Ouder worden

leesbrilletje

In mijn hoofd blijf ik 35 jaar oud. Helaas is dit al een behoorlijk aantal jaren geleden en roept mijn lijf tegenwoordig af en toe dat het rust nodig heeft. De tijden van stappen tot vijf uur ’s ochtends en dan om zeven uur weer naast het bed om te gaan werken zijn ver voorbij. Vrijdagavond was traditioneel onze kroegavond, dat hoefden we niet af te spreken, we gingen en zagen wel wie er ook was. Nu ben ik af en toe blij dat ik na een week werken vroeg in mijn bed lig. Het gaat nog wel zo goed als vroeger, het duurt alleen wat langer voordat ik hersteld ben.

Een ander attribuut dat zijn intrede heeft gedaan, en mijn leven waarschijnlijk ook nooit meer zal verlaten, is mijn leesbril. Wat heb ik vroeger gelachen om die oude tantes, die aan een goudkleurig kettinkje eenzelfde kleur brilletje hadden hangen. Het rustte veilig op hun pronte voorkomen, dat waarschijnlijk in toom gehouden werd door een huidkleurige bustehouder van het merk Playtex Cross your heart. Dat voorkomen dan, niet het brilletje. Bij alles wat zij moesten lezen, werd met een gedecideerd gebaar het brilletje op de neus geplaatst. Nee, dat zou mij toch nooit overkomen. Maar, langzaam kom je tot de ontdekking dat je je blad of tablet steeds verder van je ogen moet houden. Op een gegeven moment worden dan toch echt je armen te kort. Ik heb het lang tegen gehouden, ik ben er eigenwijs genoeg voor, maar ik ben gezwicht. Het brilletje vormt tegenwoordig onderdeel van mijn uitrusting.

Een tikkeltje afgunstig kijk ik naar vrouwen die nog een stuk jonger zijn dan ik en met een schijnbaar gemak door het leven dansen. Het eerste dat ik doe als ik thuis kom, is mijn hakken uitschoppen en met een zucht van verlichting in mijn versleten sloffen schieten. Mijn lief heeft dan de thee klaar staan en we vertellen elkaar wat we die dag hebben meegemaakt. Helemaal niet sexy, ik weet het, maar wel heerlijk thuis.

Wat namelijk ook een groot voordeel is, is dat je je niet meer gek laat maken als je ouder wordt. Uiteindelijk heb je al een en ander gezien en meegemaakt. Tenslotte komt niemand ongeschonden uit de strijd en krijgt iedereen zijn portie ellende mee. Natuurlijk gaat ook iedereen er anders mee om. De rugzak wordt niet kleiner, hij wordt alleen makkelijker te dragen.

Ik moet zeggen, ik heb nog nooit zo lekker in mijn vel gezeten. Maar dat is misschien ook omdat het wat minder strak is geworden. Wie weet.

Revalidatie

rolstoel

Het leek erop dat de heupoperatie van mijn moeder een valse start kende. Na een aantal bezoeken aan het ziekenhuis, waarbij de geplande datum steeds naar voor of naar achter schoof, was het dan eindelijk zo ver. Op die dinsdag zou om 12.00 uur de operatie plaatsvinden. Mijn zus en ik brachten mijn moeder, zichtbaar nerveus maar dit in alle toonaarden ontkennend, naar de opname. Het intakegesprek vond plaats en mijn moeder hoorde wat er zou gaan gebeuren. De operatie zou ongeveer twee uur duren, daarna nog een uur uitslapen, ruim genomen, en dan zouden we op de hoogte gebracht worden van de uitslag. Mijn zus en ik knikten, we zouden het afwachten. We gingen ook weer naar huis. Wachten in een ziekenhuis duurt twee keer zo lang als thuis. En we konden toch niks doen.

Om half vier begon ik toch wat onrustig te schuiven op mijn stoel. Nog steeds niks gehoord. Mijn jongste zus stuurde al een berichtje “al wat van mama gehoord?” Nee, nog niet. Inmiddels was het vier uur. Ondanks alles was dit toch niet leuk meer. Ik wachtte nog een kwartier en ging toen bellen. Dit duurde wel erg lang. De vriendelijke dame die me te woord stond, vertelde me dat mijn moeder nog niet was geopereerd. De schrik sloeg om mijn hart, mijn moeder is immers hartpatiënt, er zou toch niks zijn. “Nee, nee” haastte de verpleegkundige zich te zeggen, “er waren spoedgevallen, er was geen plaats.” Pfff. “Wanneer dan?” Tja, dat was nog niet te zeggen, misschien morgen maar misschien moest zij ook weer naar huis.

’s Avonds togen we weer richting ziekenhuis. Voorbereid op een hevig teleurgestelde moeder. Gelukkig viel dat mee. Mijn moeder is namelijk behoorlijk assertief en had tegen de chirurg gezegd dat zij niet blij was met het feit dat de operatie na twee keer uitstellen nu weer niet door was gegaan. Gelukkig (ook voor ons) voelde de man met haar mee en werd de operatie gepland voor de volgende dag om 08.00 uur. En inderdaad, die dag kwam aan het eind van de ochtend het telefoontje. Alles was prima gegaan en er was niks dat een spoedig herstel in de weg zou staan.

Nu wil het geval dat mijn moeder alleenstaand is. Mijn vader is al lang geleden overleden. En revalideren na een heupvervanging is niet ideaal als je alleen woont. Een aantal simpele handelingen is beslist nog niet mogelijk. Gelukkig is bij mijn moeder in de buurt de mogelijkheid tot revalideren in een kleinschalig project. Alleen mensen bij wie een heup of knie is vervangen, maximaal 17 patiënten. Professionele mensen die het beste voorhebben met de patiënten.

Dat bleek al tijdens het intakegesprek. Wij hadden mijn moeder keurig naar de afdeling gereden in een van de rolstoelen die je altijd vindt bij de ingang van een ziekenhuis. Al dan niet kliedernat geregend. Mijn moeder was daar voor het gemak maar in blijven zitten. Toen zij tijdens het gesprek aangaf even van het toilet gebruik te willen maken, hielp de verpleegkundige mijn moeder uit de stoel, reikte de rollator aan en wees het toilet. Wij zaten toch wel even met stomheid geslagen, de operatie was twee dagen geleden. Natuurlijk werd mijn moeder begeleid en ging het allemaal prima, maar toch.

Uiteindelijk wil ik een groot compliment maken aan de verpleegkundigen en begeleiders van het revalidatiecentrum waar mijn moeder is. Zij heeft te horen gekregen dat van de vier weken die er voor staan, zij maar drie weken hoeft te blijven. Natuurlijk, mijn moeder zet zich voor 300% in, zo eigenwijs is ze wel, maar zonder de professionele begeleiding zou dat niet mogelijk zijn.  Op de momenten dat de patiënten niet hoeven te sporten, wordt het normale leven zo goed mogelijk benaderd. Zij koken samen, eten samen en kijken samen televisie. “Je moet toch een aantal weken samen leven, dus je moet er gewoon iets van maken”, aldus mijn moeders pragmatische inslag.

Het gaat goed met mijn moeder. Dat bleek eens te meer uit het feit dat ik tijdens het bezoekuur werd weggekeken toen er een fles wijn en zakjes nootjes naar de huiskamer werden gebracht. Ik keek verwonderd. “Ja” zei mijn moeder, “we gaan zo samen Boer zoekt vrouw kijken.” Tja, daar kan ik niet tegen op.

Verkiezingen

Binnenkort gaan we weer naar de stembus. Althans, daar zijn we voor uitgenodigd. Ik ga ook altijd stemmen. Als mensen dat niet doen, vind ik dat prima, maar dan moeten ze ook niet mee praten op verjaardagsfeestjes waar de vaderlandse politiek in een half uurtje wordt gewogen en te licht bevonden. Dus ik stap plichtsgetrouw het stemhokje in en kleur op de enorme lijst met namen een vakje rood.

Ook doe ik vooraf altijd de kieswijzer en stemwijzer. Om me dan te verbazen bij welke partijen ik uit kom. Het zijn ook verschillende partijen, de vragen zijn zo gesteld dat je niet in één richting wordt gestuurd. Verwarring alom dus. Luisteren naar de lijsttrekkers levert ook niet meer duidelijkheid op. Je kunt lang naar hen luisteren maar aan het einde hebben ze geen van allen werkelijk iets gezegd. Gelukkig trekt op het moment de economie weer wat aan, dus ze kunnen allemaal wat weggeven. Daar worden wij, de kiezers, blij van. Meer geld voor de zorg, voor onderwijs, voor defensie. Prima doelen op zich. Jammer alleen dat er vaak zo weinig van overblijft.

In een debat staan ze tegenover elkaar. Ik bekijk ze, een voor een. Wie zou ik nu mijn eigen huishoudboekje toevertrouwen. Jesse Klaver, met zijn demonstratief opgerolde mouwen, of Henk Krol, die de WAO niet van de AOW kan onderscheiden. Toch jammer voor al die ouderen die hij belooft te vertegenwoordigen. Ik weet het niet. De mooiste beloftes roepen bij mij altijd weer de vraag op “maar hoe gaan we dat dan betalen?” Gelukkig heeft Geert Wilders overal een oplossing voor, we sluiten gewoon de grenzen. Huh, en hoe lost dat dan problemen op? Makkelijk scoren hoor.

Het is ook moeilijk. In ons land van polderen moet je altijd samenwerken. En samenwerken betekent compromissen sluiten. Bovendien zijn er na de verkiezingen dan altijd nog die 17 miljoen stuurlui aan de wal.

Ach, en dan zijn we altijd nog beter af met onze regering, dan de Amerikanen met die muppet die zij president moeten noemen. Maar ik zal blij zijn als het weer achter de rug is en we allemaal weer overgaan tot de orde van de dag.