De krabben kruipen

Heerlijk, zo’n eerste lentedag. En we werden verwend, het was vroeg dit jaar. Na een week bibberen en glibberen sloeg het weer toch wel gevoelig om. Heerlijk, de achterdeur open, lekker in de tuin zitten, in het zonnetje. Stef liep constant te scharrelen, hij ging van plekje naar plekje, als hij maar in de zon kon liggen. Op een gegeven moment lag hij in de buiten net achter de drempel van de achterdeur. Je zou er over vallen als je nietsvermoedend naar buiten liep. Heerlijk hoe een hond daar ligt waar hij zich kan koesteren in de warmte.

Natuurlijk moeten er in zo’n weekend ook boodschappen gedaan worden maar zelfs dat is geen straf. Ik reed op mijn gemakje door het dorp en dacht aan mijn vader. Zodra de eerste warme dagen zich aankondigden, bezigde hij altijd zijn spreuk “kijk, de krabben kruipen weer…”. Ik hoorde het hem zeggen. Het klonk een beetje misprijzend maar ik weet zeker dat hij het niet zo bedoelde. Want ook mijn vader hield ervan om naar mensen te kijken. Dus als het weer het weer toeliet, waagden ook de minder ‘geharde’ mensen zich buiten. En kwamen de exotische voertuigen weer van stal.

Ook nu zag ik ze volop. Een grijze dame in een glimmende Porsche cabrio, een dik ingepakte oude man in een scootmobiel, en alles wat daar tussenin zat. Fietsers, wandelaars, gezinnen die de polder introkken om vogels te spotten. Je kon het niet zo gek bedenken of het was buiten. En volgens mij genoot de meneer in zijn scoot net zo veel als de chique dame om haar dure auto. Genieten van de zon is namelijk gelukkig niet afhankelijk spullen.

Ik deed mijn boodschappen, croissantjes, verse broodjes en boontjes voor Stef. Die was ik namelijk tijdens mijn wekelijkse boodschappenronde vergeten. Schande, hoe kon ik. En het ergste was, ik had het niet eens in de gaten. Mijn maatje maakte me erop attent toen hij alle boodschappen had opgeruimd. Ach, het gaf me mooi de gelegenheid ook even langs de bakker te rijden.

Ik nam de lange weg naar huis. Door de hoofdstraat van ons dorp, die vanwege zijn lengte vier namen heeft. En waar je maar 50 km per uur mag, en op sommige stukken zelfs maar 30. Gewoon een beetje kijken, het is een oud dorp. De voortuinen worden netjes bijgehouden. De hekken van de begraafplaats staan open, waarschijnlijk waren er alweer mensen bezig om de wintertroep van de graven te verwijderen. Het heeft toch een bepaalde sfeer. Even gewoon nergens aan denken en alleen maar snuiven.

En ik weet het wel, ik heb deze weg al heel vaak gereden. Maar zo tijdens een eerste lentedag, dat blijft toch speciaal.

KlussenKlussen

Voor iedere kwaal een remedie

Mensen kunnen de meest vreemde dingen mankeren. Kwalen waar je nog nooit van gehoord hebt maar die mensen ernstig beperken in hun bewegingsvrijheid of levensgeluk. Soms hoor ik verhalen die te bizar zijn voor woorden. Of eigenlijk, die te triest zijn voor woorden. Je hart breekt vooral bij het zien van kinderen die op speciale afdelingen van een ziekenhuis liggen. Beplakt met allerlei vreemde stickers en lekgeprikt om een heel leger van slangetjes te bevestigen. Het is niet eerlijk.

Toch hoorde ik laatst over een aandoening die mij helemaal niet bekend was. De genezingstherapie voor deze kwaal, de zgn. conversietherapie, wordt strafbaar. Het artikel waarin dit werd genoemd, schreef “Nederland kent volgens onderzoek nu vijftien organisaties of personen die activiteiten organiseren (onder meer vakantiekampen, seminars en workshops) waarbij een niet-heteroseksuele gerichtheid wordt geproblematiseerd en waarbij wordt geprobeerd om deze te ‘verhelpen’. Het zou vooral gaan om clubs en mensen die verbonden zijn aan strengchristelijke stromingen.”

Ik was met stomheid geslagen. We leven toch in 2021? Moeten in deze tijd mensen zich nu nog verdedigen omdat ze niet in het hokje van de kortzichtigen passen. Ik dacht dat we dat punt nu toch wel voorbij waren. Hetero, homo, bi, wat maakt het uit. Zolang je maar iemand hebt waarbij je je veilig voelt, waarbij je jezelf kunt zijn, waar je liefde vindt. En als je graag alleen blijft, omdat je liever snijbloemen hebt dan een vaste plant, dan is dat ook helemaal prima.

Toch lijkt het me dat we de laatste jaren veel minder verdraagzaam zijn geworden. Minder ruimdenkend ook. Dingen waar je vroeger niet bij stil stond, zijn nu bijna strafbaar. Je durft andermans kind niet eens meer een aai over de bol te geven. Stel dat je aangeklaagd wordt. Terwijl je er helemaal niks mee bedoelt. Wel denk ik vaak, de mensen die je van dat soort dingen beschuldigen, moeten toch zelf wel een hele zieke geest hebben. Programma’s op televisie vallen bij het woord ‘borst’ al onder een strenge kijkwijzer. Waardoor het natuurlijk veel spannender wordt voor kinderen om stiekem te kijken. Tenslotte zijn dingen die niet mogen veel leuker.

De vertrutting van onze maatschappij is toch wel iets dat me zorgen baart. Weet je, ik hoef niet topless op het strand, ik wil best rekening houden met het feit dat we niet meer zo vrijdenkend zijn. Maar ik vind het wel erg dat wij nog steeds roepen tolerant te zijn, maar het eigenlijk helemaal niet meer zijn.

Design en lifestyleDesign en lifestyle

Wat een ellende

Bah, bah, bah wat een kou toch weer. Alles bedekt met zo’n koude laag sneeuw. De hele tuin lag er vol mee. Op sommige plekken had de wind hele bergen gemaakt. Hij kon niet eens door de tuin lopen zonder kliedernat te worden. Waar moest hij nu dan zijn pootje optillen? Zelfs onder de overkapping lag sneeuw, de hele tuintafel was wit. Hij had wel even tegen de poot van de tuintafel gestaan maar hij was direct verraden. Het vrouwtje had hem uitgelachen. “Don’t eat the yellow snow”, had ze tegen het baasje gezegd. Die moest ook lachen. Geen idee waarom.

Nee, hij was maar snel weer op zijn vachtje gekropen. Het was niet te hopen dat het vrouwtje naar buiten zou willen. Dan moest hij natuurlijk weer mee. Pfff.

Even later hoorde hij het vrouwtje naar beneden komen om broodjes te eten. Ach, nee, hè, ze had zijn jasje bij zich. Dat werd een wandeling door de kou, let maar op. En ja hoor, na het eten riep ze hem. “Kom Stef, we gaan een rondje.” Hij liet zich van de bank zakken, het vrouwtje zou haar zin toch wel doordrijven. Ze hield hem stevig vast en trok zijn jas over zijn hoofd. Wel lekker warm, daar kon hij niks van zeggen. Het werd vastgeklikt en de riem ging aan. Het baasje zat hem een beetje meewarig aan te kijken. Die vond dat jasje ook maar stom maar ja, het vrouwtje wilde naar buiten.

Het was nog uitkijken ook, sommige stukken waren erg glad. Het vrouwtje had haar laarzen aangedaan dus ze liep wel met hem door het gras. Dat was wel fijn, pekel tussen je tenen is echt niet fijn. Mensen hebben daar geen erg in, maar het prikt en het is vies. Gelukkig wonen ze op een plek waar eigenlijk bijna nooit wordt gestrooid dus hij had er niet veel last van. Hoefde hij ook niet zijn tenen schoon te maken als ze straks weer thuis waren.

Toch, op zich, hij begon er wel plezier in te krijgen. De wereld zag er wel heel anders uit vandaag. Het bekende pad waar ze tussen de middag altijd liepen, was toch wel een uitdaging geworden. Hij zag het wel, het vrouwtje hield hem goed in de gaten toen hij over de schuine kant naar de sloot liep. Ze hoefde zich geen zorgen te maken, hij zou er echt niet in vallen. Dat was hem één keer overkomen, dat gebeurde niet meer. Stel je voor, dan moest hij weer in bad. Echt niet.

Er waren nu helemaal geen vissers in de haven. Grappig, normaal zaten ze er in de winter de hele dag. Nu niet, zeker veel te koud. Mensen konden toch wel watjes zijn, de haven was nog helemaal niet dicht gevroren.

Thuis maakte het vrouwtje zijn voeten schoon. Dat was wel lief, hoefde hij het zelf niet te doen. Nadat hij zijn snoepjes had gekregen, kroop hij toch maar weer warm op zijn vacht. Was het maar vast zomer.

DierDier

Soms heb je iets uit te leggen

Hij vindt het prachtig als het baasje op de grond komt zitten om met hem te stoeien. Dan doen ze net of ze elkaar achterna zitten. Het baasje houdt hem dan vast en hij probeert los te komen. Of het baasje probeert hem te vangen terwijl hij heel hard heen en weer loopt. Het vrouwtje moet er altijd om lachen. Ze waarschuwt soms wel als ze samen iets te fanatiek aan de gang zijn. Maar dan lacht het baasje en zegt dat dat toch juist leuk is. Hij zelf vindt het prima.

Maar inderdaad, soms gaat het wel eens een beetje te hard. Laatst had het baasje hem in de houdgreep, hij wrong en draaide en kwam omhoog. Daarbij kwam hij met zijn hoofd tegen het oog van het baasje. Die had het eigenlijk niet zo gemerkt maar toen hij later met het vrouwtje koffie ging drinken vroeg zij geschrokken wat hij had gedaan. “Ik? Niks”, zei het baasje een beetje verbaasd. Hij kon natuurlijk zelf niet zien dat zijn oog helemaal blauw was geworden. Oeps. Het vrouwtje moest er toch heel hard om lachen. “Jij hebt wat uit te leggen, als je straks naar de huisarts en de tandarts moet.” Het baasje keek wel beteuterd. “Ik heb er echt helemaal niks van gemerkt.” Het oog van het baasje werd bijna paars, ze hadden toch hard gebotst. “Die hond heeft ook zo’n harde kop”, zei het vrouwtje, “hij heeft er zelf niks van gemerkt.” Nee, inderdaad, hij had echt niks gemerkt.

Gelukkig was het baasje niet zo flauw en bleef hij toch gewoon met hem spelen. Een van zijn favoriete spelletjes blijft toch altijd gooien met de bal. Een tennisbal natuurlijk. Daar beet hij dan een gat in zodat het baasje de bal beter kon vasthouden. En dan speelden ze samen wie het eerste de bal losliet. Wel jammer dat de tegelvloer in huis zo glad is, als hij meer grip had, zou hij echt wel vaker winnen. Nu ook, het baasje dreigde toch echt te gaan winnen, hij pakte nog wat beter naar de bal. En toen trok het baasje zijn hand wel weg, hij had nl. ook in de vinger van het baasje gebeten. Hij schrok er heel erg van, het was echt niet expres.

Het baasje bleef er erg nuchter onder. Hij pakte een stuk keukenrol om het bloeden te stoppen. Even later kwam het vrouwtje beneden. Oei, nu zou er wel wat zwaaien. Het vrouwtje had immers al gewaarschuwd. Ze keek van het baasje naar hem en weer terug. Eigenlijk keken ze allebei heel schuldbewust terug. “Sjongejonge”, zei ze, “ik hou geen maatje meer over op deze manier.” “Het is niet Stef zijn schuld”, zei het baasje, “we waren gewoon aan het spelen.” Het vrouwtje moest lachen. Pff gelukkig, ze was niet boos op hem. “Ik kan jullie ook geen moment alleen laten.” Nadat ze een pleister had gepakt ging ze koffie inschenken. Hij kreeg een snoepje. Hij keek even naar zijn bal. Hmm, toch maar even wachten. Het was nu wel even voldoende om aan de huisarts uit te moeten leggen.

Bol.com AlgemeenBol.com Algemeen