Vaccinatie

Het lijkt dan eindelijk toch te gaan gebeuren. Langzaamaan weer terug naar het ‘normale leven’. We weten bijna niet meer hoe dat was. Hoe het voelt om iemand een knuffel te geven, zomaar. Of zelfs maar gewoon een hand. Maar het gaat dan toch gelukkig de goede kant uit. Minder besmettingen, meer vaccinaties. Versoepelingen die weer doorgevoerd kunnen worden.

En dan is toch één van de voordelen aan het niet meer piepjong zijn dat je betrekkelijk snel een uitnodiging krijgt om een prik te gaan halen. Natuurlijk heb ik niet zo veel geduld dus ik heb de site van de RIVM gestalkt om te zien wanneer de link naar het maken van een afspraak geactiveerd zou worden. Er werd keurig aangegeven wanneer welk bouwjaar een afspraak kon maken. Nee, ik heb niet voorgedrongen, dat zou ik echt niet netjes vinden, maar ik heb wel zo snel mogelijk “geboekt”. Voor mijn maatje en voor mijzelf. In onze omgeving is het op het moment een veelgestelde vraag, “heb jij al een afspraak kunnen maken?” Inmiddels is de eerste gezet en ik vind het toch een veilig idee, ik kan er niks aan doen.

Natuurlijk, als we dan twee keer gevaccineerd zijn, mogen we nog steeds niet alles. Dan moeten we ons nog steeds gewoon aan de regels houden. Het mondkapje blijft voorlopig nog even onderdeel van onze standaarduitrusting. Maar dat geeft niet, dat zijn we al zo lang gewend, dat kan nog wel even wat langer. Want het einde is dan toch eindelijk in zicht.

Het is wel vervelend dat er toch nog steeds veel mensen ziek worden. En nu vooral de mensen tussen de 18 en 30 jaar oud. Laten we hopen dat ook zij zich toch een beetje aan de regels houden. En niet op een kluitje gaan zitten in een park. Alsof ze onoverwinnelijk zijn. Een goede stok achter de deur is denk ik wel de komende vakantieperiode. Want ook, en met name, jonge mensen willen er toch wel weer graag weer op uit. Gelukkig komt het vaccinatieprogramma inmiddels echt wel op stoom. Bizar eigenlijk, dat we daarvan afhankelijk zijn voor onze zomer.

Onze geplande vakantie naar Engeland is voor het tweede jaar uitgesteld. Met een jaar, naar juni 2022. Dan zal het toch wel kunnen? Ach, wat in het vat zit, verzuurt niet, zullen we maar zeggen. Eerst maar eens genieten van een zomer dicht bij huis. Ook gezellig toch!

Eindelijk weer een keer naar de club

Het vrouwtje keek het baasje aan met een bijzondere blik. Hij snapte het niet zo goed, het was toch gewoon tijd voor zijn eten. Maar ze ging naar boven. Dat vond hij altijd wel een beetje vervelend, als er net voor zijn etenstijd nog iets anders gedaan moest worden. Voor mensen was het misschien niet zo belangrijk, maar voor hem was eten toch echt een hoogtepunt. Nou ja, misschien moest ze iets halen.

Het duurde even maar eindelijk hoorde hij het vrouwtje naar beneden komen. Ze had andere kleren aan gedaan. En ze had haar jas bij zich. Wat raar. “Hij snapt er nog niks van hè”, zei ze tegen het baasje. Wat snappen, soms waren mensen toch echt niet te begrijpen. “Ga je mee naar de club?” vroeg ze. Naar de club, echt? Het zou toch niet? Hij voelde zich helemaal enthousiast worden. Het baasje moest er om lachen. Maar het vrouwtje ging toch echt zijn snoepjes pakken. Een hele hand vol stopte ze in haar jaszak. Nu kreeg hij toch wel haast, hij ging vast voor de garagedeur staan. Nou moest het vrouwtje het baasje natuurlijk weer gedag zeggen. “Veel plezier”, zei die, “tot straks.” En ja echt, ze pakte zijn clubtuigje en liep met hem mee. Ze gingen weer naar de club, dat was lang geleden. Hij huppelde er bijna van. Wat liep het vrouwtje toch langzaam, kom op!

Hij zag de auto’s al staan, het was druk. Gezellig, hij sleepte het vrouwtje bijna mee naar binnen. Kijk, ze mochten het veld op. Hij keek eens rond. Shunka en Sky waren er maar Bobby en Noa zag hij niet. Dat was jammer, hij wilde wel graag weten hoe het met hen ging. Wel waren er een paar nieuwe honden. Een ervan was wel heel zenuwachtig volgens hem, die bleef maar blaffen. Hij zag ook dat hij hapte naar de hand van zijn vrouwtje. Hmm, dat moest hij zelf toch niet proberen. Dan legde ze hem vast weer op zijn rug, zo gênant.

Omdat Noa er niet was, mocht hij beginnen. Hij nam alle hindernissen vliegensvlug, hij kon het nog! Heerlijk. Lekker springen en rennen. Het uur was veel te snel voorbij.

Thuis had het baasje zijn eten al klaar staan. Een volle bak, lekker. Hij kroop voldaan en warm op de bank. Want als hij eerlijk was, was hij toch wel een beetje moe. Hij was ook geen achttien meer.

Als het niet meer met woorden lukt

Het klinkt raar maar het wordt toch echt tijd dat we de Corona-pandemie achter ons laten. Om heel veel redenen maar ook omdat een aantal mensen nu toch echt serieus aan het doordraaien is. Gedurende de hele periode worden er al mensen bedreigd, helaas, maar als je als een soort mislukte maar wel zwaarbewapende Rambo rond gaat lopen, ben je toch wel heel ver van de realiteit af beland.

Wat denkt zo’n man dan? “Hé, ik ben het niet eens met anderen, virologen, wetenschappers, mensen met een andere mening, ik neem van de zaak mijn raketwerpertje mee en ga wat stennis schoppen.” Gevaarlijk dat zo iemand bij Defensie werkt. Niet dat dat te voorkomen is, maar als militair, politie-agent of zelfs maar lid van een schietvereniging heb je natuurlijk wel meer mogelijkheden om aan een wapen te komen. Althans, dat denk ik, want misschien is het darkweb een veel betere plaats, daar heb ik geen ervaring mee. En eenlingen die dit soort plannen beramen, zijn bijna niet te volgen. Maar goed, die Rambo dus, die loopt rond in een natuurpark in België, als ik het nieuws mag geloven, en probeert te ontsnappen aan de maatschappij zoals wij die kennen. Nou weet ik niet waar de viroloog Marc van Ranst woont, maar ik mag toch hopen dat dat op een veilige afstand is. En als ze die man dan straks pakken, krijgt hij dan straf? Of een aai over zijn bol en de opmerking “niet meer doen hoor jongen”?

Je zult maar bedreigd worden door zo’n gevaarlijke gek.

Natuurlijk moet Willem Engel het dan weer opnemen voor zijn zielsverwant. Van Ranst zou het over zichzelf hebben afgeroepen. Natuurlijk, dat zou ik in zijn plaats ook zeggen. Waar haalt die man die denkbeelden toch vandaan. Zou hij nou echt nog steeds denken dat Corona een verzinsel is van de overheid om ons onder de duim te houden? Dat er helemaal nog nooit mensen aan het virus zijn dood gegaan?

En zoals altijd valt de hele Social Media er weer overheen. Voor- en tegenstanders hakken op elkaar in en iedereen weet het weer beter. Ik zou me kostelijk amuseren ware het niet dat sommige commentaren zo vreselijk asociaal zijn dat ik bijna de neiging krijg om te kijken wie er achter die tekst zit. Vaak is zo’n account afgeschermd en dat snap ik ook wel. Tenslotte wil je wel anoniem blijven als je mensen zo behandelt.

Wat ik dan wel weer meesterlijk vind, is de opmerking waar Van Ranst zijn betoog op Twitter mee opent, “Wanneer we ooit geconfronteerd worden met een salsapandemie, ga ik met veel plezier luisteren naar wat jij als dansleraar te zeggen hebt.” Laten we in vredesnaam hopen dat dat dan nooit gebeurt.

De voorraad weer op peil gebracht

Mijn schoonmoeder vond mij niet direct een goede huisvrouw. En eerlijk is eerlijk, als je de ouderwetse standaarden bekeek, was ik dat ook niet. Mijn linnenkast was een rommeltje, natuurlijk had ik voldoende handdoeken en theedoeken maar niet dat ik niet iedere week moest wassen. Mijn schoonmoeder kon geloof ik wel een maand zonder een keer naar de wasmand te kijken. Niet dat ze dat deed, ook op dat gebied was haar huishouden altijd keurig op orde. Alles netjes gevouwen op kleur en grootte in de kast.

Ik geloof wel dat dit een generatiedingetje was. Mijn moeder heeft nog handdoeken in de linnenkast liggen die stammen uit de eerste jaren van haar huwelijk. En dat is toch al weer een tijdje geleden. Wij plagen haar er wel eens mee. Ze ondergaat dat goedmoedig en wijst er fijntjes op dat wij, haar dochters, dat straks erven. Nou gaan wij er van uit dat mijn moeder 120 jaar oud wordt, dus dat duurt gelukkig nog even.

Wat de generatie van onze ouders ook belangrijk vond, was een goed gevulde voorraadkast. Toen wij mijn schoonouders gingen verhuizen van hun eengezinswoning naar een senioren-appartement, vond ik in de grote kelderkast doosjes van Honig met een logo dat ik niet kende. Zo oud was het al. Conserven die al vijf jaar over de datum waren, we hebben heel wat weg gegooid. De koelkast was ook altijd goed gevuld. Ook later, toen mijn schoonvader alleen achter bleef, zorgde hij altijd voor een uitgebreide voorraad. Waar mijn koelkast aan het einde van de week wel wat gaten vertoont, zag die van hem er altijd goed gevuld uit. Als hij ’s avonds ergens trek in had, was er altijd wel een stukje kaas of worst voor handen. Mijn wekelijkse boodschappenexercitie met hem zorgde altijd weer voor veel vermaak.

Omdat twee van mijn zussen altijd voor de boodschappen van mijn moeder zorgen, heb ik me eigenlijk nooit gerealiseerd hoe dat bij haar was. Natuurlijk kom je tijdens een bezoekje niks te kort maar ik heb me nooit afgevraagd of zij ook weken vooruit kan. Tot laatst, mijn zus die belast is met “de grote boodschappen” was geblesseerd. Ze vroeg me of ik een keer voor haar wilde invallen. Nou, geen enkel probleem natuurlijk. Ik haalde mijn moeder op en samen togen we naar de Appie. Ik heb mijn ogen uitgekeken maar me ook kostelijk vermaakt. Mijn moeder houdt van lekker eten, dat heb ik wel gezien. Ze krijgt ook veel koffievisite en bij koffie hoort een koekje. Dus daarvan gingen ook verschillende pakjes in de kar. Toen ik bij de kassa de berg spullen overzag, realiseerde ik me dat mijn maatje en ik daar twee weken van kunnen eten. Met zijn tweeën.

Kennis van auto’s

Mijn maatje is altijd een fan geweest van auto’s. Niet van bolides als Ferrari, die zijn alleen maar mooi om naar te kijken maar hebben nooit op het verlanglijstje gestaan. Zelfs niet als hij de Staatsloterij zou winnen. Nee, stoere, robuuste auto’s, dat was mooi. Door zijn werk was het ook zeker gerechtvaardigd een stevige auto te hebben. Tenslotte moesten er ladders op het dak en later een zware aanhanger meegenomen worden.

Maar naast onze ‘werkauto’ hadden we ook een auto nodig waar ik mee naar mijn werk kon, waar ik boodschappen etc. mee deed en waar we in het weekend mee op pad konden. We hebben veel verschillende merken gehad maar de laatste jaren, hoe opmerkelijk, waren het steeds Toyota’s. In soorten en maten.

Ik weet nog dat we een Toyota Avensis hadden besteld. Mijn maatje wilde liever niet standaard dus er werden wat opties toegevoegd. Waardoor de levering iets langer duurde dan gepland. En omdat we onze vorige auto al verkocht hadden, moest er iets komen ter overbrugging. Dat vond ik altijd sport, ik wilde graag iets wat echt oud was, waar ik niet zuinig op hoefde te zijn. De dealer die onze auto had gekocht, had precies staan wat ik wilde. En omdat het een sympathieke man was, mocht ik het autootje lenen, voor de maanden dat we moesten wachten. Uiteraard had hij dan onze auto ook eerder, maar ik vond het toch een mooi gebaar.

Het kleine rode autootje, een automaat ook nog, bracht ons overal naar toe. We reden naar zee, ik laadde al mijn boodschappen in de koffer, stiekem vond ik het een prima karretje. Mijn maatje peilde de olie, ik gooide er benzine in, niks aan de hand.

Tot die ochtend dat ik nietsvermoedend de snelweg opdraaide richting werk. Het was druk, het was ochtend dus ik sukkelde met een kalm gangetje achter mijn voorgangers aan. Met mijn gedachten al bij de dag die zou komen. Op een gegeven moment hoorde ik een bijzonder geluid. Ik keek om me heen, wat kon dat nou zijn. Het duurde even tot ik besefte dat mijn auto dat geluid maakte. En dat het steeds harder werd. Het leek wel of iemand met een hamer tegen de onderkant van de motorkap sloeg. Heel snel. Ik gaf gas om te kijken of het dan minder werd. Hmm. Helaas. Even later stond ik een beetje moedeloos op de vluchtstrook.

Lang verhaal kort, mijn maatje heeft samen met een collega de auto naar mijn werk gesleept. Daar werd hij aan een inspectie onderworpen en het bleek dat de olie die mijn maatje had toegevoegd niet precies op de juiste plaats terecht was gekomen.

Mijn collega sprak de legendarische woorden “het motortje is kapot, zet hem maar buiten”. Nader onderzoek wees uit dat ik niet helemaal onoplettend was geweest. Door een aantal, laten we maar zeggen, technische aanpassingen van de auto, was het lampje niet aangesloten. Het zou nooit zijn gaan branden. Maar toch, met lood in mijn schoenen ging ik de garagehouder bellen. Een behulpzame collega, nadat hij had kunnen stoppen met lachen, adviseerde me om brutaalweg een nieuwe auto te vragen. Tenslotte had hij me dit slechte exemplaar geleverd. Dat durfde ik niet, schoorvoetend vertelde ik wat er was gebeurd. De man reageerde heel laconiek, ik geloof dat de auto later zelfs aan mijn technische collega heeft verkocht.

De weken die volgden, heeft mijn maatje mij gebracht en gehaald, overal waar ik naar toe moest. We waren allebei zielsblij dat onze nieuwe auto werd afgeleverd. Want hoe goed we het ook samen kunnen vinden, het is toch fijn om je eigen vrijheid te hebben.

Potten en pannen

Toen mijn maatje en ik net gingen samenwonen, was ik beslist geen keukenwonder. De maaltijden die ik dagelijks op tafel slingerde blonken niet uit. Op geen enkel gebied. Ik weet nog dat ik voor de eerste keer peultjes ging koken. Geen idee hoe lang dat moest of hoeveel water erbij moest. Gewoon in het pannetje en op het gas. Wel schoongemaakt, dat had ik bij mijn moeder wel gezien. Na een tijdje kwam er een bijzondere geur uit de keuken. Het pannetje was droog gekookt en de peultjes waren slechts nog met grote moeite van de bodem te krabben. Potje erwtjes van Hak van maar? Ik heb zelfs een keer een gekookt ei aan laten branden. En dan moet je toch van goeden huize komen.

Toch baalde ik daar wel van. Vooral als mijn schoonmoeder een bakje hutspot met hachee meebracht. “Want het eten van je moeder is toch altijd het lekkerste.” Ik kon wel lelijk kijken maar op dat moment kon ik het niet weerleggen. Ook de erwtensoep die we van mijn moeder kregen was ongeëvenaard. Het was niet anders.

Het omslagpunt kwam, vreemd genoeg, tijdens een kampeervakantie in de Elzas. Vlak bij de camping was een grote winkel van Staub. Nooit van gehoord maar er stond een afbeelding van pannen op het pand dus we gingen gewoon uit nieuwsgierigheid even kijken. Er ging een wereld voor me open. Ik had nooit verwacht dat er zoveel verschil was in pannen. En dat pannen zoveel verschil kunnen maken. Ik kocht mijn eerste braadpan en vanaf dat moment ging het een stuk beter. Ik waagde me zelfs aan de wat moeilijkere gerechten.

Mijn maatje vindt het prima. Hij houdt wel van lekker eten. Ik kreeg er plezier in en durfde op een gegeven moment zelfs voor anderen dan alleen mijn maatje te koken. Nu geniet ik ervan als de tafel vol zit en iedereen geniet. Ik ga graag naar een restaurant maar thuis mensen uitnodigen en zorgen dat iedereen lekker eet, vind ik eigenlijk net zo leuk. En gelukkig vind ik ook altijd weer mensen die willen komen eten. Soms brengen ze zelfs bakjes mee. Net als mijn jongste zus, die eerst een maaltje stoofvlees voor zichzelf veiligstelde voordat ze aan tafel ging. “Je hebt vast genoeg gemaakt, heb ik morgen lekker ook nog eten.”

Dingen die ik voor de eerste keer maak, probeer ik nog wel uit op mijn maatje. Niet alleen vanwege het risico dat het mislukt maar ook omdat hij nog altijd een kritische fan is. De hete bliksem van zijn moeder is nog altijd lekkerder dan die ik maak. Maar dat is dan toch ook wel vrijwel het enige.

Oh, en er mislukt echt nog wel eens wat. Vaak de meest simpele gerechten. De schnitzels die ik laatst op tafel zette, waren iets te hard gegaan. Ik heb het zwarte paneermeel er maar afgekrabd. Ach, spinazie en gebakken aardappelen zijn ook lekker.

Brood mee

Na meer dan een jaar voor het grootste gedeelte thuis werken, komen er nu toch ook wat meer ‘kantoordagen’ in zicht. Vanwege afspraken die toch niet lekker werken, online. Of gewoon, omdat ik mijn BHV-plicht moet vervullen. Dat laatste klinkt zwaarder dan het is, gelukkig heb ik anders dan pleisters plakken nog niet veel hoeven doen. Laten we hopen dat dat zo blijft. Maar wel naar kantoor dus, als dat nodig is.

Het voelt nog steeds raar. Het is er leeg, vaak donker, koud. Er zijn een aantal koffie-automaten in werking en net niet die op onze afdeling. Een bakkie koffie is een hele wandeling. Het is niet erg, je komt onderweg nog eens iemand tegen en in het bedrijfsrestaurant kan ik dan een praatje maken met onze cateringmanager. Ook altijd gezellig. Volgens mij baalt zij nog het meest van het gebrek aan gezelligheid. Het restaurant is gesloten voor de lunch. We moeten dus onze eigen boterhammetjes meenemen.

Dat was voor mij een hele ervaring. Ik kan me niet meer heugen dat ik voor mezelf brood heb gesmeerd. Gelukkig heeft mijn maatje zijn oude broodtrommeltje bewaard. Tupperware, jawel, onverwoestbaar. Hij kwam er triomfantelijk mee, “kijk, als je nou heel voorzichtig doet, mag je mijn trommeltje gebruiken.” Het leek bijna jeugdsentiment. Zoveel jaren, dag in dag uit, op pad met zijn Tupperware-attachékoffer, zoals hij dat noemde. Twee broodjes met kaas en twee broodjes met pindakaas. Een hele enkele keer afgewisseld met leverpastei. Mijn maatje is geen broodeter.

Het voelt kaal hoor, zo’n trommeltje. Geen salade, geen soep, niet een lekkere ciabatta of een panini. Natuurlijk, het is ook luiheid van mezelf, ik kan er ook meer werk van maken. Maar daar heb ik dan weer geen zin in. Dus twee witte puntjes, een met oude kaas en een met snijvlees. Klaar.

Hopelijk brengen de versoepelingen ook meer lucht op dit gebied. En kunnen we straks weer met z’n allen eten in het bedrijfsrestaurant. Mopperen als de soep koud is, of de yoghurtjes uitverkocht. Heerlijk.

Oog voor detail

Helaas ben ik niet zo heel opmerkzaam. Oog voor details, nee, niet precies mijn fort. Anders dan mijn maatje. Die kan televisie kijken en dan verongelijkt zeggen “dat kan niet, net was die sigaret net aangestoken en nu is hij al driekwart op”. Hij ziet dingen die niet kloppen en heeft gelijk in de gaten wanneer ik iets veranderd heb. Ik niet. Ooit, lang geleden, had hij zijn snor afgeschoren. Dat was toen nog, mannen hadden snorren, zonder baard. Ik geloof dat ik het pas twee dagen later in de gaten had. Echt schandelijk.

Of die keer dat hij een nieuwe tuintafel had gekocht. We hadden het er al eerder over gehad. Om de metalen tafel te vervangen door een houten. Als verrassing had mijn maatje een tafel gehaald en hem in elkaar gezet. Stoelen eromheen, plant weer op zijn plaats. En ik zag niks. Als hij het niet had gezegd, had ik er waarschijnlijk pas een week later erg in gehad. Mijn maatje kan dat niet begrijpen, “zoiets zie je toch”. Ik niet. Helaas.

Ik doe wel mijn best hoor, ik neem me iedere keer weer voor om beter op te letten. Maar als ik naar een televisieserie kijk, wil ik gewoon vermaakt worden.

Gelukkig ben ik niet de enige die hier last van heeft. Laatst las ik een artikel over een jongeman die zijn vriendin ten huwelijk wilde vragen. Hij kocht een prachtige ring en liet het doosje quasi nonchalant slingeren. Tevergeefs, de dame in kwestie was er niet mee bezig en had niks in de gaten. Na weken van zich verkneukelen en foto’s maken als bewijsmateriaal, heeft hij haar toch maar op de ouderwetse wijze ten huwelijk gevraagd. Gewoon, op één knie. Uiteraard was ze blij verrast en heeft ze ja gezegd.

Het had mij ook kunnen overkomen. Niet dat mijn maatje mij op die manier ten huwelijk heeft gevraagd. Integendeel zelfs, nadat we samen vonden dat het wel leuk zou zijn om te trouwen, heb ik alles geregeld. Zonder dat hij het wist. Tot mijn schande moet ik bekennen dat mijn moeder eerder wist dat we gingen trouwen dan mijn maatje zelf. Omdat de trouwambtenaar een goede vriend van mijn ouders was en ik geen risico wilde lopen. ’s Avonds heb ik mijn maatje gezegd dat hij een snipperdag moest nemen. “Waarom?”, wilde hij weten. “Omdat we die dag gaan trouwen.”

Natuurlijk heeft hij zich later wel bemoeid met de details. Gelukkig. En is het een hele leuke dag geworden.

Films en seriesFilms en series

Oud in eer en deugd

Naarmate je ouder wordt, begint de zwaartekracht steeds meer invloed op je uit te oefenen. Het is niet alleen dat je ’s morgens voor de spiegel vaker zucht, het kost gewoon ook meer tijd om alles toonbaar te maken. En eerlijk is eerlijk, braaf zijn, niet drinken, op tijd naar bed, het helpt allemaal maar een beetje om de tand des tijds te weerstaan. Ik vind het jammer maar ik moet toch ondanks alles wel om mezelf lachen. Gelukkig is mijn relativeringsvermogen niet onderhevig aan verval. Integendeel zelfs, het lijkt wel of het steeds groter wordt. Maar misschien moet dat ook wel.

In de supermarkt is een enorme keuze als het gaat om tijdschriften die ons dames een spiegel met een roze bril voor houden. Zelfs tijdschriften die zich richten op mijn doelgroep maken reclame voor dure crèmes die naar mijn gevoel helemaal niet helpen. De enige die er beter van wordt, is de farmaceutische industrie. Nou, en die pakken al genoeg marge hoor, lijkt me. Nee, crèmes en smeerseltjes, dat is het allemaal echt niet.

Maar om dan direct maar naar plastisch chirurgie te grijpen. Hmm, dat lijkt me toch echt een brug te ver. Natuurlijk, als je echt vreemde kenmerken hebt, zoals enorme flaporen of een neus waar Julius Caesar jaloers op zou zijn, dan vind ik het iets anders. Maar je hoort zoveel horrorverhalen. Zo las ik laatst nog over een Chinese actrice die haar neus liet verkleinen, echt maar een heel klein beetje, en uiteindelijk achterbleef met een neus die aan het afsterven was. Het duurt een jaar voor ze opnieuw geopereerd kan worden. Wat zou zij denken? “Die mondmaskers zijn toch nog ergens goed voor.”

Af en toe zie je ook foto’s van Hollywoodsterren voorbijkomen waarvan je denkt, “ach nee, lieverd wat heb je toch gedaan”? Vroeger kon ik nog wel een keer extra kijken bij films met Mickey Rourke. Tegenwoordig kijk ik ook twee keer, maar dan meer om me te verbazen. Hoe kun je jezelf toch zo laten vernachelen. Die man lijkt helemaal niet meer op zichzelf, het is een karikatuur geworden, hij kan zo in de Muppets. Is het onzekerheid, is het ijdelheid? Ik weet het niet. Ik weet alleen dat het doodzonde is. Mooie vrouwen die krampachtig vast proberen te houden aan een jeugdig uiterlijk en daardoor een schaduw van zichzelf worden. Eeuwig zonde.

Dus lijkt het erop dat we ons er maar bij neer moeten leggen. En ons vasthouden aan de spreuk die ik ooit eens voor mijn verjaardag kreeg van een van mijn zussen; “ik word niet ouder, ik neem toe in waarde.

Mooi en gezondMooi en gezond

Natuurlijke vooruitgang

Tegenwoordig moet alles ‘natuurlijk’ gaan en zijn. Natuurlijk is het nieuwe toverwoord. Het lijkt vaak ook op een revival van wat vroeger gangbaar was. En begrijp me niet verkeerd, ik ben ook absoluut tegen pesticiden, verkeerde toevoegingen en chemische smaken. Maar, zoals met veel zaken, ben ik bang dat veel mensen weer doorslaan. Daarom was ik ook blij verrast toen ik het artikel van Thomas Oudman las. Hij schrijft over Alain Levinovitz en zijn boek Natural.

Daarin wordt het voorbeeld van de bij ons zo bekende banaan aangehaald. Een banaan is fruit, natuurlijk, gezond. Haribo-banaantjes, hoewel toch wel heel lekker, zijn dat niet. Toch zijn ze allebei helemaal uit levende organismen voortgekomen en zijn ze beide het resultaat van menselijke bewerking. Bananen zoals die in Nederland in de supermarkt liggen zijn veel groter dan wilde bananen, ze zijn zo gekweekt dat ze geen ‘pitjes’ hebben. Zonder die zaden zou de plant in de natuur niet kunnen overleven.

Ik hou van eerlijk eten. Groente uit het seizoen, het liefst recht van de boer. Dat is voor mij mogelijk omdat ik in een dorp woon, waar veel boeren een bord “te koop” bij hun erf hebben staan. In een klein dorpswinkeltje wordt alleen verkocht wat echt uit de streek komt. Ik eet ook nog steeds vlees. Wel minder dan vroeger, maar om het nu helemaal uit te bannen, dat gaat me echt te ver. Wel doe ik mijn best om zo verantwoord mogelijk te kopen.

Ik maak gebruik van de voordelen die de moderne tijd mij bieden. Ik neem ibuprofen als ik hoofdpijn heb. Mijn maatje probeert zijn clusterhoofdpijn onder controle te houden met de hulpmiddelen die hem worden geboden. Hij experimenteert niet met voeding, een neuroloog, gespecialiseerd op dit gebied, heeft hem bezworen dat dat geen zin heeft. Modern onderzoek heeft dat uitgewezen. En waarom zou je dat in twijfel trekken.

Natuurlijk, je moet kritisch blijven. Wat ‘iedereen’ doet, hoeft niet automatisch goed te zijn. Een hype is niet altijd vooruitgang.

Maar het is fijn om te lezen dat er mensen zijn die op een kritische manier vinden dat vooruitgang niet altijd verkeerd is. En dat je ook mag kiezen voor moderne technieken.  Oudman schrijft “Niet voor niets eindigt Levinovitz zijn boek met een ode aan de twijfel. Denk niet meteen dat iets goed is zodra je het woord ‘natuurlijk’ ziet. Maar verwerp ook niet alles waar het woord natuurlijk in voorkomt, want dan trap je in precies dezelfde val.”

Naar Buiten 2021Naar Buiten 2021