Decorum

pumps-154636_1280

Gisteren zag ik weer een lotgenoot ploeteren. In het kielzog van een mannelijke collega die net iets te grote passen nam. Dat deed hij niet expres, hij had nou eenmaal langere benen. De dame in kwestie kwam zo te zien ook net van een meeting. Zij sjouwde met handtas, laptop en autosleutel op haar hakken door het gras van het plantsoen rond het parkeerterrein. Ik moest toch wachten dus ik zat het tafereel op mijn gemak aan te kijken. Ik ken het namelijk. Je loopt mee met je mannelijke collega’s, die zijn professioneel gekleed maar wel op platte schoenen. Je draagt net als zij een laptoptas. Maar jij draagt ook nog eens je handtas èn je loopt op hakken. En in mijn geval dan te klunzen. Het lukt me nou nooit eens om een beetje handig dingen te verdelen. Ik heb altijd èn de hengsels van twee tassen èn mijn sleutels in één hand. En probeer dan op elegante wijze de auto open te maken om eindelijk die tassen op de achterbank te gooien. En dan vervolgens met een zucht achter het stuur te kruipen. Eindelijk rust voor mijn voeten.

Natuurlijk doe ik het mezelf aan. Dat weet ik.  Ik wil er zo elegant mogelijk uit zien. Dat ik van nature niet elegant ben, neem ik dan maar voor lief. Tenslotte wil je ook niet door het leven gaan als oma Duck, met bijbehorend schoeisel. Het is al erg genoeg dat ik verre van lichtvoetig ben en iedereen mij van mijlenver hoort aankomen. Ik doe het niet expres, het is mijn motoriek. Of zoals een collega opmerkte “je moet de groeten van hakken hebben.”

En dan heb ik het nog niet eens over nieuwe schoenen. Want man, man, wat kun je daar een blaren in krijgen. Laatst ook weer, ik had prachtige (vond ik) nieuwe pumps gekocht. De eerste dag al was het prijs. Een blaar zo groot als morgen de hele dag. De hele dag heb ik lopen strompelen, het bloed zat in mijn nieuwe schoen. Toen ik thuis kwam met een verbeten gezicht, vroeg mijn maatje heel subtiel “nieuwe schoenen, zeker zere voeten?” Ik gromde wat en schopte ze mijn schoenen in een hoek. Wetende dat ik ze toch echt weer aan zou moeten. Want anders worden die schoenen nooit passend. Zucht.  

Eerst dacht ik dat ik de enige was die altijd zo liep te klunzen. Het blijkt echter gewoon een vrouwending te zijn. Dat geeft toch wat rust. Niet dat het daardoor minder sukkelig wordt maar het is prettig te weten dat het niet helemaal aan mij ligt. Ik besluit gewoon maar te bedenken dat het aan de maatschappij ligt. En dan in het bijzonder aan ons vrouwen zelf.

 

Klanttevredenheid

test-pattern-152459_1280

Terwijl ik in het donker op zoek ben naar een notitieblokje en een pen, stoot ik mijn scheenbeen pijnlijk aan een scherpe punt. Ik grom binnensmonds en doe dan toch maar het licht aan. Oh ja, twee televisies, dat is waar, die staan hier zo lang.

Mijn schoonvader keek graag televisie. Zijn wereld, en met name zijn bewegingswereld, was op het laatst behoorlijk beperkt. Natuurlijk trok hij er op uit met zijn scootmobiel, maar als het slecht weer was, was hij toch regelmatig op zijn huis aangewezen. En dan installeerde hij zich in zijn gemakkelijke stoel. Voeten omhoog, drankje en knabbels binnen handbereik, afstandsbediening op schoot. Hij vermaakte zich wel. Het liefst keek hij naar National Geographic, de natuur boeide hem mateloos. Wellicht ook vanwege het feit dat hij zelf de stad niet meer uit kwam.

Pa keek ook niet naar een klein televisietje. Nee hoor, wat dat betreft was hij zijn tijd ver vooruit. Waar andere bejaarden zonde maakten van het geld, kocht hij regelmatig een nieuwe tv. De laatste snufjes, hij had het allemaal. De zaak waar hij vaste klant was, was daar helaas ook van op de hoogte. Ik weet nog goed dat we een keer uitgenodigd werden zijn nieuwste aanwinst te bewonderen. Een prachtige televisie, groot, plat, van alle gemakken voorzien. Hij was er zichtbaar blij mee. Natuurlijk waren wij ook blij voor hem. Alleen het feit dat hij zich afvroeg waarom hij er toch twee zonnebrillen bij had gekregen, zette ons aan het denken. Als je iemand een 3D televisie verkoopt, dien je toch op zijn minst de werking uit te leggen. Misschien waren ze bang dat hij zich dan terug zou trekken, zoveel geld voor iets dat hij toch niet gebruikte.

Bij zijn volgende televisie was het nog zouter. Weer een prachtig apparaat. “Moet je toch eens kijken” zei pa, “wat een afstandsbediening ik erbij heb gekregen.” Het eerste dat me opviel, was de grote toets in het midden met het Windows-icoon. Het was een smart-tv. Er was alleen een klein probleempje, pa had geen internet. Het computertijdperk was volledig aan hem voorbij gegaan. Hij keek altijd met verbazing toe als ik dingen opzocht op mijn tablet en hem dan een blik gunde in de hele wereld. En nu had hij een apparaat dat hetzelfde kon.

We hebben internet voor hem aangevraagd. Ik weet niet of Ziggo ons daar dankbaar voor was. Pa hing regelmatig aan de telefoon, “hij doet het niet.” Meestal was er dan weer iets met het wachtwoord. Hoe hij het voor elkaar kreeg, geen idee.

Toch gaf ook deze televisie ons het idee dat de verkoper hem weer geld uit zijn zak had geklopt. Pa deed niks met YouTube, wist niet eens wat het was. Waar had hij een smart-tv voor nodig. Het was de laatste die hij heeft gekocht. Hij is altijd een trouwe klant gebleven. Het gevoel dat hij opgelicht werd, leefde alleen maar bij ons. We hebben er nooit iets van gezegd, pa zou er alleen maar verdrietig van zijn geworden. In tevredenheidsonderzoeken wordt vaak gevraagd of je de leverancier zou aanbevelen bij je vrienden en kennissen. Nou, nee dus.

 

Onafhankelijk

flare-up-3335775_1920

Jonge jonge wat een gedoe toch weer. Gewoon die tent op zetten en niet meer zeuren. Tegenwoordig waren mensen echt watjes. Hij duwde de twee sukkels opzij en trok het zeil van de vrachtwagen. “Kom op joh, pak eens aan.” Dat gezanik steeds. Ze stonden natuurlijk ook weer helemaal verkeerd, als je zo alles vastpakt, moet je ook wel moeite hebben. Hij  gromde inwendig en wees waar ze moesten gaan staan. Je moest ook altijd alles zelf doen.

’s Avonds zaten ze eindelijk rond het kampvuur aan het eten. Hij trok het legergroene blik open en veegde zijn vork af aan zijn mouw. Thuis kwam hem dat op een valse blik van zijn vrouw te staan maar dat kon hem niet schelen. Ze wist waar ze aan begon toen ze met hem trouwde, ze waren tenslotte geen achttien meer. Toen zijn eerste vrouw steeds meer begon te zeuren dat hij zich eens wat netter moest aankleden en wat meer thuis moest blijven, had hij haar netjes op de keitjes gezet. Geen gezeur, hij was zoals hij was. Gelukkig begreep zijn zoon precies wat hij bedoelde, dat was ook niet zo’n zeikerd. De militaire weekenden zoals deze waren altijd tof.

Mooi wel dat hij voor de zoon van zijn buurman een tent had kunnen ritselen. Kon dat jong tenminste ook eens mee. Die had toch al niet zo veel, pa afgekeurd vanwege zijn rug, ma te bedonderd dat ze de handen uit de mouwen stak. Nee, die maakten er niet veel  van. Hij nam de jongen graag mee op pad. Het was een prima enthousiast joch. Mooi gezicht als hij zo naast hem in de vrachtwagen zat, dat koppie net boven het dashboard uit. Zeurde ook nooit, pakte altijd mee aan. Jammer dat zo’n kind zo’n last kon hebben van zijn ouwelui.

Tevreden keek hij de kring rond. Beter dan dit kon toch niet, met z’n allen in de buitenlucht, niet van die flauwekul als eten in een restaurant. En dan verwachten dat je je omkleedt. Waarom, om te gaan eten? Net of het niet smaakte in zijn gemakkelijke kloffie. Nee, al die flauwekul, daar deed hij niet aan mee. Ze konden hem alles vragen, hij wilde overal mee helpen maar zich anders voordoen dan hij was, daar begon hij niet aan.

Binnenkort zag hij zijn broer weer. Goeie vent, woonde in Amerika. Jammer, daardoor zagen ze elkaar maar eens per jaar. Dit jaar kwam hij weer hierheen. Ondanks dat die voor zijn werk wel nette kleding had gedragen, was die toch echt net als hij. Hij verheugde zich al op hun tijd samen. Gewoon, mekaar aankijken en weten wat je bedoelt. Mannen onder elkaar. Die vrouwen konden altijd zo zeuren. Ja, dan zat er een vlek in zijn broek, of een winkelhaak bij zijn elleboog. Hij vroeg toch niet of ze het wilde repareren. Hij had er geen last van dus zij hoefde zich er niet mee te bemoeien. En dan was zijn vrouw nog niet eens moeilijk. Je had van die wijven, daar was helemaal niks mee te beginnen. Die klaagden al als hun haar in de war raakte. Onvoorstelbaar dat er kerels waren die het daar mee uit konden houden. Zijn vrouw moest hem lekker zijn gang laten gaan, dan had ze geen last van hem en hij niet van haar.

Zijn broer was verstandig. Die was nooit getrouwd geweest. “De ware nooit tegengekomen”, zei hij altijd. Waarschijnlijk nooit op zoek geweest, veel te druk met andere dingen. Wel jammer dat hij daardoor ook geen kinderen had. Tenminste, niet dat hij wist. Hij keek naar zijn zoon, die zat halverwege de kring zijn eigen pannetje leeg te lepelen. Ze deden in hun vrije tijd veel samen. Prima kerel, had ook een prima wijf, trouwens. Stoer ding, nooit zeiken, gewoon mee aanpakken. Daar had hij het mee getroffen.

Ja, als hij zo terugdacht, dan had hij het allemaal nog niet zo slecht getroffen. Hij was gezond, kon doen wat hij wilde, hoefde met niemand rekening te houden. Als hij zo eens in zijn omgeving keek, was dat wel eens anders. Gelukkig kon hij hier en daar ook nog eens een helpende hand toesteken. Niet bij prutsers die het zelf veroorzaakten, maar soms had je van die tobbers die altijd pech hadden. Ach, en als hij daar wat voor kon doen, waarom zou hij het dan laten. Tenslotte had hij het goed.

Eigenlijk zou iedereen dat eens moeten doen. Gewoon, normaal doen en elkaar helpen. En hem lekker laten zitten, met zijn vrienden, zijn familie en zijn kampvuur.