Undercover

schietbaan

Mijn maatje en ik zijn jarenlang lid geweest van een schietvereniging. Wij waren serieus bezig met de sport, mijn maatje iets fanatieker dan ik. Eerlijkheid gebiedt me ook te zeggen dat hij beter was dan ik. Ik was een middelmatig schutter, vond het prima als ik een keer ‘de tien raakte’ en vond het verder vooral leuk om te doen. Mijn maatje ging niet voor een enkele tien, hij wilde uitblinken in iedere discipline. We hadden veel plezier, ook na de schietbeurten. We schoten wedstrijden, hadden zelfs een uitwisselingsverband met verenigingen in Engeland en Oostenrijk. Dierbare herinneringen.

Op een gegeven moment werden de regels voor ons te streng. Het aantal verplichte schietbeurten per jaar werd vastgesteld, iedereen werd geacht eens in de zoveel tijd baancommandant te zijn en toezicht te houden op de veiligheid. We begrepen het heel goed maar het was niet meer op te brengen. Dus stopten we. In het begin hielden we regelmatig contact. Zeker met de schutters die we in Oostenrijk hadden ontmoet. Later werd dat wat minder. We hielden wel contact maar niet meer regelmatig.

Soms zit ik ’s avonds een beetje rond te kijken op de nieuwssites, kijken wat zij te vermelden hebben. Zo ook afgelopen week. Beetje scrollen op Brabant Nieuws. Tot ik ineens rechtop ging zitten. “Alberto Stegeman legt misstanden bij schietvereniging bloot”. Sommige onderwerpen triggeren toch meer dan andere. Dus ik opende het artikel. En het bleek te gaan over de vereniging die ik zo goed kende. Of althans, dacht dat ik zo goed kende. Want de opmerkingen uit de video kwamen mij niet bekend voor. Zou er zoveel veranderd zijn in de jaren dat wij daar niet meer komen?

Natuurlijk, een aantal zaken herken ik wel. Destijds was het ook zo dat sommige leden van het bestuur vonden dat ze meer waren dan een ander. De deur van de bestuurskamer was altijd zorgvuldig gesloten. De simpele leden hadden niks te maken met wat daarachter werd besproken. Er was op een gegeven moment zelfs sprake van een heuse machtsstrijd. De toenmalige voorzitter werd aan de kant gezet. Hij werd vervangen door een man die zichzelf zo belangrijk vond dat hij het liefst de naam van het schietsportcentrum had vervangen door die van hem. Ik moest er altijd zo om lachen. Een man van in de 60 met zwart geverfd haar, ach wat sneu. Hij schreef met een gouden pen de schietbeurten in zijn boekje maar ik zag hem vrijwel nooit op de baan.

Er wordt gezegd dat de veiligheidsmaatregelen niet kloppen. Of zelfs niet goed worden nageleefd. Maar in de tijd dat wij er schoten, was er een grote sociale controle. Als iemand zich vergiste, werd hij daar vriendelijk op attent gemaakt. Zo zorgden we er samen voor dat het veilig was. Ik kan mij echt geen incidenten herinneren. Ik ben er al lang niet meer geweest, ik kan me niet voorstellen dat het zo veranderd is.

Dus zaten mijn maatje en ik klaar voor de televisie. Undercover in Nederland, een programma waar we eigenlijk nooit naar kijken. Het was bekend terrein, wat daar in beeld werd gebracht. Maar we kregen wel allebei een beetje het gevoel alsof hier iemand onderuit werd gehaald. Zeker, wat er werd aangekaart was niet goed. Maar we zagen meer naïviteit dan iets anders. Mensen die te goeder trouw anderen wilden laten zien hoe mooi de schietsport is. Die er niet bij stil stonden dat een vuurwapen voor een sportschutter heel iets anders is dan voor iemand die hier nooit mee in aanraking komt. Voor veel schutters voelt het wapen net als een tennisracket voor een tennisser. Daar kun je wat van vinden en het is daarom heel belangrijk dat veiligheidsvoorschriften worden nageleefd, maar in dit programma lag de nadruk wel erg op het wijzen op fouten. En het veroordelen van goedwillende amateurs. Jammer.

 

 

Supermarktactie

boodschappen

Ken je dat, dat je in de supermarkt bij de kassa staat tijdens een actieperiode. Achter je staan geïrriteerde moeders met hun kroost. Zij komen niet vaak in deze supermarkt maar ja, die actie hè. Plaatjes, figuurtjes, korting voor een pretpark. Om van de jengelde kinderen af te komen zijn ze toch maar gezwicht. Normaal gesproken gaan ze ook altijd alleen. Dat is een stuk efficiënter en je hoeft niet iedere keuze te verantwoorden. Of terug te leggen, als het niet je eigen keuze was. Scheelt ook een stuk aan de kassa. “Nee, we nemen geen extra zakken chips alleen omdat ze in de aanbieding zijn, leg terug.” Het is te hopen dat die actieperiode niet te lang duurt. Helaas verzinnen supermarkten om de beurt een nieuwe actie, je zou er bijna online voor gaan bestellen.

De kinderen zijn het inmiddels ook wel beu. Zij wilden alleen mee om er zeker van te zijn dat hun moeder toch echt wel naar die supermarkt gaat. Het doet er niet toe welke kaartjes ze meebrengt, ruilen doen ze wel met hun vriendjes op school. Ze zijn de hele winkel mee doorgelopen, al zuchtend. Zich ergerend aan al die mensen die zich door de gangpaden worstelen met hun karretjes. Volwassenen zijn vaak zo vervelend. Ze hebben een boodschappenlijstje maar moeten toch alles nog bekijken. Wikken en wegen, zullen we dit of zullen we dat. Neem een besluit zeg.

En die hele verzameling staat dan achter mij in de rij voor de kassa. Natuurlijk altijd ook nog in de verkeerde rij. Met mensen die artikelen hebben waarvan de streepjescode niet werkt. Of die per ongeluk zijn vergeten de tomaten af te wegen. Je voelt de irritatie achter je toenemen. Van verveling gaan ze duwen tegen het karretje. Net of het dan wat sneller gaat. Natuurlijk wordt er wel goed gevolgd wie de actiezegels aanneemt en wie niet. Want je kunt altijd vragen of ze ze niet af willen geven. Ik voel de wieltjes van het karretje tegen mijn hielen duwen en kijk verstoord om. Niet dat dat helpt, het joch achter me heeft het te druk met het in de gaten houden van de kassière.

Waarom kan zo’n supermarkt niet gewoon korting geven. Daar hebben we allemaal wat aan. Als ik mijn boodschappen heb afgerekend, vraagt het meisje achter de kassa vriendelijk of ik de actiezegels spaar. Ik voel de verwachtingsvolle ogen van het joch achter me in mijn rug en zeg vals “nee dank u, die spaar ik niet.”

 

 

 

 

Wintertijd

zomertijd

Wat gaat zo’n zomer toch snel voorbij. Voor je kunt knipperen met je ogen wordt de wintertijd alweer ingesteld. Het wordt weer de tijd om je een mol te voelen. ’s Ochtends in het donker gaan werken en ’s middags in het donker weer naar huis. Zelfs Stef vindt het niet nodig om veel naar buiten te gaan, hij ligt het liefste de hele dag op de bank te tukken. Natuurlijk mag dat niet van ons, hij moet netjes mee een rondje maken. Ook de behendigheidsclub wordt nog bezocht, het is nog geen december dus nog geen winterstop. Bovendien houdt hij van lekker eten en daar staat beweging tegenover. De dierenarts was tevreden, dat willen we wel graag zo houden.

De discussie over de zomertijd is weer een jaartje in de kast gegaan. Ik volg het zijdelings, als simpele kiezer kunnen we er toch niks aan veranderen. Als je het aan mij vraagt, zou ik het liefst de zomertijd houden. Maar daar schijnen ook weer nadelen aan te kleven. Ik snap er weinig van. Ik weet dat er mensen zijn die van slag zijn als we de klok verzetten. Dat kan ik me voorstellen maar ik heb er zelf gelukkig geen last van. Ik heb nog altijd last van slaappopsyndroom. Als ik ga liggen, gaan automatisch mijn ogen dicht. Maar waarom we dan die zomertijd niet kunnen houden, begrijp ik niet. Tenslotte is het toch maar iets dat we hebben afgesproken. Als we dan de tijd niet meer verzetten, hoeven mensen er ook niet meer aan te wennen.

Ach, de herfst. Zoals ieder jaar neem ik me weer voor om nu eindelijk eens werk te maken van de herfstaankleding van ons huis. En waarschijnlijk wordt het ook dit jaar weer niks. Mijn handigheid bestaat normaal gesproken echt alleen uit het aanschaffen van een herfststuk bij de plaatselijke bloemist. Maar goed, ook dat staat leuk op de tuintafel. Op een gegeven moment wordt het zelfs een droogboeket, dat kan de pret niet drukken.

Ik probeer ieder jaar weer de geneugten van de kou en korte dagen te bedenken. Gezelligheid, knus samen zijn. Het is ook niet verkeerd, ik kan echt wel genieten van een dagje in pyjama en dikke sokken op de bank, lekker Netflix kijken. En ik vind het heus wel lekker dat het nu weer tijd wordt voor dat glaasje port. Ach, zo probeer ik een lichtpuntje te zien in het feit dat het toch onvermijdelijk weer winter wordt. Ik ben niet iemand die het hele jaar uitkijkt naar Kerst. Geef mij maar zomer, ik kan niet wachten tot de klok weer vooruit wordt gezet.

 

Kapsalon

hair-salon-529917_1920

Op televisie zie ik vaak de meest moderne stylisten voorbijkomen. De nieuwste modetrends passeren de revue. Ik kijk ernaar met gepaste reserve. Ik ben niet zo’n modern mens. De tijd van de bloemetjesjurk met het touwtje om het middel is gelukkig al heel wat jaren voorbij maar om nu iedere keer mijn hele kast leeg te ruimen voor kleding die net iets anders is dan die van vorig jaar, nee, dat gaat me echt te ver.

Zo ben ik ook niet van de kunstmatige hulpmiddelen. Voor mij geen acryl nagels of hair-extensions. Voor die nagels ben ik te onhandig. Ik zou mezelf en iedereen die in mijn buurt komt openkrabben en om de haverklap weer in de nagelstudio zitten om een afgebroken exemplaar bij te laten werken. Het lijkt me echt vreselijk onhandig. En extensions, nee dank je wel, dan moet je ’s morgens echt een half uur eerder opstaan om de recalcitrante pruik in het gareel te brengen. Poeh, niks voor mij.

Natuurlijk ga ik wel naar de kapper. Ik ben al vanaf mijn dertigste levensjaar zo grijs als een duif. En dat trek ik niet. Het maakt je oud. En gelukkig zijn er betrekkelijk eenvoudige middelen om dat te camoufleren. Eens in de vijf tot zes weken verft de kapster waar ik al jaren kom mijn haren zorgvuldig in de door mij gewenste kleur.

De laatste jaren ben ik hier redelijk terughoudend in. Mijn maatje heeft op dat gebied wel rust gekregen. In het begin had ik iedere maand een andere kleur haar. En dat varieerde dan echt van zwart met een paarse gloed tot wit met een platina vleug. De kapster had er plezier in. “Wat vond hij ervan?” was steevast de vraag als ik weer in de stoel ging zitten. Meestal moest hij er wel om lachen. Het is maar één keer voorgekomen dat hij me heeft gevraagd of ik alsjeblieft een andere kleur wilde nemen. “Je haar is echt gewoon paars!” Ach, het duurde maar een week, de zaterdag er na was het weer ‘gewoon bruin’.

Ik kom er graag, bij mijn kapster. Ook zij is niet modern. Het is een kleine salon waar je wordt ontvangen alsof je een vriendin bent. Waar je koffie krijgt, en tussen de middag kibbeling of andere hapjes. Waar klanten zelfgemaakte boerengerechten achter laten die zij dan weer met gulle hand deelt met haar klanten. Waar je altijd terecht kunt en als je het niet breed hebt, maar wel naar een feest moet, dan betaal je gewoon wat minder. Want je moet wel op je mooist zijn als je wat te vieren hebt. Ik kan dat zo in haar waarderen.

Vroeger had ik een hekel aan “naar de kapper gaan”, ik vond de geur van verf stinken en het duurde me allemaal te lang. Nu kijk ik er naar uit. Heerlijk om niet modern te hoeven zijn.

 

 

 

Boeren

pitch-fork-3068529_1280

Je kunt geen nieuwssite aanklikken tegenwoordig of je ziet hoe slecht de boeren in Nederland zorgen voor hun veestapel en hun gewassen. Sterker nog, alle problemen met het milieu zijn echt hun schuld. Kijk maar hoe ze met al die trekkers de wegen blokkeren. Wat denken ze nu, dat een file geen uitlaatgas veroorzaakt?

Maar de meeste mensen tegenwoordig weten niet eens meer waar hun eten vandaan komt. Een tomatenplant? Hoezo, tomaten koop je toch in een plastic bakje bij de supermarkt? Komkommers, groeien die aan een plant? Als kinderen tegenwoordig koeien tekenen op school, is er altijd wel één die de kleur lila gebruikt. Lang leve de Milka chocolade. We eten wel vlees maar we willen niet zien waar het vandaan komt. Het moet bij de slager in kant en klare bakjes te koop zijn. Of bij de supermarkt in de aanbieding, dat is natuurlijk nog beter.

Mijn vader was onderwijzer in een klein boerendorpje. Wij mochten wel eens mee als hij bij mensen in het dorp op bezoek ging. Mijn moeder haalde er haar verse eieren en groenten. We keken onze ogen uit als er lammetjes waren. Ik weet ook nog heel goed dat eens per jaar een bezoek werd gebracht aan een kippenboerderij. Mijn moeder kocht haantjes. ’s Morgens liepen ze nog rond, ’s middags gingen ze bij ons in de vriezer. Vreemd? Nee helemaal niet. Wij kinderen kregen in ieder geval het besef bijgebracht dat het niet zomaar iets was. Dat je respect moest hebben voor hetgeen je op je bord kreeg. En dat je niet zomaar dingen weg gooide.

En bovendien, de smaak van die kip was vele malen beter dan die van de kip die je tegenwoordig in de supermarkt koopt. Een kip van het formaat kleine kalkoen verandert in de pan in een kuikentje. De plas water die je overhoudt, voegt ook niet veel toe aan de smaak.

Hetzelfde geldt voor groenten. Misschien klinkt het als zeuren maar tomaten hebben eigenlijk geen smaak meer. Het uiterlijk is veel belangrijker dan de smaak, als ze maar mooi rond en rood zijn is het goed.

Ik kan me voorstellen dat er best boerenbedrijven zijn waar het niet zo nauw wordt genomen met hygiëne en dierenwelzijn. En dat er best akkerbouwers zijn die de grond uitputten en volspuiten met pesticiden die eigenlijk niet meer kunnen in deze tijd. Maar zolang wij Nederlanders ‘zuunig’ blijven en ‘geen cent te veel hoor’ willen betalen voor onze maaltijden, zullen er altijd boeren zijn die proberen hieraan tegemoet te komen zonder zelf kopje onder te gaan. En ik ben ervan overtuigd dat de meeste boeren trots zijn op hun bedrijf en wat zij doen. Daar moeten wij als consument veel meer respect voor hebben.

Ik denk dat het milieu en onze omgeving iets is waar we allemaal verantwoordelijk voor zijn. Tenslotte wonen we samen in dit kleine kneuterige landje. Het heeft geen zin te wijzen naar één doelgroep, we zijn allemaal afhankelijk van elkaar. Laten we het dan ook samen oplossen.

 

 

Warme winterjas

tic-tac-toe-1777859_1920

Vrienden van ons vieren dat ze al 25 jaar samen zijn. Als je om je heen kijkt, is dat al een lange tijd. Zeker bij hen als je bedenkt dat in de homogemeenschap vaak toch iets anders wordt omgegaan met monogame relaties. Dat verzin ik niet, dat hoor ik. De grap is dat zij ook echt elkaars tegenpolen zijn. De een is commercieel, onrustig en altijd op zoek. De andere houdt van rust, is superzorgzaam maar wel heerlijk uitbundig. Waarschijnlijk is dat ook hun geheim. Ze houden elkaar perfect in evenwicht.

Mijn maatje en ik zijn zelfs al langer bij elkaar. We durven geen van tweeën uit te rekenen hoe lang. Want dan ga je je toch echt oud voelen. En als ik dan bedenk wat we samen allemaal al meegemaakt hebben. Dat had ik toch voor geen geld willen missen.

Wat tegenwoordig heel erg hip is, is om je relatie breed uit te meten in de Social Media. In navolging van Sylvie Meijs presenteren hordes dames hun nieuwe liefde direct via Instagram. Na een maand moet het bericht herroepen worden, de nieuwe liefde bleek toch niet de ware te zijn. Op naar de volgende. Op zich is het heel vermakelijk, ik moet er wel om lachen. Niet hardop natuurlijk, ik zou niet durven, daarvoor zijn de posts veel te serieus bedoeld.

Je hele liefdesleven delen via Social Media. Ik vind het onvoorstelbaar maar ben dan ook hopeloos ouderwets. Facebook blijkt een prima manier te zijn om de buitenwereld te laten weten of je wel of niet beschikbaar bent voor de nieuwe liefde van je leven. Ik vraag me dan altijd af of mensen nadenken over de foto die ze bij het bericht plaatsen. Sylvie Meijs doet dat wel, dat weet ik zeker. Maar je ziet soms plaatjes voorbijkomen, oei.

Nee, dat soort berichten moet je van mij niet verwachten. Ik vergelijk mijn maatje altijd heel oneerbiedig maar met een dikke knipoog met een oude winterjas. Hij ziet er misschien niet zo heel modern meer uit maar hij is zo lekker warm. De fijnste jas die ik heb, ik wil hem nooit meer kwijt.

 

Kadootje

pine-cones-2823765_1920

Af en toe heb je van die dagen die voelen als een kadootje. Zo’n heerlijke relaxte dag, in de warme najaarszon. In een weekend waarvan we eigenlijk dachten dat we thuis moesten blijven. Niet dat we moesten, de aanleiding daarvoor was alleen maar leuk, maar het is toch altijd beter thuis te zijn als het regent dan wanneer je kunt genieten van de heerlijke herfst. En als blijkt dat je je dan een week hebt vergist, is dat helemaal niet erg. Dus zaten we op zondagmorgen samen stil te zijn en te luisteren naar de geluiden van de natuur.

Het wordt steeds stiller op ons favoriete plekje. Dit wordt ook gezien door alle eekhoorntjes die zich nu veilig wanen en steeds brutaler worden. Stef ziet hen als indringers in zijn eigen territorium en voelt zich verplicht hen met luid geblaf achterna te zitten. Als hij er een in het oog krijgt, spant zijn kleine lijf zich. Zijn staartje staat fier overeind en trilt van ingehouden opwinding. Je ziet dat hij zich klaar maakt voor de aanval. Gelukkig snapt hij niet veel van de jacht en boldert hij luid blaffend richting eekhoorn. Die wacht natuurlijk niet tot die kleine hond vlakbij is en klimt soepel langs een boomstam omhoog. Dat vindt Stef bijzonder, klimmen is een vaardigheid die hij niet bezit. Hij zet zich aan de voet van de boom en blijft verwachtingsvol naar boven kijken. Arm beest.

De herfstkleuren doen ook alweer hun intrede. Door de droogte van de afgelopen zomer ligt het al bezaaid met bladeren. Daar kun je lekker doorheen schoppen. Even weer terug als klein meisje in het bos. Samen met mijn zussen materiaal verzamelen voor de herfstkijkdoos die we op school maakten. Dat mag niet meer, dat weet ik wel, maar wij plukten gewoon nog paddenstoelen. We schikten ze in een schoenendoos en maakten een kijkgat aan de voorkant. Als je naar de technieken van nu kijkt, was het ook wel heel oubollig. Dat is waar. Hoewel, het schijnt dat het nog wel wordt gedaan. Alleen moet je nu dan eerst een workshop volgen. Wij rommelden zomaar wat in elkaar.

Dennenappels rapen wordt bijna niet meer gedaan. Mensen kopen die bij Intratuin en betalen er een vermogen voor. Wij rapen ze nog wel en stoken ze in onze vuurkorf. Ook Stef is er verzot op, hij knaagt ze enthousiast aan kleine stukjes. Dat deelt hij dan toch weer met de eekhoorns.

De herfst is toch stiekem mijn favoriete seizoen. En voor mij nog altijd onlosmakelijk verbonden met nostalgie en melancholie. Daar kan ik dan toch ook weer van genieten. En in de herfst, dan mag dat ook.

 

 

 

 

Bolchrysant

 

IMG_20181110_160717_746

Onvoorstelbaar, hoe snel de zomer weer voorbij is. Natuurlijk, ik weet het wel, hij is nog niet helemaal voorbij, we krijgen vast nog een mooie nazomer, maar het is inmiddels toch al weer eind september. De bolchrysanten verschijnen alweer in de winkels. Mijn licht-autistische inslag verhindert me nog wel om er één te kopen. Een bolchrysant koop je nl. pas vanaf oktober. Vraag me niet waarom, ik kan het niet verklaren, maar het is zo. Net zoals je in oktober nog geen pepernoten koopt en dat je kerstboom pas na Sinterklaas in huis mag komen.

Ik koop er wel ieder jaar één. Een liefst zo groot mogelijke bolchrysant in mooie herfstkleuren. Iedere week gaat hij trouw even in een emmer water zodat de kluit niet uitdroogt en we er lang plezier van hebben. Stef is er niet zo van, die vindt volgens mij de bloemen enorm stinken. In de zomer ligt hij graag te tukken in de zon op onze zwarte tuintafel maar vanaf het moment dat de grote plant verschijnt, kruipt hij op zijn buitenkussen. Dat ligt ook lekker, dus ik heb er geen problemen mee.

In de Ardennen ga ik in deze periode ook graag naar het kleine kerkhof in het dorp. Ik ken er niemand maar ik kijk graag naar de oude graven en probeer me voor te stellen hoe de mensen een eeuw geleden hier geleefd moeten hebben. Het kerkhof is in oktober en november ook versierd met honderden chrysanten. Het lijkt alsof er een explosie van kleuren heeft plaatsgevonden. Als er op een graf maar één plant staat, valt dat gewoon op. De meeste zerken zijn bedolven. Ik heb het idee dat deze traditie in Nederland een heel eind weg is gezakt. Terwijl het toch wel heel mooi is, om je geliefden op die manier te herdenken. Misschien vinden veel mensen een bolchrysant een nare plant, omdat ze doen denken aan mensen die gestorven zijn. In Azië wordt dat heel anders gezien, daar staat de bloem symbool voor geluk, gezondheid en een lang leven. En wenst men de overledene hierdoor het eeuwige leven toe. Dat is mooi, eigenlijk moeten wij daar ook zo over denken.

Het graf van mijn vader is er inmiddels niet meer. We hebben zijn as uitgestrooid. Maar de bolchrysant die ik deze herfst ga kopen, zal me toch aan hem herinneren. 

 

Karretje

stef-kapotte-kin.jpg

Soms zag hij het vrouwtje wel eens op zo’n raar ding stappen met twee wielen. Ze moest dan een soort pedalen ronddraaien en dan ging ze vooruit. Heel bijzonder. Ze ging dan nog steeds langzamer dan hij kan rennen dus hij zag het nut er niet zo van in. Maar goed, als ze dat leuk vindt. Het baasje heeft ook zoiets, maar die hoeft niet te bewegen. Dat is wel relaxter. Hij gaat ook veel sneller, die kan hij niet bijhouden. Toch blijft ook dat een vreemd apparaat. Hij heeft het er niet op.

Het baasje heeft ook een karretje gekocht dat je achter die rare dingen kan hangen. Hij ziet het vrouwtje er geregeld boodschappen mee doen. Wel handig, zo kan ze wat meer meebrengen. Het schijnt alleen niet precies daarvoor bedoeld te zijn. Daar kwam hij pas nog achter. Tot schade en schande. Het baasje had het wagentje achter zijn scooter gehangen en riep hem. Hij weet het heus wel van zichzelf, hij is heel nieuwsgierig en dat breekt hem soms op. Dus hij kroop op aangeven van het baasje in dat rare wagentje. Die ritste het dicht en daar zat hij dan. Met alleen een gat boven zijn hoofd en verder niks. Brr, rete-eng. En wat nog veel griezeliger was, hij voelde dat het karretje ging rijden. Het wiebelde en hobbelde en hij hield zijn poten stijf onder zich. Echt, dat was helemaal niks voor hem. Als hij nou eens…..

Het was even aanzetten in zo’n krappe ruimte maar het lukte toch. Met een scheve sprong was hij door het gat in het dak uit het karretje. Hij hoorde het vrouwtje geschrokken roepen. Natuurlijk ging dat stomme ding nog om ook en viel boven op zijn lijf. Hij schoof vooruit over het grind.

Het baasje stopte meteen en hielp hem overeind. Natuurlijk was er niks aan de hand maar het vrouwtje keek ontzet. “Kijk toch eens naar zijn kin.” Zelf zag hij niks maar hij moest mee naar binnen en er werden rare witte lapjes tegen zijn kin gehouden. Volgens het vrouwtje ‘bloedde hij behoorlijk”. Nou, hij was al lang blij dat hij uit dat rare karretje was. En als hij zo eens naar het vrouwtje en het baasje keek, hoefde hij ook niet meer terug in dat stomme ding. Jammer alleen dat ze dat prikkende spul tegen zijn kin hield. “Dat ontsmet”, zei ze. Geen idee wat dat betekent.

Ach, soms moet je drastische maatregelen nemen om mensen ervan te overtuigen dat bepaalde dingen helemaal niet leuk zijn. Ook al denken zij van wel. Gelukkig had hij zelf nergens last van terwijl het baasje en vrouwtje toch een beetje een schuldgevoel hadden. En dat leverde behoorlijk wat snoepjes op. Niks zeggen, gewoon een beetje zielig doen. Mensen, zo makkelijk voor de gek te houden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Herinneringen

grave-674443_1920

Als je terugkijkt, is de tijd toch wel enorm snel gegaan. Soms blijkt dat uit iets dat je zomaar ineens met je neus op de feiten drukt. “Wat gaan we doen met het graf van papa, het wordt nu twintig jaar oud en de grafrechten moeten vernieuwd worden. Willen we dat?” Natuurlijk is het uiteindelijke antwoord op die vraag aan mijn moeder. Het is haar beslissing. Ze denkt erover na en besluit dat we nu zijn as gaan uitstrooien. Het graf wordt geruimd, wat een vreselijk nare omschrijving. Maar goed, het heet zo.

Dus wordt er een datum geprikt, een afspraak gemaakt met het kerkbestuur om het graf te openen. We hebben het over de plaats waar we de as gaan uitstrooien. Het moet een plekje zijn waar papa graag kwam. Dat wordt dus in De Moer. We halen herinneringen op en komen tot een goede plek. Natuurlijk moet het ook bereikbaar zijn, tenslotte moeten we er wel kunnen komen.

Ik vind het toch een bijzonder idee. Gaan we dit nu echt doen? Is het echt al twintig jaar geleden dat papa overleed. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Ik stond aan mijn bureau, was net binnen, ik had net koffie gehaald, toen mijn telefoon ging. Mama. Het eerste dat ik dacht was “ben ik iets vergeten, ligt mijn jas nog bij hen?” Maar nee, het was iets heel anders. Ik weet nog dat ik mijn maatje belde en dat die ook vol ongeloof reageerde. “Hoe kan dat nou, we zijn er gisterenavond nog geweest.” Dat ongeloof, dat zou nog dagen blijven hangen. Alle mensen die ik belde om het nieuws te brengen, reageerden ook op die manier. Zijn broer, die vol verbazing vroeg “mijn broer?” Alsof het alleen iemand anders zijn broer kan overkomen.

Ik kan me de afscheidsmis ook nog zo voor de geest halen. Het kleine kerkje, de zonnestralen die door de gebrandschilderde ramen op de kist vielen. De vele bloemen. Het was druk, er moesten mensen staan. Iemand speelde The Last Post. De trompetmuziek ging op dat moment door merg en been. Het was een prachtige oktoberdag.

Ik kwam niet veel bij het graf waar zijn urn was geplaatst. En straks is het er niet meer. Maar zijn foto staat op dat speciale plekje waar ik herinneringen heb staan aan geliefden die er niet meer zijn. Daar kan ik iedere dag naar kijken.