Discussie

Heel lang geleden schreef Amy Groskamp ten Have een boek. Dat boek had de titel “Hoe hoort het eigenlijk”. Het was een richtlijn voor mensen die geen blunders wilden maken. Uiteraard vinden wij nu een aantal zaken vreselijk achterhaald. Wij praten niet meer over gepaste afstand en als wij een etentje geven, vinden wij het prima dat de gasten zelf een plaatsje zoeken aan tafel. We zijn makkelijker geworden en dat is misschien ook wel heel fijn. Tenslotte zijn die regeltjes alleen maar lastig, vooral als je ze niet allemaal uit je hoofd kent. In die zin is het leven voor de moderne mens een stuk makkelijker geworden.

Een hoofdstuk in haar boek heet echter “Debat – discussie – dispuut”. En een alinea daaruit luidt “Een dispuut is een redetwist, theoretische vragen betreffende. Bij alle drie vindt men een meening tegenover zich, strijdig met de eigen meening en is het zaak den tegenstander handig – scherp gevat en welsprekend te overtuigen.”

Er zijn op dit moment veel discussies gaande. Over de meest uiteenlopende onderwerpen. Zwarte piet, vluchtelingen, noem het en er zijn voor- en tegenstanders. Er wordt met de meest vreselijke modder gegooid. Uiteindelijk wordt uit het oog verloren waar het eigenlijk om gaat. Mensen lijken hun frustraties kwijt te moeten en vinden in het internet en de social media een dankbare uitlaatklep. Mensen die het lef hebben hun mening te verkondigen worden met modder besmeurd of, nog erger, bedreigd met de meest vreselijke dingen. Er lijkt geen enkel respect meer te zijn voor mensen die nog het lef hebben voor hun mening uit te komen. Wat die mening dan ook is.

Goede manieren worden alleen nog verkondigd door een potsierlijk uitgedoste Jort Kelder die ons wil laten zien hoe de rich and famous beter zijn dan de gewone mens. Leuk om naar te kijken misschien maar eigenlijk van nul en generlei waarde. Tenslotte brengt hij alleen de hele veilige onderwerpen ter sprake. Van een echte mening is geen sprake.

De volgende alinea in het boek is “Men wachtte zich echter onder alle omstandigheden voor het verliezen van zelfbeheersching, voor persoonlijke aanvallen, grofheden en indirecte beschuldigingen aan het adres van den tegenstander.Nimmer mag een debat, discussie of dispuut ontaarden in een op heftige ruzietoon gevoerd gesprek, waarbij de deelnemers elkaar beleedigingen naar het hoofd slingeren.Voor den beschaafden mensch is noch debat, noch discussie, noch dispuut een dekmantel voor een onheusche bejegening van derden en voor het plaatsen van onaangenaamheden aan het adres van anderen.”

Waarschijnlijk zou het boek in deze tijd worden weggehoond. Ik ben ik en ik zeg wat ik wil. Dat is mijn goed recht. En ik heb er ook het medium voor. Iedereen gaat voor zijn eigen minute of fame. Of er daardoor mensen worden gekwetst, is absoluut niet belangrijk. Er worden spotprenten gepost, dreigementen geuit, beledigingen zijn aan de orde van de dag. Het is de nieuwe realiteit, leer er maar mee leven.

Ik wil geen lans breken voor een terugkeer naar vroeger, absoluut niet. Vroeger was alles niet beter, ik ben gelukkig in de moderne tijd. Maar dan vind ik het toch wel jammer dat sommige van die oude regels hun waarde hebben verloren.

 

Het beloofde land

In 1492 zette Christoffel Columbus de eerste stappen op het continent dat later aangeduid zou worden als ‘de nieuwe wereld’. Het was oktober, herfst, dus de toen nog ongerepte natuur moet er spectaculair uitgezien hebben. Wat zullen de eerste avonturiers zich onoverwinnelijk gevoeld hebben. Een heel nieuw land, wachtend om ontgonnen te worden. Gelukszoekers uit Europa trokken in groten getale naar het beloofde land. Daar zouden ze het helemaal gaan maken. En dat de inheemse bevolking het daar niet mee eens was, dat was bijzaak. In een reservaat met die indianen.

Nu, meer dan 500 jaar later, staat Amerika aan de vooravond van bijzondere presidentsverkiezingen. Als Europeaan volg ik de ontwikkelingen van afstand maar wel met interesse. Zou het dan echt gaan gebeuren, zou de man die in zijn leven al meer mensen heeft beledigd dan Theo Maassen en Hans Teeuwen bij elkaar, president worden?

Het is een bijzondere man, dat wel. Zijn echt-Amerikaanse roots liggen in Duitsland, via zijn vader, en in Schotland, via zijn moeder. Toch is hij volgens hemzelf de belichaming van de Amerikaanse droom. Hij is wat Amerika nodig heeft om weer groot te worden.

“De Verenigde Staten zijn een vuilnisbelt geworden voor de problemen van alle anderen.“ Andere landen sturen volgens hem hun avonturiers richting Amerika, rovers, dieven, verkrachters, gelukzoekers. Hé, gelukzoekers, waren dat niet die mensen die Amerika groot hebben gemaakt? Oh nee, dat was anders. Dat is waar. Daarom is hij toch van plan een groot hek te plaatsen tussen Amerika en Mexico. Voorkomen is beter dan genezen.

Toch bijzonder voor iemand die getrouwd is met een buitenlandse vrouw. Hoewel ook zij daar zelf anders over denkt. Ook zij is ervan overtuigd dat Donald het land weer groot gaat maken.

Gelukkig heeft Trump overal verstand van, van het inenten van je kinderen worden ze autistisch, de opwarming van de aarde is grote onzin en als je zaken wilt doen, moet je dat doen op zijn onnavolgbare wijze. Gelukkig is failliet gaan in Amerika geen schande, ook niet als het twee keer gebeurt. Ook heeft hij oog voor vrouwelijk schoon, de schoonheidswedstrijden Miss USA en Miss Universe zijn als sinds 1996 zijn eigendom. Wel jammer dat een aantal televisiezenders niet meer met hem willen samenwerken. Zij vinden zijn uitlatingen toch iets te bar.

Toch heeft hij ook aanhang. Zeker in de kringen van de wapenlobby. Het grondrechtelijk recht van iedere Amerikaanse burger om zichzelf te mogen verdedigen. Door middel van het dragen van een wapen. Wel jammer dat dat recht door mensen met problemen vaak misbruikt wordt door een bloedbad aan te richten. Bij voorkeur op universiteiten waar jonge mensen nog een hele toekomst voor zich hebben. Of kleine kinderen die in het nachtkastje van papa een heel spannend speeltje vinden. En daarna een levenslang trauma overhouden aan het aanzicht van hun dode broertje of zusje.

Ik ben heel benieuwd hoe het allemaal gaat lopen, in november. Onderschat de Amerikanen niet, zij hebben al heel wat vreemde dingen laten gebeuren.

Zie je ze al samen staan, Geert Wilders en Donald Trump. Ik weet zeker dat de internationale kappersassociatie met jeukende handen staat. Nee, ik hoop toch echt dat de machtigste man ter wereld een vrouw wordt.

 

 

Jeugdliefde

Ik zal vier, hooguit vijf jaar oud geweest zijn, toen ik een deel van mijn toekomst al compleet had uitgestippeld. Ik had namelijk op dat moment al besloten met wie ik zou trouwen en de rest van mijn leven zou doorbrengen. Ik meen mij te herinneren dat de jongeman in kwestie het destijds met mijn plannen eens was. Maar het kan ook zijn dat mijn voortvarendheid hem de mond snoerde, ik weet het niet. Wat ik wel weet, is dat wij onafscheidelijk waren. Ik denk dat we even oud waren, misschien was hij een jaartje ouder, maar meer zeker niet. We zaten immers samen op de kleuterschool. En een prettige bijkomstigheid was dat hij samen met zijn ouders en oudere broer een paar huizen verwijderd van mijn ouderlijk huis woonde. Dit vergemakkelijkte het contact enorm. Lees verder

Gewoon eten kopen van dat geld

Vroeger als kind had ik een heel eenvoudig idee, we stopten gewoon met wapens kopen. En van dat geld dat er dan over bleef, kochten we eten voor de mensen in de landen waar dat nodig was. Het leek me een zuivere win-win situatie. Geen ellende meer en geen honger meer. Want ik dacht dat de oorlogen dan vanzelf wel op zouden houden, mensen konden elkaar immers niet meer dood maken.

Tegenwoordig weet ik dat het niet zo eenvoudig is. De wapens zijn een gevolg, en geen oorzaak. En aan honger kun je geen geld verdienen. Dus is het niet belangrijk. We worden immuun voor de beelden van kleine kinderen die met holle ogen in de lens van de camera kijken. Twee minuten later begint de zoveelste talentenjacht en zijn we de hongerbuikjes weer vergeten. Rampen in Afrika zijn ver van ons bed, een aanslag in het Midden-Oosten is heel erg, maar vooral voor de toeristen die daar op vakantie waren.

Tot ineens, de aanslagen griezelig dichtbij kwamen. Eerst Parijs, daarna Brussel. Steden die we kenden, waar we zelfs vrienden of kennissen hadden wonen. De Westerse wereld stond op zijn kop. Maatregelen moesten er getroffen worden, terroristen opgespoord en streng gestraft. Onvoorstelbaar, zomaar in onze eigen achtertuin. Er werd om het hardst geschreeuwd dat er fouten waren gemaakt, door alle instanties waarvan wij dachten dat ze er wat mee te maken hadden. Ministers moesten vragen beantwoorden, de grenzen moesten dicht!

Maar als de angst regeert, is er geen ruimte meer voor dialoog. En dan worden de grootste schreeuwers als we niet uitkijken het eerste gehoord. Maar hebben die dan de oplossing, of gaan die zoals gewoonlijk voor hun eigen gewin? Niet dat ik de oplossing heb, absoluut niet. Maar klakkeloos alle grenzen sluiten lijkt me geen goed idee. Tenslotte woonden de plegers van de aanslagen in Brussel in diezelfde gemeente. Al jaren.

Misschien is het dan nu eindelijk eens tijd om te gaan samenwerken. Gewoon over de eigen schaduw heen stappen en kijken wie wat het beste kan en hoe we de zaken het beste kunnen verdelen. Tenslotte hebben alle landen wel een eigen specialiteit. En er wordt vaak genoeg vergaderd. Het zou niet zo heel moeilijk hoeven zijn, toch? Of denk ik er, net als ik vroeger deed, toch weer veel te eenvoudig over. En stoppen we eerder met het kopen van wapens dan dat we over onze eigen schaduw stappen……

 

 

Manisch

Mijn schoonmoeder was manisch depressief. De diagnose werd pas heel laat gesteld. “Weemoedig”, noemde zij het zelf. En daar ging je niet mee naar de huisarts, dat liet je gewoon gebeuren. In de manische periodes was ze immers toch heel gelukkig. Als wij bij mijn schoonouders kwamen, en ma stond in de keuken uitbundig te zingen, riep mijn schoonvader altijd dat het heel goed ging. Wij knepen echter onze tenen bij elkaar en wachtten op de terugval.

Een manische periode was sowieso geen feest. Ik zie zo weer het stomverbaasde gezicht voor me van de standwerker die zijn nieuwste groente rasp stond te demonstreren. De wortelsliertjes die naast het apparaatje op een bord vielen, werden door mijn schoonmoeder gretig verslonden. “Ma!” ”Wat, dat vindt die man helemaal niet erg.” Nee, die man was veel te verbouwereerd om er wat van te zeggen.

Of die boer, waar mijn schoonmoeder toen ze bij een vriendin op de boerencamping logeerde, iedere morgen om half zes aan de koffie schoof. “Dat vindt die man goed hoor, anders zegt hij er wel iets van.” Waarschijnlijk koesterde de man een ieder jaar terugkerende campinggast en nam hij mijn schoonmoeder daarom maar voor lief. Als boerendochter hielp ze hem ook graag bij het verzorgen van de schapen. Ik weet niet of hij dat prettig vond, mijn schoonmoeder heeft het hem nooit gevraagd.

Ze bracht ook veel cadeaus voor ons mee. Spullen waar we niks mee konden maar die we, gezien de prijs op het kaartje, ook weer niet klakkeloos in de vuilbak wilden gooien. Het was een lastige spagaat. Ik, als schoondochter, kon helemaal niet veel goed doen. Ik wist het immers toch altijd beter. Nu was dat helemaal niet zo, maar in een dergelijke periode is iemand die nog wel nuchter kan nadenken altijd een bedreiging.

De manische perioden werden ook afgewisseld met intens verdrietige perioden. Weken waarin mijn schoonmoeder niet van de bank kwam. Haar huis, waar ze altijd zo trots op was, werd door haar verwaarloosd en ze kon het niet eens opbrengen om een maaltijd op tafel te zetten. De huisarts schreef medicijnen voor maar ook deze man werd afgesnauwd en niet geloofd. Wel zocht ze haar heil bij mooi pratende kwakzalvers. Mensen die haar beloofden van de pijn af te komen. Niet dat ze hadden onderzocht waar die pijn vandaan kwam, dat niet. Handenvol geld gaf zij hier aan uit, wanhopig op zoek naar een oplossing. Niet alleen zij ging ver, de prutser die haar beloofde via een antenne, gericht op haar huis, haar aardstralen te onderbreken, ging wat ons betreft ook veel te ver.

Later gingen de hyperactieve perioden over in agressie. Met schrik in het hart gingen wij bij haar op bezoek. Wat soms begon als een onschuldig gesprek, kon in een seconde omslaan in de meest heftige verwijten. Mijn schoonvader heeft in die periode heel wat naar zijn hoofd geslingerd gekregen. Wij ook, maar wij konden weer naar huis. Vrienden en kennissen begonnen weg te blijven, ook zij werden regelmatig afgesnauwd en verwenst. Een avondje gezellig keuvelen zat er niet meer in. Er hoefde maar iets te gebeuren en de sfeer werd direct dreigend.

Mijn schoonmoeder had niet in de gaten dat zij zelf door haar gedrag de mensen wegjoeg. Ze kon er ook niks aan doen, haar ziekte bracht het met zich mee, maar het was een vicieuze cirkel waarin ze was beland. Ze verweet de mensen dat ze niet meer kwamen en voelde zichzelf steeds meer het slachtoffer. Wij bleven komen, natuurlijk, en ondergingen met gebogen hoofd de toorn.

Eens werd het mijn man te veel. Hij zocht zijn moeder op in het ziekenhuis, waar ze op dat moment voor een longaandoening werd verpleegd, en kreeg in een volle zaal de meest vreselijke verwijten naar zijn hoofd. Hij heeft haar aangekeken en is weggelopen. Tot groot verdriet van hemzelf, maar hij kon er niet meer tegen. De schaamte over het gedrag van zijn moeder was te groot.

Uiteindelijk was het ook een longaandoening die mijn schoonmoeder fataal werd. We hebben gewaakt aan haar bed, tot haar hart stopte en haar de rust gaf waar ze zo wanhopig naar op zoek was. Het gezegde luidt “van de doden niks dan goeds”, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ook wij deze rust koesteren.

Eerste Hulp bij Ongelukken

Als gecertificeerd onhandige ben ik gespecialiseerd in kleine ongelukjes. Ik laat dingen vallen, stoot dingen om, het is geen kwestie van onwil, het gebeurt gewoon. Grote hilariteit in mijn familie dus toen ik aankondigde een EHBO-cursus te gaan volgen. “Jij…!? Ach die arme slachtoffers.” De meest vreselijke scenario’s werden me voorgespiegeld, van het per ongeluk op een gebroken been gaan staan tot “oeps, nu is zijn nek echt gebroken.” Ik hoorde het goedmoedig gelaten aan, tenslotte heb ik meer vertrouwen in mezelf dan mijn zusters dat hebben.

Met een clubje van 11 startten we die eerste dag met koffie. Na kennis gemaakt te hebben met de instructeurs kon de les zijn aanvang nemen. Een beetje onwennig stapten we het klaslokaal binnen. De cursus werd gegeven in het gebouw van een middelbare school dus we namen, sinds jaren weer, plaats op de ongemakkelijke stoeltjes.

Ik leerde het verschil tussen soorten verband. Hoe ik een mitella moest aanleggen en wat een brede das was. De Lotusslachtoffers leerden ons dat je een slachtoffer nooit uit het oog mocht verliezen. Dat werd direct bestraft met een volleerd uitgevoerde flauwte. Natuurgetrouw gleden de dames van de stoel op de grond. Daar stond je dan met je goed gedrag, even op weg om een verband te halen en hup, daar gingen ze. De les was natuurlijk dat jij je om het slachtoffer bekommert terwijl je iemand anders vraagt, of liever nog opdraagt, om de spullen te gaan halen.

Wat een respect voor die dames. Het was dat de grijnzende medecursisten ernaast stonden, anders zou je toch echt geloven dat ze ladderzat uit de kroeg kwamen gehobbeld. Steekwonden, brandwonden, botbreuken, hyperventilatie, het kwam allemaal voorbij. We legden slachtoffers in de stabiele zijhouding, controleerden ademhalingen en leerden hoe we de Heimlichgreep moesten uitvoeren. Met veel geduld leerden de instructeurs ons dat je een slachtoffer echt niet vanachter moet benaderen, omdat hij anders bij het omkijken zijn toch al geblesseerde nek weleens helemaal zou kunnen breken.

Gelukkig was er ook veel ruimte voor hilariteit. Als een ongeoefende cursist bij een medecursist een hoofdverband aanlegt, leidt dit tot komische situaties die in The Mummy helemaal niet zouden misstaan.

De avond van het examen was zenuwslopend. Ik moest zelfs nadenken over wat links en wat rechts was. Met het gelach van mijn zussen in mijn achterhoofd deed ik mijn uiterste best. En het zal niet met vlag en wimpel zijn geweest, maar ik was in ieder geval geslaagd.

Het was een leerzame cursus. Ik hoop het geleerde niet te veel te hoeven gebruiken. Ondanks dat ik nu in ieder geval geleerd heb wat ik moet doen. Maar wat ik vooral geleerd heb, is dat je niet direct moet gaan rennen maar eerst de situatie moet doorgronden. Vaststellen wat er daadwerkelijk aan de hand is en welke actie daar bij past. En dat kan ik in mijn dagelijks werk ook prima gebruiken.

 

Zaterdagboodschappen

Mijn schoonvader wordt wat slechter ter been. Dat is eigenlijk een eufemisme, de arme man heeft door zijn reumatische aandoening een behoorlijke vergroeiing aan zijn voeten. Hij heeft aangepaste schoenen, een brace en een paar weken geleden is er een teen geamputeerd omdat die zo vreselijk vergroeide dat hij er alleen maar last van had. Hij draagt het blijmoedig, het loopt toch wel weer wat beter. En hij is zijn humor ook niet verloren, getuige het feit dat hij zijn pedicure om korting heeft gevraagd. Tenslotte hoeft ze nog maar negen tenen te verzorgen.

Met zijn scootmobiel maakt hij de hele stad onveilig. Met het apparaat standaard ingesteld op haasje, alsof alle ouderen trouwens seniel zijn, haasje en schilpadje, maar dat terzijde, op haasje dus, scheurt hij bijna op twee wielen door de bocht. Hij haalt bij de traiteur zijn maaltijden en bij de slijter zijn borreltjes. Tot dusver geen enkel probleem. Het enige waar hij tegenaan loopt, sinds hij zijn rijbewijs semi-vrijwillig heeft ingeleverd, zijn de wekelijkse boodschappen. Want een mens leeft niet alleen van warme maaltijden en een glaasje. Dus heb ik me opgeworpen om hem te helpen. Eens in de twee weken rijden we samen een rondje, supermarkt, slager, waar hij maar heen wil. Ik pas me aan.

Gewapend met boodschappenlijstje betreden we de supermarkt. Ik duw het karretje en volg braaf mijn schoonvader. Zijn lijstje is op route opgesteld dus we hoeven de winkel maar één keer door. Daar kan ik nog wat van leren, ik moet nog wel eens terug naar het begin omdat ik weer eens een artikel over het hoofd heb gezien. Mijn schoonvader niet, hij heeft zijn lijstje en stapt doelbewust door de gangen. Zelfs hij kan zich ergeren aan de huisvrouwen die hun sociale leven ontlenen aan de supermarkt. Terwijl hij toch tijd genoeg heeft, zou je denken. Nee hoor, gedecideerd duwt hij karretjes opzij terwijl hij “mag ik er even bij” moppert.

Hij is ook nog van de oude stempel, pinnen doet hij niet. Hij wil graag overzicht houden over zijn uitgaven. Het is een logica die ik niet helemaal volg, maar goed. Hij is de baas. Nadat de bon is gecheckt en keurig opgeborgen in de beurs, zet ik de boodschappen in de auto. En rijden we terug naar huis.

De eerste keer maakte ik me al zorgen hoe ik al die boodschappen bij mijn schoonvader thuis kon krijgen. Natuurlijk, er is een lift, maar het is toch een paar keer lopen. Mijn schoonvader dirigeerde me echter naar de achteringang van het gebouw en het bleek dat ik de inventiviteit van de senioren schromelijk had onderschat. “Wacht maar even”, hij liep een berging in en kwam terug met een winkelwagentje. “Gekocht voor een euro”, grijnsde hij breed, “we gebruiken het allemaal hier in huis.” Alle boodschappen werden ingeladen en ik duwde blijmoedig achter hem aan naar de lift. Ideaal. Op mijn weg terug zette ik het karretje weer keurig terug op zijn plaats. Klaar voor de volgende keer.

 In de auto terug naar huis glimlach ik bijna de hele weg in mezelf. Natuurlijk, af en toe kan ik wel zuchten omdat de boodschappenrit me niet altijd uitkomt, maar uiteindelijk zou ik de humor ervan niet willen missen.

 

 

Vrijheid van meningsuiting

Vroeger was het geschreven woord voorbehouden aan “echte” schrijvers en journalisten. Een selecte groep mensen die ons voorzag van het dagelijkse nieuws en de boeken die we lazen. Ook de commentaren op artikelen werden door deze mensen verzorgd. Naast de inhoud werd ook aandacht besteed aan de vorm.

Met de komst van Social Media is er echter een hele nieuwe groep nieuwsbrengers opgestaan. Mensen die via hun Facebook- of Twitteraccount de hele wereld voorzien van commentaar. Geen enkel onderwerp wordt uit de weg gegaan.

Het is tegenwoordig dan ook verplicht om overal een mening over te hebben. Iedereen vindt iets van alles. Of het nu gaat over het vluchtelingenprobleem, de bezuinigingen in de zorg of de bonuscultuur bij de banken, mensen gaan volledig los in hun commentaren. En natuurlijk, iedereen heeft recht op zijn eigen mening, maar hoort daar dan ook bij dat je maar zonder gêne de meest kwetsende quotes op het internet gooit? Ik kan me verbazen over wat mensen elkaar toewensen. Hele creatieve verwensingen hoor, dat wel. Ziektes waar je nog nooit van gehoord hebt, ongemakken die je hoopt nooit te hoeven ondergaan.

En dit alles gesteld in een vorm van onze Nederlandse taal waar mijn leraar Nederlands op de middelbare school nog nooit van gehoord heeft. Ik weet niet of de goede man nog leeft, zo niet, dan draait hij zich zeker om in zijn graf.

Wat ook nieuw is, is dat mensen zich ook niet meer generen als ze voor televisie geïnterviewd worden. Met het meeste gemak worden politieke vraagstukken van commentaar voorzien. Houd iemand een microfoon onder zijn neus en hij loopt leeg. Burgemeesters, ministers, iedereen wordt bekritiseerd. Je hoort ook steeds dezelfde opmerkingen; “het vertrouwen is weg en dus moeten ze (nog net niet zullie) aftreden.” Mensen praten elkaar na zonder zichzelf af te vragen of ze voldoende feitenkennis hebben om dergelijke opmerkingen te maken.

Ik heb mezelf voorgenomen om me nooit te mengen in dat soort discussies. En al zeker niet op Facebook of Twitter. Mensen waarvan ik denk “bij jou wil ik niet horen” worden ook zonder pardon ‘ontvolgd’ of ‘ontvriend’. Ook hele mooie nieuwe woorden waar diezelfde leraar Nederlands nog nooit van heeft gehoord. Natuurlijk heb ik over sommige zaken wel een mening. En natuurlijk praat ik ook wel met mensen over bepaalde zaken. Maar er zijn ook genoeg onderwerpen waar ik niks of te weinig van weet. En dan ga ik echt niet iedereen vermoeien met kreten die nergens op slaan. Dat doen er al genoeg.

Veel mensen zijn van mening dat “tegenwoordig alles gezegd moet kunnen worden”. Maar je vraagt je toch serieus af, verwarren die mensen het begrip “vrijheid van meningsuiting” niet met “het, ongehinderd door enige vorm van intelligentie, je bek maar een douw geven”.

 

 

De digitale wereld van de mantelzorger

Als mantelzorger was ik al bekend met de fenomenen steunkousen en gebitten. Medicijnen worden geleverd aan de rol, de slager brengt eens per week de maaltijden en eenmaal per twee weken rij ik met mijn schoonvader naar de supermarkt om zijn voorraad koffie en biertjes aan te vullen. Dat gaat snel, zijn boodschappenlijstje maakt hij op looproute en hij is niet van het winkelen, hij koopt wat hij nodig heeft. Tot zover geen enkel probleem, het is een kleine moeite.

Lastiger wordt het als er weer een envelop is binnengevallen met lijsten die ingevuld moeten worden. En dat zijn er door het jaar heen toch stiekem best een aantal. Mijn schoonvader opent de envelop, ziet dat er wat ingevuld moet worden, en hangt aan de telefoon. “Zeg, ik heb een brief gekregen..” Ik weet wat er van me verwacht wordt, het liefst dezelfde dag nog even langskomen, de brief meenemen en zorgen voor een zorgvuldige en accurate afhandeling. Ik heb me verdiept in huursubsidies, eenmalige uitkeringen aan chronisch zieken, windschermen voor scootmobielen, noem het en ik weet bij welk loket ik moet zijn. Er zijn weinig instanties die niet hebben kennisgemaakt met mijn vasthoudendheid. Waarschijnlijk zijn er ook best wel mensen die hebben gedacht “mens, bel je nu al weer…” Ja, inderdaad, als mijn schoonvader er recht op had, moest hij het krijgen. Al was het alleen al omdat hij me anders blijft stalken.

Ieder jaar voorziet de belastingdienst alle Nederlanders van overzichten. Wat je moet betalen, welke toeslagen voor je gereserveerd staan. Keurige blauwe enveloppen vallen in de bus, soms meerdere tegelijk. Voor iedere mededeling een aparte brief, keurig gesteld. Ook die brieven worden netjes bewaard. Op jaar, in de map, bij de andere belastingzaken. Nog een geluk dat mijn schoonvader zo goed georganiseerd is, bij anderen moet je eerst het halve huis door om de benodigde bescheiden te verzamelen. Ik heb ooit jaaropgaven uit een nachtkastje moeten halen, geen idee waarom die juist daar bewaard werden, zo opwindend waren ze niet.

Eind vorig jaar kwam de belastingdienst ineens met een mededeling. Men ging afscheid nemen van de oude vertrouwde envelop. Reclamespotjes met een eenzaam wachtende hond op de deurmat moesten ons voorbereiden op een digitale belastingtoekomst. Tenslotte heeft iedereen tegenwoordig toegang tot het wereldwijde web. Hoewel, iedereen, er is toch nog een groot aantal mensen, wat meer op leeftijd, dat bij het woord muis alleen denkt aan het piepende beestje dat zo charmant met een stukje kaas gaat slepen. En niet aan dat kunststof blokje waarmee je een pijltje over een scherm laat manoeuvreren. En inderdaad, mijn schoonvader is er daar één van. “Hoe moet dat nou”, vroeg hij, “moet ik nu een computer kopen?” Gelukkig kon ik hem geruststellen, ik kan van afstand zijn gegevens opvragen. “En wat moet je dan hebben?” Hij kon zich er niet veel bij voorstellen, het feit dat ik via telebankieren zijn rekeningen kan inzien is al een wonderlijk gegeven, laat staan dat ik kan ophalen hoeveel toeslagen hij krijgt. Braaf heb ik alles gedownload en geprint. Na bestudering gingen de papieren in de administratiekoffer. Tenslotte wil mijn schoonvader wel graag compleet blijven. De werklast voor de belastingdienst is fors afgenomen, ik moet weer wat extra handelingen verrichten. Ach, begrijp me niet verkeerd, voor mijn schoonvader doe ik het met liefde. Ik vraag me alleen af of over sommige dingen wel wordt nagedacht.

Leuker kunnen wij het niet maken, en voor de mantelzorger ook niet makkelijker.

Hoi pap

De school waar jij zoveel jaren onderwijzer bent geweest, bestaat dit jaar 100 jaar. Wat is het leuk om te zien dat jij nog op zoveel oude foto’s staat en dat nog zoveel oud-leerlingen precies weten wie je was. En goede herinneringen aan je bewaren. Deze maand zou je 83 jaar oud zijn geworden. Zou, natuurlijk, want je bent uiteindelijk maar 66 geworden. Inmiddels al 17 jaar geleden. Wat heb je veel gemist. Wat is je veel bespaard gebleven, eigenlijk. De perikelen rond je jongste dochter, de medische problemen van mama, jouw vrouw, het overlijden van de man van je tweede dochter, haar aneurysma in Oostenrijk, tijdens de vakantie. Wat zou je in paniek zijn geweest.

Soms denk ik weleens, je hebt er zelf voor gekozen. Je had je dochters op de plaats van bestemming, althans, voor het moment. Alle vier een relatie, een huis, je hebt zelfs je twee kleinkinderen leren kennen. Ze kunnen je zich denk ik niet meer herinneren, zeker de jongste niet, die was pas een jaar toen je overleed, maar jij hebt ze gekend. Wat was je trots op die meisjes. De mooiste kleinkinderen van de hele wereld.

Ik heb het al eens eerder gezegd, ik heb je nooit goed gekend. Je was voor mij die conservatieve man die niet wilde begrijpen dat de wereld niet meer was zoals jij zou willen. Wat waren er veel thema’s die jij niet wilde en kon begrijpen. Je kon naar de televisie kijken en je verbazen over wat je daar voorgeschoteld kreeg. Ik denk dat je het niet durfde te zeggen, omdat je eigen vader het vroeger ook zei, maar dat je dacht “waar moet het heen met de wereld”. Moeilijke onderwerpen ging je ook uit de weg, je ontkende gewoon dat het bestond, klaar. Het enige onderwerp waarbij we elkaar konden vinden was het katholieke geloof. Jij omdat je een trouw volgeling van de kerk was, ik omdat ik het fascinerend vind hoe een club oude mannen wereldwijd zoveel macht kan hebben.

Na je dood las ik je dagboek, je “gedachtenboek”, je had in oktober al een gedicht voor kerstmis en voor de jaarwisseling geschreven. Een bijzondere jaarwisseling, aan de vooravond van een nieuwe eeuw. Alsof je aanvoelde dat je het zelf niet mee zou maken. Wat was je een diepgelovig mens, ik schrok ervan. Je vertrouwde volledig op jouw god en een gelukkiger leven in het hiernamaals. Iets wat mij niet gegeven is, daar ben ik veel te achterdochtig voor.

Je ging zonder iets te zeggen. Gelukkig is ook een ziekbed je bespaard gebleven. Je ging slapen en werd nooit meer wakker. Mensen zeggen, “wat hard, je hebt geen afscheid kunnen nemen.” Nee, dat klopt, maar we hebben je ook niet hoeven zien aftakelen. In onze herinnering ben je nog altijd “ons pap” en geen zieke oude man. En daar heb ik inmiddels vrede mee en ik denk je andere dochters ook. Natuurlijk hadden we je gegund dat je 100 jaar oud zou worden. Het heeft helaas niet zo mogen zijn.  

Ik mis je niet in mijn dagelijks leven, daar heb je eigenlijk nooit een groot deel van uitgemaakt. Maar soms zie ik je foto staan, je vertrouwde gezicht met dat scheve lachje, en dan voel ik heimwee.