Droom

Soms fantaseer je over dingen waarvan je denkt dat ze nooit gaan gebeuren. Op 7 augustus 2022 schreef ik in mijn blog over mijn vakantie naar Engeland. De eerste vakantie zonder mijn maatje maar toch een hele fijne vakantie. We logeerden in een cottage, precies zoals als hij gewild zou hebben. We wandelden naar het kerkje van Father Brown en dronken een pint in de lokale Pub. In combinatie met Fish and Chips natuurlijk.

Als je in Engeland bent, moet je uiteraard ook een landhuis bezoeken. Zo’n enorm landgoed waar je als normaal mens alleen maar van kunt dromen. Downton Abbey maar dan echt. Waar je, als je goed kijkt, ziet hoe versleten en vervallen sommige dingen zijn. Gordijnen die al bijna een eeuw hangen en die je ook niet moet laten reinigen. Dan vallen ze onherroepelijk uit elkaar. Stopcontacten waar je eigenlijk geen stekker in durft te steken. Krijgen we kortsluiting of breekt er à la minute brand uit? Je kunt er alleen maar naar raden. Maar de sfeer in die huizen is natuurlijk jaloersmakend. Niet alleen de sfeer, ook de bibliotheek. Want als ik eerlijk ben, hoef ik niet zo’n huis. Maar zo’n bibliotheek, tja, dat is een heel ander verhaal.

Dus ik schreef: ‘Mijn droom is een eigen bibliotheek. Dat lijkt me nu echt het toppunt van luxe. Zo’n hoge kamer, vol boekenkasten tot aan het plafond, met een open haard. Daar twee stoelen bij en een laag tafeltje. Een comfortabele mand voor Stef. En natuurlijk een laddertje, om bij de hogere boekenplanken te komen.’

Dat was toen mijn droom. En in ons nieuwe huis gaat die droom voor een groot deel uitkomen. Zeker, de kamer heeft geen open haard maar er is wel een boekenkast. Tot het plafond. En twee stoeltjes met een laag tafeltje zodat we daar op zondagmorgen een glaasje port kunnen drinken. Ik kan niet wachten om al mijn boeken te verhuizen naar hun nieuwe thuis. Het wordt een heerlijk plekje om te werken en te schrijven. En nu maar hopen dat ik niet van het trapje val.

Paleis of kippenhok

Ik heb toch wel een voorliefde voor het bezoeken van grote landhuizen. De meeste huizen zijn ook gewoon opengesteld voor publiek omdat het voor de eigenaren niet te doen is om het onderhoud anders te bekostigen. De tijd dat alle boeren hun belasting bij hen aan de poort kwamen storten is al lang voorbij. En van een normaal salaris, hoe riant ook, is een schilderbeurtje voor zo’n pand echt niet te betalen.

En dat geeft mij, samen met heel veel anderen, de gelegenheid om een binnen te kijken. Ik kan me bijna niet voorstellen dat je in zo’n huis woont. Mijn eigen huis is echt niet heel klein maar het is toch wel een kippenkooi vergeleken bij zo’n paleis. Mijn maatje zou er enorm ongelukkig van zijn geworden. Hij was heel gehecht aan zijn eigen plekje in het huis. Alles onder handbereik, samen met zijn vrouw en hond in één ruimte. Stel je voor dat hij iedere dag had moeten kiezen in welke kamer hij nu eens zou gaan zitten.

Ik ben daar dan nog wel wat makkelijker in. Mijn droom is een eigen bibliotheek. Dat lijkt me nu echt het toppunt van luxe. Zo’n hoge kamer, vol boekenkasten tot aan het plafond, met een open haard. Daar twee stoelen bij en een laag tafeltje. Een comfortabele mand voor Stef. En natuurlijk een laddertje, om bij de hogere boekenplanken te komen. Heerlijk, de geur van boeken.

Wat me wel opvalt, nu we pas in Engeland een paar van die huizen hebben bezocht, is dat de Nederlandse paleizen behoorlijk donker zijn ingericht. Sober, bijna Calvinistisch. Zou het dan toch in de volksaard zitten, niet te frivool, niet te uitbundig, wat moeten de buren wel denken. Jammer hoor, volgens mij heeft dat toch ook wel invloed op het humeur van de mensen. Nu zijn Nederlanders ook niet echt frivool te noemen, het een zal het ander wel in stand houden.

Ach, uiteindelijk ben ik ook wel heel tevreden met mijn eigen huis. Tenslotte heb ik mijn boeken keurig opgeslagen in een e-reader. En dat laddertje, daar zou ik toch maar vanaf vallen.