
Ik wens iedereen een heel gelukkig en gezond nieuwjaar. Ik hoop dat alle wensen die je hebt uit mogen komen. Zorg goed voor jezelf en je geliefden. Gelukkig nieuwjaar!

Ik wens iedereen een heel gelukkig en gezond nieuwjaar. Ik hoop dat alle wensen die je hebt uit mogen komen. Zorg goed voor jezelf en je geliefden. Gelukkig nieuwjaar!

Tegenwoordig is Storytelling hot. Alle succesvolle ondernemers vertellen hun verhaal aan iedereen die dit horen wil. De TEDx presentaties worden miljoenen keren bekeken op YouTube. Ook door mij, ik hoor graag wat de verhalen zijn van deze mensen. Wat hebben zij meegemaakt, wat heeft hen gebracht waar ze zijn. Hoe kreeg Pieter Zwart het voor elkaar dat iedereen Coolblue kent. En er naar tevredenheid heeft besteld. Er worden dikke boeken over geschreven.
Verhalen vertellen brengt me ook terug naar mijn jeugd. Met kerstmis was het bij ons thuis zeker bij uitstek de tijd van verhalen vertellen. Terwijl we aan het kerstdiner zaten kreeg iedereen de kans zijn zegje te doen. Het waren geen hoogstaande verhalen met een literair karakter. Het waren ook geen succesverhalen. Het was gewoon een verslag van een leven, in een klein dorp in Brabant. Maar wel ons leven. We konden uren aan tafel zitten.
We hadden eerder samen de kerstboom opgezet. Daar was dat vogeltje weer dat met een soort knijpertje aan de takken moest worden bevestigd. Het had weer minder haar in zijn staart dan vorig jaar. En het engeltje dat je kon opdraaien en dat dan een kerstliedje ten gehore bracht. Ik zie mijn jongste zus nog staan in opperste aanbidding. Het was ieder jaar weer een feest van herkenning. Natuurlijk sneuvelde er ook ieder jaar wel wat en kocht mijn moeder weer nieuwe spullen. Net als iedereen hadden wij een kerstboom die absoluut niet voldeed aan de eisen van de moderne stylisten. Hij was ook al jaren hetzelfde, ik kan me niet herinneren dat we ooit een andere piek hadden. We hadden wel witte lichtjes, dat was een eis van mijn moeder. Ze hield niet van een bonte kermis.
Het huis rook naar dennennaalden. Ze zaten ook overal in, in onze sokken, in onze sloffen. Af en toe vond je ze zelfs in je bed. Ik weet nog dat we een keer een boom hadden die tweede kerstdag ternauwernood haalde. Hij liet spontaan alle naalden vallen, op kerstavond. Mijn vader was hevig teleurgesteld, tenslotte was het uitkiezen van de kerstboom zijn taak.
Al die herinneringen stellen mij in staat om ook verhalen te vertellen. Ik doe dat met veel plezier. Er zullen zeker mensen zijn die het niet met mee eens zijn. Dat merk ik ook wel eens aan de commentaren die ik krijg. Maar dat is niet erg. Het is mijn mening. En niet iedereen hoeft het daar mee eens te zijn.
Bedankt dat jullie het afgelopen jaar mijn verhalen hebben willen lezen. Ik hoop dat jullie dat blijven doen. Ik wens iedereen een heel gelukkig 2018.

In het westen worden we meer en meer gewezen op de voordelen van mindfulness. Helaas is het voor de meeste aanbieders een manier om geld te verdienen, niet om mensen te helpen. In onze drukke maatschappij denken mensen dat als ze iedere week een uurtje mindful zijn bij een chique therapeut tegen een veel te hoge vergoeding, ze het leven wel aan kunnen.
In Gambia krijgt Marijke gratis les in mindfulness. Zij is niet de geduldigste persoon en loopt als Nederlandse in het Afrikaanse land nog steeds tegen zaken aan. Dan kan ze mooi oefenen. Haar eerste les was al direct een mooie. Met een vriendin zou ze een hapje gaan eten. Gezellig. De vriendin woont een uurtje rijden van Marijke dus zij zou haar ophalen. Er was een leuk restaurantje gereserveerd en opgewekt ging Marijke op weg.
Na 300 meter op weg te zijn, blijkt de auto ineens een geheel eigen wil te ontwikkelen. De wielen wilden niet meer luisteren naar het stuur. Gelukkig wist ze de auto te stoppen naast een grote plas water, en niet midden er in, wat normaal toch wel het geval zou zijn. De garagehouder, die gelukkig ook een Nederlander is, werd gebeld. Hij zegde toe over een uurtje tijd te hebben om een monteur te sturen die naar de auto kon kijken. Dus maakte Marijke van de nood een deugd, belde een taxi en ging heerlijk met haar vriendin eten. Tenslotte duurt een uur in Gambia langer dan in Nederland.
Na genoten te hebben in het restaurant, bracht de taxi Marijke weer terug naar haarauto. Het wachten op de monteur begon. Net als haar oefening in mindfulness. Hoe gingen die lessen ook weer. Nadrukkelijk rondkijken in de omgeving en focussen op je gevoel. Na een uur was Marijke wel uitgekeken en uitgevoeld maar de monteur was nog altijd niet gearriveerd. “Nee nee, ik rij zo weg, ik kom er zo aan.” Gelukkig had ze het telefoonnummer. Na nog drie kwartier rondkijken zag ze eindelijk de monteur. Hij had de diagnose snel gesteld, het ‘ding’ dat de stuurstang moest verbinden met de as van de wielen was gebroken. Wat nu. “Rustig blijven Marijke, concentreer je op nu.” Uiteindelijk was ze niet voor niks mindful. De monteur was van de praktische tak en ging op zoek naar een lang stuk rubber. In Gambia vind je allerlei zaken langs de kant van de weg dus na een kwartier stond hij weer voor haar neus. Met iets dat leek op een binnenband van een fiets. Ach, het zou wel volstaan. De monteur bracht de noodreparatie aan en loodste Marijke met een gangetje van 20 kilometer per uur naar de garage. Daar zouden ze de auto snel repareren en dan kon ze weer naar huis.
Maar wat wij in Nederland snel noemen, duurt in Gambia toch al snel twee uur.
Toen Marijke ’s avonds eindelijk thuis was, maakte ze de balans op. Uiteindelijk had ze die dag zes uur moeten wachten. In Nederland zou ze uit haar vel gesprongen zijn van ellende. In Gambia is wachten heel gewoon.
Inmiddels kan Marijke zelf cursussen Mindfulness gaan geven. En kan zij haar cursisten vertellen dat het echt werkt. Tenslotte is het allemaal goed gekomen.

Bij sommige mensen bestaat er toch nog wel een vooroordeel tegen jongeren. Zij zijn onbesuisd, onbezonnen, hebben geen verantwoordelijkheidsgevoel. Nu is dat gelukkig ook het voorrecht van jong zijn. Als het goed is, hebben we dat allemaal ervaren.
In het ziekenhuis waar mijn schoonvader lag, werd hij verzorgd door een grote schare aan verpleegkundigen. Zij waren allemaal van een verschillende leeftijd. En van verschillende afkomst. Maar allemaal toegewijd aan hun taak.
Iedere avond kwam er weer een andere dame de kamer binnen. Met een karretje vol, voor mijn schoonvader onbegrijpelijke, apparaten. Het was weer tijd voor de controles. Hij leerde het ritueel goed kennen. Net als de verpleegkundigen. Er was altijd tijd voor een grapje.
Schoonvader begroette de verpleegkundigen altijd met een lach. Hij was niet de moeilijkste patiënt.
De jonge meisjes liepen hun benen onder zich vandaan. Niets was teveel, als pa nog niet zover was, kwamen ze gewoon over tien minuten weer terug. Als hij graag iets anders wilde, was dat vrijwel altijd mogelijk.
Toch vreemd dat de enige verpleegsters die hem wat norser benaderden, al van middelbare leeftijd waren. Misschien hadden zij in hun werkzame leven al teveel lastige patiënten gezien. Waren zij moe door de lange werktijden en hoge werkdruk, wie zal het zeggen. Mijn schoonvader behandelde ook hen met hetzelfde respect als de anderen. Wij vonden het alleen lastig om te zien dat dit niet wederzijds was. Natuurlijk zeiden we er niets van. Pa werd goed verzorgd en wellicht zou hij het anders zelf moeten bezuren. Je wist maar nooit.
De enige keer dat mijn lief zich niet kon inhouden, was toen een van de dames de medicijnen van pa op de grond liet vallen. Zij raapte de pillen op, veegde ze wat af aan haar uniform en deed ze terug in het plastic pillenbekertje. Nu voelde hij toch de noodzaak om in te grijpen. Als pa de gang op ging, kreeg hij een mondkapje voor. En deze dame wilde hem van de vloer laten eten. Ze reageerde onwillig op zijn vraag of dit niet anders kon. “Nou, dan breng ik zo wel nieuwe.” Pa reageerde opgelucht. Zijn gestel is al niet zo stevig, stel dat er nog ergens een bacterie mee naar binnen sluipt. Ik denk dat hij het zelf niet goed had durven zeggen.
Natuurlijk waren ze niet allemaal zo. Er waren ook verplegenden die niet meer piep waren maar wel heel vriendelijk. Het viel ons alleen maar op. Het komt wel goed met “de jeugd”.

Het wordt weer vroeg donker. Ook ’s morgens nodigt het niet uit om je warme bed te verlaten. Veel liever draai ik me nog een keertje om. Niet zozeer om uit te slapen maar meer om niet per se uit bed te hoeven. Boven is het koud, beneden is het niet heel veel beter. Het hoort er bij, het is de tijd van het jaar. Jassen, dassen en handschoenen. Ik hou niet van kou.
De feestdagen komen er weer aan. De reclames op televisie gooien ons al weer dood met allerlei zaken die we moeten kopen voor onze geliefden. Nou ja, voor onze geliefden, meer om de economie te stimuleren dan. Want als we echt nadenken, hebben we deze spullen helemaal niet nodig. Sterker nog, wel hebben al veel te veel. Maar het hoort er bij.
Volgende week gaan we samen met de buren lampjes ophangen. Onze huizen staan op een karakteristieke plaats en ieder jaar accentueren we de zadeldakconstructie met licht. De mensen in de buurt vragen al weken wanneer we de verlichting gaan plaatsen, het is een traditie geworden. Het is ook gezellig, eerst samen koffie en dan aan de slag.
De maand van de kerstmarkten, lichtjes, gezelligheid. En Sinterklaas niet te vergeten. Ik kan zo genieten van die stralende kindergezichtjes, vol verwachting. Wat is dat lang geleden. Dat ik nog zo onbezorgd kon genieten. Maar laat ik niet melancholiek worden, december is ook de maand van de nepglitter en glamour. Televisie en Social Media wil ons doen geloven dat vrede op aarde bestaat. Ach, en laten we dan maar proberen dit in ons eigen mini-maatschappijtje maar na te streven. Dat valt soms al niet mee, laat staan dat we de problemen van het hele land op kunnen lossen. Sommige mensen denken wel dat zij dat kunnen, ik mag graag de discussies op Facebook en Twitter volgen. Ik post geen commentaar maar denk er het mijne van. De meesten geven hun bek maar een douw. Ik kan me wel ergeren aan het agressieve taalgebruik maar dat schijnt er tegenwoordig bij te horen. Misschien kunnen we dat in deze periode ook een beetje terugschroeven?
Gelukkig duurt het niet zo lang meer tot het 21 december is. Dat vind ik de mooiste dag van het jaar. Want vanaf dan worden de dagen gelukkig weer langer.

Als je enig kind bent en je vader wordt opgenomen in het ziekenhuis, voel je je verplicht hem zoveel mogelijk te bezoeken. Dit is geen plicht, je doet dat graag voor hem. Tenslotte is de man op leeftijd en is er ook niet veel familie die hem nog kan bezoeken. Hem in zijn eentje in een steriele ziekenhuiskamer laten liggen is geen optie. Dat kan eenvoudigweg niet.
En dan begint het. Want de bezoeken moeten wel ingepast worden in je werkzame leven. Het is niet zo dat je de hele dag zit te wachten tot je eindelijk naar het ziekenhuis mag. Dus worden er kant-en-klaar maaltijden ingeslagen. “Welke smaak pizza nemen we vanavond? Of zullen we eieren bakken? Zeg maar wat je wilt.”
Alle overige activiteiten worden op een laag pitje gezet. Sommige dingen, zoals strijken, met een glimlach. Andere zaken zijn wat lastiger. Zelfs de hond moet er onder lijden, zijn wekelijkse behendigheidsles wordt even aan de kant geschoven. Zonder onaardig te willen klinken, het is wel een aanslag op je leven. Alles staat in het teken van de bezoekuren. “Ga jij vandaag alleen? Of kunnen we samen?”
Het werd nog erger toen pa van het ziekenhuis in Tilburg, voor ons nog redelijk bereikbaar, werd overgeplaatst naar het UMC in Utrecht. Het aantal kilometers is niet onoverkomelijk, de hoeveelheid file in de spits wel. Voor mij was het niet meer mogelijk pa door de week te bezoeken. Dus kwam alles neer op mijn lief, die zijn eigen tijd kan indelen. De arme ziel.
Want eerlijk is eerlijk, als je iedere dag bij je vader in het ziekenhuis op bezoek gaat, heb je elkaar al snel niks meer te vertellen. Hij maakt helemaal niks mee en in wat jij meemaakt is hij niet echt geïnteresseerd. Dus gaan de gesprekken al snel over het weer en over wat hij vandaag heeft gegeten.
Gelukkig kwam er op een gegeven moment gezelschap van een tante. De enige zus die pa nog heeft. Een vitale dame van 88 jaar oud. Iedere middag stond ze klaar om mee naar Utrecht te rijden. En wat bleek, broer en zus hadden elkaar toch iedere keer weer wat te vertellen. Misschien is het toch een generatie-dingetje, wie zal het zeggen.
Natuurlijk kregen we zeker ook wel hulp. Er waren lieve mensen die het bezoekuur van ons overnamen, we hoefden het alleen maar even te laten weten. Op een van die avonden had mijn lief een verzoek. Wat ik natuurlijk met liefde en plezier heb ingewilligd. Ik heb bloemkool gekookt. We aten het met gekookte aardappelen en verse worst. Heerlijk.

Als er een beroepsgroep is waar ik enorm veel respect voor heb, is het die van verzorgenden en verpleegkundigen. Onlangs konden we dat weer van heel dichtbij bekijken. Mijn schoonvader werd opgenomen in het ziekenhuis, ziek en met veel pijn. Er werden onderzoeken gedaan en met behulp van antibiotica hipperde hij toch wel weer wat op. Wat niet betekende dat hij gelijk weer naar huis mocht.
Daar lag hij dan, een oude weerloze man in een ziekenhuisbed. Met ons naast zich op een stoeltje, tijdens het bezoekuur. Tegenwoordig zijn de bezoektijden behoorlijk uitgebreid, wat betekent dat zijn verzorgenden ook hun taken moeten uitvoeren in het bijzijn van het bezoek. Gelukkig is mijn schoonvader geen lastige man, hij laat alles gelaten over zich heen komen. Maar met wat een geduld en toewijding werd hij verzorgd. Uit niks bleek dat de verpleegkundigen onder druk stonden, niks was teveel.
Natuurlijk heb je onder verpleegkundigen ook handigen en heel handigen. Pa moest weer een nieuw infuus. De armen van de arme man zagen er al uit als een speldenkussen dus er was gekozen voor een dame die zeer ervaren was. Pa zuchtte ongemerkt een beetje. Het deed hem zeer, al die naalden in zijn arm. Maar, het was voor een goed doel dus hij strekte geduldig zijn arm uit. De dame die voor hem plaats had genomen bekeek de oude armen met een deskundige blik. “Kijk” met een geroutineerd gebaar tikte ze op zijn bovenarm, “daar zit een prachtig vat.” Pa balde zijn vuist al. “Doe maar niet,” zei ze vriendelijk, “straks krijgt u kramp en ik kan het zo ook wel.” En inderdaad, dat bleek. In een paar luttele seconden stak de naald uit zijn arm en liep het bloed. Pa keek lichtelijk verbaasd, hij had er niks van gevoeld. De dame bekeek met een glimlach haar werk. “Als je duizend maal per jaar een infuus aanlegt, wordt je er op een gegeven moment wel bedreven in.” Ik sprak mijn bewondering toch uit. Ik moet er toch niet aan denken dat ik dat zou moeten doen. De arme patiënt zou na een groot aantal pogingen waarschijnlijk zijn infuus zelf aanleggen.
Er wordt bezuinigd op de gezondheidszorg. Ik begrijp het wel, tenslotte moeten we die kosten met zijn allen dragen. Niemand wil teveel betalen. Maar eigenlijk zouden we in een rijk land als Nederland daar niet over na moeten denken. We willen allemaal de best mogelijke zorg. Het zou toch fijn zijn als er meer geld kwam, niet voor de managers, maar voor de mensen die aan het bed van de patiënt staan. Die soms moeten omgaan met nukkige en lastige mensen, die dit ook niet expres doen maar gewoon ziek zijn. Die tijdens de verzorging hun rust moeten bewaren terwijl ze op de achtergrond de volgende patiënt al weer horen bellen.
Over het geld heb ik niets te zeggen. Ik kan alleen maar mijn waardering uitspreken. Ik maak een diepe buiging voor al die hardwerkende verpleegkundigen. Chapeau!

Ik ben van de generatie van het ‘U’ zeggen. Dat hebben mijn ouders mij zo geleerd. Oudere mensen waren ‘U’, zonder uitzondering. De onderwijzer op school was ook meester of juffrouw X. Het was ondenkbaar om hem of haar bij de voornaam te noemen, zoals dat tegenwoordig vaak mode is. Tot op heden noem ik mijn schoonvader ook nog steeds niet ‘jij’. Alleen, mijn nichtjes noemen hem Opa Willem. En dat heeft helemaal niks met disrespect te maken.
En daar begint het. Want wat maakt dat iemand gerespecteerd wordt. Is dat de leeftijd? Volgens mij niet. Moet ik automatisch respect hebben voor iemand die ouder is dan ik? Of voor iemand die door een functie denkt anderen te mogen vertellen wat zij moeten doen? Dat lijkt mij toch niet. Respect moet je verdienen, ongeacht leeftijd of functie.
Ik kan heel veel respect hebben voor mensen die zich inzetten voor anderen. Zonder daar iets tastbaars voor terug te krijgen. Maar ook voor mensen die door heel hard werken veel bereikt hebben. En dat zij daardoor meer geld hebben dan ik, daar kan ik dan ook alleen maar bewondering voor hebben. Ik zou dat waarschijnlijk zelf niet volhouden, altijd maar aan het werk.
Lang geleden, toen ik net mijn werkzame leven begon, werkte ik bij een bedrijf waarvan de directeur vond dat de medewerkers respect voor hem moesten hebben. Hij was immers de baas. Als onervaren medewerker was ik geneigd dat ook te hebben. Tot ik ontdekte dat deze man zijn personeel uitbuitte en ongegeneerd gebruikte. Net zoals hij zijn vrouw en vrienden gebruikte, alles ter meerdere eer en glorie van zichzelf. De man lazerde met een enorme knal van zijn voetstuk en ik nam me voor nooit meer in die val te trappen. Met een grote dosis wantrouwen bekeek ik iedereen die probeerde zich meer voor te doen dan een ander. In de loop der jaren leerde ik dit weer nuanceren, niet iedereen was onbetrouwbaar.
Ik heb geleerd dat respect niets te maken heeft met functie, leeftijd of andere uiterlijkheden. Respect heeft te maken met hoe iemand is. Hoe iemand omgaat met zijn medemens, of die persoon zelf respectvol handelt. Er zijn jonge mensen waar ik respect voor heb en ouderen die dit volgens mij helemaal niet verdienen. En als zij mij dat verwijten, heb ik daar helemaal geen boodschap aan. Zoveel heb ik in het leven wel geleerd.

Volgens mij kent iedereen het wel. Haast, op weg naar een afspraak, en dan nog heel even in de plaatselijke supermarkt dat ene artikel halen dat je gisteren vergeten was. Het hoeft maar heel kort te duren, even in en uit. Helaas.
Voor de glazen koelkast waar ik een doosje spinazie uit wil halen, staat een vrouw op leeftijd die duidelijk niet weet wat ze vanavond gaat eten. En die probeert te besluiten door op iedere verpakking te lezen hoe gezond of ongezond het bewuste artikel is. Een voor een worden de doosjes uit de koeling gehaald en aan en grondige inspectie onderworpen. Het zou me niet verbazen als ze zelfs een overzicht van alle E-nummers uit haar hoofd heeft geleerd. Ik hup van mijn ene been op mijn andere en kuch zacht. Helaas, geen reactie. Nog maar eens proberen. Ik kuch nu wat harder. Even kijkt ze om maar blijft daarna stug doorgaan met het beduimelen van diepvriesgroenten. Waarop ik besluit vanavond dan maar verse broccoli te eten. Even snel de andere spullen en snel verder.
Bij de kassa heb ik niet veel meer geluk. Net als ik mijn boodschappen op de band leg, komt er een dame achter me staan. Ze kijkt me een beetje geringschattend aan als ik haar niet aanbied voor te gaan. Met veel misbaar worden de spullen achter het balkje “volgende klant” op de band gedeponeerd. Ze heeft overduidelijk haast.
De kassière doet haar best iedereen zo snel mogelijk van dienst te zijn. Maar scannen gaat niet sneller dan het gaat. Quasi ongemerkt probeert de dame achter me mijn karretje vooruit te duwen. Haar massieve buik, gestoken in een bloemetjesblouse, drukt opzichtig tegen de handle. Ik kijk naar de spullen die ze voornemens is te kopen. Dat zal een gezonde middag worden, snacks, twee flessen cola en wat chocolade. Ze ziet me kijken en een vuile blik is mijn deel.
Ik voel al mee met de kassière, dit soort klanten is doorgaans ook van mening dat zij slechter behandeld worden dan anderen. En laten dat normaal gesproken ook luidkeels blijken. Maar het arme kind doet echt haar best.
Even later sta ik dan toch buiten, met broccoli in plaats van spinazie. En ik neem me voor om toch volgende keer echt beter naar mijn boodschappenlijstje te kijken.

Individueel leren, maatwerk, toegespitst op het niveau en de kennisbehoefte van de leerling, het onderwijs van tegenwoordig is niet meer zo star als het vroeger was. Toen zaten wij als leerling braaf op onze stoeltjes en luisterden naar de leerkracht voor de klas. We volgden allemaal hetzelfde programma. Dat programma was niet gebaseerd op onze behoeften, welnee, het was gebaseerd op wat men vond dat wij moesten leren.
Mijn vader was een onderwijzer in hart en nieren. Het kleine plattelandsschooltje waar hij met zoveel toewijding jaren werkzaam is geweest, was hem dierbaar. In het begin had hij twee klassen in combinatie, (toen nog) klas 3 en 4. Later, toen het leerlingenaantal nog verder terugliep, kwam daar klas 5 bij. Het team bestond uit drie leerkrachten. Alle drie bevlogen om het kleine schooltje te laten voortbestaan. Generatie op generatie klepperde over de speelplaats, door de ouderwetse gang naar de klaslokalen met hoge ramen en grijze linoleum op de vloer. De houten tafeltjes en stoeltjes droegen de sporen van vele jaren gebruik. De lesboeken hadden ezelsoren.
Veel geld had de school niet. Dat deerde mijn vader niet. Hij ontwierp zijn eigen lesmaterialen. Kinderen die wat langzamer leerden, kregen andere oefeningen dan kinderen die wat sneller gingen. Zo verveelden de snelleren zich niet en haakten de langzameren niet af. Ook werd er niemand doorgestuurd naar speciaal onderwijs. Mijn vader zorgde ervoor dat hij zelf die kinderen klaarstoomde voor de middelbare school. Hij geloofde niet in hokjes, ieder kind had zijn eigen kwaliteiten. Je moest er alleen aandacht aan besteden. Hij bouwde de bestaande leermethoden om naar iets dat geschikt was voor alle kinderen.
Natuurlijk waren er ook ouders die het helemaal niet met mijn vader eens waren. Die werden door hem een beetje laatdunkend “nieuwlichters” genoemd. Ik weet niet wie er gelijk had. Mijn contact met het onderwijs en leren in het algemeen kwam pas heel veel jaren later tot stand. Ik heb er ook geen mening over. Ik weet alleen dat mijn vader heel eigenwijs kon zijn
Na 39 jaar als onderwijzer nam mijn vader afscheid. Drie generaties uit het dorp kwamen afscheid nemen. Het was een mooi gezicht dat mijn vader zichtbaar ontroerde. In het interview dat met hem werd gehouden voor de plaatselijke krant vertelde hij “het waren allemaal lieve kinderen”. En ik denk dat dat ook zijn drijfveer was. Voor mijn vader waren alle kinderen gelijk. Ze hadden alleen allemaal andere aandacht nodig.
Het moderne leren is toegespitst op de mogelijkheden en behoeften van de individuele leerling. Er wordt gekeken naar de leerling zelf en niet naar de groep als geheel. Mijn vader zou trots zijn geweest. Eigenlijk was hij zijn tijd ver vooruit.