Eindelijk weer op pad

Stef eerste weekend

Het leek er dan toch eindelijk weer eens van te komen. Het baasje en het vrouwtje stopten spullen in een tas en zijn vakantiehalsband kwam uit de krat tevoorschijn. Zouden ze dan eindelijk weer eens naar de Ardennen gaan? Het was anders al wel lang geleden, soms had hij wel eens gedacht dat ze nooit meer zouden gaan. Maar, hij hield het even mee in de gaten.

Er gingen spullen in de auto, ook een bak met zijn brokjes. Dat was een geruststellende gedachte. Niet dat ze hem ooit vergeten waren maar hij bleef er maar liever toch even bij. Dan hoefden ze hem ook niet te roepen. Op de achterbank van de auto tukken was toch altijd wel even lekker.

Op een gegeven moment voelde hij dat de gladde ondergrond verruild werd voor grind. Het knarste onder de wielen van de auto en het hobbelde ook meer. Hij ging rechtop zitten en keek verwachtingsvol naar buiten. Yes, ze waren er weer. Hij wiebelde van opwinding en hij kon zelfs niet voorkomen dat hij een beetje piepte. Gelukkig snapten het baasje en het vrouwtje het ook en stopten ze bij het terrasje om de mensen te begroeten. Zijn grote vriend Eggie was er ook, die moest hij direct gaan begroeten. Hij riep hem al.

Na een drankje gingen ze dan eindelijk naar hun eigen plekje. De caravan was al daar neergezet, die hoefde alleen nog maar recht gezet te worden. Heerlijk, hij ging op zijn gemak eens kijken of alles nog hetzelfde was. Ah, en dat was goed nieuws. Een vriend van het baasje, die altijd met zijn camper kwam, was er ook. Hij ging hem vast maar even begroeten. Waarschijnlijk viel er dan ook nog wel wat te eten af. En liep hij ook niet in de weg bij het uitruimen van de auto.

Het weekend vloog voorbij. Wel een beetje voor schut dat hij zijn eten moest uitspugen maar hij was ook zo opgewonden. Jammer alleen dat het net bij Yana en Luna was. Nou ja, die kenden hem inmiddels toch ook al jaren. Het vrouwtje keek niet blij, die moest alles opruimen. Sorry.

Gelukkig was ze niet boos en mocht hij later toch met Indy en haar baasje mee gaan zwemmen. Wat was Indy groot geworden zeg, dat was al een hele dame geworden. Ze was wel enorm snel, veel wendbaarder dan hij. Hij moest behoorlijk zijn best doen om haar bij te houden. Toen ze terug waren bij de caravan, ging hij eerst even lekker in de zon liggen. Zogenaamd zonnen maar stiekem ook een beetje uitrusten.

Het weekend vloog voorbij. Ze gingen zondagavond zelfs best pas laat naar huis. Zijn brokjes had hij nog op de camping gekregen, meestal moest hij wachten tot thuis. Een beetje blij was hij wel want nu kon hij toen ze thuis waren direct op zijn kussen gaan liggen. Hij was bekaf. Dat werd morgen een rustig dagje, gelukkig hoefde hij niks te doen en kon hij de hele dag lekker tukken. Het zou nodig zijn. Maar het was het waard geweest.

DierDier

Nieuwe buren

nieuwe buren

Het jonge stel dat naast ons woonde, is onlangs verhuisd. Ze woonden heel graag aan ‘ons’ haventje maar met twee jonge kinderen wordt dat op een gegeven moment toch lastig. Je blijft heen en weer rijden naar school, sportclub en vriendinnetjes. Mijn maatje en ik vonden het wel jammer, het waren aardige mensen. Toen ze afscheid kwamen nemen, kregen we een bos bloemen. Op het kaartje stond “bedankt dat jullie altijd onze pakjes aannamen”. Ach, dat was een kleine moeite.

Een paar dagen stond het huis leeg. Toen stond er ineens een aanhanger voor de deur. We keken elkaar aan, een aanhanger, hoelang zou het verhuizen dan wel niet gaan duren. ’s Middags stond de nieuwe buurvrouw voor onze deur. Mijn maatje deed open en begroette het, in onze ogen, jonge meisje dat voor hem stond. “Ik kom naast jullie wonen met mijn vriend” zei ze vrolijk. Ze hoopte dat we niet te veel overlast zouden ondervinden. “Ach”, zei mijn maatje, “dat zal toch wel meevallen.” “Ik denk het ook wel hoor, het duurt niet zo lang” zei onze nieuwe buurvrouw, “wij hebben nog niet zo veel spulletjes…”

In mijn gedachten vloog ik jaren terug. Het eerste eigen huis van mijn maatje en mij. Nieuw gekocht, helemaal zien opbouwen. Het was een hoekhuis in een nieuwbouwwijkje. Allemaal nieuwe huizen, relatief jonge mensen. Die eerste zomer waren we allemaal bezig met het inrichten van onze tuintjes.

Wat waren we trots op ons eerste huis. Natuurlijk stond het nog niet helemaal vol met spullen maar wat we nodig hadden, dat was er. Sommige dingen splinternieuw, andere gebruikt en overgenomen of gekregen. Onze familie hielp met verhuizen en inrichten. Dat veroorzaakte nog wel eens misverstanden. Ik weet nog precies dat mijn maatje en ik tegels en sanitair moesten uitzoeken. Zijn moeder was mee, voor de gezelligheid. Toen ik ging voor grijs, lichtgrijs en wit, zag ik haar slikken. Zelf stond ze met een bruine staal in haar handen. Hmm, smaken verschillen.

De eerste boodschappen, waar je nog helemaal niks hebt, nog geen vaatje zout. Het was een bijzonder boodschappenlijstje, vooral omdat we ook nog een televisie moesten gaan kopen en die er ook maar bijgeschreven hadden.

Maar het moment dat ik me nog het beste kan herinneren, is toen we na de vakantie, die we genomen hadden voor het verhuizen, weer moesten gaan werken. We waren al vaker samen op vakantie geweest maar dan waren we ieder weer naar ons ouderlijk huis gegaan. En van daar uit gaan werken. En nu liep de wekker af en stonden we samen op. Koffiedrinken, brood smeren en dan op pad. Dat was raar. Wat zeg je dan, ’tot vanavond’?

Inmiddels zijn we nog eens verhuisd, al een hele tijd geleden, en kom ik eigenlijk nooit meer in die buurt. Een enkele keer rij ik er nog wel eens door, als ik naar de tandarts ben geweest. Het is er veel veranderd, het valt me ook steeds op hoe krap het is in vergelijking met waar we nu wonen. Ik mis ook niet, terwijl ik dat wel had verwacht. Alleen dat gevoel, van de eerste keer samen in je eigen nieuwe huis, dat is iets dat nooit meer terugkomt.

KlussenKlussen

Terug in de tijd

terug in de tijd

Heel, heel lang geleden ben ik ooit eens een keer in het Openlucht Museum in Arnhem geweest. Ik kon me daar vaag nog wat van herinneren. Dus toen vrienden vroegen of we misschien zin hadden mee te gaan, leek me dat een heel leuk idee. Gewoon op een doordeweekse dag, voor mijn doen ook al bijzonder.

Het is nog steeds een rare tijd dus we kregen een tijdslot waarop we binnen mochten. Druk was het helemaal niet. We namen een plattegrond mee en begonnen aan de tijdreis.

De echt oude huisjes zijn natuurlijk leuk om naar te kijken. Hoe koud moeten de mensen het vroeger in de winter gehad hebben. Er stonden dan wel wat beesten binnen maar als je een meter van het vuur vandaan kwam, vroren je tenen er toch wel af. En dan slapen in zo’n muffe bedstee, brrr. Geen wonder dat zoveel mensen ziek werden.

Maar het feest van herkenning kwam toch wel bij het Wit-Gele Kruisgebouw en het huisje uit de jaren 70. Het Wit-Gele Kruis, opgericht in de jaren 20 van de vorige eeuw. Bij ons in het dorp was ook zo’n gebouw. Moeders gingen daar met hun baby naar toe, ik weet niet of het consultatiebureau daar gevestigd was of dat het Wit-Gele Kruis die consultaties deed. Ik kan me nog wel herinneren dat we daar met een heleboel andere kinderen in de rij moesten gaan staan voor een vaccinatie. Geen idee waarvoor, het zal best een kinderziekte zijn geweest. Wat ik ook nog heel goed weet, was hoe het daar rook. En toen ik het museumhuisje binnenliep, sloeg de bekende lysol-lucht me gelijk weer in het gezicht. Blèh. Dat ruik je nu nergens meer.

Het jaren 70 huisje was ook geweldig. Al die spullen die mijn moeder ook had. En de moeders van mijn vriendinnen. Mijn ouders waren niet echt modern, ook niet in die tijd, maar ik weet nog goed dat de ouders van een vriendinnetje van mij oranje vloerbedekking hadden. En rotanmeubels. En een gemacrameede plantenhanger voor het raam. Dat was in die tijd supermodern. Stiekem was ik ook een beetje jaloers op zulke ouders. Natuurlijk had mijn moeder ook oranje en bruine spullen maar toch altijd net iets minder. Ach.

We hebben bijna een dag rondgedwaald.

En het was voor het museum zelf misschien wat minder, maar wij vonden het heerlijk dat het zo rustig was. Geen schoolklassen met kinderen die vinden dat zij de eerste zijn die ergens moeten kijken. Niet onder de voet gelopen worden door Chinese toeristen die zoveel foto’s maken dat het bijna onmogelijk is om ook vastgelegd te worden. Gewoon naar binnen lopen en rondkijken. En de geur van toen opsnuiven.

ReizenReizen

We mogen weer op vakantie

Weer op vakantie

We mogen weer op vakantie. Na 15 juni gaan de grenzen weer open. Natuurlijk, voorlopig alleen nog naar landen in Europa die dit toestaan en op eigen risico, maar het kan. Onze geplande vakantie naar Engeland moet een jaar wachten, dat land is nog niet veilig. Wat een bizar idee eigenlijk, dat je anno 2020 niet naar het Verenigd Koninkrijk kunt reizen omdat er een negatief reisadvies geldt. Wel jammer overigens, we hadden ons erop verheugd, lekker met vrienden naar de Cotswolds. Maar goed, wat in het vat zit, verzuurt niet, zullen we maar denken.

Wat heel goed nieuws is, is dat België wel een land met code geel is. Wel toegestaan maar let op de risico’s. Ach, veel mensen zullen België sowieso een risico-land noemen. Het weer is niet stabiel, net als in Nederland. De wegen zijn vergeleken bij die van ons abominabel. De bewegwijzering is zo mogelijk nog erger. “Oeps, je had 50 meter geleden rechtsaf gemoeten.” Het onderstel van je auto heeft enorm te lijden van de hobbels en gaten. Maar, als je dan eenmaal op een terrasje aan een fameus Belgisch biertje zit, dan is dat leed al snel vergeten.

We hebben al contact gehad met de mensen van de camping. Onze caravan staat nog steeds eenzaam op zijn winterplek. We moeten nog een nieuwe voortent kopen. Alles is dit jaar later dan anders maar het lijkt er toch op dat het eraan zit te komen. Er wordt al druk gewerkt aan voorzieningen in het sanitair. En de drukste weekenden, Hemelvaart en Pinksteren, zijn al achter de rug. Jammer voor de omzet en de gezelligheid maar wel beter voor de anderhalve-meter kampeerder.

Dat gaat toch nog een uitdaging worden. De plaatsen zijn groot genoeg, daar is het makkelijk afstand te houden. Je zet gewoon je stoelen wat verder uit elkaar. Op het terras kan dat ook nog wel. Maar het kroegje is net zo groot als vier postzegels in een vierkant. Dat gaat hem niet worden. Het is maar te hopen dat we een mooie zomer krijgen, dan kunnen we buiten zitten.

Het zal een bijzondere zomer worden, voor heel veel mensen. Vakanties buiten Europa zullen nog wel niet tot de mogelijkheden behoren. Niet backpacken door de Outback, niet met je rugzak naar Zuid-Amerika. Al die avonturen moeten een jaar wachten. We kunnen wel heel burgerlijk met de caravan naar Hintergarten. Terug naar de jaren 60 en 70. Ach, laten we er de nostalgie van inzien. Tenslotte wordt er bij Talpa en RTL4 ruzie gemaakt om de rechten van een programma dat terugblikt naar die tijd.

BoekenBoeken