Gestolen

Al een paar jaar komen wij geregeld op een kleine camping in de Ardennen. In een betrekkelijk onbekend plaatsje. Leuke camping, leuke mensen, mooie omgeving. En lekker eten en drinken. Om een beetje mobiel te zijn zonder steeds in de auto te hoeven kruipen, heeft mijn man een e-scooter aangeschaft. Het ding ziet er uit al een normaal scootertje maar irriteert niet de hele camping met een jankende uitlaat. Vergezeld van een snorrend geluid zoeft mijn man over ’s heren wegen.

Het is een bekende verschijning geworden. “Oh, Huub is niet ver weg, zijn Harley staat er nog.” De verwarring was dan ook groot toen Huub die ochtend buiten kwam en het blauwe tweewielertje miste. Even twijfelde hij nog aan zichzelf, had hij het ergens anders neergezet, had hij het ergens laten staan na een biertje te veel om te rijden? Nee, toch niet, de avond er voor was hij bij de buurman geweest, het scootertje had gewoon thuis gestaan. Langzaam drong het besef door, zijn mini-Harley was gestolen. Dat kon toch niet, toch niet hier.

De camping-eigenaar was ook volledig uit het veld geslagen door het bericht. Hij voelt het als zijn verantwoordelijkheid dat de gasten veilig zijn. En nu was er, ’s nachts, iemand de camping opgekomen en had eigendommen ontvreemd. Een onheilspellend gevoel.

Met onze Nederlandse nuchterheid besloten we aangifte te doen bij de Belgische politie en op zoek te gaan naar een nieuw vervoermiddel. Tenslotte zouden we de e-scooter echt nooit meer terug zien. Eerdere ervaringen met diefstal, weliswaar in Nederland, had ons cynisch gemaakt. Je doet aangifte, al dan niet via Internet, je krijgt een bevestiging en een dossiernummer en twee weken later het bericht dat het dossier wordt gesloten. En dat is dat. Je hebt de aangifte nodig voor de verzekering maar verder heeft het voor het gevoel weinig nut.

Huub speurde het internet af, op zoek naar nieuwe mobiliteit. Hij wist niet precies wat te doen, hij was uiteindelijk helemaal niet op zoek naar iets nieuws. Hij was perfect tevreden met wat hij had. Hij kon ook niet besluiten. Dus ging hij niet te snel van stapel lopen, hij zou nog wel zien.

Een week na de diefstal werd zijn probleem echter als vanzelf opgelost. Er kwam bericht van de camping, we konden onze oren niet geloven. De Belgische politie had een bende brommer- en scooterdieven opgerold. Zij bleken in het hele dorp actief te zijn geweest. En raad eens, de Harley van Huub was terecht, we konden hem bij het politiebureau gaan halen. Wie had dat ooit kunnen denken, wij waren er echt van overtuigd dat we de tweewieler nooit meer zouden zien. Hulde aan de Belgische speurders. Daar kan Baantjer nog heel veel van leren.

 

 

 

 

WiFi

wifi

“De Wifi doet het niet”, geïrriteerd blijf ik op het wifi-icoontje klikken. Helaas, de computer blijft aangeven dat ik niet verbonden ben met het wereldwijde web. Als de storing meer dan tien minuten aanhoudt, pak ik mijn telefoon en zoek het nummer van Ziggo. “U bent verbonden met de helpdesk van Ziggo, wij verzoeken u een keuze te maken uit het nu volgende menu.” Met een zucht volg ik de instructies en wordt vervolgens in de wacht gezet. Wel vijf minuten. Wat een ellende. Gelukkig blijkt het een kwestie van een paar vinkjes weer aanzetten en is na een uurtje het leed weer geleden. De wereld ligt weer onder het bereik van een muisklik.

Mijn oud-collega Marijke is verhuisd naar Gambia. Zij is haar droom achterna gegaan en heeft een nieuw leven opgebouwd in het verre Afrika. Zij heeft inmiddels al twee dagen geen internet. Geen wifi, niet met een draad, helemaal niks. Een telefoontje naar de provider vertelde haar dat het waarschijnlijk aan haar eigen instellingen zou liggen. Dus, alles gecheckt, niets gevonden en nog maar eens gebeld. Oh, dan zou het waarschijnlijk toch bij de aanbieder liggen. Ze zouden morgen contact met haar opnemen. En al die tijd zit Marijke zonder internet, zonder verbonden te zijn met de wereld. Zij is genoodzaakt alle vragen die ze heeft op te schorten en te roeien met de riemen die ze heeft. Als zij belt en om een monteur verzoekt, en vervolgens vertelt waar ze woont, wordt er bedenkelijk gezucht. Zo ver, dat is echt wel een uur rijden, poeh. Ze wordt ingepland maar men weet nog niet voor wanneer. Uiteindelijk, na een paar dagen, komt de monteur langs en onderzoekt alle mogelijkheden. Om dan toch tot de ontdekking te komen dat het probleem niet ligt bij Marijke, maar bij de instellingen op kantoor. Ach, hoe toevallig. De man vertrekt onverrichterzake. Marijke’s geduld wordt weer op de proef gesteld. Misschien heeft ze volgende week wel weer de beschikking over alle moderne toepassingen.

Het is een manier van leven. Je raakt er aan gewend. Het is ook een manier van onthaasten. Uiteindelijk is het ook helemaal niet zo erg om een dagje niet op Facebook of LinkedIn te kunnen kijken. Het is mooi om een keer zo met je neus op de feiten gedrukt te worden.

 

 

 

 

 

 

Aquarium

Innsbruck ziekenhuis

De aanblik van een groot aquarium brengt mij direct weer een aantal jaren terug. Wat voor een ander heel rustgevend kan zijn, bezorgt mij weer dat beklemmende gevoel dat ik had in Innsbruck, in het Landeskrankenhaus. In de wachtkamer op de afdeling neurochirurgie stond een enorm exemplaar. Wekenlang heb ik er iedere dag naar zitten kijken.

We waren op vakantie, mijn man, mijn zus en ik. Heerlijk een paar weken niks doen in de zon. Oostenrijk was een van onze favoriete bestemmingen en het was de eerste keer dat we er weer waren na de dood van mijn zwager. We gingen het rustig aan doen, geen bergen beklimmen, geen moeilijke wandelingen. Gewoon door de kleine stadjes en dorpjes slenteren en misschien een keer met de kabelbaan naar boven.

De middag ervoor hadden we heerlijk in de zon gezeten. Met een boek en een drankje. Ik weet nog dat ik tegen mijn zus zei “Smeer je schouders in of ga in de schaduw zitten. Je weet dat je er niet tegen kunt.” Maar één van de meest voorkomende eigenschappen in mijn familie is eigenwijsheid. Dus ze bleef rustig zitten.

Die ochtend bleef mijn zus lang in haar caravan. Te lang. Op een gegeven moment vond mijn man toch dat ik maar eens moest gaan kijken. Dus ik deed de deur open. En daar zat ze, op de grond, wezenloos voor zich uit te kijken. Ik tikte tegen haar wang maar toen ze niet reageerde werd ik bang. Ik rende naar de receptie en belde de hulpdiensten. In het kleine stedelijke ziekenhuis werd ze onderzocht. Waarschijnlijk was het een zonnesteek. Nog even een klein onderzoek om wat uit te sluiten en dan mocht ze mee naar huis.

Maar wat ze wilden uitsluiten bleek aan de hand. Ze had een bloeding in haar hoofd. Dus werd ze vervoerd naar het regionale ziekenhuis. Daar konden ze een drain aanbrengen om de druk van de hersenen te halen en dan zou het allemaal wel goed komen. Ik moest om vijf uur maar even bellen om te vragen hoe het ging. Daar stond ik, in een ziekenhuis waar ik nog nooit was geweest. En ik ging bellen, mijn man, mijn familie. De schrik was groot.

Met een taxi liet ik me terugbrengen naar de camping. De middag kroop om. Het wilde maar geen vijf uur worden. Eindelijk, eindelijk kon ik bellen. Ik werd een paar keer doorverbonden. Achteraf een veeg teken. De arts die ik tenslotte aan de telefoon kreeg, vertelde me helder en zakelijk dat het niet goed ging met mijn zus. Ze had een aneurysma in haar hoofd en men was bezig haar klaar te maken voor transport met de traumahelikopter naar Innsbruck. Daar zou ze met spoed geopereerd worden. Wij konden ook maar beter zien dat we in het ziekenhuis kwamen want ze wisten niet of ze de nacht zou halen.

In de uren en dagen die volgden heb ik geleerd wat het is om bang te zijn. Bang om iemand waar je van houdt te verliezen. Je denkt dat je het weet maar als de dreiging dan reëel is, besef je pas wat angst met je kan doen. Tijdens de rit naar Innsbruck, in het donker, door eindeloos veel tunnels, heb ik mijn zus drie keer begraven.

Mijn zus heeft een aantal weken in coma gelegen maar is goddank weer hersteld. De enorme littekens op haar hoofd zijn niet meer te zien doordat haar haar er overheen groeit. Ze is nog steeds eigenwijs, gelukkig. En ik heb nog altijd een antipathie tegen tropische vissen.

 

 

Paniek

Stef

Ik ben best een zorgvuldig mens, al zeg ik het zelf. Niet dat heel erg opgeruimd ben, maar ik hou meestal alles goed in de gaten. Vandaar dat de schrik ook groot was toen iemand kwam aanlopen met twee lege doosjes waar ooit muizengif in had gezeten. En onze hond heel vrolijk kwispelend in haar kielzog mee liep. Verschrikt wrikte ik zijn bek open en zag dat in zijn vervaarlijke kiezen een heel vreemd blauw goedje zich had genesteld.

Nu wil het feit dat Stef, onze hond, op dieet is. Het arme dier heeft de hele dag honger. Natuurlijk is dit voor zijn eigen bestwil. Heeft hij er erg in dat hij geen taille meer over houdt als wij hem zijn gang laten gaan. Dus alles wat ook maar riekt naar iets eetbaars, is voor het arme dier een regelrechte uitdaging.

Muizengif, wat nu. Een telefoontje naar de dierenarts vertelde dat ik direct moest komen. Het gif moest uit zijn maag, en wel direct. Stef snapte er niks van. Hij had toch lekker gesnoept, wat deden die mensen allemaal raar. Ik gooide hem bijna achter in de auto en reed met behoorlijke vaart richting dierenkliniek. Het is maar goed dat de buitenlandse chauffeur die voor me reed en de weg niet exact wist, mijn verwensingen niet allemaal kon horen. De arme man zou behoorlijk overstuur zijn geweest.

In de dierenkliniek kreeg Stef een heerlijk blikje eten. Dit maakte zijn dag in één keer goed. Arme dier, wist hij veel. Want nog geen minuut daarna kreeg hij een injectie in zijn poot. “Lieve hond”, vond de dierenarts, “hij doet niet eens lelijk naar me.” En toen was het wachten tot hij ziek werd. Zijn maag moest immers leeg. Ik zag mijn arme vriendje ziek worden. Hij snapte er niks van. Maar Stef is een taaie hond, hij wilde zich niet laten kennen. Niet voor het vrouwtje, niet voor die vreemde meneer die hem zo vreselijk voor de gek had gehouden. De maximale dosis misselijkmaker moest er aan te pas komen voor Stef zich overgaf en de inhoud van zijn maag deponeerde precies naast de kranten die de dierenarts voor dat doel op de grond had uitgespreid. En één keer was niet voldoende, tot drie keer toe werd er een flinke klodder groene smurrie neergelegd. De dierenarts trok handschoenen aan om het op te ruimen. Hij vertelde me dat Stef wat suffig zou zijn, de rest van de dag, maar dat het leed volgens hem wel geleden was.

 Pas later, toen ik al lang en breed thuis was, sloeg de paniek toe. Mijn arme maatje, hoe verkeerd had het af kunnen lopen. Ik zou het mezelf nooit vergeven hebben. Stef heeft er gelukkig niks van overgehouden. Maar wat ben ik die collega dankbaar dat ze die lege doosjes heeft ontdekt. Het had heel anders kunnen lopen.

 

 

 

 

Ouderwets gezellig eten

“Pa, heb je zin om zaterdag bij ons te komen eten?” “Zeker jongen, dat lijkt me erg gezellig.” “Heb je voorkeuren, is er iets dat je lekker zou vinden?” “Nee hoor, helemaal niet, alles is goed.” “Oh, dan kijken we wel, dan vraag ik wel wat ze wil maken.” “Konijn zou wel erg lekker zijn.”

En dus stond er op zaterdagmorgen al vroeg een grote pan met konijnebouten te pruttelen op het vuur. Konijn moet, volgens mijn schoonvader, op de ouderwetse manier bereid worden. Geen flauwekul, geen poespas, gewoon uien, spekjes, laurierblad en kruidnagel. Natuurlijk voeg ik stiekem nog wel wat toe, maar dat vertel ik niet. Ik zorg ook altijd dat er wat extra is, zodat hij dat mee kan nemen.

Er moeten ook geen liflafjes bij, gewoon gebakken aardappelen en ouderwetse groenten, spruiten of rode kool. Mijn schoonvader is niet van de nouvelle cuisine. Gewoon eerlijk eten, geen onzin. Op zich kan ik daar wel in meegaan, het is bij gelegenheid ook gewoon heerlijk.

Tegen etenstijd arriveert mijn schoonvader, met de deeltaxi. Een prima uitvinding voor hem, hij heeft onderweg ook nog wat aanspraak. Bovendien kent hij de halve wereld dus hij komt altijd wel een bekende tegen. We helpen hem uit zijn jas, proberen de hond te kalmeren die hem in zijn mateloze enthousiasme omver zou springen en nemen zijn wandelstok van hem over. Hè, hè, het zit. “Koffie?” Hij kijkt, hij heeft eigenlijk liever een borreltje, tenslotte is het bijna etenstijd.

Na even gezellig geborreld te hebben, komt het konijn op tafel. Niet in een sjieke schaal maar gewoon in de grote wildpan waar ik zo zuinig op ben. Pa kijkt vergenoegd toe. De konijnenbout wordt tot het laatste botje schoongepeuzeld. Het is een genot om naar te kijken. Tevreden ziet hij dat er nog een konijnenbout over is. “Meenemen voor morgen?” “Ja dat is goed, dan eet ik die lekker bij de boterham.”

Na een gezellige avond keuvelen breng ik hem weer naar huis. De deeltaxi is op dat tijdstip lastig, je weet nooit wanneer hij exact voor de deur staat. Gewapend met stok en bakje met konijn hijst hij zichzelf in de auto. Het duurt even maar we hebben de tijd. Onderweg naar huis neemt hij de afgelopen uren nog even door. Hij heeft een gezellige avond gehad.

Het zijn misschien maar eenvoudige genoegens maar ik kan er enorm van genieten. En pa ook, dat weet ik zeker.

 

 

Ouder worden

leesbrilletje

In mijn hoofd blijf ik 35 jaar oud. Helaas is dit al een behoorlijk aantal jaren geleden en roept mijn lijf tegenwoordig af en toe dat het rust nodig heeft. De tijden van stappen tot vijf uur ’s ochtends en dan om zeven uur weer naast het bed om te gaan werken zijn ver voorbij. Vrijdagavond was traditioneel onze kroegavond, dat hoefden we niet af te spreken, we gingen en zagen wel wie er ook was. Nu ben ik af en toe blij dat ik na een week werken vroeg in mijn bed lig. Het gaat nog wel zo goed als vroeger, het duurt alleen wat langer voordat ik hersteld ben.

Een ander attribuut dat zijn intrede heeft gedaan, en mijn leven waarschijnlijk ook nooit meer zal verlaten, is mijn leesbril. Wat heb ik vroeger gelachen om die oude tantes, die aan een goudkleurig kettinkje eenzelfde kleur brilletje hadden hangen. Het rustte veilig op hun pronte voorkomen, dat waarschijnlijk in toom gehouden werd door een huidkleurige bustehouder van het merk Playtex Cross your heart. Dat voorkomen dan, niet het brilletje. Bij alles wat zij moesten lezen, werd met een gedecideerd gebaar het brilletje op de neus geplaatst. Nee, dat zou mij toch nooit overkomen. Maar, langzaam kom je tot de ontdekking dat je je blad of tablet steeds verder van je ogen moet houden. Op een gegeven moment worden dan toch echt je armen te kort. Ik heb het lang tegen gehouden, ik ben er eigenwijs genoeg voor, maar ik ben gezwicht. Het brilletje vormt tegenwoordig onderdeel van mijn uitrusting.

Een tikkeltje afgunstig kijk ik naar vrouwen die nog een stuk jonger zijn dan ik en met een schijnbaar gemak door het leven dansen. Het eerste dat ik doe als ik thuis kom, is mijn hakken uitschoppen en met een zucht van verlichting in mijn versleten sloffen schieten. Mijn lief heeft dan de thee klaar staan en we vertellen elkaar wat we die dag hebben meegemaakt. Helemaal niet sexy, ik weet het, maar wel heerlijk thuis.

Wat namelijk ook een groot voordeel is, is dat je je niet meer gek laat maken als je ouder wordt. Uiteindelijk heb je al een en ander gezien en meegemaakt. Tenslotte komt niemand ongeschonden uit de strijd en krijgt iedereen zijn portie ellende mee. Natuurlijk gaat ook iedereen er anders mee om. De rugzak wordt niet kleiner, hij wordt alleen makkelijker te dragen.

Ik moet zeggen, ik heb nog nooit zo lekker in mijn vel gezeten. Maar dat is misschien ook omdat het wat minder strak is geworden. Wie weet.

Revalidatie

rolstoel

Het leek erop dat de heupoperatie van mijn moeder een valse start kende. Na een aantal bezoeken aan het ziekenhuis, waarbij de geplande datum steeds naar voor of naar achter schoof, was het dan eindelijk zo ver. Op die dinsdag zou om 12.00 uur de operatie plaatsvinden. Mijn zus en ik brachten mijn moeder, zichtbaar nerveus maar dit in alle toonaarden ontkennend, naar de opname. Het intakegesprek vond plaats en mijn moeder hoorde wat er zou gaan gebeuren. De operatie zou ongeveer twee uur duren, daarna nog een uur uitslapen, ruim genomen, en dan zouden we op de hoogte gebracht worden van de uitslag. Mijn zus en ik knikten, we zouden het afwachten. We gingen ook weer naar huis. Wachten in een ziekenhuis duurt twee keer zo lang als thuis. En we konden toch niks doen.

Om half vier begon ik toch wat onrustig te schuiven op mijn stoel. Nog steeds niks gehoord. Mijn jongste zus stuurde al een berichtje “al wat van mama gehoord?” Nee, nog niet. Inmiddels was het vier uur. Ondanks alles was dit toch niet leuk meer. Ik wachtte nog een kwartier en ging toen bellen. Dit duurde wel erg lang. De vriendelijke dame die me te woord stond, vertelde me dat mijn moeder nog niet was geopereerd. De schrik sloeg om mijn hart, mijn moeder is immers hartpatiënt, er zou toch niks zijn. “Nee, nee” haastte de verpleegkundige zich te zeggen, “er waren spoedgevallen, er was geen plaats.” Pfff. “Wanneer dan?” Tja, dat was nog niet te zeggen, misschien morgen maar misschien moest zij ook weer naar huis.

’s Avonds togen we weer richting ziekenhuis. Voorbereid op een hevig teleurgestelde moeder. Gelukkig viel dat mee. Mijn moeder is namelijk behoorlijk assertief en had tegen de chirurg gezegd dat zij niet blij was met het feit dat de operatie na twee keer uitstellen nu weer niet door was gegaan. Gelukkig (ook voor ons) voelde de man met haar mee en werd de operatie gepland voor de volgende dag om 08.00 uur. En inderdaad, die dag kwam aan het eind van de ochtend het telefoontje. Alles was prima gegaan en er was niks dat een spoedig herstel in de weg zou staan.

Nu wil het geval dat mijn moeder alleenstaand is. Mijn vader is al lang geleden overleden. En revalideren na een heupvervanging is niet ideaal als je alleen woont. Een aantal simpele handelingen is beslist nog niet mogelijk. Gelukkig is bij mijn moeder in de buurt de mogelijkheid tot revalideren in een kleinschalig project. Alleen mensen bij wie een heup of knie is vervangen, maximaal 17 patiënten. Professionele mensen die het beste voorhebben met de patiënten.

Dat bleek al tijdens het intakegesprek. Wij hadden mijn moeder keurig naar de afdeling gereden in een van de rolstoelen die je altijd vindt bij de ingang van een ziekenhuis. Al dan niet kliedernat geregend. Mijn moeder was daar voor het gemak maar in blijven zitten. Toen zij tijdens het gesprek aangaf even van het toilet gebruik te willen maken, hielp de verpleegkundige mijn moeder uit de stoel, reikte de rollator aan en wees het toilet. Wij zaten toch wel even met stomheid geslagen, de operatie was twee dagen geleden. Natuurlijk werd mijn moeder begeleid en ging het allemaal prima, maar toch.

Uiteindelijk wil ik een groot compliment maken aan de verpleegkundigen en begeleiders van het revalidatiecentrum waar mijn moeder is. Zij heeft te horen gekregen dat van de vier weken die er voor staan, zij maar drie weken hoeft te blijven. Natuurlijk, mijn moeder zet zich voor 300% in, zo eigenwijs is ze wel, maar zonder de professionele begeleiding zou dat niet mogelijk zijn.  Op de momenten dat de patiënten niet hoeven te sporten, wordt het normale leven zo goed mogelijk benaderd. Zij koken samen, eten samen en kijken samen televisie. “Je moet toch een aantal weken samen leven, dus je moet er gewoon iets van maken”, aldus mijn moeders pragmatische inslag.

Het gaat goed met mijn moeder. Dat bleek eens te meer uit het feit dat ik tijdens het bezoekuur werd weggekeken toen er een fles wijn en zakjes nootjes naar de huiskamer werden gebracht. Ik keek verwonderd. “Ja” zei mijn moeder, “we gaan zo samen Boer zoekt vrouw kijken.” Tja, daar kan ik niet tegen op.

Verkiezingen

Binnenkort gaan we weer naar de stembus. Althans, daar zijn we voor uitgenodigd. Ik ga ook altijd stemmen. Als mensen dat niet doen, vind ik dat prima, maar dan moeten ze ook niet mee praten op verjaardagsfeestjes waar de vaderlandse politiek in een half uurtje wordt gewogen en te licht bevonden. Dus ik stap plichtsgetrouw het stemhokje in en kleur op de enorme lijst met namen een vakje rood.

Ook doe ik vooraf altijd de kieswijzer en stemwijzer. Om me dan te verbazen bij welke partijen ik uit kom. Het zijn ook verschillende partijen, de vragen zijn zo gesteld dat je niet in één richting wordt gestuurd. Verwarring alom dus. Luisteren naar de lijsttrekkers levert ook niet meer duidelijkheid op. Je kunt lang naar hen luisteren maar aan het einde hebben ze geen van allen werkelijk iets gezegd. Gelukkig trekt op het moment de economie weer wat aan, dus ze kunnen allemaal wat weggeven. Daar worden wij, de kiezers, blij van. Meer geld voor de zorg, voor onderwijs, voor defensie. Prima doelen op zich. Jammer alleen dat er vaak zo weinig van overblijft.

In een debat staan ze tegenover elkaar. Ik bekijk ze, een voor een. Wie zou ik nu mijn eigen huishoudboekje toevertrouwen. Jesse Klaver, met zijn demonstratief opgerolde mouwen, of Henk Krol, die de WAO niet van de AOW kan onderscheiden. Toch jammer voor al die ouderen die hij belooft te vertegenwoordigen. Ik weet het niet. De mooiste beloftes roepen bij mij altijd weer de vraag op “maar hoe gaan we dat dan betalen?” Gelukkig heeft Geert Wilders overal een oplossing voor, we sluiten gewoon de grenzen. Huh, en hoe lost dat dan problemen op? Makkelijk scoren hoor.

Het is ook moeilijk. In ons land van polderen moet je altijd samenwerken. En samenwerken betekent compromissen sluiten. Bovendien zijn er na de verkiezingen dan altijd nog die 17 miljoen stuurlui aan de wal.

Ach, en dan zijn we altijd nog beter af met onze regering, dan de Amerikanen met die muppet die zij president moeten noemen. Maar ik zal blij zijn als het weer achter de rug is en we allemaal weer overgaan tot de orde van de dag.

 

 

 

 

 

 

 

BN-ers

loekie

Het is geen frustratie hoor, maar het valt me gewoon op, als je bekende Nederlander bent, of BN-er, zoals de koosnaam luidt, dan kun je alles. Het is niet zo dat je gespecialiseerd bent in acteren, of in presenteren, nee, je bent die allround duizendpoot die talent heeft voor werkelijk alle facetten van het vak. Je kunt presenteren, acteren, zingen, je schrijft blogs en boeken. Kortom, je bent geweldig. En natuurlijk, de meesten hebben heel hard moeten werken om te komen waar ze zijn. Blijven volhouden, blijven aanhouden, tot er eindelijk iemand is die het zo vreselijk beu is dat je constant voor zijn deur ligt dat hij je een kans geeft. En als je dan eenmaal over de drempel bent, dan gaat het lopen.

Voor ons, ‘gewone mensen’ is dat toch weleens wat minder goed te begrijpen. Niet alleen hoor je soms zangers een echt valse noot raken, je ziet toch ook heel wat ellende aan zgn. presentatietalent voorbij komen.

En wat dan nog het meeste opvalt, is dat alles wat onze BN-ers meemaken, ook gelijk nieuws is. Wat voor andere mensen bij het leven hoort, is voor een ster een vreselijk traumatische gebeurtenis. De bladen koppen groot “Verdriet voor Linda de Mol bij leeghalen huis van haar moeder.” Dat is zeker een heel heftige gebeurtenis. Alleen, bij bijna iedereen komt er een moment in het leven dat er afscheid genomen moet worden. En dat hoeft niet in de krant, dat is al verdrietig genoeg. Programma’s als RTL Boulevard en Shownieuws brengen zorgvuldig al het non-nieuws in kaart, vaak begeleid door het vakkundige advies van Peter R. de Vries. Een man die zowaar overal verstand van heeft en er een gedegen dossier van bijhoudt. Waarom moet ik dan toch altijd weer aan de magistrale Prof. Dr. Ir. Akkermans denken?

Nu kun je zeggen, ‘kijk dan niet naar die programma’s’, maar zelfs in de meeste praatprogramma’s schuift de man aan. Je kunt niet om hem heen. Hij is er altijd. Of je nu naar Umberto Tan kijkt of naar Eva Jinek, negen van de tien keren zit hij weer aan tafel. Deskundig te wezen. Ook hij is een multi-talent, hij heeft overal verstand van. Met zorgvuldig gekozen bewoordingen geeft hij blijk van zijn enorme kennis en kunde. En ik denk “ga weg!” Zappen helpt niet, hij is alom vertegenwoordigd. Als een ware Messias verkondigt hij zijn woord.

Het is ook eigenlijk logisch dat er zoveel interesse is voor zijn werk. Tenslotte krijgen misdadigers tegenwoordig ook de status van ster en Bekende Nederlander. Hoeveel mensen wilden niet met Willem Holleeder op de foto. En man waar je, volgens het boek van zijn zus, maar liever ver vandaan kunt blijven. Ook een multitalent, maar dan op een gebied waar de meeste mensen gelukkig geen verstand van hebben. Peter R. de Vries wel natuurlijk, maar dat is anders.

Het blijft een bijzondere wereld. Vol met klatergoud. Ik kan met niet voorstellen dat wat wij te zien krijgen echt is. Helaas zijn veel mensen zich daar niet van bewust.

 

 

Als je oud bent….

Soms krijg je heel toevallig een kijkje in het leven van een ander. Omdat je gevraagd wordt te helpen of omdat het leven nu eenmaal zo loopt. Soms kom je dan in contact met iemand die al echt heel oud is geworden. Heel veel heeft meegemaakt en getekend is door alle gebeurtenissen.

Onlangs overkwam mij dit. Een dame kwam op respectabele leeftijd te overlijden. Zij was na een lang en werkzaam leven de laatste jaren opgenomen in een verpleegtehuis. Zelfstandig wonen ging niet meer. Ze had het lang volgehouden, met hulp van familie en de lieve dames van de thuiszorg. Maar er kwam een moment dat ze toe moest geven. Ze kon het niet meer.

De eerste stap naar het einde begon. Ze moest afscheid nemen van veel van haar dierbare spullen. Eigenlijk kon ze alleen haar televisie en haar kleding meenemen. Om de kamer aan te kleden gingen er ook een paar schilderijen mee. Het gaf een beetje gevoel van thuis. Een beetje.

De verzorging was goed hoor, de meisjes waren allemaal even vriendelijk. Ze probeerden het haar naar de zin te maken. Het eten was lekker, er werd vanalles georganiseerd. Ze ging naar de kaartavonden, zong mee met de karaoke-machine. Er werd gelachen en gepraat. Maar ’s avonds, als ze terug was op haar kamer, sloeg de eenzaamheid weer toe.

Ze begon zich terug te trekken. Bleef steeds meer op haar kamer. De televisie werd haar beste vriend. Uren kon ze kijken, zittend in haar stoel, de afstandsbediening op schoot. Als de dames van de verzorging vroegen of ze niet mee wilde gaan naar de zaal, schudde ze haar hoofd. Ze bleef liever zitten, ze hield niet meer van de drukte. Al die mensen, al dat geroezemoes, ze kon er niet meer tegen. Haar wereld werd steeds kleiner. Zelfs haar eten liet ze op haar kamer komen, dan hoefde ze niet te kijken hoe anderen zaten te knoeien. Daar had ze nooit van gehouden, ze was altijd gesteld geweest op goede manieren. Ze zou ook niet toestaan dat anderen zagen dat ze zelf ook steeds meer moeite kreeg met mes en vork.

Langzaam begon ze achteruit te gaan. Er waren dagen dat ze niet meer uit haar bed wilde komen. Ze had er de kracht en de moed niet meer voor. Haar verzorgers probeerden het nog wel maar ze wilde niet meer. Een longontsteking maakte dat haar lichamelijke gesteldheid steeds slechter werd. Ze voelde het zelf ook, het einde kwam in zicht. Ze had er vrede mee, het was goed geweest. Ze had haar leven geleefd, ze had eruit gehaald wat er in zat en nu was het klaar.

Na een kort ziekbed waarbij de artsen zorgden voor een humaan einde, kwam zij te overlijden. Ze gleed rustig weg uit het leven. Op dat moment kwamen wij in beeld. We hielpen met het leeghalen van haar kamer. Alle spulletjes moesten eruit. In een kort tijdsbestek, er zijn wachtlijsten en je wilt mensen ook niet onnodig laten wachten. In een uur tijd pakten we de spullen in, de televisie ging mee, haar kleding ging in zakken en de weinige persoonlijke dingen pakten we in om te kunnen bewaren. We namen alles mee, het was maar 2x lopen naar de auto, alles ging in een keer in de kofferbak. Toen we de laatste spullen pakten, keek ik nog een keer achterom. Het kamertje was leeg, zelfs het bed was al weggehaald. En ik dacht “dat is je lot als je je laatste dagen slijt in een verzorgingstehuis, een halve kofferbak met spullen en een leeggehaalde kamer met wat sporen op het linoleum. Resultaat van een leven hard werken.” Met een zucht heb ik me omgedraaid en ben weggelopen.