Het was een raar jaar.

Het was een raar jaar geweest, niet ongezellig, maar wel raar. Eerst ging het vrouwtje iedere dag weg. ’s Morgens vroeg al. En dan kwam ze pas aan het einde van de middag weer thuis. En toen ineens, bleef ze de hele dag thuis. Ze zat wel steeds naar dat schermpje te kijken, maar ze bleef toch wel thuis. Soms zat ze zelfs tegen dat scherm te praten, zo gek. En dan hoorde je ook stemmen van andere mensen. Hij had wel eens meegekeken, op schoot, maar dan werd er alleen maar gelachen.

Wel heel gezellig hoor, dat het vrouwtje zo veel thuis is. Dat vindt het baasje ook. Ze eten samen tussen de middag en dan gaat hij een rondje lopen met het vrouwtje.

Ze zit nu wel boven op haar kamertje. Daar heeft ze alle spulletjes bij de hand. Hij gaat er overdag geregeld kijken. Ze heeft er nu ook een vachtje neergelegd zodat hij niet op de koude grond hoeft te gaan liggen. Nee, daar is niks mis mee. Van hem mag dat gewoon zo blijven.

Ze zijn wel veel minder naar de camping geweest, dat was ook zo raar. Het was prachtig weer en toch bleven ze thuis. Hij miste het wel. Niet alleen het bos en het water maar ook zijn vriendjes. Yana, Luna, Indy. Hij had ze wel erg lang moeten missen. Gelukkig was het wel een mooie zomer geweest en had hij nog veel kunnen spelen.

En toch, ook op de camping was het anders. Hij kon het niet thuisbrengen maar er was iets. Het baasje ging altijd graag naar het terras maar nu bleef hij liever op zijn plekje. Ook niks mis mee, het vrouwtje had hele zakken hout opgestookt. Wel scheen het nu weer opgelost te zijn, zijn grote vriend bleef in ieder geval ook volgend jaar op de camping. Dat was goed nieuws. Het baasje was er erg blij om geweest.

Hij begreep niet zoveel van mensen. Er waren bepaalde regels geweest die ervoor moesten zorgen dat iedereen gezond bleef. En dan had je mensen die zich daar niet aan wilden houden. Dat vond hij zo raar, je wilde toch niet ziek worden. Als je nou toch gewoon een tijdje die maatregelen in acht neemt, dan kun je toch daarna weer doen wat je wilt. Maar nee, mensen liepen weer te mopperen. Volgens hem duurde het daarom allemaal veel langer, suf hoor.

Nou, nog even en dan begint er weer een nieuw jaar. Wat zal het weer gaan brengen. Hij hoopt veel plezier, veel geluk, veel liefde. En natuurlijk ook veel hondensnoepjes, want die heeft hij afgelopen jaar echt veel te weinig gekregen, naar zijn zin.

Design en lifestyleDesign en lifestyle

Wat doen we met vader met kerst

Dit jaar nog meer dan anders is de vraag “wat doen we met mama deze kerst?”. Of met vader, of oma. In ieder geval met het familielid waar we normaal altijd naar toe gaan omdat dat zo hoort. Het klinkt niet erg respectvol maar zo is het helemaal niet bedoeld. En niet dat het ongezellig is, dat ook helemaal niet, maar “het is zo gegroeid”. Vaak zijn het familiebijeenkomsten waar mensen ook hun neven en nichten weer eens voorbij zien komen. “We moeten toch snel weer eens wat afspreken.” Om vervolgens weer een heel jaar geen contact te hebben. Begrijpelijk, iedereen heeft het druk en een jaar is helaas zo om.

Mijn schoonvader wist zich de laatste jaren prima te vermaken tijdens de feestdagen. Op kerstavond kwam hij bij ons eten, dat was traditie. Hij mocht dan ook het menu samenstellen. Vaak koos hij voor gerechten die hij zelf niet kon maken. Of die niet geschikt waren voor één persoon. Flappie zal zijn keuze meerdere malen met schrik en beven aangehoord hebben.

Pa nam voor de heenweg de deeltaxi. Hij wilde ons niet lastig vallen tijdens de voorbereidingen. Nadeel van die taxi was wel altijd dat hij steevast een uur te vroeg op de stoep stond. Ik nog bezig in de keuken, mijn maatje bezig met klusjes die nog gedaan moesten worden. Het “dag dag” zorgde altijd voor een gevoel van haast en te laat zijn. Pa kwam binnen, handenwrijvend, rondkijkend waar hij zijn stok even kon parkeren om zijn jas uit te doen. Mijn maatje hield Stef vast, die kleine man was altijd enthousiast als pa kwam. Hij zou hem zonder pardon uit liefde en affectie ondersteboven hebben gesprongen. En als zo’n oude man valt, tja, je wilt een gebroken heup niet op je geweten hebben. In de binnenzak van zijn jas grabbelde hij naar twee envelopjes. Die waren voor ons, zijn kerstkadootje. Hoe vaak we ook zeiden dat dat niet hoefde, hij bleef het geven.

De avonden waren altijd hetzelfde. De oude verhalen, hoe het met de familie ging. En aan het eind bracht ik pa weer naar huis. Eigenlijk was het best gezellig. Je mist dingen pas als je ze niet meer hebt.

Dit jaar wordt kerst voor veel mensen een ingewikkelde planning. Want met de hele familie aan het kerstdiner, dat gaat het niet worden. Ach, er zullen ook best mensen zijn die stiekem opgelucht adem halen. Want niet alle kerstdiners eindigen in peis en vree. Mijn moeder komt bij ons eten op kerstavond. Mijn zussen vullen de andere dagen. Mijn zussen en ik hebben samen overlegd, “wat we doen met mama deze kerst”. Arme mam, ze moest eens weten.

Kerst 2020Kerst 2020

Romantisch, zo’n witte winter

Het wordt weer winter, althans, het weer wordt weer slechter. Donker, koud, nat, guur. Veel mensen verlangen naar een ouderwetse winter, vol sneeuw. Zouden we dit jaar kunnen schaatsen? Nou, ik kan je zeggen, voor mij hoeft het niet. Het ziet er misschien mooi uit op een plaatje maar ik heb er een gruwelijke hekel aan. Dat je ’s ochtends buiten komt en het heeft gesneeuwd. Je verpest gelijk je schoenen, je moet je auto schoonmaken. Waar zijn mijn handschoenen? En als je auto dan sneeuwvrij is en je start, beslaat direct de voorruit zodat je helemaal niks ziet. Kun je dat weer schoonpoetsen. Dan, eindelijk, kun je op pad. In een ijskoude auto. Het grote nadeel van een moderne hybride-auto heb ik altijd gevonden dat zo’n ding maar niet warm wil worden. Ik hoef niet zo heel ver te rijden maar de ouderwetse diesel die mijn maatje lang heeft gereden, was tenminste op de snelweg direct warm. Je blijft anders bibberen. En zo’n dikke jas en sjaal, het zit alleen maar vreselijk in de weg.

Schaatsen zie je ook steeds minder. Niet dat ik dat erg vind. Ik ben geen ster, ook voor schaatsen heb je een bepaalde handigheid nodig. En die bezit ik niet. De laatste keer dat ik op natuurijs stond, ging ik na 10 meter al onderuit. Lekker onhandig. Natuurlijk riep ik dat er niks aan de hand was en heb ik de middag nog uitgehobbeld maar ik had er geen plezier meer in. Een bezoekje aan de dokter en het ziekenhuis wees uit dat ik mijn schouder had gebroken. Toch fijn een half jaar mee zoet geweest.

En oh ja, het is best gezellig om in een grote tent warme chocolademelk te drinken. Maar ik kan dat perfect zonder dat ik een paar ongemakkelijk zittende ijzers bij me heb. Ik hoef niet zo nodig te klunen over stukken vloerbedekking die aan de randen zo omgekruld zijn dat je daar weer over struikelt. Ik kijk zo wel naar mensen die wel de motoriek hebben om op van die smalle stukjes metaal rond te zwieren.

En dan gaat dat ijs en die sneeuw natuurlijk ook weer smelten. Alles verandert in één grote, bruine blub. Sneeuwmannen zakken scheef en na een paar dagen zie je alleen nog maar een zielig hoopje sneeuw liggen, met als je geluk hebt nog een winterpeen recht omhoog. Overal liggen plassen ijskoud water. Ook voor Stef is een ramp, zijn arme pootjes worden in- en in koud. Ik snap heel goed dat hij af en toe weigert om mee naar buiten te gaan.

Nee, voor mij hoeft de winter niet. Ik ben geen romanticus. Ik ben een groot voorstander van een winterslaap. Gewoon onder de dekens en wachten tot het allemaal weer voorbij is.

Bol.com AlgemeenBol.com Algemeen

Mondkapjesplicht

Het is wel een woord dat we een jaar geleden nooit gebruikten, mondkapjesplicht. Een mondkapje, dat was iets dat in het ziekenhuis werd gebruikt. Of als er met gevaarlijke stoffen werd gewerkt. En dat waren dan ook hele andere exemplaren dan de stoffen lapjes die inmiddels het straatbeeld beheersen.

Vanaf 1 december is het dan zo ver. Het is verplicht om in openbare ruimtes een mondkapje te dragen. Als we de weekenden in België waren, was het op veel plaatsen al verplicht dus voor mij is het niet zo’n moeite. Daar noemen ze het overigens een mondmasker. Dat allitereert een beetje dus dat vind ik dan weer mooier klinken. Maar ach, what’s in a name.

Ik heb de discussie over voor en tegen zijdelings gevolgd. Natuurlijk, Het zal heus niet volledig afdoende zijn. Anderhalve meter afstand blijft nog altijd belangrijk, evenals het ontsmetten van spullen en het goed wassen van je handen. Maar het is toch weer een klein wapen in de strijd naar een normale maatschappij. En al doe je het niet voor jezelf, doe het dan in ieder geval voor je medemens. Je wilt een ander toch niet besmetten. Zeker niet de ouderen en wat minder weerbaren onder ons.

Hoewel, dat van die ouderen is soms toch wel heel betrekkelijk. Je hebt er eigenwijze exemplaren tussen hoor. Mensen die denken dat ze, omdat ze een zekere leeftijd hebben bereikt, ze dan ook een zekere wijsheid hebben ontwikkeld. Je hoort ze vaak ook al van een afstand oreren.

Tijdens mijn wekelijkse boodschappenrondje kwam ik er ook een tegen in de supermarkt. Ik stond achter hem in de rij bij de kassa. Mezelf al verwensend dat ik geen zelfscanner had gepakt. De dame achter de kassa droeg een kunststof kapje dat steunt op de kin. De man vroeg of ze daar geen last van had. Hij droeg zelf niets. De kassière gaf toe dat ze het niet fijn vond. Maar dat iedereen daar last van had. En dat er nog even niets aan te doen was. “U draagt geen mondkapje, bent u niet bang voor besmetting?” vroeg ze. De man keek haar een beetje laatdunkend aan. Hij vond het zichtbaar allemaal maar onzin.

“Mevrouw, ik heb al 40 jaar geen griep gehad, ik heb een uitstekend immuunsysteem.”

Nadat de man had afgerekend gebaarde de kassière me te wachten. Ze haalde onder de kassa een enorme spuitbus met desinfectiemiddel tevoorschijn en besprayde omslachtig en demonstratief de boodschappenband en pinautomaat om daarna alles schoon te poetsen met een groot stuk keukenrol. Het gezicht van de oude man was goud waard.

HuishoudenHuishouden