Als je oud bent….

Soms krijg je heel toevallig een kijkje in het leven van een ander. Omdat je gevraagd wordt te helpen of omdat het leven nu eenmaal zo loopt. Soms kom je dan in contact met iemand die al echt heel oud is geworden. Heel veel heeft meegemaakt en getekend is door alle gebeurtenissen.

Onlangs overkwam mij dit. Een dame kwam op respectabele leeftijd te overlijden. Zij was na een lang en werkzaam leven de laatste jaren opgenomen in een verpleegtehuis. Zelfstandig wonen ging niet meer. Ze had het lang volgehouden, met hulp van familie en de lieve dames van de thuiszorg. Maar er kwam een moment dat ze toe moest geven. Ze kon het niet meer.

De eerste stap naar het einde begon. Ze moest afscheid nemen van veel van haar dierbare spullen. Eigenlijk kon ze alleen haar televisie en haar kleding meenemen. Om de kamer aan te kleden gingen er ook een paar schilderijen mee. Het gaf een beetje gevoel van thuis. Een beetje.

De verzorging was goed hoor, de meisjes waren allemaal even vriendelijk. Ze probeerden het haar naar de zin te maken. Het eten was lekker, er werd vanalles georganiseerd. Ze ging naar de kaartavonden, zong mee met de karaoke-machine. Er werd gelachen en gepraat. Maar ’s avonds, als ze terug was op haar kamer, sloeg de eenzaamheid weer toe.

Ze begon zich terug te trekken. Bleef steeds meer op haar kamer. De televisie werd haar beste vriend. Uren kon ze kijken, zittend in haar stoel, de afstandsbediening op schoot. Als de dames van de verzorging vroegen of ze niet mee wilde gaan naar de zaal, schudde ze haar hoofd. Ze bleef liever zitten, ze hield niet meer van de drukte. Al die mensen, al dat geroezemoes, ze kon er niet meer tegen. Haar wereld werd steeds kleiner. Zelfs haar eten liet ze op haar kamer komen, dan hoefde ze niet te kijken hoe anderen zaten te knoeien. Daar had ze nooit van gehouden, ze was altijd gesteld geweest op goede manieren. Ze zou ook niet toestaan dat anderen zagen dat ze zelf ook steeds meer moeite kreeg met mes en vork.

Langzaam begon ze achteruit te gaan. Er waren dagen dat ze niet meer uit haar bed wilde komen. Ze had er de kracht en de moed niet meer voor. Haar verzorgers probeerden het nog wel maar ze wilde niet meer. Een longontsteking maakte dat haar lichamelijke gesteldheid steeds slechter werd. Ze voelde het zelf ook, het einde kwam in zicht. Ze had er vrede mee, het was goed geweest. Ze had haar leven geleefd, ze had eruit gehaald wat er in zat en nu was het klaar.

Na een kort ziekbed waarbij de artsen zorgden voor een humaan einde, kwam zij te overlijden. Ze gleed rustig weg uit het leven. Op dat moment kwamen wij in beeld. We hielpen met het leeghalen van haar kamer. Alle spulletjes moesten eruit. In een kort tijdsbestek, er zijn wachtlijsten en je wilt mensen ook niet onnodig laten wachten. In een uur tijd pakten we de spullen in, de televisie ging mee, haar kleding ging in zakken en de weinige persoonlijke dingen pakten we in om te kunnen bewaren. We namen alles mee, het was maar 2x lopen naar de auto, alles ging in een keer in de kofferbak. Toen we de laatste spullen pakten, keek ik nog een keer achterom. Het kamertje was leeg, zelfs het bed was al weggehaald. En ik dacht “dat is je lot als je je laatste dagen slijt in een verzorgingstehuis, een halve kofferbak met spullen en een leeggehaalde kamer met wat sporen op het linoleum. Resultaat van een leven hard werken.” Met een zucht heb ik me omgedraaid en ben weggelopen.

 

Protocol

Beach chair and umbrella on sand beach. Concept for rest, relaxa

Een reisorganisatie verkoopt ervaringen. Geen vakantie, geen reizen, nee, ervaringen. Je werkt het hele jaar hard en wilt dan graag een paar weken ervaren hoe het is om nieuwe dingen te zien. Of door bekenden in de watten gelegd te worden. Hoe het is om even nergens aan te hoeven denken en even nergens voor te hoeven zorgen.

Dus je boekt, je wikt, je weegt en je kiest de bestemming en de accommodatie die het beste bij je past. Je betaalt de rekening en sluit toch maar voor de zekerheid een annuleringsverzekering af. Je kunt immers niet weten. Je verheugt je, nog even en dan is het zo ver.

Soms slaat dan het noodlot toe. De moeder van een goede vriend werd ziek. Ze was al oud en fragiel dus haar toestand verslechterde snel. Gelukkig had hij nog de tegenwoordigheid van geest om aan de vakantie te denken. En hij vroeg zijn partner “ach, bel jij even naar die maatschappij om te annuleren.” Zo gezegd, zo gedaan.

En toen bleek dat in het gamma van de reisorganisatie ook hele foute ervaringen zaten. Want tja, het protocol hè. De partner was niet degene die de vakantie had geboekt. En het was toch wel zaak dat die zelf annuleerde. Dit kon niet door een ander worden gedaan. “Maar hij zit aan het sterfbed van zijn moeder.” Welke argumenten er ook werden aangehaald, de dame aan de telefoon was onvermurwbaar. “Sorry, regels zijn regels, daar moeten we ons aan houden.” Met de moed der wanhoop belde hij dus maar zelf. “Goedemiddag, ik bel u vanaf de ziekenhuiskamer van mijn moeder, ik zit bij haar te waken.” Dat viel waarschijnlijk zo ver buiten het protocol dat de dame die te telefoon aannam van schrik de verbinding verbrak. Verbouwereerd keek hij naar zijn toestel. En belde nog maar eens.

Gelukkig had de dame die hij toen aan de telefoon kreeg wel eens gehoord van empathie en werd hij uiteindelijk goed maar zeer zakelijk geholpen. Wat bleef was de nare smaak die bij hem achter bleef. Vooral toen hij het hotel annuleerde waar hij zou voorovernachten en daar zo sympathiek werd geholpen dat de reisorganisatie nog schrieler afstak.

Even dacht hij, zal ik via Social Media deze organisatie aan de schandpaal nagelen. Maar uiteindelijk weerhield zijn fatsoen hem hiervan. Hij moest zich niet gaan verlagen tot dat bedenkelijke niveau. Hij schreef wel een brief naar de reisorganisatie. Vertelde ook dat zijn moeder inmiddels rustig was ingeslapen. Het protocol van deze firma schreef voor dat hij een bevestiging kreeg. En daar bleef het bij.

 

Sneeuwpret

twee-sneeuwmensen-op-een-bankje

Half Nederland reageert weer helemaal lyrisch, ‘oh het sneeuwt’. Ik denk “gatver”. Heel Facebook wordt overladen met idyllische foto’s van verstilde landschappen, enorme sneeuwpoppen en heel veel sneeuwpret. Kinderen op sleetjes, Dickens all over again. Ik moet er niks van hebben, geen romantische inslag, sorry.

Ik moet met de auto naar Utrecht. Wat een feest. Het kost me tien minuten om hem uit te graven. De sneeuw ligt zo zwaar op de voorruit dat de ruitenwissers weigeren hun werk te doen. Zuchtend stap ik weer uit en gewapend met vegertje en raamtrekker probeer ik de ellende van de auto te verwijderen. Vergeet de koplampen niet, anders zien je tegenliggers je niet eens aankomen. Als hij eindelijk schoon is stap ik in, ik klop mijn schoenen tegen elkaar om de klodders sneeuw in ieder geval buiten de auto te laten vallen. Dom ook om lichtgrijze suède laarsjes aan te doen, hopelijk was de sneeuw nog zo schoon dat ik ze vanavond niet weg hoef te gooien omdat ik de uitgebeten plekken er nooit meer af krijg.

Ik start en rij voorzichtig ons straatje uit. Ik woon in een doodlopend straatje waar 6 huizen staan en ik ben vandaag de eerste die weg gaat. Het is ook niet zo dat de gemeente ooit strooit in onze straat, wij moeten het maar zelf uitzoeken. Normaal gesproken is het heerlijk om zo rustig te wonen maar soms steken er toch een paar nadelen de kop op. Enfin, rustig aan en dan raak je niks. Zonder stukken bereik ik de begaanbare doorgaande weg. Gelukkig zijn de snelwegen schoon en ben ik toch betrekkelijk op tijd op mijn afspraak.

Ik kan er echt niet enthousiast van worden, van sneeuw. Ik vind het koud en naar en heb een vreselijke hekel aan de blubber die ontstaat als de dooi invalt. Als kind al was ik blij dat ik na een uurtje verplicht sleetje rijden mijn arme koude voeten kon warmen. Het liefst kroop ik nog even in mijn bed om bij te komen. Niet dat dat mocht van mijn moeder. Ik mocht ook niet met mijn voeten op de verwarming zitten. “Daar krijg je wintertenen van.” Ik heb eigenlijk nooit onderzocht of dat echt waar is of dat mijn moeder het gewoon niet nodig vond.

Ook een periode van vorst kan me niet bekoren. Na twee nachten komen de rayonhoofden al bij elkaar. De mogelijkheid van een Elfstedentocht wordt besproken. Volgens mij is het voor hen alleen een excuus om Beerenburg te drinken, ik kan me niks anders voorstellen. Ik heb mijn schaatsen verkocht. De laatste keer dat we op natuurijs gingen schaatsen, ging ik na twee minuten op het ijs onderuit. Natuurlijk krabbelde ik overeind alsof er niks gebeurd was, ook al was het toch even serieus zwart geworden voor mijn ogen. Ik heb de hele middag dapper doorgeklungeld omdat ik me niet wilde laten kennen. Helaas bleef ik pijn houden en na een week roepen dat het wel meeviel constateerde de arts in het ziekenhuis dat mijn schouder was gebroken. Ik heb er bijna een jaar plezier van gehad.

Nee, de winter is niet mijn seizoen. Ik kan niet wachten tot het weer lente wordt.

 

 

 

Gelukkig nieuwjaar

nieuwjaar

Al weer een jaar voorbij. Wat is het weer snel gegaan. Er waren leuke dingen, moeilijke dingen, vervelende dingen en zware dingen. Maar omdat we het samen deden, is het allemaal gelukt. Vol goede moed dus op naar een nieuw jaar.

Ik hoop dat het voor iedereen een mooi jaar wordt. Met voor iedereen veel liefde en veel geluk. In die volgorde.  

Gelukkig nieuwjaar.

 

Zeurseizoen

Met de komst van de langere nachten steekt in ons land ook een terugkerend fenomeen de kop op. Het Nederlandse zeuren. Wij Nederlanders zijn daar expert in. Gelukkig zijn er ook voldoende onderwerpen om over te zeuren, dat dan weer wel. Wat te denken van de Zwarte Pietendiscussie. Een aantal jaren geleden had niemand van het woord gehoord maar het zou me niet verbazen als het inmiddels met stip was binnengekomen in de Dikke Van Dale. Menig BN-er vindt het nodig zijn of haar mening te ventileren. Om door andere BN-ers van repliek gediend te worden. Het onderwerp houdt de gemoederen bezig.

Ook een dankbaar onderwerp is onze Koninklijke Familie. Wat verdienen zij, hoeveel belasting betalen zij. Amalia krijgt op haar 18e een royale vergoeding. Wat een schande. Ach, het arme kind, ze werd dit jaar 13 en nu al wordt er gediscussieerd over haar inkomen. Misschien, als je kijkt wat er van haar wordt verwacht, is de vergoeding wel aan de lage kant. Ik zou niet willen ruilen. En maar glimlachen, en maar vriendelijk blijven. En de coniferen van Soestdijk zijn er niet meer, daar kun je al die goedbedoelde prullaria die je van onnozele onderdanen krijgt echt niet meer achter verbergen.

Gelukkig hebben we ook nog de politiek. En komen de verkiezingen eraan. Want uiteindelijk deugen ze geen van allen “die daar in Den Haag”. Het zijn zakkenvullers, schoppers, leugenaars en ze denken alleen maar aan zichzelf. Dat de meeste van die mensen dag en nacht werken vanuit een eerlijke overtuiging, daar wordt voor het gemak maar aan voorbij gegaan.

Nee, niks in dit land deugt. Oh natuurlijk, er zijn heel veel dingen die best verbetering behoeven. Het zou fijn zijn als er in de gezondheidszorg niet naar geld gekeken hoefde te worden. Als er veel meer geld kwam voor de ouderenzorg. Zeker, er zijn heel schrijnende gevallen. Daar wil ik echt mijn ogen niet voor sluiten. Er zijn veel mensen in ons land die in de problemen zijn geraakt, zonder dat ze daar zelf iets aan kunnen doen. En dat is heel erg, die mensen moeten zeker geholpen worden. Maar zoals een oud-collega van me eens zei “als je in Nederland niks hebt, heb je altijd nog wel iets.” Zij woont inmiddels in Gambia, een land waar je echt niks hebt als je arm bent. Maar waar mensen toch samen er iets van proberen te maken.

Misschien moeten wij Nederlanders eens een voorbeeld nemen aan mensen die, volgens onze maatstaven, echt iets te klagen hebben. En onderhand eens stoppen met zeuren. Want tenslotte wonen wij in een prachtig land. En zolang we kunnen zeiken over het feit dat we niet gekwalificeerd waren voor het EK voetbal, en we dus voorbij gaan aan de echte problemen, hebben we weinig recht van spreken.

 

 

Druk

Het lijkt een modeverschijnsel, iedereen heeft het tegenwoordig druk. Druk, druk, druk. Vraag een willekeurige collega hoe het met hem gaat en je krijgt als antwoord “goed, maar wel heel druk”. Als je het niet druk hebt, hoor je er niet bij. We moeten een volle agenda hebben, niet voor ons zelf maar om aan anderen te kunnen bewijzen dat we belangrijk zijn. Men kan niet zonder ons. We gaan constant in looppas, de stress giert uit onze oren. We durven niet terug te schakelen, bang voor wat anderen hier wel van zullen zeggen. De 24-uurs maatschappij vraagt dat we altijd bereikbaar zijn, berichten en mails komen binnen op onze smartphone en laten ons zelfs in de late avond niet met rust.

Privé is het al niet anders, probeer maar eens een afspraak te plannen. Het is soms ondoenlijk met vrienden of kennissen iets op korte termijn af te spreken. Terwijl juist de spontane ontmoetingen het leukste zijn. Gewoon een avondje samen zijn, dat hoeft niet hoogdravend te zijn, het gaat niet om de randverschijnselen, het gaat om het contact. Soms besef je ineens dat je mensen waar je toch veel om geeft al maanden niet meer hebt gezien of gesproken. Je neemt je voor contact op te nemen maar een paar weken later kom je tot de ontdekking dat je dat nog steeds niet hebt gedaan.

Druk zijn zit ook in je hoofd. Iedereen kent het wel, het gevoel dat te veel mensen iets van je willen. Dat je wilt roepen “laat me met rust, het komt allemaal wel, je hoeft me niet te haasten, ik zorg er echt wel voor.” Al die bordjes die je in de lucht moet houden. Het lijkt een enorme berg waar je niet overheen kunt kijken. En als je denkt dat je het op de rit hebt, gebeurt er weer iets waardoor je zorgvuldige planning weer op losse schroeven komt te staan. Soms zou je heel hard weg willen lopen, gewoon, nergens heen. Maar dat lost niks op, dat weet je zelf ook wel. Je neemt immers jezelf en alle problemen gewoon met je mee.

We doen het onszelf en elkaar aan, daar ben ik van overtuigd. Iedereen rent mee alsof het een wedstrijd is. Ik vraag me alleen af wat je er mee kunt winnen. Niet heel veel, vrees ik, gezien het grote aantal mensen dat zichzelf voorbij loopt.

Soms moet je gewoon pas op de plaats maken en nadenken over waar je mee bezig bent. Gelukkig bestaat er een heel wijs gezegde dat luidt “Hoe eet je een olifant? Stukje voor stukje”. En daar houd ik me dan maar aan vast.

Beledigd

terras

Iedereen kent ze wel, mensen die zelfbenoemd zielig zijn en dit als alibi gebruiken om de rest van de wereld vijandig te benaderen. Ik kom ze ook wel eens tegen. Laatst nog, we zaten op een terrasje, gezellig te kletsen over helemaal niks, toen een man aanschoof die ik pas eenmaal had ontmoet. Ik had destijds met hem aan de bar gezeten en toen hij echt teveel had gedronken en ruggelings van de kruk af lazerde, had hij mij in zijn val meegenomen. Ik weeg namelijk denk ik de helft van wat hij weegt. Enfin, hij nam plaats aan onze tafel en wij begroetten hem vrolijk. “Ah”, zei ik, “de man die van mij een gevallen vrouw heeft gemaakt.” Helaas schoot mijn onschuldig bedoelde uitspraak bij de man volledig in het verkeerde keelgat. Hij spoot vuur en besloot dat ik het type vrouw was dat wordt aangeduid met allerlei vreemde woorden voor bepaalde lichaamsdelen. En dan bedoel ik niet mijn voet.

De hele tafel was met stomheid geslagen. Mijn man, onvoorwaardelijk op mijn hand, trok ernstig van leer. Nu ben ik niet op deze wereld om vrienden te maken dus ik maakte me weinig zorgen. Een dergelijke uitval zegt meer over de man zelf dan over mij. Hij was ernstig gepikeerd. De benamingen die hij voor mij bezigde waren bloemrijk. Hij vond het schandelijk dat ik alleen dat maar dat ene feit van hem onthouden had. Maar ja, als je niet wilt dat mensen je herinneren als een dronkenlap, moet je zorgen dat je dat niet bent.

Het excuus was dat zijn vrouw ernstig ziek is. Dat vind ik echt heel erg voor hem. Maar weet je, in mijn leven is ook weleens wat aan de hand en dat is voor mij toch ook geen reden om rond te lopen en mijn bek maar een douw te geven. Het is af en toe moeilijk maar soms moet je je toch echt als een volwassene gedragen. Iedereen heeft namelijk zaken in zijn rugzak zitten. Er zijn altijd mensen die meer ellende hebben dan jijzelf. Gelukkig maar, zou ik heel egoïstisch bijna zeggen.

De dag erna kwamen we de man weer tegen. Inmiddels nuchter, althans dat hoop ik dan toch voor hem, het was vroeg in de middag. Hij groette niet en liep ons zonder te kijken voorbij. Het bevestigde het beeld dat ik inmiddels van hem had. Een echte loser.

 

 

 

 

Scootmobielrace

Een van de minder prettige zaken van het ouder worden is dat mensen gaan denken dat met het afnemen van je fysieke mogelijkheden ook je psychische capaciteiten gaan teruglopen. Een mooi voorbeeld hiervan is de scootmobiel. Een ideaal vervoermiddel voor mensen die niet meer zo goed ter been zijn maar wel heel graag genieten van de buitenlucht. Je hebt ze in alle soorten en maten maar één eigenschap hebben ze allemaal. De snelheid laat zich regelen met een knop die twee standen aangeeft, die van het haasje en die van het schilpadje. Kan het nog simpeler?

Mijn schoonvader maakt de hele stad onveilig met zijn scoot. Je komt hem overal tegen. Vrienden en kennissen melden het ons ook regelmatig, “ik zag je pa weer rijden”. Wij wachten nog altijd op het moment dat hij belt met de mededeling “mijn accu is leeg, kunnen jullie me op komen halen?” Maar verder is het een zegen, hij is niet meer afhankelijk van ons of van de deeltaxi. Althans, als het mooi weer is dan, als het regent, belt hij ‘heb je even tijd?”

De scoot van mijn schoonvader is een stoere uitvoering met verzwaarde accu’s en een extra stevig frame. Het enige dat miste, was een scherm om uit de wind te zitten. Geen probleem, de leverende zorginstelling zou daar wellicht een oplossing voor hebben. Mijn schoonvader klom in de telefoon, hij wilde graag een windscherm bestellen. Een zorginstelling echter, is nog erger dan de belastingdienst, ze kunnen het heel misschien wel wat leuker maken, maar beslist niet makkelijker. Mijn schoonvader moest het maar opnemen met de monteur die toch langs zou komen voor onderhoud aan de accu’s. De betreffende monteur kon hem echter ook niet helpen en verwees hem toch weer terug naar de zorginstantie.

Enfin, na veel heen en weer getelefoneer bleek dat hij in de webshop een windscherm kon bestellen. En daar kwam ik in beeld, want het internet houdt zijn geheimen voor mijn schoonvader serieus verborgen. Ik logde in en zocht op het betreffende model. Dat niet te vinden was. Met een zucht klom ook ik in de telefoon en belde de helpdesk. Een vriendelijke jongeman stond me te woord. Ik vertelde dat ik niet kon vinden wat ik zocht. Het antwoord kwam snel “ja wel hoor, die staat gewoon in de webshop.” Lichtelijk geïrriteerd, ik had echt de hele site doorgespit, nodigde ik hem uit met me mee te kijken. Daar was hij direct toe bereid. En even later moest hij toch toegeven “oh nee, hij staat er inderdaad niet op.” Ik zei niks, tenslotte belde ik voor een goed doel en helpdeskmedewerkers afbekken doet daar geen goed aan. De jongeman was er duidelijk verlegen mee en verzekerde me dat hij zijn uiterste best zou doen en iemand terug zou laten bellen.

Ik zal u de martelgang besparen. Uiteindelijk bleek dat voor het model scoot van mijn schoonvader geen passend windscherm beschikbaar was. Gelukkig was de monteur die regelmatig onderhoud uitvoert een inventief man. Hij wist wel een oplossing. Met een paar aanpassingen, een boutje hier en moertje daar, werd een ander model op maat gemaakt. Mijn schoonvader zit heerlijk uit de wind en kan nog vaker dan vroeger op pad.

Ik heb wel gemeld, met een zekere cynische ondertoon, dat ik de gang van zaken behoorlijk bureaucratisch vond. De vriendelijke dame aan de telefoon gaf me direct gelijk. Helaas bleef het daarbij.

Vooraan in de bus

bus-10098 (1)Hoe verschillend kunnen mensen reageren. Als ik iemand binnen zie komen met een gezicht als een oorwurm, als mopperend en stampend, dan denk ik “oei, die heeft ruzie met zijn vrouw gehad”. Maar er zijn ook mensen die direct in hun schulp kruipen en denken “oei, wat heb ik verkeerd gedaan.” Het is maar een benadering maar het bepaalt wel de mate waarin je last hebt van het humeur van een ander. Natuurlijk wordt je reactie ook vaak bepaald door de manier waarop je zelf van huis bent gegaan, maar toch.

Een collega wees me pas op een prachtige metafoor. Je hoofd is de bus en achter je zitten de mensen die in de loop van je leven tot nu toe invloed op je hebben gehad. Of nog hebben. Ik stel het me voor en kijk achterom. Daar zitten ze, mijn vader, mijn moeder, mijn schoonmoeder. Maar ook die zogenaamde vriendin die mij in de brugklas van de middelbare school zonder pardon liet vallen omdat zij liever bij de populaire meisjes hoorde. En die collega, die zichzelf zo interessant voelde en mij keer op keer liet merken dat ik nooit bij haar ‘circle’ zou kunnen horen. Gelukkig zijn er ook de mensen die ik vertrouw en die mij steunen, mijn man, mijn zussen, mensen die het wel goed met me voor hebben. Ze roepen allemaal tegen me. “We gaan links, nee, we gaan rechts, dat kun jij niet, let maar op, dat kun jij best, jij kunt alles.” Soms word je er knettergek van en moet je een paar stemmen tot stilte manen. Even goed nadenken en zelf bepalen welke kant je uitgaat.

De plaats van de mensen wisselt ook nog weleens. Mijn lief heeft een prominente plaats, vooraan, maar anderen moeten hun plaats soms inleveren voor een ander. Dan verhuizen ze naar achteren. Soms gevaarlijk, dat is vaak ook de plaats die je het beste in de gaten moet houden, anders worden daar dingen uitgespookt die je beter niet kunt laten gebeuren. Tenslotte hebben we allemaal wel eens rottigheid uitgehaald, zonder dat de buschauffeur ons kon betrappen.

Er zijn ook mensen die ik uit de bus heb gegooid. Die niet meer mee mogen rijden. Mensen die in de loop van de jaren hebben bewezen dat ik ze kan missen. Sterker nog, dat ze me alleen maar verdriet bezorgen en niet van toegevoegde waarde zijn. Het lukt me niet bij alle mensen, soms denk ik dat het is gelukt maar dan, in een onbewaakt moment, stappen ze toch weer in. En zorgen dat dat oude gevoel van eenzaamheid, van niet goed genoeg zijn, toch weer even de kop opsteekt. Gelukkig is het maar van korte duur, ik heb geleerd dat ieder mens zijn eigen waarde heeft. Dat ieder mens “goed genoeg” is. En het klinkt wellicht wat oubollig, maar dat is toch echt het grote voordeel van ouder worden.

 

 

 

 

Nummer

Hij had zich met hart en ziel ingezet voor zijn werk. Zo zelfs dat zijn partner hem af en toe waarschuwde. “Je houdt dat niet vol, denk aan je gezondheid.” Maar hij hield ervan. En hij hield van zijn klanten. Het ging niet alleen om het scoren, het ging vooral om het zoeken naar de juiste oplossing voor de klant. Als hij een deal kon sluiten waar iedereen gelukkig mee was, was hij tevreden. Zijn werkgever droeg hem op handen. Althans, dat dacht hij toch.

Naarmate de tijd vorderde, voelde hij wel dat het steeds zwaarder viel. Zes dagen in de week tien uur werken, het trok een behoorlijke wissel. Hij genoot niet meer ten volle van zijn vakanties, hij had de eerste dagen nodig om bij te komen. Als hij bij vrienden was, merkte hij dat hij om elf uur ’s avonds moeite had zijn ogen open te houden. En ’s ochtends duurde het steeds langer eer hij scherp was. Het kwam hem thuis ook op onenigheid te staan. Zijn partner verweet hem dat hij meer van zijn werk hield dan van hem. Hij wist wel dat dat niet zo was maar maakte zich zorgen.

Uiteindelijk kwam het moment dat hij besefte dat hij moest kiezen. Een burn-out of het roer omgooien. Gelukkig had hij een goede werkgever die dat wel zou begrijpen. Toch?

Helaas viel dat anders uit. Hij stuitte op een muur van onbegrip. En hij wilde toch enkel terug naar de uren die vastgelegd waren in zijn contract. Het was niet zo dat hij halve dagen wilde gaan werken. De twijfel sloeg toe. Wat moest hij doen? Vrienden zeiden dat hij aan zichzelf moest denken. Maar hij werkte al zo lang bij het bedrijf. Zij waren altijd goed voor hem geweest. Dus sleepte hij zich iedere morgen uit bed en zette zich voor meer dan 100% in. Het viel hem steeds zwaarder. Begrip kreeg hij niet. Er werd van hem verwacht dat hij presteerde.

Op een gegeven moment besefte hij dat hij niet meer gelukkig was. Alle dagen waren bedekt met een grauwsluier. Alle leuke dingen die hij altijd ondernam leken hem niet meer te kunnen raken. Hij werd er moedeloos van. En langzaam groeide het besef dat hij echt iets moest ondernemen. Dit ging niet goed.

Na een korte zoektocht gevolgd door lang twijfelen hakte hij de knoop door. Hij vertelde zijn werkgever dat hij wegging. Hij had een andere uitdaging gevonden. De reactie leek als voorspeld, hij werd ondankbaar gevonden. Vanaf het moment dat hij het vertelde, hoorde hij er niet meer bij. Gelukkig had hij nog vakantiedagen.

Zijn laatste werkdag naderde. Collega’s van zijn afdeling, die hem niet graag zagen vertrekken, hadden een kleine bijeenkomst georganiseerd. Samen een borreltje drinken om hem te bedanken voor de jarenlange inzet en collegialiteit. Een collega van een andere afdeling wilde ook graag het glas op hem heffen. Het leek hem geen probleem, hij was van harte welkom. Ook dat bleek weer een misrekening. Zijn werkgever vroeg hem wat hij dacht, tenslotte hoefde hij de rekening niet te betalen.

Dat was de laatste druppel. Hij voelde zich gekwetst tot op het bot. Al die jaren dat hij zich verbonden had gevoeld met het bedrijf werden in één moment waardeloos. Het leek alsof hij in een oogopslag zag wat zijn werkgever in hem had gezien, een bron van inkomsten en verder niets. Boos gaf hij aan dat hij de nota maar moest verrekenen met zijn laatste salaris. En aan de collega die hem naar huis bracht, gaf hij zijn ongeopende afscheidskado terug.