Pensioen onder de Afrikaanse zon

oryx-214495_1280

Ik ken Marijke al heel wat jaren. Zij was vroeger een collega van mij. We werkten niet op dezelfde afdeling, dat niet, maar we kwamen elkaar wel vaak tegen. Zij vertelde mij toen al van haar droom om naar Gambia te verhuizen. Hoe Marijke kon vertellen over dat prachtige Afrikaanse land, je kon het bijna ruiken.

Na haar pensionering ging zij inderdaad haar droom achterna. Ze liet Nederland achter zich en vestigde zich onder de warme zon. Het leven in Gambia is geweldig. Natuurlijk zijn er ups en downs en veel dingen om aan te wennen. Maar ook veel dingen om dankbaar voor te zijn.

Marijke woont een uurtje verwijderd van al het toeristengedruis. Haar huis is omgeven door het prachtige Afrikaanse landschap. Haar verhalen over het landschap toveren een waar schilderij. Prachtige palmbomen aan de ene kant en het uitzicht over de oceaan aan de andere kant. Bij eb is in de verte het Pelikaaneiland in zicht. Marijke is er nog nooit geweest. Op haar leeftijd waagt zij zich niet meer in het houten bootje dat mensen naar de overkant brengt.

Dat is een nadeel van ouder worden. Je wordt wat angstiger. Marijke zegt het van zichzelf. Ik ben het niet helemaal met haar eens. Zij rijdt immers als een volleerd rallyrijder door het mulle zand. Ze trotseert wegen die dermate slecht zijn dat je ingewanden even nodig hebben om weer op zijn plaats te komen. Hoezo oud.

Natuurlijk, als je na je pensioen gaat verhuizen ben je niet meer piep. Maar als je kunt genieten zoals Marijke doet, ben je in je hart nog altijd jong.

Er zijn zoveel gouden momenten, zij geniet van het leven in al zijn eenvoud. Dicht bij de natuur. Het maakt een mens stil en vol verwondering. De geluiden. De vogels in alle soorten en kleuren. ‘s Ochtends drinken die uit de waterbakken die Marijke voor dat doel neerzet. Apen die de weg oversteken, slangen, varanen, de natuur is prachtig. Op haar dakterras geniet zij van de stilte. Hier kom je helemaal tot rust.

Is er dan niets aan de hand in het paradijs? Ja zeker wel. Marijke zet zich met hart en ziel in voor haar stichting om de mensen te helpen. De maatschappij in Gambia is hard. Op diezelfde zandweg waar Marijke zich met gevaar voor eigen lijf doorheen worstelt, gebeuren regelmatig ongelukken. Truckchauffeurs proberen snelheidsrecords te verbeteren en zien hierbij regelmatig voetgangers over het hoofd. Zij moeten later door de politie worden beschermd voor de woedende meute die verhaal komt halen. Een lynchpartij is vaak lastig te voorkomen. Het is een andere kant van het idyllische land. Marijke kan er alleen maar hoofdschuddend naar kijken.

Toch houdt zij van de mensen. Zij probeert hen te helpen met haar nuchtere Europese inslag. En zo lang zij dat kan blijven doen, blijft zij jong. Ik heb daar veel bewondering voor. En geniet van haar verhalen.

 

Revalidatie

agitated-2023984_1280

Na die dag in dat raar ruikende gebouw waren baasje en vrouwtje heel voorzichtig met hem. Hij snapte er niet veel van. Ze hadden hem toch zelf daar mee naar toe genomen. Gelukkig kwamen ze hem ook wel snel weer ophalen. Maar wat er nou allemaal gebeurd was?

Zijn pootje in dat rare witte spul, zodat hij niet eens met zijn voet de vloer aanraakte. Hij kon zijn pootje ook niet buigen, heel vreemd allemaal. Toen dat er na twee dagen af mocht, had hij een hele kale poot. En dat ging jeuken. Maar daar mocht hij dan weer niet aankomen. Ook al zo raar. Hij hield zich maar rustig zodat er niet nog meer gekke dingen gebeurden. Stel je voor.

En dan nog die rare snoepjes die hij steeds kreeg. Sommige waren heel vies. Hij moest ze slikken, het vrouwtje stopte ze gewoon achter in zijn keel en hield zijn kaken op elkaar tot hij ze niet meer kon uitspugen. En je merkte er niet eens iets van. Maar er waren ook snoepjes, die waren zo gek. Als je die kreeg dan werd je daarna helemaal sloom. Ook die keer dat zijn tennisballenmaatje er was, toen kon hij bijna nog niet eens naar de bank komen. Hij ging gewoon halverwege op de grond liggen slapen. Zo raar, dat gebeurde toch nooit.

Gelukkig ging het twee weken later al een heel stuk beter. Hij ging gezellig met het baasje mee. Even moest hij wel slikken toen hij zag waar ze heen gingen. Weer dat rare gebouw waar het zo bijzonder rook. Hij had er niet zo op. Meestal gebeurden er zo maar akelige dingen als hij daar was. Gelukkig was nu er een hele aardige mevrouw die hem gelijk enthousiast begroette. Ze keek naar zijn kale pootje en knipte wat van de stomme draadjes af die er uit staken. Ze was wel tevreden, geloofde hij. Het baasje lachte dus het zou wel goed zijn.

Wel ging zijn pootje weer jeuken, daarna. En hij mocht er nog steeds niet aankomen. Hij zuchtte maar eens.

Ze waren nog steeds heel voorzichtig. Alle tennisballen waren weg. Hij wist niet waar ze heen waren maar hij mocht er niet mee spelen. Met niks eigenlijk. Hij mocht ook niet springen, ze hadden een opstap gemaakt naar de bank, zodat hij er alleen maar hoefde te lopen. Soms had het ook voordelen hoor, dan kwam het baasje lekker naast hem een tukje doen. Of bracht het vrouwtje een kadootje voor hem mee. Nee, daar had hij niet over te klagen.

Ook leek het wel of hij een nieuwe naam gekregen had. Hij heette niet meer Stef, hij heette voortaan Rustig. En hij snapte toch echt niet waarom. Hij had even pijn aan zijn pootje gehad maar dat was al weer voorbij. Hij kon nu echt weer gewoon rennen en springen. Alleen leek het wel of dat niet mocht. Mensen, hij zou ze nooit helemaal begrijpen.

 

Je went er aan hè.

hoofdpijn

Toen de diagnose werd gesteld, was iedereen bezorgd. Clusterhoofdpijn, dat was heftig. Familie en vrienden leefden intens mee. Het was ook niet niks. Er kwamen medicijnen, injectiepennen, er werden zuurstofflessen binnen gebracht. Hij was zelf al lang blij dat er eindelijk een diagnose was gesteld. Hij was niet gek en geen aansteller. De adviezen “pak een paracetamolletje, dan gaat je hoofdpijn vanzelf over” kon hij nu echt als onzin afdoen.

De aanvallen werden er niet minder door, maar er was in ieder geval meer begrip. Regelmatig kreeg hij de vraag hoe het met hem ging. “Goed hoor”, zei hij dan, “ik kan er mee leven.” Tenslotte had hij van thuis uit geleerd dat je niet mocht klagen over dingen die je mankeerde. De clusters kwamen en gingen. Het was ook niet iedere dag een hel, er waren best hele rustige periodes bij. Soms afgewisseld met weken dat hij zoveel aanvallen had dat hij niet wist waar hij het moest zoeken. Maar ook die gingen weer over.

Langzamerhand werd het gewoon. Hij had clusterhoofdpijn. De vragen hoe het met hem ging werden steeds minder. Tot op het laatst eigenlijk niemand er meer naar vroeg. Het was een gegeven, je raakte eraan gewend. Hij zelf begon er niet over, hij wilde anderen er niet mee lastig vallen en uiteindelijk had je er niks aan. Het veranderde toch niet. Het voordeel was dat hij ook niet meer hoefde te luisteren naar mensen die hem vertelden dat hun kennis, oom, vriend ook last van migraine had. Alsof dat hetzelfde was. Maar toch knaagde het, het leek wel of niemand meer begrip had. Het was gewoon, het hoorde er bij. Wen er maar aan.

Zelf werd hij er wel iedere dag mee geconfronteerd. Zeker de wintermaanden waren geen feest. Heel vreemd maar het was alsof iets in het weer het aantal aanvallen verhoogde. Soms hielp zuurstof niet meer en moest hij zijn toevlucht nemen tot meerdere injecties per dag. Het was niet makkelijk om in een dergelijke periode positief te blijven. Hij merkte aan zichzelf dat hij kortaf werd, prikkelbaar en makkelijk geërgerd. Dat wilde hij niet, maar het ging vanzelf. Hij was zo moe. Wat zou het fijn zijn om eens een keer een hele nacht door te kunnen slapen.

Zou hij het nog een keer ter sprake brengen? Maar zouden ze hem dan geen zeurpiet vinden? Tenslotte moest hij er zelf nu toch ook wel onderhand aan gewend zijn. Alleen, je went niet aan hoofdpijnaanvallen. Het is geen zeurende pijn, het maakt dat je niet meer kunt denken of functioneren. Het rare is alleen dat als een aanval weg is, er eigenlijk ook niks meer aan de hand is. Afgezien dan van de uitputting. Dus sleepte hij zich maar verder. Nam de maximale dosis medicijnen. Hij mocht van de neuroloog afbouwen en opbouwen maar nooit boven een bepaalde dosis komen. Daar zat hij nu al weer een tijdje aan. Wellicht werd het toch weer eens een keer tijd voor een bezoek aan die specialist. Andere medicijnen misschien. Voor sommige medicijnen was hij alleen zo bang. Lithium, nee, dat was toch een stap te ver. Dat werd ook voor hele andere aandoeningen voorgeschreven.

Gelukkig kwam de lente er aan. Dan neemt het aantal aanvallen meestal wel af. Voorlopig nog maar even gewoon doorgaan. Geen mensen lastig vallen. Tenslotte was het zijn aandoening, niet die van anderen.

 

OMG

library-568940_1920

OMG, idd brb me BFF.

Ik kan er maar niet aan wennen. Ik weet ook zeker dat mijn leraar Nederlands van de middelbare school het er helemaal niet mee eens is. En, dat is zeker, ik weiger er ook aan mee te doen. Natuurlijk ben ik een zeurpiet en “weet ik toch wat er wordt bedoeld”, maar dat is voor mij niet genoeg. Het is niet ‘me’ boek, het is ‘mijn’ boek. Vreselijk.

Ik ben niet de enige die er zo over denkt. Gelukkig zijn er meer mensen die de Nederlandse taal nog hoog hebben staan. Dat zijn net zulke zeurpieten als ik. Ik begrijp best dat jongeren zich niet meer kunnen verliezen in de taal van Couperus, maar om nu alles maar af te schaffen en te roepen dat het allemaal moet kunnen, dat gaat me toch echt te ver.

En dan zijn er nog die uitdrukkingen en afkortingen. Ik snap er niks van. LOL, wat nou. Met je BFF op een terrasje zitten. Heel bijzonder. Laatst kwam ik een blog tegen die begon met “Hi peeps”. Ik hoef denk ik niet uit te leggen  dat dat de enige twee woorden zijn die ik van deze schrijver heb gelezen.

Maar niet alleen in appjes en blogs kom je dat soort dingen tegen, ook in een zakelijke omgeving worden te pas en te onpas uitdrukkingen verkeerd gebruikt. De moderne management taal is een gruwel, waar halen die mensen al die woorden vandaan. Opschalen, downsizen, tijdens de uitrol kunnen we alles handjes en voetjes geven, om het daarna te levelen. Want het wordt nog een hele challenge. Tssss. We laten tegenwoordig niks meer escaleren, we escaleren het gewoon zelf.

Onze Nederlandse taal, zou het een uitstervend fenomeen zijn? Tenslotte zijn er al reclamespots op televisie waar geen woord Nederlands aan te pas komt. Mensen die dit niet goed kunnen volgen zullen wel niet tot de doelgroep behoren. En het ergste is, je hoort om je heen zoveel Engels dat het vaak niet eens opvalt. En het zou wel makkelijk zijn hoor, als iedereen elkaar verstaat. Ik ben de laatste die daar een probleem mee heeft. Maar ik hou toch nog steeds van het Nederlands.

Ach, wie weet. Misschien komt er in de toekomst nog wel eens een vereniging van mensen die de oude Nederlandse taal beoefenen. In besloten kring natuurlijk, de voertaal is dan immers Engels geworden. Een Engels waar Oscar Wilde en W.B. Yeats nog nooit van gehoord hebben, dat dan weer wel. We communiceren in afkortingen en emoticons en lappen alle oude regels aan onze laars. Tenslotte snapt iedereen best wel wat we bedoelen, toch!

 

Operatie

ridderkerk-3006276149881806856_stifle_lat.0004

Het is zover, Stef gaat onder het mes. Om 08.00 uur ‘s ochtends worden we verwacht in de kliniek in Barendrecht. Een vriendelijke arts ontvangt ons. Hij heeft direct alle aandacht voor Stef. “Is het een brave?”, de zachte Belgische tongval stelt meteen gerust. We knikken, Stef is een hele brave hond. Gelukkig bewijst hij dat ook door vriendelijk naar de arts te kwispelen. Die onderzoekt het geblesseerde pootje en legt ons aan de hand van duidelijke röntgenfoto´s uit wat hij precies gaat doen. En vertelt dat Stef daarna echt zes weken heel rustig aan moet doen. ¨Dat wordt een uitdaging”, we hebben daar niet zo veel vertrouwen in. “Ik zal kalmeringsmiddelen meegeven, dat is geen probleem.”

Na Stef nog een dikke knuffel gegeven te hebben, stappen we weer in de auto. Met alleen de hondenriem. Dat voelt naar, jaren geleden stapten we met ook alleen een riem naar buiten bij een dierenkliniek, toen hadden we onze kleine Dopey, net zes maanden oud, in moeten laten slapen. Gelukkig zijn de vooruitzichten nu beter.

Na tweeënhalf uur krijgen we een telefoontje. De operatie is goed gelukt, Stef is al weer aan het bijkomen. Halverwege de middag mogen we hem op komen halen.

Natuurlijk zijn we er op tijd. We krijgen een stapel informatie, adviezen en medicatie mee en dan wordt die kleine man gehaald. Het valt niet mee, zijn pootje zit volledig ingepakt in een dik verband. Zelfs zijn voetje is niet meer te zien. Het valt hem zelf ook niet mee, dat is duidelijk te merken. Wat is hij boos, die kleine vent. De hele weg naar huis zit hij achter in de auto te mopperen.

Het nadeel is dat je met een hond niet kunt praten. Je kunt hem niet vertellen dat het voor zijn eigen bestwil is. Dat hij een paar weken rustig aan moet doen en dat hij dan langzamerhand weer de oude wordt. En gewoon weer mag gaan rennen en springen. Stef jammert en moppert en wil beslist niet op zijn warme kussen gaan liggen. Nee, onder de tafel, op de koude tegelvloer. Eten lust hij wel, daar ligt het niet aan. De pijnstiller die ik hem als een snoepje aanbied, is ook in een mum verdwenen.

Het wordt nog wat. Niet rennen, niet springen. We hebben een ‘broekspijp’ voor hem gekocht. Die moet straks aan als het verband van zijn pootje gaat. Dat zal ook nog wel een strijd worden. Maar, zoals gezegd, het is voor zijn eigen bestwil. Straks zal hij ons dankbaar zijn. Toch?

 

Mank

teddy-242851_1920

“Wat loopt hij toch mank hè.”

“Nou, hij heeft zich verstapt, denk ik.”

Gelukkig liep Stef na een paar dagen weer als een kievit. Niks aan de hand, misschien even een verkeerde beweging gemaakt, een beetje spierpijn en weer door. Het is een bikkel, die kleine hond van ons.

Wat wel raar was, was dat toch na iedere inspanning, of het nu een avondje behendigheidscursus was of een rondje rennen in het bos, het kereltje weer moeilijk liep. Hij gaf geen kik, dat niet. We voelden aan zijn pootje en hij liet het allemaal toe. Na een paar daagjes hinken liep hij weer als vanouds. Op een gegeven moment begon de twijfel toe te slaan. Zou er iets zijn. Een Stafford staat bekend om een hele hoge pijngrens. Ze geven niet makkelijk toe dat ze iets mankeren. Dus maakten we een afspraak bij de dierenarts.

We werden gewezen op de mogelijkheid van het maken van röntgenfoto’s, Stef moest nuchter komen. Iets dat ook niet goed uit te leggen was aan een immer hongerige hond. De dag begon voor hem al slecht.

Stef vond het dan ook helemaal niet leuk dat hij mee moest naar die akelige mensen. Hij had het debacle met het muizengif waarschijnlijk nog vers in het geheugen. Wat was hij daar voor de gek gehouden. Eerst een lekker bakje voer en daarna zo misselijk. Nee, daar trapte hij niet nog een keer in. Maar hoe verwijtend hij ook keek naar het baasje, hij moest er toch aan geloven.

En inderdaad, er moesten foto’s gemaakt worden. Stef zijn pootje werd geschoren en hij kreeg een roesje. Op een andere manier was het niet mogelijk het zere pootje op de juiste manier te bekijken. Gelukkig is het bij dieren anders dan bij mensen, na een half uurtje wachten was de uitslag bekend. En die uitslag viel niet mee, zijn kruisband was gescheurd.

Nu is dit op zich goed te verhelpen, met een operatie om de knie met een prothese weer te herstellen moet het weer goed komen met Stef. We gaan op korte termijn terug om een plan te maken voor de operatie. En de revalidatie die daarna volgt.

En dat wordt een uitdaging. Want Stef mag voorlopig niet naar zijn geliefde behendigheidsles. En hij mag zeker ook niet rennen in de bossen. Leg dat zo’n kleine man maar eens uit. Want hij heeft met die afgescheurde kruisband gewoon door de struiken en de graspollen gesjeesd. Alsof er niks aan de hand was. Die dag mank lopen nam hij dan gewoon maar voor lief. Maar we gaan er voor zorgen dat Stef voldoende uitdaging en afleiding krijgt, dat is zeker. En de dierenarts heeft ons gezegd dat met deze operatie, speciaal voor actieve honden, hij straks weer alles mag doen.

Soms kan ik toch wel jaloers zijn op de manier waarop zo’n hond omgaat met kwalen en pijn. Wat zijn wij mensen dan toch watjes.

 

CenterParcs

sea-3143648_1920

“Een weekendje uitwaaien, dat moeten we een keer. Gewoon, lekker naar het strand. Maar niet in een hotel hoor, dat vind ik niet leuk, dan kun je ‘s avonds alleen maar op je kamer zitten of in de bar.”

Lief heeft nogal wat noten op zijn zang. Hij weet precies wat hij wil. “En Stef moet ook mee mogen, anders ga ik niet.”

Een zoektocht op internet brengt me steeds weer bij dezelfde aanbieder. CenterParcs. Ik moet even slikken. Het is lang geleden dat lief en ik met zijn ouders weekendjes naar CenterParcs gingen. In die tijd gingen we nog zwemmen. Op een bepaalde leeftijd moet je de omgeving de aanblik van jezelf in badpak niet meer aan doen. Maar toen kon het nog. Mijn schoonmoeder vond het heerlijk, die kon uren dobberen in het golfslagbad. Dat was in die tijd een van de bijzondere zaken die CenterParcs bood. Samen met het videonet dat ieder huisje had. Je kon als je wilde de films twee of drie keer per dag bekijken.

‘s Avonds liepen we dan naar het centrum waar de lucht van het zwembad de geur van het restaurant probeerde te overstemmen. In het restaurant eten, deden we niet. Mijn schoonmoeder at niet buiten de deur, “je weet nooit wat ze er allemaal in stoppen.” Ach, en voor een weekend vonden lief en ik dat ook niet erg. Jammer, dat wel. Vooral voor mijn schoonvader, die vond het heerlijk in een restaurant te eten. En we gunden het hem zo.

Ik vond het geweldig om op mijn gemak op het terrasje te zitten en rond te kijken. In een CenterParcs park zie je echt mensen van het meeste uiteenlopende pluimage voorbij komen. Toen, tenminste. Maar dat zal nu toch nog wel hetzelfde zijn?

Ik ga naar de website en geef het weekend aan waarin we graag willen boeken. Het is even zoeken naar een huisje waar ook honden in mogen. Begrijpelijkerwijs zijn die wat duurder dan de andere. Korting bij het boeken, ik begrijp niet waarvoor, maar ik klik het aan. Scheelt toch weer een paar tientjes. Waarschijnlijk krijgt iedereen korting, maar dat maakt het niet minder leuk. En even later, ja hoor, het is een feit, we gaan een weekendje naar CenterParcs.

Het werkt wel anders dan vroeger, ik moet een account aanmaken en ik krijg een e-ticket die ik moet printen. Niks meer thuis sturen op papier, alles lekker digitaal. Ik hou daar van. We hebben een luxe huisje, met sauna en ontbijtservice. Ik ben benieuwd. Zou de chloorlucht nog rondwaren in het centrum. Eigenlijk hoop ik van wel. En ik hoop toch ook dat het gevoel nog wel ouderwets is.

 

Dieet

1480242127706

Stef, onze hond is op dieet. Het arme beest. Normaal gesproken krijgt hij zo rond zeven uur ’s ochtends en half zeven ’s avonds zijn brokjes. ’s Avonds aangevuld met sperziebonen. Dat vult maar voedt niet. Er zitten voor een hond vrijwel geen calorieën in. Eigenlijk wordt hij dus gewoon voor de gek gehouden, zijn bak zit vol maar voedingswaarde heeft het niet.

Meestal ben ik tussen half zes en zes uur thuis. Mijn lief en ik drinken wat en vertellen elkaar wat we die dag hebben meegemaakt. En dan, tegen half zeven gebeurt er altijd iets opmerkelijks. Stef is, nadat hij me uitbundig welkom heeft geheten, op zijn gemak op de bank gaan liggen. Dat is zijn plekje, wij hebben een heel dure hondenmand. Maar zo rond zijn etenstijd lijkt het of hij op zijn horloge kijkt en denkt, “hé, het wordt tijd”. Hij rekt zich en komt van zijn bank. Om voor mijn voeten of die van mijn lief te gaan zitten. Met zijn trouwe ogen kijkt hij je dan aan. “Ik heb honger, ik ben toch wel aan de beurt.” Ik probeer hem dan altijd te negeren. Tenslotte maakt hij niet uit wanneer hij eten krijgt, dat is het voorrecht van de baas.

Stef is het daar niet mee eens. Het is half zeven, het is tijd. Dus na wat dralen ga ik inderdaad zijn bak pakken. Enthousiast loopt hij voor mijn voeten. Het arme dier verkeert in een constante staat van honger. Ik heb ook altijd het idee dat hij lichtelijk misprijzend naar zijn bak kijkt als hij ziet dat er weer meer sperziebonen inzitten dan brokken. Maar goed, ook hij kijkt het gegeven paard niet in de bek en valt aan. Niet dat hij beschermend is naar zijn bak, je mag rustig halverwege zijn eten wegpakken. In die zin is hij goed opgevoed. Hij zal je ietwat teleurgesteld aankijken maar wel berusten in zijn lot. We doen dat nooit hoor, het beetje dat hij krijgt mag hij echt wel opeten. Ik moet eerlijk zeggen, ik ben daar strenger in dan mijn lief. Die vindt de hoeveelheid brokjes vaak wel erg schamel.

Met een tevreden zucht komt Stef ons bedanken en vertrekt terug naar de bank. Uitbuiken. Wij gaan eten, kletsen nog wat na en gaan opruimen. En het is raar, maar dat is weer een sein. Stef is ineens weer vol actie. We doen of we er niks van begrijpen. Het is een dagelijks terugkerend ritueel. Dan voelt mijn lief even aan zijn oor. En bons, Stef stormt door zijn luik en rent naar de garage. Daar staat nl. de bak met varkensoren. En dat, dat is de ultieme traktatie. Ik begrijp er niks van, ik wil de bak niet eens binnen in huis hebben, zo vies vind ik die dingen. Maar Stef is er verzot op, hij springt en danst en is de koning te rijk.

Tevreden gaat hij daarna met zijn baasje een blokje om. Ik zie ze vertrekken, de man en zijn hond. Ik geniet.

 

Ik snap het niet

social-1989152_640

Ik snap het niet. Ik denk van mezelf dat ik best een modern mens ben. Ik heb interesse in de ontwikkelingen, gebruik alle moderne mogelijkheden die worden geboden. En toch snap ik het niet. Waarom moet ik een abonnement nemen op een vlog waar bij me een inkijkje wordt gegeven in het dagelijks leven van iemand die ik helemaal niet ken. Die me eigenlijk ook helemaal niet interesseert.

Of nog erger, waarom moet ik andere mensen datzelfde inkijkje geven in mijn leven. Laten zien hoe ik ‘s ochtends uit bed kom. Hoe ik wakker zit te worden achter een beker koffie. Geloof me, dat willen jullie helemaal niet zien. En terecht, ik hoef dat ook niet van andere mensen te zien. De gebeurtenissen die we voorgeschoteld krijgen zijn ook alledaags. Gelukkig maar, want een mens houdt het niet vol om de hele dag in ‘aan’-modus te staan. Iedereen heeft zijn momentjes nodig.

Wat me dan wel amuseert is het feit dat een bekende vlogger op YouTube bekend maakt dat zijn relatie voorbij is. Zijn, inmiddels ex-, vriendin zit naast hem en huilt tranen met tuiten. “Het ging echt niet meer.” Ach gossie. Heel Nederland leeft mee, alle roddelrubrieken brengen dit belangwekkende nieuws. Gelukkig is er een week later beter nieuws te melden. Het bekende koppel heeft de onenigheden bijgelegd en besloten de relatie een nieuwe kans te geven. Heel vloggend Nederland slaakt een zucht van verlichting. Poeh.

De niksheid van dit nieuws slaat me met stomheid. Waar houdt de natie zich mee bezig, ik vraag het me oprecht af. Is er dan echt geen belangrijker nieuws te melden? Zijn er geen rampen gebeurd? Heeft de regering geen maatregelen genomen om de gevolgen van de gaswinning in Groningen te compenseren? Nee, alle deskundigen buigen zich over het fenomeen vlogger.

En dat zijn dan nog maar de onschuldige vlogs. Er zijn ook mensen die hulpverleners lastig vallen en voor de meest enge ziektes uitmaken en daar dan prat op gaan. Maar het ergste is dat deze vlogs ook nog gretig bekeken worden. En dat de makers een podium krijgen in zichzelf serieus nemende actualiteitenprogramma’s om ons ervan te overtuigen dat zij volledig in hun recht staan. Recht van meningsuiting.

Onvoorstelbaar. Nee, ik snap het niet. En eigenlijk denk ik dan ‘gelukkig niet’.

 

Laatste keer

castle-458058_640

En dan ben je ineens de eigenaar van een heleboel spullen. Toch raar, zo rond lopen in zijn huis. Het ademt nog helemaal zijn aanwezigheid uit maar hij is er zelf niet meer. Het vertrouwde beeld van pa in zijn makkelijke stoel bij het raam is weg.

Wat te doen met al die bezittingen. Natuurlijk, we willen graag een aandenken aan pa. Maar wordt dat zijn verzameling heiligenbeelden? Of gaan we toch voor de grote delftsblauwe vazen? Geen van deze objecten zullen een plaats krijgen in ons eigen interieur. Hoe veel we ook van pa hielden.

Verder was er natuurlijk de verzameling serviesgoed. Het doordeweekse servies en het zondagse servies. Ooit in een ver verleden aangeschaft samen met mijn schoonmoeder. Dat gebeurde toen nog. Het zondagse servies is nog bijna helemaal intact. Zelfs de soepterrine ontbreekt niet.

Sommige zaken kunnen zo in de container. Over andere zaken denk je toch wat langer na. Pa heeft ze allemaal met liefde aangeschaft. Er zijn ook nog zaken van mijn schoonmoeder, nu toch al 11 jaar geleden overleden. De herinneringen komen terug. Ma die zo zuinig was op haar spullen. Ze vond mij maar een sloddervos. Bij ma was nooit een stofje te vinden. Hoe anders was dat bij ons. Ik weet nog dat ze een keer binnenkwam en zei “zal ik even voor je stoffen.” Het was goed bedoeld maar ik ontplofte bijna.

Grappig ook om te zien wat mensen bewaren. Er zijn tupperware bakjes vol met gedachtenisprentjes. Toen dat nog gewoon ‘bidprentje’ heette. Oude mensen die wij niet kennen. Alles gaat bij het oud papier. Oneerbiedig maar het is niet anders.

Ik neem me weer voor om in mijn eigen huis eens kritisch rond te kijken. Wat kan er allemaal weg. Tenslotte hebben wij geen kinderen die straks de boel op komen ruimen. Je wilt vreemde mensen niet met teveel ellende opzadelen.

Verder met het huis. Sommige dingen hebben een goede bestemming. Dat voelt goed. Andere dingen zijn echt niet te slijten. We bieden het met een grijns aan iedereen aan. En begrijpen heel goed als zij weigeren. Gelukkig zijn er mensen die zich er een taak van hebben gemaakt deze interieurs op te halen. Natuurlijk verdienen zij daar aan. Dat begrijpen wij ook wel. Tenslotte moet iedereen leven. Maar het verlost ons van een boel zorgen. We geven de man de sleutel van het huis van pa en komen pas terug als alles leeg is.

De herinnering aan pa kan die man immers toch niet meenemen. Die zit in ons hart.