Sneeuwpret

twee-sneeuwmensen-op-een-bankje

Half Nederland reageert weer helemaal lyrisch, ‘oh het sneeuwt’. Ik denk “gatver”. Heel Facebook wordt overladen met idyllische foto’s van verstilde landschappen, enorme sneeuwpoppen en heel veel sneeuwpret. Kinderen op sleetjes, Dickens all over again. Ik moet er niks van hebben, geen romantische inslag, sorry.

Ik moet met de auto naar Utrecht. Wat een feest. Het kost me tien minuten om hem uit te graven. De sneeuw ligt zo zwaar op de voorruit dat de ruitenwissers weigeren hun werk te doen. Zuchtend stap ik weer uit en gewapend met vegertje en raamtrekker probeer ik de ellende van de auto te verwijderen. Vergeet de koplampen niet, anders zien je tegenliggers je niet eens aankomen. Als hij eindelijk schoon is stap ik in, ik klop mijn schoenen tegen elkaar om de klodders sneeuw in ieder geval buiten de auto te laten vallen. Dom ook om lichtgrijze suède laarsjes aan te doen, hopelijk was de sneeuw nog zo schoon dat ik ze vanavond niet weg hoef te gooien omdat ik de uitgebeten plekken er nooit meer af krijg.

Ik start en rij voorzichtig ons straatje uit. Ik woon in een doodlopend straatje waar 6 huizen staan en ik ben vandaag de eerste die weg gaat. Het is ook niet zo dat de gemeente ooit strooit in onze straat, wij moeten het maar zelf uitzoeken. Normaal gesproken is het heerlijk om zo rustig te wonen maar soms steken er toch een paar nadelen de kop op. Enfin, rustig aan en dan raak je niks. Zonder stukken bereik ik de begaanbare doorgaande weg. Gelukkig zijn de snelwegen schoon en ben ik toch betrekkelijk op tijd op mijn afspraak.

Ik kan er echt niet enthousiast van worden, van sneeuw. Ik vind het koud en naar en heb een vreselijke hekel aan de blubber die ontstaat als de dooi invalt. Als kind al was ik blij dat ik na een uurtje verplicht sleetje rijden mijn arme koude voeten kon warmen. Het liefst kroop ik nog even in mijn bed om bij te komen. Niet dat dat mocht van mijn moeder. Ik mocht ook niet met mijn voeten op de verwarming zitten. “Daar krijg je wintertenen van.” Ik heb eigenlijk nooit onderzocht of dat echt waar is of dat mijn moeder het gewoon niet nodig vond.

Ook een periode van vorst kan me niet bekoren. Na twee nachten komen de rayonhoofden al bij elkaar. De mogelijkheid van een Elfstedentocht wordt besproken. Volgens mij is het voor hen alleen een excuus om Beerenburg te drinken, ik kan me niks anders voorstellen. Ik heb mijn schaatsen verkocht. De laatste keer dat we op natuurijs gingen schaatsen, ging ik na twee minuten op het ijs onderuit. Natuurlijk krabbelde ik overeind alsof er niks gebeurd was, ook al was het toch even serieus zwart geworden voor mijn ogen. Ik heb de hele middag dapper doorgeklungeld omdat ik me niet wilde laten kennen. Helaas bleef ik pijn houden en na een week roepen dat het wel meeviel constateerde de arts in het ziekenhuis dat mijn schouder was gebroken. Ik heb er bijna een jaar plezier van gehad.

Nee, de winter is niet mijn seizoen. Ik kan niet wachten tot het weer lente wordt.

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.