Revalidatie

rolstoel

Het leek erop dat de heupoperatie van mijn moeder een valse start kende. Na een aantal bezoeken aan het ziekenhuis, waarbij de geplande datum steeds naar voor of naar achter schoof, was het dan eindelijk zo ver. Op die dinsdag zou om 12.00 uur de operatie plaatsvinden. Mijn zus en ik brachten mijn moeder, zichtbaar nerveus maar dit in alle toonaarden ontkennend, naar de opname. Het intakegesprek vond plaats en mijn moeder hoorde wat er zou gaan gebeuren. De operatie zou ongeveer twee uur duren, daarna nog een uur uitslapen, ruim genomen, en dan zouden we op de hoogte gebracht worden van de uitslag. Mijn zus en ik knikten, we zouden het afwachten. We gingen ook weer naar huis. Wachten in een ziekenhuis duurt twee keer zo lang als thuis. En we konden toch niks doen.

Om half vier begon ik toch wat onrustig te schuiven op mijn stoel. Nog steeds niks gehoord. Mijn jongste zus stuurde al een berichtje “al wat van mama gehoord?” Nee, nog niet. Inmiddels was het vier uur. Ondanks alles was dit toch niet leuk meer. Ik wachtte nog een kwartier en ging toen bellen. Dit duurde wel erg lang. De vriendelijke dame die me te woord stond, vertelde me dat mijn moeder nog niet was geopereerd. De schrik sloeg om mijn hart, mijn moeder is immers hartpatiënt, er zou toch niks zijn. “Nee, nee” haastte de verpleegkundige zich te zeggen, “er waren spoedgevallen, er was geen plaats.” Pfff. “Wanneer dan?” Tja, dat was nog niet te zeggen, misschien morgen maar misschien moest zij ook weer naar huis.

’s Avonds togen we weer richting ziekenhuis. Voorbereid op een hevig teleurgestelde moeder. Gelukkig viel dat mee. Mijn moeder is namelijk behoorlijk assertief en had tegen de chirurg gezegd dat zij niet blij was met het feit dat de operatie na twee keer uitstellen nu weer niet door was gegaan. Gelukkig (ook voor ons) voelde de man met haar mee en werd de operatie gepland voor de volgende dag om 08.00 uur. En inderdaad, die dag kwam aan het eind van de ochtend het telefoontje. Alles was prima gegaan en er was niks dat een spoedig herstel in de weg zou staan.

Nu wil het geval dat mijn moeder alleenstaand is. Mijn vader is al lang geleden overleden. En revalideren na een heupvervanging is niet ideaal als je alleen woont. Een aantal simpele handelingen is beslist nog niet mogelijk. Gelukkig is bij mijn moeder in de buurt de mogelijkheid tot revalideren in een kleinschalig project. Alleen mensen bij wie een heup of knie is vervangen, maximaal 17 patiënten. Professionele mensen die het beste voorhebben met de patiënten.

Dat bleek al tijdens het intakegesprek. Wij hadden mijn moeder keurig naar de afdeling gereden in een van de rolstoelen die je altijd vindt bij de ingang van een ziekenhuis. Al dan niet kliedernat geregend. Mijn moeder was daar voor het gemak maar in blijven zitten. Toen zij tijdens het gesprek aangaf even van het toilet gebruik te willen maken, hielp de verpleegkundige mijn moeder uit de stoel, reikte de rollator aan en wees het toilet. Wij zaten toch wel even met stomheid geslagen, de operatie was twee dagen geleden. Natuurlijk werd mijn moeder begeleid en ging het allemaal prima, maar toch.

Uiteindelijk wil ik een groot compliment maken aan de verpleegkundigen en begeleiders van het revalidatiecentrum waar mijn moeder is. Zij heeft te horen gekregen dat van de vier weken die er voor staan, zij maar drie weken hoeft te blijven. Natuurlijk, mijn moeder zet zich voor 300% in, zo eigenwijs is ze wel, maar zonder de professionele begeleiding zou dat niet mogelijk zijn.  Op de momenten dat de patiënten niet hoeven te sporten, wordt het normale leven zo goed mogelijk benaderd. Zij koken samen, eten samen en kijken samen televisie. “Je moet toch een aantal weken samen leven, dus je moet er gewoon iets van maken”, aldus mijn moeders pragmatische inslag.

Het gaat goed met mijn moeder. Dat bleek eens te meer uit het feit dat ik tijdens het bezoekuur werd weggekeken toen er een fles wijn en zakjes nootjes naar de huiskamer werden gebracht. Ik keek verwonderd. “Ja” zei mijn moeder, “we gaan zo samen Boer zoekt vrouw kijken.” Tja, daar kan ik niet tegen op.

Verkiezingen

Binnenkort gaan we weer naar de stembus. Althans, daar zijn we voor uitgenodigd. Ik ga ook altijd stemmen. Als mensen dat niet doen, vind ik dat prima, maar dan moeten ze ook niet mee praten op verjaardagsfeestjes waar de vaderlandse politiek in een half uurtje wordt gewogen en te licht bevonden. Dus ik stap plichtsgetrouw het stemhokje in en kleur op de enorme lijst met namen een vakje rood.

Ook doe ik vooraf altijd de kieswijzer en stemwijzer. Om me dan te verbazen bij welke partijen ik uit kom. Het zijn ook verschillende partijen, de vragen zijn zo gesteld dat je niet in één richting wordt gestuurd. Verwarring alom dus. Luisteren naar de lijsttrekkers levert ook niet meer duidelijkheid op. Je kunt lang naar hen luisteren maar aan het einde hebben ze geen van allen werkelijk iets gezegd. Gelukkig trekt op het moment de economie weer wat aan, dus ze kunnen allemaal wat weggeven. Daar worden wij, de kiezers, blij van. Meer geld voor de zorg, voor onderwijs, voor defensie. Prima doelen op zich. Jammer alleen dat er vaak zo weinig van overblijft.

In een debat staan ze tegenover elkaar. Ik bekijk ze, een voor een. Wie zou ik nu mijn eigen huishoudboekje toevertrouwen. Jesse Klaver, met zijn demonstratief opgerolde mouwen, of Henk Krol, die de WAO niet van de AOW kan onderscheiden. Toch jammer voor al die ouderen die hij belooft te vertegenwoordigen. Ik weet het niet. De mooiste beloftes roepen bij mij altijd weer de vraag op “maar hoe gaan we dat dan betalen?” Gelukkig heeft Geert Wilders overal een oplossing voor, we sluiten gewoon de grenzen. Huh, en hoe lost dat dan problemen op? Makkelijk scoren hoor.

Het is ook moeilijk. In ons land van polderen moet je altijd samenwerken. En samenwerken betekent compromissen sluiten. Bovendien zijn er na de verkiezingen dan altijd nog die 17 miljoen stuurlui aan de wal.

Ach, en dan zijn we altijd nog beter af met onze regering, dan de Amerikanen met die muppet die zij president moeten noemen. Maar ik zal blij zijn als het weer achter de rug is en we allemaal weer overgaan tot de orde van de dag.

 

 

 

 

 

 

 

BN-ers

loekie

Het is geen frustratie hoor, maar het valt me gewoon op, als je bekende Nederlander bent, of BN-er, zoals de koosnaam luidt, dan kun je alles. Het is niet zo dat je gespecialiseerd bent in acteren, of in presenteren, nee, je bent die allround duizendpoot die talent heeft voor werkelijk alle facetten van het vak. Je kunt presenteren, acteren, zingen, je schrijft blogs en boeken. Kortom, je bent geweldig. En natuurlijk, de meesten hebben heel hard moeten werken om te komen waar ze zijn. Blijven volhouden, blijven aanhouden, tot er eindelijk iemand is die het zo vreselijk beu is dat je constant voor zijn deur ligt dat hij je een kans geeft. En als je dan eenmaal over de drempel bent, dan gaat het lopen.

Voor ons, ‘gewone mensen’ is dat toch weleens wat minder goed te begrijpen. Niet alleen hoor je soms zangers een echt valse noot raken, je ziet toch ook heel wat ellende aan zgn. presentatietalent voorbij komen.

En wat dan nog het meeste opvalt, is dat alles wat onze BN-ers meemaken, ook gelijk nieuws is. Wat voor andere mensen bij het leven hoort, is voor een ster een vreselijk traumatische gebeurtenis. De bladen koppen groot “Verdriet voor Linda de Mol bij leeghalen huis van haar moeder.” Dat is zeker een heel heftige gebeurtenis. Alleen, bij bijna iedereen komt er een moment in het leven dat er afscheid genomen moet worden. En dat hoeft niet in de krant, dat is al verdrietig genoeg. Programma’s als RTL Boulevard en Shownieuws brengen zorgvuldig al het non-nieuws in kaart, vaak begeleid door het vakkundige advies van Peter R. de Vries. Een man die zowaar overal verstand van heeft en er een gedegen dossier van bijhoudt. Waarom moet ik dan toch altijd weer aan de magistrale Prof. Dr. Ir. Akkermans denken?

Nu kun je zeggen, ‘kijk dan niet naar die programma’s’, maar zelfs in de meeste praatprogramma’s schuift de man aan. Je kunt niet om hem heen. Hij is er altijd. Of je nu naar Umberto Tan kijkt of naar Eva Jinek, negen van de tien keren zit hij weer aan tafel. Deskundig te wezen. Ook hij is een multi-talent, hij heeft overal verstand van. Met zorgvuldig gekozen bewoordingen geeft hij blijk van zijn enorme kennis en kunde. En ik denk “ga weg!” Zappen helpt niet, hij is alom vertegenwoordigd. Als een ware Messias verkondigt hij zijn woord.

Het is ook eigenlijk logisch dat er zoveel interesse is voor zijn werk. Tenslotte krijgen misdadigers tegenwoordig ook de status van ster en Bekende Nederlander. Hoeveel mensen wilden niet met Willem Holleeder op de foto. En man waar je, volgens het boek van zijn zus, maar liever ver vandaan kunt blijven. Ook een multitalent, maar dan op een gebied waar de meeste mensen gelukkig geen verstand van hebben. Peter R. de Vries wel natuurlijk, maar dat is anders.

Het blijft een bijzondere wereld. Vol met klatergoud. Ik kan met niet voorstellen dat wat wij te zien krijgen echt is. Helaas zijn veel mensen zich daar niet van bewust.

 

 

Als je oud bent….

Soms krijg je heel toevallig een kijkje in het leven van een ander. Omdat je gevraagd wordt te helpen of omdat het leven nu eenmaal zo loopt. Soms kom je dan in contact met iemand die al echt heel oud is geworden. Heel veel heeft meegemaakt en getekend is door alle gebeurtenissen.

Onlangs overkwam mij dit. Een dame kwam op respectabele leeftijd te overlijden. Zij was na een lang en werkzaam leven de laatste jaren opgenomen in een verpleegtehuis. Zelfstandig wonen ging niet meer. Ze had het lang volgehouden, met hulp van familie en de lieve dames van de thuiszorg. Maar er kwam een moment dat ze toe moest geven. Ze kon het niet meer.

De eerste stap naar het einde begon. Ze moest afscheid nemen van veel van haar dierbare spullen. Eigenlijk kon ze alleen haar televisie en haar kleding meenemen. Om de kamer aan te kleden gingen er ook een paar schilderijen mee. Het gaf een beetje gevoel van thuis. Een beetje.

De verzorging was goed hoor, de meisjes waren allemaal even vriendelijk. Ze probeerden het haar naar de zin te maken. Het eten was lekker, er werd vanalles georganiseerd. Ze ging naar de kaartavonden, zong mee met de karaoke-machine. Er werd gelachen en gepraat. Maar ’s avonds, als ze terug was op haar kamer, sloeg de eenzaamheid weer toe.

Ze begon zich terug te trekken. Bleef steeds meer op haar kamer. De televisie werd haar beste vriend. Uren kon ze kijken, zittend in haar stoel, de afstandsbediening op schoot. Als de dames van de verzorging vroegen of ze niet mee wilde gaan naar de zaal, schudde ze haar hoofd. Ze bleef liever zitten, ze hield niet meer van de drukte. Al die mensen, al dat geroezemoes, ze kon er niet meer tegen. Haar wereld werd steeds kleiner. Zelfs haar eten liet ze op haar kamer komen, dan hoefde ze niet te kijken hoe anderen zaten te knoeien. Daar had ze nooit van gehouden, ze was altijd gesteld geweest op goede manieren. Ze zou ook niet toestaan dat anderen zagen dat ze zelf ook steeds meer moeite kreeg met mes en vork.

Langzaam begon ze achteruit te gaan. Er waren dagen dat ze niet meer uit haar bed wilde komen. Ze had er de kracht en de moed niet meer voor. Haar verzorgers probeerden het nog wel maar ze wilde niet meer. Een longontsteking maakte dat haar lichamelijke gesteldheid steeds slechter werd. Ze voelde het zelf ook, het einde kwam in zicht. Ze had er vrede mee, het was goed geweest. Ze had haar leven geleefd, ze had eruit gehaald wat er in zat en nu was het klaar.

Na een kort ziekbed waarbij de artsen zorgden voor een humaan einde, kwam zij te overlijden. Ze gleed rustig weg uit het leven. Op dat moment kwamen wij in beeld. We hielpen met het leeghalen van haar kamer. Alle spulletjes moesten eruit. In een kort tijdsbestek, er zijn wachtlijsten en je wilt mensen ook niet onnodig laten wachten. In een uur tijd pakten we de spullen in, de televisie ging mee, haar kleding ging in zakken en de weinige persoonlijke dingen pakten we in om te kunnen bewaren. We namen alles mee, het was maar 2x lopen naar de auto, alles ging in een keer in de kofferbak. Toen we de laatste spullen pakten, keek ik nog een keer achterom. Het kamertje was leeg, zelfs het bed was al weggehaald. En ik dacht “dat is je lot als je je laatste dagen slijt in een verzorgingstehuis, een halve kofferbak met spullen en een leeggehaalde kamer met wat sporen op het linoleum. Resultaat van een leven hard werken.” Met een zucht heb ik me omgedraaid en ben weggelopen.

 

Protocol

Beach chair and umbrella on sand beach. Concept for rest, relaxa

Een reisorganisatie verkoopt ervaringen. Geen vakantie, geen reizen, nee, ervaringen. Je werkt het hele jaar hard en wilt dan graag een paar weken ervaren hoe het is om nieuwe dingen te zien. Of door bekenden in de watten gelegd te worden. Hoe het is om even nergens aan te hoeven denken en even nergens voor te hoeven zorgen.

Dus je boekt, je wikt, je weegt en je kiest de bestemming en de accommodatie die het beste bij je past. Je betaalt de rekening en sluit toch maar voor de zekerheid een annuleringsverzekering af. Je kunt immers niet weten. Je verheugt je, nog even en dan is het zo ver.

Soms slaat dan het noodlot toe. De moeder van een goede vriend werd ziek. Ze was al oud en fragiel dus haar toestand verslechterde snel. Gelukkig had hij nog de tegenwoordigheid van geest om aan de vakantie te denken. En hij vroeg zijn partner “ach, bel jij even naar die maatschappij om te annuleren.” Zo gezegd, zo gedaan.

En toen bleek dat in het gamma van de reisorganisatie ook hele foute ervaringen zaten. Want tja, het protocol hè. De partner was niet degene die de vakantie had geboekt. En het was toch wel zaak dat die zelf annuleerde. Dit kon niet door een ander worden gedaan. “Maar hij zit aan het sterfbed van zijn moeder.” Welke argumenten er ook werden aangehaald, de dame aan de telefoon was onvermurwbaar. “Sorry, regels zijn regels, daar moeten we ons aan houden.” Met de moed der wanhoop belde hij dus maar zelf. “Goedemiddag, ik bel u vanaf de ziekenhuiskamer van mijn moeder, ik zit bij haar te waken.” Dat viel waarschijnlijk zo ver buiten het protocol dat de dame die te telefoon aannam van schrik de verbinding verbrak. Verbouwereerd keek hij naar zijn toestel. En belde nog maar eens.

Gelukkig had de dame die hij toen aan de telefoon kreeg wel eens gehoord van empathie en werd hij uiteindelijk goed maar zeer zakelijk geholpen. Wat bleef was de nare smaak die bij hem achter bleef. Vooral toen hij het hotel annuleerde waar hij zou voorovernachten en daar zo sympathiek werd geholpen dat de reisorganisatie nog schrieler afstak.

Even dacht hij, zal ik via Social Media deze organisatie aan de schandpaal nagelen. Maar uiteindelijk weerhield zijn fatsoen hem hiervan. Hij moest zich niet gaan verlagen tot dat bedenkelijke niveau. Hij schreef wel een brief naar de reisorganisatie. Vertelde ook dat zijn moeder inmiddels rustig was ingeslapen. Het protocol van deze firma schreef voor dat hij een bevestiging kreeg. En daar bleef het bij.

 

Sneeuwpret

twee-sneeuwmensen-op-een-bankje

Half Nederland reageert weer helemaal lyrisch, ‘oh het sneeuwt’. Ik denk “gatver”. Heel Facebook wordt overladen met idyllische foto’s van verstilde landschappen, enorme sneeuwpoppen en heel veel sneeuwpret. Kinderen op sleetjes, Dickens all over again. Ik moet er niks van hebben, geen romantische inslag, sorry.

Ik moet met de auto naar Utrecht. Wat een feest. Het kost me tien minuten om hem uit te graven. De sneeuw ligt zo zwaar op de voorruit dat de ruitenwissers weigeren hun werk te doen. Zuchtend stap ik weer uit en gewapend met vegertje en raamtrekker probeer ik de ellende van de auto te verwijderen. Vergeet de koplampen niet, anders zien je tegenliggers je niet eens aankomen. Als hij eindelijk schoon is stap ik in, ik klop mijn schoenen tegen elkaar om de klodders sneeuw in ieder geval buiten de auto te laten vallen. Dom ook om lichtgrijze suède laarsjes aan te doen, hopelijk was de sneeuw nog zo schoon dat ik ze vanavond niet weg hoef te gooien omdat ik de uitgebeten plekken er nooit meer af krijg.

Ik start en rij voorzichtig ons straatje uit. Ik woon in een doodlopend straatje waar 6 huizen staan en ik ben vandaag de eerste die weg gaat. Het is ook niet zo dat de gemeente ooit strooit in onze straat, wij moeten het maar zelf uitzoeken. Normaal gesproken is het heerlijk om zo rustig te wonen maar soms steken er toch een paar nadelen de kop op. Enfin, rustig aan en dan raak je niks. Zonder stukken bereik ik de begaanbare doorgaande weg. Gelukkig zijn de snelwegen schoon en ben ik toch betrekkelijk op tijd op mijn afspraak.

Ik kan er echt niet enthousiast van worden, van sneeuw. Ik vind het koud en naar en heb een vreselijke hekel aan de blubber die ontstaat als de dooi invalt. Als kind al was ik blij dat ik na een uurtje verplicht sleetje rijden mijn arme koude voeten kon warmen. Het liefst kroop ik nog even in mijn bed om bij te komen. Niet dat dat mocht van mijn moeder. Ik mocht ook niet met mijn voeten op de verwarming zitten. “Daar krijg je wintertenen van.” Ik heb eigenlijk nooit onderzocht of dat echt waar is of dat mijn moeder het gewoon niet nodig vond.

Ook een periode van vorst kan me niet bekoren. Na twee nachten komen de rayonhoofden al bij elkaar. De mogelijkheid van een Elfstedentocht wordt besproken. Volgens mij is het voor hen alleen een excuus om Beerenburg te drinken, ik kan me niks anders voorstellen. Ik heb mijn schaatsen verkocht. De laatste keer dat we op natuurijs gingen schaatsen, ging ik na twee minuten op het ijs onderuit. Natuurlijk krabbelde ik overeind alsof er niks gebeurd was, ook al was het toch even serieus zwart geworden voor mijn ogen. Ik heb de hele middag dapper doorgeklungeld omdat ik me niet wilde laten kennen. Helaas bleef ik pijn houden en na een week roepen dat het wel meeviel constateerde de arts in het ziekenhuis dat mijn schouder was gebroken. Ik heb er bijna een jaar plezier van gehad.

Nee, de winter is niet mijn seizoen. Ik kan niet wachten tot het weer lente wordt.

 

 

 

Gelukkig nieuwjaar

nieuwjaar

Al weer een jaar voorbij. Wat is het weer snel gegaan. Er waren leuke dingen, moeilijke dingen, vervelende dingen en zware dingen. Maar omdat we het samen deden, is het allemaal gelukt. Vol goede moed dus op naar een nieuw jaar.

Ik hoop dat het voor iedereen een mooi jaar wordt. Met voor iedereen veel liefde en veel geluk. In die volgorde.  

Gelukkig nieuwjaar.

 

Zeurseizoen

Met de komst van de langere nachten steekt in ons land ook een terugkerend fenomeen de kop op. Het Nederlandse zeuren. Wij Nederlanders zijn daar expert in. Gelukkig zijn er ook voldoende onderwerpen om over te zeuren, dat dan weer wel. Wat te denken van de Zwarte Pietendiscussie. Een aantal jaren geleden had niemand van het woord gehoord maar het zou me niet verbazen als het inmiddels met stip was binnengekomen in de Dikke Van Dale. Menig BN-er vindt het nodig zijn of haar mening te ventileren. Om door andere BN-ers van repliek gediend te worden. Het onderwerp houdt de gemoederen bezig.

Ook een dankbaar onderwerp is onze Koninklijke Familie. Wat verdienen zij, hoeveel belasting betalen zij. Amalia krijgt op haar 18e een royale vergoeding. Wat een schande. Ach, het arme kind, ze werd dit jaar 13 en nu al wordt er gediscussieerd over haar inkomen. Misschien, als je kijkt wat er van haar wordt verwacht, is de vergoeding wel aan de lage kant. Ik zou niet willen ruilen. En maar glimlachen, en maar vriendelijk blijven. En de coniferen van Soestdijk zijn er niet meer, daar kun je al die goedbedoelde prullaria die je van onnozele onderdanen krijgt echt niet meer achter verbergen.

Gelukkig hebben we ook nog de politiek. En komen de verkiezingen eraan. Want uiteindelijk deugen ze geen van allen “die daar in Den Haag”. Het zijn zakkenvullers, schoppers, leugenaars en ze denken alleen maar aan zichzelf. Dat de meeste van die mensen dag en nacht werken vanuit een eerlijke overtuiging, daar wordt voor het gemak maar aan voorbij gegaan.

Nee, niks in dit land deugt. Oh natuurlijk, er zijn heel veel dingen die best verbetering behoeven. Het zou fijn zijn als er in de gezondheidszorg niet naar geld gekeken hoefde te worden. Als er veel meer geld kwam voor de ouderenzorg. Zeker, er zijn heel schrijnende gevallen. Daar wil ik echt mijn ogen niet voor sluiten. Er zijn veel mensen in ons land die in de problemen zijn geraakt, zonder dat ze daar zelf iets aan kunnen doen. En dat is heel erg, die mensen moeten zeker geholpen worden. Maar zoals een oud-collega van me eens zei “als je in Nederland niks hebt, heb je altijd nog wel iets.” Zij woont inmiddels in Gambia, een land waar je echt niks hebt als je arm bent. Maar waar mensen toch samen er iets van proberen te maken.

Misschien moeten wij Nederlanders eens een voorbeeld nemen aan mensen die, volgens onze maatstaven, echt iets te klagen hebben. En onderhand eens stoppen met zeuren. Want tenslotte wonen wij in een prachtig land. En zolang we kunnen zeiken over het feit dat we niet gekwalificeerd waren voor het EK voetbal, en we dus voorbij gaan aan de echte problemen, hebben we weinig recht van spreken.

 

 

Druk

Het lijkt een modeverschijnsel, iedereen heeft het tegenwoordig druk. Druk, druk, druk. Vraag een willekeurige collega hoe het met hem gaat en je krijgt als antwoord “goed, maar wel heel druk”. Als je het niet druk hebt, hoor je er niet bij. We moeten een volle agenda hebben, niet voor ons zelf maar om aan anderen te kunnen bewijzen dat we belangrijk zijn. Men kan niet zonder ons. We gaan constant in looppas, de stress giert uit onze oren. We durven niet terug te schakelen, bang voor wat anderen hier wel van zullen zeggen. De 24-uurs maatschappij vraagt dat we altijd bereikbaar zijn, berichten en mails komen binnen op onze smartphone en laten ons zelfs in de late avond niet met rust.

Privé is het al niet anders, probeer maar eens een afspraak te plannen. Het is soms ondoenlijk met vrienden of kennissen iets op korte termijn af te spreken. Terwijl juist de spontane ontmoetingen het leukste zijn. Gewoon een avondje samen zijn, dat hoeft niet hoogdravend te zijn, het gaat niet om de randverschijnselen, het gaat om het contact. Soms besef je ineens dat je mensen waar je toch veel om geeft al maanden niet meer hebt gezien of gesproken. Je neemt je voor contact op te nemen maar een paar weken later kom je tot de ontdekking dat je dat nog steeds niet hebt gedaan.

Druk zijn zit ook in je hoofd. Iedereen kent het wel, het gevoel dat te veel mensen iets van je willen. Dat je wilt roepen “laat me met rust, het komt allemaal wel, je hoeft me niet te haasten, ik zorg er echt wel voor.” Al die bordjes die je in de lucht moet houden. Het lijkt een enorme berg waar je niet overheen kunt kijken. En als je denkt dat je het op de rit hebt, gebeurt er weer iets waardoor je zorgvuldige planning weer op losse schroeven komt te staan. Soms zou je heel hard weg willen lopen, gewoon, nergens heen. Maar dat lost niks op, dat weet je zelf ook wel. Je neemt immers jezelf en alle problemen gewoon met je mee.

We doen het onszelf en elkaar aan, daar ben ik van overtuigd. Iedereen rent mee alsof het een wedstrijd is. Ik vraag me alleen af wat je er mee kunt winnen. Niet heel veel, vrees ik, gezien het grote aantal mensen dat zichzelf voorbij loopt.

Soms moet je gewoon pas op de plaats maken en nadenken over waar je mee bezig bent. Gelukkig bestaat er een heel wijs gezegde dat luidt “Hoe eet je een olifant? Stukje voor stukje”. En daar houd ik me dan maar aan vast.

Beledigd

terras

Iedereen kent ze wel, mensen die zelfbenoemd zielig zijn en dit als alibi gebruiken om de rest van de wereld vijandig te benaderen. Ik kom ze ook wel eens tegen. Laatst nog, we zaten op een terrasje, gezellig te kletsen over helemaal niks, toen een man aanschoof die ik pas eenmaal had ontmoet. Ik had destijds met hem aan de bar gezeten en toen hij echt teveel had gedronken en ruggelings van de kruk af lazerde, had hij mij in zijn val meegenomen. Ik weeg namelijk denk ik de helft van wat hij weegt. Enfin, hij nam plaats aan onze tafel en wij begroetten hem vrolijk. “Ah”, zei ik, “de man die van mij een gevallen vrouw heeft gemaakt.” Helaas schoot mijn onschuldig bedoelde uitspraak bij de man volledig in het verkeerde keelgat. Hij spoot vuur en besloot dat ik het type vrouw was dat wordt aangeduid met allerlei vreemde woorden voor bepaalde lichaamsdelen. En dan bedoel ik niet mijn voet.

De hele tafel was met stomheid geslagen. Mijn man, onvoorwaardelijk op mijn hand, trok ernstig van leer. Nu ben ik niet op deze wereld om vrienden te maken dus ik maakte me weinig zorgen. Een dergelijke uitval zegt meer over de man zelf dan over mij. Hij was ernstig gepikeerd. De benamingen die hij voor mij bezigde waren bloemrijk. Hij vond het schandelijk dat ik alleen dat maar dat ene feit van hem onthouden had. Maar ja, als je niet wilt dat mensen je herinneren als een dronkenlap, moet je zorgen dat je dat niet bent.

Het excuus was dat zijn vrouw ernstig ziek is. Dat vind ik echt heel erg voor hem. Maar weet je, in mijn leven is ook weleens wat aan de hand en dat is voor mij toch ook geen reden om rond te lopen en mijn bek maar een douw te geven. Het is af en toe moeilijk maar soms moet je je toch echt als een volwassene gedragen. Iedereen heeft namelijk zaken in zijn rugzak zitten. Er zijn altijd mensen die meer ellende hebben dan jijzelf. Gelukkig maar, zou ik heel egoïstisch bijna zeggen.

De dag erna kwamen we de man weer tegen. Inmiddels nuchter, althans dat hoop ik dan toch voor hem, het was vroeg in de middag. Hij groette niet en liep ons zonder te kijken voorbij. Het bevestigde het beeld dat ik inmiddels van hem had. Een echte loser.