Herfstherinnering

Ieder jaar, als de herfst zich aandient, moet ik weer denken aan de vrouw van een oud-collega. Zij had een hekel aan de zomer, ze werd pas weer blij als de herfst zich aandiende. Niet dat ze het niet graag warm had, ze hield alleen niet van al die blote lichaamsdelen die in de zomer schaamteloos voorbijschoven. Zelf was ze altijd op en top een dame. Mijn maatje en ik gingen geregeld met hen uit eten en ik voelde me echt altijd een kluns naast haar. Nu ben ik al niet van de handige tak, zoals ik wel eens vaker gemeld heb, maar naast haar kwam mijn onhandigheid pas echt goed tot zijn recht.

En niet omdat zij zich superieur gedroeg, oh nee verre van. Want waar ik altijd met mes en vork in de weer ben, pakte zij haar eten vrolijk met haar handen van haar bord. Perfect gemanicuurde handen, dat dan weer wel. Zij kon ook de hele avond eten en drinken zonder een spoortje van haar lippenstift te verliezen. Ik gebruik niet eens lippenstift, ik zou de boel maar onder smeren.

Ik weet nog wel dat we een keer in een sjiek Italiaans restaurant gegeten hadden. De ober kwam aan met onze jassen, ik had mijn tas, reikte naar mijn jas en zag toen dat de ober de vrouw van mijn collega een handkus gaf. Ach nee, dat ging mij natuurlijk ook gebeuren. Stond ik daar te klungelen om mijn jas aan te krijgen, één arm in een mouw, tas van de ene kant naar de andere kant, bijna te huppen. Ik dacht nog even mijn tas tussen mijn knieën te klemmen maar daar zag ik maar vanaf. Dat was echt helemaal niet charmant. De ober wachtte geduldig tot ik alles voor mekaar had en reikte toen naar mijn hand. Pffff. De vlammen sloegen me aan alle kanten uit. Niet door zijn gebaar maar wel door mijn eigen sukkeligheid.

Maar de herfst dus. Zij was zich er enorm van bewust wat een slechte uitwerking de zon heeft op je huid. Ze had ook vrijwel geen rimpeltje. Nou valt dat bij mij ook wel mee maar ik kom toch nog wel eens tot de ontdekking dat ik mijn zonnebril ben vergeten. En dat ik dus moet knijpen met mijn ogen om nog wat te zien. Dat zou haar niet overkomen, zij was altijd overal op voorbereid. En in de herfst, dan hoefde dat wat minder. Dan kon je naar buiten zonder het risico te lopen als een craquelé appeltje te eindigen. Ik kreeg rond die tijd ook altijd een tasje met verzorgingsproducten van haar. Lief bedoeld, echt, ik was er dankbaar voor, maar het is aan mij zo slecht besteed. Smeren doe ik wel maar net zo makkelijk met Nivea.

Inmiddels is zij niet meer bij ons, helaas. Maar de start van dit prachtige jaargetijde zal voor mij altijd de herinnering aan haar levend houden.

Dat duurde wel erg lang

Hij wist niet precies wat er aan de hand was maar er ging iets gebeuren. Hij voelde het aan zijn water. Nou, eigenlijk zag hij het aan al die spullen die het vrouwtje en het baasje meebrachten. Bijna iedere dag ging de bel en kwamen er weer nieuwe pakjes aan. Sommige dingen werden uitgepakt maar het meeste ging rechtstreeks naar boven. Het was allemaal maar vreemd. Vanaf zijn plekje op de bank lag hij het maar eens aan te kijken.

Het baasje en het vrouwtje hadden het ook steeds over een nieuwe caravan. Ze waren ernaar gaan kijken en helemaal enthousiast. Zouden ze dan toch weer een keer naar de Ardennen gaan? Want dat was echt al wel heel lang geleden. Hij wist amper meer hoe het er uit zag.

Hé, deze zaterdag zag er toch wel heel bekend uit. Er werden allerlei spullen klaargezet. Nou, eigenlijk wel heel veel spullen. Poeh. Als er maar plaats voor hem was in de auto. Dat ging niet passen!

Hij zorgde wel dat hij in de buurt bleef. Dan maar even niet tukken in de zon, dit was belangrijker. Alles werd in de auto van het baasje gedaan. Die had de achterbank dubbel geslagen. Daar kon hij toch nooit meer bij. Hm, hij begon zich toch een beetje zorgen te maken. Er gingen ook dingen in de auto van het vrouwtje, ah, dan zat daar misschien de oplossing. Gelukkig. Even later riep ze hem en hij sprong op de achterbank. Zo, hij ging in ieder geval mee. Eerst maakten ze een tussenstop bij een huis waar allemaal caravans stonden. Een daarvan werd achter de auto van het baasje gehangen. Het vrouwtje reed erachteraan. Best nog wel een tijdje.

Maar eindelijk dan toch draaiden ze het grindpad op dat hij zo goed kende. Hij ging er maar eens voor zitten. Het kwam goed, ze waren er weer. De caravan werd neergezet en ingeruimd met al die spullen uit de auto’s en hij ging maar eens op verkenning. Alles was nog wel hetzelfde. Wel wat meer lege plekken maar dat zou ook wel weer goed komen. Zijn eigen plekje werd ook weer ingericht, een lekker kussen voor buiten en zachte plaids voor binnen, nou, hier kon hij het wel weer uithouden.

’s Avonds zaten het baasje en het vrouwtje binnen, hij kroop er maar eens lekker bij. Morgen zou hij wel op pad gaan om uit te vinden of zijn vriendinnen er misschien ook waren. Maar dat kwam morgen, voor vandaag had hij indrukken genoeg gehad. Nu eerst lekker slapen.

Emballage stress

Ik heb een hekel aan het wegbrengen van statiegeldflessen. Stom, ik weet het, en ik neem me iedere keer ook weer voor om elke week of eens in de twee weken dat tasje mee te nemen. Maar het komt er nooit van. Dus sta ik dan na een paar maanden weer met een zucht en twee enorme bigshoppers met flesjes bij de supermarkt. Zo ook afgelopen vrijdag. Speciaal biertjes gaan helaas niet in een krat dus allemaal losse rommel. Ik gooide de eerste flesjes in de sleuf en pats, storing. Op het display naast de invoer verscheen een grote rode driehoekige waarschuwing dat ik het personeel erbij moest roepen. Er was iets geblokkeerd. Had ik weer.

Enfin, een hulpvaardige jongeman stak zijn hoofd om de hoek en vroeg of ik misschien eerst de boodschappen kon doen, dan kon hij de storing verhelpen en hoefde ik niet te wachten. Ik keek naar mijn boodschappenkar, vol met lege flesjes. “Ok, dat doe ik.” Gelukkig had ik niet zo heel veel nodig.

Na het verhelpen van de storing ging ik vol goede moed verder met mijn werk. Helaas, na ik denk een stuk of vijf flesjes gaf het apparaat weer dezelfde storing. Dezelfde jongeman kwam weer aangesneld en met duizend excuses ging hij weer aan de slag. Ach, hij kon er niks aan doen en ik had weekend. Hoe erg kon het allemaal zijn. Nou, niet voor een oudere meneer die duidelijk haast had. Ik had mijn karretje een klein stukje achteruit gezet zodat ik niet zo heel pontificaal stond te wachten dus hij zette zijn karretje tegen het emballage-apparaat aan. En duwde een van de twee petflessen die hij bij zich had in de slurf. En kreeg die natuurlijk net zo hard weer terug. “Het apparaat heeft storing”, zei ik een beetje overbodig. Hij keek me neerbuigend aan. “Hoe komt dat?” Nou ben ik geen expert dus ik gaf aan dat ik dat niet wist. Ik denk niet dat dat het juiste antwoord was dus hij bleef proberen zijn flesje in het apparaat te stoppen. Tot het begon te piepen en de jongeman die met de storing bezig was een beetje verongelijkt zijn hoofd om de deur stak. “Ik ben nog bezig meneer.” Ook dat had geen effect.

Ik werd er een beetje kriegel van. Twee flessen, in het weekend, naar welke brand moet je toe joh? Dus ik zei “Meneer, het apparaat heeft storing, dat ziet u toch aan die enorme rode driehoek. Of niet?” De man keek me vertoornd aan. “Zo’n apparaat moet toch gewoon werken!” Tja, tegen zoveel stelligheid had ik niks in te brengen. De man beende weg.

Na een minuut werkte alles weer en kon ik aan de slag. De man kwam langs met zijn boodschappen, zag mijn flesjesberg en liep chagrijnig verder. En ik dacht, heel flauw, “lekker puh.”

Bijzonder boodschappenlijstje

Nadat de beslissing was gevallen en we wisten welke caravan de komende jaren ons vakantieplekje zou gaan worden, kwam het besef dat we er daar nog niet mee waren. Want een caravan kopen is één ding, hem inrichten met huisraad is weer iets heel anders. En samen met onze caravan was onze oude inventaris mee weggespoeld. Het was wel een beetje gemeen, maar we hebben de moeder van Jan Smit regelmatig geciteerd “alles is weg”.

En dan ga je bedenken, tja, maar dan ook echt alles. Want dan kom je straks aan op je plekje op de camping. Caravan op zijn plaats en de stroom aansluiten. Ah, stroom, daar hoort een kabel bij met speciale stekkers. Die hebben we niet. Stoelen voor buiten, een tafeltje, ook niet meer aanwezig. Bakken voor Stef, die arme hond moet toch ook eten en drinken.

We begonnen aan ons boodschappenlijstje. Dekbed, dekbedovertrek, kussens. Je kon het zo gek niet bedenken of het moest erop. Steeds kwamen we weer nieuwe dingen tegen die we niet meer hadden. Van de sufste zaken zoals badslippers voor het douchen tot de meer belangrijke dingen als een gasfles.

En het grappige, sommige dingen waren echt al vreselijk oud. We kamperen inmiddels al zo’n 25 jaar. In de loop van die jaren hebben we veel spullen verzameld. Mijn maatje weet ook van alles nog waar het is gekocht, dat komt uit Duitsland, dat uit Oostenrijk, dat hebben we in de Ardèche gekocht. Natuurlijk, veel is ook vervangen, maar Mepal borden en bekers gaan echt heel lang mee.

Maar goed, we togen naar de campingwinkel. Verstand op nul en je niet ergeren aan mensen die voor hun plezier aan het winkelen zijn. Wij zijn hier met een serieus doel. Lijstje in de hand en pen in de aanslag om af te vinken. Past het allemaal wel in één karretje. Nou, dat ging net, we scoorden in de uitverkoop ook nog een mooi kussen voor Stef. Hoeft hij niet op een plaidje te liggen, arm beestje. De auto zat vol toen we naar huis reden. En we zullen vast nog dingen vergeten zijn. En misgrijpen als we straks weer op vakantie zijn.

Ach, inderdaad, we waren helemaal niet van plan iets nieuws te kopen. Als de Amblève geen roet in het eten had gegooid, hadden we nog steeds dik tevreden onder onze niet passende luifel gezeten. Maar nu het toch zo is, ga ik gewoon genieten van alle nieuwe spulletjes.

Sportprestaties

Ik kan er echt met verbazing naar kijken, naar de prestaties die worden geleverd door atleten op de Olympische Spelen. Geweldig. Daar gaat een voorbereiding, een discipline en een doorzettingsvermogen aan vooraf, dat is onvoorstelbaar. Daarom is het ook mooi dat daar aandacht aan wordt besteed. Zelfs dit jaar, toen er nog steeds niks mocht, werden de sporthelden geëerd in een dagelijks programma dat werd gepresenteerd door Umberto Tan. Leuk om naar te kijken. Ook fijn voor de atleten, tenslotte moesten ze in Tokyo de steun van supporters al missen. En ik geloof best dat een atleet de prestaties niet alleen levert voor het applaus maar het is toch ook best wel een hart onder de riem.

Wat mij wel verbaast, is dat deze programma’s niet georganiseerd worden voor de paralympische sporters. Volgens mij leveren zijn qua sport dezelfde prestaties en moeten zij daarnaast nog een paar andere hindernissen overwinnen. Zo’n man als Jetze Plat, zo, daar kun je toch wel bewondering voor hebben. En dan wint hij ook nog eens drie keer goud. En hij is echt niet de enige, de ploeg Nederlanders die bij de Spelen aan de start komt is indrukwekkend.

Natuurlijk kun je het wel teruglezen, ook de sponsoren besteden er veel aandacht aan, maar ik mis toch wel een beetje de tamtam. Gelukkig is de NPO dit jaar eindelijk zo ver dat ze er dagelijks aandacht aan besteden. Dat is voor het eerst. Je moet alleen wel enorm op zoek naar dat nieuws. Tenslotte luistert niet iedereen naar Radio Een. En zeker niet ’s nachts, als er mooie interviews met de paralympiërs worden uitgezonden.

Is het misschien bij de commerciële omroepen zo dat alleen wat mooi en makkelijk is in beeld wordt gebracht? En doen we de ‘moeilijkere’ onderwerpen alleen in een programma met Johnny de Mol? Het zou kunnen natuurlijk. Tenslotte moeten de meeste commerciële omroepen het helemaal niet van de diepgang hebben. Gewoon lekker scoren met simpele programma’s die aanslaan bij mensen die blijkbaar niet verder willen nadenken. Ik vind het alleen erg jammer. Je doet een hele grote groep mensen volgens mij ernstig tekort.

Wat wil je later worden

Op het moment zie je regelmatig een reclame langskomen van een aanbieder van opleidingen die vraagt aan kinderen wat ze later willen worden. Heerlijk, die antwoorden. Het gaat van brandweerman tot Donald Duck-schrijver. Lekker ongehinderd door vakkenpakketten en niveaus in opleidingen. Ik hou ervan. Ik weet nog goed dat ik op de kleuterschool zat, nu heet dat groep 1 maar toen waren we nog gewoon kleutertjes, en dat de juffrouw vroeg wat ik later wilde worden. Ik zie mezelf nog staan, op een stoel, met een feestmuts op want ik was jarig. Ik wist het eigenlijk nog niet, wat zou ik willen worden. Dus ik zei “juffrouw”. Het was het eerste dat in me op kwam.

Later veranderde dat nog diverse malen. Het ging van “iets met dieren” naar “iets met mensen”. Uiteindelijk ben ik door toevalligheden en interesses gekomen waar ik nu ben en daar ben ik erg blij mee. Maar waar ik altijd wel jaloers op kan zijn, is op mensen die iets kunnen maken. Iets dat blijft.

Ikzelf ben niet van de handige tak. Ik ben meer van het “wat mijn ogen zien, maken mijn handen kapot”. Geef me gereedschap in mijn handen en ik heb na een half uur een pleister nodig. Het is werkelijk verschrikkelijk. Gelukkig kan ik er zelf hard om lachen en heb ik andere kwaliteiten, maar iets maken, nee dat gaat het echt niet worden. En jaloers is dan ook niet het goede woord, maar ik kan met bewondering kijken naar mensen die echt iets moois kunnen maken van hout. Meubelmakers bijvoorbeeld, dat lijkt me een prachtig beroep. Of stoffeerders, die van een houten geraamte een echte stoel maken. Dat is toch geweldig als je dat kunt. Mensen die echt liefde hebben voor hun vak. Ik kan het alleen maar mooi vinden.

Daarom vind ik het zo jammer dat de aandacht tegenwoordig alleen maar uitgaat naar het werken met een computer. Natuurlijk, dat is ook echt een heel nobel beroep. Maar waarom is het minder goed als je met je handen werkt. En zeker, je moet doen wat je leuk vindt en het beste uit jezelf halen, maar als dat betekent dat je dingen kunt maken, die over jaren nog steeds bestaan, dan denk ik dat je daar heel gelukkig van kunt worden. Sommige dingen kunnen we heel goed automatiseren zodat mensen niet meer de hele dag dezelfde handeling hoeven te herhalen. Maar echt creëren, dat lijkt me het mooiste wat er is.

Op jacht

Onder het motto “we moeten het er het beste maar van maken, het is nu toch zo” gingen we dan toch maar op zoek naar een andere caravan. Het budget was vastgesteld en we konden van start. Natuurlijk begonnen we, zoals dat in deze tijd hoort, op internet. Lang leve Google. Als je je zoekopdracht niet goed definieert, weet je echt niet wat je overkomt. Het is ook handig om het zoekgebied te verkleinen. Want het kan dan wel een mooie aanbieding zijn, Dokkum is toch best een eind rijden vanaf Brabant.

Naast de serieuze zoektocht konden we het ook niet laten om te kijken in de categorie Tabbert en veel te duur. Samen zaten we achter het scherm en verbaasden ons. Caravans zo groot als een huis, en bijna even duur. De duurste caravan die we tegenkwamen was een Kabe van maar liefst 118.900 euro. Stel je voor dat je daar een kras op maakt. Of dat Stef bedenkt dat een hor maar een lastig ding is en probeert daar doorheen te lopen. Ik zie het al helemaal voor me. Niet dat ons budget zo ver reikt, helemaal niet, maar het is wel grappig om te bedenken “wat als”. Maar misschien, als je zoveel geld kunt neertellen voor een caravan, dat je dan niet zo schrikt van een blutsje hier of daar. Hoewel, vaak is het bij de mensen met de oudste caravan het meest gezellig toeven. Daar hoef je in ieder geval je schoenen niet bij het dweiltje op het opstapje te laten staan.

Natuurlijk keken we ook naar de meest foute caravans die we konden vinden. Maar eerlijk is eerlijk, die grote Tabberts zijn wel van alle gemakken voorzien. Het is dat ze zo’n bijzondere naam hebben en gelijk een associatie met vioolspelende zigeuners bij een kampvuur oproepen. Want het is niet zo dat ze voor een prikkie te koop zijn. En je hoeft verder ook niks aan te schaffen, de magnetronoven en afzuigkap zijn prominent aanwezig.

Inmiddels zijn we ook bij een caravanbedrijf gaan kijken. De caravan die daar werd aangeboden, voldeed op internet helemaal aan onze wensen en eisen. En gelukkig viel het “in het echt” ook helemaal niet tegen. Natuurlijk, er zijn altijd grotere, mooiere en duurdere. Maar het ziet er naar uit dat we binnenkort toch weer een eigen plekje hebben in de Ardennen. En daar kan helemaal niks tegenop.

Klokken

Iedereen heeft recht op een hobby. Iedere gek zijn gebrek, luidt het gezegde. Mijn maatje spaart klokken. Ik vind het geen gebrek, ik hou ook van klokken. Het is een hobby die lang heeft gesluimerd. Eigenlijk was de trigger het overlijden van de oudste zuster van mijn schoonvader. Tante Jeanne. Zij was een beetje een mysterie, niemand van de familie kwam bij haar over de vloer. Waarschijnlijk omdat ze samenwoonde met een andere dame. En dat was in die tijd, en in die familie, niet helemaal geaccepteerd. Mijn maatje en mij boeide het niet. Wat je gelukkig maakt, moet je koesteren.

Na het overlijden van tante Jeanne bleek dat zij mijn maatje en zijn neef, tevens naamgenoot, had aangewezen om het testament tot uitvoer te brengen. Uiteraard ging de erfenis naar haar broer en zussen maar de beide executeurs kregen ook een vergoeding. Mijn maatje de staande klok en zijn neef de televisie. Wat hebben we gelachen. Tante Jeanne was ver in de tachtig. Die televisie zou wel een enorme toeter aan de achterkant hebben en die klok, ach, wat moet je nou met een staande klok.

Mijn maatje en zijn neef gingen polshoogte nemen in het huis. Tante bleek een enorm huis te hebben met een antieke, maar dan echt, inrichting. Het enige moderne in het huis bleek een B&O televisie. De executeursvergoeding was toch wel iets waar tante over nagedacht had. De staande klok kwam mee met mijn maatje en we plaatsten hem boven, op de overloop, in een hoekje. Daar werd hij braaf opgewonden en door mij wekelijks afgestoft. Tot we eigenlijk een keer samen aan tafel zaten en herinneringen ophaalden aan tante Jeanne. “Vind jij het eigenlijk niet zonde van de klok?”, vroeg mijn maatje. Ik had er ook al over na lopen denken. “We moeten hem naar beneden halen.” Inmiddels heeft de klok een prominente plaats in onze woonkamer. De slag winden we niet op, ieder kwartier de Big Ben is iets te veel van het goede.

Het leek wel of de staande klok de start was van een soort traditie. Mijn maatje erfde steeds een klok. Werkend of niet, dat maakte niet uit. Een klok is een klok, mijn maatje houdt ervan. Pasgeleden is de zus van mijn schoonvader overleden, de moeder van de neef van mijn maatje. Een dame waar wij altijd een immens respect voor hebben gehad. Zij was tot op hoge leeftijd actief, ik hoop dat ik het zo mag redden. Omdat haar huisje opgeruimd moest worden, kon mijn maatje zijn neef een keer helpen. “Wil jij een aandenken?” Ik zag bij de spulletjes een klokje staan. Ik zag mijn maatje twijfelen, je wilt natuurlijk ook niet als een aasgier overkomen. Gelukkig overwon hij zijn schroom, “als jullie het niet erg vinden, dan wil ik graag het klokje.”

Inmiddels heeft het een mooi plekje gekregen, bij ons. Voorlopig mag het ook slaan, ieder half uur. Het is een helder geluid, het herinnert ons aan de energie van tante. En dat is mooi.

Terug van vakantie

“Hoe was je vakantie?” Het is de vraag die je altijd krijgt als je weer begint met werken. Ik stel die vraag zelf ook altijd aan mijn collega’s. Meestal is het antwoord dan iets in de trant van “lekker, mooi weer, leuke dingen gedaan, veel te kort.” Nu was onze vakantie ook wel gezellig, zeker, maar toch wel heel anders dan we ons hadden voorgesteld. Twee weekjes Ardennen werden twee weekjes thuis. Ook gezellig, zeker, maar wel vanwege een hele rare reden. En met een bijzonder actielijstje. Verzekeringsmaatschappijen inschakelen, afspraken maken met experts. Niet mijn dagelijkse werk. Je leert er weer iedere dag van.

De collega’s die wisten wat er gebeurd was, vroegen gelijk hoe het ging. Of we nog wat hadden kunnen redden en wat we gingen doen. Of de camping weer open was, of überhaupt nog open ging. Of we toch weer op datzelfde plekje gingen staan. En of we nu een andere caravan gingen kopen. Vragen waar we zelf ook al over nagedacht hadden. En het kan misschien nog wel even duren maar ik ben er van overtuigd dat we over een tijdje weer heerlijk gaan kamperen.

Een ander verhaal zijn de collega’s die echt heel nietsvermoedend vragen of je een leuke vakantie hebt gehad. Toch een beetje lastig te beantwoorden. Want ja, het was fijn om even niks te hoeven. Lekker samen met mijn maatje wakker worden bij een uitgebreid bakje koffie. Luisteren naar Stef, die na zijn ontbijt toch nog maar even aan het snurken is geslagen op de bank. Daar was niks mis mee. En je wilt mensen ook niet te erg laten schrikken. Tenslotte zijn wij maar spullen kwijt. En verder niks. Dus ik breng het verhaal maar met een lach. Je ziet de meesten dan wel verschieten. “Oei, dat wist ik niet, wat vervelend voor jullie.” Sommigen vinden het ook bijzonder dat ik er om kan lachen. Nou ja, ik vind het niet grappig, maar met lelijk kijken verandert de situatie ook niet.

We proberen het in september gewoon nog een keer. Misschien op ons eigen stekje, anders in een chaletje. Even genieten van een Belgisch biertje op een Belgisch terrasje.

Ach, en over een tijd, als al het leed weer geleden is en we weer een mooi plekje hebben aan de oever van de Amblève, zullen we hier ook met een lach over kunnen vertellen. “Weet je nog, die keer in de zomer toen de camping overstroomde…..”

Dierentuin

Het was toch wel een hele andere vakantie dan anders, dat had hij wel in de gaten. Het baasje en vrouwtje waren wel naar de camping geweest maar ze hadden hem niet meegenomen. En ze waren ook al heel snel weer terug. Echt heel raar. Hij vroeg zich af wat er toch allemaal gebeurd was. Ze hadden het over water en een nieuwe caravan. Nou ja, hij wachtte maar af, het zou allemaal wel goed komen.

Het vrouwtje hoefde in ieder geval niet te werken, dat was heel gezellig. Kon ze ’s ochtends wat langer koffiedrinken voordat ze dingen gingen doen. Het baasje wilde graag een keer naar een dierentuin. “Dat is al zo lang geleden, dat zou ik nog wel eens willen doen.” Hmm, dat zou een stil dagje worden, dat was vast een plek waar hij niet mee naar toe mocht. Het vrouwtje was al op internet bezig om kaartjes te reserveren. “Hé”, zei ze tegen het baasje, “ik kan ook een kaartje voor Stef reserveren. Hij mag ook mee.” Kijk, dat was nog eens goed nieuws, hij ging maar even bij het baasje staan. Want mee mogen was nog niet hetzelfde als meegaan. Gelukkig vond het baasje het goed en werd voor hem ook een kaartje gereserveerd. Een dierentuin, dat was spannend.

Hij rook het al toen ze in de rij stonden, hier waren dieren die hij normaal gesproken niet tegenkwam. Hij trok eens aan zijn riem om haast te maken maar ze moesten toch wachten. Gelukkig was er genoeg te zien, een grote vijver met karpers, hij ging maar eens over de rand kijken. Even later liepen we dan toch door een grote poort. Kijk, dat was nog eens interessant. Hij wist niet waar hij het eerste moest kijken. Wat waren er toch veel rare wezens op de wereld. Sommigen maakten wel een heel raar geluid ook. Het baasje en het vrouwtje vonden het leuk, ze wandelden langs allerlei plekken en terreinen. Hij lette wel goed op dat hij zich netjes gedroeg, hij moest het niet voor zichzelf verpesten. Alleen die pelikanen, die stonden wel erg dicht bij het gaas. Hij probeerde ze terug te jagen maar ze reageerden niet eens. Stomme vogels. Het vrouwtje trok hem mee, hij keek nog eens om maar ze stonden echt gewoon suf voor zich uit te kijken. Nou ja, dan niet.

De middag vloog voorbij. Leeuwen, tijgers, luipaarden, hij keek zijn ogen uit. Hij kon zelfs ruiken dat ze gevaarlijk konden zijn. Maar wat hem wel opviel, was dat die wilde dieren toch wel graag opgekruld in de zon lagen te tukken. Kijk, hadden ze toch wat gemeen.