Samen met het vrouwtje

Sinds hij nog maar alleen is met het vrouwtje, moet hij wel wat beter op haar letten. Ook als ze naar haar werkplekje gaat, boven, gaat hij meestal toch wel mee. Dat vindt ze fijn, dat merkt hij wel. En natuurlijk is het voor hemzelf ook gezellig. Het vrouwtje heeft een vachtje neergelegd en er staat water voor hem. En wat ook gunstig is, ze heeft een doosje met snoepjes in de boekenkast gezet. Makkelijk, dan hoeft ze niet naar beneden te lopen. En dan denkt ze er ook eerder aan, dat is zeker.

Hij mag nu ook vaker met haar mee. Dan gaan ze in de auto en neemt ze zelfs zijn dekentje mee. Dat wordt in de hoek gelegd en dan heeft hij daar ook zijn eigen plekje. Niet dat hij daar veel gebruik van maakt, er zijn veel te veel interessante dingen te ontdekken. Ook zijn er veel andere mensen. Maar die zijn heel aardig en willen meestal ook best even met hem spelen. Als het vrouwtje zijn bal mee heeft genomen, kunnen ze die mooi gebruiken in de lange gang. Hij heeft al wel in de gaten dat de meesten ook boterhammen of zo in hun tas meebrengen. Op zijn gemak maakt hij dan een rondje. Helaas mag dat niet van het vrouwtje en worden de tassen dan dichtgedaan. Hmm. Gelukkig valt er toch wel eens wat af bij sommigen, hij weet inmiddels precies bij wie hij dan moet zijn. Nee, over het algemeen een prima plek om zo de dag door te brengen.

Het is ook wel prettig als ze de dag erna weer samen thuis zijn. Dan kan hij op zijn gemak slapen zonder dat hij wordt uitgelachen als hij snurkt. Hij hoort het wel hoor, dat ze het dan over hem hebben. Net of mensen zelf niet snurken, zo! En hij doet er niks aan, zijn neus is nu eenmaal niet langer.

Gelukkig is hij nog geen mensen tegengekomen die aan de andere kant van de gang gaan lopen als hij ze wil begroeten. Dat gebeurt op straat nog wel eens. Heel vreemd. Hij heeft nog nooit lelijk gedaan tegen andere mensen. Het vrouwtje trekt hem dan wel mee, zij schijnt er wel begrip voor te hebben. Ach, mensen, soms zijn ze niet te begrijpen. Hij loopt dan maar netjes met het vrouwtje mee. Tenslotte wil hij haar niet voor schut zetten.

Want ze moeten er toch maar het beste van maken, zo samen.

Kleine overwinningen

Af en toe voel ik me toch een beetje schuldig richting Stef. Hij is nu natuurlijk toch wat meer alleen dan vroeger. Ik probeer hem zoveel mogelijk mee te nemen of thuis te werken maar ja. De AH is gek op hamsters maar ik kan me niet voorstellen dat ze een enthousiaste Stef ook zo enthousiast begroeten. Ik zie hem al snuffelend langs de rekken gaan. En dan lekker treuzelen bij de hondenvoeding. Nee, dat is geen goed idee.

Dus als het in het weekend mooi weer is, trekken we er als het kan samen op uit. Met een groot wandelgebied dichtbij is dat ook niet heel veel moeite. Er is een grote losloop-route voor honden dus hij kan zich maar uitleven. Pas geleden ook, het was lekker weer dus hup, in de auto en op pad. We waren bepaald niet de enige. Ook bij de grote waterplas was het een drukte van belang. Er was een klein meisje met stokken aan het gooien. Haar eigen hond, althans ik denk dat het haar eigen hond was, rende vrolijk het water in en zwom naar de stok. Stef stond het eens aan te kijken en bedacht dat hij ook best achter die stok aan kon. Het meisje reageerde heel sportief en gooide gewoon twee stokken. En toen ze zag dat Stef niet zwom, gooide ze gewoon wat minder ver.

We vervolgden de route en liepen richting het eindpunt, een restaurant met een behoorlijk terras. En toen ontstond de discussie in mijn hoofd. Want als mijn maatje en ik deze route liepen, eindigden we altijd met een Trappistenbiertje op het terras. Wat zou ik doen? “Ik ga een biertje drinken. Nee, ik ga naar huis. Maar het is wel mooi weer. Maar ik ben maar alleen. Ik doe het gewoon. Ik doe het niet.” Stef had nergens erg in, die rende de hele route gewoon in drievoud. Gezegende ziel.

Toen ik even later bij het terras belandde, had ik mezelf overtuigd. Ik ging het doen. Eén drankje. Gewoon in mijn eentje. En dan naar huis. We moesten even wachten, Stef en ik, maar toen kregen we een tafeltje op een beschut plekje. En een witbiertje, dat was dan het compromis. Niemand keek me raar aan, niemand stelde vragen en ik werd ook niet in een hoekje gestopt of bij andere mensen gezet. Het viel best mee.

En zo had ik weer een hobbel(tje) genomen. Ach, er zullen er nog wel veel volgen maar dit was er toch weer één. En ik was ondanks alles best trots op mezelf.

Terug naar de Ardennen

Na het afscheid van mijn maatje waren er ineens veel dingen waar ik een beslissing over moest nemen. Of ik wilde of niet. Eén daarvan was de caravan die wij hebben in de Ardennen. Wat wilde ik daar mee. Mijn eerste ingeving was; “die ga ik verkopen, ik ga nooit meer naar de Ardennen.” Ik was bang dat daar veel te veel herinneringen zouden liggen. Te veel mooie dingen meegemaakt, samen met mijn maatje. Het was zijn plekje, hij was daar gelukkig. Niet dat hij dat thuis niet was, maar dat plekje zat toch wel heel stevig in zijn hart.

Achteraf gelukkig, verliep het verkopen van een Nederlandse caravan in de Belgische Ardennen niet zo snel als ik had gedacht. Het was ook niet echt het juiste seizoen. Er ging een aantal weken overheen en ik begon wat meer rust te vinden en wat meer mijn eigen draai. En ik merkte dat ik toch wat anders ging denken over een aantal zaken. Want waarom zou ik niet proberen een keer terug te gaan naar de camping. Stef had het daar ook altijd enorm naar zijn zin. En ik ken daar veel mensen. Mensen die ook nu vaak contact zoeken om te vragen hoe het met me gaat.

Alleen dat plekje, helemaal in de middle of nowhere, waar wij samen ‘alleen op de wereld’ konden zijn. Dat was wel heel erg eenzaam. Nu is er op die camping ook een gedeelte dat Het Dorp wordt genoemd. Niet direct aan het water maar wel wat drukker bevolkt en dichter bij het chateau en de taverne. Tijdens de wateroverlast van vorig jaar is een aantal caravans ook daar vernield en sommige mensen hadden toen de moed of zin niet meer om opnieuw te beginnen. Wie weet. Misschien was er een plekje voor mij.

Na overleg met de eigenaren kon ik zelfs kiezen uit een aantal nieuwe plaatsjes. En die keuze was snel gemaakt. Er is een nieuw beukenhaagje geplant en zij zetten mijn caravan zelfs voor mij op zijn plek. Ok, het is kleiner en niet naast de rivier, maar ik ben er wel heel erg blij mee. Want ik ga me daar denk ik wel veiliger voelen. Zo in mijn uppie.

Tenslotte vind ik het sowieso al rete-eng om terug te gaan. Niet zozeer uit praktisch oogpunt maar toch wel om alle herinneringen. De foto van mijn maatje ligt al klaar, die gaat in ieder geval ook mee.

Uitgemolken

Ik denk dat er geen nalatenschap zo wordt uitgemolken als die van André Hazes. Zijn immer treurende weduwe heeft zich ontpopt tot een gewiekste zakenvrouw. Samen met Jeroen van der Boom, die zichzelf heeft uitgeroepen tot meest populaire zanger van Nederland, organiseert zij steeds weer nieuwe evenementen. Eerst hadden we Heel Holland zingt Hazes. De titel bekt wel lekker, dat moet ik ze nageven. En nu is er ook weer Hazes is de Basis. De eerste aflevering schijnt overigens niet zo’n succes te zijn geweest. Met name het optreden van Rachel zelf kon rekenen op behoorlijk wat kritiek. Want oh, oh wat is ze altijd gelukkig geweest in haar huwelijk met de zanger. Dat ze elkaar de tent uitvochten, dat mag niemand meer weten.

Eigenlijk probeert iedereen mee te liften op de nalatenschap van Hazes. Ook zijn zoon, Dré junior, mag zich verheugen in een grote interesse voor zijn persoon. Ik denk niet dat als hij de zoon van Piet Jansen, de bakker uit Nergenshuizen, was geweest, hij dit succes had behaald. Zelfs nu hij niet zingt, wat overigens naar mijn mening het beste klinkt, is hij nog populair.

Natuurlijk bemoeit mama zich ook daar mee. Als je de roddelbladen mag geloven, is ze in ieder geval blij dat zijn relatie met Monique voorbij is. Althans, voor nu. Je weet natuurlijk nooit wat de toekomst brengt. Dingen kunnen zomaar veranderen. En wat heeft Rachel daar dan eigenlijk mee te maken. Misschien houdt ze gewoon niet van mensen die haar doorzien. Of Monique dat doet weet ik niet trouwens, ik ben er nooit bij geweest.

Ook naar de musical ben ik niet geweest. Ik ben ervan overtuigd dat het een prima productie is, met vakmensen in de hoofdrol. Maar dat het nou weer over Hazes gaat, nee, dat is me toch te veel van het goede. En niet dat ik de zanger niet kan waarderen, hij had een hele goede stem en ook al hou ik niet van het genre, er zijn nummers bij die toch echt tot de klassieken gaan behoren. Alleen dat uitmelken, daar kan ik niet zo goed tegen.

Maar ja, wat zal zijn vrouw blij zijn dat ze de scheidingspapieren nog niet had getekend doen André kwam te overlijden. Nu kan ze tenminste nog op een legale manier cashen. Kijk, en dat Nederland daar wat van vindt, ach, dat lijkt me voor haar minder belangrijk. Zij kijkt waarschijnlijk op haar bankrekening en denkt “Proost Dré”.

Ongewenst gedrag

Je kunt er bijna niet omheen, het is het gesprek van de dag. Het ongepaste en onaanvaardbare gedrag van een aantal mannen ten opzichte van, soms nog heel jonge, vrouwen. Zeker als er sprake is van een machtsverhouding is dit echt heel laakbaar. Hoe komen die mannen erbij om dit soort gedrag ten toon te spreiden, wat denken ze, hoe werkt dat in hun hoofd. Ik kan er niet bij. Waarom denken dit soort mannen dat vrouwen, meisjes, dit leuk vinden? Denken ze werkelijk dat ze ‘God’s gift to women’ zijn? Heel bijzonder.

Maar wat ik ook heel erg vind, is dat mensen, mannen, op dit moment al veroordeeld worden door de social media voordat er ook nog maar een rechter aan te pas is gekomen. Er is geen hoor en wederhoor. Mannen worden afgefakkeld en kapot gemaakt zonder dat er onderzoek wordt gedaan naar wat er nu echt is gebeurd. Daarmee wil ik dit gedrag niet goedpraten, maar ik denk dat er ook best situaties kunnen zijn waarbij de vrouw in kwestie zelf niet helemaal zuiver op de graat is. Net zoals die mannen een machtspositie hebben is het voor vrouwen ook mogelijk macht uit te oefenen. Want bewijs als man maar eens dat je onterecht beschuldigd wordt. Waarmee ik niet wil zeggen dat dat op dit moment aan de hand is bij bijvoorbeeld The Voice maar het is wel erg makkelijk. Iemand wordt beschuldigd en zijn hele familie wordt meegesleept in de ellende. Heel Nederland heeft een mening en meent te weten wat er is gebeurd.

Ik ben inmiddels al heel wat jaren aan het werk en ik heb te maken gehad met mannen in soorten en maten. Heel af en toe zat er een tussen waarmee ik liever niet alleen in een kantoor was. Dus zorgde ik er voor dat dat ook bijna niet voor kwam. Rare afbeeldingen heb ik nog nooit ontvangen. Maar misschien zegt dat meer over mijn leeftijd dan over de mannen.

Ik heb geleerd dat je als mens respect moet hebben voor je medemens. Mijn maatje en ik hebben ook altijd volgens die stelregel gehandeld. En oh ja, ik ben ook wel eens nagefloten. Maar dat was in de tijd dat daar nog geen aandacht aan werd besteed. Al weer heel wat jaren geleden. Nu wordt er niet meer gefloten. En ik vraag me dan af, is dat omdat de mannen op de bouw het niet meer durven? Of ligt het toch echt aan mij.

Dubbele oorontsteking

Hij had al een tijdje pijn aan zijn oren. Aan een kant was het wat meer dan aan de andere kant maar het bleef wel heel vervelend. Als hij schudde met zijn kop was het af en toe wel wat minder maar het kwam toch steeds terug. En het meest vervelende was nog dat als mensen zijn kop aaiden en zijn oren aanraakten, dat hij dan onbewust piepte. Daar schaamde hij zich toch wel een beetje voor. Het vrouwtje had het ook wel in de gaten. Ze had al een keer van dat vieze spul in zijn oren gespoten maar dat hielp ook maar één dag. Hij hoopte wel dat het snel over zou gaan.

Hij had deze week ook nog niet veel mee gemogen. Ja, voor de wandelrondjes wel maar verder niet. Nou was het vrouwtje ook niet veel weggeweest maar toch. Maar nu ging ze dan toch zijn tuigje pakken, ah, ze gingen ergens heen. Hij sprong van de bank en hielp door vast zijn riem te pakken. Het vrouwtje lachte en ze gingen samen naar de auto. Het was maar een klein stukje hobbelen en toen zag hij waar ze waren. Bij dat grote huis waar ze echt heel veel hondensnoepjes hadden. Hij was er wel eens eerder geweest, ze hadden hier zijn behendigheidstuigje en dat stomme jasje gehaald. Kijken wat hij nu zou krijgen.

Het vrouwtje ging even zitten, dat was wel een beetje raar, en na een tijdje gingen ze samen een hokje in. Toen rook hij het al, hij was weer voor de gek gehouden. Dit was de geur van die mensen die hem een zere poot hadden bezorgd en wel eens met van die rare dingen in zijn oren hadden gepord. Jawel hoor, hij moest weer op de tafel en daar kwam dat stokje weer. Hij wrong om los te komen maar het vrouwtje hield hem stevig vast. Dat hij er toch zo ingetrapt was. Maar ja, normaal ging het baasje altijd met hem naar zo’n huis. En nu was hij met het vrouwtje.

Hij begreep er weinig van. Die dierenarts ging onderzoeken wat er uit zijn oor kwam. Bah bah, dat doe je toch niet. Hij vond het zelf al vies als hij met zijn pootje zijn oor schoonmaakte. Hmm, ze vond het toch niet goed, wat ze daarin zag. Dubbele oorontsteking, geen idee maar als dat was wat hij had, was het niet fijn.

Pfff, het vrouwtje maakte een nieuwe afspraak voor volgende week. Moesten ze weer terug zeg. En er werd vieze smurrie in zijn oren gesmeerd. Jakkie. En hij mocht voorlopig niet zwemmen. Tsss, net of hij daar ooit een fan van was geweest. Hij was er weer mooi klaar mee.

Stil in mij

Soms zit er ineens een zinnetje uit een liedje in je hoofd. Als een mantra. Het blijft een hele tijd hangen, soms wel een hele dag. Dan is het ineens weg om een paar dagen later als een duveltje uit een doosje weer omhoog te ploppen. Geen idee wat de trigger is. Mijn mantra is al een paar dagen “Het is zo stil in mij, ik heb nergens woorden voor.” Een prachtig nummer van Van Dik Hout. De zanger, Martin Buitenhuis, zingt over het verlangen naar warmte en troost op momenten dat het van binnen zo koud en stil kan voelen.

Ik probeer door te schudden met mijn hoofd het liedje kwijt te raken. Vaak te vergeefs. Maar gelukkig is er ook afleiding en raak ik dat gevoel weer kwijt. Het zijn die onbewaakte momenten waarop het weer toeslaat. Ik heb inmiddels ook geleerd om dat gevoel te omarmen. Om het niet weg te stoppen. Tenslotte moet ik ook de liefde van mijn leven, waar ik 35 jaar lang mee samen ben geweest missen. En daar mag ik verdriet om hebben, daar mag ik om rouwen.

Dat wil niet zeggen dat ik de hele dag loop te huilen. Gelukkig niet zeg, ik zou er geen gezellig mens van worden. Bovendien zou het me ook niet helpen. En zou mijn maatje dat ook niet willen. Maar soms is het gewoon nodig. De tranen zitten gewoon nog heel erg hoog. Soms vind ik dat zelf lastig maar vaak laat ik het ook maar gebeuren.

Schrijven over dit soort gevoelens en gebeurtenissen helpt mij. Wel denk ik soms “moet ik daar iedereen wel mee lastig vallen?” Maar ja, van de andere kant, je hoeft het natuurlijk ook niet te lezen. Hoewel ik merk dat veel mensen die mijn blogs lezen ook een lief bericht achter laten om mij een hart onder de riem te steken. En dat helpt ook.

Het is een bizarre reis, die ik maak. Vooral ook omdat ik alleen op reis ben. Met de gedachte aan mijn lieve maatje, de steun van heel veel lieve mensen en natuurlijk het gezelschap van mijn kleine Stef. Het komt wel goed.

Nieuwe gewoontes

Mijn maatje en ik hadden bepaalde gewoontes en rituelen. Dat kan ook niet anders, als je al zo lang bij elkaar bent. ’s Ochtends bij het opstaan begon dat al. Wie doet wat? Wie doet de gordijnen open? Wie schenkt de koffie in? En, heel belangrijk, wie geeft Stef zijn eten? Dat was trouwens altijd degene die het eerste beneden was. Stef liet daar geen twijfel over bestaan.

Ik merk nu dat ik een soort eigen gewoontes begin te ontwikkelen. Een soort van, mezelf opnieuw uitvinden. Ik doe het niet bewust, het gebeurt vanzelf. Beneden komen, koffieapparaat aanklikken, Stef eten, televisie aan. Dat laatste verdrijft voor mij de stilte in huis, daar ben ik nog niet aan gewend. Niet dat mijn maatje zo’n lawaaimaker was maar ik mis zijn aanwezigheid.

Natuurlijk zeg ik ook goedemorgen tegen mijn maatje. Eigenlijk hoeft dat niet, hij zit de hele dag in mijn hoofd, maar het is een ritueel. Ergens geeft het ook troost, alsof hij de hele dag met mij meekijkt.

Als ik thuis werk, gaat Stef mee naar mijn werkplekje. Hij ligt naast mijn bureau op zijn vachtje. Te snurken. Af en toe komt hij eens kijken wat ik aan het doen ben, hij kijkt soms ook mee tijdens een online meeting, vaak tot hilariteit van de anderen. Het geeft afleiding. Want het gevaar is nu wel dat ik geen pauze neem. Lunch lijkt af en toe overbodig, snel een broodje is ook goed. Gelukkig wil Stef dan wel graag naar buiten dus dan doen we ons rondje. Behalve als het regent natuurlijk, Stef houdt niet van nattigheid.

Toch raar hoe snel je je aanpast aan een nieuwe situatie. Het verdriet wordt er niet minder door maar het geeft wel een gevoel van rust. Zelfs het alleen eten wordt gewoon. Nog steeds niet gezellig maar niet meer zo confronterend als in het begin. Het huis begint weer te voelen als mijn eigen plekje. Het huis wordt weer een thuis.

Allener

Sommige dagen zijn allener dan andere. Ik heb het opgezocht, het woord bestaat echt. Het geeft ook goed weer wat ik op zo’n dag voel. Dat heeft ook niks te maken met de afspraken die ik heb of met de dingen die ik moet doen. Het is een soort leegte die in mijn ziel kruipt en die maakt dat er een kilheid in mijn botten komt. Op die dagen begrijp ik dat mensen die alleen wonen de verwarming een graadje hoger zetten. Je krijgt de neiging je dikke sokken aan te doen en bovenop de kachel te gaan zitten. Maar het helpt niet, de kou komt van binnenuit.

Op die dagen moet Stef een heel eind mee gaan wandelen. Hij wordt van zijn warme vacht afgehaald en hup, naar buiten. Mijn handen diep in mijn zakken, kraag omhoog en lopen. Stef vindt dat op zich niet erg. Zoals gebruikelijk loopt hij mijn route drie keer. Heerlijk om een hondje te zijn. Toch is Stef op zo’n dag veel meer troost dan die kleine man beseft. Onwillekeurig krijg ik toch meer energie van zijn enthousiasme. Ook de frisse lucht doet goed, het waait toch de mistflarden uit mijn hoofd.

Weer thuis doe ik dan mijn best om de draad weer op te pakken en te proberen positief in het leven te staan. Meestal gaat dat dan ook wel een stuk beter, zo’n wandeling doet goed, hoe slecht het weer ook is. Natuurlijk moet ik wel zorgen dat ik eerder bij de deur ben dan Stef. Die viezerik banjert overal doorheen en loopt met een grote boog om de handdoek in de garage heen. “Pootjes schoonmaken Stef”, nee, dat is niet zijn favoriete bezigheid. Maar om te voorkomen dat het in huis gaat kraken als je door de kamer loopt, moet er toch flink gepoetst worden.

Meestal ga ik dan even aan tafel zitten. Even helemaal niks. Straks ga ik weer aan de slag maar nu wil ik even voor me uit staren. En dan hoor ik de stem van mijn maatje stil in mijn hoofd. “Kom op Mach, jij kunt alles.” Nee hoor, lang niet alles, maar ik doe mijn best.

Zeuren, onze nationale sport

Wat mij altijd opvalt in alle commentaren die ik lees, op social media of ergens anders, is dat wij Nederlanders altijd moeten zeuren. Wij zijn een zuur volkje. Ook altijd overal tegen. Het is niet voor niets dat Koot en Bie de Tegenpartij oprichtten.

“Ik ben tegen!”

“Waartegen?”

“Geen idee, ik ben het gewoon.”

Of het nu maatregelen zijn die door de regering worden genomen, of beslissingen die door bedrijven worden genomen, het is nooit goed. In de regering zitten enkel oplichters en mensen die aan zichzelf denken en in het bedrijfsleven werken alleen maar graaiers. Op televisie is alleen maar rommel te zien en BN’ers denken dat ze meer zijn dan een ander. Ze verdienen trouwens ook veel te veel, maar dat terzijde. We zeuren echt overal over.

En als dat nu terecht was. Wij wonen in een prachtig land waar de meeste dingen gewoon goed geregeld zijn. Zeker, er gaan dingen fout. De toeslagenaffaire is daar een heel groot voorbeeld van. Het is absoluut een schande dat wij in dit land niet in staat zijn dat op een snelle en rechtvaardige manier op te lossen. En daarna te zorgen dat dit helemaal nooit meer voor kan komen. Maar laten wel alleen eens kijken naar wat er wel goed gaat. Tenslotte hebben we deze regering wel zelf gekozen. Een oud-collega van mij, al lang verhuisd naar een klein land in Afrika, verwoordde het wel mooi. “Als je in Nederland niks hebt, hebt je altijd nog wel iets. Als je in Afrika niks hebt, heb je echt helemaal niks.”

Er zullen best mensen zijn die het helemaal niet met mij eens zijn. Die de barricaden op gaan omdat zij het niet eens zijn met de richting die wij uitgaan. Die vinden dat de regels die in dit land gelden verkeerd zijn. Maar laten we wel wezen, het is maar een klein land, we wonen met heel veel mensen op een kluitje. Als er geen regels zijn, wordt het echt een rommeltje.

Misschien moeten we met zijn allen eens gaan zeuren over het weer. Daar kunnen we tenminste echt niks aan veranderen. En laten we wel wezen, het weer is toch vaak echt niet om over naar huis te schrijven.