ging maar even bij het baasje staan. Want mee mogen was nog niet hetzelfde als meegaan. Gelukkig vond het baasje het goed en werd voor hem ook een kaartje gereserveerd. Een dierentuin, dat was spannend.

Hij rook het al toen ze in de rij stonden, hier waren dieren die hij normaal gesproken niet tegenkwam. Hij trok eens aan zijn riem om haast te maken maar ze moesten toch wachten. Gelukkig was er genoeg te zien, een grote vijver met karpers, hij ging maar eens over de rand kijken. Even later liepen we dan toch door een grote poort. Kijk, dat was nog eens interessant. Hij wist niet waar hij het eerste moest kijken. Wat waren er toch veel rare wezens op de wereld. Sommigen maakten wel een heel raar geluid ook. Het baasje en het vrouwtje vonden het leuk, ze wandelden langs allerlei plekken en terreinen. Hij lette wel goed op dat hij zich netjes gedroeg, hij moest het niet voor zichzelf verpesten. Alleen die pelikanen, die stonden wel erg dicht bij het gaas. Hij probeerde ze terug te jagen maar ze reageerden niet eens. Stomme vogels. Het vrouwtje trok hem mee, hij keek nog eens om maar ze stonden echt gewoon suf voor zich uit te kijken. Nou ja, dan niet.

De middag vloog voorbij. Leeuwen, tijgers, luipaarden, hij keek zijn ogen uit. Hij kon zelfs ruiken dat ze gevaarlijk konden zijn. Maar wat hem wel opviel, was dat die wilde dieren toch wel graag opgekruld in de zon lagen te tukken. Kijk, hadden ze toch wat gemeen.