“Er komen steeds meer 100-jarigen in Nederland.”

Wat dan natuurlijk direct de vraag oproept, “wil ik eigenlijk wel 100 jaar oud worden?” Zitten wachten, achter de geraniums, tot er iemand voor je komt. En je weet niet wat beter is, dat de kleinkinderen komen of Onze-Lieve-Heer. Het ergste dat je kan overkomen, is dat Geer en Goor je komen halen. Dan wordt je ellende ook nog eens breed uitgemeten op televisie. En bekeken door de fans van realitysoap. Mijn hemel, je moet er niet aan denken. Laat dan inderdaad Onze-Lieve-Heer maar kloppen.

Een mens moet er toch niet aan denken dat dat zijn lot wordt. Dat het enige uitstapje wat je nog hebt, is op pad gaan met de Zonnebloem. “Chauffeur, zijn we er al?”, er is altijd wel een lolbroek in de bus. Zo’n morsige verkreukelde die zich een eeuw geleden mocht verheugen in de aandacht van de schoonheden uit het dorp. Diezelfde bekoorlijken staan nu ook in een hoek van 90 graden over de rollator gebogen maar dat mag de pret niet drukken. Populair is populair. Dat zijn ook de mannen die tijdens de plaspauze bij het wegrestaurant de serveersters daar met een schalkse knipoog de stuipen op het lijf jagen. Ze zijn het nog niet verleerd.

Een van mijn zussen werkt met bejaarde mensen. Het is voor haar geen beroep, het is voor haar een roeping. Nu moet dat ook wel, de geur van Boldoot of 4711 weet de penetrante urinelucht maar net te maskeren. En dat is dan nog één van de minste dingen die je tegenkomt. Haar verhalen over het reinigen van slechtpassende gebitten doen mij de rillingen over het lijf lopen. Maar zij blijft met veel liefde haar oudjes verzorgen. Iemand moet het toch doen.

Ik heb daar veel bewondering voor, je wordt veel te slecht betaald en het is nog eens heel zwaar werk ook. Dat schijnt overigens wel alleen te gelden voor de mensen die werkelijk “aan het bed staan”, de directeuren van deze instellingen zitten toch meestal wel ruim boven de Balkenende-norm. Terwijl zij waarschijnlijk niet eens weten wat de voor- of achterkant is van een inco broek.

En dat roept dan gelijk ook weer de vraag op of het wenselijk is om 100 jaar oud te worden. Want hebben al deze bestuurders dan niet alle zuurverdiende en gespaarde pensioenpenningen opgesoupeerd. Is er tegen de tijd dat ik mij in diezelfde hoek van 90 graden als een reumatische krab ga voortbewegen achter mijn rollator nog wel geld om een verzorgster (veel te weinig) te betalen. Of zijn wij dan allemaal aangewezen op ons zelf en moeten we met vrienden en familie een groot huis kopen en daar gaan wonen.

Wat natuurlijk ook wel weer voordelen kan hebben. Het aannamebeleid voor verzorgsters en verzorgers kan er dan heel anders uit zien. De doorsnee-dragonder, puik in haar werk maar pijnlijk voor het oog, zal haar geluk elders moeten beproeven. En er is niks mis met een knappe verzorger, zolang hij maar niet van het type Arie Boomsma is. Misschien is het toch iets om eens over na te denken. Zo hou je het heft toch in eigen hand.

Want een ding is zeker, de Geer en Goor van die tijd zullen mij niet kunnen verleiden tot een rijnreisje. Ik laat mijn Riesling tegen die tijd gewoon thuisbrengen.

Etiquette of “hoe hoort het eigenlijk”

Nederlanders doen hun best om zo lomp mogelijk over te komen. Dat noemen wij “onszelf zijn”, iedereen mag doen en laten wat hij wil en ook zeggen wat hij wil. Zo kunnen wij Nederlanders onszelf ontwikkelen, zo zijn wij nu eenmaal. En mensen die het daar niet mee eens zijn, die hebben pech.

Maar wat is er toch gebeurd met de fatsoensnormen, goede omgangsnormen. Gewoon, de ander wat ruimte gunnen.

Je ziet het vaak al op de snelweg. Keurige vertegenwoordigers, op zondag vooraan in de kerk met vrouw en kroost, veranderen in duivels zodra ze achter het stuur stappen. Een wilde blik verschijnt in de ogen, de auto, veelal van Duitse makelij, wordt in de eerste versnelling geramd en staat te grommen als een beer met astma. Je ziet ze aankomen in de achteruitkijkspiegel, je rug vast krommend, je handen stevig aan het stuur, wachtend op de klap. Want die file voor je, die is echt niet te ontwijken.

Ook leerkrachten kunnen hier over meepraten. De ouders, die vroeger extra straf kregen als ze met strafwerk thuis kwamen, gaan nu op hoge poten verhaal halen. Het schijnt zelfs voor te komen dat de gekrenkte ouders het soms niet eens meer verbaal afkunnen maar fysiek geweld nodig hebben om hun woorden kracht bij te zetten. De meester van vroeger zou met stomheid geslagen zijn als een moeder met vliegende vaandels het klaslokaal zou binnenstormen om hem de les te lezen. “Wat denk jij wel wie je bent, om mijn zoon terecht te wijzen.” Nou, degene die hem mede gaat begeleiden naar zijn volwassenheid. Toch.

Of wat te denken van het filmpje dat op Facebook de ronde deed. Het kleine mannetje dat in de rij voor de kassa de hielen van de wachtende voor hem bleef attaqueren. Zonder dat zijn moeder ook maar één keer een vermanende opmerking maakte. En als je dan om je hielen te beschermen het jong terecht wijst, of erger in dit geval, kun je vaak rekenen op een hele lading verbale ellende die over je wordt uitgestort. Als je geluk hebt, want de geciviliseerde ouder van deze tijd ziet er ook geen been in om flink uit te halen. “Van mijn kinderen heb je af te blijven.”

Nu is Social Media in het bijzonder en het internet in het algemeen natuurlijk ook vaak een voorbeeld van hele slechte smaak. Iedereen is van mening dat zijn (of haar) mening er toe doet. En dat deze dan ook maar zonder er verder over na te denken de digitale wereld in geslingerd kan worden. Waar je voorheen oog in oog stond, wat toch nog altijd een drempel op wierp, kun je je nu op Facebook verschuilen achter tablet of smartphone. Lekker veilig. “Iedereen heeft recht op zijn mening”. Of wat te denken van Twitter, waar het tegenwoordig trending is om anderen in al dan niet fatsoenlijk gespeld Nederlands verrot te schelden. Af en toe volg ik met stijgende verbazing de verwensingen en zelfs bedreigende uitlatingen van mensen aan het adres van hardwerkende en ongetwijfeld fouten makende Nederlanders.

Er zijn zelfs volksvertegenwoordigers die zich schuldig maken aan dit fenomeen. Ik kan me niet voorstellen dat het getoeter van de heer Wilders bijdraagt aan de oplossing van welk probleem dan ook. Sterker nog, ik vrees dat het hem daar ook helemaal niet om te doen is. Ook hij heeft lompheid naar een cultstatus verheven. Is dat de echte Nederlander die spreekt?

Ik weet wel dat het boek van Amy Groskamp-Ten Have hopeloos verouderd is maar het zou toch wel prettig zijn als we elkaar wat ruimte zouden gunnen. Dat past best, ook al is dit land maar klein. Het leven zou er misschien wat relaxter op worden.

Familie, vloek of zegen

Een lieve vriend zag zijn gezellige kerst volledig in rook op gaan. Hij had de beste voornemens en zorgde er voor dat zijn bejaarde ouders niets hoefden te regelen. Alles werd voor hen gedaan. Zijn zussen werden uitgenodigd en niets zou een gezellig kerstfeest in de weg staan. Dit jaar zou het goed gaan. 

Helaas, niets was minder waar. Frustratie, jaloezie, eigenbelang. Alle ingrediënten voor een ouderwetse familievete waren aanwezig. En wie was de dupe, natuurlijk degene die altijd zijn eigenbelang op de tweede plaats stelt en probeert de familie bij elkaar te houden. Al zijn goede bedoelingen werden linea recta naar hem teruggekaatst, “het moet altijd lopen zoals jij wilt, jij denkt alleen maar aan jezelf.” Vol schuldgevoel bleef hij achter.

Bij weer een ander kerstdiner was de familie niet compleet. De ene zus is getrouwd met een man die de familie uit zijn hart en zijn huis heeft verbannen. Op de foto’s in de woonkamer is de schoonfamilie niet te ontdekken. Dat hij hiermee zijn vrouw in een vreselijke spagaat duwt, is hem blijkbaar onverschillig. Tenslotte is ze met hem getrouwd en niet met haar zussen. Die zussen zijn meer en meer verbijsterd. Zij zoeken de oorzaak nog steeds bij zichzelf maar kunnen hem daar niet vinden. Zou het ooit nog goedkomen?

Natuurlijk bestaan deze ruzies en onenigheden het hele jaar door. Alleen met Kerst wordt het weer wat pijnlijker duidelijk. Je kunt geen tijdschrift open slaan of de televisie niet aanzetten of de goede wensen komen je tegemoet. “Niemand mag met Kerst alleen zijn.” De goede voornemens die per 1 januari niet gemaakt werden, maken hun opwachting met Kerst. “Laten we toch maar weer samen komen. Dit jaar zal het toch wel lukken.” En weer worden hooggespannen verwachtingen de bodem in geslagen. Het kerstgevoel bleek toch weer een reclamestunt te zijn.

Op heel veel plaatsen in de wereld gaat het al niet anders. Waar in de huiskamer broers en zussen elkaar om de oren slaan, staan elders in de wereld buren elkaar naar het leven. Frustratie, jaloezie, eigenbelang. Het zijn maar een paar aanleidingen.

Ach, het is ook wel heel veel gevraagd, vrede op aarde. Ook al was het maar voor een dag.

 

 

 

 

Afscheid van mijn jeugdidolen

Een van mijn jeugdidolen is niet meer. Zoals iemand het heel mooi verwoordde “another hero has passed away”. Naarmate je ouder wordt, gebeurt het je steeds vaker. Mensen die me in mijn jeugd hebben begeleid naar volwassenheid blijken ineens ook stervelingen. Zijn ook vatbaar voor ziekten, waarschijnlijk voor een deel veroorzaakt door een ruig en heftig leven. En vallen weg.

 Het valt niet mee, om dat te accepteren. Dat is voornamelijk te wijten aan het feit dat je zelf niet ouder wordt. Althans, niet in je hoofd. In je hoofd blijf je altijd die recalcitrante puber, die het allemaal veel beter wist. Die wel eens zou bewijzen dat het anders kon. Dat het zelfs anders moest. Omdat je never zou stappen in de valkuilen van je ouders. Je ouders, die tegen je zeiden “wacht maar, tot je net zo oud bent als wij”. En nu, nu je die leeftijd hebt bereikt, en je eigenlijk nog steeds niet weet waar ze het in vredesnaam over hadden, nu is het moeilijk accepteren dat de mannen en vrouwen waar je vroeger tegenop keek, een voor een worden geveld. Acceptatie, bah, wat een vies woord.

 In memoriam, Joe Cocker, rust zacht.

Sabia Engizek en Rafael van der Vaart krijgen realityserie

Waarom willen wij zijn zoals een ander. Waarom is het interessant hoe andere mensen leven. Is het een soort modern voyeurisme. Of is geld dan zo sexy dat we al naar mensen met geld willen kijken, ook al kunnen ze niks. Wat heeft Sabia gepresteerd, waarom is haar leven interessant? Wat kan zij, wat is haar achtergrond? Waarom moet ik iedere dag haar leven volgen? Als je haar naam googled kom je alleen informatie over haar relaties met bekende c.q. rijke mensen tegen en over de teloorgang van haar vriendschap met Sylvia Meis. Zelf ook een golddigger, maar dan nog wel een die werkt voor de centjes.

Natuurlijk staat het fenomeen niet op zich. We hebben natuurlijk ook al de avonturen van Andy en Melisa achter de rug. De succesvolle voetballer met zijn al even geslaagde vrouw, wier enige memorabele wapenfeit is dat zij in de Playboy heeft gestaan. Natuurlijk is dat zeker een prestatie, gezien het feit dat lang niet iedere vrouw hier voor gevraagd wordt. Maar toch.

Het lijkt dan ook een trend te worden. Geef de hele natie een kijkje in je privéleven en je wordt vanzelf een mediapersoonlijkheid. Als het maar bizar is. Het leven van Barbie en haar Michael wordt breed uitgemeten, iedere zichzelf respecterende Tilburger zit met samengeknepen tenen op de bank als stadsgenoot Roy Donders zijn mening over zakendoen en de liefde uiteen zet.

Is ons eigen leven dan zo saai? Zijn wij voor ons geluk dan echt afhankelijk van het ons identificeren met bekende mensen? Massaal schuiven we aan voor RTL Boulevard waar Bekende Nederlanders laten zien hoeveel ellende er in Afrika is. Natuurlijk wel nadat zij eerst zorgvuldig gekapt en gekleed zijn door Leco van Zadelhoff. Stel je voor dat je zorgvuldig opgebouwde imago door de Afrikaanse zon een weinig uitloopt. Ellende is goed, het moet alleen niet op je eigen gezicht te zien zijn.

De zorgvuldig gecultiveerde carrières van de sterren van Nederland worden in beeld gebracht. Als we zo leven, dan zijn we gelukkig. Echt waar, Albert Verlinde zegt het zelf.

Gelukkig staan wij Nederlanders hierin niet alleen. Sterren als Kim Kardashian en Paris Hilton worden ook niet gewaardeerd vanwege hun hoogstaande oeuvre. Zij zijn bekend omdat ze van gekkigheid niet weten wat ze met hun geld moeten doen.

En zij hebben gelijk, zolang het publiek er naar wil kijken. Het is natuurlijk niet de gek die het er voor vraagt.

Jammer alleen dat er op deze manier zo voorbij gegaan wordt aan de problemen van mensen die bijvoorbeeld door ziekte rond moeten komen van een uitkering en tegen hun kinderen moeten zeggen dat zij dit jaar echt niet op vakantie kunnen. Dat de voetbalclub toch echt te duur wordt en dat sneakers van de Schoenenreus net zo goed zijn als die kekke All-Stars. De mensen die geen cent te makken hebben. Of is dat ook weer een televisieprogramma?

Rechtop….

Het is zondagochtend. Gelovigen komen gereden in hun keurige auto’s, met een dennenboompje aan de spiegel om de penetrante gereformeerde geur te verdrijven, parkeren keurig in het gelid en schuiven rechtop in de banken om zich te laten stichten door de dominee.

Ik respecteer die mensen die iedere zondagmorgen stipt op tijd aanschuiven in de kerkbanken. Zij zijn er van overtuigd dat zij de juiste weg bewandelen en met hen hun medekerkgangers. Iedere zondagochtend buigen zij zich over de Schrift en het Woord. Zij halen hieruit de richtlijnen voor een vruchtbaar leven. Ik kan soms een tikje afgunst voelen, zij hoeven niet te twijfelen, dominee weet wat goed voor hen is.

Ik op mijn beurt, geniet op zondagmorgen van een wandeling in de natuur. Met de hond struin ik door de velden en bossen. Dat alles is onderdeel van, volgens de mensen die in de kerk zitten, Gods schepping. De zon schijnt over het water, de wereld lijkt heel even weer nieuw. Vogels beginnen aan een nieuwe dag, zijn druk met alles wat vogels de hele dag doen. De hond rent zijn eigen pootjes voorbij, enthousiast alles onderzoekend wat er op zijn pad komt. Geen tak is te groot, hij laat zich alleen tegenhouden als de beoogde tak nog vast zit aan een boom. En dan nog onder protest.

Mensen kom ik hier normaal gesproken niet tegen. Dat is niet erg, mijn gedachten en ik hebben op dat moment genoeg aan elkaar. Na een uurtje lopen ben ik weer op het beginpunt en ga ik terug naar huis.

Nu wil het feit dat mijn thuis grenst aan een oude wijk in mijn dorp. Vlakbij gelegen is zo’n kerk en zo komen de kerkgangers en ik elkaar dan regelmatig tegen. Zij gaan, net als ik, naar huis. En wat me dan opvalt, is dat de meesten mij en mijn hond bekijken met een intense blik van afkeuring. Alsof ik een zonde heb begaan. Omdat ik niet ben net als zij.

En daar kan ik nog steeds niet over uit. Dat die mensen, die kerkgangers, in tegenstelling tot wat je van die keurige mensen zou verwachten, zo weinig respect voor mij hebben. Zij monsteren mij van boven tot onder, gewogen en te licht bevonden. Het maakt me ook kriegel. Tenslotte weten zij niks van mij, zij weten niet of ik een slecht mens ben, of juist iemand die probeert iedereen in zijn waarde te laten.

De bekrompen gemeenschap van een klein dorp biedt namelijk geen ruimte aan andersdenkenden. Het woord zegt het al, anders, niet als wij. En anders is niet goed. Want als anders ook goed kan zijn, dan moet je daar over nadenken. En dat strookt weer niet met wat dominee op zondag van de kansel preekt.

Wat ook bijzonder is aan dit geloof, is dat er op weekdagen ontheffing geldt, een soort dispensatie, ook al is dat weer van een ander geloof. Op weekdagen namelijk, kan het geloof van deze kerkgangers aan de kapstok worden gehangen en is het toegestaan eigen belang en eigen gewin voorop te zetten. Op weekdagen gelden andere regels. Dan hoeft er niet stilgestaan te worden bij respect en waarde, dan is het ieder voor zich en God voor ons allen. Tenslotte wordt op zondag alles weer goed gemaakt.

Een bijzonder fenomeen. Ik kan weinig sympathie opbrengen voor deze mensen die zes dagen in de week voorbij gaan aan alles wat voor anderen belangrijk is. Die in alle arrogantie proberen zichzelf te verrijken door hun medemens te belazeren. En die dan de zevende dag met opgeheven hoofd de dominee horen vertellen dat alleen zij de hemel zullen verdienen. Omdat zij tot de uitverkorenen behoren.

Nee, ik loop dit gebouw heel snel voorbij. Want zoals een wijs man mij eens vertelde, in deze kerk zitten de mensen rechtop, maar niet oprecht.

Onvoorstelbaar, al weer vijf jaar geleden

Het is al weer vijf jaar geleden dat je stierf. Vijf jaar geleden dat mijn zus mij belde. Dat ik haar vijf keer heb laten vertellen wat er aan de hand was. Omdat mijn oren weigerden te horen. Omdat mijn zintuigen er niet aan wilden.

Het staat in mijn geheugen gegrift, om die uitgemolken beeldspraak maar eens te gebruiken. De ambulancebroeders hadden je in bed gelegd, ik zie je zo weer liggen. Op je rug, je ogen dicht, je handen gevouwen op je borst. En mijn zus ontroostbaar naast je zittend. Ik denk dat ik nog nooit met iemand zoveel medelijden heb gehad.

Het was ook onwerkelijk, normaal gesproken gingen we op vrijdagavond altijd samen iets ondernemen. En nu niet, wij gingen uit eten en jij moest naar je moeder. Sommige tradities moet je ook niet doorbreken, daar komen ongelukken van.

Het werd de tijd van het verzamelen van herinneringen. Dat doen mensen, als ze een afscheid voorbereiden. Je had twee grote hobby’s, je huis verbouwen en sleutelen aan je oude auto. In geen van beiden was je een meester. Weet je nog, dat je bezig was met het bezetten van een wandje, toen we kwamen vragen of je meeging, een borreltje drinken. Je gooide truffel en spaan in de bak en gaf desgevraagd aan dat je de rest van het cement er komende week wel uit zou bikken. Je kon het afvoeren met de rest van het bezetsel, halverwege stoppen is namelijk geen optie, dan valt alles er weer af. Maar dat gaf niet, nu kon je weer een nieuw idee gaan uitproberen, dus eigenlijk was het een zegen.

En je huis was misschien niet op en top geschikt voor een artikel in de VT Wonen, de deur stond wel altijd wagenwijd open. Iedereen was welkom, wanneer je ook maar kwam.

Met je auto ging het al niet veel anders. Een echte kenner zou het waarschijnlijk heel anders hebben gedaan maar jij had er plezier in. En wij hadden er plezier mee, het autootje heeft je nooit laten staan. Anders dan de nagelnieuwe cabrio van vrienden die ook een keer mee gingen toeren en die toch niet geheel en al foolproof bleek te zijn. Maar ook hierdoor liet je je niet uit het veld slaan, goede gelegenheid om op een terrasje een trappistenbiertje te drinken. Tenslotte duurt wachten op de Wegenwacht altijd lang.

Samen gingen we op vakantie. Jij haalde ’s morgens de broodjes, door je slechte rug kon je toch niet uitslapen. We wandelden door de natuur, bekeken kerken en abdijen, liepen door kleine stadjes en sloten de avonden af met een borrel en een goed gesprek. Of met kletspraat, maar dat was ook altijd goed.

Wat hebben we veel van je geleerd. Dat het niet altijd volmaakt hoeft te zijn om er van te kunnen genieten. Dat scheef ook heel goed is en dat een kier bij een aanrecht heel geschikt is om broodkruimeltjes in te vegen. ‘Zo, dat is ook weer opgeruimd,’ zei je dan tevreden, ‘tijd om iets gezelligs te gaan doen.’

Je leerde ons dat een herfsttijloos echt iets heel anders is dan een krokus en dat dat een behoorlijk zeldzaam plantje is.

Maar je hebt ook veel van ons geleerd. Al was het maar dat bukken met een slechte rug zo lastig is dat je die herfsttijloos dan best mag plukken om er een foto van te maken. Tenslotte staat er om de hoek een heel veld van vol. Maar ook dat het helemaal niet erg is om te genieten van de meer burgerlijke dingen in het leven. Samen met je familie eten, of verjaardagen vieren, discussiëren tot in de late uurtjes, terwijl je het eigenlijk al lang met elkaar eens was.

Nog een keer waren we met je samen. Wat waren er veel mensen gekomen om afscheid van je te nemen. We keken naar de foto’s’ en luisterden naar jouw muziek. En we spraken over jouw leven. Je hebt ons geraakt en aangeraakt, al was het veel te kort.

Eigenlijk, als je er zo op terug kijkt, zijn we samen volwassen geworden. Jammer dat we niet samen oud mogen worden.

Orde en netheid

Wij Nederlanders, wij houden van orde. Twee aan twee in de bus, braaf achter de rug van de chauffeur, laten we ons rijden naar een plaats die we vooraf hebben uitgezocht volgens een route die vastligt. Gezamenlijk naar de huishoudbeurs of een ander stompzinnig evenement. Als het maar van te voren georganiseerd is. “Gezellig,” zeggen we tegen elkaar. We hebben de pepermunt en de broodjes met kaas in onze tas. ’s Ochtends hebben we gecheckt of we alles hebben, paspoort, portemonnee, zakdoekjes. Yep, we kunnen op pad. We hebben een reisverzekering afgesloten en overal rekening mee gehouden.

We plannen ons dagelijks leven met een nauwkeurigheid die de medewerkers van NASA niet zou misstaan. Regels en wetjes, daar zijn wij van. Daar houden wij van. Sterker nog, zonder dat gedegen fundament wordt het in Nederland een zootje, daar zijn wij collectief van overtuigd. Arrogant kijken wij naar andere landen. Zie daar toch eens, wat een rommel. Zij doen het natuurlijk helemaal verkeerd. We weten commentaar te leveren op alles wat onze medemens anders doet. Tenslotte doen wij het goed, zij niet.

Die orde, die verwachten we ook van de mensen in onze omgeving. Het is natuurlijk wel de bedoeling dat iedereen in het gareel loopt. Want oh, stel je voor dat er Nederlanders zijn die anders zijn en op een bepaald vlak de boot hebben gemist. Nee, daar moeten we beslist een televisieprogramma van maken, zodat we met de rest van Nederland ons collectief kunnen verbazen over hoe dat soort mensen vakkundig weer op de rails worden gezet. Voorbeelden te over. John Williams buigt zich als deskundige over de problemen en Anne-Marie van Gaal schreef er (als vroeger Professor Akkermans) een boekje over. Zij komt niet in de problemen, tenslotte koopt de Nederlander deze bijbel massaal, bang als zij zijn om in het verdomhoekje van de televisie terecht te komen. Wat zouden de buren er wel van zeggen.

Probleemgezinnen plaatsen we in aparte wijken, asielzoekers achter hekken in een speciaal centrum, mensen met een afwijking in een tehuis, probleem opgelost. Orde. Voor alles hebben we een plaats. Vroeger noemden we dat een gesticht maar dat mag niet meer, dat is niet maatschappelijk verantwoord. Het moet wel met de mantel der liefde bedekt worden, tenslotte hebben we het beste met iedereen voor.

Verzorgd van de wieg tot het graf. Onze ouders hebben er voor gevochten. Wat ze niet konden weten, is dat tegen de tijd dat het eigenlijk toch niet meer betaalbaar was, we er ook ongelofelijk in doorgeschoten zijn. Eigen initiatief wordt niet meer op prijs gesteld. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Mensen die anders willen leven dan de meute, worden voor gek versleten. Ze moeten bij voorkeur ook niet in de stad wonen, maar ergens achteraf op het platteland. Tenslotte wonen op het platteland voornamelijk domme mensen, niet hip, niet op de hoogte van de laatste trends, daar kun je wel een afwijking tussen plaatsen. Daar hebben ze toch geen erg in.

En als we alles dan zorgvuldig registeren, dan hebben we tenminste ook weer een batterij ambtenaren aan het werk. Voor alles bestaat een formulier en een stempel. Gelukkig.

Het leven wordt er een stuk overzichtelijker door voor ons Nederlanders. Al onze angsten zijn vakkundig in een hokje geplaatst. We hoeven niet meer na te denken, dat doen deskundigen voor ons. En dat is veel beter, tenslotte hebben zij er voor doorgeleerd.

Wat jammer toch, dat we zijn vergeten dat je van mensen met een andere overtuiging of levenswijze kunt leren. Dat je daar niet armer van wordt, zoals Geert Wilders ons wil doen geloven, maar rijker.

Zwarte Piet

Laat ik beginnen met het feit dat ik nooit in Zwarte Piet en Sinterklaas heb geloofd. Ook niet als klein kind. Mijn moeder vond dat onzin. Sinterklaas was een aangeklede dwaas, Zwarte Piet was een geschminkte slungel en de kadootjes, die kocht zij. Al die flauwekul. Dat was haar mening. Als kind was ik daar aan gewend. Natuurlijk waren we wel geinstrueerd, tenslotte zaten wij in de klas met kinderen die wel voor de gek gehouden werden door hun ouders en wij mochten dat geloof niet verpesten. Dus hielden we braaf onze mond als onze klasgenootjes in zalige verwachting waren van de Sint en zijn knecht. Dat mocht je toen nog zeggen, knecht. Daar bedoelden we ook niks mee, dat was gewoon zo. De Sint was een oude man en die had nu eenmaal hulp nodig. En dat die mannen zwart waren, dat was alleen maar grappig. Dat had niks te maken met de huidskleur van die andere kinderen. Dat waren gewoon speelkameraadjes die we eigenlijk veel te weinig zagen.

Op 6 december mochten we een van de kadootjes die we gekregen hadden mee naar school nemen. De meisjes hadden over het algemeen barbiepoppen bij zich terwijl de jongens trots hun pas verworven brandweer- en politie-auto’s met elkaar vergeleken. Ook hadden we allemaal gezelschapsspellen gekregen. Tenslotte was de kerstvakantie in zicht en hoe kon je de familie beter vermaken dan met een stevig robbertje Monopoly. Toen nog met het simpele bedrag van 200 gulden als je langs start kwam. De bank had gewoon briefgeld, niks geen nep-pinautomaat.

Niet dat het vroeger beter was, dat hoor je mij niet zeggen. In die valkuil van onze ouders wil ik niet stappen. Ik ben gelukkig met de tijd waarin ik leef. Ik zegen het internet waarop je alles kunt vinden, de e-mail die me in staat stelt regelmatig contact te hebben met mensen die in Oostenrijk en Noorwegen wonen. Dat zou mijn ouders niet gelukt zijn. Een brief schrijven had nu eenmaal veel meer voeten in aarde.

Waar ik me wel enorm over kan verbazen, is dat we tegenwoordig overal een mening over moeten hebben. Er zijn dingen waar ik niks vanaf weet en waar ik dus ook niks van vind. Maar dat schijnt in deze tijd niet meer te kunnen. Iedere zichzelf respecterende burger heeft, gevraagd maar vooral ongevraagd, een oordeel over alles. En als we die mening nu nog voor ons zouden houden, maar nee, de Social Media stellen ons in staat binnen vijf minuten de hele wereld deelgenoot te maken van hetgeen waar wij voor staan. Althans, vandaag. Morgen geven we onze mening graag weer voor een betere.

De zogenaamde Pietendiscussie bepaalt al tijden het nieuws. Er zijn actiegroepen opgericht door voor- en tegenstanders, de meest creatieve oplossingen passeren de revue. We hebben paarse pieten gezien, stroopwafelpieten, we wringen ons in allerlei bochten om de geit en de kool te sparen. Het poldermodel in optima forma. Misschien moeten we overgaan op oranje pieten. Tenslotte lijkt dat een kleur die de hele natie op gezette tijden weet te verbroederen. Of Louis ons nu naar een prachtige plaats leidt of Guus hen naar een redelijke afgang, oranje blijft onze kleur.

En als we dan die discussie achter de rug hebben, dan kunnen we ons misschien druk gaan maken over wat echt belangrijk is. En dat is dat alle kinderen een kadootje krijgen van Sinterklaas. Dat er geen kinderen zijn die aan hun ouders vragen of Sinterklaas hen misschien niet zo lief vindt, omdat hun klasgenootjes van de Sint een PlayStation hebben gekregen terwijl zij het moesten doen met een barbiepop of een brandweerauto. Leg dat maar eens uit als ouder. Dat lijkt me nu eens een uitdaging die het wel waard is om aan te gaan.

Zomeropdracht; roep een sfeer op…

I’m not afraid


So much to fear


Hey, I can see my house from here…

Ik ben eigenlijk een prinses. Dat weet niemand, dat is een geheim. Mijn vader is de koning, hij is een hele wijze koning. Hij wil alleen maar het allerbeste voor zijn onderdanen, zegt hij altijd. Jammer genoeg zijn er in het koninkrijk ook slechte mensen die alleen maar aan zichzelf denken. En die willen liever dat papa weg gaat. Ik heb het mama zelf horen zeggen.

Een paar weken geleden kwamen de slechte mannen ’s nachts naar mijn slaapkamer. Ik heb een heel mooi hemelbed, moet je weten. Ik schrok vreselijk toen ze zo maar voor mijn neus stonden maar ze hielden snel een doek voor mijn mond zodat ik niet om mijn mama kon roepen. Ik kon nog net Dribbel bij zijn pootje pakken anders was hij zomaar helemaal eenzaam achtergebleven. Ik weet dat het slechte mannen zijn want ik hoorde ze praten samen. Ze hadden het over papa en dat ze hem een lesje zouden leren. Ik denk dat ze zelf koning willen worden. Dat kan natuurlijk niet, want papa is al koning. Ik denk dat zijn soldaten al wel naar mij op zoek zijn.

Ik hoop wel dat ze me snel vinden. Ik krijg echt heel vies eten hier. Het is bijna koud en het smaakt bijna nergens naar. Ik mis wel de lekkere dingen die Betsie, onze lieve kok, voor ons klaar maakt. En ik denk dat wat die ene man ’s nachts doet ook helemaal niet mag van mama. Ze zegt altijd dat ik een braaf meisje moet zijn en dat ik niet bloot mag rondlopen.

En ik hoef helemaal niet bang te zijn, dat bedenk ik iedere dag. Ze zullen me heel snel vinden. Ik kan immers van hieraf mijn huis zien. Het ziet er gezellig uit, net als altijd in de zomer. Als ik op mijn tenen ga staan, kan ik een heel klein stukje zien van mijn schommel. Die zal me wel missen. Er is niks zo fijn als de wind die langs je gezicht gaat terwijl je probeert de wolken aan te raken.

Het duurt wel al heel lang, voor ze me komen halen. Soms denk ik wel eens, zouden ze me vergeten zijn. Als ik ze maar kon laten weten dat ik echt heel bang ben van die man, met zijn grote handen en zijn vieze adem.

Ik hoorde iets, toch? Zou het dan echt? “Snel, snel”, ik hoorde een stem, “hier is ze”. “We moeten een ambulance hebben, waar blijft die dokter, schiet toch op. Straks verliezen we haar.” Ik keek naar mijn benen, het leek wel of ze niet van mij waren. Wat een raar gevoel. En mijn handen, waren dat mijn handen? Ik voelde me ineens zo heel moe, zo moe, ik kon me helemaal niet bewegen. Iemand zei, “wat hebben ze toch met je gedaan.” Ik pakte Dribbel stevig vast en voelde hoe ik ging zweven.