Kantoordag

kantoordag

Het is wel vakantietijd maar toch, het is wel heel erg stil op de weg. Voor het eerst in maanden rij ik weer naar mijn werk om daar een volle dag te zijn. Ik ben tussendoor wel een paar keer die kant uit geweest, maar dat was meer om iets te printen of iets op te halen. Dat telt niet. Maar nu een hele dag op kantoor. Ik ben benieuwd hoe het bevalt. Gelukkig ben ik niet alleen, een collega komt ook. Stel je voor dat je de hele dag als Remi op zo’n afdeling zit. Aan de buitenkant is niks veranderd, gelukkig. Alleen het parkeerterrein is half leeg. Hm, de meeste mensen werken “gewoon” nog thuis.

Het voelt best wel vreemd. Het ruikt ook vreemd, zeg maar gewoon muf. Al die maanden dat er bijna niemand is geweest. Eerst maar eens de ramen opengooien. En de kantoorplant goedemorgen wensen. Het arme ding, hij leeft nog wel maar ziet er toch maar armetierig uit. Zelfs een plant verzamelt stof als hij alleen is. Iemand zal hem wel water hebben gegeven, gelukkig.

Er zijn ook nu nog maar mondjesmaat collega’s, een klein percentage van de medewerkers kan naar kantoor. Er zijn looproutes ingericht, alles is bestickerd om de medewerkers zich ervan bewust te laten zijn dat de situatie niet normaal is. Samen met mijn collega versleep ik de voorzorgsmaatregelen voor onze cursisten van het magazijn naar onze afdeling. Dat zou je een jaar geleden toch niet gedacht hebben, desinfectiemiddel, handschoenen, toch ook mondkapjes, stoel- en stuurhoezen. Het is een bijzondere verzameling.

Tussen de middag eten we buiten, anderhalve meter van elkaar. Gelukkig schijnt de zon.

Een week geleden moest ik er wel om glimlachen, om al die maatregelen. Ik weet hoe zorgvuldig mijn werkgever is als het gaat om dit soort zaken en de gezondheid van de medewerkers. Maar nu, met de huidige toename van het aantal Corona-besmettingen in mijn achterhoofd, denk ik daar toch wat serieuzer over. Eigenlijk kun je niet voorzichtig genoeg zijn. De maatregelen worden versoepeld en direct denken veel mensen dat alles maar weer kan.

En dan ben ik toch wel blij met wat meer voorzichtigheid. Want je zult maar in de krant komen als dat bedrijf dat door onzorgvuldigheid meer dan driekwart van zijn medewerkers met een Corona-besmetting thuis heeft zitten. Of erger.

 

Land van onbegrensde mogelijkheden

land van onbegrensde mogelijkheden

Van oudsher staat Amerika bekend als het land van de onbegrensde mogelijkheden. Het land waar een krantenbezorger miljonair kan worden. Op zich vind ik dat mooi, mensen die hard werken, goede ideeën hebben en niet bang zijn om hun nek uit te steken, kunnen het gezegde “als je voor een dubbeltje bent geboren, word je nooit een kwartje” mooi het nakijken geven. Geen belemmeringen, enkel de grenzen van je eigen ambitie.

Maar soms heb ik het idee dat de bewoners van het grote eiland aan de andere kant van de plas toch soms een beetje doorslaan. Toen Donald Trump campagne voerde om president van de Verenigde Staten te worden, moest ik daar om lachen. Heel naïef, besef ik nu. Ik weet nog goed dat ik geschokt was toen ik wakker werd, de televisie aanzette voor het nieuws en hoorde dat de man met het bijzondere kapsel de verkiezingen had gewonnen. Ik kon er met mijn pet niet bij, een man met een dergelijke bedenkelijke reputatie. Ok, er is niets waar hij geen mening over heeft maar hoe hij, ongehinderd door enige kennis van zaken, tweetberichten de wereld in slingert, ik vind het heel bijzonder. De Corona-crisis lijkt hem toch te schaden. Mensen zien wel in dat het toch niet “een gewoon griepje” is en dat het gebruik van bleekwater toch echt niet blijkt te helpen. Inmiddels is hij zelf ook met een mondkapje gespot dus hij lijkt er zelf ook van teruggekomen te zijn.

Tot zover dacht ik dat het dan niet erger kon. Maar wat schetst de verbazing, Kanye West wil zich kandidaat stellen voor het presidentschap. Neehee. Een man die via zijn vrouw, de legendarische soap-ster Kim Kardashian en zijn rapnummers de status van wereldster heeft bereikt. Krijgen we dan een dagelijkse update van die hele soap vanuit het Witte Huis? Komen al die dames met hun make-up lijnen vertellen dat de democraten en republikeinen toch wat meer verzorging nodig hebben? En dan het liefst van hun merk, zodat zij hun vermogen ook weer wat kunnen uitbreiden?

Ik heb nooit iets van verantwoorde politieke standpunten kunnen ontdekken bij Kanye West. Het schijnt ook dat hij nogal wat problemen heeft. Ik volg de familie niet in de Social Media maar het lijkt haast onmogelijk om er niks van mee te krijgen. Persoonlijk vind ik dat je er toch niet aan moet denken dat een land dat zoveel invloed kan uitoefenen wordt geleid door iemand die schijnbaar ineens heeft bedacht dat hij het presidentschap wel een grappig idee vindt. Hoewel zijn toespraak voor de VN wel wat minder slaapverwekkend zal zijn dan de toespraken die daar nu worden voorgelezen. Tenminste, dat denk ik dan. Misschien kan hij het verhaal op rijm zetten, dat zou ook iets nieuws zijn.

Ik hoop dat het een ijdel plan blijkt te zijn. Maar ik durf er mijn handen niet meer voor in het vuur te steken. In Amerika kan alles. Anders dan in Europa. Want ik weet dat wij Nederlanders ook veel fantasie hebben, maar GTST vanuit het Torentje, nee, dat zie ik gelukkig toch nog niet gebeuren.

Films en seriesFilms en series

Mondkapjes

masker

En toch is het raar, als je een supermarkt wilt binnen gaan en je moet een mondkapje op. In Nederland zie je ze sporadisch, in België is het sinds vorige week verplicht. In winkels, bioscopen en een hele rits andere gelegenheden. We waren er op voorbereid dus ik bind het onding braaf voor mijn gezicht. Ik vind het benauwd.

Op zich is het wel een grappig gezicht, je ziet de kapjes in alle kleuren en maten. Sommige mensen snappen ook niet precies wat de bedoeling is, zij dragen de bescherming enkel over hun mond. Maar niezen doe je volgens mij toch nog altijd met je neus. En als je die niet bedekt, kun je je omstanders nog steeds niet beschermen. Ook zie je mensen constant prutsen aan de lapjes. Om daarna weer allerlei artikelen vast te pakken. Dus ik ontsmet mijn handen maar zorgvuldig wanneer ik de kans krijg.

Ach, al die misverstanden. Een niet-medisch mondkapje draag je niet voor jezelf. Dat draag je om het risico te verkleinen dat je andere mensen besmet. Maar dat is volgens mij ook belangrijk. Toch?

Eigenlijk is dat het belangrijkste, zorgen dat je het virus niet verspreid. Zodat we niet weer met zijn allen ‘binnen’ moeten blijven. En de mensen in de zorg zich weer dubbele diensten moeten gaan draaien om alle patiënten te verzorgen. Voor een schamel applaus. Daarom kan ik me zo ergeren aan jongelui die in de uitgaansgebieden in het buitenland denken dat ze onaantastbaar zijn. Ik weet het wel, dat is het voorrecht van de jeugd en op die leeftijd heb ik ook veel domme dingen gedaan, maar ik kan me voorstellen dat de plaatselijk horeca en politie een vreselijke hekel krijg aan ‘die Nederlanders’. Ik zie de beelden op televisie en schaam me.

Onbewust dringen beelden van de televisieserie Oh Oh Cherso, die verschrikkelijke serie van een aantal jaren geleden, zich op. Dat trieste stelletje jongeren met die rare bijnamen. Waarschijnlijk zijn ze inmiddels allemaal getemd en werken ze braaf voor hun centjes. Op Barbie na dan, die heeft talent voor het verpesten van kansen.

Nee, ik weet dat jonge mensen nog niet verantwoordelijk hoeven te zijn. Maar als ze in een crisis als dit op dit soort zaken gewezen worden, zou het toch fijn zijn als de politie er niet aan te pas hoeft te komen. Dan hoef ik me niet te schamen dat ik Nederlander ben.

Zomer 2020Zomer 2020

Kinderboeken

Kinderboeken

Vroeger kon ik uren lezen. Iedere woensdagmiddag fietste ik naar de bibliotheek om het maximale aantal boeken te halen. Thuis vouwde ik mezelf op in een hoekje van de bank en las. Heerlijk. Het kwam regelmatig voor dat ik aan het einde van de middag een of meer boeken al uit had. Wat ik las, veranderde natuurlijk door de jaren heen. We gingen van Wipneus en Pim, naar Pinkeltje en van Pitty op kostschool en de Olijke tweeling naar de romannetjes.

En wat te denken van Pippi Langkous. We wilden toch allemaal zijn zoals zij.

Thea Beckmann was ook een van mijn favoriete schrijfsters. Kruistocht in spijkerbroek heb ik een paar keer gelezen. Ook dat maakte me niet uit. Als ik geen ‘nieuw’ boek had, las ik gewoon een boek dat ik al kende. Als het maar letters waren. “Jij leest zelfs het melkpak”, zei mijn vader wel eens.

Wat ik wel eens denk, is of al die boeken nog wel mogen. Puk en Muk, oei, dat komt vast niet meer door de hedendaagse censuur.

De broer van mijn vader was kloosterling, hij maakte deel uit van de congregatie van de Fraters van Tilburg. Op zich was dat geen verdienste maar wat het voor mij interessant maakte waren de bibliotheken die zich in de kloosters bevonden. Want dat was een werkelijk walhalla voor mij. Als is dat woord in deze context natuurlijk niet helemaal gepast. Die bibliotheken, daar kon ik uren in doorbrengen. De muffe geur van oude boeken, heerlijk. In de grote bibliotheek in het zogenaamde Moederhuis lagen zelfs boeken achter glas. Geschreven exemplaren, waar kloosterlingen dagen, weken, maanden mee bezig zijn geweest. Natuurlijk mocht je die niet vasthouden, helaas.

De boeken in die bibliotheken waren eigenlijk ook helemaal niks voor mij en mijn zussen. Dikke boeken over heiligen en hele jaargangen van de Engelbewaarder. Dat was een katholiek tijdschrift dat bestond van het einde van de negentiende eeuw tot aan de tweede wereldoorlog. De tijdschriften waren ingebonden en werden op die manier veiliggesteld. Toch las ik er graag doorheen. De verhaaltjes waren naar onze begrippen zoetsappig maar je kreeg wel een mooi beeld van die tijd.

Ik weet niet of de bibliotheken nog bestaan. Ook niet of de kloosterorde nog bestaat. Mijn oom is al jaren geleden overleden. Daarmee hielden vanzelf ook de bezoeken op.

Nog steeds vind ik het heerlijk om in ons ouderwetse oorfauteuiltje te kruipen en de wereld om me heen te vergeten. Voor mijn maatje soms wat minder gezellig want ik hoor of zie helemaal niks. Vaak zijn de papieren boeken ingeruild voor digitale boeken en lees ik op mijn e-reader. Het is makkelijk maar eerlijk gezegd mis ik wel het vasthouden en de geur van een papieren boek. Dat is toch onvervangbaar.

BoekenBoeken

Bijna weer vakantie

Bijna weer vakantie

Soms lijkt het of er helemaal niets is om over te schrijven. Ondanks dat ik al vanaf maart thuis aan het werk ben, vliegen de weken voorbij. De wereld gaat weer wat verder open, vrijdag ga ik weer ‘fysiek’ naar school. In april schreef ik over het “een leven lang leren”. En dat de opleiding die ik wilde gaan volgen wel heel anders zou verlopen dan ik had gedacht. En nu is de laatste dag van de eerste module alweer aangebroken. Mijn opdracht inleveren en de eerste helft zit erop. Nog even en het is zomervakantie.

Voor veel mensen ook een hele andere vakantie dan we aan het begin van het jaar dachten. Bijna iedereen die je hoort, blijft in Nederland. “Wij gaan dit jaar naar Friesland, leuk joh.” Ons eigen land wordt weer helemaal opnieuw ontdekt. Eigenlijk hoor je niet eens veel mensen klagen. Ach, de verre reizen komen wel weer, voor nu is het veiliger lekker thuis te blijven. De spannende verhalen moeten maar een jaartje wachten. Voor nu is het helemaal niet burgerlijk om te vertellen dat je naar een huisje in Zeeland bent geweest. Of naar de camping in Drenthe. En dat de kinderen hebben de tijd van hun leven gehad.

Misschien dat we in het najaar weer een weekje naar de zon kunnen. Maar wel in Europa. Landen als Amerika en Brazilië hebben op dit moment nog zoveel problemen. Laten we die voorlopig maar niet lastigvallen met ons toerisme.

Nee, het kabbelt allemaal een beetje voort. Het lijkt wel of de meeste mensen wachten. Wachten op het moment dat onze samenleving weer normaal wordt. En dan normaal in de zin van, gewoon. Misschien is dat wel met meer afstand, maar daar kan ik op zich wel aan wennen. Als we maar weer gewoon met vrienden naar ons favoriete restaurant kunnen.

Natuurlijk zijn er voldoende discussies in de samenleving waar je op los kunt gaan. Johan Derksen en de racisme-discussie houden de gemoederen aardig bezig. Maar ook de demonstraties tegen de anderhalve meter maatschappij kunnen rekenen op stevige commentaren. Voor- en tegenstanders slaan elkaar verbaal de koppen in. Youp schrijft zijn column en Arie Boomsma voelt zich geroepen om te reageren. Maar eigenlijk kabbelt ook dat behoorlijk rustig voort. De giftige commentaren die we gewend zijn, blijven toch grotendeels achterwege. Het lijkt of mensen moe zijn van de emoties van het afgelopen half jaar.

Of zou het dan echt komkommertijd worden?