Laatste keer

castle-458058_640

En dan ben je ineens de eigenaar van een heleboel spullen. Toch raar, zo rond lopen in zijn huis. Het ademt nog helemaal zijn aanwezigheid uit maar hij is er zelf niet meer. Het vertrouwde beeld van pa in zijn makkelijke stoel bij het raam is weg.

Wat te doen met al die bezittingen. Natuurlijk, we willen graag een aandenken aan pa. Maar wordt dat zijn verzameling heiligenbeelden? Of gaan we toch voor de grote delftsblauwe vazen? Geen van deze objecten zullen een plaats krijgen in ons eigen interieur. Hoe veel we ook van pa hielden.

Verder was er natuurlijk de verzameling serviesgoed. Het doordeweekse servies en het zondagse servies. Ooit in een ver verleden aangeschaft samen met mijn schoonmoeder. Dat gebeurde toen nog. Het zondagse servies is nog bijna helemaal intact. Zelfs de soepterrine ontbreekt niet.

Sommige zaken kunnen zo in de container. Over andere zaken denk je toch wat langer na. Pa heeft ze allemaal met liefde aangeschaft. Er zijn ook nog zaken van mijn schoonmoeder, nu toch al 11 jaar geleden overleden. De herinneringen komen terug. Ma die zo zuinig was op haar spullen. Ze vond mij maar een sloddervos. Bij ma was nooit een stofje te vinden. Hoe anders was dat bij ons. Ik weet nog dat ze een keer binnenkwam en zei “zal ik even voor je stoffen.” Het was goed bedoeld maar ik ontplofte bijna.

Grappig ook om te zien wat mensen bewaren. Er zijn tupperware bakjes vol met gedachtenisprentjes. Toen dat nog gewoon ‘bidprentje’ heette. Oude mensen die wij niet kennen. Alles gaat bij het oud papier. Oneerbiedig maar het is niet anders.

Ik neem me weer voor om in mijn eigen huis eens kritisch rond te kijken. Wat kan er allemaal weg. Tenslotte hebben wij geen kinderen die straks de boel op komen ruimen. Je wilt vreemde mensen niet met teveel ellende opzadelen.

Verder met het huis. Sommige dingen hebben een goede bestemming. Dat voelt goed. Andere dingen zijn echt niet te slijten. We bieden het met een grijns aan iedereen aan. En begrijpen heel goed als zij weigeren. Gelukkig zijn er mensen die zich er een taak van hebben gemaakt deze interieurs op te halen. Natuurlijk verdienen zij daar aan. Dat begrijpen wij ook wel. Tenslotte moet iedereen leven. Maar het verlost ons van een boel zorgen. We geven de man de sleutel van het huis van pa en komen pas terug als alles leeg is.

De herinnering aan pa kan die man immers toch niet meenemen. Die zit in ons hart.

 

Rechtsgevoel

justice-2071539_640

Een paar maanden geleden werd een goede vriend mishandeld vanwege het feit dat hij niet op vrouwen valt. Onvoorstelbaar, voor ons, voor zijn partner maar vooral voor hemzelf. De fysieke schade herstelde. Niet vanzelf, er was een operatie voor nodig en zijn vakantie kwam daar bijna door in gevaar. Maar toch, langzamerhand wist hij op dat gebied de draad weer op te pakken. Het psychische letsel was groter. Herstelde ook moeilijker.

De nasleep was ook heftig geweest. Hij droomde er ‘s nachts van. Voelde zich onveilig als hij alleen op straat was. Natuurlijk hield hij zich groot, tenslotte was hij een volwassen man. Maar als hij in zijn bed lag, wakker, naar het plafond starend, voelde hij zich weer dat jonge ventje dat worstelde met zijn geaardheid. Bang voor de reactie van zijn klasgenoten in dat conservatieve boerendorp.

Zijn man kon hem niet helpen. Hij steunde hem waar hij kon maar dit was iets dat hij zelf moest verwerken. Hij was de enige die wist hoe diep de angst en onzekerheid geworteld zat.

Na lang twijfelen gaf hij toestemming de beelden van een beveiligingscamera te delen via de media. Tot ieders verbazing meldden de daders zich bij de politie. Wat een opluchting, het recht kon zegevieren en de daders zouden hun straf niet ontlopen. Vier personen waren nu bekend, één ‘hoofddader’ en drie meelopers.

In onze ogen zouden de meelopers toch minimaal een taakstraf krijgen. Zij waren dan wel niet begonnen maar hadden toch ook niet de ballen gehad om de ellende te stoppen en de veroorzaker tot de orde te roepen. Waarschijnlijk watjes zonder ruggengraat, die zich lieten opjutten door iemand die nog minder verstand had.

In Nederland is het rechtssysteem zorgvuldig. Mensen gaan niet zonder proces naar de gevangenis, er wordt gezocht naar bewijs. Alles wordt onderzocht, moderne methoden worden toegepast. We zijn er trots op, we zijn geen bananenrepubliek. Recht wordt gedaan waar dat nodig is. Maar soms voelt het toch anders. Als je zelf het slachtoffer bent en je hebt de daders gehoord en gevoeld. Alleen niet zo duidelijk gezien.

De zaak tegen de meelopers werd geseponeerd. Wegens gebrek aan overtuigend bewijs. Het feit dat zij zichzelf hadden gemeld bij de politie was blijkbaar niet zwaarwegend genoeg.

Gebrek aan overtuigend bewijs. Hoe is het mogelijk. De camerabeelden spraken voor ons voor zich. Voor de rechter niet, helaas.

 

Grenzen verleggen

africa-3002460_640

Soms denk je wel eens, toeval bestaat niet. In de dagen dat wij bezig waren met het afscheid van mijn schoonvader, zijn uitvaart en de periode van rouw die daarna kwam, werd ook Marijke geconfronteerd met een overlijden.

Een oudere dame was overleden. “Waaraan?”, vroeg Marijke. Ze kreeg een onsamenhangend antwoord, voedselvergiftiging, middenrif hernia. Iets waar wij in Nederland niet heel zwaar aan tillen. Hoewel, galstenen kan ook heel gevaarlijk zijn, weten wij inmiddels. Maar de dame in kwestie zou geopereerd worden en haar onverwachte dood schokte Marijke. De dure medicijnen die in allerijl door haar zoon werden aangeschaft, mochten niet meer baten. Ook dat kunnen wij ons slecht voorstellen, dat je moet kiezen tussen het kopen van eten voor je gezin en medicijnen voor je moeder.

Marijke krijgt een uitnodiging voor de begrafenis. Tussen de honderd vrouwen en honderd mannen, die gescheiden van elkaar de laatste eer komen bewijzen, zoekt ze naar iemand die ze kent. Voor ze de ruimte kan binnengaan, moet ze een donatie geven voor de begrafenis. Dat is normaal. De mensen geven 5 of 10 dalasis maar van Marijke, als rijke blanke en vertegenwoordiger van een stichting die mensen probeert te helpen, wordt meer verwacht. Ze geeft 1000 dalasis, wat in Nederland ongeveer 20 euro is. Dit geld wordt direct veilig gesteld omdat het niet de eerste keer zou zijn dat familie van de overledene zich het geld toeëigent.

Als enige blanke in het gezelschap wordt ze van top tot teen bekeken. Ze krijgt een stoel toegewezen maar niemand zegt iets. Het is een armzalige ruimte, er is geen licht. Triest om te zien, in Nederland hebben zelfs huisdieren een beter onderkomen. De houten balken van het gebouwtje zijn een gewillige prooi voor de termieten. Marijke durft maar niet te kijken naar het kussen waar ze op zit. Hygiëne laat in deze gemeenschap nog wel te wensen over.

De vrouwen tonen een intens verdriet. Er wordt gehuild en gegild. En gebeden. Het verdriet wordt openlijk getoond. Als ‘die gekke blanke’ voelt Marijke zich een indringer.

Na een plechtigheid van een uur wordt de kist met de overledene naar de begraafplaats gebracht. Het lichaam wordt, in een laken gerold, begraven in een kuil. De kist gaat terug, die is in bruikleen. Hij wordt straks weer gebruikt voor de volgende begrafenis. Bij de plechtigheid op de begraafplaats is Marijke niet aanwezig. Zij is een vrouw en vrouwen zijn hierbij niet gewenst.

Dus gaat Marijke terug naar haar kantoor waar zij overdenkt wat er die ochtend is gebeurd. Morgen zal er niet meer over de overledene worden gesproken. Er wordt niet meer gehuild, het leven gaat verder. Afrika is hard, heel hard voor zijn mensen.

Door het leven in Gambia heeft Marijke veel van haar grenzen moeten verleggen. Het niet nakomen van afspraken en beloftes, het ja zeggen en nee doen, ze heeft er aan moeten wennen. Maar de manier waarop mensen met hun verdriet om een verlies omgaan, dat went voor haar nooit.

 

Dag dag

statue-2695581_640

Af en toe hoor je nog een enkele vuurwerkklap. Een jochie heeft nog een achtergelaten vuurpijl gevonden en probeert deze met gevaar voor eigen vingers aan te steken. Soms lukt dat. We hebben elkaar ‘de beste wensen’ gegeven, het mag nog. ‘Dat het maar een goed jaar mag worden.’

Maar wat zijn we dit jaar anders begonnen dan verwacht. Ik had echt niet kunnen bedenken dat mijn schoonvader, toen hij op 18 september 2017 werd opgenomen met klachten aan de galwegen, zo’n ziekbed zou krijgen. En uiteindelijk op 13 december zou overlijden. Niet onverwacht en in het bijzijn van geliefden, maar toch.

Het begon ook zo onschuldig. Galstenen. Kwestie van even oplossen. Maar door allerlei ingrepen in het verleden bleek dat niet zo eenvoudig. Er kwamen complicaties, pa werd zieker en zieker tot op het moment dat hij het opgaf. We hadden respect voor zijn beslissing maar het viel niet mee.

Ik bedacht hoe vaak ik in de afgelopen tijd over hem heb geschreven. Over zijn humor en zijn eigenwijsheid. En het plezier dat we samen hebben gehad. Natuurlijk, er waren ook wel eens onenigheden, pa was niet altijd even makkelijk, maar het wederzijds respect was groot. Hij hield ook onvoorwaardelijk van mijn lief. Ondanks het feit dat ook deze twee samen regelmatig botsten. Pa was trots op zijn zoon en vertelde dat ook aan iedereen die het horen wilde. Hij maakte zich ook regelmatig zorgen. Niet alles gaat altijd vanzelf.

Pa is 82 jaar oud geworden. Hij heeft veel meegemaakt, een zwaar ongeluk, ziektes, de ziekte en het overlijden van zijn vrouw. Hij heeft het niet voor niks gekregen. Maar hij heeft zich altijd staande gehouden, iedere nieuwe situatie wist hij te aanvaarden en toch weer naar zijn hand te zetten.

Nu zit hij niet meer in zijn makkelijke stoel bij het raam. Onze hond gaat niet meer automatisch voor hem zitten met zijn pootje omhoog. Om vervolgens de hele avond door snoepjes te krijgen. We horen nooit meer de bel net voor dat we willen gaan eten. Er wordt nooit meer gebeld met de mededeling “ik heb een brief gekregen, die moet je even lezen.” We hoeven nooit meer op te draven omdat hij weer op controle moet in het ziekenhuis. Of omdat hij is opgenomen in datzelfde ziekenhuis en toch wel verwacht dat we iedere dag op bezoek komen. Tenslotte heeft hij daar als vader recht op. We zullen hem nooit meer zien. En nooit meer horen.

Wat zullen we hem missen, die eigenwijze oude man. Maar we hebben wel heel veel mooie herinneringen. En die gaan we koesteren. Dag dag.

Story telling

cinnamon-stars-2991174_640

Tegenwoordig is Storytelling hot. Alle succesvolle ondernemers vertellen hun verhaal aan iedereen die dit horen wil. De TEDx presentaties worden miljoenen keren bekeken op YouTube. Ook door mij, ik hoor graag wat de verhalen zijn van deze mensen. Wat hebben zij meegemaakt, wat heeft hen gebracht waar ze zijn. Hoe kreeg Pieter Zwart het voor elkaar dat iedereen Coolblue kent. En er naar tevredenheid heeft besteld. Er worden dikke boeken over geschreven.

Verhalen vertellen brengt me ook terug naar mijn jeugd. Met kerstmis was het bij ons thuis zeker bij uitstek de tijd van verhalen vertellen. Terwijl we aan het kerstdiner zaten kreeg iedereen de kans zijn zegje te doen. Het waren geen hoogstaande verhalen met een literair karakter. Het waren ook geen succesverhalen. Het was gewoon een verslag van een leven, in een klein dorp in Brabant. Maar wel ons leven. We konden uren aan tafel zitten.

We hadden eerder samen de kerstboom opgezet. Daar was dat vogeltje weer dat met een soort knijpertje aan de takken moest worden bevestigd. Het had weer minder haar in zijn staart dan vorig jaar. En het engeltje dat je kon opdraaien en dat dan een kerstliedje ten gehore bracht. Ik zie mijn jongste zus nog staan in opperste aanbidding. Het was ieder jaar weer een feest van herkenning. Natuurlijk sneuvelde er ook ieder jaar wel wat en kocht mijn moeder weer nieuwe spullen. Net als iedereen hadden wij een kerstboom die absoluut niet voldeed aan de eisen van de moderne stylisten. Hij was ook al jaren hetzelfde, ik kan me niet herinneren dat we ooit een andere piek hadden. We hadden wel witte lichtjes, dat was een eis van mijn moeder. Ze hield niet van een bonte kermis.

Het huis rook naar dennennaalden. Ze zaten ook overal in, in onze sokken, in onze sloffen. Af en toe vond je ze zelfs in je bed. Ik weet nog dat we een keer een boom hadden die tweede kerstdag ternauwernood haalde. Hij liet spontaan alle naalden vallen, op kerstavond. Mijn vader was hevig teleurgesteld, tenslotte was het uitkiezen van de kerstboom zijn taak.

Al die herinneringen stellen mij in staat om ook verhalen te vertellen. Ik doe dat met veel plezier. Er zullen zeker mensen zijn die het niet met mee eens zijn. Dat merk ik ook wel eens aan de commentaren die ik krijg. Maar dat is niet erg. Het is mijn mening. En niet iedereen hoeft het daar mee eens te zijn.

Bedankt dat jullie het afgelopen jaar mijn verhalen hebben willen lezen. Ik hoop dat jullie dat blijven doen. Ik wens iedereen een heel gelukkig 2018.

 

Mindfulness

dandelion-2817950_640

In het westen worden we meer en meer gewezen op de voordelen van mindfulness. Helaas is het voor de meeste aanbieders een manier om geld te verdienen, niet om mensen te helpen. In onze drukke maatschappij denken mensen dat als ze iedere week een uurtje mindful zijn bij een chique therapeut tegen een veel te hoge vergoeding, ze het leven wel aan kunnen.

In Gambia krijgt Marijke gratis les in mindfulness. Zij is niet de geduldigste persoon en loopt als Nederlandse in het Afrikaanse land nog steeds tegen zaken aan. Dan kan ze mooi oefenen. Haar eerste les was al direct een mooie. Met een vriendin zou ze een hapje gaan eten. Gezellig. De vriendin woont een uurtje rijden van Marijke dus zij zou haar ophalen. Er was een leuk restaurantje gereserveerd en opgewekt ging Marijke op weg.

Na 300 meter op weg te zijn, blijkt de auto ineens een geheel eigen wil te ontwikkelen. De wielen wilden niet meer luisteren naar het stuur. Gelukkig wist ze de auto te stoppen naast een grote plas water, en niet midden er in, wat normaal toch wel het geval zou zijn. De garagehouder, die gelukkig ook een Nederlander is, werd gebeld. Hij zegde toe over een uurtje tijd te hebben om een monteur te sturen die naar de auto kon kijken. Dus maakte Marijke van de nood een deugd, belde een taxi en ging heerlijk met haar vriendin eten. Tenslotte duurt een uur in Gambia langer dan in Nederland.

Na genoten te hebben in het restaurant, bracht de taxi Marijke weer terug naar haarauto. Het wachten op de monteur begon. Net als haar oefening in mindfulness. Hoe gingen die lessen ook weer. Nadrukkelijk rondkijken in de omgeving en focussen op je gevoel. Na een uur was Marijke wel uitgekeken en uitgevoeld maar de monteur was nog altijd niet gearriveerd. “Nee nee, ik rij zo weg, ik kom er zo aan.” Gelukkig had ze het telefoonnummer. Na nog drie kwartier rondkijken zag ze eindelijk de monteur. Hij had de diagnose snel gesteld, het ‘ding’ dat de stuurstang moest verbinden met de as van de wielen was gebroken. Wat nu. “Rustig blijven Marijke, concentreer je op nu.” Uiteindelijk was ze niet voor niks mindful. De monteur was van de praktische tak en ging op zoek naar een lang stuk rubber. In Gambia vind je allerlei zaken langs de kant van de weg dus na een kwartier stond hij weer voor haar neus. Met iets dat leek op een binnenband van een fiets. Ach, het zou wel volstaan. De monteur bracht de noodreparatie aan en loodste Marijke met een gangetje van 20 kilometer per uur naar de garage. Daar zouden ze de auto snel repareren en dan kon ze weer naar huis.

Maar wat wij in Nederland snel noemen, duurt in Gambia toch al snel twee uur.

Toen Marijke ’s avonds eindelijk thuis was, maakte ze de balans op. Uiteindelijk had ze die dag zes uur moeten wachten. In Nederland zou ze uit haar vel gesprongen zijn van ellende. In Gambia is wachten heel gewoon.

Inmiddels kan Marijke zelf cursussen Mindfulness gaan geven. En kan zij haar cursisten vertellen dat het echt werkt. Tenslotte is het allemaal goed gekomen.

Van de grond eten ..

medicijnen

Bij sommige mensen bestaat er toch nog wel een vooroordeel tegen jongeren. Zij zijn onbesuisd, onbezonnen, hebben geen verantwoordelijkheidsgevoel. Nu is dat gelukkig ook het voorrecht van jong zijn. Als het goed is, hebben we dat allemaal ervaren.

In het ziekenhuis waar mijn schoonvader lag, werd hij verzorgd door een grote schare aan verpleegkundigen. Zij waren allemaal van een verschillende leeftijd. En van verschillende afkomst. Maar allemaal toegewijd aan hun taak.

Iedere avond kwam er weer een andere dame de kamer binnen. Met een karretje vol, voor mijn schoonvader onbegrijpelijke, apparaten. Het was weer tijd voor de controles. Hij leerde het ritueel goed kennen. Net als de verpleegkundigen. Er was altijd tijd voor een grapje.

Schoonvader begroette de verpleegkundigen altijd met een lach. Hij was niet de moeilijkste patiënt.

De jonge meisjes liepen hun benen onder zich vandaan. Niets was teveel, als pa nog niet zover was, kwamen ze gewoon over tien minuten weer terug. Als hij graag iets anders wilde, was dat vrijwel altijd mogelijk.

Toch vreemd dat de enige verpleegsters die hem wat norser benaderden, al van middelbare leeftijd waren. Misschien hadden zij in hun werkzame leven al teveel lastige patiënten gezien. Waren zij moe door de lange werktijden en hoge werkdruk, wie zal het zeggen. Mijn schoonvader behandelde ook hen met hetzelfde respect als de anderen. Wij vonden het alleen lastig om te zien dat dit niet wederzijds was. Natuurlijk zeiden we er niets van. Pa werd goed verzorgd en wellicht zou hij het anders zelf moeten bezuren. Je wist maar nooit.

De enige keer dat mijn lief zich niet kon inhouden, was toen een van de dames de medicijnen van pa op de grond liet vallen. Zij raapte de pillen op, veegde ze wat af aan haar uniform en deed ze terug in het plastic pillenbekertje. Nu voelde hij toch de noodzaak om in te grijpen. Als pa de gang op ging, kreeg hij een mondkapje voor. En deze dame wilde hem van de vloer laten eten. Ze reageerde onwillig op zijn vraag of dit niet anders kon. “Nou, dan breng ik zo wel nieuwe.” Pa reageerde opgelucht. Zijn gestel is al niet zo stevig, stel dat er nog ergens een bacterie mee naar binnen sluipt. Ik denk dat hij het zelf niet goed had durven zeggen.

Natuurlijk waren ze niet allemaal zo. Er waren ook verplegenden die niet meer piep waren maar wel heel vriendelijk. Het viel ons alleen maar op. Het komt wel goed met “de jeugd”.

 

 

 

 

 

 

Gezellig

rose-2976674_640

Het wordt weer vroeg donker. Ook ’s morgens nodigt het niet uit om je warme bed te verlaten. Veel liever draai ik me nog een keertje om. Niet zozeer om uit te slapen maar meer om niet per se uit bed te hoeven. Boven is het koud, beneden is het niet heel veel beter. Het hoort er bij, het is de tijd van het jaar. Jassen, dassen en handschoenen. Ik hou niet van kou.

De feestdagen komen er weer aan. De reclames op televisie gooien ons al weer dood met allerlei zaken die we moeten kopen voor onze geliefden. Nou ja, voor onze geliefden, meer om de economie te stimuleren dan. Want als we echt nadenken, hebben we deze spullen helemaal niet nodig. Sterker nog, wel hebben al veel te veel. Maar het hoort er bij.

Volgende week gaan we samen met de buren lampjes ophangen. Onze huizen staan op een karakteristieke plaats en ieder jaar accentueren we de zadeldakconstructie met licht. De mensen in de buurt vragen al weken wanneer we de verlichting gaan plaatsen, het is een traditie geworden. Het is ook gezellig, eerst samen koffie en dan aan de slag.

De maand van de kerstmarkten, lichtjes, gezelligheid. En Sinterklaas niet te vergeten. Ik kan zo genieten van die stralende kindergezichtjes, vol verwachting. Wat is dat lang geleden. Dat ik nog zo onbezorgd kon genieten. Maar laat ik niet melancholiek worden, december is ook de maand van de nepglitter en glamour. Televisie en Social Media wil ons doen geloven dat vrede op aarde bestaat. Ach, en laten we dan maar proberen dit in ons eigen mini-maatschappijtje maar na te streven. Dat valt soms al niet mee, laat staan dat we de problemen van het hele land op kunnen lossen. Sommige mensen denken wel dat zij dat kunnen, ik mag graag de discussies op Facebook en Twitter volgen. Ik post geen commentaar maar denk er het mijne van. De meesten geven hun bek maar een douw. Ik kan me wel ergeren aan het agressieve taalgebruik maar dat schijnt er tegenwoordig bij te horen. Misschien kunnen we dat in deze periode ook een beetje terugschroeven?

Gelukkig duurt het niet zo lang meer tot het 21 december is. Dat vind ik de mooiste dag van het jaar. Want vanaf dan worden de dagen gelukkig weer langer.

 

 

 

 

Bloemkool

ziekenhuis

Als je enig kind bent en je vader wordt opgenomen in het ziekenhuis, voel je je verplicht hem zoveel mogelijk te bezoeken. Dit is geen plicht, je doet dat graag voor hem. Tenslotte is de man op leeftijd en is er ook niet veel familie die hem nog kan bezoeken. Hem in zijn eentje in een steriele ziekenhuiskamer laten liggen is geen optie. Dat kan eenvoudigweg niet.

En dan begint het. Want de bezoeken moeten wel ingepast worden in je werkzame leven. Het is niet zo dat je de hele dag zit te wachten tot je eindelijk naar het ziekenhuis mag. Dus worden er kant-en-klaar maaltijden ingeslagen. “Welke smaak pizza nemen we vanavond? Of zullen we eieren bakken? Zeg maar wat je wilt.”

Alle overige activiteiten worden op een laag pitje gezet. Sommige dingen, zoals strijken, met een glimlach. Andere zaken zijn wat lastiger. Zelfs de hond moet er onder lijden, zijn wekelijkse behendigheidsles wordt even aan de kant geschoven. Zonder onaardig te willen klinken, het is wel een aanslag op je leven. Alles staat in het teken van de bezoekuren. “Ga jij vandaag alleen? Of kunnen we samen?”

Het werd nog erger toen pa van het ziekenhuis in Tilburg, voor ons nog redelijk bereikbaar, werd overgeplaatst naar het UMC in Utrecht. Het aantal kilometers is niet onoverkomelijk, de hoeveelheid file in de spits wel. Voor mij was het niet meer mogelijk pa door de week te bezoeken. Dus kwam alles neer op mijn lief, die zijn eigen tijd kan indelen. De arme ziel.

Want eerlijk is eerlijk, als je iedere dag bij je vader in het ziekenhuis op bezoek gaat, heb je elkaar al snel niks meer te vertellen. Hij maakt helemaal niks mee en in wat jij meemaakt is hij niet echt geïnteresseerd. Dus gaan de gesprekken al snel over het weer en over wat hij vandaag heeft gegeten.

Gelukkig kwam er op een gegeven moment gezelschap van een tante. De enige zus die pa nog heeft. Een vitale dame van 88 jaar oud. Iedere middag stond ze klaar om mee naar Utrecht te rijden. En wat bleek, broer en zus hadden elkaar toch iedere keer weer wat te vertellen. Misschien is het toch een generatie-dingetje, wie zal het zeggen.

Natuurlijk kregen we zeker ook wel hulp. Er waren lieve mensen die het bezoekuur van ons overnamen, we hoefden het alleen maar even te laten weten. Op een van die avonden had mijn lief een verzoek. Wat ik natuurlijk met liefde en plezier heb ingewilligd. Ik heb bloemkool gekookt. We aten het met gekookte aardappelen en verse worst. Heerlijk.