Druk

Het lijkt een modeverschijnsel, iedereen heeft het tegenwoordig druk. Druk, druk, druk. Vraag een willekeurige collega hoe het met hem gaat en je krijgt als antwoord “goed, maar wel heel druk”. Als je het niet druk hebt, hoor je er niet bij. We moeten een volle agenda hebben, niet voor ons zelf maar om aan anderen te kunnen bewijzen dat we belangrijk zijn. Men kan niet zonder ons. We gaan constant in looppas, de stress giert uit onze oren. We durven niet terug te schakelen, bang voor wat anderen hier wel van zullen zeggen. De 24-uurs maatschappij vraagt dat we altijd bereikbaar zijn, berichten en mails komen binnen op onze smartphone en laten ons zelfs in de late avond niet met rust.

Privé is het al niet anders, probeer maar eens een afspraak te plannen. Het is soms ondoenlijk met vrienden of kennissen iets op korte termijn af te spreken. Terwijl juist de spontane ontmoetingen het leukste zijn. Gewoon een avondje samen zijn, dat hoeft niet hoogdravend te zijn, het gaat niet om de randverschijnselen, het gaat om het contact. Soms besef je ineens dat je mensen waar je toch veel om geeft al maanden niet meer hebt gezien of gesproken. Je neemt je voor contact op te nemen maar een paar weken later kom je tot de ontdekking dat je dat nog steeds niet hebt gedaan.

Druk zijn zit ook in je hoofd. Iedereen kent het wel, het gevoel dat te veel mensen iets van je willen. Dat je wilt roepen “laat me met rust, het komt allemaal wel, je hoeft me niet te haasten, ik zorg er echt wel voor.” Al die bordjes die je in de lucht moet houden. Het lijkt een enorme berg waar je niet overheen kunt kijken. En als je denkt dat je het op de rit hebt, gebeurt er weer iets waardoor je zorgvuldige planning weer op losse schroeven komt te staan. Soms zou je heel hard weg willen lopen, gewoon, nergens heen. Maar dat lost niks op, dat weet je zelf ook wel. Je neemt immers jezelf en alle problemen gewoon met je mee.

We doen het onszelf en elkaar aan, daar ben ik van overtuigd. Iedereen rent mee alsof het een wedstrijd is. Ik vraag me alleen af wat je er mee kunt winnen. Niet heel veel, vrees ik, gezien het grote aantal mensen dat zichzelf voorbij loopt.

Soms moet je gewoon pas op de plaats maken en nadenken over waar je mee bezig bent. Gelukkig bestaat er een heel wijs gezegde dat luidt “Hoe eet je een olifant? Stukje voor stukje”. En daar houd ik me dan maar aan vast.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.