Respect moet je verdienen

respect

Ik ben van de generatie van het ‘U’ zeggen. Dat hebben mijn ouders mij zo geleerd. Oudere mensen waren ‘U’, zonder uitzondering. De onderwijzer op school was ook meester of juffrouw X. Het was ondenkbaar om hem of haar bij de voornaam te noemen, zoals dat tegenwoordig vaak mode is. Tot op heden noem ik mijn schoonvader ook nog steeds niet ‘jij’. Alleen, mijn nichtjes noemen hem Opa Willem. En dat heeft helemaal niks met disrespect te maken.

En daar begint het. Want wat maakt dat iemand gerespecteerd wordt. Is dat de leeftijd? Volgens mij niet. Moet ik automatisch respect hebben voor iemand die ouder is dan ik? Of voor iemand die door een functie denkt anderen te mogen vertellen wat zij moeten doen? Dat lijkt mij toch niet. Respect moet je verdienen, ongeacht leeftijd of functie.

Ik kan heel veel respect hebben voor mensen die zich inzetten voor anderen. Zonder daar iets tastbaars voor terug te krijgen. Maar ook voor mensen die door heel hard werken veel bereikt hebben. En dat zij daardoor meer geld hebben dan ik, daar kan ik dan ook alleen maar bewondering voor hebben. Ik zou dat waarschijnlijk zelf niet volhouden, altijd maar aan het werk.

Lang geleden, toen ik net mijn werkzame leven begon, werkte ik bij een bedrijf waarvan de directeur vond dat de medewerkers respect voor hem moesten hebben. Hij was immers de baas. Als onervaren medewerker was ik geneigd dat ook te hebben. Tot ik ontdekte dat deze man zijn personeel uitbuitte en ongegeneerd gebruikte. Net zoals hij zijn vrouw en vrienden gebruikte, alles ter meerdere eer en glorie van zichzelf. De man lazerde met een enorme knal van zijn voetstuk en ik nam me voor nooit meer in die val te trappen. Met een grote dosis wantrouwen bekeek ik iedereen die probeerde zich meer voor te doen dan een ander. In de loop der jaren leerde ik dit weer nuanceren, niet iedereen was onbetrouwbaar.

Ik heb geleerd dat respect niets te maken heeft met functie, leeftijd of andere uiterlijkheden. Respect heeft te maken met hoe iemand is. Hoe iemand omgaat met zijn medemens, of die persoon zelf respectvol handelt. Er zijn jonge mensen waar ik respect voor heb en ouderen die dit volgens mij helemaal niet verdienen. En als zij mij dat verwijten, heb ik daar helemaal geen boodschap aan. Zoveel heb ik in het leven wel geleerd.

 

 

 

Boodschappenleed

boodschappen

Volgens mij kent iedereen het wel. Haast, op weg naar een afspraak, en dan nog heel even in de plaatselijke supermarkt dat ene artikel halen dat je gisteren vergeten was. Het hoeft maar heel kort te duren, even in en uit. Helaas.

Voor de glazen koelkast waar ik een doosje spinazie uit wil halen, staat een vrouw op leeftijd die duidelijk niet weet wat ze vanavond gaat eten. En die probeert te besluiten door op iedere verpakking te lezen hoe gezond of ongezond het bewuste artikel is. Een voor een worden de doosjes uit de koeling gehaald en aan en grondige inspectie onderworpen. Het zou me niet verbazen als ze zelfs een overzicht van alle E-nummers uit haar hoofd heeft geleerd. Ik hup van mijn ene been op mijn andere en kuch zacht. Helaas, geen reactie. Nog maar eens proberen. Ik kuch nu wat harder. Even kijkt ze om maar blijft daarna stug doorgaan met het beduimelen van diepvriesgroenten. Waarop ik besluit vanavond dan maar verse broccoli te eten. Even snel de andere spullen en snel verder.

Bij de kassa heb ik niet veel meer geluk. Net als ik mijn boodschappen op de band leg, komt er een dame achter me staan. Ze kijkt me een beetje geringschattend aan als ik haar niet aanbied voor te gaan. Met veel misbaar worden de spullen achter het balkje “volgende klant” op de band gedeponeerd. Ze heeft overduidelijk haast.

De kassière doet haar best iedereen zo snel mogelijk van dienst te zijn. Maar scannen gaat niet sneller dan het gaat. Quasi ongemerkt probeert de dame achter me mijn karretje vooruit te duwen. Haar massieve buik, gestoken in een bloemetjesblouse, drukt opzichtig tegen de handle. Ik kijk naar de spullen die ze voornemens is te kopen. Dat zal een gezonde middag worden, snacks, twee flessen cola en wat chocolade. Ze ziet me kijken en een vuile blik is mijn deel.

Ik voel al mee met de kassière, dit soort klanten is doorgaans ook van mening dat zij slechter behandeld worden dan anderen. En laten dat normaal gesproken ook luidkeels blijken. Maar het arme kind doet echt haar best.

Even later sta ik dan toch buiten, met broccoli in plaats van spinazie. En ik neem me voor om toch volgende keer echt beter naar mijn boodschappenlijstje te kijken.

 

 

 

 

 

 

 

Zijn tijd ver vooruit

Onderwijs

Individueel leren, maatwerk, toegespitst op het niveau en de kennisbehoefte van de leerling, het onderwijs van tegenwoordig is niet meer zo star als het vroeger was. Toen zaten wij als leerling braaf op onze stoeltjes en luisterden naar de leerkracht voor de klas. We volgden allemaal hetzelfde programma. Dat programma was niet gebaseerd op onze behoeften, welnee, het was gebaseerd op wat men vond dat wij moesten leren.

Mijn vader was een onderwijzer in hart en nieren. Het kleine plattelandsschooltje waar hij met zoveel toewijding jaren werkzaam is geweest, was hem dierbaar. In het begin had hij twee klassen in combinatie, (toen nog) klas 3 en 4. Later, toen het leerlingenaantal nog verder terugliep, kwam daar klas 5 bij. Het team bestond uit drie leerkrachten. Alle drie bevlogen om het kleine schooltje te laten voortbestaan. Generatie op generatie klepperde over de speelplaats, door de ouderwetse gang naar de klaslokalen met hoge ramen en grijze linoleum op de vloer. De houten tafeltjes en stoeltjes droegen de sporen van vele jaren gebruik. De lesboeken hadden ezelsoren.

Veel geld had de school niet. Dat deerde mijn vader niet. Hij ontwierp zijn eigen lesmaterialen. Kinderen die wat langzamer leerden, kregen andere oefeningen dan kinderen die wat sneller gingen. Zo verveelden de snelleren zich niet en haakten de langzameren niet af. Ook werd er niemand doorgestuurd naar speciaal onderwijs. Mijn vader zorgde ervoor dat hij zelf die kinderen klaarstoomde voor de middelbare school. Hij geloofde niet in hokjes, ieder kind had zijn eigen kwaliteiten. Je moest er alleen aandacht aan besteden. Hij bouwde de bestaande leermethoden om naar iets dat geschikt was voor alle kinderen.

Natuurlijk waren er ook ouders die het helemaal niet met mijn vader eens waren. Die werden door hem een beetje laatdunkend “nieuwlichters” genoemd. Ik weet niet wie er gelijk had. Mijn contact met het onderwijs en leren in het algemeen kwam pas heel veel jaren later tot stand. Ik heb er ook geen mening over. Ik weet alleen dat mijn vader heel eigenwijs kon zijn

Na 39 jaar als onderwijzer nam mijn vader afscheid. Drie generaties uit het dorp kwamen afscheid nemen. Het was een mooi gezicht dat mijn vader zichtbaar ontroerde. In het interview dat met hem werd gehouden voor de plaatselijke krant vertelde hij “het waren allemaal lieve kinderen”. En ik denk dat dat ook zijn drijfveer was. Voor mijn vader waren alle kinderen gelijk. Ze hadden alleen allemaal andere aandacht nodig. 

Het moderne leren is toegespitst op de mogelijkheden en behoeften van de individuele leerling. Er wordt gekeken naar de leerling zelf en niet naar de groep als geheel. Mijn vader zou trots zijn geweest. Eigenlijk was hij zijn tijd ver vooruit.

 

 

Grijze plaag

bus-interior-1448669-639x426

De maanden september en oktober zijn bij uitstek geschikt voor het maken van busreizen. Waarom dat is, weet niemand, maar iedereen die in deze periode wel eens op pad is geweest, is hier mee geconfronteerd. Omdat mijn lief en ik geen kinderen hebben, gaan wij ook graag in september op vakantie. We nemen de auto en rijden naar Frankrijk, Duitsland of een ander land in Europa. Omdat het geen wedstrijd is, gaan we graag op tijd van de snelweg af om koffie te drinken en een broodje te eten. En dan begint het.

Het eerste dat meestal nodig is, is een bezoek aan het toilet. Tegenwoordig zie je steeds meer systemen waarbij je geld in de automaat gooit en dan een tegoedbonnetje terugkrijgt waarmee je bij de kassa korting krijgt op je aankoop. Deze systemen zijn voorzien van een poortje. Je gooit geld in de gleuf en het poortje geeft je toegang tot de ruimte. Zie daar het eerste probleem.

“Hoe werkt dit?”

“Hoeveel geld kost dat?”

De beurs wordt uit mega-tas of grijze broekzak gepeuterd en er wordt gezocht naar muntjes.

“Oh, je moet er tegen duwen.”

“Vergeet je bonnetje niet.”

Eindelijk wordt het poortje in beweging gezet en kan ik ook verder.

In het restaurant zelf is het ook een gekrakeel van belang. Er wordt gediscussieerd over ‘hoe het werkt’ en ‘waar je een dienblad kunt halen’. Grijze duiven gaan ook voor niemand opzij. Waarschijnlijk verkeren zij in de veronderstelling dat ze voldoende hebben bijgedragen aan de maatschappij en dat iedereen hen nu met respect moet behandelen. Dus hup ik van het ene been op het andere in afwachting van een plekje bij de koffie-automaat. Ook bij de vitrine met broodjes is het een drukte van belang.

“Wat neem jij?”

“Ik weet het niet, het ziet er wel goed uit”

“Het is anders wel duur hoor.”

En ik denk, kom op, neem een beslissing. Als je het te duur vindt, had je in de bus moeten blijven zitten. Had mij weer een plekje gescheeld.

Toch is het ook altijd weer een feest om al die grijze duiven te bekijken. Wij zijn niet zo besluiteloos en een koffie met een broodje is zo gekocht. En dan is het natuurlijk zaak een tafeltje te zoeken met een strategisch uitzicht. Zeker als ik met mijn zus ben, is dit belangrijk. Samen zie je meer dan alleen. Het is heerlijk al die terlenka pantalons en bloemetjesblouses met vormeloze kuitbroeken voorbij te zien paraderen. Soms is het net of de dames allemaal winkelen in dezelfde kledingzaak. In het dorp waar ik lang gewoond heb, heette die winkel De Vries Damesmode. Zij hadden een groot assortiment bloemetjesjurken met een touwtje om het middel.

Ik heb altijd wel een groot medelijden met de chauffeur van de bus. Je zult toch maar dag in dag uit met een dergelijk gezelschap op pad moeten zijn. Dat was toch vast niet het beroep dat je noemde toen de juffrouw op de kleuterschool vroeg wat je later wilde worden.

Nee, als we op het parkeerterrein van een wegrestaurant veel touringcarbussen zien staan, rijden we graag nog een uurtje verder.

 

 

 

 

Het is weer geen weer

overstroming

Ik heb altijd gedacht dat klagen over het weer was voorbehouden aan Nederlanders. Tenslotte is het in ons kikkerlandje of te warm of te koud. “Het is hier altijd hollen of stilstaan, poeh, van mij hoeft het niet hoor, die hitte.” Maar oh wee als het in de zomer een paar dagen durft te regenen, dan boeken we massaal een last minute naar een warm land.

Wat was ik dus verbaasd toen Marijke mij vertelde over haar Gambiaanse vrienden. Het blijkt namelijk dat ook Gambianen er wat van kunnen. Het is of te heet of te droog. De wind is te warm en geeft veel te veel zand. Natuurlijk is dit alleen in het droge seizoen. Het regenseizoen geeft nog meer overlast.

Voor ons Europeanen is het regenseizoen in het Afrikaanse land prachtig. Een groene waas vormt zich over het anders zo dorre land. De natuur ontploft en overal bloeien de meest exotische bloemen. De atmosfeer zoemt door alle insecten die na hun metamorfose hun weg zoeken. De lokale bevolking vindt het alleen maar lastig. Alles moet zorgvuldig dicht gehouden worden want dat ongedierte kruipt overal doorheen.

Op het hoogtepunt van dit seizoen regeert de regen. Storm en onweer geselen de natuur. Door de slechte conditie van wat zij het wegennet noemen en het volledig ontbreken van een riolering, blijft het water overal in plassen staan. De grond is verzadigd en het water kan nergens heen. Met als gevolg dat alles onderloopt. Ook zijn, in tegenstelling tot wat wij gewend zijn, veel huizen gebouwd van modder. Het dak moet dan ver genoeg oversteken. Is dit niet het geval, dan worden de muren nat en wat er dan gebeurt laat zich raden. Het hele huis zakt als een mislukte soufflé in elkaar. Dit is ook de enige keer dat de Gambianen hun stoïcijnse gedrag veranderen in actie. Natuurlijk wel pas na het regenseizoen. Dan worden nieuwe modderblokken gevormd en wordt een nieuw huis gebouwd. Althans, de muren worden gezet. En als de eigenaar geen geld heeft voor een nieuw dak, wordt het regenseizoen weer gevreesd. Het is een cirkel.

Gelukkig is daar dan Marijke met haar nuchtere Nederlandse inslag. Zij gaat niet wachten op de volgende regenbui met vreselijke gevolgen maar onderneemt actie. Tijdens de ramadan is het de bedoeling dat mensen iets goeds doen voor elkaar. En zo kon het gebeuren dat met behulp van de gemeenschap binnen drie dagen een nieuw dak was geplaatst. Weer een gezin dat droog verder kon. Marijke kon tevreden zijn.

De enige grote schade van het jaar werd toegebracht aan de mangoboom. Die zal dit jaar geen vruchten dragen. Maar als dat het ergste is.

 

Al heel lang familie

 

fish-brothers-1252121-640x480

Familie zoek je niet uit, die heb je nu eenmaal. En soms is daar dan ineens een familielid bij die toch wel bijdraagt aan het begrip ‘vriendschap’. Zijn neef is daar een voorbeeld van. Hij is een paar jaar ouder dan hij, dus hij kent hem al zijn hele leven. Vroeger moesten ze iedere zondag mee naar oma. Daar zag de hele familie elkaar. Een gewoonte die je tegenwoordig niet veel meer tegenkomt. Al denk ik dat er niet veel kinderen zijn die er naar verlangen. Het was ook vaak een bezoeking, zeker als het buiten mooi weer was.

Toen ze wat ouder werden, gingen ze ook meer samen ondernemen. Wat een heerlijk moment toen zijn neef de respectabele leeftijd van 16 jaar bereikte. Met een bromfiets konden ze toch sneller op pad. De arme Tomos werd volgeladen met visspullen zodat ze zeker een hele dag vooruit konden. Ik weet eigenlijk niet of ze veel vis vingen. Dat vertellen de visserslatijnen verhalen niet. Wel werd me duidelijk dat de samenstelling van visvoer enorm belangrijk was. De hoeveelheid hennep en duivenpoep die werd toegevoegd bepaalde toch een groot deel van het succes. En de smaak van de boterhammen, als ze vergeten waren de handen te wassen voor het eten.

Soms sloeg de vermoeidheid bij hem toe en was het moeilijk vasthouden, achter op die Tomos. Toen hij bij een val tijdens het rijden zijn splinternieuwe hengel brak, was het lastig thuis komen. Gelukkig hadden zijn ouders wat dat betreft een rotsvast vertrouwen in hem. Zijn vader ging op hoge poten verhaal halen bij de hengelsportzaak. “Het kan toch niet zijn dat een hengel breekt bij de eerste de beste grote vis die je aan de haak slaat.” 

Door de jaren veranderde het leven maar bleef de vriendschap. Er kwamen echtgenotes in beeld, kinderen, met alle perikelen daar omheen. Maar voor raad en advies bleef hij zijn neef opzoeken. Andersom kon hij zijn neef ook helpen. Zo onhandig als hij zelf was bij het invullen van belastingpapieren, zo weinig bedreven was zijn neef bij het hanteren van gereedschap. Tot op het niveau dat zijn kinderen vaak zeiden “laat maar pap, we bellen jouw neef wel even, die kan dat wel.”

Het leven was niet altijd leuk maar ook dat deelden ze met elkaar. Avonden konden ze samen bomen, onder het genot van een drankje. De weekenden, die ze samen op pad gingen, zijn dierbaar. En niet alleen om de gesprekken, ook om het onbezorgde plezier dat ze met zijn allen hadden. Hij moest er wel aan wennen, vissen met je neef is heel wat rustiger dan wanneer diens zonen erbij zijn. Vooral de jongste was een regelrechte verhalenverteller. Dat startte op het punt dat hij zijn ogen open deed en pas wanneer hij ’s avonds sliep was het weer stil. Maar ook dat was onderdeel van het plezier. 

Inmiddels zijn ze jaren verder en is de vriendschap een van de ankers in zijn leven. Hij ziet zijn neef niet iedere dag maar weet dat hij er is. En als ze elkaar zien, is het weer als vanouds. Alsof ze weer klaar staan om samen op pad te gaan. De Tomos is verruild voor een Toyota maar het gevoel is nog hetzelfde.

 

 

 

September

september

Ik kan er niks aan doen, september is mijn meest favoriete maand van het jaar. De zomer is heerlijk, zeker als het mooi weer is, maar niks kan op tegen de charme van het najaar. Het beseffen dat er een ander tijdperk aan komt, dat de kleuren nog een keer feller worden, de ochtenden ruiken naar dat zoete gevoel van heimwee. Denken over wat is geweest en wat we allemaal hebben meegemaakt. Het grote voordeel van niet meer piepjong zijn. 

Natuurlijk is niet alles eenvoudig te verwerken. Soms moet je accepteren dat bepaalde dingen niet meer vanzelf gaan. Als je jong bent, en overtuigd van je eigen gelijk, maak je voor jezelf een planning. Ik ga dit doen, dat doen, en als ik dan 55 jaar oud ben, ga ik met pensioen. Dan heb ik gezorgd dat dat mogelijk is, ik hoef dan alleen nog maar te doen wat ik leuk vind. Maar plannen is wel mooi, het leven zorgt toch altijd dat het anders loopt.  

Zo kan het voorkomen dat je te kampen krijgt met een ziekte, of een aandoening. “Leer er mee leven”, is de boodschap. Makkelijk gezegd, lastiger gedaan. Vooral als je in je hoofd gewoon 35 blijft. En vooruit wilt. Het moeilijkste is accepteren dat bepaalde zaken steeds meer moeite kosten. Lachend roepen we tegen elkaar dat we een nachtje doorhalen echt niet meer trekken. Dat we dan twee dagen moeten bijkomen. De waarheid is dat het gewoon echt niet meer lukt. Bijwerkingen van medicijnen zorgen daarvoor. Niet slikken is geen optie, dan is het helemaal niet te doen

Accepteren. Vroeger vond ik dat een vies woord. Als je maar wilt, kun je alles. Helaas is dat niet waar, en kom je daar door schade en schande achter. Het maakt wel dat je milder wordt. Wat dan weer een voordeel is.

Gelukkig zijn we nog niet oud. En is het anders inrichten van je leven ook weer een mooie uitdaging. Het is een cliché maar als er ergens een deur sluit, gaat er echt weer een andere open.

September, ik koester het gevoel van heimwee. Eens per jaar mag dat. En dan weer snel verder, zonder om te kijken.

 

 

Pubertijd

balletschoenen

Mijn pubertijd was niet mijn meest populaire periode. Ik was geen bevallige puber, ik was onhandig, groeide ongelijk en had altijd puistjes op het moment dat er een voor mij en mijn klasgenoten belangrijk feest op stapel stond.

Ook kom ik uit een gezin waar mode en meedoen niet belangrijk gevonden werd. Mijn moeder had een heel eigen mening over de wijze waarop zij haar kinderen wilde opvoeden. Populair zijn onder klasgenoten hoorde daar niet bij. Ik ben de oudste van vier meiden. Ik hoop dat ik het voor mijn zussen wat makkelijker heb kunnen maken maar ik vrees dat zij weer tegen hun eigen problemen aan liepen.

Oh ik weet het nog zo goed. Ik moest op dansles. Mijn moeder was onvermurwbaar. Dat hoorde nou eenmaal bij de opvoeding. Maar ik heb het maatgevoel van een aardappel. Bovendien ben ik verre van lichtvoetig ondanks mijn geringe gewicht. Gelukkig ging een vriendinnetje ook naar dezelfde dansschool dus ik hoefde in ieder geval niet alleen. Natuurlijk bleek zij een natuurtalent en liepen alle populaire jongens achter haar aan. Mijn lot was een iets te dikke knul met rood haar en duizend sproeten. Alleen wil je als veertienjarige niet verrast worden met een surprise op de Sinterklaas-dansavond. Als enige. Daar stond ik, met een pakje waar een porseleinen hondje uit tevoorschijn kwam. Ik heb het lang bewaard, dat wel.

Mijn vriendin was lang en slank en had mooi blond haar. Ik was klein, spichtig en mijn bruine krullen sprongen alleen de verkeerde kant uit, hoe veel ik er ook aan probeerde. Niet dat ik het haar niet gunde hoor, ze was lief en we hadden veel plezier samen, ik kon alleen wel eens zuchten als ik haar hoorde klagen over dingen waar ik zelf een moord voor zou doen.

Zij had altijd wel een aanbidder. Ik niet, ik was het maatje van een jongen die later niet op vrouwen bleek te vallen. Ook een lieve schat, dat wel, maar niet iemand die in die zin bijdroeg aan mijn zelfvertrouwen. Ik werd er af en toe wanhopig van, als pubermeisje droom je er toch van om prom-queen te worden. Het zat er niet in voor mij.

En als ik nu nog uitblonk in andere zaken, maar ook dat was niet het geval. Ik kon niet mooi zingen, was a-muzikaal, nog steeds trouwens, kon niet tekenen en bij de gymles werd ik altijd als betrekkelijk laatste gekozen. Bij mijn moeder hoefde niet aan te kloppen met mijn onzekerheden, ik geloof niet dat zij het probleem zag. Ik sleepte me door mijn middelbare schooltijd heen, niet ongelukkig, maar ook niet voluit enthousiast. Leren ging me gelukkig wel goed af, dat was dan nog een geluk.

Wat was ik blij toen ik met diploma’s op zak op zoek kon naar een baan. Nu zou het allemaal wel goed komen. Vol vertrouwen zag ik de toekomst tegemoet. 

Gelukkig bleek inderdaad in mijn latere leven dat je als laatbloeier heel gelukkig kunt worden. Het is echt nog goed gekomen met mij. Ik heb nog steeds geen maatgevoel en sporten zit nog altijd niet in mijn genen maar verder doe ik het goed, al zeg ik het zelf. Zelfs met mijn zelfvertrouwen is het goed gekomen. Vooral na het emigreren van mijn vriendinnetje.

 

 

 

 

Sociale controle

Pillen

In het appartementencomplex van mijn schoonvader is de sociale controle groot. Dat begint al bij de ingang. Een groot aanplakbiljet wijst mensen erop dat honden hier te allen tijde aangelijnd moeten zijn. Dat snap ik, stel je voor dat iedereen zijn viervoeter vrolijk laat ronddartelen. Om dit gebod te handhaven, zitten er vrijwel altijd kritische oudjes in het zitje in de hal. Zij monsteren iedereen die binnenkomt. Ik heb van mijn schoonvader de sleutel van de toegangsdeuren gekregen maar dat is geen reden om mij niet wantrouwend te bekijken. Ze vragen nog net niet wat ik kom doen.

Laatst was ik door mijn schoonvader op pad gestuurd om kleding op te halen. Hijzelf was halsoverkop opgenomen in het ziekenhuis. Gelukkig herstelde hij spoedig en kon hij zich al weer zorgen maken over welke kleding ik precies moest halen. Dat overhemd, die broek en vergeet mijn telefoon niet. Gewapend met mijn lijstje toog ik naar zijn huis. Door de automatische schuifdeuren, daarna verschafte ik me de toegang tot de hal. Argwanend draaiden die hoofden en bekeken me. “Ah, de schoondochter, dat kan.” Ik stapte de lift in, gemak dient de mens, en liet me naar de juiste etage brengen. Daar stond de buurman van pa te rommelen met zijn plastic bloemen en handbeschilderde dakpan, overgebleven van een rommelmarkt uit antieke tijden. Ik groette de man en liep naar de voordeur. “Hij is er niet hoor, hij is vanmiddag naar het ziekenhuis gebracht. De ambulance heeft hem opgehaald.”

“Ja, dat weet ik, ik kom even spullen voor hem halen.”

De buurman ging er eens voor staan. “Hoe gaat het nu met hem?”

Ik keek stiekem op mijn horloge. Gelukkig, het kon wel even.

“Ach, hij krijgt een kuur en dan hopen we hem weer op de been te krijgen.”

“Ja, ik ken dat. Ik heb zelf ook zoveel last. De dokter zegt dat er niks meer aan te doen is.”

Inwendig slaakte ik een hele diepe zucht. Als ik ergens een hekel aan heb, is het aan oude mensen die vanuit het niets tegen een wildvreemde gaan klagen. Pa klaagt nooit. 

Ik mompelde iets tegen de man van ‘druk’, ‘laat’, ‘geen tijd’ en schoof snel het appartement van mijn schoonvader binnen. Gered, gelukkig. Ik pakte de gevraagde spullen in en maakte me snel uit de voeten. De buurman stond nog steeds buiten, ik verdacht hem ervan mij op te wachten. Dus ik zwaaide nadrukkelijk en liep door. “Wens hem beterschap!”, hoorde ik achter me roepen. Ik stak mijn hand op ter bevestiging. Pa wordt wel beter, die heeft longontsteking. En gelukkig geen ongeneselijke bemoeizucht.

 

Schietsport

 

stopwatch.jpg

Jarenlang zijn wij lid geweest van een schietvereniging. Dat klinkt veel enger dan het is. Natuurlijk zijn er uitwassen, in welke sport zijn die niet, maar het overgrote deel van de sportschutters is een verantwoordelijk mens, die met een klein kaliber pistool zoveel mogelijk het midden van de kaart wil raken. En een tien wil schieten.

Door een vriendschappelijke uitwisselingswedstrijd kwamen wij eens in de drie, later eens in de twee jaar terecht in Oostenrijk, bij een grote schietvereniging vlak bij de Bodensee. En we leerden daar het verschil kennen tussen het verenigingsleven in Oostenrijk en dat in Nederland.

Bij de vereniging waar wij destijds lid waren, waren de bestuursleden heel belangrijk. Over het algemeen mannen die thuis niets te vertellen hadden en het enorm interessant vonden hun hele clubavond door te brengen in wat zij noemden, ‘de bestuurskamer’. Uiteraard met de deur dicht, we mochten als simpele leden eens horen wat zij daar bespraken. Stel je voor. Zij hadden ook allemaal een streepje voor, als er wedstrijden waren, mochten zij kiezen op welk tijdstip ze wilden schieten. Ik stond met een slaperig hoofd op zondagochtend om 09.00 uur op de baan, dat zou hen niet overkomen.

Een algemene ledenvergadering was altijd een happening. Het bestuur zat achter de tafel, de voorzitter hanteerde met verve de hamer. Helaas hadden wij onder de leden ook een juridisch meer dan gemiddeld  onderlegd persoon, met een vilein gevoel voor humor. Hij genoot er van moeilijke vragen te stellen en dan heel rustig te wachten op de reactie. Als hij ging staan, zag je voorzitter al zuchten. Daar kwam weer een riedel moeilijke woorden. Terwijl je, als je met die man aan de bar zat, vreselijk met hem kon lachen. Hij deed het expres.

In Oostenrijk ging dat toch anders. Ik ben ervan overtuigd dat ook zij weleens moeilijkheden hadden, maar daar merkte je nooit iets van. Het was een hechte club, die ook de feestdagen samen vierden. Maar ook lief en leed samen deelden. Leden die om welke reden dan ook niet meer konden schieten, waren nog altijd van harte welkom. Wat werden wij daar altijd gastvrij ontvangen en wat hebben wij daar veel gelachen.

Maar ook in moeilijke tijden, toen we hen nodig hadden, waren zij er voor ons. Zonder vragen werden we geholpen en leefden ze met ons mee. 

We zijn al lang geen lid meer van de vereniging. Het strenge regiem in Nederland haalde het plezier voor ons uit de sport. Hoe goed we ook begrijpen waarom dat gebeurt en hoe belangrijk dat is. En helaas kwam er toen ook een einde aan de wedstrijden in Oostenrijk. Maar het contact is gebleven. En binnenkort gaan wij kijken hoe het met iedereen gaat.