Jarig

Gisteren werd mijn grote vriend Stef veertien. Veertien jaar oud. In hondenjaren is dat ongeveer de leeftijd waarop je als mens je kunstgebit ’s nachts in een glaasje legt in de badkamer, ruzie maakt met de afstandsbediening van de televisie en tegen iedereen vertelt dat vroeger alles beter was.

Vorige week moest de kleine man daarom voor zijn jaarlijkse APK naar de dierenarts. Deze keer niet even luisteren naar zijn hart, voelen aan zijn heupen en klaar. Nee, een uitgebreide check-up deze keer. Bloedonderzoek, hartecho, voelen, luisteren, kijken en een hele waslijst afvinken. Met als uiteindelijke vraag, is zijn gezondheid en conditie voor zover in orde.

En het antwoord is, jazeker.

Voor een hond van veertien is Stef verrassend fit. Zeker, de onderdelen beginnen hier en daar wat gebruikssporen te vertonen. Hij is doof. Stokdoof. Behalve wanneer er ergens een zakje hondenkoekjes wordt opengemaakt. Dan blijkt gehoor ineens een rekbaar begrip. Maar dat kan natuurlijk ook door zijn neus komen. Zijn reuk is nog uitstekend.

En hij heeft staar, waardoor hij de wereld waarschijnlijk bekijkt alsof er permanent een laagje vaseline op zijn bril zit. Zijn hart heeft medische begeleiding nodig en zijn heupen en knieën zijn door de artrose inmiddels ook niet meer van het type jonge god. Maandelijkse injecties houden hem op de been. Letterlijk.

Maar hij loopt. Hij eet. Hij snuffelt. Hij geniet. Hij speelt met Kaatje. Hij bemoeit zich met dingen die hem niets aangaan en bepaalt nog altijd zelf waar hij wel en vooral niet heen wil. En dat doet hij met verve.

Daar ben ik ongelooflijk dankbaar voor.

Want als je zo’n oude hond hebt, verandert er iets. Je telt niet meer vanzelfsprekend in jaren. Je bent blij met maanden. Met weken. Soms gewoon met een ochtend waarop hij al rekkend en strekkend van de bank stapt en denkt, oh, is het al dag, dan zullen er wel brokjes zijn.

Natuurlijk weet ik dat veertien heel oud is. Daar hoef je geen dierenarts voor te zijn. Zijn lijf verzamelt gebreken alsof het koopzegeltjes zijn en vroeg of laat is het boekje vol.

Maar voorlopig gelukkig nog niet.

Voorlopig schuifelt Stef door het leven met zijn gammele knieën, zijn matige zicht, zijn slechte gehoor en zijn gereviseerde hart. Een soort klassieke auto waarvan het dashboard permanent drie waarschuwingslampjes laat branden, maar die iedere ochtend toch gewoon weer start. Zo’n oude diesel die even moet schudden voor hij wil gaan lopen.

Dus kreeg hij gisteren zijn veertien kaarsjes. Niet letterlijk natuurlijk. Ook zijn ingewanden zijn al oud. Je moet het noodlot ook niet tarten.

Een nieuw jaar

Een nieuw jaar. Wat gaan we allemaal meemaken. In ieder geval is mijn huis verkocht en eind januari komen er andere mensen in wonen. Dat is een heel raar idee. Toch wel. Vooral ook omdat ik altijd gedacht had dat ik dat huis samen met mijn maatje zou verkopen. Wat zouden de nieuwe mensen ervan gaan maken? Ze gaan flink verbouwen, heb ik begrepen. Dat vind ik niet erg. Dat zou ik zelf ook doen. Sommige mensen hebben daar problemen mee, ‘mijn mooie badkamer, mijn mooie keuken.’ Maar ja, je hebt het verkocht en dus moet je er afstand van doen.

Maar dit jaar gaan we ook verhuizen naar ons nieuwe huis. Helemaal ingericht naar onze eigen wensen waar we hopelijk nog lang plezier van mogen hebben. Helemaal omdat ik in de voorbereidingen al een paar keer ‘op karakter’ dingen heb gesjouwd die eigenlijk net iets te zwaar voor me waren. Althans, dat heeft mijn rug me laten weten. ‘Niks gewend hè,’ zou mijn maatje zeggen.

Maar voor het zover is, gaat er nog iets veel spannenders gebeuren. Op 27 februari komt mijn eerste boek uit. Mijn eerste eigen boek. Het was heel gaaf om mee te mogen werken aan verhalenbundels maar hoe tof is het om een eigen boek uit te mogen brengen. En wat gaan andere mensen ervan vinden. Dan moet ik het loslaten, oei. Toch kan ik bijna niet wachten.

Natuurlijk zijn er voor volgend jaar ook onzekerheden. Hoe gaat het met Stef, mijn allergrootste vriend. Mag hij dit jaar veertien kaarsjes uitblazen. Ik hoop het met heel mijn hart. Maar laten we daar nog maar niet te veel bij stilstaan. Voorlopig ligt de kleine stinkerd nog heel tevreden te snurken op de bank.

Het jaar 2025 was weer een bewogen jaar. Met veel verstrekkende beslissingen. Maar het voelt goed. Ik heb vertrouwen in 2026. We gaan er iets moois van maken.

Het verhaal van Stef

Heerlijk, weer een weekendje schrijven. Op een prachtige locatie vlakbij Zwolle. Samen met een groep mensen die het schrijven van verhalen ook omarmen. Maar wel allemaal hun eigen verhaal hebben. En hun eigen drijfveren om dat verhaal aan het papier toe te vertrouwen. Natuurlijk onder begeleiding van Heleen en mijn naamgenoot Machteld, beiden docent bij de Online Schrijfschool. De workshops die zij verzorgen, geven je iedere keer weer nieuwe inzichten.

Het verhaal dat ik wil gaan schrijven, heeft te maken met wat ik de afgelopen jaren heb meegemaakt. Maar ik ga het niet zelf vertellen. Want wie kan dat verhaal nu beter vertellen dan degene die er van het begin af aan bij was. Die in eerste instantie helemaal niet begreep wat er gebeurd was. Maar die wel aanvoelde dat er iets heel naars was gebeurd. En toen hij mee ging om afscheid te nemen van zijn baasje, begreep hij ineens heel goed wat er aan de hand was. Mijn trouwe vriend Stef, hij heeft ook veel meegemaakt, de afgelopen tijd. Eerst was hij ineens alleen met mij. Daarna kwam er een klein hondenmeisje in ons huis wonen. Toen moest hij zijn plaatsje ook nog eens delen met een andere man, een vriendje. En nu, nu wonen we zelfs in het huis van het vriendje. Arme man, het moet af en toe ook wel overweldigend voor hem zijn. Voeg dat samen met zijn leeftijd en de lichamelijke ongemakken die dat met zich meebrengt en je kunt je voorstellen dat ik zielsveel van die hond hou. En hem koester. Dus krijgt hij als verteller een hoofdrol in mijn nieuwe verhaal.

Ik besef dat dat een uitdaging vormt. Maar ik heb er ook alle vertrouwen in dat ik met hulp van de schrijfcoaches een hele mooie vorm daarvoor kan vinden. Ook het opschrijven van het verhaal zal de nodige tranen opleveren. Dat geeft niet, als Stef het vertelt, kan ik daar ook mijn verbazing en onbegrip in kwijt. Want Stef heeft een eenvoudige ziel, hij beschrijft het leven zoals het is. In al zijn rauwe facetten.

Kaatje en de kippen

In het huis waar ze nu wonen, wonen ook kippen. Die hebben achter in de tuin hun kooi. Eerst waren het er vier maar nu zijn er nog maar drie. Ze maken best veel lawaai. ‘Er wordt weer een ei gelegd,’ lacht het vriendje van het vrouwtje dan. Hij vindt het prima, hij krijgt af een toe ook een eitje en dat is lekker. Verder interesseren de kippen hem niet veel. Gekke beesten. Ze lopen alleen maar heen en weer en pikken in de grond.

Voor Kaatje is dat anders. Het lijkt wel of ze de kippen wil hypnotiseren. Als ze door het buitenhok lopen, sjeest ze naar buiten alsof ze ze weg wil jagen. Het grind spat dan alle kanten uit. In het begin schrokken ze er van en gingen snel naar binnen. Maar nu kijken ze alleen maar naar Kaatje. En soms kijken ze zelfs niet eens meer. Het schiet echt niet erg op, al dat gedoe van haar. Soms krijgt ze ook enorm op haar kop als ze weer ze tekeer gaat. Laatst had ze zelfs al weer het hondendeurtje kapot gemaakt, zo hard als ze naar de kippen liep. Ze sprong bijna van een meter afstand door het luikje. Tja, daar kan het niet tegen. Moest er weer een nieuw deurtje in.

‘Kaatje heeft nu echt al vier deurtjes kapot gemaakt,’ zuchtte het vrouwtje, ‘in ons nieuwe huis nemen we een deurtje dat voor grote honden bestemd is. Misschien dat dat beter houdt.’

Natuurlijk liep Kaatje weer vreselijk in de weg bij het monteren van het nieuwe deurtje. Dus werd ze aan haar nekvel gepakt en vastgemaakt. Dat wil je toch niet, zo bungelend met je voeten van de vloer. En dan aan een riempje vast. Alleen maar om naar beesten te rennen die je toch negeren. Nee, mooi dat hij gewoon afstand houdt. Hij blijft wel lekker op het kussen liggen. Of op de bank. Die eitjes krijgt hij vanzelf wel.

Helemaal klaar er mee

Soms kun je toch wel een keer helemaal klaar zijn met een hondje. Dit is die keer. Kaatje is echt weer op strafkamp en wordt volledig en vakkundig genegeerd. Geen aai, geen knuffel, niet op schoot. Alleen maar een bakje met eten en verder niks. We gaan het weer eens een tijdje volhouden. Ze was de laatste tijd toch alweer baldadig, Stef verhaalde er niet voor niks over, maar de afgelopen dagen spanden toch wel weer de kroon.

Tijdens ons weekend in Valkenburg had ik er steeds over lopen denken. Ik wil eigenlijk graag een koekoeksklok. Zomaar, voor de grap. Niet voor in de woonkamer, dat niet, maar op de slaapkamer kan hij prima hangen. Ik doe het wel, ik doe het niet. Uiteindelijk deed ik het wel. Ik kreeg een nieuw exemplaar, netjes in de doos, en was er heel blij mee. Thuis pakte ik hem uit en legde de klok en de losse onderdelen op tafel. De gebruiksaanwijzing erbij, ik zou hem morgen op mijn gemak in elkaar zetten. Ik wist ook al waar hij moest komen te hangen. Maar eerst gingen we nog even ergens wat eten om het weekend af te sluiten. Gezellig. En dat was het ook. Thuis schonk ik voor ons nog wat te drinken in en ging zitten. Stef sprong gelijk op schoot. Die was blij dat we weer thuis waren. In mijn ooghoek zag ik iets vreemds liggen op de grond. Dus, Stef van schoot en ik naar het vreemde ding. Het was de klepel van mijn koekoeksklok, in tweeën gevreten. De slinger lag er half afgeknaagd naast. En een klein zwart hondje probeerde zich nog kleiner te maken. Ze wist heel goed wat er fout was gegaan dus het werd enkele reis strafkamp.

Dat ze zich daar niet al te veel van aantrok, bleek de dag erna. Mijn vriendje kwam even kijken hoe het ging met de hondjes. Nou, heel goed. Buiten stonden een paar nieuwe plantjes die nog de tuin in moesten. En Kaatje had die, ook heel vakkundig, uit de potjes gesloopt. Het zand lag overal in de woonkamer en op het terras verspreid. De stokjes waar de foto’s en handleiding aan zaten waren niet meer te vinden. Waarschijnlijk volledig vermorzeld door dat sterke gebit.

Dus nu ben ik wel even klaar met dat kleine zwarte hondje. En dat begrijpt ze heel goed. Ze is heel braaf en houdt zich heel bescheiden op de achtergrond. Ik ben alleen benieuwd hoelang dat gaat duren. Kaatje kennende, tot ze een kans ziet om weer wat rottigheid uit te halen. Klein secreet, ik hou ervan.

Baldadig

Kaatje is weer heel baldadig de laatste tijd. Soms is het vrouwtje echt een beetje boos. Hij ziet het wel maar Kaatje is echt toch wel voortaan veel sneller dan hij. Dus hij kan het niet voorkomen. Hij heeft ook maar niet gezegd dat Kaatje achter de hortensia’s een heel groot gat heeft gegraven. Oké, hij dacht zelf ook wel dat er woelratten zaten maar dit is toch wel een beetje overdreven. En dat het vrouwtje niet snapte waarom er zoveel zandvegen op de pas gedweilde vloer zaten, ja, dat kon hij wel verklaren. Stout meisje.

Ze plaagt hem ook steeds. Dan houdt ze het kauwbot voor zijn neus en als hij het dan wil pakken, dan springt ze er gauw mee weg. Meestal doet hij wel even mee. Als hij dat niet doet, komt ze toch steeds weer dat bot in zijn gezicht duwen. Totdat hij het echt beu is. Maar dan moet hij wel echt even grommen hoor, ze is niet meer zo heel snel onder de indruk.

Gelukkig mag hij steeds vaker alleen mee om een rondje te lopen. Dan gaat het vrouwtje eerst met Kaatje en als ze dan terug zijn, dan mag hij mee. Dat is fijn. Kaatje heeft het altijd heel druk met achter alles aan lopen. Zelfs een mier vindt ze interessant. Als hij alleen meegaat, mag hij het grootste gedeelte van het rondje loslopen. Dan kan hij lekker overal aan snuffelen en gewoon in zijn eigen tempo lopen. Kaatje loopt altijd zo ongeduldig vooruit. Het vrouwtje zegt dat hij dat zelf vroeger ook deed. En dat ze daarom goede hoop heeft dat Kaatje ook nog een keer wat rustiger wordt. Nou, hij kan het zichzelf niet meer herinneren hoor. Volgens hem luisterde hij altijd een stuk beter. Oké, hij heeft wel eens achter eenden aangezeten en zo. Maar dat was op de camping, daar hoefde hij sowieso niet aan de lijn. Niet dat iedereen het daar altijd mee eens was maar daar hadden het baasje en het vrouwtje geen boodschap aan. En Kaatje moet bijna altijd aan de lijn omdat ze anders overal heen loopt. Dan is hij toch een stuk braver. Of vergist hij zich nou.

Nou ja, hij wacht het maar af. Soms kruipt ze lekker tegen hem aan op de bank en gaan ze samen tukken. En dan is haar stoutigheid zo weer vergeten.

Kaatje onder het mes

Ach die Kaatje, is ze eindelijk een groot meisje geworden, moet ze onder het mes om daar weer een eind aan te maken. Want tja, ik wil echt geen puppy’s dus waarom zouden we het risico lopen. En een loopse Kaatje was ook niet echt een feest dus maakte ik een afspraak bij de dierenarts. Afgelopen dinsdag was het zover, Kaatje werd gesteriliseerd.

Mijn ervaringen met de dierenartsenpraktijk waar ik al veel jaren kom, zijn erg goed. Ik werd ook weer uitgebreid voorgelicht over wat ik wel en wat ik niet moest doen. Het begon er natuurlijk al mee dat Kaatje nuchter moest komen. Arm meisje, ze heeft ’s morgens een scheurende honger. Net als Stef. Ik had wel bedacht dat ik dan Stef ook pas eten zou geven als ik Kaatje had weggebracht. Anders was het wel heel erg zielig. Stef en Kaatje vonden zichzelf sowieso heel zielig. Want wie had er nou bedacht dat ze geen eten kregen. Dat was toch gewoon mishandeling. Stef stond me verwijtend aan te kijken en Kaatje bleef maar bij het kastje staan waar de bak met brokjes staat.

Bij de dierenarts ging ze braaf op de weegschaal. En daarna vrolijk springend met de assistente mee. Kaatje vindt alles een avontuur dus ze keek niet eens om. Wat heerlijk als je je zo onbevangen overal in stort. Daar stonden we dan, met ons goede gedrag. ‘We bellen tussen twaalf en één, behalve als er iets is, dan bellen we eerder.’ Toch spannend.

Thuis kreeg Stef eindelijk zijn brokken. Hij viel eropaan alsof hij al weken niks te eten had gehad, de aansteller. Daarna kwam het besef dat Kaatje niet mee terug was gekomen. Hé, dat was een beetje raar. Maar goed, het is ook wel lekker om alleen de aandacht te krijgen van het vrouwtje. En dus stiefelde hij vrolijk mee naar boven toen ik daar ging werken. Heerlijk op het kussen, zonder dat je plekje wordt ingepikt als je even bent wezen plassen.

Gelukkig (en ik wilde bijna zeggen natuurlijk) ging het allemaal goed met Kaatje en om twee uur konden we haar weer halen. Heel hip gekleed in een mooi rompertje. En toch nog een beetje wazig van de narcose. Die avond lag ze voornamelijk te slapen. Wat een rustig beestje.

Dat was de dag erna alweer over. Kaatje was er weer. ‘Rustig, rustig.’ Je kunt het beter tegen de stoelpoot zeggen, die luistert beter. Maar het ziet er allemaal mooi uit en Kaatje vindt het prima om het rompertje te dragen. Ze moppert niet en probeert er ook niet aan te trekken. Ach, en ze hoeft het maar anderhalve week aan, dat is niet zo heel lang toch. Ik heb goede hoop dat het ding het redt, tot aan de controle.

Toch ben ik wel trots op mijn kleine meisje. Ze ondergaat het toch allemaal maar en ze moppert nooit. Wat dat betreft is het een echt Staffordje.

Met de deur in huis vallen

Mijn grote vriend Stef is niet het toonbeeld van subtiliteit. Nooit geweest ook. In wezen is hij eigenlijk een beetje lomp. Heel lief, maar lomp. Hij bezorgt je in een handomdraai een blauwe plek waar je u tegen zegt. Toen Kaatje dus bij mij kwam wonen, had ik niet het idee dat ik nog een grotere sloper in huis zou halen. Bovendien, Kaatje is een meisje, die zal toch wel een beetje subtieler zijn.

Ha, dat had ik gedacht. Stef heeft in zijn tijd echt wel dingen kapot gemaakt. Het dure outdoor hondenkussen dat we hadden gekocht, was in een middag veranderd in een hoopje vodden. Het leek wel of er een grote sneeuwbui door de huiskamer was getrokken. Stef zat er trots bij te kijken. ‘Heb ik gedaan!’ Maar Kaatje, nee, die spant echt de kroon. De hondenmand laat ze met rust. Maar dat is denk ik meer omdat het Stef zijn domein is. Voor de rest heeft ze helemaal nergens ontzag voor.

Het kind is ook nergens bang voor. Ze stort zich met volle overgave in alle avonturen die op haar pad komen. En als ze denkt dat die avonturen misschien wel buiten plaatsvinden, dan rent ze met volle vaart door het hondenluik. Remmen? Nooit van gehoord!

Op een gegeven moment zat er zelfs een scheurtje in het kunststof. Ach, dacht ik, het is ook al niet zo nieuw meer. Ik koop tegen de winter wel een nieuw exemplaar. Inmiddels ben ik daar maar van afgestapt. De winter gaat het deurtje niet halen. Het hangt aan elkaar van duct-tape en de afsluitrand aan de buitenkant is zelfs al helemaal afgebroken. Dat heeft Stef in zijn elfjarige leven nog niet voor elkaar gekregen.

En wat nog erger is, Kaatje is amper te straffen. Als ze stout is geweest, en dat weet ze heel goed, loopt ze zelf al vast naar de bench. ‘Want daar zal ik dan toch wel weer in moeten.’ Dat is dan ook zo, maar twee minuten later hoor ik haar dan heel tevreden snurken. En als ze er uit mag, kijkt ze vol verwachting uit naar nieuwe avonturen. Het enige dat helpt, dat vindt ze echt heel erg, is negeren. Want ja, het is wel een vrouw natuurlijk, en die worden niet graag over het hoofd gezien.

Het zal heus wel goedkomen, ze is een puber en haar hormonen zitten ook in de weg. Maar soms kijken Stef en ik elkaar aan en dan denken we: ‘wat hebben we toch in huis gehaald.’

Killer Kaatje

Soms houdt hij toch wel zijn hart vast hoor. Dan is Kaatje echt heel stout. Laatst had ze zelfs toen het vrouwtje niet thuis was de plant op de standaard ondersteboven getrokken. Met standaard en al. Ze kan al best hoog springen. Maar ja, je zal maar lekker uit eten zijn geweest en dan bij thuiskomst gelijk aan het ruimen kunnen. Hij zou het zelf ook niet leuk vinden. Gelukkig staat de plant nu heel hoog en stevig, ze kan er nu echt niet meer bij. Maar sjongejonge, je moet er wel echt rekening mee houden hoor. En het vrouwtje geeft haar niet eens op haar kop als ze dingen doet als het vrouwtje niet thuis is. Hij weet niet of hij zelf ook zoveel geduld zou hebben.

Hij moppert in ieder geval wel op haar als het nodig is. Pas geleden heeft ze er voor gezorgd dat de hondendeur kapot is gegaan. Hij wilde naar binnen gaan maar Kaatje dacht dat ze nog wel even eerst kon. Toen zaten ze samen klem en bij het loswringen is het hele deurtje gescheurd. En wat nog erger was, zijn pootje had zo lelijk vast gezeten dat hij nog een paar dagen mank heeft gelopen. En dat is niet zo erg maar dan is het vrouwtje zo voorzichtig met hem. Dan mag hij niet ver lopen en eigenlijk niet springen. Ze zouden eigenlijk op zondag met Rakker gaan wandelen langs het water maar zelf dat had ze afgezegd. Lekker dan, en allemaal Kaatjes schuld.

Niet dat ze zich er iets van aantrok, wel nee. Ze gaat gewoon door met lawaai maken en boven op hem zitten. Ach, eigenlijk is het ook wel grappig hoor, als ze zo stout is. Stiekem moet hij dan wel een beetje lachen. Dan roept het vrouwtje haar en dan doet ze net of ze komt. En als ze er dan bijna is, schiet ze weg en gaat ze in de tuin onder de hortensia’s zitten. Er daar kan het vrouwtje niet bij. Hij ziet wel dat het vrouwtje dan moeite heeft haar lachen in te houden. En dan krijgt Kaatje toch wel straf, dan moet ze in de bench. Niet dat ze dan onder de indruk is maar ze vindt het wel lastig. Want dan kan ze niet verder spelen.

Het is wel een heel ander leven hoor, dat het vrouwtje en hij nu hebben. Die kleine praatjesmaker zorgt wel voor avonturen iedere dag. Killer Kaatje, noemt het vrouwtje haar, omdat ze steeds armen en benen van haar knuffels aftrekt. Tja, zo zijn de meeste seriemoordenaars begonnen. Hij is benieuwd wat ze morgen weer verzint.