Herfst

De herfst is normaal gesproken toch wel mijn favoriete seizoen. De zomer is heerlijk, ik hou van de lange avonden en het warme weer, maar de herfst, dat is toch wel iets bijzonders. De geur, het vochtige dat je ruikt, de mist ’s ochtends over de velden. Het melancholieke gevoel. Het ‘nog een keer knallen voor het winter wordt’. In de Ardennen ’s morgens wakker worden en kijken naar de mistflarden over de Amblève. Stef van zijn bedje lichten om samen in het bos te gaan wandelen. Paddenstoelen bekijken. De geur van de herfst opsnuiven. “Dat is rottend blad Mach”, zei mijn maatje dan. Maar ik vond het heerlijk. Bij terugkomst samen warm worden met de koffie die dan al voor me klaar stond. 

In het dorpje van onze camping liep ik dan ook altijd even naar het kerkhof. In de herfst veranderen de graven in een bonte kleurenpracht. Overal waar je kijken kunt, staan bolchrysanten. In alle kleuren en maten. Eén grote bloemenzee. En natuurlijk nam ik ook altijd een exemplaar mee naar huis. Die overleefde toch wel de hele winter. 

’s Avonds de vuurkorf aan, samen zitten in het donker en stil zijn. Naar de vlammen kijken. Wat een dierbare herinnering. 

Dit jaar is het gevoel anders. Ik zie er tegenop. De dagen worden korter, het wordt kouder. Zeker, ik steek ’s avonds weer kaarsjes aan, uiteindelijk moet je zelf voor lichtjes zorgen. En na de wandeling met Stef kan ik nog altijd mijn handen warmen aan een beker koffie. Die kleine man biedt gezelligheid en troost. Er liggen ook veel leuke dingen in het verschiet. Ik word echt niet in de steek gelaten. Het zal allemaal best wel goed komen. En één ding is zeker, het wordt uiteindelijk vanzelf weer lente. Het is alleen zo stil in mij. 

Maar goed, al is het niet zo’n blij seizoen, mijn maatje zal in gedachten veel bij me zijn. Tenslotte loopt hij in mijn hart nog altijd met mij mee. Alleen die bolchrysant, die sla ik dit jaar toch een keertje over. 

Einde van een tijdperk

Er valt  veel te zeggen voor en tegen een monarchie. Waarom wordt iemand koning van een land, alleen omdat hij in een bepaalde familie is geboren. President kan in principe iedereen worden. Maar moet je dat willen? Zorgt een monarchie niet meer voor stabiliteit in een land? Tenslotte wordt er om de vier jaar al een nieuwe regering gekozen, met alle wisselingen en strubbelingen van dien. Tegenstanders zeggen dat het koningshuis alleen maar geld kost, geld dat door de belastingbetaler bijeen wordt gebracht. Maar een president kost ook veel geld. Als ik alleen al hoor hoe in Amerika het Witte Huis iedere vier jaar helemaal opnieuw wordt ingericht. De nieuwe First Lady wil natuurlijk niet wonen in de afdankertjes van haar voorgangster. Er schijnen miljoenen aan gespendeerd te worden.

Normaal gesproken sta ik er ook niet zo bij stil. Alleen, niemand kan natuurlijk om het nieuws heen dat Queen Elizabeth is overleden. Zij was toch wel echt een icoon. Als iemand het koningschap beheerste, dan was zij het wel. Oh, zeker, geldzorgen heeft ze nooit gehad en ze heeft waarschijnlijk ook nooit een stofdoek of dweil in haar handen gehad. Maar ik zou toch echt niet met haar hebben willen ruilen. Want ze heeft toch haar hele leven wel in een glazen huisje geleefd. Hoe groot dat huis ook was. En zij niet alleen, haar man heeft het toch ook niet makkelijk gehad. Zeker in de tijd dat zij elkaar leerden kennen, was het helemaal niet gewoon dat de man in de schaduw van de vrouw stond. Daar kunnen wij nu heel veel van vinden, maar het was toen maar heel normaal dat de man de beslissingen nam.

En stel je voor, dat je koningin moet worden, alleen maar omdat je toevallig in dat gezin bent geboren. En dat je je hele leven moet uitkijken voor hielenlikkers en jaknikkers. Dat je niet weet of mensen je echt aardig vinden of doen alsof. Omdat ze daar zelf beter van willen worden.

Queen Elizabeth heeft haar taak heel lang gedragen. Daar kun je alleen maar respect voor hebben. En ik verwacht dat Engeland haar een groots afscheid zal geven. We zullen er ongetwijfeld nog veel over horen en voorbij zien komen. Als fan van Paddington, kan ik het daarom niet laten om een van de geweldige tekeningen van Eleanor Tomlinson te delen. Het is het beeld van een einde van een tijdperk.

Ernstig in gebreke

Soms loopt een planning niet hoe je het jezelf had voorgesteld. Sterker nog, dat is eigenlijk een belangrijke eigenschap van de meeste planningen. Ze lopen nooit volgens plan. Daarom was ik niet in de gelegenheid om mijn bestelling van 100 varkensoren op te halen bij het DHL punt. Ach en wee. Want de dag ervoor had ik Stef het laatste exemplaar gegeven. Dus nu had hij niks. Nou ja, dacht ik, dan krijgt hij wel een extra snoepje. Die ene keer, dat zal zo erg wel niet zijn.

Nou, dat was een misrekening. Om acht uur precies meldde Stef zich bij mijn stoel. Zijn horloge gaf het aan, het was tijd voor zijn oor. Hij ging vast bij de garagedeur staan. Maar ja, wat je niet hebt, kun je niet geven, dus ik bleef maar zitten. Dat was niet helemaal de bedoeling. Hij kwam maar eens kijken waar ik bleef. De kleine snoepjes die ik hem gaf werden genadig aanvaard maar dat oor, dat was toch wel het doel.

Ik vertelde mijn bezoek natuurlijk over het drama en met zijn drieën kwamen we tot de conclusie dat het toch een bepaalde vorm van verwaarlozing was. Die arme Stef. Het was alsof hij in de gaten had dat hij werd uitgelachen, hij stond ons echt verwijtend aan te kijken. En dat bleef hij doen. Normaal kruipt hij na de begroeting en het opeten van de meegebrachte snoepjes tevreden op de bank maar nu niet. Hij bleef alert en in de buurt. Pas toen ze naar huis gingen, en hij bedacht dat hij nu echt geen oor meer zou krijgen, ging hij verongelijkt liggen. Nee, het vrouwtje kreeg geen knuffel, hij was toch zeker niet gek.

Ondanks dat ik heel zeker weet dat Stef helemaal niks tekortkomt, dat hij zelfs een van de meest verwende hondjes van het oostelijk halfrond is, voelde ik me toch een beetje schuldig. En ik legde een briefje neer, ik moest niet vergeten de oren op te halen.

Toen ik de dag erna de enorme doos mee naar binnen bracht, stond die kleine stinkerd natuurlijk enthousiast te springen. Ik breng na het boodschappen doen altijd wat voor hem mee, maar nu had hij wel erg veel om te snoepen. En natuurlijk kreeg hij een oor, hij liep er immers één achter. Tevreden viel hij eropaan. Tot hij in de gaten kreeg dat ik bezig was met het uitpakken van de boodschappentassen. Het oor bleef eenzaam liggen en Stef kwam eens kijken of ik toch wel aan dat andere wekelijkse snoepje had gedacht. Wat een verwend ventje.

Mijn moeder zei vroeger altijd, als ik liep te klagen dat ik honger had, “de kindjes in Afrika hebben honger….” Ik voel toch een variant op het thema opkomen.

Mr. Huisstijl

Sommige collega’s zijn een gegeven. Dat is fijn. Je kunt er altijd terecht met je vragen en je weet bijna zeker dat je ook geholpen wordt. Het moet wel heel raar lopen als dat niet zo is. Dat ligt meer aan je vraag dan aan de collega van wie je het antwoord verwacht. Zelfs vragen die net buiten de ‘gebaande paden’ gaan, vormen een uitdaging. Nooit een probleem.

Wij hebben ook zo’n collega. Onze Mr. Huisstijl. Alle vragen op het gebied van lettertypes, kleuren, posities van logo’s op briefpapier, je legt ze aan hem voor en je krijgt je antwoord. Het is ook geen enkel punt van discussie, binnen het bedrijf. Er is niemand anders aan wie je die vragen stelt. Huisstijl? Hij is degene waar je moet zijn. Soms denk ik wel eens dat zelfs de ontwerper van het logo van het bedrijf waar ik werk bij hem te rade is gegaan voor advies.

Naast al die lettertype-perikelen heeft hij ook nog tijd voor zijn hobby. Nou ja, hobby, het is wel een tikje uit de hand gelopen. Zijn website is al even professioneel als de fotoreportages die hij maakt. Zijn oog voor detail is fenomenaal. Als je met hem meereist, aan de hand van zijn foto’s, krijg je een hele goede indruk van het land in kwestie. En nee, hij gaat niet naar Benidorm, te dikke, te blote mensen in een vakantieresort kunnen zijn interesse niet wegdragen. Nee, je reist door de Shetland-eilanden, of door Mongolië. Maar ook details van industriële voorwerpen of gebouwen worden zo vastgelegd dat je er gefascineerd naar moet kijken. Je leert als het ware met een hele nieuwe blik kijken naar de meest banale en simpele details.

En nu gaat die collega met pensioen. Een raar idee, dat je straks langs de postkamer loopt en niet meer naar hem zwaait. Ik ben benieuwd welke fotoreportages hij nu gaat maken. Want één ding is zeker, pensioen betekent voor hem niet achter de geraniums. Alhoewel die ook best heel fotogeniek kunnen zijn.